Natuurparels in Nijmegen
Tekst van het document
45
Patersbosjes Hunnerberg
Lelietje-van-dalen
45
Patersbosjes Hunnerberg
Appelvink
x
x
7
45
Patersbosjes Hunnerberg
Boomklever
x
x
7
45
Patersbosjes Hunnerberg
Goudvink
x
1
46
Albertinum
Appelvink
x
x
3
46
Albertinum
Boomklever
x
x
1
46
Albertinum
Bosuil
x
x
1
46
Albertinum
Vuurgoudhaan
x
2
47
Neerbosch Oost
Boomklever
48
Park Lindenholt
Pilvaren
48
Park Lindenholt
Kleine modderkruiper
x
x
2
48
Park Lindenholt
Appelvink
x
x
1
49
A73-park Lindenholt
Glassnijder
50
Kolk van Helfteren
Haas
50
Kolk van Helfteren
Konijn
51
Begraafplaats Daalseweg
Dichte bermzegge
x
4
51
Begraafplaats Daalseweg
Maarts viooltje
x
1
51
Begraafplaats Daalseweg
Ruig klokje
x
1
51
Begraafplaats Daalseweg
Appelvink
x
x
12
51
Begraafplaats Daalseweg
Boomklever
x
x
1
52
LIMOS Stadsoase
Rapunzelklokje
52
LIMOS Stadsoase
Franjestaart
52
LIMOS Stadsoase
Appelvink
x
x
1
52
LIMOS Stadsoase
Boomklever
x
x
2
52
LIMOS Stadsoase
Bosuil
x
x
53
Julianapark
Rapunzelklokje
53
Julianapark
Appelvink
x
x
1
53
Julianapark
Boomklever
x
x
1
54
St. Jozesklooster
x
x
1
55
Begraafplaats St Barbara
Appelvink Kleine parelmoervlinder
55
Begraafplaats St Barbara
Heelbeen
x
1
x
1
x
x
x
x
1 x
x
1 4
x
1
x
1
x
5 x
x
x
x
38
1
1
1
x
1
x
2
x
x
1
x
19
3 x
1
x x
1 x
19
55
Begraafplaats St Barbara
Maarts viooltje
55
Begraafplaats St Barbara
x
55
Begraafplaats St Barbara
Mosbloempje Ruw vergeet-mijnietje
x
55
Begraafplaats St Barbara
Schubvaren
x
56
Dorpspark Hees & Distelpark
Hertshoornweegbree
x
57
Fort Beneden Lent
Brede ereprijs
x
57
Fort Beneden Lent
Groot streepzaad
x
57
Fort Beneden Lent
Boomklever
57
Fort Beneden Lent
Paapje
57
Fort Beneden Lent
Haas
57
Fort Beneden Lent
Konijn
58
Westerpark
Veldkruidkers
x
x
x
1 31
x
2 x
1 1 1
x
39
2 11
1
x
4
x
1 x
4
Stichting RAVON
Bijlage 2 – Vleermuizen vergen een aparte benadering Natuurparels – aanpak vleermuizen
• • • •
•
•
• •
De opzet om met plaatjes/figuren te werken om hotspots (waaruit dan de parels volgen) te ‘ontdekken’ voor soorten in Nijmegen is sterk; een figuur zegt meer dan 1000 woorden. De methode berust op beschikbare data (ook een sterk punt). Wel moeten we constateren dat voor veel vleermuissoorten data ontbreekt en/of erg gebrekkig is (veel zg. ‘witte vlekken’ en maar zeer matig inzicht in verblijfplaatsplaatsen). Daarmee zouden belangrijke locaties voor vleermuizen zo maar buiten de boot kunnen vallen. Een gemiste kans, want vleermuizen spreken mensen wel tot de verbeelding. Daarom stellen we een andere benaderingswijze voor, voor vleermuizen. Op basis van omgeving (voedselhabitat) en bouwwijzen (min of meer een benadering voor de geschiktheid van gebouwen voor verblijfplaatsen van vleermuizen in de stad) én voor parken de leeftijdsopbouw van het bomenbestand (min of meer een benadering voor de geschiktheid als verblijfplaats voor de boombewonende soorten in de stad), bepalen we potentiële locaties die van belang zijn voor de vleermuissoorten. Deze geven we aan op een kaart. Een volgende stap is om de datadeficiëntie aan te pakken (ook van belang voor SMP’s en gebiedsgerichte ontheffingen) én (of beter: tegelijkertijd) draagvlak te creëren.
Daarvoor zien we de volgende mogelijkheden: Vleermuistuintellingen: spot de vleermuizen in je achtertuin (daarvoor is een zoekkaart ontwikkeld) Verzamel de gegevens van onderzoeken in de gemeente Nijmegen (bijvoorbeeld van ruimtelijke ontwikkelingen of gebiedsgerichte onderzoeken van woningbouw corporaties ed (als dat van toepassing is) Bathopping: plaats een automatische batdetector in een tuin en geef die vervolgens door aan een volgende bewoner etc. Voor een aantal soorten (rosse vleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis) kan met behulp van fietstransecten de aanwezigheid goed worden opgespoord, voor andere soorten is dit een minder geschikte methode. Daarvoor zouden looptransecten meer geschikt zijn. Tijdens de transecten neemt een automatische batdetector de aanwezige vleermuisgeluiden op. De transecten en gebruik (incl. het plaatsen) van automatische batdetectors kunnen door inwoners van de gemeente Nijmegen worden uitgevoerd. Geluidsdeterminatie wordt vergemakkelijkt door automatische software, maar deze is –zeker voor de meer bijzondere soorten niet goed te gebruiken door leken zonder training.
Om de bewoners meer te betrekken (draagvlak!) kunnen we mensen trainen om geluidsherkenning te doen (voor de meest gangbare soorten) én bijvoorbeeld geluidpluisavonden te organiseren waarbij mensen in groepsverband aan de slag gaan met het uitpluizen van de geluidsfragmenten onder begeleiding van een expert op dat gebied. Door vleermuizen te vangen en te volgen kunnen verblijfplaatsen ook worden opgespoord. Het vangen dient met vergunning plaats te vinden en door gecertificeerde vangers. Maar het is wel mogelijk om ‘leken’ de vleermuizen te laten zien. Dat is natuurlijk wel heel gaaf. Dit levert belangrijke data op zoals de kraamverblijven van de laatvlieger. Door zolders van grote (en vaak historische) gebouwen te bezoeken kunnen (sporen van) vleermuizen worden ontdekt. Leuk om te doen en spectaculair om de dieren te zien! Door vleermuiskasten op te hangen die eenvoudig te inspecteren én toegesneden zijn op specifieke soorten. Bewoners kunnen zelf checken of de vleermuizen thuis zijn (daarvoor hebben we een zoekkaart ontwikkeld).
40
41