CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Net-impactanalyse Liander

Besluitronde (raadsvergadering) 28 april 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie Arnhem Nijmegen (RES 1.0) (23/2021) (DEBATSTUK)14.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

Veel potentie

Er is veel potentie om vraag en aanbod meer te koppelen. Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt afgenomen, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Dan hoeft er immers minder energie getransporteerd te worden. Daarom heeft de ontwikkeling rondom de industrieterreinen van Duiven en Zevenaar de voorkeur boven de ontwikkeling van duurzame opwek in het landelijk gebied tussen Druten en Nijmegen.

3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

Zeer veel potentie

De wind & zon verhouding is licht verbeterd ten opzichte van het concept bod. Dit is vanuit systeemefficiëntie gezien positief. Er is nog veel ruimte voor verbetering, zeker als zon en wind projecten kunnen worden gecombineerd tot één aansluiting. Positief voorbeeld is het combineren van zon en wind bij de Grift.

4. Clusteren van duurzame opwek projecten

Zeer veel potentie

Er liggen zeer veel kansen voor clustering. Dat houdt in dat een aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel opleveren voor systeemefficiëntie. Mogelijkheden daarvoor liggen qua infrastructuur met name rondom de clusters Druten-Wijchen-Beuningen, Berg en Dal, en Duiven-Zevenaar.

5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cable pooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit

Veel potentie

Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. In de netberekeningen is hier al rekening mee gehouden. Ook cable pooling levert heel veel op voor het efficiënt benutten van de netten. In de bijlage is een toelichting te vinden op deze ontwerpprincipes.

1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet

34

Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.

Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie-infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.

Voorbeeld uitvoeringsplanning rondom Oosterhout Juli 2021 RES 1.0

Realisatie station Oosterhout Werkzaamheden station Bemmel Realisatie zonplannen Lingewaard i.c.m. aanvullende windplannen

Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden. Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations-uitbreidingen in andere gebieden.

2030

Realisatie zonnepark de Grift bij windpark Nijmegen - Betuwe

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren

Starten waar capaciteit beschikbaar is

2023 RES 2.0

Toelichting op het voorbeeld Windpark Nijmegen-Betuwe is inmiddels gerealiseerd. Op dezelfde aansluiting wordt zonnepark de Grift aangesloten. Een mooi voorbeeld van cable pooling waar tevens het overschot aan energie wordt opgeslagen. Na oplevering van het nieuwe station Oosterhout (2023)en de aansluitende werkzaamheden in Bemmel (2024) verwachten wij nieuwe capaciteit en aansluitmogelijkheden voor combinatieprojecten voor zon en wind in dit gebied beschikbaar te hebben.

35

Aanbevelingen | tijdig ruimte veiligstellen Tijdig starten met planprocedures en planprocedures versnellen Zonder de juiste planologische bestemming kan de beoogde locatie niet tot ontwikkeling komen. Start tijdig met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur. Dit voorkomt een mismatch tussen de opleverdatum van duurzame opwekprojecten en de benodigde uitbreidingen aan de infrastructuur. We zien grote verschillen in doorlooptijden van vergunningsverlening en het wijzigen van bestemmings- of omgevingsplannen tussen de verschillende gemeenten en provincies. In de figuur hiernaast is weergegeven wat indicatieve doorlooptijden zijn voor het bouwen van een nieuw station. Onderzoek hoe planprocedures versneld kunnen worden, bijvoorbeeld door te leren van de aanpak van andere overheden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kan tot een beter en sneller planproces leiden.

Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid Energieopwekking is een nieuwe ruimtevrager. Daarnaast is door de toenemende energie opwek, meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en mindere mate voor windmolens, is dit een herkenbaar probleem. Maar voor de netverzwaring zelf, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels, is ook ruimte nodig. Ruimte die schaars is en ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet. Bevoegde gezagen kunnen als volgt zorgen voor ruimte voor energieinfrastructuur in beleid: In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de boven- en ondergrondse energie-infrastructuur sluit de omgevingsvisie goed aan toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. • Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma worden de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. Een pilot van dit programma wordt door de NPRES nu opgestart.

• In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan.

•

Liander beschikt over veel kennis van de planologische ruimte die nodig is en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt eind 2020 een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Buitenplanse vergunningen zijn en blijven een mogelijkheid om tot realisatie van de nieuwe energie-infrastructuur te komen. Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn voor het kunnen afwijken van het geldende planologische regels. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitbreiding van station Barneveld in de gemeente Barneveld.

Actieve meedenkende houding door bevoegd gezag van groot belang De nieuw aan te leggen energie-infrastructuur heeft fysieke ruimte nodig. Liander wil door middel van strategische grondverwerving vooruitlopen op de netverzwaring. We kunnen daarmee het vertragingsrisico verkleinen. Voor strategische grondaankoop kijkt Liander daarom 10 jaar vooruit naar het oplossen van knelpunten. We kunnen dit alleen doen in samenwerking met het bevoegde gezag omdat de grondaankopen moeten passen in het (toekomstige) en lokale ruimtelijke beleidskader. Een actieve meedenkende houding in het zoeken naar geschikte locaties zorgt voor een grotere kans op succesvolle uitvoering van de ambities in de RES.

Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0

1

2

3

4

5

6

7

jaren

Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station Planprocedures

Nieuw MS station Nieuw MS/LS station

Uitvoering Onzekerheid

36

Aanbevelingen | mensen, middelen, landelijke kaders Wijs bindende zoekgebieden en uitsluitingsgebieden aan Zoekgebieden, zoeklocaties en definitieve locaties helpen om accuraat te voorspellen waar de duurzame opwek zal komen binnen de regio. We vragen de overheden hier om een stevige regierol, waarin projecten buiten deze zoekgebieden ook niet langer worden vergund. Ook als er nog geen concrete projecten binnen deze zoekgebieden zijn, kunnen de modellen van Liander een inschatting maken van een realistische vermogensspreiding binnen deze gebieden. Ook relatief grote bindende zoekgebieden hebben dus al toegevoegde waarde wanneer projecten daarbuiten ook daadwerkelijk worden uitgesloten.

Samen tekorten op de arbeidsmarkt aanpakken Het tekort aan technisch personeel gaat zorgen voor vertragingen. Gericht arbeidsmarktbeleid kan het verschil maken, zowel op landelijk als regionaal niveau. Stimuleer dat mensen in uw regio enthousiast worden om de techniek in gaan en zorg ervoor dat er voldoende opleidingsmogelijkheden zijn. Onderzoek mogelijkheden voor regionaal samenwerken aan Human Capital Agenda's voor (technische beroepen in) de energiesector. Tijdig beschikbaar krijgen van materialen door gezamenlijke prognoses Voor het realiseren van de benodigde uitbreidingen is naast voldoende personeel ook materialen nodig. Materialen moeten tijdig besteld worden, denk dan aan transformatoren, kabels, etc. Om te anticiperen op deze schaarste en te kunnen beschikken over benodigde materialen, is het nodig om samen te werken en goede prognoses te maken.

Gezamenlijk aandacht vragen voor landelijke maatregelen Om te komen tot een effectieve en tijdige uitvoering van de RES is een aantal landelijke maatregelen nodig. Wij vragen de regio om samen richting het Rijk aandacht te vragen voor: •

Het samenbrengen van de verschillende beleidssporen en sectorale plannen (RES, NAL, TvW, PEH, CES/MIEK) in een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om tot integrale keuzes en prioritering te komen.

•

Aanpassing van de SDE-systematiek, zodat projecten die duurder uitvallen, omdat wensen van de omgeving worden meegenomen (bijv. biodiversiteit bij een zonnepark),

realiseerbaar blijven. De SDE-systematiek gaat uit van de laagste kosten per techniek. Maatschappelijke aspecten, zoals aandacht voor biodiversiteit en groene inpassing, zijn kostenverhogend en vallen dus snel buiten de mogelijkheden van de SDE regeling.. Dit heeft effect op de uitvoering, omdat dit projecten zijn die juist in de RESsen kunnen rekenen op draagvlak. •

Verken met gemeenten en provincies de mogelijkheden voor versnelling van de ruimtelijke processen.

•

Maximale benutting van het bestaande net door een zo snel mogelijke inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur, zodat de reservecapaciteit in het hoogspanningsnet kan worden ingezet als spitsstrook voor het transport van elektriciteit uit duurzame opwek (AMvB N-1).

•

Ruimte in wet- en regelgeving voor (tijdelijke) alternatieve oplossingen als er sprake is van transportschaarste, zoals congestiemanagement, pieken aftoppen en dynamisch terug leveren.

•

Maatregelen die ertoe leiden dat er meer technici worden opgeleid voor de energietransitie.

•

Ruimte in warmtewetgeving, zodat gemeenten keuzevrijheid en voldoende flexibiliteit hebben om tot maatwerkoplossingen te komen, inclusief de mogelijkheid om bedrijven in publiek eigendom, waaronder de netwerkbedrijven, aan te kunnen wijzen als warmtebedrijf.

37

Vervolg proces richting RES 2.0 De RES 1.0 is een belangrijke mijlpaal in de samenwerking tussen de regio en Liander als netbeheerder. Op basis van deze inzichten gaan we verder met zowel het verdiepen, als het verbreden van de inzichten.

Samenwerken aan een uitvoeringsprogramma We willen samen met de werkorganisatie RES, én de gemeentes in de regio samen optrekken in het ontwikkelen van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om de ambities uit de RES om te zetten in concretere plannen en planning. De RES-regio Arnhem Nijmegen staat voor een flinke uitdaging om de verschillende belangen te wegen bij het maken van de RES 1.0. Liander trekt graag samen op met de regio om een gezamenlijk uitvoeringsprogramma te maken. Wij dragen daaraan bij door inzicht te bieden in het energienet en oplossingen aan te dragen.

Uitwerken van deelgebieden In de regio Arnhem Nijmegen is een voorzet gemaakt voor het maken van gebiedspaspoorten. Hierbij wordt gekeken naar de gebiedseigenschappen: bijvoorbeeld landschappelijk en cultuur historisch. De uitwerking in gebiedspaspoorten biedt ook een prima opmaat voor een uitvoeringsprogramma in het gebied.

Afstemming met andere RES regio's De regio Arnhem Nijmegen heeft raakvlakken met andere RES regio's in de omgeving. Daar waar het gaat om de Gelderse regio's is er sprake van een gezamenlijke doorrekening van de plannen. Ook op het gebied van ruimtelijke ordening is er sprake van afstemming bij de "grensprojecten". Ook de uitvoeringsprogramma's gaan in samenhang met de omliggende regio's ontwikkeld worden

Systeemstudie Gelderland In opdracht van de provincie Gelderland gaat er een systeemstudie uitgevoerd worden voor alle Gelderse RES regio's. De plannen zoals deze nu zijn geformuleerd in de RES gaan hier een belangrijke rol in spelen. Op basis van deze plannen en nieuwe studies op het gebied van bijvoorbeeld mobiliteit en industrie zal een nieuwe inschatting van de netimpact worden uitgewerkt.

38

7. Bijlagen Verdieping

Bronnen en verwijzingen

Afkortingen en terminologie

Toelichting op werkwijze

Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 39

Verdieping

Ontwerpprincipes systeemefficiëntie

Detailinformatie scenario's

Relatie tussen elektriciteits- en gasnet

Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 40

Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (I) Slimme oplossing

Wat is het?

Wat levert het op?

Wie gaat er over?

Cable pooling

'Cable pooling' is het benutten van één aansluiting door meerdere partijen ('kabel delen'). • Eerste toepassing is het slim koppelen van nabijgelegen wind- en zonneparken door ze aan te sluiten op één netaansluiting. Zo wordt de energie-infrastructuur beter benut. Zon en wind zijn namelijk complementair aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Tweede toepassing is het aansluiten van duurzame opwek op een bestaande aansluiting waarop energie wordt afgenomen.

•

Door cable pooling wordt de capaciteit van het elektriciteitsnet veel beter benut. Door het combineren van zon en wind op één kabel kan tot wel vier keer zoveel energie getransporteerd worden als alleen zon op dezelfde kabel. Daarnaast verbetert de businesscase voor ontwikkelaars: zij besparen op de investeringskosten voor aansluitingen en netaanpassingen en op de jaarlijkse kosten voor het gebruik ervan.

•

'Aftoppen' is het afvlakken van de hoogste pieken in opwek door ontwikkelaars zelf. Zij benutten dan niet de maximale capaciteit van zonnepanelen door een lager omvormer-vermogen te installeren. • Zonnepanelen worden op hun piekvermogen aangesloten op het netwerk. Die piek komt echter maar een paar uur per jaar voor. • Door zonnepanelen op deze piekmomenten te begrenzen ('af te toppen'), kan de infrastructuur veel efficiënter worden benut. . • We zien in de praktijk dat deze mate van aftoppen al standaard wordt toegepast door de projectontwikkelaars/klanten (vanwege kleine/goedkopere omvormers en lagere aansluitwaarde en -kosten).

•

Het aftoppen van opwekpieken draagt bij aan het niet hoeven verzwaren van het net. Door zonnepanelen af te toppen op 70%, wordt er slechts 3% minder energie opgewekt. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend. Met een geringe reductie in energie opwek kan dus een kwart van de benodigde netuitbreidingen voorkomen worden. Opwekkers hebben een financieel voordeel, omdat zij kunnen volstaan met kleinere omvormers en een kleinere netaansluiting.

•

In gebieden waar schaarste op het net is, kan door curtailment toch (deels) worden teruggeleverd. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend.

•

Aftoppen

•

• •

• •

Curtailment

'Curtailment' is het door de netbeheerder actief aftoppen van de productie bij dreigende schaarste in het net. • Bij een dreigende storing schakelt de netbeheerder een opwekinstallatie (gedeeltelijk) af.

•

•

•

•

Ontwikkelaars van nabijgelegen zon- en windparken of ontwikkelaars en grote afnemers, kunnen gezamenlijk slimme combinaties onderzoeken. Samen met de netbeheerder en eventueel gefaciliteerd door gemeenten vanuit hun regierol in de RES. Wel is er een speciale juridische constructie nodig, omdat de koppeling tussen de deelnemende wind- en zonneparken plaatsvindt achter de aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Ontwikkelaars kunnen er zelf voor kiezen om hun installaties af te toppen. Installateurs kunnen de installaties op de juiste manier configureren.

Netbeheerders nemen het initiatief om in afstemming met de klant curtailment in te regelen en uit te voeren. Wetgeving staat het in Nederland netbeheerder echter op dit moment nog niet toe om actief curtailment toe te passen.

Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (II) Slimme oplossing

Wat is het?

Wat levert het op?

Wie gaat er over?

Evenwichtige verdeling zon & wind

Evenwichtige verdeling van zon & wind houdt in dat het opgestelde vermogen aan duurzame opwek in een regio voor ca 50% uit zonnepanelen bestaat en voor ca 50% uit windturbines. • Zo wordt infrastructuur beter benut doordat zon en wind complementair zijn aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Voldoende gebruik maken van wind is vanuit het energiesysteem gezien wenselijk aangezien windturbines efficiënter gebruik maken van het elektriciteitsnet dan zonnepanelen. Het waait immers vaker dan dat de zon schijnt.

•

Met dezelfde infrastructuur kan met windenergie tot wel 3x zoveel energie opgewekt worden als zon met een minimaal verlies aan opgewekte energie. Door een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind toe te passen, wordt de infrastructuur het meest efficiënt benut. Immers, de infrastructuur wordt dan zowel gebruikt als het hard waait én als de zon volop schijnt.

•

De regio kan in de RES kiezen voor een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind.

Loslaten van redundantie houdt in dat voor transport van duurzaam opgewekte energie de 'vluchtstrook' van het elektriciteitsnet wordt benut. • Elektriciteitsstations zijn overal dubbel - oftewel redundant ontworpen. Dat betekent dat als één component uitvalt, de andere het over kan nemen, waardoor de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening ten alle tijden gewaarborgd is. • Dat is vanzelfsprekend van cruciaal belang voor het leveren van energie. • Maar de maatschappelijke impact van een zonnepark dat enkele uren niet kan terugleveren, is vele malen kleiner dan een stad die enkele uren in het donker zit.

•

Door het loslaten van redundantie kan tot wel het dubbele van de huidige beschikbare netcapaciteit worden gebruikt voor duurzame opwek, zonder fysieke uitbreidingen te realiseren. Daarmee wordt ook fysieke ruimte voor infrastructuur verminderd en worden lange doorlooptijden voorkomen. In deze netimpact analyse is het loslaten van redundantie meegenomen waar dat mogelijk is.

•

Liander kan vereenvoudigde aansluitconcepten (zoals loslaten van redundantie) toepassen. Bij wet is de netbeheerder echter gehouden aan de regel dat ze moet zorgen voor“ voldoende reservecapaciteit voor het transport’. Deze wet is momenteel in beweging, waardoor er onzekerheden zijn over de toepassing van deze slimme oplossing.

Loslaten redundantie

•

• •

•

•

Impact op het elektriciteitsnet per variant Om alle plannen uit de RES aan te sluiten op het net zijn er verzwaringen van het elektriciteitsnetwerk nodig. De bestaande plannen zijn op drie manieren doorgerekend. In de basisvariant is gerekend op basis van de bijdrage aan het RES bod. Hierbij wordt aangenomen dat een project van 10 MW met 50% kans een aansluiting van 5 MW nodig heeft. Aanvullend zijn er nog twee andere varianten doorgerekend. Een scenario met de aanname dat alle projecten volledig doorgaan. Zodoende kan de maximale impact op het net worden bepaald, ook al is het onwaarschijnlijk dat alle projecten doorgaan. Daarom is er ook een tweede variant met alleen de meest kansrijke plannen zodanig doorgerekend dat het totale bod in lijn is met het bod van de regio.

Scenario A Basis

Scenario B Maximaal

Scenario C Toplijst

Zonnevelden en windmolens

Gebouw-gebonden zon (>15 kWp)

Projecten en zoekgebieden kans * Effect, dus 50% kans is 50% opbrengst en 50% aansluitvermogen per project.

Potentie zon op dak volgens 25% Gelders dashboard zon op dak.

Alle projecten en zoekgebieden worden doorgerekend alsof ze doorgaan. 100% kans dus. Als deze projecten echt door zouden gaan, zou een aanzienlijk hoger bod ontstaan.

Alleen de meest kansrijke projecten zijn doorgekend alsof ze volledig worden aangesloten. De hoeveelheid is zodanig dat de opwek overeenkomt met het bod.

Potentie zon op dak volgens 35% Gelders dashboard zon op dak.

Zon op dak conform concept bod (was gebaseerd op NP RES data)

6 Impact stations (in aantallen)

Benodigde ruimte (in hectare)

Kosten voor infrastructuur (in miljoen €)

Duurzame opwek (in TWh)

9

A: BASIS

B: MAXIMAAL

9

9

5 C: PROJECTEN MAX

3 A: BASIS

37 A: BASIS

1,62 A: BASIS

B: MAXIMAAL

62 B: MAXIMAAL

2,62 B: MAXIMAAL

C: PROJECTEN MAX

24 C: PROJECTEN MAX

1,72 C: PROJECTEN MAX

Opvallend is de uitkomst van de netberekening indien alleen de projecten worden doorgerekend ten opzichte van de maximale variant. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de zoekgebieden een bijzonder slechte invloed hebben op de net efficiëntie. Dit is deels te verklaren doordat het zoekgebied nu een fictief aansluitpunt hebben dat in de praktijk geoptimaliseerd kan worden.

1. Detail informatie: Scenariovergelijking Zonnevelden en windmolens

Gebouw-gebonden zon (>15 kWp)

Scenario A Projecten en zoekgebieden kans * Effect, dus 50% kans is Basis 50% opbrengst en 50% aansluitvermogen per project.

Potentie zon op dak volgens 25% Gelders dashboard zon op dak.

Alle projecten en zoekgebieden worden doorgerekend alsof Scenario B ze doorgaan 100% kans dus. Als deze projecten echt door zouden Maximaal gaan zou dus een aanzienlijk hoger bod ontstaan.

Potentie zon op dak volgens 35% Gelders dashboard zon op dak.

Alleen de meest kansrijke projecten zijn doorgekend alsof ze Scenario C volledig worden aangesloten. De hoeveelheid is zodanig dat de Toplijst opwek overeenkomt met het bod.

Zon op dak conform concept bod (was gebaseerd op NP RES data)

Wind op land HS/MS station

A

B

OS Arnhem OS Dodewaard OS Doetinchem OS Druten OS Eerbeek OS Elst OS Kattenberg OS Nijmegen OS Teersdijk OS Zevenaar OS Renkum

11,2 4,8 5,6 43,4 7,6 30,1 56,1 158,8

14,0 36,0 44,6 11,2 79,5 30,2 66,0 79,6 361,1

Totaal RES-bod

Grootschalige zonnevelden

Grootschalig gebouwgebonden zon

C

A

B

C

A

B

C

14,0 36,0 39,0 11,2 41,5 30,2 38,0 40,4 250,3

12,3 50,8 142,2 18,6 16,9 3,7 213,4 102,4 159,4 719,7

19,8 78,1 3,0 240,5 23,8 77,0 13,3 311,0 190,5 250,2 916,6

19,8 78,1 3,0 102,9 6,6 22,4 9,2 118,7 119,2 109,3 589,1

37,5 28,8 19,7 37,5 15,3 64,4 49,8 161,7 100,1 95,4 7,2 617,4

44,1 33,7 23,3 44,4 18,0 76,0 58,7 190,3 118,5 111,7 8,3 496,9

40,6 23,1 15,7 29,5 16,2 52,1 54,3 149,5 91,7 85,3 7,9 565,9 44

Detailinformatie scenario's: verschil concept RES & RES 1.0 De doorrekening in RES 1.0 heeft plaatsgevonden op basis van buurtcodes. In de concept RES is alleen op hoofdstations doorgerekend. In onderstaand overzicht zijn de totalen per station weergegeven waardoor beide scenario's vergeleken kunnen worden. Het aandeel wind is toegenomen en de hoeveelheid grootschalige zon is afgenomen. De hoeveelheid gebouwgebonden zon stijgt ook. In totaal is er sprake van ongeveer evenveel aan te sluiten vermogen, met een iets gunstigere aandeel windenergie. Het totaal verandert er weinig, de spreiding over de regio's, en hierdoor over de onderstations is aanzienlijk anders. Deels is dit te verklaren door administratieve correcties.

Wind op land HS/MS station

OS Arnhem OS Dodewaard OS Doetinchem OS Druten OS Eerbeek OS Elst OS Kattenberg OS Nijmegen OS Teersdijk OS Zevenaar OS Renkum Totaal RES-bod

Bestaand

10,0 8,0 18,0

MW concept RES

8,2 39,0 55,8 103,0

Grootschalige zonnevelden

MW RES 1.0

11,2 4,8 5,6 33,4 7,6 30,1 48,1 140,8

Bestaand

2,0 16,7 6,1 1,7 26,5

MW concept RES

MW RES 1.0

2,7 28,0 199,7 5,4 111,3 14,3 215,9 209,0 128,6 1,6 916,6

12,3 50,8 142,2 18,6 14,9 3,7 196,7 96,4 157,7 693,2

Grootschalig gebouwgebonden zon Bestaand

4,2 3,9 1,4 2,3 2,1 6,1 5,5 18,6 8,2 14,2 1,0 67,7

MW concept RES

MW RES 1.0

37,2 19,0 13,3 26,5 15,0 48,4 48,3 123,2 88,6 71,3 6,2 496,9

33,3 24,9 18,3 35,2 13,2 60,1 44,9 143,0 91,9 81,3 3,7 549,7

45

Indicatie van relatie tussen elektriciteits- en gasnet

Bron: Alliander

46

Bronnen en verwijzingen

Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 47

1. Bronnen en verwijzingen Titel

Omschrijving

Bron

Basisinformatie over energie-infrastructuur, opgesteld voor de Regionale Energie Strategieën, Netbeheer Nederland, mei 2019

Een introductie op en beschrijving van rollen in de elektriciteits- en gasmarkt, typen van elektriciteits- en gasstations, kosten van het bouwen van een station en aanleggen van nieuwe verbindingen in tijd, geld en ruimte, de impact van verschillende (warmte)scenario's op het elektriciteitsnet, basis ontwerpprincipes voor de inpassing van hernieuwbare productie, kosten van verwijderen van gasleidingen en –stations.

https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/ Basisdocument_over_energieinfrastructuur_143.pdf

Onderzoek naar toekomstbestendige gasdistributienetten, Netbeheer Nederland, juli 2018.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is, dat het bestaande gasnetwerk met de juiste maatregelen prima ingezet kan worden om duurzame gassen zoals (100%) waterstof en biomethaan te distribueren. GT-170272

https://www.netbeheernederland.nl/Toekomstbest endigegasdistributienetten

Factsheets over de relatie tussen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en RES, Elaad, december 2019.

Tien factsheets met achtergrondinformatie over de relatie tussen de NAL en de RES. Het doel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur is voorbereid op de grootschalige uitrol van elektrisch vervoer. In de NAL wordt beschreven hoe we tot voldoende laadpunten komen om al deze auto's slim op te laden.

https://www.elaad.nl/projects/nal-res/

Verantwoording gebruikte gegevens netimpact proces via het Nationaal Programma RES

Op de website van het Nationaal Programma RES is informatie te vinden over de gebruikte back-up en basisgegevens voor het bepalen van de netimpact. Deze gegevens worden gebruikt wanneer er geen gebruik gemaakt kan worden van regio specifieke informatie vanuit de invulformulieren.

https://www.regionaleenergiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulfo rmulieren/default.aspx

Potentieel van lokale biomassa en invoedlocaties van groengas. Een verkenning voor 2030, CE Delft, januari 2020

In de studie is verkend hoeveel groengas uit lokale biomassa zou kunnen worden ingevoed in het openbare aardgasnet in 2030 en wat de locaties van invoeding zouden kunnen zijn. Hiervoor is bestudeerd hoeveel biomassa er economisch beschikbaar kan komen voor groengasproductie en -invoeding in 2030. De studie beperkt zich tot biomassareststromen.

www.ce.nl, publicatienummer 190281

Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld. In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen. II3050

48

Afkortingen en terminologie

Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 49

2. Terminologie en afkortingen Afkorting

Betekenis

Eenheden

Betekenis

Terminologie

Betekenis

HS

Hoogspanning (>52kV). Hoogspanningsnetten worden gebruikt als nationale hoofdtransportnetten, welke middels een middenspanningstussenstap bij de gebruikers als laagspanning terecht komen.

TWh

TerraWattuur. Staat gelijk aan 109 (1.000.000.000) Kilowatttuur. Het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van heel Nederland wordt uitgedrukt in Terrawattuur.

Netimpact

De net-belasting op installatieniveau. De berekening houdt rekening met vermogens en profielen van alle energievragers en –aanbieders. Dit dynamische samenspel resulteert in de belasting van de Liander installaties welke in magnitude en lengte kan worden uitgedrukt, met mogelijke knelpunten (overbelasting) tot gevolg.

kWp

KiloWattpiek. Eenheid om piekvermogen uit te drukken.

Knelpunt

W

Watt. Dit beschrijft de energie per tijdseenheid (Joule per seconde). MegaWatt is 10^6 (1.000.000) Watt.

Een overbelasting op installatie-niveau waarbij flexibele oplossingen geen hulp kunnen bieden. Dit geldt voor een overbelasting van >10% van de installatiecapaciteit OF >1% van het jaar.

Congestiemanagement

Congestiemanagement gebruikt prijsmechanismes en marktwerking om het aanbod en de vraag naar elektriciteit te sturen. Goede uitleg via: https://www.tennet.eu/nl/elektriciteitsmarkt/nederlandsemarkt/congestiemanagement/

Vluchtstrook / redundantie / reservecapaciteit

Het elektriciteitsnet is in heel Nederland redundant uitgelegd. Als één component uitvalt kan een andere verbinding het altijd overnemen. Het netwerk is echter 99,997% van de tijd niet in storing en dus wordt voor het grootste deel van de tijd niet op zijn maximale capaciteit gebruikt. Het is te vergelijken met een vluchtstrook op de snelweg. Dit wordt alleen tijdens de spits gebruikt en is voor de rest van de uren zinloos asfalt. De (maatschappelijke) impact van een zonnepark dat zeg 4 uur niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een ziekenhuis. Daarom is het niet-redundant aansluiten van duurzame opwek een goede benutting van het bestaande elektriciteitsnetwerk. Iets meer risico voor projecten, maar meer mogelijk en een beter ingericht net. te verzwaren.

Cable pooling

Bij cable pooling worden nabijgelegen wind- en zonneparken slim gekoppeld, door de projecten op één netaansluiting aan te sluiten. Zonnepanelen en windmolens zijn in hoge mate complementair: Een windmolenpark benut gemiddeld dertig procent van de netaansluiting en een zonnepark slechts tien procent. Het gevolg is dat de energieinfrastructuur niet volledig wordt gebruikt. Met cable pooling wordt de capaciteit van de elektriciteitskabel beter benut. Daardoor gaat er minder energie verloren en wordt de energievoorziening stabieler.

TS

Tussenspanning. Op sommige locaties in Nederland wordt elektriciteit op hoogspanning direct omgezet naar middenspanning. Op andere plekken zit er nog een spanningsniveau tussen, de zogenoemde tussenspanning. Dit verschil is historisch ontstaan.

MW

A

Ampère. Een eenheid van elektrische stroomsterkte. Volt. Eenheid van elektrische spanning. kiloVolt: 1000 Volt.

MS

Middenspanning (1-52kV)

V kV

LS

Laagspanning (<1kV)

VA

Voltampere. Een eenheid van complexe of schijnbare elektrisch vermogen, weergegeven met symbool VA dat in het geval van gelijkstroom gelijk is aan de Watt.

J

Joule. Energie-eenheid. (VA=W=J/seconde)

m3

Kubieke meter

50

Toelichting op werkwijze

Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 51

Netimpact bepalen werkproces toegelicht Het werkproces De energietransitie van fossiele bronnen naar duurzame opwekking, de toenemende rol van elektriciteit in het dagelijkse leven en de economische groei vereisen een continue en tijdige doorontwikkeling van het energiesysteem. Om de impact van regionale keuzes inzichtelijk te maken hebben de netbeheerders in samenspraak met PBL en NP RES het "netimpact bepalen" werkproces ontwikkeld. Het proces bestaat uit drie stappen: 1. Invulformulieren voor energievraag en -aanbod: Voor alle relevante energievragers en – aanbieders zijn invulformulieren opgesteld. Hiermee ontstaat inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod over de tijd heen. Zodra een regio de netimpact van een regionaal scenario van ontwikkelingen wil laten doorrekenen kunnen de formulieren gedeeld worden met de regionale netbeheerder in de regio. 2. Analyse, begrip en oplossingen: De netbeheerders zullen de invulformulieren met informatie over de toekomstige energievraag en -aanbod toetsen aan de huidige elektriciteits- en gasinfrastructuur. Binnen Alliander wordt hiervoor het systeem AndesLight gebruikt (zie hiernaast voor meer informatie). Uit dit systeem wordt duidelijk waar de huidige infrastructuur ontoereikend is, de zogenoemde knelpunten. Zodra knelpunten in beeld zijn wordt onderzocht waardoor ze ontstaan en wat mogelijke oplossingen kunnen zijn. 3.

Inzicht in impact oplossingen: De resultaten van de tweede stap worden gebundeld in deze rapportage. Hierin wordt de impact geduid in de doorlooptijd die nodig is om aanpassingen te realiseren, het ruimtebeslag dat de aangepaste infrastructuur met zich meebrengt en de kosten die gemaakt worden voor het maken van de aanpassingen. De systemische analyse van mogelijkheden om impact op infrastructuur te verkleinen wordt samengevat tot aanbevelingen voor de regio.

Doorberekeningen met Andes-light Andes-light is een systeem dat door Liander gebruikt wordt om de belasting op het energienet in kaart te brengen. Hiermee kunnen we per gebied de netimpact bepalen van toekomstige netontwikkelingen op zowel elektriciteit- als gasniveau.

Andes-light maakt gebruik van een rekenkern genaamd ANDES. Deze simuleert de netimpact van individuele segmenten op basis van vermogen, stroom en profielen en is hiermee in staat het samenspel van energievragers en -opwekkers in kaart te brengen. De impact van grootschalige opwekkers (zonneweides en wind) komen op de stations van Liander. Dit zijn zowel de 150, 50 als 10 kV installaties. Alle andere opwekkers en vragers vinden hun weg via het dichtstbijzijnde en meest toepasselijke laag, midden en hoogspanningsnet. Regio's/gemeentes hebben zelf geen directe toegang tot het systeem. Wel nodigen we iedereen die dat nuttig vindt uit om contact met ons te zoeken bij vragen.

Oplossingen in bouwblokken Om de kosten en ruimtevraag van netaanpassingen in te schatten, wordt gebruik gemaakt van standaard bouwblokken. Het gebruik van standaardoplossingen neemt toe maar in de praktijk is er ook vaak maatwerk nodig. De genoemde kosten en ruimtevraag hebben alleen betrekking op het Liander deel van het net. Kosten en ruimte voor het TenneT deel zijn hierin nog niet meegenomen. Ook met de kosten voor het voedend tracé moet nog rekening worden gehouden. 52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=b6a5a32f-c303-4cbe-97a3-74ea8be7a71a