Nadere info biomassa en RES2024
Tekst van het document
Nadere info Ontwikkeling aandeel biomassa 10 januari 2025 Harold van Ganzenwinkel, afdeling Stadsontwikkeling, bureau Energietransitie Naar aanleiding van de gespreksronde over de RES2024 op de politieke avond van 8 januari 2025; wat betreft mogelijke onduidelijkheid over de ontwikkeling van biomassa. De betreffende figuur, op blz 41 van de concept-RES2024, geeft een beeld over de verwachte ontwikkeling van de landelijke bronnenmix, niet die van de regio.
Uit de vervolgpagina (blz 42) van de concept RES2024 is op te maken dat ontwikkeling van biomassa als warmtebron voor onze regio niet als uitgangspunt geldt: Voor de toekomstige warmtenetten in onze regio is er een aantal opties voor duurzame bronnen: • De twee afvalverwerkers AVR en ARN; • de RioolWaterZuiveringsInstallaties; • Geothermiebronnen; • Warmtebuffers HTO’s (en overige boven- en ondergrondse opslag); • Aquathermie; • Zonthermie op daken; • Bodemwarmte (WKO).
Map = Schrijven algemeen / sjab = Huisstijl A4 (staand)
Waarom is er de aanname dat landelijk biomassa ook in 2030 onderdeel is van de bronnenmix? De figuur is overgenomen uit een verkenningsrapport van CE Delft in opdracht van NVDE (Nederlandse Vereniging Duurzame Energie). Het bureau schat in dat in de landelijke bronnenmix biomassa in 2030 bron is voor iets meer warmte (in PJ) als in 2022. Het voordeel van inzet van biomassa is dat deze als CO2neutraal telt en redelijk flexibel inzetbaar is, bijvoorbeeld als middenlastbron of piekbron (momenteel nog meestal een gasketel), om bij te springen, wanneer er meer gevraagd worden dan de basislast. Quotes uit het rapport: Biomassa levert warmte met een CO2-intensiteit van 0 kg/GJ. De CO2-eis is geen reden om warmteproductie uit biomassa af te schalen. Warmtebedrijven geven aan dat door een afname in maatschappelijke en politieke steun er weinig tot geen nieuwe biomassa installaties zullen worden ontwikkeld, en er kunnen geen nieuwe SDE++-beschikkingen worden afgegeven voor warmte uit biomassa voor de gebouwde omgeving. Voor een aantal bestaande biomassa-installaties loopt de SDE-subsidie af vóór 2030. Warmtebedrijven verwachten dat installaties waarvan de SDE afloopt, maar waarvan de technische levensduur nog niet is afgelopen niet zullen verdwijnen. Risicospreiding is ook een reden om warmte uit biomassa af te bouwen, omdat biomassaprijzen toenemen.
De verwachting is dat warmteproductie uit biomassa in 2030 vaker als middenlastbron zal worden ingezet in plaats van als basislastbron. In deze studie gaan we niet uit van nieuw te ontwikkelen biomassa-installaties voor bestaande netten, behalve in het recente verleden beschikte projecten. ..de productie van warmte uit biomassa neemt licht toe, ondanks de maatschappelijke discussie rond biomassa. Dit komt door de aanname dat projecten in de pijplijn doorgang vinden. Doordat lopende SDEbeschikkingen na 2030 verder aflopen is de verwachting dat de rol van biomassa vanaf 2030 gaat afnemen. De nieuw biomassaproductie in de geprognotiseerde warmtebronnenmix is bijna geheel uit projecten in de pijplijn waarvoor in het recente verleden een beschikking is toegekend. Daarnaast verwachten we dat een klein deel van de warmteproductie van nieuwe netten door biomassa wordt ingevuld, ook wanneer daar geen subsidie voor beschikbaar is. We hebben de onrendabele top voor biomassa berekend volgens de SDE++-methodiek en het benodigde budget voor biomassa bepaald. Echter is voor een groot deel van de biomassaproductie de SDE++ al toegekend. Ook is de SDE++ voor biomassa voor laagwaardige warmte afgeschaft (Energeia, 2022). De berekende onrendabele top voor biomassa waarvoor al een beschikking is toegekend is 18 (12-25) miljoen euro en het reserveringsbudget is 0,3 miljard euro.
Dit bedrag hoeft dus niet nog een keer te worden gereserveerd. De overige inzet van biomassa is voor biomassaketels in de kleine warmtenetten. Daarvan is de onrendabele top 0,5 (0-2,1) miljoen euro en het reserveringsbudget 0,02 miljard euro. Indien hier geen SDE++ voor beschikbaar wordt gemaakt, wordt het budget dus met dit bedrag verlaagd.
Map = Schrijven algemeen / sjab = Huisstijl A4 (staand)