Nijmegen Brabantse Poort 2021 - 1 (Wijchenseweg 4)_Toelichting_Bijlage 6 Bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Wijchenseweg 4 te Nijmegen 7 september 2020
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Verantwoording Titel
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Wijchenseweg 4 te Nijmegen
Opdrachtgever
Rijksvastgoedbedrijf, Directie Transacties en Projecten
Projectleider
Erik Vonkeman
Auteur(s)
Laura Korte
Uitvoering meet- en inspectiewerk
(Tauw bv, certificaatnummer K54913): Remco (R.J.) Sappema, Mark (M.) Doornbos en Koen (K.F.J.) Broers
Projectnummer
1276910
Aantal pagina’s
22
Datum
7 september 2020
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Inhoud Samenvatting .................................................................................................................................... 5 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 6
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 7
3
2.1
Situatie- en locatiegegevens .............................................................................................. 7
2.2
Historische gegevens (bodemgebruik en -onderzoeken)................................................... 7
2.2.1
Voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik ......................................................... 7
2.2.2
Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart............................................................... 8
2.2.3
Historische en actuele verdachte activiteiten op de onderzoekslocatie ...................... 8
2.2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie .......................... 9
2.2.5
Asbestverdachtheid van de bodem ........................................................................... 11
2.2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem ........................................................................... 11
2.2.7
Terreinverkenning ..................................................................................................... 11
2.2.8
Definiëring verdachte deellocaties binnen het onderzoeksgebied ............................ 11
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie .................................................................... 12
2.4
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen ............................................................. 12
2.4.1
Conclusies vooronderzoek en aanbevelingen .......................................................... 12
2.4.2
Hypothese en onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek inclusief asbest ..... 13
Veldonderzoek......................................................................................................................... 13 3.1
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 13
3.2
Opzet en uitvoering van het onderzoek ........................................................................... 14
3.3
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 14
3.4
Resultaten veldonderzoek................................................................................................ 15
3.4.1 4
Veldmetingen grondwater ......................................................................................... 16
Chemisch-analytisch onderzoek.............................................................................................. 16 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ................................................ 16
4.2
Chemisch-analytisch onderzoek ...................................................................................... 17
4.3
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ................................................................ 18
4.3.1
Verontreinigingssituatie grond................................................................................... 18
4.3.2
Verontreinigingssituatie asbest ................................................................................. 20
4.3.3
Verontreinigingssituatie grondwater .......................................................................... 20
3/22
Kenmerk
4.4 5
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Toetsing van de onderzoekshypothese ........................................................................... 21
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 21 5.1
Aanleiding en doelstelling ................................................................................................ 21
5.2
Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................... 22
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kadastrale kaart en registratie
Bijlage 3
Luchtfoto’s en historische topografische kaarten
Bijlage 4
Kaart situering monsterpunten
Bijlage 5
Ligging kabels en leidingen (KLIC)
Bijlage 6
Boorprofielen
Bijlage 7
Toetsingskader
Bijlage 8
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 9
Veldwerkformulieren
Bijlage 10
Foto’s veldwerk
Bijlage 11
Analysecertificaten
4/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Samenvatting •
Onderzoekslocatie: Wijchenseweg 4 in Nijmegen
•
Type onderzoeken: Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 en verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 Aanleiding: voorgenomen verkoop van de locatie
• •
Doelstellingen: vaststellen van milieuhygiënische bodemkwaliteit en bepalen of afwateringszone rondom gebouw wel of niet verdacht is op een verontreiniging met asbest(vezels) in de toplaag
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: •
In de bovengrond zijn gehalten van minerale olie, PAK, lood en kobalt tot boven de achtergrondwaarde gemeten. De ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater is een concentratie barium boven de streefwaarde gemeten
•
Géén van de geanalyseerde parameters overschrijden de lokale maximale waarden zoals zijn vastgesteld in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Nijmegen. De lichte verontreinigingen passen in het beeld van het deelgebied 4 ‘1965-heden’ waar zich de
• •
onderzoekslocatie bevindt Visueel zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen Analytisch is in één mengmonster asbest in een gehalte van 1,3 mg/kg d.s. gemeten. De gemeten waarde blijft ruim beneden de waarde van 50 mg/kg d.s. Daarnaast is geen asbest gemeten in de fractie < 0,5 mm. Derhalve is nader onderzoek is niet noodzakelijk. De afwateringszone is voldoende onderzocht op asbest
Samenvattend kan geconcludeerd worden dat met de resultaten uit het huidige onderzoek de milieuhygienische bodemkwaliteit voldoende is onderzocht. Op basis van de resultaten van het onderzoek zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen verkoop van de locatie. Indien bij (graaf)werkzaamheden grond vrijkomt op de locatie, is deze niet zondermeer geschikt voor hergebruik buiten de locatie. Voor toepassing van grond buiten de locatie is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.
5/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
1 Inleiding In opdracht van Rijksvastgoedbedrijf Directie Transacties en Projecten heeft Tauw een standaard vooronderzoek en een verkennend onderzoek inclusief asbest uitgevoerd ter plaatse van het kadastrale perceel bekend als Neerbosch E 4092. Het perceel ligt aan de Wijchenseweg 4 in Nijmegen. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 1 (waarbij de onderzoeksaspecten voor aanleiding A zijn onderzocht) en de nadere eisen van het Rijksvastgoedbedrijf. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 2. Het verkennend bodemonderzoek naar asbest is uitgevoerd volgens de NEN 5707 3. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is de voorgenomen verkoop van de locatie. Het doel van het vooronderzoek is het vaststellen of op én direct grenzend aan de onderzoekslocatie verdachte deellocaties of bronnen aanwezig zijn, die verdacht zijn op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit op de locatie en specifiek bij de, binnen het vooronderzoek, gedefinieerde verdachte deellocaties. Het verkennend bodemonderzoek naar asbest heeft tot doel het vaststellen of de afwateringszone rondom het gebouw wel of niet verdacht is op een verontreiniging met asbest(vezels) in de toplaag.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt bepaald of er, vanuit de bodemkwaliteit, belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen verkoop van de locatie. Indien uit het onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit een belemmering vormt voor het huidige (of beoogde gebruik) kan aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk zijn. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de conclusies uit het vooronderzoek is de definitieve invulling van het verkennend bodemonderzoek en de onderliggende onderzoekshypotheses vastgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden alsmede de veldwaarnemingen beschreven. Het chemisch-analytisch onderzoek (inclusief resultaten en interpretatie) is in hoofdstuk 4 opgenomen. De interpretatie van het gehele onderzoek, alsmede de conclusies en aanbevelingen zijn beschreven in hoofdstuk 5.
1
NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017 NEN 5740: Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 3 NEN 5707: Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond, december 2017/C2:2017 2
6/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
2 Vooronderzoek 2.1
Situatie- en locatiegegevens
De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Wijchenseweg 4 in Nijmegen en ligt in deelgebied 4 ‘1965-heden’ van de Nota bodembeheer van de gemeente Nijmegen. In bijlage 1 is de regionale ligging van de onderzoekslocatie opgenomen. De kadastrale gegevens en eigendomsinformatie is opgenomen in bijlage 2. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie gegeven. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie Gegevens Adres
Wijchenseweg 4
Postcode - plaats
6537TL Nijmegen
Kadastrale gegevens
Gemeente: Neerbosch, sectie E nummer 4092
RD-coördinaten (X/Y)
X: 182.143, Y: 426.051
2
Oppervlakte (m )
Circa 11.740
Verhardingssituatie
Beton, asfalt, klinkers en onverhard
Bebouwing (m2)
Circa 600
Voormalig gebruik
Steunpunt
Huidig gebruik
Leeg staand
Toekomstig gebruik
Onbekend
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Huidige eigenaar
De Staat (Infrastructuur en Waterstaat)
Toekomstige eigenaar
Onbekend
Publiekrechtelijke beperking
Er zijn geen publiekrechtelijke beperkingen geregistreerd
Explosieven*
Onverdacht
*Bron: Milieuatlas Nijmegen
2.2
Historische gegevens (bodemgebruik en -onderzoeken)
2.2.1
Voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik
Tot de jaren 1930 was de onderzoekslocate in gebruik als weiland. Sinds begin jaren ’30 zijn op de locatie panden aanwezig geweest. Het huidige pand op de onderzoekslocatie is ontstaan in 1987 en is tegenwoordig onderdeel van een steunpunt met (naastgelegen) zoutopslag van Rijkswaterstaat. In het gebouw bevindt zich een werkplaats een meerdere vertrekken (verf- en accu opslag). Inpandig is het gebouw verhard met klinkers en beton. Voor het gebouw is sprake van een wasplaats voor dienstauto’s. De verharding van de wasplaats en rondom het pand bestaat uit klinkers. Het dak van het pand is in 2017 vervangen. Voor die tijd bestonden de gevelplaten en dakbedekking uit asbesthoudende golfplaten.
7/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Het overig terrein van de locatie is groen (bos en grasveld). Van noordoost tot zuidwest ligt er een asfaltweg. In bijlage 3 zijn historische kaarten en recente luchtfoto’s weergegeven. 2.2.2 Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart De gegevens van de locatie met betrekking tot de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Nijmegen (Nota bodembeheer, gemeente Nijmegen, september 2012) zijn opgenomen in tabel 2.2. Tabel 2.2 Gegevens bodemfunctiekaart en bodemkwaliteitskaart Onderdeel Deelgebied*
Deelgebied 4 ‘1965-heden’
Bodemfunctieklasse
Wonen
Bodemkwaliteitsklasse
Boven- en ondergrond: Achtergrondwaarde
Bodemkwaliteitskaart inclusief PFAS**
Ja
*kader uit Nota bodembeheer is opgenomen in bijlage 7 ** Aanvulling op nota bodembeheer Nijmegen voor PFAS Op basis van de bodemkwaliteitskaart is op de onderzoekslocatie een diffuse verontreiniging ten gevolge van menselijke activiteiten en natuurlijke processen mogelijk. 2.2.3
Historische en actuele verdachte activiteiten op de onderzoekslocatie
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • BAG-gegevens, kadaster • • •
Bodemloket Luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2008-2019) Straatfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2019)
• • •
Historische topografische kaarten van Topotijdreis 1900-2019 Door de opdrachtgever aangeleverde informatie Milieuatlas gemeente Nijmegen
•
Provincie Gelderland kaarten en cijfers
In tabel 2.3 zijn de (verdachte) deellocaties weergegeven die zich op de locatie bevinden.
8/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Tabel 2.3 Overzicht verdachte deellocaties Locatie
Beschrijving
Informatiebron
Gebouw
Steunpunt waarin werkplaats en wasplaats aanwezig is
Input opdrachtgever
•
Wasplaats voor dienstauto’s (sporadisch in gebruik)
•
Werkplaats met verf- en accuopslag (kleinschalig gebruik)
Afwateringszone
Gevelplaten en dakbedekking bestonden oorspronkelijk
Input opdrachtgever
uit asbesthoudende golfplaten Overig terrein
Het overig terrein is groen (bos en grasveld). Van
Historische kaarten/Lucht- en
noordoost tot zuidwest ligt er een asfaltweg. Voor het
Staatfoto’s Cyclomedia
pand is een parkeervoorziening aanwezig (klinkers)
Streetsmart
2.2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie In 2000 is door SGS EcoCare B.V. een oriënterend onderzoek in de omgeving van de huidige onderzoekslocatie uitgevoerd. In 2015 is door Arcadis aan de Wijchenseweg 2-4 te Nijmegen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft betrekking op de huidige onderzoekslocatie maar ook op het noordelijk gelegen gedeelte wat in gebruik was voor de zoutopslag. Tijdens dit onderzoek zijn rondom het dienstgebouw vier boringen en twee peilbuizen geplaatst. De peilbuizen zijn ter plaatse de accuhoek (D01) en de wasplaats (E01) geplaatst, de situering van de peilbuizen is opgenomen in bijlage 4. Op de locatie waar de zoutloods staat heeft een sanering plaats gevonden. De grond is conform de gestelde doelstelling gesaneerd. In tabel 2.4 is een overzicht van de bodemonderzoeken weergegeven. Tabel 2.4 Samenvatting van uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie Locatie
Beschrijving
Informatiebron
Wijchenseweg
Onderzoek op vijf deellocaties waarvan twee
Oriënterend onderzoek
2-4, Nijmegen
deellocaties (werkplaats en parkeerplaats) op de huidige
Rijkswaterstaat Steunpunt
onderzoekslocatie liggen. Uit analyseresultaten blijkt dat
Lindenholt te Lindenholt, SGS
ter plaatse geen verontreinigen in bovengrond en
EcoCare B.V. (10800615), d.d.
grondwater zijn aangetoond.
19 april 2000
•
Uit het onderzoek is gebleken dat de grond en het
Bodemonderzoek steunpunt
(perceelnummer
grondwater rond de locaties waar met zout en pekel
Wijchenseweg 4 te Nijmegen,
4093)
wordt gewerkt licht verontreinigd is met chloride
Arcadis
en/of cyanide
(C05043.000076.0100), d.d.
Het grondwater ter plaatse van het noordwestelijke
16 november 2015
Wijchenseweg 4a
•
en zuidwestelijke opslagterrein is licht verontreinigd met minerale olie. De sterk verhoogde concentraties minerale olie in het grondwater ter plaatse van het zuidwestelijk opslagterrein is niet meer aangetroffen.
9/22
Kenmerk
Locatie
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Beschrijving
Informatiebron
Aangenomen wordt dat de minerale olie in het grondwater als gevolg van natuurlijke processen is afgebroken •
Ter plaatse van de accu opslag, de verfopslag en de waslplaats aan de noordzijde van het pand zijn geen verontreinigingen aangetoond
• •
Het op te breken asfalt is niet teerhoudend Onder het asfalt is geen puinfundering aanwezig. Plaatselijk is een slakkenlaag aanwezig. Op basis van een indicatieve analyse wordt niet verwacht dat dit materiaal geschikt is voor hergebruik
•
Het slib in de watergangen rond de locatie is beoordeeld als niet toepasbaar bij verspreiding in oppervlaktewater vanwege verhoogde concentraties minerale olie. Het materiaal mag wel verspreid worden op het aangrenzend perceel
•
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, de waterbodem en de verharding binnen het plangebied vormt geen belemmering voor de herinrichting van het terrein
•
Aanbevolen is om een eindsituatieonderzoek uit te voeren nadat de activiteiten volledig zijn beëindigd. Hierbij moet aandacht worden besteed (strategie verdacht) aan de werkplaats inpandig
Wijchenseweg 4
Sanering ter plaatse van de zoutloods. een chloride
Evaluatieverslag
verontreiniging ontstaan als gevolg van de opslag en
Bodemsanering Zoutopslag
verlading van wegenzout. De doelstelling van de
Steunpunt RWS aan de
bodemsanering was om te voldoen aan de zorgplicht.
Wijchenseweg 4 te Nijmegen,
Hiervoor moet er terug gesaneerd worden van 390
Arcadis, d.d. 3 juli 2017
mg/kg d.s. tot het grondwaterniveau. Daarnaast is er een verontreiniging met minerale olie aan de achterkant van de loods. Deze dient verwijderd te worden tot de achtergrondwaarde. In totaal is er 5.359,44 ton verontreinigde grond afgevoerd voor verwerking. Verder is een partij zand vermengd met freesasfalt afgevoerd (22,1) ton. De ontgraving is aangevuld met zand van elders. Het water in de ontgraving bevat chloride. Het gemeten gehalte na uitvoering bedroeg 460 mg/l. Er is voldaan aan de gestelde terugsaneerwaarde. De grond is conform de gestelde doelstelling gesaneerd. Het terrein is zonder beperkingen geschikt voor de bouw van de nieuwe zoutloods.
10/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat de voormalige verdachte deellocaties (accu opslag, verfopslag, wasplaats) voldoende zijn onderzocht. De inpandige werkplaats is niet onderzocht. De locatie van de zoutopslag valt buiten het huidige onderzoeksterrein. 2.2.5 Asbestverdachtheid van de bodem Uit een asbestinventarisatie van SGS Search 4 uit 2016 blijkt dat de golfplaten van het voormalige dak hechtgebonden asbest bevatten. Op basis van de asbestinventarisatie blijkt dat de golfplaten destijds zeer licht verweerd zijn geweest. Hierdoor is er kans op uitspoeling van losse asbestvezels in de dakgoot, de bodem onder afwatering of in andere vormen van wateropslag. Tevens is er kans op vezelemissie indien aangegroeide mos losraakt. Tijdens de asbestinventarisatie zijn er moshoudende asbestdeeltjes in de dakgoot en op circa twee meter rond de voor- en achtergevel van het pand waargenomen. Hoewel de op het maaiveld liggende asbestdeeltjes inmiddels gesaneerd zijn, bestaat er een kans op achtergebleven asbestvezels in de afwateringszone. Het dak is in 2017 vervangen. 2.2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen als gevolg van puntbronnen 5. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS (inclusief aanpassing juli 2020) in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS 6 als gevolg van atmosferische depositie. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem diffuus verdacht is voor PFAS met uitzondering van GenX. In verband met de aanleiding van het bodemonderzoek (verkoop locatie) is onderzoek naar PFAS niet uitgevoerd. Bij eventuele toekomstige werkzaamheden waarbij grond wordt afgevoerd, is onderzoek naar PFAS noodzakelijk. 2.2.7 Terreinverkenning Voorafgaand aan het veldwerk is op 9 juli 2020 is door de veldmedewerker een fysieke terreinverkenning binnen en buiten het gebouw uitgevoerd. De betonvloer van de accu- en verfopslag zijn intact en visueel schoon. De situatie in het veld komt met het vooronderzoek overeen. 2.2.8 Definiëring verdachte deellocaties binnen het onderzoeksgebied Op basis van het vooronderzoek wordt de werkplaats als verdachte locatie beschouwd. De reden hiervoor is dat uit het vooronderzoek blijkt deze in het verleden niet is onderzocht. De afwateringszone wordt eveneens gezien als verdachte deellocatie omdat de gevelplaten en dakbedekking oorspronkelijk uit asbesthoudende golfplaten bestonden. 4
Asbestinventarisatie conform SC 540, SGS Search (RFI-16-00010515-SI), d.d. 24 oktober 2016 Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019
5 6
11/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Het overig terrein wordt als onverdachte locatie beschouwd. Wel zijn hier op basis van het deelgebied 4 ‘1965-heden’ diffuse verontreinigingen ten gevolge van menselijke activiteiten en natuurlijke processen te verwachten. Uit het vooronderzoek kan ook worden geconcludeerd wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus verdacht is voor PFAS voor de bovengrond.
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In tabel 2.5 zijn de regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw gegeven. Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden. Tabel 2.5 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel
Bevinding
Informatiebron
Regionale bodemopbouw
Poldervaaggronden;
Bodemkaart van
zware zavel
Nederland, WUR¹
Maaiveld hoogte
7.27 m +NAP
AHN²
Stijghoogte freatische grondwater
6.23 m +NAP
NAGROM³
Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting van
Noord West Noord
NAGROM³
In een grondwaterbeschermingsgebied?
Nee
INSPIRE View⁴
Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?
Nee
wkotool.nl⁶
Kwel/infiltratie (tussen deklaag en watervoerende laag)
kwel (> 2 mm/dag)
Klimaateffectenatlas
het eerste watervoerend pakket
stichting CAS⁵ ¹ https://www.wur.nl/nl/show/Bodemkaart-1-50-000.htm, ² Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), ³ NAGROM, Nationaal GROndwater Model, ⁴ INSPIRE view service voor AreaManagement van de gezamenlijke provincies, ⁵ Klimaateffectenatlas stichting CAS, kwel en infiltratie huidig, ⁶ https://wkotool.nl/
2.4
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen
2.4.1 Conclusies vooronderzoek en aanbevelingen Uit het vooronderzoek komt naar voren dat de onderzoekslocatie opgedeeld kan worden in drie deellocaties. De inpandige werkplaats met accu- en verfopslag en aan de noordzijde een wasplaats. De afwateringszone rondom het gebouw en het overig terrein. In de grond en het grondwater op de locatie zijn tijdens onderzoeken in 2000 en 2015 geen verontreinigingen vastgesteld. Inpandig heeft geen onderzoek plaats gevonden. Het voormalige dak van het gebouw bestond uit licht verweerde asbesthoudende golfplaten. In de afwateringszone van het pand zijn in het verleden moshoudende asbestdeeltjes in de dakgoot en op circa twee meter rond de voor- en achtergevel van het pand waargenomen. Hoewel deze inmiddels gesaneerd zijn, bestaat een kans op achtergebleven asbestvezels in de afwateringszone. Het overig terrein is bosrijk en wordt als een onverdachte locatie beschouwd.
12/22
Kenmerk
2.4.2
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Hypothese en onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek inclusief asbest
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de volgende onderzoeksopzet ten hypotheses gesteld: Op basis van de voorinformatie blijkt dat de verdachte deellocaties (accu opslag, verfopslag, wasplaats) voldoende zijn onderzocht in 2016. De werkplaats is destijds niet onderzocht. De bovengrond van de werkplaats is verdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen door de werkzaamheden. De werkplaats wordt onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie (VED-HE) uit de NEN 5740. Daarnaast wordt het grondwater ter plaatse van de bestaande peilbuizen (accu opslag en wasplaats) opnieuw bemonsterd en geanalyseerd. Het overig terrein wordt onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV) uit de NEN 5740. De hypothese wordt gesteld dat, met name de bovengrond, licht verontreinigd is als gevolg van menselijk handelen. Door de voormalige aanwezigheid van asbest(vezels) op de klinkerverhardingen rondom het pand en afspoeling van asbest(vezels) op de overgang van klinkers naar onverhard terrein wordt een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd volgens de strategie voor een verdachte locatie met een heterogeen verdeelde, diffuse verontreiniging uit de NEN 5707 7. De hypothese wordt gesteld dat de toplaag (wortelzone van 0 tot 5 cm) verontreinigd is met asbest.
3 Veldonderzoek 3.1
Veiligheid en kwaliteit
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is, ter voorkoming van schade aan kabels- en leidingen, een KLIC-melding gedaan. In bijlage 5 is de kaart met geregistreerde kabelsen leidingen, die binnen en nabij het onderzoeksgebied aanwezig zijn, opgenomen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: • Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, • •
nemen van grondmonsters en waterpassen Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem.
Afwijking op protocol 2018: Vanwege de aanwezigheid van klinkers op een gedeelte van de onderzoeklocatie heeft geen maaiveldinspectie plaats gevonden. Omdat asbestvezels diffuus aanwezig kunnen zijn op het volledige onderzoekgedeelte wordt deze afwijking niet als kritisch beoordeeld.
7
NEN 5707: Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017
13/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. Tauw bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Tauw bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. Tauw verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar.
3.2
Opzet en uitvoering van het onderzoek
Verkennend bodemonderzoek Voor het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 gehanteerd: • Werkplaats: Verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De •
•
boringen worden verdeeld Accu opslag en wasplaats: Het grondwater van de bestaande peilbuizen D01 en E01 wordt opnieuw bemonsterd en geanalyseerd. Voor huidig onderzoek zijn peilbuizen D01 en E01 hernoemd naar 100 en 200 Overig terrein: Onverdachte locatie. De boringen worden verspreid over het gehele terrein
Verkennend bodemonderzoek naar asbest Voor het bodemonderzoek naar asbest in de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5707 gehanteerd: •
Verdachte toplaag met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Asbestproefgaten worden rondom het pand in de afwateringszone gegraven
3.3
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond ter plaatse van de werkplaats en het overig terrein is bemonsterd op 9 juli 2020 door Remco (R.J.) Sappema. Op het overig terrein zijn een aantal boringen buiten de onderzoekslocatie geplaatst. Deze boringen zijn op 13 juli 2020 door Mark (M.) Doornbos opnieuw geplaatst binnen de onderzoekslocatie. De asbestgaten in de afwateringzone zijn op 13 juli 2020 gegraven. Het grondwater is bemonsterd op 17 juli 2020 door Koen (K.F.J.) Broers. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde werkzaamheden en analyses.
14/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Veldwerk
Werkplaats
Afwateringszone
Overig terrein
Aantal (nummers)
Aantal (nummers)
Aantal (nummers)
Boring tot 0,5 m -mv
23 (13 t/m 27, 103 t/m 110)
Boring tot 1,0 m -mv
3 (1 t/m 3)
Boring tot 2,0 m -mv
1 (5)
7 (8 t/m 12, 101 en 102)
Boring met peilbuis tot 4,0 m -mv
1 (4)
2 (6 en 7)
Bemonsteren bestaande
2 (100 en 200)
peilbuizen Asbestproefgaten (toplaag)
10 (30 t/m 34, 36 t/m 40)
Analyses
Aantal 1
Aantal
Aantal
Standaard stoffenpakket grond
3
7
Standaard stoffenpakket
1
4
grondwater2 Asbest in grond en asbestvezels
2
(SEM) 1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink),
PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof 2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en
minerale olie (GC)
Het opgeboorde materiaal is in het veld beoordeeld op textuur, kleur en bijzonderheden. De bemonstering van de grond heeft plaatsgevonden per zintuiglijk afwijkende bodemlaag met een maximumtraject van 50 cm. De mengmonsters van het bodemonderzoek naar asbest zijn samengesteld uit proefgaten van de toplaag.
3.4
Resultaten veldonderzoek
Tijdens de inpandige veldwerkzaamheden bleek in de ruimten rondom de werkplaats een kruipruimte aanwezig te zijn. Derhalve zijn alle boringen door de betonvloer in de werkplaats geplaatst. De bodem onder de betonvloer in de werkplaats bestaat tot de einddiepte van 3,5 m mv uit zand. Er zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Tijdens de werkzaamheden in de afwateringszone is in de opgegraven grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Op het overig gedeelte bestaat de bodem uit zand en klei. Plaatselijk zijn tot een maximale diepte van 2,0 m -mv zeer lichte bijmengingen met baksteen, kooldeeltjes, plastic en puin waargenomen. In tabel 3.2 is een overzicht van de bijzonderheden van de zintuiglijke waarnemingen gegeven. Voor details wordt verwezen naar de kaart met situering van monsterpunten in bijlage 4, boorprofielen in bijlage 6 en de foto’s in bijlage 10.
15/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Tabel 3.2 Overzicht bijzonderheden zintuiglijke waarnemingen Boring
Diepte
Textuur
Bijzonderheden ##
(m -mv) 6
0,0-0,5
Matig grof zand
Baksteen (1/m.grof)
7
0,0-0,5
Klei
Plastic (1/m.grof)
7
0,5-1,1
Klei
Kooldeeltjes (1/fijn)
10
0,5-1,5
Matig grof zand
Puin (1/fijn)
10
1,5-2,0
Matig grof zand
Baksteen (1/fijn)
23
0,0-0,1
Fijn zand
Baksteen (1/fijn)
3.4.1
Veldmetingen grondwater
In tabel 3.3 zijn de gegevens van het grondwater, zoals deze bij de monstername zijn gemeten, weergegeven. De gemeten grondwaterstanden zijn hierbij, op basis van afwerkingsdiepte, omgerekend naar meter minus maaiveld. Tabel 3.3 Veldmetingen Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv)
GWS
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(-)
(μS/cm)
(ntu)
4
2,50
3,50
17.07.2020
1,98
7,68
324
37
6
2,00
3,00
17.07.2020
2,19
7,81
295
39
7
2,10
3,10
17.07.2020
2,06
7,46
503
86
100
2,50
3,50
17.07.2020
1,95
7,87
367
200
2,50
3,50
17.07.2020
2,19
7,18
354
35
De gemeten waarden voor de pH en EC worden als normaal beschouwd. In het grondwater is een verhoogde troebelheid (>10 ntu) gemeten, dit kan een overschatting van de organische parameters geven.
4 Chemisch-analytisch onderzoek 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
Het chemisch-analytisch onderzoek bestaat uit het analyseren van grond(meng)monsters en grondwatermonsters. Voor de bepaling van de minimale analyse-intensiteit binnen het bodemonderzoek is aangesloten op de vereisten uit de NEN 5740 en NEN 5707. Afhankelijk van de bodemopbouw en het zintuiglijk waarnemen van bijzonderheden in de bodem kunnen aanvullende analyses noodzakelijk zijn. Het geaccrediteerde milieulaboratorium van AL-West B.V. heeft de analyses conform AS3000 uitgevoerd.
16/22
Kenmerk
4.2
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Chemisch-analytisch onderzoek
Op basis van de, bij de veldwerkzaamheden gedane zintuiglijke waarnemingen en de ruimtelijke spreiding van de monsterpunten, zijn in het laboratorium grond(meng)monsters samengesteld en geselecteerd voor analyse. In tabel 4.1 is de monsterselectie opgenomen en zijn de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 4.1 Monsterselectie en uitgevoerde analyses (Meng)-
Deelmonster
monster
Diepte
Textuur en
(m -mv)
bijzonderheden ##
Analyse
Werkplaats BG 1 t/m 3
1-1, 2-1, 3-1
0,08-0,5
matig grof zand
STAP-gr1)
BG 4 en 5
4-1, 5-1
0,08-0,5
matig grof zand
STAP-gr1)
OG 1 t/m 5
1-2, 1-3, 1-4, 2-2,
0,5-2,0
matig grof zand
STAP-gr1)
-
2,5-3,5
matig grof zand
STAP-gw2)
BG 8, 10, 13, 14, 16,
8-1, 10-1, 13-1,
0,0-0,5
matig grof zand, fijn zand
STAP-gr1)
19, 20, 21, 23, 26
14-1, 16-1, 19-1,
0,0-0,5
klei
STAP-gr1)
0,0-0,5
klei
STAP-gr1)
0,0-0,5
klei
STAP-gr1)
0,0-0,5
klei
STAP-gr1)
0,5-1,7
klei
STAP-gr1)
0,3-2,0
matig grof zand, puin (1),
STAP-gr1)
3-2, 4-2, 4-3, 4-4, 5-2 Pb 4 Overig terrein
20-2, 21-1, 23-1, 26-1 BG 12, 18, 22, 24,
12-1, 18-1, 22-1,
25
24-1, 25-1
BG 9, 11, 15, 17, 27
9-1, 11-1, 15-1, 17-1, 27-1
BG 106 t/m 110
106-1, 107-1, 108-1, 109-1, 110-1
BG 101 t/m 105
101-1, 102-1, 103-1, 104-1, 105-1
OG 9, 11, 12
9-2, 9-3, 9-4, 11-2, 11-3, 12-2
OG 8, 9, 10, 11, 12
8-2, 8-3, 8-5, 9-5, 10-2, 10-3, 10-4,
baksteen (1), fijn zand
11-4, 12-3, 12-4 6
-
2,0-3,0
klei, grind
STAP-gw2)
7
-
2,1-3,1
klei, matig grof zand, grind
STAP-gw2)
100
-
2,5-3,5
-
STAP-gw2)
200
-
2,5-3,5
-
STAP-gw2)
17/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
(Meng)-
Deelmonster
monster
Diepte
Textuur en
(m -mv)
bijzonderheden ##
0,0-0,05
matig grof zand
Analyse
Afwateringszone MM1 (onder klinker)
36 t/m 40
Asbest in grond en asbestvezels (SEM)
MM2 (onverhard)
30 t/m 34
0,0-0,05
matig grof zand
Asbest in grond en asbestvezels (SEM)
1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink),
PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof 2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en
minerale olie (GC)
4.3
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten
Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater op de locatie zijn de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. De toetsingskaders zijn gedetailleerd beschreven in bijlage 7. In deze bijlage 7 zijn ook de geldende toetsingswaarden voor grond en grondwater opgenomen. De individueel getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn opgenomen in bijlage 8. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 11. De veldwerkpapieren van het bodemonderzoek asbest zijn opgenomen in bijlage 9. Bijlage 10 bevat de foto’s van het veldwerk. 4.3.1
Verontreinigingssituatie grond
In tabel 4.2 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten van de grond. Naast toetsing aan de STI-waarden is getoetst aan Lokale Maximale Waarden (LMW) uit de Nota bodembeheer van de gemeente Nijmegen. Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond (Meng)-
Deelmonster
monster
Diepte
Textuur en
(m -mv)
bijzonderheden
> AW
>
>I
BBK#
LMW1)
T
## Werkplaats BG 1 t/m 3
1-1, 2-1, 3-1
0,08-0,5
Matig grof zand
-
-
-
AT
-
BG 4 en 5
4-1, 5-1
0,08-0,5
Matig grof zand
-
-
-
AT
-
OG 1 t/m 5
1-2, 1-3, 1-4, 2-2,
0,5-2,0
Matig grof zand
-
-
-
AT
-
0,0-0,5
Matig grof zand,
minerale olie
-
-
IND
-
fijn zand
(C10-C40)
3-2, 4-2, 4-3, 4-4, 5-2 Overig terrein BG 8, 10,
8-1, 10-1, 13-1,
13, 14, 16,
14-1, 16-1, 19-1,
19, 20, 21,
20-2, 21-1, 23-1,
23, 26
26-1
18/22
Kenmerk
(Meng)-
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Deelmonster
monster
Diepte
Textuur en
(m -mv)
bijzonderheden
> AW
>
>I
BBK#
LMW1)
T
## BG 12, 18,
12-1, 18-1, 22-1,
22, 24, 25
24-1, 25-1
BG 9, 11,
9-1, 11-1, 15-1,
15, 17, 27
17-1, 27-1
BG 106 t/m
106-1, 107-1,
110
108-1, 109-1,
0,0-0,5
Klei
-
-
-
AT
-
0,0-0,5
Klei
-
-
-
AT
-
0,0-0,5
Klei
Pb, PAK
-
-
AT
-
0,0-0,5
Klei
Co
-
-
AT
-
0,5-1,7
Klei
-
-
-
AT
-
0,3-2,0
Matig grof zand,
-
-
-
AT
-
110-1 BG 101 t/m
101-1, 102-1,
105
103-1, 104-1, 105-1
OG 9, 11,
9-2, 9-3, 9-4,
12
11-2, 11-3, 12-2
OG 8, 9,
8-2, 8-3, 8-5, 9-5,
10, 11, 12
10-2, 10-3, 10-4,
puin (1), baksteen
11-4, 12-3, 12-4
(1), fijn zand
BG: Bovengrond, OG: Ondergrond, AW: Achtergrondwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijding door de geanalyseerde parameters, ## De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), # indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, AT=Altijd Toepasbaar, IND=Klasse Industrie, 1) Overschrijding LMW (Lokale Maximale Waarden), het toetsingskader is in bijlage 7 opgenomen
Werkplaats In de grond onder de betonvloer is visueel geen bodemvreemd materiaal waargenomen. In de boven- en ondergrond is analytisch géén van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde aangetoond. Géén van de geanalyseerde parameters overschrijdt de lokale maximale waarde. De grond wordt indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar. Overig terrein In de bovengrond van het overig terrein zijn minerale olie, PAK, lood en kobalt boven de achtergrondwaarde gemeten hoewel er geen bodemvreemd materiaal is waargenomen. De lichte verontreiniging wordt gerelateerd aan menselijke activiteiten en natuurlijke processen. Géén van de gemeten parameters overschrijden de lokale maximale waarde. De bovengrond wordt indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar of klasse industrie. In de ondergrond zijn plaatselijk maximaal zeer lichte bijmengingen met puin en baksteen waargenomen. Analytisch is geen van de geanalyseerde parameters verhoogd gemeten. Géén van de gemeten parameters overschrijden de lokale maximale waarde. De ondergrond wordt indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar.
19/22
Kenmerk
4.3.2
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Verontreinigingssituatie asbest
Voor het toetsen van het asbestgehalte in de bodem is het gehalte serpentijn asbest vermeerderd met 10x het gehalten aan amfibool asbest. In tabel 4.3 zijn de resultaten van het asbestonderzoek weergegeven. Tabel 4.3 Overzicht resultaten asbest Monster
Deelmonster
Traject
Totale gewogen
Toetsing
Totaal gewogen
Toetsing
(m -mv)
indicatief
norm
indicatief gehalte
risiconorm
gehalte asbest
asbest fractie
(mg/kg d.s.)
< 0,5 mm (mg/kg.ds)
1)
MM1
36 t/m 40
0,0-0,05
1,3
-
MM2
30 t/m 34
0,0-0,05
n.a.
-
n.a. niet aantoonbaar, -: 0,5* interventiewaarde wordt niet overschreden,
1)
-*
-
-*
-
In mengmonster MM1 zijn asbestvezels
in de 1-2 mm fractie gevonden. (*) Met uitgevoerde SEM analyse zijn geen respirable in de fractie < 0,5 mm aangetoond. De risiconorm wordt niet overschreden
Zintuiglijk zijn op het maaiveld en in de opgegraven grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. In één mengmonster (MM1) is asbest gemeten in een gehalte van 1,3 mg/kg d.s. Dit is ruim beneden de norm voor nader onderzoek (0,5 x interventiewaarde). Met de lichtmicroscoop zijn in mengmonster MM1 aanwijzingen gevonden op het aantreffen van losse vezels in de 1-2 mm fractie. De elektronenmicroscoop (SEM-analyse) van de < 0,5 mm fractie toont geen respirable asbestvezels aan. In het mengmonster (MM2) is asbest in de grond niet aantoonbaar. De grond is voldoende onderzocht op asbest. 4.3.3
Verontreinigingssituatie grondwater
In tabel 4.4 zijn de aangetoonde overschrijdingen van de toetsingswaarden in het grondwater samengevat. Tabel 4.4 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelling
>S
>T
>I
(cm-mv) Pb 4
250-350
-
-
-
Pb 6
200-300
Ba
-
-
Pb 7
210-310
Ba
-
-
Pb 100
250-350
-
-
-
Pb 200
250-350
-
-
-
S: Streefwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters
20/22
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
In het grondwater van de bestaande peilbuizen (pb 100 en 200) en de nieuw geplaatste peilbuis (pb 4) in het pand zijn géén van de geanalyseerde parameters verhoogd gemeten. In het grondwater van de peilbuizen op het overig terrein (pb 6 en 7) is barium boven de streefwaarde gemeten. De licht verhoogde concentratie aan barium wordt gerelateerd aan natuurlijke processen. Géén van de organische parameters verhoogd gemeten. Derhalve heeft de verhoogde troebelheid geen invloed gehad op de analyseresultaten en op de conclusies van het onderzoek.
4.4
Toetsing van de onderzoekshypothese
•
De hypothese dat de bovengrond in de werkplaats verdacht is op een verontreiniging als gevolg van de activiteiten is verworpen. Géén van de gemeten parameters is boven de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens gemeten
•
De hypothese dat, met name de bovengrond op het overig terrein, licht verontreinigd is als gevolg van menselijk handelen, wordt aanvaard. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie, PAK, lood en kobalt ten opzichte van de achtergrondwaarde
•
gemeten De hypothese dat de afwateringszone verdacht is op de aanwezigheid van (asbest)vezels is aanvaard. In een van de mengmonsters grond is een gehalte aan asbest van 1,3 mg/kg d.s. gemeten. Dit gehalte ligt ruim beneden 0,5x de interventiewaarde voor aanvullend onderzoek. Daarnaast zijn geen asbestvezels aangetroffen
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1
Aanleiding en doelstelling
In opdracht van Rijksvastgoedbedrijf Directie Vastgoedbeheer Assen heeft Tauw een standaard vooronderzoek en een verkennend onderzoek inclusief asbest uitgevoerd ter plaatse van het kadastrale perceel bekend als Neerbosch E 4092. Het perceel ligt aan de Wijchenseweg 4 in Nijmegen. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is de voorgenomen verkoop van de locatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit op de locatie en specifiek bij de, binnen het vooronderzoek, gedefinieerde verdachte deellocaties. Het verkennend bodemonderzoek naar asbest heeft tot doel het vaststellen of de afwateringszone rondom het gebouw wel of niet verdacht is op een verontreiniging met asbest(vezels) in de toplaag.
21/22
Kenmerk
5.2
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Conclusies en aanbevelingen
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd: De werkzaamheden in het pand hebben niet geleid tot een bodemverontreiniging. In de boven- en ondergrond is geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens gemeten. De grond wordt indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar. In het grondwater is geen van de geanalyseerde parameters boven de streefwaarde gemeten. Ter plaatse de afwateringszone is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Analytisch is in één mengmonster asbest in een gehalten van 1,3 mg/kg d.s. gemeten. De gemeten waarde blijft ruim beneden de 0,5x interventiewaarde van 50 mg/kg d.s. Derhalve is nader onderzoek is niet noodzakelijk. Er zijn geen asbestvezels aangetoond. De afwateringszone is voldoende onderzocht op asbest. Op het overig terrein zijn in de bovengrond slechts lichte verontreinigingen (> achtergrondwaarde) gemeten van minerale olie, PAK, lood en kobalt. Géén van de genoemde parameters overschrijden de lokale maximale waarde zoals weergegeven in de nota bodembeheer van de gemeente Nijmegen. De bovengrond wordt indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar of klasse industrie. In de ondergrond is géén van de gemeten parameters boven de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens gemeten. De ondergrond wordt indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar.
In het grondwater is barium boven de streefwaarde aangetoond. Barium is waarschijnlijk van nature aanwezig. De lichte verontreinigingen in grond en grondwater passen in het beeld van het deelgebied 4 ‘1965-heden’. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat met de resultaten uit het huidige onderzoek de kwaliteit van de bodem voldoende is onderzocht. Opmerking Indien bij (graaf)werkzaamheden grond vrijkomt op de locatie, is deze niet zondermeer geschikt voor hergebruik buiten de locatie. Voor toepassing van grond buiten de locatie is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. In verband met de aanleiding van het bodemonderzoek (verkoop locatie) is onderzoek naar PFAS niet uitgevoerd. Bij eventuele toekomstige werkzaamheden waarbij grond wordt afgevoerd, is onderzoek naar PFAS noodzakelijk.
22/22
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Regionale ligging onderzoekslocatie
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Kadastrale kaart en registratie
Kadastrale kaart
Uw referentie: 1976910
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Neerbosch E 4092
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 6 augustus 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BETREFT
Neerbosch E 4092 UW REFERENTIE
1976910 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
06-08-2020 - 14:03
S11070953328
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
05-08-2020 - 14:59
05-08-2020 - 14:59
BLAD
1 van 4
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Neerbosch E 4092 Kadastrale objectidentificatie : 083760409270000
Locatie Wijchenseweg 4
6537 TL Nijmegen Kadastrale grootte 11.742 m² Grens en grootte Voorlopig Meettarief verschuldigd Ja Coördinaten 182150 - 426051 Ontstaan uit Neerbosch E 4004
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB. Landelijke Voorziening
RECHTEN 1 Eigendom belast met Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de
Belemmeringenwet Privaatrecht op gedeelte van perceel (zie 1.1 t/m 1.4) Soort recht Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 12377/30 Arnhem
Ingeschreven op 15-10-1993
Naam gerechtigde De Staat (Infrastructuur en Waterstaat) Adres Korte Voorhout 7
2511 CW 'S-GRAVENHAGE Postadres Postbus 16169
2500 BD 'S-GRAVENHAGE Statutaire zetel 'S-GRAVENHAGE Vermeld in stukken Hyp4 72869/00136
Ingeschreven op 29-03-2018 om 09:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 59220/00014 Naamswijziging rechtspersoon
Ingeschreven op 08-12-2010 om 12:40
BETREFT
Neerbosch E 4092 UW REFERENTIE
1976910 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
06-08-2020 - 14:03
S11070953328
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
05-08-2020 - 14:59
05-08-2020 - 14:59
BLAD
2 van 4
1.1 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet
Privaatrecht op gedeelte van perceel Afkomstig uit stuk Hyp4 1805/77 Nijmegen Naam gerechtigde Liander Infra N.V. Adres Utrechtseweg 69
6812 AH ARNHEM Statutaire zetel ARNHEM KvK-nummer 08021677 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Vermeld in stukken Hyp4 69849/00097
Ingeschreven op 06-01-2017 om 10:10
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 60879/00069
Ingeschreven op 16-12-2011 om 09:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 55903/00133
Ingeschreven op 03-12-2008 om 09:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 30279/00087 Arnhem
Ingeschreven op 12-06-2003 om 09:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 08602/00050 Arnhem
Ingeschreven op 06-02-1987 om 00:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 07358/00017 Arnhem Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 04664/00048 Zwolle Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 03659/00036 Arnhem Naamswijziging rechtspersoon 1.2 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet
Privaatrecht op gedeelte van perceel Afkomstig uit stuk Hyp4 5957/90 Arnhem
Ingeschreven op 21-04-1980
Naam gerechtigde KPN B.V. Adres Wilhelminakade 123
3072 AP ROTTERDAM Statutaire zetel 'S-GRAVENHAGE KvK-nummer 27124701 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Vermeld in stukken Hyp4 51432/28
Ingeschreven op 04-01-2007 om 12:53
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 50929/00038 Naamswijziging rechtspersoon
Ingeschreven op 31-10-2006 om 09:00
BETREFT
Neerbosch E 4092 UW REFERENTIE
1976910 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
06-08-2020 - 14:03
S11070953328
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
05-08-2020 - 14:59
05-08-2020 - 14:59
BLAD
3 van 4
Hyp4 13485/00032 Eindhoven
Ingeschreven op 06-03-1998 om 00:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 09062/00020 Leeuwarden
Ingeschreven op 06-03-1998 om 00:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 06577/00002 Assen
Ingeschreven op 06-03-1998 om 00:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 06309/00013 Leeuwarden
Ingeschreven op 28-02-1989 om 00:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 04479/00049 Assen
Ingeschreven op 28-02-1989 om 00:00
Naamswijziging rechtspersoon Hyp4 09614/00001 Arnhem
Ingeschreven op 17-02-1989 om 00:00
Naamswijziging rechtspersoon 1.3 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet
Privaatrecht op gedeelte van perceel Afkomstig uit stukken Hyp4 63933/167
Hyp4 1330/9 Nijmegen
Ingeschreven op 06-02-2014 om 09:00 Ingeschreven op 12-04-1965
Naam gerechtigde Gasunie Transport Services B.V. Adres Concourslaan 17
9727 KC GRONINGEN Postadres Postbus 181
9700 AD GRONINGEN Statutaire zetel GRONINGEN KvK-nummer 02084889 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Vermeld in stuk Hyp4 63933/167
Ingeschreven op 06-02-2014 om 09:00
Naamswijziging rechtspersoon 1.4 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet
Privaatrecht op gedeelte van perceel Afkomstig uit stukken Hyp4 63933/167
Ingeschreven op 06-02-2014 om 09:00
Hyp4 1465/87 Nijmegen Naam gerechtigde Gasunie Transport Services B.V. Adres Concourslaan 17
9727 KC GRONINGEN Postadres Postbus 181
9700 AD GRONINGEN Statutaire zetel GRONINGEN KvK-nummer 02084889 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
BETREFT
Neerbosch E 4092 UW REFERENTIE
1976910 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
06-08-2020 - 14:03
S11070953328
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
05-08-2020 - 14:59
05-08-2020 - 14:59
BLAD
4 van 4
Vermeld in stuk Hyp4 63933/167
Ingeschreven op 06-02-2014 om 09:00
Naamswijziging rechtspersoon
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Luchtfoto’s en historische topografische kaarten
Steunpunt, 1930 (Topotijdreis)
Steunpunt, 1965 (Topotijdreis)
Steunpunt, 1971 (Topotijdreis)
Steunpunt, 1976 (Topotijdreis)
Steunpunt, 1984 (Topotijdreis)
Steunpunt, 1992 (Topotijdreis)
Steunpunt, 2019 (Topotijdreis)
Luchtfoto, 2016 (Cyclomedia StreetSmart)
Luchtfoto, 2017 (Cyclomedia StreetSmart)
Luchtfoto, 2019 (Cyclomedia StreetSmart)
Kenmerk
Bijlage 4
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Kaart situering monsterpunten
10
26
13
14
7
103
21
108 6
19
22
110 12
39
40
109 25
36
200 37
i
24
107
i
100
i
106
!4
34
i
9
104
200
3
i
30
!
i
100
i
20
23
2
!
31
!
33
i
32
i
8
15
i
101
11
105
16
27
!
102 !
17
18
i
AsbestSleuf
i
0
AsbestSleuf90
!
Boring tot 1,0 meter
Boring tot 0,5 meter Diepe Boringboring tot 2,0 meter Peilbuis
Locatiegrens
20
Opdrachtgever
´
40 m
Schaal
Status
Rijksvastgoedbedrijf Directie Vastgoedbeheer Assen
1:1000
A4
Definitief
Project
Formaat
Projectnummer
Titel
Datum 04-08-2020
Tekeningnummer
Nijmegen Wijchenseweg 4 situering monsterpunten
Get.
Gec.
TEGSIS
1276910
lfk
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors
Kenmerk
Bijlage 5
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Ligging kabels en leidingen (KLIC)
0
25
Opdrachtgever
Schaal
Status
Rijksvastgoedbedrijf Directie Vastgoedbeheer Assen
Locatiegrens
Gasleiding Datakabel Electriciteit Water/Riool
´
50 m
1:1250
A4
Definitief
Project
Formaat
Projectnummer
Titel
Datum 07-08-2020
Tekeningnummer
Nijmegen Wijchenseweg 4 Ligging kabels en leidingen (KLIC)
Get.
Gec.
TEGSIS
1276910
lfk
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors
Kenmerk
Bijlage 6
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Boorprofielen
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Bijlage 7
Toetsingskader
B7.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen): • •
De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering 8 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 9
Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater. In tabel B7.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B7.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof
Weergave in tabellen
Omschrijving in de tekst
≤ AW/S-waarde (of < rapportagegrens)
-
-
> AW/S-waarde ≤ T-waarde
+
Licht verhoogd / verontreinigd
> T-waarde ≤ I-waarde
++
Matig verhoogd / verontreinigd
> I-waarde
+++
Sterk verhoogd / verontreinigd
Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G 10 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum. Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa 11-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd.
8
(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013 (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013) 10 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 11 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl 9
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
B7.2 Toetsingswaarden Grond Lutum
25%
Organisch stof
10%
gAW
T
I
barium (Ba)
-
463
925
cadmium (Cd)
0,6
6,8
13
kobalt (Co)
15
102,5
190
koper (Cu)
40
115
190
kwik (Hg)
0,15
18,08
36
lood (Pb)
50
290
530
molybdeen (Mo)
1,5
95,8
190
nikkel (Ni)
35
67,5
100
zink (Zn)
140
430
720
20,8
40
0,02
0,51
1
190
2595
5000
METALEN
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
1,5
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40) gAW:
Achtergrondwaarden [mg/kg ds]
T:
Tussenwaarden grond [mg/kg ds]
I:
Interventiewaarden grond [mg/kg ds]
Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675) Achtergrondwaarden uit Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater conform Staatscourant 2007, 247
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Grondwater So
To
Io
barium (Ba)
50
337,5
625
cadmium (Cd)
0,4
3,2
6
kobalt (Co)
20
60
100
koper (Cu)
15
45
75
kwik (Hg)
0,05
0,18
0,3
lood (Pb)
15
45
75
molybdeen (Mo)
5
153
300
nikkel (Ni)
15
45
75
zink (Zn)
65
432,5
800
benzeen
0,2
15,1
30
ethylbenzeen
4
77
150
tolueen
7
504
1000
xylenen (som)
0,2
35,1
70
styreen (vinylbenzeen)
6
153
300
naftaleen
0,01
35,01
70
METALEN
AROMATISCHE VERBINDINGEN
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN vinylchloride
0,01
2,51
5
dichloormethaan
0,01
500,01
1000
1,1-dichloorethaan
7
454
900
1,2-dichloorethaan
7
204
400
1,1-dichlooretheen
0,01
5,01
10
1,2-dichl.etheen (c+t)
0,01
10,01
20
dichloorpropanen (som)
0,8
40,4
80
trichloormethaan (chloroform)
6
203
400
1,1,1-trichloorethaan
0,01
150,01
300
1,1,2-trichloorethaan
0,01
65,01
130
trichlooretheen (tri)
24
262
500
tetrachloormethaan (tetra)
0,01
5,01
10
Tetrachlooretheen (per)
0,01
20,01
40
minerale olie (C10-C40)
50
325
600
tribroommethaan (bromoform)
-
315
630
OVERIGE STOFFEN
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
So:
Streefwaarden grondwater [ug/l]
To:
Tussenwaarden grondwater [ug/l]
Io:
Interventiewaarden grondwater [ug/l]
Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675)
B7.3 Lokale maximale waarden deelgebied 4 ‘1965-heden’ Naast de toetsing aan de STI-waarden vanuit de Wet bodembescherming is getoetst aan de lokale maximale waarden (LMW). In de Nota bodembeheer 12 zijn LMW opgesteld voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente Nijmegen. De onderzoekslocatie ligt in deelgebied 4 “1965-heden”. In tabel 7.2 zijn de LMW voor deelgebied “1965-heden” weergegeven. Tabel 7.2 Lokale maximale waarden binnen deelgebied “1965-heden” in mg/kg ds voor standaard bodem 1) Traject
Cd
Cu
Hg
Pb
Ni
Zn
Ba
Co
Mo
PAK
PCB
(m -mv) 0 - 1,0
Andere stoffen
1,2
54
0,3
100
70
212
380
30
3,0
3,0
0,04
≤2*AW én ≤ W
> 1,0
1,2
54
0,3
100
70
200
380
30
3,0
3,0
0,04
≤2*AW én ≤ W
Cd = cadmium, Cu = koper, Hg = kwik, Pb = lood, Ni = nikkel, Zn = zink, Ba = barium, Co = kobalt, Mo = molybdeen 1)
Bron: Nota bodembeheer gemeente Nijmegen, september 2012, tabel 6 lokale maximale waarden (pagina 23)
Kader: Deelgebied 4: 1965-heden “De ‘sprong over het kanaal’ is eind jaren zestig genomen waarmee het bebouwde gebied van Nijmegen met een derde is toegenomen. In dit deelgebied is niet alleen een diffuse verontreiniging aanwezig ten gevolge van menselijke activiteiten zoals grondverzet en het verkeer, maar dragen ook natuurlijke processen bij aan de diffuse verontreiniging. Eén van de natuurlijke verschijnselen is de kwel waarmee stoffen vanuit het diepe grondwater in de bovengrond zijn neergeslagen. Daarnaast is de bodem tijdens de sedimentatie van klei in dit rivierengebied van nature met bepaalde stoffen verrijkt. De eerste meter van de bodem bestaat voornamelijk uit (zandige) klei. Hieronder bevindt zich fijn tot grof zand. Het gebied ligt in het oude en jonge rivierkleigebied. (bron: Nota bodembeheer gemeente Nijmegen)
12
Nota bodembeheer Gemeente Nijmegen; afdeling Milieu, bureau Bodem en Water; september 2012
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
B7.4 Toetsingskader asbest De toetsing van asbest is beschreven in bijlage 3 van de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Er is sprake van een bodemverontreiniging met asbest, indien asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (gehalte serpentijn asbest + 10x gehalte amfibool asbest). Indien deze norm op een plaats wordt overschreden, dan is sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging. In het verkennend onderzoek is het analyseresultaat indicatief. Wanneer het indicatieve gehalte lager is dan 0,5 * de interventiewaarde (50 mg/kg d.s.) is statistisch onderbouwd dat de kans gering is dat asbest in een nader onderzoek boven de interventiewaarde wordt aangetroffen. Een nader onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 is niet noodzakelijk.
Kenmerk
R001-1276910LFK-V02-rlk-NL
Bijlage 8
Getoetste omgerekende analyseresultaten
B8.1 Grond Werkplaats Monsteromschrijving
BG 1 t/m 3
BG 4 en 5
OG 1 t/m 5
Diepte (m -mv)
0,08-0,5
0,08-0,5
0,5-2,0
Lutum (%)
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
METALEN barium (Ba)
< 54,3
cadmium (Cd)
< 0,241
-
< 54,3 < 0,241
-
< 54,3 < 0,241
-
kobalt (Co)
12,3
-
13,7
-
10,5
-
koper (Cu)
< 7,24
-
< 7,24
-
< 7,24
-
kwik (Hg)
< 0,0503
-
< 0,0503
-
< 0,0503
-
lood (Pb)
< 11
-
< 11
-
< 11
-
molybdeen (Mo)
< 1,05
-
< 1,05
-
< 1,05
-
nikkel (Ni)
18,1
-
20,4
-
22,2
-
zink (Zn)
< 33,2
-
< 33,2
-
< 33,2
-
-
< 0,35
-
< 0,35
-
< 0,0245
-
< 0,0245
-
< 0,0245
-
minerale olie (C10-C40)
< 123
-
< 123
-
< 123
-
Conclusie Bbk partijkeuring indicatief
Altijd toepasbaar
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
< 0,35
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
OVERIGE STOFFEN
(BoToVa)
Altijd toepasbaar
Altijd toepasbaar
Kenmerk