Nijmeegse LHBTIQ+ monitor 2024
Tekst van het document
Nijmeegse LHBTIQ+ monitor 2024 O&S Nijmegen
1
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................ 3 Onderzoeksopzet ...................................................................................................................... 5 Welzijn ....................................................................................................................................... 8 Acceptatie ............................................................................................................................... 11 Veiligheid ................................................................................................................................. 13 Melden van ongewenst gedrag ............................................................................................... 15 Gemeentelijke inzet ................................................................................................................ 17
2
Samenvatting De gemeente voert periodiek vragenlijstonderzoek uit over onder andere welzijn en veiligheid, om aandacht te blijven houden voor de inclusie van lhbtiq+ inwoners1. Onderstaand de belangrijkste bevindingen uit de editie van 2024. ▪
▪
▪ ▪
▪
▪
▪
▪
Het welzijn van lhbtiq+ Nijmegenaren ligt op verschillende punten lager dan gemiddeld in Nijmegen. Lhbtiq+ inwoners geven een lager cijfer aan hun levensgeluk en zijn minder tevreden over (de hoeveelheid) sociale contacten die zij hebben. De mensen die de vragenlijst invulden (de respondenten) zijn overwegend negatief over hoe de acceptatie van lhbtiq+ personen zich ontwikkelt. In 2022 was men hierover nog overwegend positief. Met name over de acceptatie van genderdiversiteit is men pessimistisch. Een voorbeeld van hoe (ervaren) acceptatie doorwerkt op het dagelijks leven van inwoners, is de sportdeelname van lhbtiq+ personen. 8% van de respondenten geeft aan niet aan sport te doen vanwege diens seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Het minst geaccepteerd voelen respondenten zich in hun geloofsgemeenschap, tijdens het uitgaan en online. Lhbtiq+ Nijmegenaren gaven bijna 4 keer vaker dan gemiddeld aan dat zij te maken hadden met discriminatie. Dit speelt nog sterker voor lhbtiq+ personen met een biculturele achtergrond; ruim 4,5 keer vaker dan gemiddeld. Lhbtiq+ Nijmegenaren voelen zich veel vaker onveilig dan gemiddeld. Veelgenoemde plekken waar men zich onveilig voelt zijn op straat, online en in de horeca Binnen de groep lhbtiq+ Nijmegenaren, scoren niet-cisgender personen het minst gunstig.
Dit is zo bij openheid over en acceptatie van genderidentiteit, ervaren discriminatie, gevoelens van onveiligheid en levensgeluk. Binnen deze groep wordt veel vaker niet gesport vanwege de seksuele oriëntatie of genderidentiteit, namelijk 18%. Daarnaast scoren biseksuele inwoners negatiever als het gaat om zelfacceptatie en openheid over seksuele voorkeur, en levensgeluk. Tot slot hebben biculturele lhbtiq+ inwoners vaak te maken met discriminatie. De meerderheid van de respondenten – 70% - had de afgelopen jaren te maken met ongewenst gedrag. Ruim drie kwart van deze inwoners heeft dit niet gemeld bij een meldpunt als Vizier, de politie of de organisatie waar het ongewenste gedrag plaats had. Als ongewenst gedrag wordt gemeld binnen de organisatie waar het plaats vindt, is men meestal neutraal over hoe het wordt opgelost. Ook valt op dat veel respondenten onbekend zijn met de mogelijkheid om te melden bij Vizier en Roze in Blauw. Een minderheid van de respondenten vindt dat de gemeente genoeg doet om de acceptatie van seksuele- en (met name) genderdiversiteit te bevorderen. En over organisaties binnen de gezondheidszorg, zoals huisarts, ziekenhuis en buurtteam,
1
Lhbtiq+ staat voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse en queer. Queer staat voor het zich niet identificeren met vaststaande seksuele oriëntaties en genderidentiteiten. 3
oordeelt men stelselmatig neutraal tot negatief over de sensitiviteit rond lhbtiq+ thema’s. Deze conclusies zijn gebaseerd op de ervaringen van 667 lhbtiq+ Nijmegenaren. Het aantal respondenten is groot en divers genoeg om inzicht te geven in Nijmegenaren die zich omschrijven als homoseksueel, lesbisch en biseksueel. Ook is het mogelijk om te verdiepen op inwoners die zich omschrijven als niet-cisgender2. Ook is enige verdieping mogelijk op de positie van lhbtiq+ inwoners die zichzelf als bi-cultureel zien. Weinig inwoners zonder startkwalificatie3 hebben meegedaan aan het onderzoek. Hierdoor geeft het onderzoek geen goed beeld van de ervaringen van deze groep. Het onderzoek geeft een goed beeld van middelbaar4, hbo en wo-geschoolden, maar niet van de totale groep lhbtiq+ Nijmegenaren. Het gaat daarom om indicatieve resultaten. Bij de volgende monitor in 2027 moet aandacht zijn voor hoe we inwoners zonder startkwalificatie beter kunnen bereiken.
2
Met niet-cisgender wordt bedoeld dat iemand zich niet zich niet (volledig) identificeert met het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen. Respondenten gaven dit aan met uiteenlopende beschrijvingen van gender, waaronder transman, transvrouw, non-binair en genderqueer. 3 Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of een diploma van een opleiding op niveau 2 van het mbo. 4 Middelbaar opgeleiden zijn mensen met een diploma van havo, vwo of mbo niveau 2, 3 of 4. 4
Onderzoeksopzet Achtergrond De gemeente Nijmegen zet zich in voor de inclusie van lhbtiq+ inwoners van Nijmegen. Lhbtiq+ staat voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse en queer (queer staat voor het zich niet identificeren met vaststaande seksuele oriëntaties en genderidentiteiten). De gemeente voert een actief lhbtiq+ beleid in de vorm van de Regenboogagenda 2021-2024. In deze Regenboogagenda zijn 8 actielijnen opgenomen, waaronder Veiligheid, Zorg & Welzijn, en Sport. Elke actielijn heeft verschillende doelstellingen, waar samen met het regenboognetwerk in de stad aan gewerkt wordt. Een van deze doelstellingen is het onderzoeken van de welzijn en de veiligheid van lhbtiq+ inwoners in Nijmegen. In 2022 heeft Vizier in opdracht van de gemeente Nijmegen dit onderzoek uitgevoerd. De gemeente wil aandacht blijven houden voor de positie van lhbtiq+ inwoners. Daarom neemt de gemeente dit onderzoek iedere drie jaar op in het gemeentelijke onderzoeksprogramma. Daarmee krijgt het welzijn van lhbtiq+ Nijmegenaren een plek in de Nijmeegse stad- en wijkmonitor. Dit was een wens van de RegenboogRaad in 2022. Thema’s Doel van het onderzoek is het monitoren van de positie van lhbtiq+-inwoners.
De aandacht gaat uit naar de volgende onderwerpen: ▪ Ervaren acceptatie; ▪ Ervaren veiligheid; ▪ Ervaren discriminatie/ongewenst gedrag; ▪ Bekendheid met de mogelijkheden om incidenten te melden en ervaringen met het doen van een melding; ▪ Sportdeelname en sportmijdend gedrag; ▪ Mening over gemeentebeleid en eventuele tekortkomingen daarin; ▪ De ervaring van biculturele lhbtiq+ inwoners Samenhang met ander onderzoek Het onderzoek borduurt voort op de monitor die in 2021 door Vizier en de Radboud Universiteit is uitgevoerd. Een rechtstreekse vergelijking van de onderzoeken is niet mogelijk door verschillen in werkwijze. Er kan wel een beeld worden gegeven van de richting van de ontwikkelingen sinds 2021. Daarnaast nemen we enkele vragen over uit de gemeentelijke burgerpeiling, zodat we de score van lhbtiq+ Nijmegenaren naast stadsbrede scores kunnen houden. Dataverzameling De vragenlijst voor dit onderzoek werd volledig digitaal afgenomen. De afname vond plaats in april en mei van 2024 via twee wegen; een campagne via Instagram en een sneeuwbalmethode. Deze methode houdt in dat je via respondenten nieuwe respondenten bereikt. In dit geval zijn respondenten bereikt via de volgende organisaties en netwerken, met behulp van de inzet van een aantal ambassadeurs: • •
COC Regio Nijmegen (online + eigen achterban - werkgroepen) Dito 5
• • • • • • • •
SchoolsOUT Radboud Universiteit HAN Bindkracht10 LUX Nijmegen Nachtburgemeester GGD Gelderland-Zuid Overige regenboogpartners – via mailinglijst regenboognetwerk
Respondenten In totaal hebben 667 lhbtiq+ Nijmegenaren de vragen beantwoord. Onderstaande tabellen geven meer inzicht in de vertegenwoordiging van verschillende groepen op basis van seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Tabel 1 Seksuele oriëntatie van respondenten
Seksuele oriëntatie
Tabel 2 Genderidentiteit van respondenten
Genderidentiteit
Biseksueel
139
Cisgender
473
Lesbisch
180
Homoseksueel
236
Niet-cisgender Overig
124 70
Overig Totaal
112 667
Totaal
667
Onder ‘overige’ seksuele oriëntaties vallen uiteenlopende beschrijvingen van de geaardheid, waaronder panseksueel, demiskesueel en aseksueel. Onder ‘niet-cisgender’ – inwoners die zich niet (volledig) identificeren met het geslacht dat hen bij de geboorte is toegewezen - vallen beschrijvingen van gender als transman, transvrouw, non-binair en genderqueer. Elk van deze groepen heeft een eigen, unieke ervaring. Om toch iets te kunnen zeggen over het welzijn van deze uiteenlopende groepen zijn deze samengevat als ‘niet-cisgender’. Er waren onvoldoende respondenten om in te kunnen gaan op Nijmegenaren die als intersekse persoon zijn geboren. Er is gecontroleerd of respondenten evenredig zijn verdeeld over verschillende leeftijdsgroepen. Daarbij doen we de aanname dat het percentage lhbtiq+ personen in iedere leeftijdsgroep gelijk is. Er hebben meer mensen tussen de 24 en 34 jaar meegedaan dan andere leeftijdsgroepen, terwijl mensen van 50 jaar en ouder minder vaak deelnamen. Daarom zijn de resultaten gewogen op leeftijd. Enquêtes van ondervertegenwoordigde leeftijdsgroepen tellen zwaarder mee, terwijl enquêtes van oververtegenwoordigde groepen minder zwaar meetellen. Dit verbetert de representativiteit van de resultaten als het gaat om leeftijd. Gekeken naar opleidingsniveau, zijn Nijmegenaren zonder startkwalificatie5 flink ondervertegenwoordigd.
98% van de respondenten is middelbaar6, hbo of wo-geschoold, tegen 78% in de gehele bevolking. Dit corrigeren met een weging is niet mogelijk, onder Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of een diploma van een opleiding op niveau 2 van het mbo. 6 Middelbaar opgeleiden zijn mensen met een diploma van havo, vwo of mbo niveau 2, 3 of 4. 5
6
meer omdat in absolute zin onvoldoende enquêtes beschikbaar zijn van respondenten zonder startkwalificatie. Daarmee geeft het onderzoek een goed beeld van de ervaringen van middelbaar, hbo en wo-geschoolden, maar niet van de totale groep lhbtiq+ Nijmegenaren. Het gaat daarom om indicatieve resultaten. De ondervertegenwoordiging van praktisch geschoolde respondenten speelde ook in het onderzoek van 2022. Bij de volgende monitor in 2027 moet aandacht zijn voor hoe we inwoners zonder startkwalificatie beter kunnen bereiken. 80 respondenten omschreven zichzelf als bicultureel. Dat is voldoende voor enige verdieping op de ervaringen van deze groep. Tot slot maakten 56 respondenten deel uit van een geloofsgemeenschap.
7
Welzijn Om een beeld te krijgen van het welzijn van lhbtiq+ Nijmegenaren, is allereerst gevraagd met welk rapportcijfer zij hun leven waarderen. Dit is te zien in figuur 1. Gemiddeld geven de respondenten een 7,4 voor hun levensgeluk. Het (kleine) verschil ten opzichte van alle Nijmegenaren– die een 7,6 scoren – is statistisch significant7. Binnen de groep van lhbtiq+ inwoners blijven de scores van biseksuele inwoners en niet-cisgender personen achter. De ogenschijnlijk lagere score van biculturele lhbtiq+ respondenten is niet significant.
7,5
7,6
7,6
7,5
7,4
7,1
7,4
7,1 6,9
Figuur 1 Rapportcijfer voor levensgeluk
Lhbtiq+ respondenten zijn minder tevreden over de hoeveelheid sociale contacten dan alle Nijmegenaren. Figuur 2 laat zien in hoeverre lhbtiq+ Nijmegenaren tevreden zijn over de hoeveelheid aan sociale contacten die zij hebben. 58% zegt voldoende contacten te hebben, terwijl 15% onvoldoende contacten heeft. Onder alle Nijmegenaren schommelt het aandeel dat tevreden is over de sociale contacten, de afgelopen jaren tussen de 70% en 75%. nee, onvoldoende contacten 15%
ja, maar zou meer contacten willen 27%
ja, voldoende contacten 58%
Figuur 2 Tevredenheid over hoeveelheid sociale contacten
7
Statistisch significant betekent dat het gevonden verschil (waarschijnlijk) niet op toeval berust. 8
Figuur 3 laat zien hoe sterk lhbtiq+ respondenten zijn gehecht aan de stad en aan hun buurt. Respondenten hechten sterker aan de stad dan aan hun buurt. Wanneer deze scores worden vergeleken met die van Nijmegenaren (ongeacht gender/seksuele oriëntatie) met hetzelfde opleidingsniveau, valt op dat de respondenten sterker gehecht zijn aan de stad, terwijl de gehechtheid aan de buurt lager ligt. 100% 7%
90% 80%
weet niet, geen mening
28% 70%
46%
60% 50% 40%
helemaal niet gehecht niet gehecht
43%
gehecht
30% 44%
20% 10%
zeer gehecht
18%
0% buurt
stad
Figuur 3 Mate van hechting aan buurt en stad
Verder is gevraagd of respondenten zich als vrijwilliger inzetten voor een organisatie voor lhbtqi+ personen. Voor 75% is dat niet het geval, 17% doet dit dagelijks tot maandelijks. Nog eens 7,5% doet dit minder dan een keer per maand. Ook is gevraagd hoe respondenten de eigen financiële situatie beoordelen. 61% ervaart deze als goed tot zeer goed, 8% slecht tot zeer slecht. Het oordeel wijkt niet af van dat van Nijmegenaren met hetzelfde opleidingsniveau. Dit geldt ook wanneer alleen naar nietcisgender respondenten wordt gekeken. Tot slot is gevraagd naar de sportdeelname. 70% van de respondenten doet aan sport, 30% doet dat niet. Van de respondenten die niet sporten, geeft iets meer dan 1 op de 4 aan dat dit volledig of deels komt door hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Van de respondenten die wel sporten, geeft 1 op de 5 aan dat zij dit niet bij een vereniging of sportschool doen vanwege hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Een aandachtsgroep zijn respondenten die niet-cisgender zijn. Zij doen minder vaak aan sport (38% sport niet), en noemen vaker hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit als reden hiervoor (47%). Wanneer naar ontwikkelpunten voor de acceptatie van lhbtiq+ leden bij de sportvereniging wordt gevraagd, geven veel respondenten aan dat zij hierover tevreden zijn (33 respondenten).
Sommige respondenten geven aan dat de vereniging primair is gericht op deze groepen. In genoemde ontwikkelpunten zijn de volgende rode draden zichtbaar: ▪ Openlijk uitdragen dat lhbtiq+ leden worden geaccepteerd (23 respondenten). Hierbij worden uiteenlopende manieren genoemd, zoals posts op sociale media, op foto’s die in promotiemateriaal worden gebruikt, door het hijsen van een regenboogvlag. 9
▪ ▪
Enkele (5) respondenten wijzen op vervelende grappen of omgangsvormen door leden of publiek. Enkele (4) respondenten willen sanitaire voorzieningen voor leden die zich niet op hun plek voelen in een mannen- of vrouwenkleedkamer.
10
Acceptatie
8,8
9,2
9,3
homoseksueel
9,5
lesbisch
8,5
9,6
8,4
openheid seksuele orientatie
openheid genderidentiteit
zelfacceptatie seksuele orientatie
niet-cisgender
cisgender
niet-cisgender
cisgender
homoseksueel
6,3
lesbisch
bi+
7,4
8,3
bi+
Hoe open kunnen inwoners zijn over hun seksuele oriëntatie en genderidentiteit, en in hoeverre accepteren zij zichzelf op deze punten? Dat laat figuur 4 zien. De respondenten is gevraagd om dit uit te drukken in een rapportcijfer. Allereerst valt op dat het cijfer voor zelfacceptatie hoger is dan dat voor openheid. Daarnaast scoren biseksuele en nietcisgender respondenten lager op zelfacceptatie en openheid dan andere lhbtiq+ respondenten. Ten opzichte van de cijfers uit 2021 zijn er geen opvallende verschillen.
zelfacceptatie genderidentiteit
Figuur 4 Rapportcijfer voor acceptatie van en openheid over seksuele oriëntatie en genderidentiteit
Ook is er een duidelijk patroon naar leeftijd. Lhbtiq+ inwoners tot en met 23 jaar, hebben een lagere acceptatie van de eigen seksuele oriëntatie en genderidentiteit dan lhbtiq+ inwoners boven de 50 jaar. Ook zijn de 23-minners minder open over hun genderidentiteit dan 50-plussers. Het verschil schommelt steeds rond een half rapportcijfer. Alleen als het gaat om de openheid over seksuele oriëntatie werd geen significant verschil gevonden naar leeftijd. Verder is gevraagd of respondenten zichzelf als bi-cultureel zien, en of dit van invloed is op openheid en zelfacceptatie. Voor seksuele oriëntatie was dit niet het geval. Voor genderidentiteit waren marginaal significante effecten: bi-culturele respondenten ervaren minder openheid en zelfacceptatie rond hun genderidentiteit. Waarschijnlijk zijn deze verschillen meer uitgesproken wanneer alleen wordt gekeken naar niet-cisgender personen met een bi-culturele achtergrond. We hebben echter te weinig respondenten in deze groep om dit te kunnen analyseren. Op welke plekken en in welke situaties voelen lhbtiq+ inwoners zich meer of minder geaccepteerd? Dat laat figuur 5 zien. Met afstand de minste acceptatie ervaren respondenten in hun geloofsgemeenschap. Maar ook tijdens het uitgaan en op internet ervaart men minder acceptatie dan elders.
De meeste stadsdelen (behalve Dukenburg en Lindenholt) hadden voldoende respons om de resultaten te kunnen vergelijken. Er werd
11
geen significant verschil gevonden tussen de stadsdelen in de mate waarin respondenten zich geaccepteerd voelen in hun buurt. 7,7
7,5
6,8
7,7
8,0
7,8
7,5 5,9
7,0
Figuur 5 Rapportcijfer voor acceptatie per situatie
De respondenten is gevraagd hoe zij vinden dat de acceptatie van diversiteit in seksuele oriëntatie en genderidentiteit zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld (zie figuur 6). De respondenten zijn overwegend negatief over deze ontwikkeling, met name als het gaat om acceptatie van diversiteit in genderidentiteit. Als het gaat om seksuele oriëntatie ziet bijna de helft een negatieve ontwikkeling, als het gaat om genderidentiteit is twee derde negatief. Dit is een opvallend verschil ten opzichte van de meting uit 2021; toen was men overwegend positief over hoe de acceptatie zich voorgaande jaren ontwikkelde. Er zijn bronnen die een afnemende acceptatie van diversiteit in seksuele oriëntatie en genderidentiteit laten zien. Zo speelt dit tussen 2019 en 2023 – zowel nationaal als in Nijmegen – onder middelbare scholieren. Mogelijk is dit een (deel van de) verklaring voor de afnemende ervaren acceptatie. 100%
4%
90% 80%
22%
18% 15%
70% 60%
2%
27%
50%
veel positiever 36%
gelijk gebleven
40% 30%
iets negatiever
37%
veel negatiever
20% 30%
10% 0%
iets positiever
10% …andere seksuele …andere orientaties dan genderidentiteiten heteroseksueel dan cisgender
Figuur 6 Ontwikkeling van acceptatie van seksuele- en genderdiversiteit
12
Veiligheid Lhbtiq+ respondenten rapporteren fors meer discriminatie dan gemiddeld. De respondenten is gevraagd of zij zich wel eens gediscrimineerd voelen om hun seksuele oriëntatie, genderidentiteit, leeftijd of geslacht. Voor 69% was dit wel eens het geval; zie figuur 7. Uit de gezondheidsmonitor volwassenen weten we dat dit cijfer in Nijmegen de afgelopen jaren tussen de 15% en 20% ligt. Daarmee rapporteren de lhbtqi+ respondenten fors meer discriminatie. Het verschil is nog groter voor lhbtqi+ respondenten met een biculturele achtergrond; van hen voelt 82% zich wel eens gediscrimineerd, van wie 14% vaak. Ook niet-cisgender respondenten rapporteren meer discriminatie; 78% zegt wel eens te maken te hebben met discriminatie, van wie 15% vaak.
vaak 7%
nooit 31%
soms 62%
Figuur 7 Voelt men zich wel eens gediscrimineerd?
Daarnaast is gevraagd hoe vaak men zich in het algemeen onveilig voelt. Dat is te zien in figuur 8. Net als bij ervaren discriminatie liggen deze cijfers onder de respondenten fors hoger dan gemiddeld in Nijmegen. Van de lhbtqi+ respondenten voelt 48% zich wel eens onveilig (41% soms, 7% vaak), tegen 18% in de gehele stad (15% soms, 3% vaak). Nietcisgender respondenten voelen zich het vaakst onveilig (52% soms, 10% vaak).
vaak nooit 7% 7%
soms 41%
zelden 45%
Figuur 8 Voelt men zich wel eens onveilig?
13
Op welke plekken spelen onveiligheidsgevoelens meer of minder? Voor veelvoorkomende locaties in de stad is gevraagd hoe vaak respondenten zich er onveilig voelen. Figuur 8 laat zien welk aandeel van de respondenten zich soms tot vaak onveilig voelt op de gevraagde locaties. De meest genoemde plek waar men zich onveilig voelt, is op straat/in de openbare ruimte (52% voelt zich er soms of vaak onveilig). Maar ook online (43%) en in de horeca (41%) scoren hoog. online
43%
ov
37%
winkelstraat
36%
horeca
41%
straat
52%
buurt
25% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Figuur 8 Aandeel respondenten dat zich soms tot vaak onveilig voelt, per locatie
Tot slot is gevraagd of men wel eens is verhuisd vanwege de seksuele voorkeur en/of genderidentiteit. Voor 6,5% is dit het geval. Nog eens 4,5% overweegt een verhuizing om deze reden, maar heeft dit nog niet gedaan.
14
Melden van ongewenst gedrag De respondenten is gevraagd of zij de afgelopen jaren ervaring hebben gehad met ongewenst gedrag tegen hen als lhbtiq+ persoon. Onderstaande cirkeldiagram laat zien dat dit voor 70% van de respondenten het geval is (9% overkomt dit vaak). Met name inwoners die niet cisgender zijn hebben hiermee vaak te maken (78%, waarvan 14% vaak). weet ik niet 4% vaak 8%
nooit 27%
regelmatig 14%
wel eens 47%
Figuur 9 Had u in de afgelopen 2 jaar te maken met ongewenst gedrag?
Wat deden respondenten die te maken hadden met ongewenst gedrag? 2 op de 3 respondenten ondernam ten minste één van de acties uit figuur 10, 1 op de 3 deed dat niet. Meest genoemde actie is hulp vragen in de eigen kring van bekenden (50%), in gesprek gaan met de daders (28%) of een melding doen bij de instantie waar het ongewenste gedrag plaatsvindt (17%). Als alle meldingsmogelijkheden waar naar is gevraagd bij elkaar worden genomen, is melding gemaakt door 24% van de respondenten die ongewenst gedrag meemaakten. bekenden om hulp vragen
50%
zelf in gesprek
28%
melding betrokken instantie
17%
omstanders om hulp vragen
11%
melding lhbtiq+belangenorganisatie
6%
aanfigte/melding politie
5%
melding Vizier/discriminatie.nl
2%
melding andere organisatie dan Vizier
2%
melding/aangifte roze in blauw
1%
geen van deze acties
33% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Figuur 10 In geval van ongewenst gedrag; welke actie(s) ondernomen?
15
Degenen die melding doen bij de instantie waar het ongewenste gedrag plaatsvindt, zijn opvallend vaak neutraal in het oordeel over de afhandeling van de melding (42%). 35% is tevreden, terwijl 25% dat niet is. Over de afhandeling van meldingen bij andere plaatsen van melding (bijvoorbeeld Vizier, of de politie) kan niks worden gezegd omdat te weinig respondenten hiervan gebruik hebben gemaakt. Opvallend is dat deze meldingspunten veelal onbekend zijn bij de respondenten. 42% is onbekend met de mogelijkheid om te melden bij Vizier/discriminatie.nl, en 31% is onbekend met de mogelijkheid om te melden bij roze in blauw.
16
Gemeentelijke inzet Hoe oordelen de respondenten over de gemeentelijke inzet voor de positie van lhbtiq+ inwoners? Figuur 11 laat zien dat 39% vindt dat de gemeente genoeg doet voor de acceptatie van seksuele diversiteit. De inzet voor de acceptatie van genderdiversiteit wordt lager beoordeeld (26% vindt dat de gemeente hiervoor genoeg doet). Figuur 12 laat zien waarop respondenten vinden dat gemeentelijk beleid rond lhbtiq+ thema’s zich moet richten. Er zijn weinig verschillen te zien tussen verschillende thema’s; vrijwel ieder thema vindt zo’n 90% van de respondenten belangrijk tot heel belangrijk. Alleen het vergroten van de zichtbaarheid – bijvoorbeeld door het hijsen van de regenboogvlag – blijft daarbij achter (75% belangrijk tot heel belangrijk). 100% 90%
16%
18%
80%
8%
6%
70% 60%
weet niet
20%
31%
helemaal mee eens
50% 40% 30%
0%
mee eens
24%
niet mee eens, niet mee oneens
27%
20% 10%
25%
17% 7% 3% gemeente doet gemeente doet genoeg voor genoeg voor acceptatie acceptatie seksuele genderdiversiteit diversiteit
mee oneens helemaal mee oneens
Figuur 11 Doet gemeente Nijmegen voldoende voor acceptatie seksuele- en genderdiversiteit?
aandacht andere groepen
91%
positie oudere lhbtiq+ inwoners
91%
acceptatie op school
95%
sportklimaat
88%
zichtbaarheid gemeenschap
75%
positie biculturele lhbtqi+ inwoners
92%
veiligheid
97%
kennis bij zorg- en welzijnsorganisaties
92% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Figuur 12 LHBTIQ+ beleid van gemeente Nijmegen moet zich richten op… 17
Naast gemeentelijke inzet is gevraagd of er binnen de gezondheidszorg voldoende aandacht is voor de situatie van lhbtiq+ inwoners. Dat laat figuur 13 zien. Voor alle organisaties waarnaar is gevraagd overheersen neutrale tot negatieve oordelen. Nooit vindt meer dan 1 op de 3 respondenten dat er voldoende aandacht is voor lhbtiq+ thema’s. Verder valt op dat veel respondenten (40%) ervaring hebben met het buurtteam. Dat aandeel lijkt erg hoog. De vraag is of deze ervaring altijd is als cliënt, of ook in andere rollen (bijvoorbeeld als mantelzorger of professional).
buurtteam (n = 269)
21%
50%
29%
ziekenhuis (n = 442)
24%
41%
36%
thuiszorg (n = 224)
15%
45%
geestelijke gezondheidszorg (n = 507)
28%
huisarts (n = 604)
31% 0%
20%
voldoende aandacht
40%
31%
41%
39% 40% neutraal
31% 60%
80%
100%
onvoldoende aandacht
Figuur 13 Aandacht voor LHBTIQ+ bij verschillende partijen in de gezondheidszorg
Verder is gevraagd of de respondenten de RegenboogRaad kennen. Voor 39% is dat het geval (10% goed bekend, 29% enigszins), voor 61% is de adviescommissie onbekend. Wat kan de gemeente Nijmegen (aanvullend) doen om het welzijn van lhbtiq+ inwoners te verbeteren? Respondenten komen met de volgende suggesties: ▪ Het vergroten van lhbtiq+ zichtbaarheid (genoemd door 42 respondenten). Hiertoe worden evenementen, campagnes, voorlichting en uitingen als de regenboogvlag genoemd. Enkele respondenten wijzen erop dat met name in andere wijken dan het Centrum winst te behalen is. ▪ Tegelijkertijd zijn er ook (25) respondenten die kritisch zijn op (grote) lhbtiq+ zichtbaarheid. Sommigen omdat ze vermoeden of ervaren dat dit leidt tot weerstand, anderen omdat zij zich er niet door gerepresenteerd voelen. ▪ Enkele respondenten vinden het onprettig dat in beleid seksuele- en genderdiversiteit doorgaans worden samengenomen. ▪ Veel (29) respondenten zouden verbetering van veiligheid op straat willen. Nageroepen worden wordt hierbij veel genoemd. Veel respondenten geven aan niet goed te weten wat hiertegen moet worden gedaan. Ook agressie tijdens het uitgaan en intimidatie rond lhbtiq+ gelegenheden worden genoemd. Een enkele respondent noemt meer blauw/beveiliging als oplossing hiervoor.
18
▪ ▪
▪
▪
▪ ▪
Het sturen op aandacht voor lhbtiq+ thema’s op scholen wordt veelvuldig genoemd (32 respondenten). In het gemeentelijk handelen wordt het uitspreken tegen en aanpakken van discriminatie (zowel in de breedte als tegen lhbtiq+ personen) genoemd (42 respondenten). Daarnaast het vergroten van de sensitiviteit rond het thema bij ambtenaren en procedures (17 respondenten). Gerelateerd aan bovenstaande zou de gemeente moeten sturen op lhbtiq+ sensitiviteit bij maatschappelijke partners, zoals de politie en zorgpartijen (30 respondenten). Een voorbeeld dat diverse keren wordt genoemd is het doorlichten van procedures op de noodzaak van vragen naar geslacht. Betere – en met name snellere – zorg voor transpersonen (11 keer genoemd). Regelmatig vragen respondenten zich daarbij af wat de rol van de gemeente kan zijn. Passend sanitair voor transpersonen in de stad en op sportcomplexen (6 keer genoemd). Aandacht voor groepen specifieke lhbtiq+ inwoners (12 keer genoemd). Genoemd zijn aseksuelen, biculturele mensen, mensen in een rolstoel en ouderen.
19