CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)_vastgesteld_3_Bijlagen bij de regels_Geredigeerd

Besluitronde (raadsvergadering) 17 december 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie) (Herstelbesluit) (97/2025)12.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie) Bijlagen bij de regels

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie) 06 oktober 2025 IDN: NL.IMRO.0268.BP10007-VG02 Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Bijlagen bij de regels

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de regels

3

Bijlage 1

Profielen

6

Bijlage 2

AMZ-cyclus

9

Bijlage 3

Nb-vergunning BCTN

11

Bijlage 4

Wnb-vergunning Waal Energie

18

Bijlage 5 AERIUS-berekening - Verschilberekening gebruiksfase d.d. 25 juni 2025, kenmerk Ro9nn6NwvRs7

52

Bijlage 6 AERIUS-berekening - Verschilberekening gebruiksfase met hexagonen met randeffecten d.d. 25 juni 2025, kenmerk Ro9nn6NwvRs7

66

Bijlage 7 AERIUS-berekening - Verschilberekening aanlegfase d.d. 25 juni 2025, kenmerk RrarZHF4Jzfu

80

Bijlage 8 AERIUS-berekening - Projectberekening Beoogde situatie (gebruiksfase) d.d. 25 juni 2025, kenmerk RNtjCHX3Ayyj

90

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

5

Bijlage 1 Profielen

6

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

Bijlage Profielen

Groene Loper

19.0

8.0

8.0

Bijlage 2 AMZ-cyclus

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

9

Afbeelding: De KNA processen in relatie tot de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).

Bijlage 3 Nb-vergunning BCTN

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

11

BESCHIKKING D.D. 11 JANUARI 2010 - ZAAKNUMMER 2009-011901 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Natuurbeschermingswet 1998 vergunningaanvraag artikel 19d

Aanvraag en procesverloop: Bij brief van 25 juni 2009 heeft Container Terminal Nijmegen (CTN), Weurtseweg 460A te Nijmegen (hierna te noemen aanvrager), een aanvraag ingediend voor een vergunning in kader van de Natuurbeschermingswet 1998, hierna Nbw 1998. Op 11 september 2009 hebben wij verzocht om aanvullende informatie. Deze is op 9 november 2009 ontvangen. De aanvraag omvat een uitbreiding van de inrichting. De uitbreiding bestaat uit de realisatie van een nieuwe havenkom en een nieuwe (grotere) kade langs de Waal. De oude kade aan het Maas-Waalkanaal komt hiermee te vervallen. Het plangebied ligt op ongeveer 155 meter van de grens met het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Waal. De aanvraag bestaat uit de volgende gegevens: Topografische kaart Overzicht van de planlocatie Situatietekening Rapport “Toetsing van de uitbreiding van de CTN aan de Flora- & Faunawet en Habitat- en Vogelrichtlijn”, d.d. 19 juli 2005 Notitie Aanvullend onderzoek containerterminal Nijmegen, d.d. 24 februari 2009 Revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer, d.d. 15 juli 2003 Beschikking met betrekking tot maatwerkvoorschriften, d.d. 15 juni 2009 Effecten op beschermde gebieden uitbreiding Containerterminal te Nijmegen, aanvulling voortoets Natuurbeschermingswet 1998, d.d.

6 oktober 2009 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Electrabel, de Gelderse Milieufederatie en de Staat, Domeinen zijn op de hoogte gebracht van de aanvraag en in gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Ontvankelijkheid: Op grond van de bij de aanvraag ontvangen gegevens wordt de aanvraag ontvankelijk geacht. Wettelijk kader: Bij beoordeling van de aanvraag aan de Nbw 1998 wordt getoetst aan artikel 10a, 19d tot en met 19 h, 39, 41 tot en met 43 en het besluit vergunning natuurbeschermingswet 1998.

code: $ASQ00820931

Aanwijzing en aanmelding: De uiterwaarden Waal zijn op 24 maart 2000 door de minister van LNV aangewezen als Vogelrichtlijngebied en daarnaast op 20 mei 2003 aangemeld als Habitatrichtlijngebied. Tevens is een deel van het gebied op 26 juni 1973 aangewezen als staats natuurmonument Kil van Hurwenen. De uiterwaarden Waal omvatten het winterbed van de Waal en daarmee alle uiterwaardgebieden aan de noord- en de zuid oever van de Waal van Nijmegen tot aan Zaltbommel. De rivier vormt een dynamisch systeem, een samenspel tussen natuurlijke processen en menselijk ingrijpen. De Waal moet in perioden met hoge rivierafvoer 2/3 van de Rijnafvoer voor haar rekening nemen en is daarmee de grootste vrij - afstromende Rijntak. Het is ook de meest dynamische riviertak van het Rijnsysteem. In perioden met hoog water vindt erosie en sedimentatie plaats en ‘vormt’ de rivier het landschap. Het karakteristieke rivierenlandschap bestaat uit een breed, voornamelijk laaggelegen, hoogdynamisch winterbed. De reliëfrijke uiterwaarden bestaan voornamelijk uit graslanden, afgewisseld met enkele akkers, bosjes, bomenrijen, moerasgebiedjes en geïsoleerde oude riviertakken (strangen en geulen). Veel uiterwaarden zijn vergraven voor zand en/of kleiwinning. In het westelijk deel van het gebied liggen de relatief hooggelegen uiterwaarden van de Rijswaard en de Kil van Hurwenen.

Het gaat hier om oude meanders en hun oeverlanden waar de rivier dwars doorheen gegraven is. Deze uiterwaarden bevatten soortenrijke glanshaverhooilanden, stroomdalgraslanden en open water, waar deels verlanding plaatsvindt. Natura 2000-doelen: Door de minister zijn voor alle aangewezen Natura 2000-gebieden algemene doelen en concept instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Deze instandhoudingsdoelstellingen zijn opgenomen in ontwerp aanwijzingsbesluiten. Algemene doelen Behoud en indien van toepassing herstel van: 1. de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie; 2. de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 3. de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de ecologische structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 4.

de op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

2

Instandhoudingsdoelstellingen Tabel 1 Instandhoudingsdoelstellingen (Bron: Ontwerpbesluit Uiterwaarden Waal) (= behouddoelstelling, > ontwikkeldoelstelling, =(<) enige achteruitgang ten gunste van nader benoemde habitattypen/soorten toegestaan, =/> of >/= complementair doel .)

Habitattypen 1

H3270 Slikkige rivieroevers 1,2 H6120 Stroomdalgrasland H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden, glanshaver H91E0A Vochtige alluviale gronden 1,2 (zachthout ooibossen) Soorten

Doelstelling oppervlakte = =/> >

Doelstelling kwaliteit > > >

=/>

>

Doelstelling Omvang leefgebied 1

H1095 Zeeprik 1 H1099 Rivierprik 1 H1102 Elft 1 H1106 Zalm 1 H1145 Grote modderkruiper 1 H1166 Kamsalamander H1337 Bever Broedvogels

> > = = = > = Doelstelling Omvang leefgebied

A119 Porseleinhoen A122 Kwartelkoning A197 Zwarte stern Niet broedvogels

> > > Doelstelling Omvang leefgebied

A005 Fuut A017 Aalscholver A037 Kleine zwaan A041 Kolgans A043 Grauwe gans A045 Brandgans A050 Smient A051 Krakeend A054 Pijlstaart A056 Slobeend A056 Tafeleend A059 Kuifeend A068 Nonnetje A125 Meerkoet A142 Kievit A156 Grutto A160 Wulp 1 Complementair doel 2 Prioritair habitattype

= = = =(<) =(<) = =(<) = = = = = = = = = =

3

Doelstelling kwaliteit leefgebied > > = = = > = Doelstelling kwaliteit leefgebied > > > Doelstelling kwaliteit leefgebied = = = = = = = = = = = = = = = = =

Doelstelling populatie > > > > = >/= > Omvang populatie van “x” paren

10 30 20 Seizoensgemiddelde van “x” vogels 90 260 9 5.500 2.400 610 4.700 50 30 50 190 530 6 780 790 70 160

Beoordeling van de aanvraag: Bepalen van de natuurwaarden: Het plangebied zelf ligt op 175-255 meter van de grens met het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Waal. In de nabijheid van de CTN zijn de percelen aan de westkant van het MaasWaalkanaal en aan de noordkant van de Waal alleen geschikt voor niet broedvogels. Hierbij gaat het hoofdzakelijk om Grauwe ganzen, Kolganzen, Smienten, Kieviten en Meerkoeten. Bepalen van voor de natuurwaarden relatieve factoren: Aangezien de CTN buiten het Natura 2000-gebied ligt, is verstoring de enige factor die een effect heeft op de aanwezige vogelsoorten. Het gaat hierbij zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase om verstoring door licht, geluid en optische verstoring. Effecten van de gevraagde activiteiten: Van de bovengenoemde factoren heeft optische verstoring, van langsvarende schepen een effect op de instandhoudingsdoelstellingen. De vijf vogelsoorten die in grote aantallen voorkomen in de deelgebieden zijn geen van alle gevoelig voor verstoring door licht en geluid. De Meerkoet is daarnaast ook niet gevoelig voor optische verstoring. Dat de genoemde watervogels niet gevoelig zijn voor lichtverstoring blijkt uit het feit dat ze nu ook in de omgeving van de CTN voorkomen, terwijl er reeds sprake is van veel verlichting op het naastgelegen terrein van Electrabel en de twee kranen op het terrein van de CTN.

Beoordeling effecten op de instandhoudingsdoelstellingen: De optische verstoring door langsvarende schepen zal zeer beperkt zijn. De vogels wennen aan langsvarende schepen, deze zijn zeer voorspelbaar. Doordat ze in de vaargeul blijven vormen ze geen bedreiging. Behandeling zienswijzen: De Gelderse Milieufederatie heeft op 19 november 2009 per e-mail gereageerd. Zienswijze 1 Het is onduidelijk of er aan de EHS is getoetst. Reactie 1 Toetsing aan de EHS vindt niet plaats tijdens de vergunning procedure voor de Natuurbeschermingswet 1998. Zienswijze 2 Het is onduidelijk waartoe de uitbreiding precies strekt ten opzichte van de huidige terminal. Reactie 2 Het kaartje bij de aanvullende informatie laat aan duidelijkheid te wensen over, maar de tekst bied voldoende duidelijkheid om aan te kunnen geven dat de witte vlek het plangebied is en het omlijnde gedeelte de plek waar de ingreep gaat plaatsvinden. Zienswijze 3 De volgende zaken zijn niet belicht: 1. Mogelijke komst van grotere schepen die voor meer waterverplaatsing zorgen 2. Mogelijke extra avondtransporten met schepen 3. De groei van de overslag in volume 4. De groei van het aantal transportbewegingen van vrachtauto’s 5. Mogelijk langere openingstijden, langere trajecten met overbelasting, langduriger beïnvloeding van de achtergrond referentiewaarden 6. Omgevingsbelasting door mogelijke toename geluidsproductie 7.

Omgevingsbelasting door mogelijke toename lichtproductie

4

8. Toename luchtvervuiling (fijnstof) 9. Wordt de huidige kade weer als natuur ingericht? 10. Andere mitigerende maatregelen Reactie 3 Punt 1 t/m 4 en punt 9 en 10 zijn niet relevant aangezien het plangebied buiten Natura 2000gebied is gelegen. Punt 5: Dit wordt niet aangevraagd. Punt 6 t/m 8: De vijf vogelsoorten die in de nabijgelegen delen van de Uiterwaarden Waal voorkomen zijn niet gevoelig voor deze factoren. Zienswijze 4 Binnen de het Natura 2000-gebied moet de kwaliteit van de potentiële verblijfs-, foerageer-, rust-, en broedgebieden en ook de habitats op minimaal hetzelfde peil blijven. Hierbij wordt verwezen naar artikel 3, 2b van de Vogelrichtlijn. In het kader hiervan is het de vraag of leefgebieden buiten de beschermingszone zomaar kan worden vergraven. Reactie 4 Uit de toets van Haskoning is gebleken dat het plangebied niet geschikt is voor de meeste voor de Uiterwaarden Waal kwalificerende vogelsoorten omdat er geen habitats zijn, het is te klein en er is te veel verstoring. De plek die door Meerkoeten gebruikt wordt om te foerageren en te rusten blijft in stand. Zienswijze 5 In de rapportage wordt aangenomen dat er sprake is van gewenning van vogels terwijl geen vergelijkend onderzoek is gedaan op andere locaties met overslagbedrijven in de uiterwaarden met gelijksoortige verstoringsbronnen.

Het onderzoek geeft namelijk aan dat de continue werkzaamheden van de terminal negatieve gevolgen hebben voor de broedvogelstand op afstanden van enkele tientallen meters. Reactie 5 De afstand tussen de containerterminal en de grens van het Natura 2000-gebied is 155 meter. Hierdoor zullen kwalificerende broedvogels niet worden verstoord door een toename van de werkzaamheden. Zienswijze 6 Uit de onderzoeken valt niet op te maken in hoeverre het af te graven gedeelte wordt gebruikt door vogels en wat de relaties kunnen zijn met de Speciale Beschermingszone Waaluiterwaarden. Alleen een veldbezoek eind juni 2005 is onvoldoende om iets te kunnen concluderen over het belang van broedvogels. Reactie 6 Voor geen van de drie kwalificerende broedvogels zijn de aangevraagde activiteiten een sleutelfactor met betrekking tot instandhouding. Dat één veldbezoek erg weinig is om iets te kunnen concluderen over het belang van broedvogels is daarom niet relevant. Zienswijze 7 In andere jaargetijden zijn geen onderzoekstellingen verricht. Doordat er slechts van één jaar winter telgegevens van de watervogels zijn gebruikt wordt het belang voor vogels in relatie tot het Natura 2000-gebied mogelijk onderschat.

5

Reactie 7 Voor de Kolgans, Grauwe gans en Kievit geldt dat het oostelijke deel van de Uiterwaarden Waal maar van beperkt belang is voor deze soorten. Het midden gedeelte is van veel groter belang. De Smient zit vooral in het midden en westen van de Uiterwaarden Waal. De Meerkoet komt het meest voor in het midden van de Uiterwaarden Waal en in mindere mate in het oostelijk deel. Dit kan worden geconcludeerd uit gegevens over een gemiddeld seizoensmaximum van vier jaar. Het belang van het gebied voor vogels wordt dus niet onderschat. De gemeente Nijmegen, Electrabel en de Staat, Domeinen hebben niet binnen de gestelde termijn gereageerd Conclusie Significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 kan daarom worden verleend. Er is niet gebleken dat er andere belangen, zoals vermeld in artikel 19e, aanwezig zijn. Beschikking: Gedeputeerde Staten van Gelderland HEBBEN BESLOTEN, op grond van de artikelen 19d en 43 van de Nbw 1998, Container Terminal Nijmegen, Weurtseweg 460A te Nijmegen een vergunning conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen voor de uitbreiding van de inrichting. Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

plv. teammanager Vergunningverlening Water Ontgrondingen en Natuur

6

Bijlage 4 Wnb-vergunning Waal Energie

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

(Herstel)besluit Verlenen vergunning

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Onderwerp

Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Inlichtingen bij

ENGIE Energie Nederland N.V. T.a.v. Grote Voort 291 8041 BL ZWOLLE

Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad

1 van 33

Locatie

Gemeente

Hollandiaweg 11, Nijmegen

Nijmegen

Activiteit

Waal Energie, de herontwikkeling van het terrein van de kolen- en biomassa gestookte centrale ‘Centrale Gelderland’

Beste Op 13 mei 2022 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming ontvangen voor de locatie op de Hollandiaweg 11 te Nijmegen. Op 20 november 2023 heeft u een definitief besluit op deze aanvraag van ons ontvangen. Tegen dit besluit is beroep aangetekend. Deze beroepsprocedure loopt nog. In de natuurvergunning is de referentiesituatie betrokken bij de beoordeling van de gevolgen van het aangevraagde project (interne saldering). Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State haar vaste rechtspraak over interne saldering gewijzigd.1 Op basis hiervan hebben wij het definitieve besluit tegen deze uitspraak aangehouden en zijn wij tot de conclusie gekomen dat het besluit op bepaalde punten nader onderbouwd moet worden. Ook hebben wij aanleiding gezien enkele voorschriften aan te passen (voorschrift 3 en 8 en een toevoeging aan voorschrift 16). Hierbij ontvangt u opnieuw een definitief besluit op de door u ingediende aanvraag, waarin deze motivering is opgenomen en deze aanpassingen zijn doorgevoerd. Dit herstelbesluit vervangt het besluit van 20 november 2023.

1

ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923.

Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl

BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

3 van 33

Bijlagen • Bijlage 1 – Toelichting en voorschriften • Bijlage 2 – AERIUS-berekeningen o Verschilberekening gebruiksfase, kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025 o Verschilberekening gebruiksfase met hexagonen met randeffecten, kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025 o Verschilberekening aanlegfase, kenmerk RrarZHF4Jzfu, d.d. 25 juni 2025. o Projectberekening beoogde situatie (gebruiksfase), kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025. • Bijlage 3 – Kaart projectlocatie • Bijlage 4 – Overzicht documenten die ten grondslag liggen aan het besluit. • Bijlage 5 – Reactie op zienswijzen Ontwerpbesluit. Beroep Belanghebbenden die niet eerder beroep hebben ingesteld, kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd beroep instellen tegen het herstelbesluit als zij door de wijzigingen in het herstelbesluit in een nadeligere positie komen te verkeren of als hen door gewijzigde feiten of omstandigheden redelijkerwijs niet verweten kan worden dat zij tegen de oorspronkelijke natuurvergunning geen beroep hebben ingesteld. Dit beroep moet worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan bij de voorzieningenrechter van de Afdeling een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven.

Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de Afdeling, www.raadvanstate.nl. Het beroep dat is ingediend tegen de oorspronkelijke definitieve vergunning van 20 november 2023, wordt gezien als een beroep tegen dit herstelbesluit conform artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Appellanten die al beroep hebben ingediend, hoeven dus niet nogmaals beroep in te dienen. De Afdeling zal hen in de gelegenheid stellen om te reageren op dit besluit.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

4 van 33

BIJLAGE 1

1

Toelichting

1.1 Leeswijzer De opbouw van deze toelichting op de vergunning is als volgt: Allereerst wordt de activiteit omschreven; Dan volgt de procedure; Daarna worden de voorschriften vastgesteld; Vervolgens is het beoordelingskader toegelicht; Onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; Onder het kopje zienswijzen worden de binnengekomen zienswijzen behandeld; De beslissing wordt afgesloten met een conclusie, overige verplichtingen en de juridische grondslagen. 1.2 Omschrijving activiteiten De aanvraag gaat om de inrichting van het terrein aan de Hollandiaweg 11 te Nijmegen met energiegerelateerde bedrijvigheid met het doel om het energielandschap te vernieuwen. Hierna is beschreven welke activiteiten zullen plaatsvinden. Vanwege het innovatieve karakter van de beoogde ontwikkelingen op het terrein, wordt er bij de keuze van bijvoorbeeld installaties steeds gekeken naar de nieuwste technieken. ENGIE Energie Nederland N.V. (verder ENGIE) is eigenaar van het terrein. Al sinds 1936 is het terrein in gebruik voor grootschalige elektriciteitsproductie. In 1981 werd de energiecentrale “Gelderland 13” geopend. In 2013 is het Nederlandse energieakkoord voor duurzame groei opgesteld. In dat kader heeft ENGIE eind december 2015 de centrale in Nijmegen gesloten.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is deze locatie opgenomen als locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Dit is nogmaals bevestigd in de brief van het Ministerie van EZK aan de gemeente Nijmegen van 11 april 2023, met kenmerk DGKE-DSE/26454504. Dat de centrale uit bedrijf is genomen ter uitvoering van het energieakkoord, laat dus onverlet dat de locatie altijd geschikt is gebleven en moest blijven voor grootschalige elektriciteitsproductie. Met de grote maatschappelijke opgave van de energietransitie is het noodzakelijk het terrein van de voormalige energiecentrale Centrale Gelderland op andere wijze in te richten. ENGIE levert na realisatie een bijdrage aan de maatschappelijke opgaven van de energietransitie op dit terrein, door na de sloop van de energiecentrale ten behoeve van grootschalige energieopwekking, ruimte te maken voor andere duurzame initiatieven. In deze opgave wil ENGIE voortbouwen op de bestaansgeschiedenis van Centrale Gelderland, door het terrein toekomstgericht en flexibel in te richten. Daarmee wil ENGIE een terrein ontwikkelen dat het mogelijk maakt om het energielandschap te vernieuwen. Dat doet ze door de juiste condities en voorwaarden te scheppen voor ‘groene, duurzame en circulaire’ activiteiten en bedrijvigheid.

In de MER Waal Energie Herontwikkeling terrein Centrale Gelderland zijn diverse alternatieven voor de beoogde ontwikkeling beschreven en is een voorkeursvariant naar voren gekomen voor de

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

5 van 33

eerste periode (tot 2030), zijnde een laagimpact hybride energiecentrale met een nageschakelde techniek (deNOx-installatie), locatie A. Hiermee is de energiecentrale direct voorbereid op het verbranden van een andere brandstof, zoals bijmenging van biogas of vervanging met waterstof. De hybride energiecentrale zal via een rechtstreekse aansluiting op het Nederlandse transportnet waterstof worden aangesloten, waar nu 100% aardgas en in de toekomst bijmenging mogelijk is of overschakeling op waterstof. Met het uiteindelijke doel om volledig CO2 vrij te worden. Deze voorkeursvariant is gekozen omdat door ons (GS) is aangedrongen om de emissie van stikstofoxiden zoveel mogelijk te beperken. Het terrein biedt voor ENGIE qua ligging en bereikbaarheid goede kansen om in te zetten op een breed scala aan functies als energieopwekking, energieopslag, energieoverslag- en distributie. Daarnaast biedt het kans voor research- en development-functies binnen de ontwikkeling en levering van energiediensten en onderzoek en innovatie.

Binnen de projectlocatie wordt daarom vergunning aangevraagd voor: een op gasgestookte laagimpact hybride energiecentrale met een nageschakelde techniek (deNOx-installatie) met een capaciteit van 500 MW, met de hieraan verbonden ondersteunende voorzieningen zoals een gasgestookte voorverwarmingsketel (preheater) voor de verwarming van het gas (zijnde de brandstof voor de elektriciteitscentrale) en de inname en lozing van koelwater; een gasgestookte warmteketel als back-up voor een warmtenet met een maximaal vermogen van 15 MWth; overige energiefuncties zoals opwek (zonne en windenergie) en opslag van duurzame energie, middels bijvoorbeeld batterijen en waterstof, vergroening van het transport over weg en water, het verduurzamen van de binnenstedelijke logistiek door onder meer elektrificatie en het leveren van warmte uit bijvoorbeeld aquathermie; watergebonden en waterverbonden bedrijvigheid (industrie en logistiek); bedrijvigheid in het kader van kennis en innovatie (bedrijfscampus). De projectlocatie biedt hiermee aan de installatie gebonden functies als energieopwekking, energieopslag, energieoverslag en energiedistributie, en daarnaast ook functies als ontwikkeling en levering van energiediensten, energieonderzoek & –innovatie en educatie.

De genoemde bedrijfsactiviteiten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden doordat ze onderling energie- en/of reststromen met elkaar uitwisselen en daarmee een optimaal flexibel en duurzaam energielandschap creëren én de bedrijfsactiviteiten ook in organisatorische zin met elkaar samenhangen. Er is namelijk een beheerorganisatie die vergunninghouder is van alle activiteiten binnen het projectgebied. De afstand tot de begrenzing van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken is 230 m.

2

Procedure

Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

6 van 33

Op 13 mei 2022 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming ontvangen. De aanvraag is gewijzigd en aangevuld op 23 mei 2022, 17 augustus 2022, 18 augustus 2022, 4 april 2023, 26 juni 2025 en 28 augustus 2025. We hebben de gewijzigde aanvraag van 4 april 2023 op verzoek van ENGIE mede aangemerkt als een verzoek tot wijziging van de natuurvergunning van 21 februari 2007. De aan dit besluit ten grondslag liggende documenten zijn opgenomen in Bijlage 4. Het op 6 september 2022 genomen ontwerpbesluit heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn zienswijzen binnengekomen. Deze zienswijzen hebben er toe geleid dat de aanvraag (d.d. 4 april 2023) is gewijzigd. Om deze reden is op 9 augustus 2023 een hernieuwd ontwerp-besluit genomen. Deze heeft wederom 6 weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn wederom zienswijzen binnengekomen. Op 20 november 2023 hebben wij een definitief besluit genomen op de aanvraag. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State van 18 december 2024 over interne saldering heeft ENGIE op 28 augustus 2025 een aanvullende passende beoordeling overgelegd. Vervolgens hebben wij dit herstelbesluit genomen, waarbij aan het additionaliteitsvereiste is getoetst. Ook hebben wij enkele voorschriften aangepast.

Het gaat om een aanpassing van de formulering van voorschrift 3 en voorschrift 8 en om een toevoeging aan voorschrift 16. Dit heeft verder geen inhoudelijke gevolgen voor het besluit.

2.1 Historie vergunningverlening Voor deze locatie is al eerder een natuurvergunning verleend met zaaknummer 2006-019684. Dit betreft de vergunning Nbw 1998 d.d. 21 februari 2007.

3

Voorschriften

U bent verplicht om zich aan de volgende voorschriften te houden: 1.

Deze vergunning is uitsluitend geldig voor (medewerkers van) de vergunninghouder en voor (rechts)personen die in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

2.

De (rechts)personen genoemd in het vorige voorschrift zijn volledig op de hoogte van deze vergunning en de voorschriften. Zij kunnen deze voorschriften uitvoeren.

3.

De activiteiten in het projectgebied mogen niet meer stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaken dan de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de maximale stikstofemissie van de vergunde bedrijfsactiviteiten en de daarbij behorende bronkenmerken, zoals opgenomen in de AERIUS-berekening in bijlage 2, beoogde situatie, kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

7 van 33

4.

Een (digitale) kopie van deze vergunning met de bijbehorende AERIUS-berekeningen (bijlage 2) met kenmerken kenmerken RNtjCHX3Ayyj (gebruiksfase) en RrarZHF4Jzfu (aanlegfase) moeten aanwezig zijn op de plaats waar de activiteiten worden uitgevoerd. Het is verplicht om deze te tonen op verzoek van bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.

5.

De vergunning geldt voor het projectgebied op de kaart van bijlage 3. Er mogen geen werkzaamheden buiten dit projectgebied plaatsvinden. Ook mogen er geen materiaal en materieel buiten het projectgebied worden opgeslagen.

6.

Meld de start van de (deel)werkzaamheden minimaal vier weken voor de startdatum bij provincie Gelderland, via post@gelderland.nl en vermeld het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962.

7.

Is de (deel)activiteit klaar? Meld dit binnen twee weken aan provincie Gelderland via post@gelderland.nl. Vermeld het zaaknummer 2022-007962.

8.

De activiteiten waarvoor deze vergunning is verleend moeten binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit zijn gerealiseerd. Voor de activiteiten die niet binnen deze termijn kunnen worden gerealiseerd, geldt dat na het verstrijken van iedere drie jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit door vergunninghouder een overzicht moet worden gegeven van de realisatietermijn van deze activiteiten en de wijze van uitvoering en realisatie, getoetst aan de laatste beste beschikbare technieken en recente regelgeving. Bij dit overzicht dient een nieuwe AERIUS-berekening te worden aangeleverd, waarin alle bestaande en te realiseren activiteiten zijn meegenomen. De maximale stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden van deze activiteiten mag niet hoger zijn dan de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de maximale stikstofemissie van de vergunde bedrijfsactiviteiten en de daarbij behorende bronkenmerken, zoals opgenomen in de AERIUS-berekening met kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025.

9.

De gasgestookte centrale mag niet worden gebruikt voor gas uit vergisting van biomassa.

10. De hybride energiecentrale mag per jaar maximaal 200.000 kg NOx uitstoten conform de aanvraag. Als uit monitoringsgegevens blijkt dat deze vracht aan het einde van het gebruiksjaar wordt bereikt of dreigt te worden overschreden dient de energiecentrale minder vollasturen te draaien. 11. Op de schoorstenen van de drie installaties van de energiecentrale dient een functionele NOx-meter te worden geïnstalleerd. Op de schoorsteen van de hybride energiecentrale dient bovendien een functionele NH3-meter te worden geïnstalleerd.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

8 van 33

12. Binnen 3 maanden na inwerkingtreding van een installatie dient een monitoringsplan ter goedkeuring bij het bevoegd gezag te worden ingediend waaruit minimaal blijkt op welke wijze monitoring en registratie in een logboek plaatsvindt van de emissie van stikstofverbindingen waaronder NOx via de rookgassen, uitstroomsnelheid en debiet van de rookgassen en onderhoudswerkzaamheden. De monitoring van de emissie dient minimaal volcontinu plaats te vinden en te worden vastgelegd met sensoren in combinatie met een datalogger. 13. Het monitoringsplan dient aan de provincie Gelderland te worden toegezonden via post@gelderland.nl onder vermelding van het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962. Zolang het monitoringplan niet is goedgekeurd kunnen wij aanvullende eisen stellen aan de bedrijfsvoering om daarmee de emissie van NOx en NH3 te beperken. 14. Minimaal jaarlijks of direct op verzoek van de provincie Gelderland dient de rapportage voortvloeiende uit het monitoringsplan te worden opgesteld en aan de provincie Gelderland te worden toegezonden via post@gelderland.nl onder vermelding van het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962. 15. Het logboek dient op locatie op verzoek inzichtelijk te zijn voor medewerkers van de toezichthoudende instantie (provincie Gelderland en / of omgevingsdienst). 16.

Dit besluit wijzigt het besluit van 21 februari 2007 met zaaknummer 2006-019684. Het is niet toegestaan de eerder vergunde kolen en biomassa gestookte installatie wederom in werking te stellen. 17. Wilt u deze vergunning overdragen? U bent verplicht om daar toestemming voor te vragen aan provincie Gelderland. Dien een verzoek in via post@gelderland.nl en vermeld het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962.

3.1 Soortenbescherming Dit besluit geldt alleen voor gebiedsbescherming. Het is mogelijk dat u ook een vergunning moet aanvragen als er negatieve effecten verwacht worden van werkzaamheden in de aanleg- of gebruiksfase op beschermde soorten. De mogelijke effecten kunt u laten bepalen met een quickscan soortenbescherming. Als u een Omgevingsvergunning Flora- en fauna-activiteit nodig heeft, kunt u deze bij de provincie aanvragen. 3.2 Houtopstanden Als er bomen of houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn op grond van de Omgevingswet, dan is het wellicht nodig om te verzoeken om maatwerk en moet de houtopstand op dezelfde locatie worden herplant.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

9 van 33

4

Beoordelingskader

4.1 Bepalen vergunningplicht / Passende beoordeling Een project is vergunningplichtig wanneer significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet op voorhand (in de zogeheten voortoets) kunnen worden uitgesloten. Dit volgt uit artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming: ‘het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied’. Uit de uitspraak van 18 december 2024 van de Afdeling volgt dat in de voortoets het aangevraagde project op zichzelf moet worden beschouwd, dus zonder de referentiesituatie erbij te betrekken. Uit de AERIUS-berekening van de beoogde situatie van 26 juni 2025, kenmerk RNtjCHX3Ayyj, volgt dat het project stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De beoogde situatie zorgt daarnaast voor geluidemissie. Hierdoor kan niet op voorhand worden uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft en geldt er dus een vergunningplicht. Hiertoe is door de aanvrager een passende beoordeling overgelegd. Naar aanleiding van de uitspraak van 18 december 2024, hebben wij de aanvrager gevraagd deze passende beoordeling te actualiseren.

Hiervoor is op 28 augustus 2025 een aanvullende passende beoordeling aangeleverd. In de aanvullende passende beoordeling is een weergave gegeven van de eerdere passende beoordeling en het eerdere verloop van de vergunningsprocedure (paragraaf 3.1.) en is een toelichting gegeven bij de huidige opzet van het beoogde project (paragraaf 3.3.1 en 3.3.2). Daarin is te lezen dat in overleg met de aanvrager gedurende de vergunningsprocedure is gezocht naar een projectalternatief met de meeste stikstofreductie ten opzichte van de vergunde situatie. Omdat de aanvullingen van de aanvraag die destijds, op 4 april 2023, op ons verzoek zijn gedaan tot doel hadden om – ten behoeve van de bescherming van de Natura 2000-gebieden – het project zo te wijzigen dat er ten opzichte van de vigerende natuurvergunning (aanzienlijk) minder stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden optreedt, hebben wij de (aangevulde) aanvraag van 4 april 2023 tevens aangemerkt als een aanvraag tot wijziging van die natuurvergunning. De grondslag hiervoor is artikel 5.4 van de Wnb. Daarnaast spelen de gevolgen van geluidemissie.

Aangezien geluidverstoring op leefgebieden van vogels op voorhand niet uitgesloten konden worden, zijn deze storingsfactoren in de passende beoordeling behorende bij de aanvraag (‘Passende beoordeling Voorkeursalternatief’ van 8 maart 2022, ‘MER Waal Energie Akoestisch onderzoek’ van 31 maart 2023 en ‘Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant’ van 3 april 2023), beschouwd. De beoordeling hiervan is opgenomen onder het kopje ‘beoordeling’ in hoofdstuk 5.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

10 van 33

4.2 Rekenafstand 25 km Naar aanleiding van het rapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof is besloten de stikstofdeposities te berekenen tot een afstand van 25 km vanaf de projectlocatie. Dit is vastgelegd in de kamerbrief van 9 juli 2021 met kenmerk DGS / 21173346. In deze brief zijn de vervolgacties beschreven naar aanleiding van het eindrapport ‘Meer meten, robuuster berekenen’ van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof van 15 juni 2020. In de kamerbrief is aangegeven dat op basis van recente jurisprudentie de volgende juridische randvoorwaarden gelden voor het vaststellen van een afbakening voor stikstofdepositie van verschillende emissiebronnen: • Er is technisch modelmatig onderbouwd (balans tussen volledigheid en precisie van stikstofberekeningen) dat een berekende projectbijdrage voorbij een afbakening niet meer redelijkerwijs toerekenbaar is aan een project, en • Binnen die afbakening treft de initiatiefnemer van een project voor zover nodig maatregelen ten behoeve van de mitigatie van de stikstofdepositie, en • Er is verzekerd dat, waar nodig, passende maatregelen getroffen worden om een verslechtering van stikstofgevoelige habitats (in Natura 2000-gebieden) als gevolg van de totale stikstofdepositie, dat wil zeggen inclusief die buiten de gehanteerde projectafbakening, te voorkomen.

In AERIUS Calculator is ervoor gekozen om een rekenafstand van 25 km in te programmeren voor elke bron die wordt ingevoerd. Vanwege de keuze om een rekenafstand van 25 km per bron te programmeren betekent dit in de praktijk dat er rekeneffecten kunnen ontstaan in AERIUS op het moment dat een bron of enkele bronnen iets verschuiven in de aangevraagde situatie. Deze rekeneffecten treden op aan de rand van 25 km afstand van de verschoven bronnen. AERIUS geeft dan aan dat er een toename is van stikstofdepositie op enkele of een grotere groep van hexagonen. Van de berekende stikstofdepositietoenames op ongeveer 25 km afstand wordt bepaald of deze worden veroorzaakt door AERIUS rekeneffecten. In de kamerbrief is immers aangegeven dat de effecten van het project moeten worden bepaald tot 25 km afstand en niet de effecten van individuele stikstofbronnen. De rekenafstand van 25 km is in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2023:1299, aanvaardbaar bevonden.

4.3 Duitse Natura 2000-gebieden Bij ons besluit betrekken we ook eventuele effecten op Natura 2000-gebieden net buiten onze landsgrenzen. De aangevraagde ontwikkeling van uw bedrijf heeft ook invloed op Natura 2000gebieden in Duitsland. Voor de beoordeling van de toename sluiten wij aan bij de Duitse manier van beoordelen. Volgens de Duitse overheid is er geen sprake van een negatief effect als de toename van stikstofdepositie lager is dan 7,14 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

11 van 33

Uw aanvraag blijft onder deze grenswaarde. Verdere toetsing van effecten op Natura 2000gebieden in Duitsland is daarom niet nodig.

5

Beoordeling

De aanvraag heeft betrekking op verschillende effecten. In de beoordeling wordt eerst ingegaan op de effecten van stikstof. Daarna wordt ingegaan op overige effecten. Op 10 oktober 2024 heeft er update van AERIUS Calculator plaatsgevonden. Het is wettelijk verplicht om bij vergunningverlening uit te gaan van de actuele versie van AERIUS. Om deze reden waren nieuwe berekeningen nodig met de nieuwe versie van AERIUS Calculator. Voor dit herstelbesluit hebben we de aanvrager gevraagd nieuwe berekeningen aan te leveren met de nieuwe AERIUS versie 2024.2 op grond van de eerder aangehouden uitgangspunten in de berekeningen van 2023 en 2024. Alleen gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie van koude start van voertuigen is toegevoegd en het rekenjaar is aangepast naar 2025. Hiertoe zijn de eerder aangeleverde verschilberekeningen en de berekening van de beoogde situatie ingeladen in de AERIUS-calculator versie 2024, waarmee opnieuw de berekening van de aangevraagde situatie is gegenereerd.

5.1

Effecten stikstof

5.1.1 Aangevraagde situatie Onderstaande tabel geeft de aangevraagde situatie weer. Onderstaande tabel is een samenvatting van beoogde situatie uit de AERIUS-berekening met kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025 (bijlage 2). In deze berekeningen is eveneens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden. Het stationair draaien van transportvoertuigen op de locatie is in de berekende emissies verdisconteerd.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

14 van 33

• • •

Pijler 7: “Mobiliteit en transport”. Middels de introductie van LNG voor trucks en scheepvaart. Pijler 8; “Arbeidsmarktarrangementen rond werkgelegenheid en scholing”. Pijler 9; “Stimulering commercialisering voor groei en export”. Ondersteuning circulaire of CleanTech ontwikkelingen via kleinschalige toepassing en samenwerking met Universiteiten en kennisinstellingen, ruimte voor start-ups of incubators.”

Het SER-Akkoord geeft invulling aan de Nederlandse bijdrage aan het 2009/28/EC “Renewables directive” waarbij Nederland in het jaar 2020 o.a. voor 14% duurzame opwek moet hebben gerealiseerd. De “Renewables directive” is de commitment van Europa aan het Kyoto protocol. Behalve de bijdrage aan de Nederlandse doelstellingen levert het project een belangrijke bijdrage aan de regionale en lokale doelstellingen. Uit het bovenstaande blijkt ook dat de activiteit niet sowieso zou zijn beëindigd. Het is beëindigd om invulling te geven aan het SER-Akkoord als duurzaam alternatief. Als geen invulling was gegeven aan het SER-Akkoord, was de centrale met enige aanpassingen in bedrijf gebleven. In dit verband verwijzen wij ook naar de aanvullende passende beoordeling van ENGIE van 28 augustus 2025. Daarin is, op bladzijde 3, toegelicht dat uit een haalbaarheidsonderzoek bleek dat ENGIE aan de rendementseis van 40% voor kolengestookte energiecentrales had kunnen voldoen.

5.1.4 Beoordeling van de effecten van stikstofdepositie De beëindigde activiteiten voldoen aan de voorwaarden waaronder ze mogen worden meegenomen in de referentiesituatie. In de passende beoordeling is de gekozen voorkeursvariant met deNOx-installatie besproken en doorgerekend. Deze voorkeursvariant is gekozen omdat door ons (GS) is aangedrongen om de emissie van stikstofoxiden NOx zoveel mogelijk te beperken. Hiermee wordt wel meer stikstofdepositie veroorzaakt op kortere afstand, zijnde de Rijntakken, doordat de deNOxinstallatie zorgt voor NH3-depositie op kortere afstand. Het effect van de afname aan NOx op grotere afstand (waaronder de Veluwe) is echter groot, hoewel dat met de huidige versie van AERIUS met een rekenafstand van 25 km minder zichtbaar is. Door middel van de passende beoordeling hebben wij de zekerheid verkregen dat de aangevraagde activiteit niet leidt tot significante effecten op instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. Dit geldt zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase. Wij achten het wel noodzakelijk om het beoogde rendement van de door initiatiefnemer gekozen bronmaatregelen te borgen door het opleggen van vergunningvoorschriften. In de vergunning is de uitstoot van stikstof begrensd, inclusief vastlegging van de bronkenmerken/variabelen.

Daarmee is geborgd dat, ook bij gebruik van een ander gas dan 100% aardgas, niet meer depositie plaatsvindt dan de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de maximale stikstofemissie van de vergunde bedrijfsactiviteiten en de daarbij behorende bronkenmerken, zoals opgenomen in de AERIUSberekening in bijlage 2, beoogde situatie, kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025. Via de

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

15 van 33

vereiste monitoring is jaarlijks inzage in deze emissie en zonodig vaker door volcontinu-metingen. Iedere 3 jaar moet bekeken worden welke beste beschikbare technieken toegepast kunnen worden bij realisatie van deelactiviteiten en installaties. Dit zorgt ervoor dat gedurende het realisatieproces, controle en bijsturing mogelijk is voordat realisatie een feit is. Rekeneffecten 25 km AERIUS Volgens de AERIUS-verschilberekening (kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025) van het project is er sprake van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Vanwege het instellen van een rekenafstand van 25 km per emissiebron in AERIUS is geconstateerd dat er in de resultaten van de AERIUS-berekening nabij de 25 km een rekeneffect kan ontstaan. Het rekeneffect ontstaat doordat emissiebronnen in de aangevraagde situatie zijn verschoven of andere aangepaste variabelen hebben ten opzichte van de emissiebronnen in de referentiesituatie. Op 21 juni 2022 is door AERIUS een update uitgevoerd waardoor de hexagonen met een mogelijk rekeneffect inzichtelijk gemaakt kunnen worden. In AERIUS worden hexagonen met mogelijk rekeneffect gedefinieerd als “…hexagonen waarvan het middelpunt op grotere afstand dan 25 km ligt van tenminste 1 puntbron of (deel van) een vlakbron.” Deze mogelijkheid is ook nog steeds in de AERIUS-versie 2024.2 aanwezig.

Door de AERIUS-verschilberekening uit te voeren met AERIUS Calculator 2024.2 hebben we bepaald dat er enkel toenames plaatsvinden op een afstand van ongeveer 25 km vanaf de emissiebronnen. Vervolgens hebben we met behulp van de functie ‘OwN2000-registratieset (zonder randhexagonen)’ geverifieerd dat er geen toenames plaatsvinden op hexagonen die door AERIUS Calculator niet worden geclassificeerd als randhexagonen (zie figuren 1 en 2).

Figuur 1: Uitsnede van printscreen van OwN2000 registratieset van de AERIUSverschilberekening (kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025)

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

16 van 33

Figuur 2: Uitsnede van printscreen van OwN2000-registratieset (zonder randhexagonen) van AERIUS-verschilberekening (kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025) met “Grootste toename van 0,00 (mol N/ha.jr). Voor het bepalen van de effecten van het project tot 25 km hebben wij op basis van de AERIUSverschilberekening (kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025) geconstateerd dat de betreffende hexagonen allemaal binnen 25 km afstand van de projectgrens liggen. De toenames zijn daarom ontstaan door rekeneffecten in AERIUS en betreffen geen depositietoenames, die nader moeten worden beschouwd.

5.2 Additionaliteit Wij hebben de inzet van de referentiesituatie als mitigerende maatregel getoetst aan het additionaliteitsvereiste. We verwijzen in dit kader naar het document “Resultaten toetsing additionaliteit Hollandiaweg 11 te Nijmegen” van 18 september 2025, docnummer 04443746. In dit document is omschreven dat slechts een beperkt gedeelte van de referentiesituatie wordt ingezet als mitigerende maatregel (17%). De rest (83%) wordt reeds ingezet als instandhoudingsen passende maatregel voor de Natura 2000-gebieden. In het document is toegelicht dat het beperkte gedeelte dat wel voor het beoogde project wordt gebruikt naar zijn aard niet geschikt is om te worden ingezet als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. De substantiële wijziging van de bestaande vergunde situatie is nodig en ook geschikt als instandhoudings- of passende maatregel – en wordt ook als zodanig ingezet – maar volledige beëindiging van de bestaande vergunde situatie (juist) niet. Dit komt onder andere doordat het energieterrein op grond van het Barro (thans het Besluit kwaliteit leefomgeving/de Omgevingsregeling) geschikt moet blijven voor grootschalige elektriciteitsproductie. Het terugbrengen van de stikstofemissie naar 0 is, gelet daarop, niet mogelijk.

Nu de huidige opzet van de beoogde situatie de meest duurzame manier is om de benodigde grootschalige elektriciteitsproductie te kunnen realiseren, en er zelfs sprake is van het toepassen van BBT+, staat het additionaliteitsvereiste niet aan vergunningverlening in de weg. In dit verband wijzen wij er ook nog op dat het aannemelijk is dat het terugbrengen van de stikstofemissie naar 0 ongewenste neveneffecten heeft dat juist voor méér

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

17 van 33

stikstofdepositie zorgt. Dit is ook toegelicht door ENGIE op bladzijde 7 van de aanvullende passende beoordeling van 28 augustus 2025. Verder past het vergunnen van de aanvraag zonder meer in het (stikstofreductie)beleid dat voor de industrie gericht is op het nemen van bronmaatregelen (bij grote uitstoters). Ten opzichte van het basispad in AERIUS Monitor en de NDA’s, is er sprake van een blijvend (aanvullend) dalende trend in de betrokken (Nee-tenzij) Natura 2000-gebieden. De totale emissiereductie van het gekwantificeerde ingezette beleid is op dit moment al vele malen groter dan de emissie vanwege het project in kwestie, in het bijzonder de hybride energiecentrale. De verwachte extra reductie in de toekomstige jaren van al het ingezet beleid is daarbovenop nóg groter. Ook om deze reden hoeft het beperkte deel van de referentiesituatie niet als instandhoudings- of passende maatregel te worden ingezet.

5.3 Overige gebiedseffecten De afstand tot de grens van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken is 230 m. 5.3.1 In de aanvraag beschreven relevante factoren In de MER Waal Energie Herontwikkeling terrein Centrale Gelderland Hoofdrapport van 3 juni 2022 is aangegeven dat significant negatieve effecten van het project niet zijn uitgesloten als gevolg van geluidverstoring en stikstofdepositie. De stikstofdepositie is in de voorgaande hoofdstukken beoordeeld, mede op basis van de aanvullende passende beoordeling van 28 augustus 2025. Dan blijft alleen de factor geluidverstoring over. 5.3.2

In de aanvraag beschreven negatieve effecten van de gevraagde activiteiten, behalve de effecten van stikstof Ten opzichte van de autonome situatie is er sprake van een kleine toename van de geluidverstoring. Deze geluidtoename treedt vooral ten westen van het plangebied op, ter hoogte van de waterplas Grindgat en de overzijde van de Waal. Broedvogels De geluidcontour schuift met name op ter hoogte van het open water van het Grindgat en de overzijde van de Waal (Oosterhoutse Waarden). Door het ontbreken van rietmoeras en natte hooilanden komen broedvogels als roerdomp, woudaap, porseleinhoen, kwartelkoning, blauwborst, grote karekiet en watersnip hier niet voor (NDFF-data). Broedvogels die foerageren op open water, zoals de aalscholver, dodaars, zwarte stern, ijsvogel en oeverzwaluw komen wel foeragerend voor. Broedgevallen van deze soorten worden niet gemeld, hoewel het niet uitgesloten is dat de dodaars langs de oevers broedt. Voor de andere broedvogelsoorten is het gebied alleen geschikt als foerageergebied, niet als broedgebied, vanwege het ontbreken van steile oevers (ijsvogel en oeverzwaluw) en nestvlotjes (zwarte stern). Daarmee is het te verstoren gebied niet van grote betekenis voor broedvogels. Broedlocaties zijn niet aanwezig, waardoor geluidverstoring van broedgebied niet aan de orde is. Een significant

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

18 van 33

negatief effect als gevolg van geluidverstoring op de broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken is daarmee uitgesloten. Niet-broedvogels Het plangebied is niet van grote betekenis voor niet-broedvogels. Vogels zijn met name gevoelig voor optische verstoring door mensen (recreatie), want dat is onvoorspelbaar. Geluid afkomstig van het nieuwe bedrijventerrein is een redelijk continue geluid dat voorspelbaar is en niet zichtbaar. Daardoor treedt er eerder gewenning op. Het instandhoudingsdoel voor deze soorten is behoud van oppervlakte en kwaliteit van leefgebied, ten behoeve van de doelaantallen. Dat komt door het voornemen niet in gevaar. Een significant negatief effect als gevolg van geluidverstoring op de broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken is daarmee uitgesloten.

5.3.3

Beoordeling van de overige effecten van de aanvraag op de instandhoudingsdoelstellingen Wij onderschrijven grotendeels de conclusies en de daaraan ten grondslag liggende motivaties van de stukken zoals bij de aanvraag gevoegd. Bij de beoordeling ontbreekt echter een effectbepaling vanwege verstoring van de overwinteringsgebieden van ganzen en smienten. Alle nabijgelegen plassen ten westen en noorden van het project betreffen hoofdslaapplaatsen of satellietslaapplaatsen voor ganzen. Deze slaapplaatsen worden omzoomd door kerngebieden voor foeragerende ganzen. Met name ten noorden van het project ligt een groot kerngebied. De verstoring door geluid neemt toe op verschillende slaapplaatsen en kerngebieden voor ganzen en smienten. Uit de telgegevens in het MER-rapport van de aanvraag blijkt echter dat de jaargemiddelde aantallen ganzen en smienten beperkt zijn in de jaren 2014 – 2019. Vanwege de beperkte aantallen en de bepekte toename van de geluidverstoring verwachten we geen significante effecten. Wij hebben op basis van de ecologische beoordelingen de zekerheid verkregen dat de aangevraagde activiteit niet leidt tot significante effecten op de instandhoudingsdoelen voor het Natura 2000gebied Rijntakken.

6

Zienswijzen

De zienswijzen komen er in de kern op neer dat de beoordeling van het project, met name ten aanzien van de interne saldering, niet de juridische toets kan doorstaan. Inmiddels heeft de Afdeling in de uitspraak van 18 december 2024 uiteengezet welke (nieuwe) vereisten gelden in het kader van interne saldering. In dit herstelbesluit is daar gevolg aan gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij daarom naar bovenstaande beoordeling die wij in het kader van het onderwerp stikstofdepositie hebben gegeven. Een samenvatting van de zienswijzen en onze eerdere reactie daarop is opgenomen in bijlage 5 bij dit besluit.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

19 van 33

7

Conclusie

Wij hebben op grond van het vorenstaande en een passende beoordeling de zekerheid verkregen dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Wij verlenen de vergunning op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. Op grond van artikel 5.4 Wet natuurbescherming wijzigen wij met dit besluit de vergunning van 21 februari 2007, met kenmerk 2006-019684.

8

Overige verplichtingen

U bent zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.

9

Juridische grondslagen

Dit besluit is genomen op grond van:

Wet natuurbescherming artikel 2.4 Wet natuurbescherming, artikel 2.7, lid 2 en 3 Wet natuurbescherming artikel 5.3 lid 1 Wet natuurbescherming artikel 5.4 Besluit natuurbescherming, artikel 2.14, lid 3 Uitspraak Raad van State inzake Logtsebaan, 201907146/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2021:71) Uitspraak Raad van State inzake Rendac, ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923. Uitspraak Raad van State inzake Delversduin, ABRvS 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2404. Beleidsregels procedure besluitvorming Wet natuurbescherming Gelderland

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

20 van 33

BIJLAGE 2

AERIUS-berekeningen o Verschilberekening gebruiksfase, kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025 o Verschilberekening gebruiksfase met hexagonen met randeffecten, kenmerk Ro9nn6NwvRs7, d.d. 25 juni 2025 o Verschilberekening aanlegfase, kenmerk RrarZHF4Jzfu, d.d. 25 juni 2025. o Projectberekening Beoogde situatie (gebruiksfase), kenmerk RNtjCHX3Ayyj, d.d. 26 juni 2025.

Bovenstaande AERIUS-berekeningen zijn opgenomen als bijlage 5 tot en met 8 bij de regels van het bestemmingsplan 'Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)', met identificatienummer NL.IMRO.0268.BP10007-VG02.

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

21 van 33

BIJLAGE 3

Kaart projectlocatie

Figuur 3: Ligging van het projectgebied binnen de donkergele contouren

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

22 van 33

Bijlage 4 Hieronder het overzicht van de documenten die ten grondslag liggen aan het (herstel)besluit. In de vorige besluiten zijn steeds de documentnummers opgesomd. Om het overzicht te bewaren is hier een overzicht van de gebruikte documenten weergegeven. Dubbelingen en oude versies zijn hierin niet opgenomen. De document naam in de bijlage begint met het nummer uit de de eerste kolom van de onderstaande tabel. Docnummer

Titel

Datum

Inhoud

1

3707131

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

2

3767848

3

3972839

4

3995627

5

03707525

6

3995645

OB Gebieden 2022-007962 Engie Waal Energie Nijmegen Hernieuwde- OB 2022-007962 Engie Waal Energie Nijmegen 19-07-2023 Geanonimiseerd uit 03707524 - Bijalge 0 - Hoofddocument aanvraag Wnb Waal Energie 1.0 Bijlage 1 - BG6310-v.20 planMER deel 2 hfst Natuur - Voortoets Geanonimiseerd uit 03707526 - Bijlage 2 - BG6310-v2.0 Passende beoordeling

13-52022 14-92022 7-82023 13-52022

7

3995659

Geanonimiseerd uit 03707527 - Bijlage 3 - Bijlage 6.1 PlanMER - Stikstofdepositie Waal Energie

9-32022

8

3995673

27-112019

9

3995699

Geanonimiseerd uit 03707532 - Bijlage 7 - Gebiedsvisie Waal Energie def_incl besluitamendement Geanonimiseerd uit 03714936 - bijlage 1 2006-09-27 Aanvraag revisievergunning Wm

10

3995701

Geanonimiseerd uit 03759097 - bijlage 2 Hoofddocument aanvraag Wnb Waal Energie v2

5-82022

11

3995709

1-62022

12

3995714

13

3995719

Geanonimiseerd uit 03759097 - Bijlage 1 v2 - BG6310-D01 planMER deel 2 hfst Natuur (Voortoets) Geanonimiseerd uit 03759097 - Bijlage 2 v2 - BG6310-D01 planMER Hoofdrap bijlage 1 Passende beoordeling Geanonimiseerd uit 03759097 - Bijlage 3 v2 - BG6310-IB-NT-220804-0954 Notitie Stikstofdepositie Waal Energie Wnb

8-32022 8-32022

27-92006

3-62022 5-82022

Ontwerpbesluit Hernieuwd ontwerpbesluit Aanvraag vergunning Wet natuurbescherming Waal Energie versie 1.0 MER Waal energie Bijlage 1 Passende beoordeling Voorkeursalternatief Stikstofdepositieonderzoek ontwikkeling bedrijventerrein Nijmegen Waal Energie Gebiedsvisie Waal Energie def_incl besluitamendement Aanvraag revisievergunning Wet Milieubeheer Centrale Gelderland eenheid 13 Nijmegen Aanvraag vergunning Wet natuurbescherming Waal Energie Definitieve set gegevens v2 MER Waal Energie Deel 2 milieuonderzoeken, beleid en wetgeving MER Waal Energie Hoofdrapport (Deel 1) Stikstofdepositieonderzoek ontwikkeling bedrijventerrein Nijmegen Waal Energie

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

23 van 33

14

Docnummer 3995786

Titel

Datum

Inhoud

Geanonimiseerd uit 03789895 - bijlage 1 MOB_KvK_10145049 copy Geanonimiseerd uit 03789895 - bijlage 2 Zienswijze_Gascentrale_Engie_Nijmegen Geanonimiseerd uit 03793519 - bijlage 1 110427 Statuten Leefmilieu dd 27 april 2011 Geanonimiseerd uit 03793519 - bijlage 2 220220 uittreksel KvK Leefmilieu; handelsregister_40146549 Geanonimiseerd uit 03793519 - bijlage 3 221021 zienswijze ontwerpvergunning Wet natuurbescherming mbt bestemmingsplan Waal Energie Nijmegen Geanonimiseerd uit 03796168 2022.10.25 - ZW03 - U-2022-010 proforma zienswijze Wnb ENGIE incl blg Geanonimiseerd uit 03805300 2022.11.11 - ZW04 - U-2022-011 zienswijze Wnb ENGIE incl blg Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 5.1 - Geluidsonderzoek klein Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 6.1 - Onderbouwing lage impact NOx en CO2 klein

8-32022 17-102022

Uitreksel KvK MOB

15

3995788

16

3995801

27-42011

Statuten Vereniging Stedelijk Leefmilieu, Groen- en milieubeheer Uitreksel KvK Leefmilieu

17

3995804

18

3995819

19

3995830

20

3995835

21

3995858

22

3995863

23

3995871

Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 7.6 - Passende beoordeling klein

3-42023

24

3995872

14-22023

25

3995876

Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 11.2b - Advies Ruimtelijk Kwaliteitsteam Waalfront & West klein Geanonimiseerd uit 03900091 - Bijlage 13.1 - Presentatie Raadsbijeenkomst Nijmegen en Beuningen klein

26

3995878

Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning Blg A - gewijzigde berekening stikstofemissies MER H6 klein

3-42022

27

3995881

Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning Blg C - gewijzigde voortoets Natura-2000 gebieden MER H7 klein

3-42022

20-22022

Zienswijze MOB

21-102022

Zienswijze Leefmilieu

26-102022

Pro Forma Zienswijze Engie

11-112022

Zienswijze Engie

31-32023 3-42023

MER Waal Energie Akoestisch onderzoek Waal Energie Reactie op Advies Commissie MER, zienswijze op ontwerp bestemmingsplan aangaande de Nox en CO2 emissies voor een lagere impact MER Waal Energie. Passende beoordeling beoogde ontwikkeling voorkeursvariant Verslag bijeenkomst Ruimtelijk Kwaliteitsteam Waalfront & West Planologische Procedure Waal Energie Raadsbijeenkomst Nijmegen en Beuningen Reactie op Zienswijzen ontwerp Wnb vergunning. Bijlage A: gewijzigde berekening stikstofemissies Reactie op Zienswijzen ontwerp Wnb vergunning. Bijlage C:gewijzigde voortoets Natura 2000gebieden

27-22023

Datum

24 september 2025 Zaaknummer

2022-007962 Blad

24 van 33

28

Docnummer 3995884

29

3995886

30

3995888

31

3995929

32

3995956

33

3995957

34

3995958

35

3995959

36

3995960

37

3995973

38

3995975

39

3995981

40

4033136

41

4426809

42

4426810

43

4426811

Titel

Datum

Inhoud

Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning Blg D - beoogde ontwikkeling MER H1.2 klein Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning Blg E - bijdrage energie transitie MER H13 klein Geanonimiseerd uit 03900091 - Reactie op zienswijze ontwerp Wnb vergunning klein Geanonimiseerd uit 03900116 - Bijlage 11.2a - Stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteit klein

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=2b30e98f-54e3-401b-b255-0ba3400dfd0b