Nijmegen Stadsbosjes Beheerplan
Tekst van het document
OKTOBER 2022
BEHEERVISIE STADSBOSJES GEMEENTE NIJMEGEN
COLOFON Titel
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
Opdrachtgever
Gemeente Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen
Contactpersoon
Bas de Beijer
Status
Definitief
Datum
18 oktober 2022
Projectnummer
2021-120
Studiebureau
Buiting Advies BV Kanaaldijk 96 6956AX Spankeren Nederland
Projectleiding
Ralph de Jong
Auteurs GIS Omslagfoto
Ralph de Jong, Ronald Buiting Cathelijne Jansen, Ralph de Jong Bosje van de Baron, Cathelijne Jansen Buiting Advies
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
2
Buiting Advies
BEHEERVISIE STADSBOSJES GEMEENTE NIJMEGEN
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
3
Buiting Advies
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
4
Buiting Advies
INHOUD
1
INLEIDING
7
5
MAATREGELEN
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Doel Afbakening Aanpak en opbouw
7 7 9 9
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3
Boomveiligheid Boomveiligheidscontrole Onderhoudssnoei Beheer risicobomen
31 31 32 32
2
CONTEXT
11
2.1 2.2 2.3 2.4
Regelgeving Beleid: een groen netwerk Positie van de Nijmeegse stadsbosjes Historie
11 11 17 17
5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4
Sturen in de bestaande begroeiing Bomen vellen Ontwikkelen mantelvegetatie Beheer struiken aan paden Verwijderen ongewenste soorten
33 33 34 35 35
3
BEHEERVISIE: STIP AAN DE HORIZON
19 19 20 21
36 36 37 38
Gebruik en beleving Biodiversiteit Leefbare stad
Aanplanten Aanplanten bomen Aanplanten struiken Planten en inboeten geofyten
3.1 3.2 3.3
5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3
4
BEHEERDOELEN
23
5.4 3.4.1 5.4.2 5.4.3
Overige maatregelen Maaien bermen van bospaden Aanleg en onderhoud van takkenrillen Onderhoud van bospaden
39 39 39 39
4.1
Algemene beheerdoelen en randvoorwaarden Beheerdoelen voor gebruik en beleving Beheerdoelen voor biodiversiteit en duurzaamheid Beheerdoelen voor een leefbare stad
6
BEHEER PER STADSBOSJE
41
6.1 6.2 6.3
Participatie Samenhangend beheer Toelichting per bosje
7
BEHEERPLANNING
4.2 4.3 4.4
23 24 27 29
BRONNEN
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
5
103 109
Buiting Advies
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
6
Buiting Advies
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Bos is een dynamisch systeem dat ook zonder menselijk ingrijpen doorlopend aan verandering onderhevig is. Bomen groeien en breiden hun kronen uit en de struik- en kruidlaag reageren op beschikbaar zonlicht, betreding en de ontwikkeling van de bosbodem. Na verloop van tijd doet bij bomen, struiken en planten ook verval zijn intrede. Dit is het gevolg van de natuurlijke levenscyclus van organismen, maar ontstaat ook door onderlinge concurrentie om licht, water en nutriënten. In Nijmeegse stadbosjes zijn de omgevingsfactoren van bovengemiddeld grote invloed. Door de beperkte oppervlakte en veelal geïsoleerde ligging zijn de bosjes slechts beperkt in staat de toenemende effecten van luchtvervuiling, geluidsdruk, nachtelijk licht, intensieve betreding en andere factoren die horen bij de verstedelijkte omgeving te bufferen. En omdat ook de stad zelf aan verandering onderhevig is, moeten stadsbosjes anticiperen op veranderingen in die externe invloeden. Gelukkig beschikken onze stadsbosjes over het algemeen over een grote veerkracht en zijn ze in staat zich aan te passen aan de omstandigheden waarmee ze te maken krijgen. Als mens stellen we echter ook flinke eisen aan onze bosjes. We gebruiken ze voor tal van functies en doen dat graag met enig comfort en het liefst op elk moment, zonder daarbij risico te willen lopen door bijvoorbeeld gevaarlijke bomen.
We hebben ideeën over hoe een stadsbosje eruit moet zien, wanneer een bosje ‘mooi’ is. En tot slot wordt in het stadsbos gedeeltelijk de oplossing gezocht voor problematiek die elders in de stad is ontstaan, zoals hittestress, afnemende biodiversiteit en gebrek aan beweegruimte. Laten we de steeds voortschrijdende bosontwikkeling de vrije loop, dan is de kans groot dat de bosjes na verloop van tijd niet meer aansluiten bij de wensen en eisen die wij daaraan stellen. Gepaste beheermaatregelen zijn in dat geval nodig om de bosontwikkeling te sturen in de richting die past bij onze wensen, zodat een duurzame relatie kan worden gecreëerd tussen het stadsbos en haar bezoekers. Wat ‘gepaste maatregelen’ zijn, kunnen we alleen bepalen als duidelijk is wat we verwachten van de stadsbosjes: wat is ons wensbeeld? Deze vraag vormde de aanleiding tot het opstellen van voorliggende beheervisie.
1.2
DOEL
De beheervisie voor de stadsbosjes van gemeente Nijmegen geeft feitelijk antwoord op drie eenvoudige vragen: “wat is de huidige situatie, wat willen we met de stadsbosjes en hoe komen we van de huidige situatie naar de gewenste situatie?” Met het beantwoorden van deze vragen vervult de beheervisie meerdere doelen. Voor beheerders en handhavers van de gemeente vormt het een duidelijk handvat voor het maken van beheerkeuzes en het organiseren en plannen van concrete beheermaatregelen in de bosjes. Ook kunnen de resultaten van uitgevoerde maatregelen worden getoetst aan de gewenste situatie, op basis waarvan het beheer tussentijds zo nodig kan worden bijgesteld. Behalve op het technisch beheer van de stadsbosjes richt de beheervisie zich ook op mensen. De visie vormt een communicatiemiddel, bedoeld om begrip en draagvlak te creëren in de stad door te beschrijven wat de noodzaak is voor uitvoering van beheermaatregelen in de stadsbosjes en uit te leggen waarom juist voor die maatregelen wordt gekozen. En tot slot wordt ook de niet te onderschatten rol belicht die Nijmegenaren zelf spelen in de instandhouding van de stadsbosjes en in de uitvoering van waardevolle beheer- en verzorgingsmaatregelen daarin.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
7
Buiting Advies
Bosje bij de bioscoop
Spiegelbos Sprokkelbosje
Vrouwendaal Patersbos Florapark
Javabosje
Bosje van de baron Augustijnenbos
Rabattenbos
Limosbos
Goffert Pompekliniek Bosje van Vroom
Douglasbosje Uilenbosje
Schaapskooibosje Driehuizen
Afbeelding Afbeelding 1, 1, ligging ligging van van de de Nijmeegse Nijmeegse stadsbosjes. stadsbosjes. Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
8
Buiting Advies
1.3
AFBAKENING
Als aangegeven in de titel van dit plan betreft dit een visie op het beheer van de stadsbosjes. De focus ligt daarbij nadrukkelijk op het onderhoud, gebruik en inrichting van bestaande stadsbosjes. Meer beleidsmatige vraagstukken over stadsbos en groen in het algemeen komen hier niet aan de orde. Daarvoor zijn de bovenliggende beleidsdocumenten zoals de Omgevingsvisie en het nog op te stellen Omgevingsplan en de bosbeheervisie voor de grootschalige bosgebieden de juiste instrumenten. Voor de volledigheid worden relevante beleidsdocumenten in hoofdstuk 2 van dit plan wel kort aangestipt waar dit raakvlakken heeft met het functioneren en beheren van de stadbosjes. Gemeente Nijmegen maakt op basis van functie en beheer duidelijk onderscheid tussen enerzijds de stadsbosjes en anderzijds parken, plantsoenen en andere groenelementen. Deze beheervisie gaat uitsluitend in op stadsbosjes omdat het beheer daarvan een duidelijk andere aanpak vraagt dan het beheer van andere groenelementen. De beheervisie is in beginsel van toepassing op 18 gebiedjes die in eigendom zijn bij gemeente Nijmegen en zijn bestempeld als stadsbosje. De doelen die in dit plan zijn beschreven geven echter de integrale visie weer die de gemeente heeft op stadsbos. Het is dan ook niet uitgesloten dat in de toekomst de reikwijdte van de visie wordt uitgebreid naar meer stedelijke bosgebiedjes.
De beheervisie geeft in de eerste plaats richting aan het bosbeheer. Bos is in de regel een traag reagerend systeem en dat is voor stadsbosjes niet anders. Daarom zijn continuïteit en consequent gevolg geven aan gemaakte beheerkeuzes belangrijk. De visie op het beheer is dan ook bedoeld als richtlijn voor de lange termijn. De looptijd van dit plan is tien jaar. Na deze periode wordt op basis van een evaluatie bepaald of bijstelling van het beheer nodig is om de doelen voor de lange termijn te kunnen behalen.
1.4
AANPAK EN OPBOUW
Bij de totstandkoming van deze beheervisie is veelvuldig overleg geweest met diverse beheer- en beleidsmedewerkers van de gemeente Nijmegen, die vanuit hun eigen expertise en gebiedskennis waardevolle input hebben geleverd. Daarnaast is in elke fase van de planvorming contact gezocht met de belangrijkste gebruikersgroep van de stadsbosjes: de inwoners van Nijmegen. Tijdens meerdere contactmomenten hebben betrokkenen en geïnteresseerden inhoudelijk bijgedragen aan de verschillende thema’s die in de visie worden besproken. Deze betrokkenheid heeft een belangrijke rol gespeeld in de volledigheid en het integrale karakter van deze bosbeheervisie. De drie vragen die in de voorgaande paragraaf zijn gesteld worden in de beheervisie achtereenvolgens beantwoord. De vraag “wat is de huidige situatie?” komt aan bod in hoofdstuk 2 waarin achtereenvolgens de regelgeving, beleidscontext en de historie van de stadsbosjes worden toegelicht. Aansluitend wordt ingegaan op de vraag “wat willen we met de stadsbosjes?” Hiertoe wordt in hoofdstuk 3 op hoofdlijnen de toekomstvisie op de Nijmeegse stadsbosjes geformuleerd als stip aan de horizon. In het vierde hoofdstuk wordt deze visie verder uitgewerkt door het benoemen van concrete beheerdoelen.
De laatste vraag “hoe komen we van de huidige situatie naar de gewenste situatie?” wordt beantwoord door in hoofdstuk 5 maatregelen te beschrijven die in de stadsbosjes worden ingezet om de duurzame instandhouding en gewenste ontwikkeling van de bosjes te borgen. In hoofdstuk 6 wordt in beheerparagraaf per stadsbosje aangegeven hoe de maatregelen ingezet worden en met welke bijzonderheden en nuances daarbij rekening moet worden gehouden. In het laatste hoofdstuk komt tot slot de beheerplanning aan bod.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
9
Buiting Advies
Bosje bij de bioscoop
Spiegelbos Sprokkelbosje
Vrouwendaal Patersbos Florapark
Javabosje
Bosje van de baron Augustijnenbos
Rabattenbos
Limosbos
Goffert Pompekliniek Bosje van Vroom
Douglasbosje Uilenbosje
Schaapskooibosje Driehuizen
Afbeelding 2, de bovenliggende groenstructuren van het Natura 2000-netwerk en het Gelders Natuurnetwerk. Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
10
Buiting Advies
2
CONTEXT
2.1
REGELGEVING
Beheerkeuzes die in de komende beheerperiode gemaakt worden en maatregelen die daaruit voortvloeien moeten vanzelfsprekend tegemoetkomen aan de wettelijke bepalingen die daarop van toepassing zijn. Voor beheer van de stadsbosjes zijn twee onderwerpen in het bijzonder van belang. NATUURWETGEVING In het wild levende planten en dieren en hun leefgebieden zijn in Nederland wettelijk beschermd. Deze bescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming. De wet bepaalt dat voldoende zorg moet worden besteed aan instandhouding en bescherming van flora en fauna. Een aantal plant- en diersoorten geniet naast deze algemene bepaling specifieke bescherming. Afhankelijk van het beschermingsregime van een soort is het verboden deze opzettelijk te doden, vangen, storen of te vernielen, of diens rust- of verblijfplaats te beschadigen of te vernielen. Alle beheerkeuzes en maatregelen die in deze beheervisie worden voorgesteld, dienen zó voorbereid en uitgevoerd te worden dat de wettelijke bescherming van flora en fauna wordt gerespecteerd. VEILIGHEID Voortvloeiend uit de wettelijke zorgplicht (BW 6:162) draagt de eigenaar van bomen in beginsel de verantwoordelijkheid voor de veiligheid die met deze bomen samenhangt.
De gemeente, eigenaar van de stadsbosjes waarop deze beheervisie van toepassing is, dient dan ook alle (voorzorgs)maatregelen te treffen die redelijkerwijs mogelijk zijn om risicovolle situaties te voorkomen.
2.2
BELEID: EEN GROEN NETWERK
Dat onze groene buitenruimte op zichzelf én voor de mens van groot belang is, wordt onderschreven door het feit dat hierover tal van richtlijnen zijn opgesteld en afspraken zijn gemaakt van gemeentelijk tot Europees niveau. Het voor de stadsbosjes belangrijkste beleid wordt hieronder toegelicht. NATURA 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, waarin planten, dieren en hun natuurlijke leefomgeving worden beschermd met als doel de Europese biodiversiteit te behouden. Van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is het gebied Rijntakken voor Nijmegen het belangrijkste. Dit gebied, dat grote delen van het stroomgebied van de Waal omvat, loopt door Nijmegen en wordt daar alleen onderbroken tussen de Waalbrug en de spoorbrug. Geen van de stadsbosjes waarop deze visie van toepassing is ligt binnen het Natura 2000-gebied, maar enkele liggen wel in de directe nabijheid daarvan. Het ligt voor de hand dat daar met het bepalen van beheerdoelen aansluiting wordt gezocht bij de Natura 2000-ambities. GELDERS NATUURNETWERK Het Gelders Natuurnetwerk is een provinciale uitwerking van het landelijke Natuurnetwerk Nederland. Dit netwerk bestaat uit bestaande en nieuwe natuurgebieden en heeft tot doel natuurgebieden beter te verbinden, met elkaar én met het omliggende landschap.
Met uitzondering van het stroomgebied van de Waal, volgt het Gelders Natuurnetwerk grotendeels de oostelijke en zuidelijke contouren van de gemeente. Enkele groengebieden aan de rand van de gemeente, waaronder ook de twee stadsbosjes Driehuizerbos en Spiegelbos, behoren tot het natuurnetwerk (zie afbeelding 2).
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
11
Buiting Advies
Bosje bij de bioscoop
Spiegelbos Sprokkelbosje
Vrouwendaal Patersbos Florapark
Javabosje
Bosje van de baron Augustijnenbos
Rabattenbos
Limosbos
Goffert Pompekliniek Bosje van Vroom
Douglasbosje Uilenbosje
Schaapskooibosje Driehuizen
Afbeelding 3, de lokale groenstructuren waaronder de stedelijke groenstructuur (omgevingsvisie) en de hoofdbomenstructuur (bomenplan). Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
12
Buiting Advies
NIJMEGEN IN BEWEGING, OMGEVINGSVISIE 2020-2040 De Nijmeegse omgevingsvisie is één van de gemeentelijke instrumenten waarmee Nijmegen invulling geeft aan de Omgevingswet die op termijn meerdere wetten zal vervangen, waaronder de Wet natuurbescherming. In de omgevingsvisie zijn overkoepelende doelen vastgelegd die Nijmegen stelt ten aanzien van de kwaliteit en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving tot 2040. De omgevingsvisie biedt een kader en inspiratie voor initiatiefnemers in de stad en beschrijft hoe ontwikkelingen met de omgeving moeten worden afgestemd. Daarnaast biedt de visie een handvat voor de gemeente zelf door het samenhangend beschrijven van de Nijmeegse ambities en ondersteunt het burgemeester en wethouders en de gemeenteraad bij het geven van sturing aan ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen. In de omgevingsvisie zijn ambities en doelen samengevat in acht ruimtelijke keuzes. Eén daarvan is de expliciete keuze om Nijmegen verder te ontwikkelen tot groene, gezonde stad. Dit houdt in dat gestreefd wordt naar een aantrekkelijke omgeving in de nabijheid van iedere woning met water, natuur, ecologie en groene verbindingen die uitnodigt tot ontmoeten, spelen, bewegen en recreëren. De stadbosjes spelen daarin een belangrijke rol. Nijmegen hecht grote waarde aan haar rijke historie.
In de omgevingsvisie komt dat tot uiting in de ambitie oude landgoederen te versterken en meer tot hun recht te laten komen. Ook dit is van toepassing op de stadsbosjes, waarvan meerdere zijn ontstaan uit overblijfselen van landgoederen en beplantingen die in de loop der tijd in de stad zijn opgegaan. De ambities voor de groene, gezonde stad zijn onder meer verbeeld in de Omgevingsvisiekaart. Afbeelding 3 toont de lagen ‘stedelijke groenstructuur’ en ‘laanstructuur bij ruimtelijke dragers’ die onderdeel uitmaken van de omgevingsvisiekaart. Met uitzondering van het buiten de gemeentegrenzen gelegen Spiegelbos liggen alle stadsbosjes in deze groenstructuur. BOMENPLAN NIJMEGEN EN UITVOERINGSAGENDA BOMEN In 2021 trad het Bomenplan Nijmegen in werking als verdere uitwerking van de ambities die in de omgevingsvisie zijn verwoord. Specifiek geeft het bomenplan invulling aan ambities, opgaven en ruimtelijke keuzes op het vlak van bomen. Het bomenplan geeft richting aan een integrale ontwikkeling van de verschillende belangen en waarden die bomen voor Nijmegen vertegenwoordigen, waaronder het behoud van bomen en het versterken van de boomstructuur. In het bomenplan zijn drie thematische kaarten opgenomen: ‘statige lanen’, ´cultuurhistorische lanen en veldwegen’ en ‘ecologische verbindingszones’, die gezamenlijk de gewenste hoofdbomenstructuur vormen.
Deze nog niet vastgestelde structuur zal bij de eerstvolgende actualisatie van de omgevingsvisie worden opgenomen in een integrale kaart. Afbeelding 3 toont, zonder onderscheid tussen de drie categorieën, de fijnmazige gewenste hoofdbomenstructuur. De stadsbosjes vormen, als een spin in het web, duidelijke knooppunten in deze groene structuur. De Uitvoeringsagenda Bomen 2021-2025 vertaalt de doelen en ambities uit het bomenplan naar concrete maatregelen die tot realisatie van de ambities moeten leiden. De uitvoeringsagenda geeft inzicht in de planning, kosten en mandaten die horen bij de uitwerking en uitvoering van het Bomenplan.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
13
Buiting Advies
Bosje bij de bioscoop
Spiegelbos Sprokkelbosje
Vrouwendaal Patersbos Florapark
Javabosje
Bosje van de baron Augustijnenbos
Rabattenbos
Limosbos
Goffert Pompekliniek Bosje van Vroom
Douglasbosje Uilenbosje
Schaapskooibosje Driehuizen
Afbeelding 4, natuurparels in relatie tot de stadsbosjes Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
14
Buiting Advies
NATUURPARELS IN DE GEMEENTE NIJMEGEN Op basis van de aanwezigheid van specifieke plant- en diersoorten is bepaald welke groengebieden een bovengemiddeld belangrijke rol spelen in de natuurwaarden en biodiversiteit van Nijmegen. Hiervoor is een lijst samengesteld met specifieke plant- en diersoorten: de parelsoorten, superparelsoorten en bijzondere soorten. Dit onderzoek resulteerde in de natuurparelkaart waarop gebieden als natuurparel zijn aangeduid als daarin meer dan tien van deze soorten voorkomen. Kwamen vijf tot tien soorten van de lijst voor, was twijfel over de actualiteit van beschikbare data of over de binding van soorten met het gebied, dan is het gebied als ‘mogelijke natuurparel’ aangeduid. Daarnaast zijn ook stapstenen en corridors aangewezen die een rol spelen in de verbinding van de (mogelijke) natuurparels. De resultaten hiervan zijn weergegeven in de rapportage Natuurparels in de gemeente Nijmegen, gepubliceerd in 2020. Een groot deel van de stadbosjes is aangewezen als (mogelijke) natuurparel of stapsteen, als te zien in afbeelding 4. Voor enkele bosjes is dat niet het geval. Daarnaast is het goed te beseffen dat niet alle natuurparels bos betreffen. Ook andere terreintypen zijn omwille van hun ecologische betekenis op de natuurparelkaart opgenomen, maar vallen buiten de reikwijdte van deze beheervisie.
BIODIVERSITEITSPLAN NIJMEGEN (CONCEPT) Parallel aan deze beheervisie werd het Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen opgesteld in het kader van de actualisering van de omgevingsvisie en als reactie op de achteruitgang van de (stads)natuur. Het plan, nog in conceptfase, heeft tot doel de biodiversiteit te behouden en te versterken door bescherming van bestaande natuur én door kansen voor biodiversiteit te vergroten. Hiervoor wordt een gewenste hoofdgroenstructuur aangewezen en worden specifieke maatregelen benoemd. De hoofdgroenstructuur omvat zowel de natuurparels als bestaande en nog te ontwikkelen ecologische verbindingen daartussen. Deze structuur is niet alleen belangrijk voor bescherming van natuurwaarden, maar is ook een belangrijke identiteitsdrager voor Nijmegen en houdt daarmee verband met het Bomenplan Nijmegen (hoofdbomenstructuur) en de cultuurhistorische waardenkaart. BELEIDSNOTA OPENBARE RUIMTE 2013-2023 GEEF ZE DE OPENBARE RUIMTE! De beleidsnota openbare ruimte 2013-2023 met de titel ‘Geef ze de openbare ruimte!’ vormt het kader voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte in Nijmegen. Het borduurt voort op de successen van het oude beleid en geeft antwoord op ontwikkelingen als actief burgerschap, kostenbewustzijn, duurzaamheid en een terugtredende overheid.
Centraal in dit beleid staat het ruimte geven aan bewoners en ondernemers om de eigen verantwoordelijkheid te nemen bij het beheer van de openbare ruimte. Maar ook ruimte voor aannemers om gemeentelijke taken deels over te nemen en ruimte voor maatwerk bij het kiezen van onderhoudsniveaus. En tot slot ruimte voor (klein)kinderen door een duurzamere inrichting en beheer van de openbare ruimte. Het beleid steunt op vier pijlers. Bij ‘gedifferentieerd beheer’ hebben gebruikerswensen vergaande invloed op de uitvoering van beheer en onderhoud. De pijler ‘participatie’ richt zich op burgers door hen actief mee te laten doen in het onderhouden van de openbare ruimte en daarin zelf initiatieven te ontplooien. Bij ‘Integraal werken’ is sprake van een herijkte relatie tussen overheid, instellingen en bedrijven waarin de gemeente zich concentreert op de regiefunctie en zich terugtrekt uit de uitvoering waar instellingen en bedrijven dat net zo goed of beter kunnen. Ondersteunen van actief burgerschap en arbeidsparticipatie zijn belangrijke onderdelen van deze pijler. Bij de laatste pijler ‘duurzaam beheer’ neemt de gemeente een actieve rol in het nastreven van onder meer duurzaam beheer en onderhoud van de openbare ruimte.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
15
Buiting Advies
Afbeelding 5, positie van de gemeentelijke stadsbosjes, geprojecteerd op de historische kaart uit 1925. Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
16
Buiting Advies
2.3
POSITIE VAN DE NIJMEEGSE STADSBOSJES
Hoewel het merendeel van de Nijmeegse stadsbosjes deels of zelfs volledig wordt omgeven door bebouwing, staat geen van de bosjes op zichzelf. Ze zijn een integraal onderdeel van het fijnmazige netwerk van stedelijke groenstructuren en vormen daarin belangrijke knooppunten, zoals afbeelding 3 laat zien. Voor veel plant- en diersoorten die het groene netwerk gebruiken om zich door de stad te verplaatsen, vormen de stadsbosjes belangrijke stapstenen waar zij op adem kunnen komen en kunnen foerageren. Aan een flink deel van deze soorten bieden de stadsbosjes zelfs een geschikte permanente verblijf- en voortplantingsplaats. Voor bewoners van Nijmegen vervullen de stadsbosjes een vergelijkbare functie. Waar de groene structuren herkenbare en aangename lijnen vormen om zich door de stad te verplaatsen, gebruiken veel Nijmegenaren de stadsbosjes om de drukte van de stad voor een moment te ontvluchten en even op adem te komen tijdens een korte wandeling, een rondje met de hond of om op een warme zomerdag in de schaduw te zitten.
2.4
HISTORIE
De geschiedenis van Nijmegen gaat ver terug in de tijd. Echter sinds de ontmanteling van de vestingwerken, na het actief worden van de Vestingwet in 1874, maakte Nijmegen een explosieve groei door. In die periode werden ook de grote Nijmeegse lanen aangelegd, gevolgd door de realisatie van onder andere de wijken Bottendaal (1895-1900), Galgenveld en Hengstdal (rond 1920), Groenewoud (rond 1925) en Altrade (schilders- en componistenbuurt, ca 1930). Waar de stad voor die periode nauwelijks verder reikte dan het huidige stadscentrum, omvat de stad nu veel grond die destijds tot het landelijk gebied behoorde. Bijzonder is dat een deel van de stadbosjes toen al bestond. Waar ze nu zijn opgenomen in de stad, waren het honderd jaar geleden en soms zelfs nog ver daarvoor landschappelijke beplantingen (bijvoorbeeld het Rabattenbosje), waren onderdeel van een landgoed (zoals het Douglasbosje) of maakte deel uit van een gebouwencomplex (zoals het Patersbos). Hoewel dit lang niet altijd meer herkenbaar is, hebben deze bosjes een directe link met het Nijmegen van vroegere tijden. Ze dragen daarmee bij aan het verhaal over de stadsontwikkeling en de cultuurhistorie van Nijmegen.
Afbeelding 6, voorbeeld van historische ontwikkeling: het huidige Goffertpark dat in 1920 (links) tot het landelijk gebied hoorde tussen Nijmegen en het toenmalige gehucht Hatert en in 2020 (rechts) als park geheel omsloten wordt door de stad. Er is in die tijd veel veranderd, maar wie goed kijkt ziet ook de overeenkomsten tussen beide beelden.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
17
Buiting Advies
Het is niet met zekerheid te zeggen of en zo ja welke ingrijpende maatregelen in het verleden zijn uitgevoerd in de oudere bosjes. Toch is de kans groot dat juist hier oude, relatief ongestoorde groeiplaatsen kunnen worden gevonden. Waar dat het geval is kan dat een positief effect hebben op de ecologische kwaliteit of ecologische potenties van het bos. Een ander deel van de stadsbosjes is daarentegen van meer recente datum; bijvoorbeeld het Spiegelbos of het Bosje bij de bioscoop. Deze bosjes maken deel uit van een nieuwe ontwikkelingsfase van Nijmegen. Dit is zichtbaar in de inrichting van de bosjes en in de leeftijdsfase waarin begroeiing zich bevindt. Een andere ontwikkeling die in de stadsbosjes kan worden waargenomen ligt op het vlak van instandhouding en beheer. Met het uitgroeien en verdichten van de stad hebben bewoners zich ook meer en sterker uitgesproken over de waarde die de vaak bijzondere stadsbosjes vertegenwoordigen voor de stad. Dit heeft geresulteerd in een grote betrokkenheid van bewoners bij het wel en wee van de stadsbosjes. Voor een aantal van de stadsbosjes geldt zelfs dat zij vandaag de dag alleen nog bestaan omdat omwonenden zich daar in het verleden voor hebben hard gemaakt. In het merendeel van de stadsbosjes zijn door de jaren heen bewoners betrokken geraakt bij de uitvoering van dagelijkse beheer- en onderhoudsmaatregelen.
Daarmee leveren zij een waardevolle aanvulling op de beheerinspanningen die de gemeente levert voor de instandhouding van de stadsbosjes.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
18
Buiting Advies
3
BEHEERVISIE: STIP AAN DE HORIZON
In dit hoofdstuk wordt het toekomstbeeld geschetst van de stadsbosjes; de stip aan de horizon. De onderwerpen die deze visie beschrijft, gelden in beginsel voor alle Nijmeegse stadbosjes. ‘In beginsel’, want in de praktijk zijn geen twee stadsbosjes gelijk en moeten per bosje genuanceerde afwegingen worden gemaakt. De integrale beheervisie is geformuleerd aan de hand van drie thema’s: ‘gebruik en beleving’, ‘biodiversiteit’ en ‘leefbare stad’. Onderstaand worden de drie thema’s besproken. Een vertaling naar concrete beheerdoelen komt in het volgende hoofdstuk aan bod.
3.1
GEBRUIK EN BELEVING
De stadsbosjes worden intensief gebruikt door bewoners uit de wijk en door bezoekers van verder. Ze spelen ook een rol in het straatbeeld, in de beleving van omwonenden en van passanten. Het intensieve gebruik geeft aan hoe belangrijk de stadsbosjes zijn voor de stad en haar inwoners en onderschrijft de noodzaak tot het behoud ervan. DOELGROEPEN EN GEBRUIKSVORMEN De stadsbosjes staan voor iedereen ter beschikking die daar op gepaste wijze gebruik van wil maken, van spelende kinderen tot ouderen en van minder validen tot actieve sporters. Gepast gebruik omvat alle gebruiksvormen die niet leiden tot schade, vervuiling of verstoring van het bos of overlast voor omwonenden en andere bosbezoekers. Kortom: de stadbosjes maken deel uit van een inclusieve samenleving. Voor exclusief gebruik voor specifieke doelgroepen is in de Nijmeegse stadsbosjes geen ruimte. Specifieke omstandigheden kunnen aanleiding vormen tot het formuleren van aanvullende gebruiksrichtlijnen voor individuele stadsbosjes. Voor velen vormen de stadsbosjes ook een sociale ontmoetingsplek. Doel is om van honderden speelplekken in de stad over te stappen naar circa 100 grotere, groene, sociale ontmoetingsplekken. Mogelijk zullen enkele van deze plekken ook in de nabijheid van stadsbosjes worden ontwikkeld.
BELEVINGSWAARDE De bosjes worden veelal bezocht om de versteende en drukke omgeving van de stad te verruilen voor een groene omgeving waarin ruimte is voor rust, verrassing en verwondering. Behouden en verhogen van de belevingskwaliteit is dan ook een belangrijk doel in het beheer. Daarbij is aandacht voor de esthetische kwaliteit van de bosjes, de beleving van wilde flora en fauna, de zichtbaarheid van cultuurhistorie en voor het dempen van de stedelijke drukte rondom het groen. PARTICIPATIE In diverse stadsbosjes worden beheer- en onderhoudsmaatregelen uitgevoerd door enthousiaste omwonenden, veelal georganiseerd in een werkgroep. We omarmen deze betrokkenheid en geven deze samenwerking dan ook een vaste plek in het bosbeheer. De samenwerking tussen gemeente en vrijwilligers wordt geoptimaliseerd door duidelijke afspraken te maken over de vorm waarin participerend beheer plaatsvindt, over de verantwoordelijkheden van betrokken partijen en over de doelen die in het beheer worden nagestreefd. Voor dit laatste vormen de koers die met voorliggende beheervisie is uitgezet en de uitwerking daarvan in concrete doelen de basis.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
19
Buiting Advies
EDUCATIE Kennis van groen maakt mensen bewuster van de waarde van de stadsbosjes en vergroot de betrokkenheid. We benutten daarom de educatieve kansen die de stadsbosjes te bieden hebben door middel van informatievoorziening op locatie, maar ook door het bieden van ruimte aan educatieve activiteiten. Organisaties als IVN, de Bastei en Struin, maar zeker ook de betrokken werkgroepen worden van harte uitgenodigd excursies of andere educatieve activiteiten te ontplooien in de stadsbosjes die bijdragen aan het vergroten van de groene kennis van Nijmegenaren, van jong tot oud.
3.2
BIODIVERSITEIT
De biodiversiteit in ons land staat onder druk en we moeten alle zeilen bijzetten om de achteruitgang te stoppen en herstel mogelijk te maken. In de stad spelen de stadsbosjes daarin een belangrijk rol, als leefgebied voor flora en fauna en als knooppunten in de groenstructuur die andere leefgebieden verbindt. We zetten daarom sterk in op behoud en versterking van de ecologische kwaliteit van de stadsbosjes zodat deze een optimale bijdrage kunnen leveren aan de stedelijke biodiversiteit. In dit streven wordt een hoge prioriteit gegeven aan populaties van beschermde en bijzondere soorten, als beschreven in het rapport Natuurparels in de gemeente Nijmegen. Naar mate mensen minder in aanraking komen met natuur, neemt de waarde die zij daaraan hechten af (‘extinction of experience’). Andersom vergroot zichtbaarheid van flora en fauna het draagvlak voor behoud van onze biodiversiteit. Die zichtbaarheid is in de stadsbosjes dan ook een belangrijk aandachtspunt en onderstreept het belang van educatie als beschreven in voorgaande paragraaf. NATUURLIJKHEID In een stedelijke omgeving waarin elke vierkante meter door de mens is ingericht, zijn stadsbosjes bij uitstek plaatsen waar ruimte is voor spontaniteit en natuurlijkheid. Het beheer van de stadsbosjes richt zich daarom primair op het creëren van de juiste condities die nodig zijn voor de gewenste ontwikkelingen in het bos.
Er wordt daarbij zo veel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke processen om aan die ontwikkeling invulling te geven. Pas wanneer deze aanpak niet tot de gewenste resultaten leidt, bijvoorbeeld wanneer aanwezige beschermde of bijzondere flora en fauna onvoldoende kan worden geborgd, worden aanvullende maatregelen getroffen. Hierin onderscheiden stadsbosjes zich van parken, waarin het groen is ontworpen en naar dat ontwerp worden beheerd. DUURZAME INSTANDHOUDING EN DUURZAAM BEHEER Duurzame instandhouding van de bosjes én van de daaraan verbonden biodiversiteit is een van de belangrijkste doelen in de beheervisie. Daarvoor is een gezonde begroeiing met een lange toekomstverwachting cruciaal. Maar duurzaamheid heeft niet alleen betrekking op langdurig behoud van het bos. Het gaat ook over behoud met middelen die een zo klein mogelijke impact hebben op de leefomgeving voor mens, dier en plant. Dit streven begint bij het sturen op stadsbosjes met een beperkte beheernoodzaak en bij het benutten van het zelf regenererende vermogen van de bosjes. RELATIE BIODIVERSITEIT EN GEBRUIK Vanuit de biodiversiteit en het bosgebruik worden doelen gesteld die soms wel, maar soms ook niet met elkaar in lijn liggen. Intensief gebruik van het bos kan immers leiden tot verstoring van flora en fauna.
Omdat we de mogelijkheid om in het groen te verblijven en natuur te beleven van grote waarde achten, wordt geen beperking opgelegd aan het gebruik van de bosjes als beschreven in paragraaf 3.1. Er worden geen stadsbosjes of delen daarvan afgesloten voor publiek. Om toch voldoende zorg te kunnen besteden aan bijzondere, beschermde en kwetsbare flora en fauna, wordt per stadsbosje bepaald of aanwezige flora en fauna aanleiding geeft tot aanpassing van het stelsel van officiële paden en olifantenpaadjes. Met gerichte informatievoorziening dragen we daarnaast bij aan de bewustwording van flora en fauna bij bosbezoekers.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
20
Buiting Advies
3.3
LEEFBARE STAD
Net als andere steden heeft ook Nijmegen te kampen met typisch stedelijke problematiek, zoals hittestress, neerslagpieken en luchtkwaliteit. De groene inrichting van de stad, waaronder de stadsbosjes, vormt een belangrijke schakel in het pakket aan oplossingen daarvoor. Groen zorgt voor verkoeling, dempt overmatig licht en geluid en laat hemelwater infiltreren in de bodem. Dergelijke functies van groen noemen we ecosysteemdiensten. Ook de stadsbosjes leveren ecosysteemdiensten, aan omwonenden en aan de stad in het algemeen. Ze zijn daarmee belangrijk voor een gezond woonen werkklimaat. ROL VAN DE STADBOSJES De stadsbosjes leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheidsthema’s van Nijmegen. Zo zorgen schaduw en verdamping voor een lagere temperatuur dan in de omringende versteende omgeving. Ook heeft onderzoek1 uitgewezen dat het horen van natuurlijke geluiden storende geluiden kan maskeren. Dit effect, waarin vooral vogels een rol spelen, wordt versterkt wanneer de bron van het verstorende geluid, zoals een drukke weg, door een groene visuele barrière wordt afgeschermd. En doordat hemelwater in de stadsbosjes vrij in de bodem kan infiltreren, wordt een buffer opgebouwd voor drogere tijden en worden de effecten van neerslagpieken afgevlakt. De bijdrage die stadsbosjes leveren aan het leefklimaat, kan nog verder worden geoptimaliseerd.
Echter, de leefbaarheid van de stad moet worden gedragen door de hele stad. De problematiek die daarbij een rol speelt wentelen we dan ook niet ongelimiteerd af op de stadsbosjes. De mogelijkheden die stadsbosjes hierin bieden worden benut, maar niet voorbij het punt waarop concessies gedaan moeten worden aan de ecologische kwaliteit en gebruikswaarde van de bosjes. KLIMAATADAPTIVITEIT Afgeleid van het doel de stadsbosjes duurzaam in stand te houden, streven we ook naar stadsbosjes die bestand zijn tegen veranderende klimatologische omstandigheden. Diverse boom- en struiksoorten zijn gevoelig voor langdurige droge en warme perioden, terwijl andere soorten zich onder die omstandigheden goed kunnen handhaven. Uitval van bomen en struiken beschouwen we als een natuurlijk proces waaraan bos onderhevig is, maar mag er niet toe leiden dat de instandhouding van de stadsbosjes in het geding komt of functievervulling ervan sterk afneemt. Zorgen voor toekomstbestendige stadsbosjes heeft dan ook een hoge prioriteit.
1
Bijvoorbeeld Goossen et al., 2007 en Irvine et al., 2009.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
21
Buiting Advies
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
22
Buiting Advies
4
BEHEERDOELEN
De beheervisie, beschreven in het voorgaande hoofdstuk geeft op hoofdlijnen de richting aan voor het bosbeheer. Onderstaand wordt de visie vertaald naar meer concrete beheerdoelen die voor de komende beheerperiode leidend zijn in te maken beheerkeuzes en uit te voeren beheermaatregelen.
4.1
ALGEMENE BEHEERDOELEN EN RANDVOORWAARDEN
Voordat beheerdoelen op de drie hoofdthema’s aan bod komen, worden onderstaand enkele algemene doelen en randvoorwaarden beschreven die in alle gevallen van toepassing zijn. BEHEER EN VEILIGHEID In algemene zin moet het bos veilig zijn voor omwonenden, bezoekers en passanten. Hiervoor gelden de volgende beheerdoelstellingen: ▪ Tijdens een periodieke boomveiligheidscontrole worden bomen aan wegen en paden, boven achtertuinen en op andere relevante locaties periodiek gecontroleerd op zichtbare mechanische en biologische gebreken. Indien daaruit aanleiding blijkt worden passende maatregelen getroffen; ▪ We accepteren dat bomen op termijn het einde van hun natuurlijke levenscyclus bereiken en dat dit betekent dat zij op een zeker moment niet langer in het bos gehandhaafd kunnen worden. Ook calamiteiten kunnen hiertoe aanleiding geven. Dergelijke bomen worden geveld waarmee ruimte gegeven wordt aan een nieuwe generatie bomen. Beheermaatregelen gericht op het uitstel van dit moment, zoals snoeien, kandelaberen, toppen, of vergelijkbare ingrepen worden in beginsel niet getroffen bij bosbomen aangezien dit tegen de natuurlijke processen ingaat en vertraging oplevert in de ontwikkeling van de nieuwe generatie bomen die in het kader van duurzame instandhouding van het bos als geheel noodzakelijk is.
Bovendien gaan dergelijke maatregelen gepaard met hoge kosten die beter kunnen worden ingezet voor het aanplanten van nieuwe bomen of bescherming van kwetsbare natuur. Een uitzondering op dit uitgangspunt geldt voor bomen met een zeer hoge (cultuur)historische of ecologische waarde en waarbij bovendien geldt dat de maatregelen met redelijke zekerheid leiden tot een significante verlenging van de levensduur van de boom (ten minste 10jaar) zonder dat daarbij regelmatige herhaling van maatregelen nodig is. ZORGPLICHT NATUURBESCHERMING Bij alle beheerkeuzes en beheermaatregelen wordt de zorgplicht in acht genomen die geldt voor de bescherming van de Nederlandse natuur. Dit betekent dat beschermde soorten en hun beschermde rust- en verblijfplaatsen niet worden beschadigd of verstoord en kwetsbare en bijzondere soorten zo veel mogelijk worden ontzien. Hiervoor wordt gewerkt volgens de gedragscode soortbescherming gemeenten of een speciaal voor dit doel opgesteld werkprotocol en zorgt de gemeente dat zij voldoende op de hoogte is van de aanwezigheid van relevante plant- en diersoorten en hun vaste rusten verblijfplaatsen. Aanvullend wordt bij uitvoering van beheermaatregelen steeds in overweging genomen of daarmee ook actief kan worden bijgedragen aan het verbeteren van de kwaliteit of omvang van het leefgebied van deze plant- en diersoorten.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
23
Buiting Advies
DUURZAAM BEHEER Duurzame instandhouding van het bos is in het beheer vanzelfsprekend, maar we vinden het belangrijk dat dit ook doorwerkt in de concrete uitvoering van het bosbeheer. In dat kader zijn de volgende beheerdoelen van toepassing: ▪ Onnodige ingrepen in het bos of aan individuele bomen worden voorkomen; ▪ Aanvullend op het voorgaande punt wordt actief gestuurd op een bos dat met een beperkte beheerinspanning toe kan. Hiermee wordt verstoring van vegetatie en de daarin levende planten en dieren tot een minimum beperkt en wordt verdichting en andere verstoring van de bosbodem zo veel mogelijk voorkomen, wat niet alleen, maar wel vooral op oude groeiplaatsen belangrijk is. Ook wordt op deze manier onnodige uitstoot van onder meer CO2 dat vrijkomt bij uitvoering van beheermaatregelen voorkomen zodat het bos per saldo een positieve bijdrage aan onze leefomgeving blijft leveren; ▪ Het doel duurzame instandhouding geldt voor de lange termijn. Dit kan betekenen dat maatregelen getroffen kunnen worden die op de korte termijn ingrijpend kunnen zijn. Een voorbeeld hiervan is een dunning waarbij het bosbeeld op de korte termijn kan veranderen, maar voor de lange termijn nodig kan zijn om stabiliteitsproblemen te voorkomen of de ecologische kwaliteit en schoonheid van het bos te kunnen behouden. STADSBOSBEHEER IS MAATWERK Beheer van stadsbosjes vraagt om een specifieke aanpak.
Een aanpak die anders is dan beheer van een park, plantsoen of tuin, maar ook anders dan beheer van grootschalige bossen in het landelijk gebied. Meer dan in parken, plantsoenen en tuinen ligt de nadruk in stadbosjes op het groengebied als geheel, terwijl specifieke locaties en individuele bomen daaraan ondergeschikt zijn. Tegelijkertijd wordt in stadsbosjes veel meer aandacht besteed aan de gebruiksfuncties en de beleving van het groen dan in landelijk gelegen bossen en moet worden geanticipeerd op allerlei factoren die typisch zijn voor de stedelijke omgeving. Daar staat tegenover dat het oogsten van bosproducten in stadsbosjes geen enkele rol speelt. Kortom, beheer van stadsbosjes vraagt om een aanpak die past bij de schaal, de ligging en het gebruik van het groen en daarnaast ook voldoende ruimte laat voor nuances in elk van de afzonderlijke stadsbosjes.
4.2
BEHEERDOELEN VOOR GEBRUIK EN BELEVING
Bos is voor iedereen waardevol. We willen dan ook dat zo veel mogelijk mensen en doelgroepen in staat zijn daarvan de voordelen te ervaren. Tegelijkertijd is het belangrijk dat het gebruik van de stadsbosjes er niet toe leidt dat andere belangen en waarden in het geding komen. Gebruik van het bos moet daarom in de juiste banen worden geleid. Hiervoor zijn beheerdoelen opgesteld. GEBRUIKSVORMEN EN TOEGANKELIJKHEID Voor gebruikersgroepen en gebruiksvormen gelden de volgende richtlijnen: ▪ In de stadsbosjes zijn voetgangers welkom om te wandelen, te sporten of te spelen; ▪ Gemotoriseerde voertuigen zijn in stadbosjes niet welkom, met uitzondering van voertuigen die nodig zijn voor het uitvoeren van beheermaatregelen en met uitzondering van elektrische voertuigen bedoeld als hulpmiddel voor mindervaliden; ▪ Het maken van vuur of barbecueën in het bos beschouwen we als risicovolle en overlast gevende activiteit en is dan ook niet toegestaan; ▪ Kleinschalig georganiseerde activiteiten zoals sport en kinderfeestjes verwelkomen we graag in het bos, hoewel daarvoor geen specifieke beheermaatregelen of voorzieningen worden aangelegd. Voor grootschalige, vergunningsplichtige activiteiten geldt dat per activiteit en per stadsbosje vooraf getoetst wordt of het stadsbosje daarvoor voldoende draagkrachtig is.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
24
Buiting Advies
Verder gelden voor het gebruik van de stadsbosjes de volgende beheerdoelen: ▪ Gebruik van het bos is in beginsel alleen toegestaan op de daarvoor bedoelde paden. Voor de stadsbosjes waarop dat van toepassing is kunnen ook open plekken en grasveldjes als gebruiksruimte worden beschouwd; ▪ We moedigen kinderen aan te spelen in het bos, ook al weten we dat daarmee veelal de paden worden verlaten. In hoeverre dit wordt toegestaan moet per bosje worden bepaald op basis van de omvang, draagkracht en kwetsbaarheid van het bos, de lokale behoefte aan dergelijk gebruik en eventuele ervaringen die daarmee in het verleden zijn opgedaan. Daarbij kan ook worden bepaald of een specifiek deel van het bos ter beschikking wordt gesteld voor dit doel en mogelijk zelfs gefaciliteerd door het zorgen voor voldoende dode takken en stammen; ▪ Afgezien van het bovenstaande wordt geen zonering aangebracht in het gebruik. Er worden geen rustgebieden aangewezen of om andere redenen delen van de bosjes afgeschermd voor bezoekers.
Wel kan per bosgebied worden onderzocht of aanpassing van het padennetwerk noodzakelijk is voor het ontzien van kwetsbare delen of groeiplaatsen van beschermde soorten; ▪ In de stadsbosjes zijn honden welkom, onder voorwaarde dat wordt voldaan aan de aanlijnplicht en opruimplicht, zodat het bos ook voor niet hondenbezitters, spelende kinderen en in het wild levende flora en fauna een schone, prettige en veilige omgeving blijft. Vermelding van deze regels op een informatiebord, het voorzien in voldoende afvalbakken voor hondenzakjes (ten minste één per bosje, waar nodig meer) samen met voldoende handhaving bevordert het naleven hiervan. VOORZIENINGEN Met het oog op het natuurlijke, groene karakter wordt het voorzieningenniveau in de stadsbosjes laag gehouden. Om de bosjes voor een breed publiek toegankelijk te houden en gebruik te kunnen reguleren is een beperkt aantal voorzieningen echter noodzakelijk. Ten aanzien van de paden gelden de volgende beheerdoelen: ▪ Instandhouding van het bestaande, ontworpen padennetwerk is het uitgangspunt. Alleen wanneer daarmee beschermde soorten en kwetsbare terreindelen onvoldoende kunnen worden ontzien of een intensief padennetwerk zorgt voor overmatig gebruik van een bosje, wordt overwogen het padennetwerk aan te passen en af te stemmen op de draagkracht van het bos; ▪ Niet officiële paden (olifantenpaadjes) zijn niet wenselijk.
Bestaande olifantenpaadjes worden waar nodig afgesloten met beplanting en eventueel takkenrillen. Het ontstaan van nieuwe olifantenpaadjes wordt middels gerichte beheermaateregelen zo goed mogelijk voorkomen; ▪ Bospaden zijn bij voorkeur onverhard. In het kader van een inclusieve maatschappij stellen we als belangrijk doel dat het bos ook voor mindervaliden toegankelijk zou moeten zijn. Waar nodig kan in dat kader worden besloten een deel van de paden te voorzien van een (half)verharding; Voor overige voorzieningen in het bos gelden de volgende beheerdoelen: ▪ In en eventueel rond het bos is een beperkt aantal zitbankjes wenselijk. Het gewenste aantal, de locatie en de vormgeving daarvan worden per stadsbosje bepaald; ▪ Overige voorzieningen zoals vuilnisbakken en hondenafvalbakken, bebording en verkeersregulerende afsluitingen worden bij voorkeur aan de buitenzijde van het bos geplaatst, bij de belangrijkste toegangspunten; ▪ Voorzieningen worden onderhoudsarm en vandalismebestendig uitgevoerd. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van hernieuwbaar, herbruikbaar of afbreekbaar materiaal, zoals onbehandeld hout van kastanje of robinia. Materialen die schadelijke stoffen afgeven aan de bosbodem zijn zeer ongewenst. Kan aan deze voorwaarden worden voldaan met materiaal uit het bos zelf, zoals stammen van gevelde bomen, dan heeft dat de voorkeur.
Dergelijke ideeën kunnen in samenspraak tussen de gemeente en actieve boswerkgroepen worden vormgegeven; ▪ Effect van kunstlicht in het bos wordt tot een minimum beperkt. In het bos worden geen lichtbronnen geplaatst. Straatverlichting rondom het bos wordt bij voorkeur zo vormgegeven dat uitstralend licht naar boven of naar het bos wordt voorkomen. Zo mogelijk worden lichtbronnen gebruikt met een vleermuisvriendelijke lichtkleur.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
25
Buiting Advies
BELEVINGSWAARDE ▪ De herkenbaarheid van de stadsbosjes speelt een rol in de beleving. Met duidelijke bordjes waarop de naam van het bosgebied is aangegeven en een overzichtelijk informatiebord met gebiedsinformatie bij de hoofdentreepunten van elk stadsbosjes wordt de herkenbaarheid vergroot; ▪ De meeste stadsbosjes hebben een duidelijke eigen identiteit. Deze hangt bijvoorbeeld samen met de ligging en groeiplaats, met de ontstaansgeschiedenis of met nog aanwezige elementen of structuren die daaraan herinneren. De identiteit is vaak een belangrijke drager van de beleving van het bos. Het beheer richt zich dan ook op behoud en waar mogelijk versterking van kenmerken die het bos zijn eigen identiteit geven; ▪ De belevingswaarde van bos hangt niet zelden samen met details. Om die reden is in het beheer voldoende aandacht voor markante en dikke bomen, bloeiende boom- en struiksoorten, soorten die eetbare vruchten produceren en de zichtbaarheid van seizoenskenmerken, zoals herfstverkleuring en variatie in bladverliezende en wintergroene soorten; ▪ De beleving van en in het bos is mede hoog doordat daar de stedelijke omgeving voor een moment aan het zicht wordt onttrokken.
Ten minste een deel van de bosranden wordt om die reden voldoende dicht gehouden (met name middels een goed ontwikkelde struiklaag) om de invloeden vanuit de stad te dempen; ▪ Bij de belevingskwaliteit van de stadsbosjes speelt ook sociale veiligheid een rol. In dat kader wordt gezorgd voor voldoende openheid en overzicht in het bos, met name direct aan de paden, om bezoekers zich veilig te laten voelen en sociale controle mogelijk te maken; ▪ De stadsbosjes leveren niet alleen voor bosbezoekers, maar ook voor omwonenden en passanten een bijdrage aan de beleving van de stad. Om die reden wordt voldoende aandacht besteed aan de beeldkwaliteit van de buitenranden van het bos. Een goed verzorgde bosrand met markante bomen, bloeiende struiken en doorkijkjes in het bos zorgen voor een sterke visuele connectie tussen het bos en de omgeving; ▪ Vervuiling en verstoring van het bos doen afbreuk aan de belevingswaarde ervan. Naast zwerfafval geldt dit ook voor tuinafval dat vanuit omringende tuinen in het bos wordt gestort. Behalve het feit dat dit niet is toegestaan en een onprettig aanblik oplevert, leidt dit afval in de meeste gevallen tot verruiging van de vegetatie, doorgaans met brandnetels en bramen. Bovendien vestigen en verspreiden zich via deze weg regelmatig typische tuinsoorten in het bos, wat ten koste gaat van de gewenste bosflora.
Ook hondenafval leidt niet zelden tot verruiging van de bosvegetatie. Dergelijke vormen van vervuiling en verstoring worden voorkomen. Vergroten van de bewustwording van de gevolgen hiervan onder bosbezoekers is daarvoor een belangrijk instrument. EDUCATIE Kennis over het bos draagt bij aan de mate waarin omwonenden en bezoekers zich daarbij betrokken voelen. Ook zorgt dit voor draagvlak voor de beheerwerkzaamheden die daarin door gemeente en werkgroepen worden uitgevoerd. De volgende beheerdoelen zijn daarom gesteld: ▪ In elk bos is bij ten minste één toegangspunt een informatiebord aanwezig waarop bezoekers kunnen lezen over bijzondere kenmerken van het bos, markante soorten die daarin leven, eventueel de ontstaansgeschiedenis van het bos en andere locatiespecifieke informatie; ▪ Op het informatiebord worden bezoekers op aansprekende wijze (bijvoorbeeld door het benoemen van herkenbare soorten) ervan bewust gemaakt dat vogels gedurende het broedseizoen extra gevoelig zijn voor verstoring en worden aanwijzingen gegeven over de wijze waarop daarmee rekening kan worden gehouden; ▪ In die bosjes waar daaraan behoefte is, kan voor de actieve werkgroepen en omwonenden in overleg een wandeling worden georganiseerd met de beheerder of boswachter om uitleg te geven over uitgevoerde of nog uit te voeren beheermaatregelen.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
26
Buiting Advies
4.3
BEHEERDOELEN VOOR BIODIVERSITEIT EN DUURZAAMHEID
Stadsbosjes spelen als onderdeel van de Nijmeegse groenstructuur een belangrijke rol in het beschermen en versterken van de biodiversiteit. Om deze rol optimaal te kunnen vervullen zijn daarvoor beheerdoelstellingen geformuleerd. SOORTENSAMENSTELLING ▪ Voor duurzame instandhouding van het bos en het optimaliseren van de biodiversiteit daarin is het van belang dat het bos bestaat uit soorten die daar gezond oud kunnen worden en hun natuurlijke levenscyclus kunnen doorlopen. In de regel zijn dit die soorten die van nature op deze plek voorkomen (afhankelijk van de groeiplaatseigenschappen). We richten ons in het beheer daarom op de ontwikkeling van een begroeiing die in de toekomst voor ten minste 80% bestaat uit inheemse bomen en struiken die passen bij de groeiplaatseigenschappen van de locatie. Het soortenbestand vormt daarmee een goede afspiegeling van de groeiplaats. Per stadsbosje wordt door de beheerder bepaald in hoeverre dit doel haalbaar is, maar ook in hoeverre de lat nog hoger gelegd kan worden; ▪ Het aandeel niet-inheemse bomen bestaat bij voorkeur zo veel mogelijk uit boomsoorten die van nature voorkomen in Zuid- en Oost Europa en waarvan het natuurlijke verspreidingsgebied als gevolg van klimaatverandering geleidelijk in de richting van ons land opschuift; ▪ We stellen tot doel alle bos te behouden als of om te vormen tot gemengd bos.
Onder gemengd bos verstaan we bos waarin de meest voorkomende boomsoort een aandeel van maximaal 80% van de oppervlakte beslaat. Het overige aandeel bestaat uit één of liefst meerdere mengboomsoorten; ▪ Van bovengenoemd percentage kan worden afgeweken wanneer de aanwezigheid van nietinheemse soorten samenhangt met de historie van het bos of wanneer op basis van de plaatselijke groeiplaatsomstandigheden onvoldoende inheemse boomsoorten beschikbaar zijn voor een gevarieerd bos met een hoge belevingswaarde; ▪ Bij de aanleg van nieuwe bosjes wordt gestreefd naar een zo groot mogelijk aandeel inheemse boomsoorten; ▪ Op markante punten direct aan bospaden en in de bosranden aan doorgaande wegen gaat de voorkeur uit naar boom- en struiksoorten met een opvallende bloeiwijze, vrucht- of zaadvorm, naar soorten met een opvallende groeivorm of herfstverkleuring en naar soorten die eetbare vruchten produceren; ▪ De richtlijnen ten aanzien van de soortensamenstelling vormen op zichzelf geen aanleiding tot het actief verwijderen van bomen of struiken. Wel vormt dit de basis waarop bij bijvoorbeeld dunningen en aanplant van nieuwe bomen en struiken bepaald wordt welke soorten worden bevoordeeld en met welke soorten wordt ingeplant; ▪ Een aantal plant- en diersoorten zijn ongeacht de groeiplaats in alle gevallen ongewenst.
Doel is deze soorten in alle gevallen te weren uit de stadbosjes en, indien al aanwezig, actief te bestrijden. Het gaat hierbij vooral om de soorten die zijn opgenomen op de meest actuele versie van de Unielijst invasieve exoten, gepubliceerd door de NVWA. Hetzelfde geldt voor soorten die niet op de unielijst zijn opgenomen, maar waarvan bekend is dat zij schadelijk zijn voor het bos en de biodiversiteit, zoals Aziatische duizendknopen en Amerikaanse vogelkers; ▪ Van een aantal soorten is bekend dat zij onder de juiste omstandigheden sterk kunnen woekeren en daarmee dus voorzichtig moet worden omgegaan. Dit geldt bijvoorbeeld voor gewone en Noorse esdoorn, Amerikaanse eik en soms zelfs hulst. Of deze soorten een (potentieel) beheerprobleem vormen verschilt per stadsbosje. Voor deze soorten geldt dat zij in principe niet uit het bos worden geweerd, maar indien zij sterk woekerend gedrag vertonen kan wel worden besloten daar gepaste maatregelen voor te treffen. Dit kan zijn het terugdringen van het aandeel van de soort, maar ook het volledig verwijderen ervan uit het bos.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
27
Buiting Advies
SOORTGERICHTE INRICHTING Veel plantensoorten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats en de meeste diersoorten hebben specifieke voorkeuren ten aanzien van hun rust- foerageer- en verblijfplaats. De mate waarin daarmee rekening kan worden gehouden verschilt per stadsbosjes en is vooral afhankelijk van de grootte ervan. Is een stadsbosje aangewezen als natuurparel dan heeft behoud van de parelsoorten die daaraan ten grondslag liggen een verhoogde prioriteit in het beheer. De inrichtingsaspecten die de aanwezigheid van de soorten in het bosje mogelijk maken, worden behouden en indien mogelijk versterkt. DOOD HOUT Veel organismen zijn direct of indirect afhankelijk van dood en aftakelend hout. Dit geldt voor mossen, zwammen, insecten en voor de vogels die de insecten eten. Maar ook voor dieren die in boomholten een verblijfplaats vinden zoals spechten, boomklevers en kleine zoogdieren zoals vleermuizen.
Vanwege dit belang van dood hout zijn de volgende beheerdoelen van toepassing: ▪ Doel is een passende en continue hoeveelheid dood hout in elk van de stadsbosjes, waarbij dood hout van verschillende, bij voorkeur inheemse, boomsoorten en van verschillende dikte voorkomt; ▪ Doel is een passende en continue hoeveelheid dood hout in verschillende verteringsstadia, variërend van vers dood hout tot vermolmd hout, dat bovendien verspreid is over zowel zonnige als meer schaduwrijke locaties. Een goede verdeling van dood hout over verschillende verteringsstadia wordt gecreëerd door periodiek kleine hoeveelheden nieuw dood hout aan het bos toe te voegen. Wordt ineens een grote hoeveelheid toegevoegd, dan ontstaan pieken, maar dus ook dalen in het aanbod van dood hout in bepaalde verteringsstadia, waardoor daarvan afhankelijke organismen zich niet permanent in het bos kunnen vestigen; ▪ Aftakelende en kwijnende bomen en bomen met holten of scheuren worden zo lang mogelijk in het bos behouden, tenzij op basis van veiligheid is beoordeeld dat dit niet mogelijk is; Moeten bomen worden verwijderd, dan wordt per situatie bepaald of het mogelijk en wenselijk is van de stam de onderste vier meter te laten staan.
Voor dergelijke bomen geldt een maximum van vijf stuks per hectare en een minimale afstand tot aan paden van acht meter; ▪ Van te verwijderen bomen blijft zo veel mogelijk van het stam-, tak- en tophout achter in het bos. Wanneer een overmaat van dit hout leidt tot een onacceptabel bosbeeld of de gewenste ondergroei van struiken en kruiden te veel belemmert, wordt het hout geheel of gedeeltelijk afgevoerd. Takkenrillen kunnen om meerdere redenen worden aangelegd in het bos. Hier zijn echter voor- én nadelen aan verbonden. De volgende richtlijnen zijn daarop van toepassing: ▪ Takkenrillen worden aangelegd als en waar zij functioneel zijn voor het reguleren van de betreding, zoals het afsluiten van olifantenpaadjes, een onderbouwde bijdrage leveren aan de biodiversiteit of gebruikt worden voor educatieve doeleinden. In alle gevallen moet het aantal en de lengte van de takkenrillen beperkt blijven; ▪ Waar takkenrillen worden aangelegd, worden ze voldoende hoog aangelegd en zorgvuldig in elkaar gevlochten om te voorkomen dat ze door bosbezoekers uiteen worden getrokken; ▪ Met de vertering van takken in de rillen komt ter plaatse in relatief korte tijd veel organisch materiaal beschikbaar, wat op termijn veelal leidt tot ontwikkeling van ruigtevegetatie met een groot aandeel stikstofminnende plantensoorten.
Takkenrillen worden om die reden niet aangelegd op of direct naast groeiplaatsen van beschermde plantensoorten of anderszins waardevolle vegetaties; ▪ Dood hout is voor de biodiversiteit het meest waardevol als het op de bosbodem ongestoord een natuurlijk afbraakproces kan doorlopen. Verwerkt in takkenrillen droogt dood hout versneld uit en verliest daarmee voor veel organismen zijn waarde. Om die reden wordt maximaal 50% van het dode hout in de bosjes verwerkt tot takkenrillen.
Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen
28
Buiting Advies
BODEMVERSTORING De bosbodem is, zeker op locaties waar al lange tijd bos groeit, een leefgebied voor zeer veel organismen. Hoewel deze soorten minder zichtbaar zijn, zijn ze niet minder waardevol en vaak onmisbaar bij tal van natuurlijke processen die zich in het bos afspelen. Ook deze bodemflora en fauna maakt deel uit van de biodiversiteit. ▪ Beheermaatregelen worden zo uitgevoerd dat verdichting en insporing van de bosbodem zo veel mogelijk wordt voorkomen; ▪ Bij maatregelen waarbij beroering van de bodem niet kan worden voorkomen, zoals aanleg of herstel van paden of het plaatsen of vervangen van voorzieningen, wordt gepast materieel ingezet. SOORTSPECIFIEK BEHEER (RELATIE MET NATUURPARELS) In het bosbeheer wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke processen, waarin de beheerder maatregelen kan treffen om de ontwikkeling te begeleiden in de gewenste richting. In bepaalde gevallen volstaat dit niet en zijn meer specifieke maatregelen nodig. Dit is van toepassing op situaties waarin beschermde of bijzondere inheemse wilde plant- en diersoorten in het bos aanwezig zijn en waarbij de natuurlijke ontwikkeling van het bos ertoe zou leiden dat deze soorten zich op termijn niet in het bos kunnen handhaven.
Hiervoor verwijzen we specifiek naar de parelsoorten en beschermde soorten die per stadsbosje zijn geselecteerd in het rapport ‘Natuurparels in de gemeente Nijmegen’. In dergelijke situaties worden aanvullende maatregelen getroffen die ter behoud van deze soorten noodzakelijk zijn. VOORZIENINGEN De biodiversiteitsdoelen worden zo veel mogelijk nagestreefd met een geoptimaliseerde soortensamenstelling, bosstructuur en aandeel dood hout. Kunstmatige voorzieningen worden alleen toegevoegd wanneer daarmee een significante bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit, óf wanneer dit van toegevoegde waarde is voor natuur- en milieueducatie. ▪ Passende voorzieningen zijn bijvoorbeeld vogelnestkastjes, kasten voor (boombewonende) vleermuizen, zand- of leemhopen of andersoortige reliëf voor wilde bijen; ▪ Voorzieningen worden uitsluitend geplaatst wanneer zij op de betreffende locatie gedurende lange tijd ongestoord gehandhaafd kunnen worden; ▪ Het plaatsen van kunstmatige voorzieningen door werkgroepen, omwonenden of andere betrokkenen gebeurt altijd in overleg met de gemeente.