Nijmegen Brabantse Poort 2021 - 1 (Wijchenseweg 4)_Toelichting_Bijlage 3 rapport externe veiligheid
Tekst van het document
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Project Datum
245807 11 juni 2024
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Project
245807
Datum
11 juni 2024
Auteur Versie nr.
ing. A.M. op den Dries 1.3
Opdrachtgever
Sweco B.V. Winschoterdiep 70 9723 AB Groningen
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________________ 5 2.1 Plaatsgebonden risico ________________________________________________ 5 2.2 Aandachtsgebieden __________________________________________________ 6 2.3 Voorschriftengebieden ________________________________________________ 6 3 Gegevens risicoberekening ______________________________________________ 7 3.1 Inleiding ___________________________________________________________ 7 3.2 Ongevalscenario’s ingeterpte propaantank ________________________________ 7 3.3 Ongevalscenario’s ondergrondse propaantank _____________________________ 8 3.4 Ongevalscenario’s ondergrondse butaantank ______________________________ 8 3.5 Ongevalscenario’s tankauto’s __________________________________________ 8 3.6 Ongevalscenario’s Gasflessenopslag ___________________________________ 13 3.7 Ongevalscenario’s Gasflessen vullen ___________________________________ 14 3.8 Parameters _______________________________________________________ 15 4 Resultaten ___________________________________________________________ 16 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________________ 16 4.2 Aandachtsgebieden _________________________________________________ 18 4.3 Effectafstanden
____________________________________________________ 19 5 Conclusie ____________________________________________________________ 21 Referenties _____________________________________________________________ 22
3
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
1 Inleiding Antargaz is voornemens een nieuwe locatie te ontwikkelen voor het opslaan en verladen van brandbare tot vloeistof verdichte gassen, propaan en butaan, aan de Wijchenseweg 4 te Nijmegen. Conform het Bkl is een vergunning nodig. Antargaz valt onder het Bkl Bijlage VII E onderdeel 3, waardoor het nodig is het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden te berekenen. In deze studie worden het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden berekend dat wordt veroorzaakt door de activiteiten op de inrichting. Voor de berekening wordt uitgegaan van een maximale doorzet tot 26622 m3/jr. De rapportage is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader voor externe veiligheid beschreven. De gegevens die nodig zijn voor de risicoberekening zijn samengevat in hoofdstuk 3. De resultaten staan in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 tenslotte bevat de conclusies.
4
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
2 Normstelling externe veiligheid Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht [1]. Onder de Omgevingswet blijft de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s op basis van een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR) bestaan. Het PR is de kans op overlijden van een onbeschermd persoon die continu op één plek aanwezig is als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico en de beoordeling daarvan is onder de Omgevingswet onveranderd. In het kader van het groepsrisico moet binnen aandachtsgebieden rekening gehouden worden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval. De Omgevingswet rust op drie pijlers: 1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [2] Beschrijft in Bijlage VII de activiteiten met gevaarlijke stoffen en bijbehorende te berekenen of aan te houden PR-afstanden en aandachtsgebieden. 2. Besluit activiteit leefomgeving (Bal) [3] Beschrijft de activiteiten met (gevaarlijke) stoffen met een kleinere gevaarzetting dan die genoemd in het Bkl en bijbehorende aan te houden (veiligheids)afstanden. 3. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) [4] Beschrijft typen bouwwerken en de eisen waaraan deze moeten voldoen. In bijlage VII van het Bkl worden de volgende activiteiten onderscheiden: A.
Activiteiten met vastgestelde afstanden zonder vergunningplicht (verwijzing naar Bal). B. Activiteiten met vastgestelde afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. categoriale Bevi-inrichtingen). C. Activiteiten met bij ministeriële regeling vastgestelde afstanden (o.a. basisnet). D. Activiteiten met te berekenen afstanden zonder vergunningplicht (o.a. buisleidingen). E. Activiteiten met te berekenen afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. Beviinrichtingen). De activiteiten behoren tot de categorie E3 waarbij de veiligheidsafstanden moeten worden berekend.
2.1
Plaatsgebonden risico Voor zeer kwetsbare gebouwen1 (bijv. ziekenhuis, penitentiaire inrichting, kinderdagverblijf) en kwetsbare gebouwen en locaties (bijv. woningen, grote kantoren) is de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 per jaar een grenswaarde (art. 5.7 Bkl) waar niet van afgeweken mag worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is dit een standaardwaarde (art. 5.11 Bkl) waar gemotiveerd van af geweken mag worden.
1 De definities van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn opgenomen in Bkl Bijlage VI
5
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
2.2
Aandachtsgebieden De onder de voormalige wetgeving gehanteerde groepsrisicografiek (fN-curve) is vervangen door aandachtsgebieden. Een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Op basis van drie typen effecten die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden drie verschillende aandachtgebieden bepaald: • Brandaandachtsgebied (BAG). • Explosieaandachtsgebied (EAG). • Gifwolkaandachtsgebied (GAG). De gemeente moet binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Het noemen van het aantal van tien personen betekent niet dat de kans berekend moet worden. Maar dit mag dus wel, bijvoorbeeld als onderbouwing voor eventuele aanvullende maatregelen binnen een aandachtsgebied. De vraag of van een groepsrisico sprake is, kan ook beantwoord worden met demografische gegevens of onderbouwde schattingen. In het geval van het ontvangststation zijn het BAG en het EAG van toepassing.
2.3
Voorschriftengebieden Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen (ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied (art. 5.14 Bkl)). Dat kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. Een gemeente kan ook besluiten geen voorschriftengebied aan te wijzen. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied aanwijzen worden (art. 5.14 Bkl). In het aangewezen voorschriftengebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen.
6
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
3 Gegevens risicoberekening 3.1
Inleiding De gegevens van de inrichting zijn aangeleverd door de opdrachtgever. De berekening van het groepsrisico wordt uitgevoerd voor de maximaal vergunde doorzet tot 26622 m3/jr. De berekening van het risico wordt uitgevoerd volgens de voorschriften opgenomen in het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid [1]. Figuur 1 toont de inrichtingstekening.
Figuur 1.
3.2
Situatietekening Antargaz
Ongevalscenario’s ingeterpte propaantank De aanwezige ingeterpte tank voor propaan heeft een volume van 80 m3 met een maximale inhoud van 37.1 ton (de maximale vullingsgraad). Er is een aparte afleverleiding. Tabel 1 toont de frequentie en bronsterkte voor de ongevalscenario’s. Scenario O.1 O.2 O.3
Instantaan Continu 10 min Continu 10 mm
L.1 L.2 L.3 L.4
Vloeistofleiding – breuk Vloeistofleiding – lekkage Vloeistofleiding – breuk Vloeistofleiding – lekkage
Tabel 1.
Frequentie [/jr] 5.0 10-7 5.0 10-7 1.0 10-5
Bron sterkte 37.1 ton 61.9 kg/s 1.1 kg/s
Toelichting
2.3 10-5 6.8 10-5 2.3 10-5 6.8 10-5
7.2 kg/s 4.5 kg/s 7.2 kg/s 4.5 kg/s
Lengte 45 m, diameter 2” Lengte 45 m Lengte 45 m, diameter 2” Lengte 45 m
Maximale inhoud Maximale inhoud in 600 s Vloeistofuitstroming met uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
Ongevalscenario’s ingeterpte propaantank
7
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
3.3
Ongevalscenario’s ondergrondse propaantank De aanwezige ondergrondse tank voor propaan heeft een volume van 4.8 m3 met een maximale inhoud van 2.1 ton (de maximale vullingsgraad). Tabel 2 toont de frequentie en bronsterkte voor de ongevalscenario’s. Scenario
Bron sterkte 2.1 ton 3.5 kg/s 1.1 kg/s
Toelichting
O.1 O.2 O.3
Instantaan Continu 10 min Continu 10 mm
O.4 O.5
Vloeistofleiding – breuk Vloeistofleiding – lekkage
2.3 10-5 6.8 10-5
1.7 kg/s 4.5 kg/s
Maximale inhoud Maximale inhoud in 600 s Vloeistofuitstroming met uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60 Lengte 45 m, diameter 0.5” Lengte 45 m
O.6 O.7
Afleverleiding – breuk Afleverleiding – lekkage
7.3 10-5 2.2 10-4
0.2 kg/s 4.5 kg/s
Lengte 145 m, diameter 0.5“ Lengte 145 m
Tabel 2.
3.4
Frequentie [/jr] 5.0 10-7 5.0 10-7 1.0 10-5
Ongevalscenario’s ondergrondse propaantank
Ongevalscenario’s ondergrondse butaantank De aanwezige ondergrondse tank voor propaan heeft een volume van 2.7 m3 met een maximale inhoud van 1.4 ton (de maximale vullingsgraad). Tabel 2 toont de frequentie en bronsterkte voor de ongevalscenario’s. Scenario O.1 O.2
Instantaan Continu 10 min
Frequentie [/jr] 5.0 10-7 5.0 10-7
O.3
Continu 10 mm
1.0 10-5
0.3 kg/s
O.4 O.5 O.6 O.7
Vloeistofleiding – breuk Vloeistofleiding – lekkage Afleverleiding – breuk Afleverleiding – lekkage
2.3 10-5 6.8 10-5 7.0 10-5 2.1 10-4
0.1 kg/s 1.5 kg/s 0.1 kg/s 1.5 kg/s
Tabel 3.
3.5
Bron sterkte 1.4 ton 2.3 kg/s
Toelichting
Vloeistofuitstroming met uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60 Lengte 45 m, diameter 0.5” Lengte 45 m Lengte 140 m, diameter 0.5“ Lengte 140 m
Maximale inhoud Maximale inhoud in 600 s
Ongevalscenario’s ondergrondse butaantank
Ongevalscenario’s tankauto’s Propaan worden geleverd met tankauto’s van derden met een inhoud van 65 m3. De afvoer geschiet met de eigen tankwagens met grootte maximaal 30 m 3. In deze berekening wordt aangenomen dat er 3 tankauto’s zijn met inhoud 30 m 3 en 1 tankauto met inhoud 25 m 3. Deze tankauto’s worden gevuld bij hetzelfde vulpunt als waar de propaan wordt geleverd. Het kan voorkomen dat deze tankauto’s gevuld in de avond en nachturen aanwezig zijn (stalling).
8
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Conservatief wordt aangenomen dat dit elke nacht en elk weekend het geval is en dat er dan twee tankauto’s zijn waarvan één met 5 ton en één met 2.5 ton inhoud. 3.5.1
Ongevalscenario’s tankauto 65 m3 Voor een doorzet van 26622 m3/jr zijn 507 lossingen nodig van elk 105 min. Er wordt uitgegaan van een gemiddeld debiet van 500 l/min. De lostijd per jaar is 888 uur (10.1% van de tijd). Aangenomen wordt dat de aan en afkoppeltijd circa 20 minuten is. De tankauto is inclusief aan- en afkoppelen 1056 uur per jaar aanwezig (12% van de tijd). De bevoorrading vindt plaats met de tankauto van 65 m3 en een maximale inhoud van 27.3 ton. Verondersteld wordt dat de tankauto bij aankomst op de inrichting altijd volledig gevuld is en dat deze volledig geleegd wordt. Deze gegevens worden gebruikt om met een initiële ongevalfrequentie de frequentie van de ongevalscenario’s voor de inrichting af te leiden. Voor de ongevalscenario’s instantaan falen van de tankauto en uitstroming uit de grootste aansluiting wordt de initiële ongevalfrequentie vermenigvuldigd met de fractie gedurende het jaar dat de betreffende tankauto aanwezig is binnen de inrichting. Voor volledige breuk van de losarm is rekening gehouden met de beperking van de uitstroomtijd door een doorstroombegrenzer. De kans dat deze doorstroombegrenzer niet sluit is 0.1. Tabel 3 toont de ongevalscenario’s voor een doorzet van 26622 m3/jr.
Scenario Instantaan vulgraad 100% Continu grootste aansluiting vulgraad 100% Breuk losarm doorstroombegrenzer sluit Breuk losarm doorstroombegrenzer sluit niet Lekkage losarm
Toelichting frequentie 1056 (uren aanwezig) / 8766 (uren per jaar) x 5.0 10-7 (frequentie breuk per jaar in bedrijf) 1056 (uren aanwezig) / 8766 (uren per jaar) x 5.0 10-7 (frequentie breuk per jaar in bedrijf) 888 (uren in bedrijf) x 3.0 10-8 (frequentie breuk per uur in bedrijf) x 0.9 (kans juiste werking doorstroombegrenzer) 888 (uren in bedrijf) x 3.0 10-8 (frequentie breuk per uur in bedrijf) x 0.1 (kans falen doorstroombegrenzer) 888 (uren in bedrijf) x 3.0 10-7 (frequentie lek per uur in bedrijf)
Scenario T.1 T.2 L.1 L.2
L.3
Tabel 4.
Instantaan vulgraad 100% Continu grootste aansluiting vulgraad 100% Breuk losarm doorstroombegrenzer sluit Breuk losarm doorstroombegrenzer sluit niet Lekkage losarm
Frequentie [/jr]
Bron sterkte
Toelichting
6.0 10-8 6.0 10-8
27.3 ton 65.9 kg/s
2.4 10-5
8.3 kg/s
2.7 10-6
8.3 kg/s
Maximale inhoud Vloeistof 3 inch gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60 Leiding 5 m, diameter 2”, duur 5 s en leidinginhoud 42 kg Leiding 5 m, diameter 2”, duur 1800 s
2.6 10-4
0.3 kg/s
Vloeistof 5 mm gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
Ongevalscenario’s overslag 65 m3 tankauto doorzet van 26622 m3/jr
9
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
3.5.2
BLEVE-frequentie tankauto 65 m3 Voor de frequentie van een BLEVE van een tankauto tijdens bevoorrading kan conform het rekenvoorschrift uit worden gegaan van verschillende vulgraden. Aangezien de tankauto volledig kan worden geleegd in de ingeterpte tank wordt er voor gekozen alleen uit te gaan van 100% vulgraad. Drie oorzaken worden onderscheiden, te weten brand tijdens verlading, omgevingsbrand en externe beschadiging. De belangrijkste oorzaak van een BLEVE is een omgevingsbrand. In het modelleringsvoorschrift is ook aangegeven dat, mits voldaan wordt aan de afstanden in PGS 19 tot brandbare objecten en gebouwen, het scenario BLEVE door een omgevingsbrand mag blijven. Ook mag het scenario BLEVE door externe impact achterwege worden gelaten wanneer er voorzieningen zijn getroffen om externe beschadiging tegen te gaan en de tankauto staat opgesteld op een geïsoleerde niet voor een ieder toegankelijke losplaats. Het vulpunt is geïsoleerd opgesteld en er wordt voldaan aan de afstanden in PGS 19. Beide scenario’s zijn daarom achterwege gelaten. De sprinklerinstallatie zal de frequentie van het ongevalsscenario BLEVE door brand reduceren. In het Rekenvoorschrift is geen reductiefactor opgenomen voor een dergelijke installatie. In LPG-Integraal is een reductiefactor van 0.96 (een faalkans van 0.04) gebruikt [3].
Het risico voor de toekomstige situatie zal worden getoond met sprinklerinstallatie met een faalkans van 0.04. Tabel 5 toont de specifieke BLEVE-frequentie voor de verschillende BLEVE oorzaken.
Scenario
B.1
BLEVE verladingsbrand
Basis frequentie [per uur] 5.8 10-10
Factor
Frequentie [/jr]
888 (aantal uren) x 0.04 (reductiefactor)
2.1 10-8
Specifieke BLEVE-frequentie 65 m3 tankauto doorzet 26622 m3/jr
Tabel 5.
Tabel 6 toont de ongevalsscenario’s. De BLEVE wordt gemodelleerd met de barstdruk gelijk aan 24.5 bara. Scenario B.1 Tabel 6.
3.5.3
BLEVE verladingsbrand
Frequentie [/jr]
Bron sterkte
Toelichting
2.1 10-8
27.3 ton
Faaldruk 23.5 bar
Ongevalsscenario’s BLEVE 65 m3 tankauto doorzet tot 26622 m3/jr
Ongevalscenario’s verlading tankauto 30 m3 Voor de afvoer worden tankauto met inhoud 30 m 3 en 25 m3 gebruikt. Voor het bepalen van de verladingsscenario’s wordt conservatief alleen uitgegaan van de 30 m 3 tankauto. Voor een doorzet van 26622 m3/jr zijn 1522 ladingen nodig van elk 50 min. Er wordt uitgegaan van een
10
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
gemiddeld debiet van 350 l/min. De laadtijd per jaar is 1268 uur (10.1% van de tijd). Aangenomen wordt dat de aan en afkoppeltijd circa 20 minuten is. De tankauto is inclusief aan- en afkoppelen 1776 uur per jaar aanwezig (20.3% van de tijd) bij het vulpunt. Het laden vindt plaats met de tankauto van 30 m3 en een maximale inhoud van 12.6 ton. Deze gegevens worden gebruikt om met een initiële ongevalfrequentie de frequentie van de ongevalscenario’s voor de inrichting af te leiden. Voor de ongevalscenario’s instantaan falen van de tankauto en uitstroming uit de grootste aansluiting wordt de initiële ongevalfrequentie vermenigvuldigd met de fractie gedurende het jaar dat de betreffende tankauto aanwezig is binnen de inrichting. Voor volledige breuk van de losarm is rekening gehouden met de beperking van de uitstroomtijd door een doorstroombegrenzer. De kans dat deze doorstroombegrenzer niet sluit is 0.1. Tabel 7 toont de ongevalscenario’s voor een doorzet van 26622 m3/jr. Scenario Instantaan vulgraad 100% Continu grootste aansluiting vulgraad 100% Breuk losarm doorstroombegrenzer sluit Breuk losarm doorstroombegrenzer sluit niet Lekkage losarm
Toelichting frequentie 1776 (uren aanwezig) / 8766 (uren per jaar) x 5.0 10-7 (frequentie breuk per jaar in bedrijf) 1776 (uren aanwezig) / 8766 (uren per jaar) x 5.0 10-7 (frequentie breuk per jaar in bedrijf) 1522 (uren in bedrijf) x 3.0 10-8 (frequentie breuk per uur in bedrijf) x 0.9 (kans juiste werking doorstroombegrenzer) 1522 (uren in bedrijf) x 3.0 10-8 (frequentie breuk per uur in bedrijf) x 0.1 (kans falen doorstroombegrenzer) 1522 (uren in bedrijf) x 3.0 10-7 (frequentie lek per uur in bedrijf)
Scenario T.1 T.2 L.1
L.2
L.3
Tabel 7.
3.5.4
Instantaan vulgraad 100% Continu grootste aansluiting vulgraad 100% Breuk losarm doorstroombegrenzer sluit
Frequentie [/jr] 1.0 10-7 1.0 10-7
Bron sterkte 12.6 ton 65.9 kg/s
4.1 10-5
8.3 kg/s
4.6 10-6
8.3 kg/s
4.6 10-4
0.3 kg/s
Breuk losarm doorstroombegrenzer sluit niet Lekkage losarm
Toelichting Maximale inhoud Vloeistof 3 inch gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60 Leiding 5 m, diameter 2”, duur 5 s en leidinginhoud 42 kg Leiding 5 m, diameter 2”, duur 1800 s Vloeistof 5 mm gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
Ongevalscenario’s overslag 30 m3 tankauto doorzet van 26622 m3/jr
BLEVE-frequentie tankauto 30 m3 Voor de frequentie van een BLEVE van een tankauto tijdens bevoorrading kan conform het rekenvoorschrift uit worden gegaan van verschillende vulgraden. Aangezien de tankauto volledig kan worden geleegd in de ingeterpte tank wordt er voor gekozen alleen uit te gaan
11
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
van 100% vulgraad. Drie oorzaken worden onderscheiden, te weten brand tijdens verlading, omgevingsbrand en externe beschadiging. De belangrijkste oorzaak van een BLEVE is een omgevingsbrand. In het modelleringsvoorschrift is ook aangegeven dat, mits voldaan wordt aan de afstanden in PGS 19 tot brandbare objecten en gebouwen, het scenario BLEVE door een omgevingsbrand achterwege mag blijven. Ook mag het scenario BLEVE door externe impact achterwege worden gelaten wanneer er voorzieningen zijn getroffen om externe beschadiging tegen te gaan en de tankauto staat opgesteld op een geïsoleerde niet voor een ieder toegankelijke losplaats. Het vulpunt is geïsoleerd opgesteld en er wordt voldaan aan de afstanden in PGS 19. Beide scenario’s zijn daarom achterwege gelaten. De sprinklerinstallatie zal de frequentie van het ongevalsscenario BLEVE door brand reduceren. In het Rekenvoorschrift is geen reductiefactor opgenomen voor een dergelijke installatie. In LPG-Integraal is een reductiefactor van 0.96 (een faalkans van 0.04) gebruikt [3]. Het risico voor de toekomstige situatie zal worden getoond met sprinklerinstallatie met een faalkans van 0.04. Tabel 8 toont de specifieke BLEVE-frequentie voor de verschillende BLEVE oorzaken.
Scenario
B.1
BLEVE verladingsbrand
Basis frequentie [per uur] 5.8 10-10
Factor
Frequentie [/jr]
1522 (aantal uren) x 0.04 (reductiefactor)
3.5 10-8
Specifieke BLEVE-frequentie tankauto doorzet 26622 m3/jr
Tabel 8.
Tabel 9 toont de ongevalsscenario’s. De BLEVE wordt gemodelleerd met de barstdruk gelijk aan 24.5 bara. Scenario B.1 Tabel 9.
3.5.5
BLEVE verladingsbrand
Frequentie [/jr] 3.5 10-8
Bron sterkte 12.6 ton
Toelichting Faaldruk 23.5 bar
Ongevalsscenario’s BLEVE tankauto doorzet tot 26622 m3/jr
Ongevalscenario’s stalling tankauto 30 m3 Voor de afvoer worden tankauto met inhoud 30 m 3 en 25 m3 gebruikt. Voor het bepalen van de ongevalsscenario’s van het stallen wordt aangenomen dat elke avond en nacht er twee tankauto’s zijn met waarvan één met 2 ton propaan en één met 5 ton propaan. De tankauto met maximaal 5 ton wordt aan de zuidzijde van het terrein gestald. De beide andere tankauto’s worden verondersteld leeg (ongereinigd) te zijn waardoor zij geen externe veiligheidsrisico opleveren. Stallen vindt plaats op werkdagen ’s avonds en ’s nachts en in het weekend. Dit komt neer op 5 keer 16 uur plus 2 keer 24 uur per week. Uitgaande van 52 weken is dit 6656 uur per jaar.
12
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Deze gegevens worden gebruikt om met een initiële ongevalfrequentie de frequentie van de ongevalscenario’s voor de inrichting af te leiden. Voor de ongevalscenario’s instantaan falen van de tankauto en uitstroming uit de grootste aansluiting wordt de initiële ongevalfrequentie vermenigvuldigd met de fractie gedurende het jaar dat de betreffende tankauto aanwezig is binnen de inrichting. Tabel 10 toont de ongevalscenario’s voor het stallen van de eigen tankauto’s. Alleen de bronsterktes van de zuidelijk gestalde tankauto wordt getoond. Scenario Instantaan Continu grootste aansluiting
Toelichting frequentie 6656 (uren aanwezig) / 8766 (uren per jaar) x 5.0 10-7 (frequentie breuk per jaar in bedrijf) 6656 (uren aanwezig) / 8766 (uren per jaar) x 5.0 10-7 (frequentie breuk per jaar in bedrijf)
Scenario T.1
Instantaan
T.2
Continu grootste aansluiting vulgraad 100%
Bron sterkte 5 ton
Toelichting
3.8 10-7
65.9 kg/s
Vloeistof 3 inch gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
Maximale inhoud
Ongevalscenario’s stallen 30 m3 tankauto maximale inhoud
Tabel 10.
3.6
Frequentie [/jr] 3.8 10-7
Ongevalscenario’s Gasflessenopslag Binnen de inrichting is een buitenopslag voor propaan- en butaan-cilinders en een locatie met dagvoorraad propaan- en butaan-cilinders. Er staan op de buitenopslag maximaal 5.22 m3 butaan en 16 m3 propaan, verdeeld over cilinders met inhoud minimaal 0.4 kg en maximaal 46.5 kg. Er staan op de dagvoorraadlocatie maximaal 1.5 m 3 butaan en propaan, ook verdeeld over meerdere type cilinders. Voor de berekeningen wordt conservatief verondersteld dat in de buitenopslag 150 flessen butaan aanwezig zijn met inhoud 2.75 kg, 250 flessen propaan met inhoud 10.5 kg en 100 flessen met een inhoud van 46.5 kg Tabellen 11 en 12 tonen de verdeling van de gasflessen en de faalkansen.
Scenario
Stof
Gb.1 Gb.2 Gb.3
Instantaan 10.5 kg Continu 3.3 mm 10.5 kg Instantaan 10.5 kg
Butaan
Gb.4 Gb.5 Gb.6
Continu 3.3 mm 10.5 kg Instantaan 46.5 kg Continu 3.3 mm 46.5 kg
Tabel 11.
Propaan
Aantal gasflessen 150 150 250
Frequentie [/jr] 7.5 10-5 7.5 10-5 1.3 10-4
Bron sterkte 2.75 kg 0.04 kg/s 10.5 kg
250 100 100
1.3 10-4 5.0 10-5 5.0 10-5
0.12 kg/s 46.5 kg 0.12 kg/s
Ongevalscenario’s buitenopslag
13
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Voor de berekeningen van de dagvoorraad wordt conservatief verondersteld dat er 15 flessen butaan aanwezig zijn met inhoud 2.75 kg, 75 flessen propaan met inhoud 5 kg en 40 flessen met een inhoud van 10.5 kg. Tabel 12 toont de verdeling van de gasflessen en de faalkansen. Scenario
Stof
Gd.1 Gd.2 Gd.3 Gd.4 Gd.5 Gd.6
Butaan
Instantaan 2.75 kg Continu 3.3 mm 2.75 kg Instantaan 5 kg Continu 3.3 mm 5 kg Instantaan 10.5 kg Continu 3.3 mm 10.5 kg
Tabel 12.
3.7
Propaan
Aantal gasflessen 15 15 75 75 40 40
Frequentie [/jr] 7.5 10-6 7.5 10-6 3.8 10-5 3.8 10-5 2.0 10-5 2.0 10-5
Bron sterkte 2.75 kg 0.04 kg/s 5 kg 0.12 kg/s 10.5 kg 0.12 kg/s
Ongevalscenario’s dagvoorraad
Ongevalscenario’s Gasflessen vullen De gasflessen worden gevuld binnen de inrichting vanuit de aanwezige propaantank en butaantank. Er is uitgegaan van een doorzet van 206 m3/jr propaan en 5 m3/jr butaan. Het vuldebiet is 40 l/min, waardoor de totale vultijd gelijk is aan 86 uur propaan en 2 uur butaan. Er wordt gebruik gemaakt van een 12.7 mm slang. Tabellen 13 en 14 tonen de bronsterktes van de gasflessen en de faalkansen.
Scenario GP.1
Breuk laadslang
Frequentie [/jr] 3.4 10-5
GP.2
Lekkage laadslang
3.4 10-3
Tabel 13.
0.02 kg/s
Toelichting Leiding 5 m, diameter 0.5”, duur 5 s Vloeistof 1.2 mm gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
Ongevalscenario’s vullen propaancilinders
Scenario GB.1
Breuk laadslang
Frequentie [/jr] 8.0 10-7
GB.2
Lekkage laadslang
8.0 10-5
Tabel 14.
Bron sterkte 0.28 kg/s
Bron sterkte 0.11 kg/s 0.01 kg/s
Toelichting Leiding 5 m, diameter 0.5”, duur 5 s Vloeistof 1.2 mm gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
Ongevalscenario’s vullen butaancilinders
14
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
3.8
Parameters De standaard parameters van Safeti-NL versie 8.8 zijn gebruikt voor de berekening. De berekeningen zijn uitgevoerd met Safeti-NL versie 8.8 in overleg met het bevoegd gezag. De gegevens voor het weerstation Volkel worden gebruikt voor de kans op het voorkomen van een bepaalde weersklasse. De ruwheidslengte is 0.3 m.
15
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
4 Resultaten 4.1
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Plaatsen met een gelijk risico worden door risicocontouren op een kaart weergegeven. Het plaatsgebonden risico van 1.0 10-6 /jr dient volgens het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) gehanteerd te worden als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als standaardwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Figuur 2 toont de plaatsgebonden risicocontouren. De contour voor de grenswaarde van het plaatsgebonden risico van 1.0 10-6 /jr ligt buiten de grens van de activiteiten. Binnen de contour bevinden zich bedrijfspanden van derden. De bedrijfspanden zijn beperkt kwetsbare objecten waarvoor de contour geldt als standaardwaarde. De plaatsgebonden risicocontour van 1.0 10-6 /jr ligt geheel binnen de milieuzone van Bestemmingsplan Nijmegen Brabantse Poort 2021 - 1 (Wijchenseweg 4). Tabel 15 toont de relatieve bijdrage van de ongevalsscenario’s aan het plaatsgebonden risico in punt P1 en P2 (zie figuur 2 voor de ligging van deze punten). Bepalend voor de hoogte van het plaatsgebonden risico op deze punten zijn de BLEVE scenario’s door brand tijdens verlading en in de omgeving. Punt
Waarde
Scenario
P1
1.3 10-7
Ingeterpte propaan tank\Instantaan falen
35.7
Propaan verlading 65 m3\Instantaan falen
17.6
Propaan Stalling 30 m3\Continu grootste aansluiting
11.9
Propaan Laden 30 m3\ Instantaan falen
11.2
Ingeterpte propaan tank\Continu 10 minuten
10.0
Propaan verlading 65 m3\BLEVE Tankwagen
5.2
Propaan Stalling 30 m3\Continu grootste aansluiting
3.2
Propaan Laden 30 m3\Continu grootste aansluiting
2.3
Propaan Laden 30 m3\BLEVE Tankwagen
1.5
Propaan verlading 65 m3\Continu grootste aansluiting
1.4
Ingeterpte propaan tank\Continu 10 minuten
26.9
Ingeterpte propaan tank\Instantaan falen
25.0
Propaan Stalling 30 m3\Instantaan falen
13.8
Propaan Laden 30 m3\Instantaan falen
6.9
Ondergrondse Propaan tank\Instantaan falen
6.0
Propaan verlading 65 m3\Instantaan falen
5.0
P2
9.6 10-7
Bijdrage [%]
16
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Punt
Waarde
Scenario
Bijdrage [%]
P2
9.6 10-7
Propaan Stalling 30 m3\Continu grootste aansluiting
3.9
Propaan Laden 30 m3\BLEVE Tankwagen
3.6
Propaan Stalling 30 m3\Continu grootste aansluiting
3.4
Propaan verlading 65 m3\BLEVE Tankwagen
2.2
Ondergrondse Butaan tank\Instantaan falen
1.7
Tabel 15.
Relatieve bijdrage scenario’s
Figuur 2.
Plaatsgebonden risicocontouren
1.0 10-5 /jr 1.0 10-6 /jr 1.0 10-7 /jr 1.0 10-8 /jr Milieuzone
17
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
4.2
Aandachtsgebieden Per 1 januari 2024 is de omgevingswet in werking getreden. Hierbij is ook het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in werking getreden. Conform het Bkl dient het plaatsgebonden risico van activiteiten worden bepaald en dienen de aandachtsgebieden brand, explosie en gifwolk in kaart worden gebracht. Figuur 3 toont deze aandachtsgebieden, uitgesplitst in fakkelbrand-, plasbrand-, vuurbal- en explosie-aandachtsgebied. Uit dit figuur blijkt dat de effecten fakkelen plasbrand 10 kW/m2, vuurbal 35 kW/m2 en explosie 0.1 bar gelegen zijn buiten de inrichtingsgrens. Het bevoegd gezag moet in de verantwoording van het groepsrisico de verschillende effecten meewegen. Binnen de aandachtsgebieden zijn er geen gronden bestemd voor zeer kwetsbare gebouwen.
Figuur 3.
Aandachtsgebieden Explosieaandachtsgebied 0.1 bar Plasbrandaandachtsgebied 10 kW/m2 Fakkelbrandaandachtsgebied 10 kW/m2 Vuurbalaandachtsgebied 35 kW/m2
18
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
4.3
Effectafstanden Tabel 16 toont de effectafstanden 1% letaliteit voor het vrijkomen van de gevaarlijke stoffen.
Installatie
Scenario
D-5.0 [m]
F-1.5 [m]
Ingeterpte
G1 Opslagvat instantaan falen
248
218
propaantank
G2 Opslagvat 10 minuten uitstroming
169
319
G3 Opslagvat 10 mm uitstroming
40
43
L1 Vloeistofleiding breuk
27
26
L2 Vloeistofleiding lek
22
22
Ondergrondse
G1 Opslagvat instantaan falen
81
59
propaantank
G2 Opslagvat 10 minuten uitstroming
20
19
G3 Opslagvat 10 mm uitstroming
13
11
L1 Vloeistofleiding breuk
7
6
L2 Vloeistofleiding lek
22
22
L1 Afleverleiding breuk
7
6
L2 Afleverleiding lek
22
22
Ondergrondse
G1 Opslagvat instantaan falen
78
73
butaantank
G2 Opslagvat 10 minuten uitstroming
25
22
G3 Opslagvat 10 mm uitstroming
11
9
L1 Vloeistofleiding breuk
7
6
L2 Vloeistofleiding lek
20
18
L1 Afleverleiding breuk
7
6
L2 Afleverleiding lek
20
18
Opslag
2.75 kg butaan breuk
8
4
gasflessen
2.75 kg butaan lek
5
6
5 kg propaan breuk
5
5
5 kg propaan lek
7
9
10.5 kg propaan breuk
6
6
10.5 kg propaan lek
7
9
46.5 kg propaan breuk
13
13
46.5 kg propaan lek
7
9
Verlading 65 m3
Instantaan falen
235
-
tankauto
Grootste aansluiting
180
-
Breuk losslang doorstroombegrenzer sluit
40
-
Breuk losslang doorstroombegrenzer sluit niet
49
-
Lekkage losslang
11
-
BLEVE verladingsbrand vulgraad 100%
235
-
Verlading 30 m3
Instantaan falen
181
-
tankauto
Grootste aansluiting
180
-
Breuk losslang doorstroombegrenzer sluit
40
-
Breuk losslang doorstroombegrenzer sluit niet
49
-
Lekkage losslang
11
-
BLEVE verladingsbrand vulgraad 100%
181
-
19
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Installatie
Scenario
D-5.0 [m]
F-1.5 [m]
Stalling 30 m3
Instantaan falen
92
89
tankauto
Grootste aansluiting
178
145
Gasflessen vullen
Breuk laadslang propaan
11
-
Lekkage laadslang butaan
3
-
Breuk laadslang butaan
9
-
Lekkage laadslang butaan
2
-
Tabel 16.
Afstand tot 1% letaliteit
20
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
5 Conclusie Plaatsgebonden risico De contour voor de grenswaarde van het plaatsgebonden risico van 1.0 10 -6 /jr ligt buiten de inrichting. Binnen de contour bevinden zich bedrijfspanden van derden. De bedrijfspanden zijn beperkt kwetsbare objecten waarvoor de contour geldt als standaardwaarde. Aandachtsgebieden De effecten fakkel- en plasbrand 10 kW/m2, vuurbal 35 kW/m2 en explosie 0.1 bar zijn gelegen buiten de inrichtingsgrens. Het bevoegd gezag moet in de verantwoording van het groepsrisico de verschillende effecten meewegen. Binnen de aandachtsgebieden zijn er geen gronden bestemd voor zeer kwetsbare gebouwen.
21
Rapport / Externe Veiligheid Antargaz Nijmegen
Referenties 1.
RIVM
2020
Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module I en II versie oktober 2020
2.
TNO
1983
LPG – Integraalstudie Deelrapport 1113 Kansschatting LPG
22