CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering_Bijlage 17 Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend booronderzoek_Geredigeerd

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 43-bopa-20250331 Neerbosch Oost Maisonnettes Woonwaarts (11/2026)13.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureau voor Archeologie Rapport 1341 Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo, Nijmegen, gemeente Nijmegen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2023022401

Provincie

Gelderland

Gemeente

Nijmegen

Plaats

Nijmegen

Toponiem

Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

Centrum locatie (m RD)

plandeel 1: 184.550; 426.750 (x; y) plandeel 2: 184.500; 426.640 (x; y)

Omvang plangebied

plandeel 1: 15.740 m2 plandeel 2: 6.230 m2

Omvang onderzoeksgebied booronderzoek Gelijk aan plangebied. Kadastrale gegevens

kadastrale gemeentenaam: Neerbosch, sectie: H, nummer(s): 2140, 2151, 2810, 2811, 5302, 5303, 5304, 5305, 5306, 5307, 5308

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

5430315100 (ABU); 5430323100 (ABO)

Soort onderzoek

bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

Buro BOOT

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

40C

(RO) kader onderzoek

Aanvraag omgevingsvergunning of bestemmingsplanwijziging.

Periode van uitvoering veldwerk

25 mei 2023

Bevoegde overheid

Gemeente Nijmegen

Deskundige namens bevoegde overheid

Gemeente Nijmegen

Versie van het rapport

1

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

4

Figuur 1: Ligging van het plangebied (rood; PDOK).

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6

Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.....................................................................................................10 1.1 Doelstelling en vraagstelling...............................................................10 Bureauonderzoek......................................................................................12 2.1 Methode..............................................................................................12 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................12 2.3 Huidige situatie...................................................................................13 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................14 2.5 Historische situatie..............................................................................15 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................16 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................17 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................21 Booronderzoek..........................................................................................24 3.1

Inleiding..............................................................................................24 3.2 Methode..............................................................................................24 3.3 Resultaten met bodemkundige interpretatie........................................25 3.4 Archeologische interpretatie................................................................26 Conclusie...................................................................................................27 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................27 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................28 Advies........................................................................................................29 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................29 Literatuur...................................................................................................30 Figuren......................................................................................................33 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................63

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

6

Lijst met Figuren 1: Ligging van het plangebied (rood; PDOK)................................................ 4 2: Plangebied en onderzoeksgebied (Nationaal Georegister 2022)............. 33 3: Actuele luchtfoto (Nationaal Georegister)................................................. 34 4: Het noorden van plandeel 1, vanaf de Symfoniestraat, kijkend naar het oosten (Google Street View).................................................................... 35 5: Plandeel 2 vanaf de Serenadestraat, kijkend naar het noordoosten (Google Street View)................................................................................ 35 6: Archeologische beleidskaart gemeente Nijmegen (Gemeente Nijmegen 2012)........................................................................................................ 36 7: Bouwtekening uit 1965 van de flats aan de Balladestraat en Serenadestraat (Gemeente Nijmegen 2023)............................................ 37 8: Archeologische landschappenkaart (Rensink e.a. 2019).......................... 38 9: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2021).................. 39 10: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP......................................

40 11: Gedetailleerde hoogte-reliëfkaart van het noordelijke deel (boven) en zuidelijke deel (onder) van het plangebied (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP......... 41 12: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019)............................................... 42 13: Geologische overzichtskaart 2021 (TNO-GDN 2021)............................... 43 14: Beddinggordels Laat Glaciaal - Vroeg Holoceen (Cohen e.a. 2012)........ 44 15: Bodemkaart van het Land van Maas en Waal en een gedeelte van het Rijk van Nijmegen (Pons 1966)................................................................ 45 16: Bodemkaart (Alterra 2014)....................................................................... 46 17: Bodemopbouw aan de Fanfarestraat, 150 m ten noorden van het plangebied (Van Kooten 2021a)............................................................... 47 18: Ontginningen in het Schependom Nijmegen (Gorissen 1956).................. 48 19: Schependom Nijmegen in de 15e eeuw (Gorissen 1956)......................... 48 20: Kaart van het Schependom Nijmegen, 1757 (Van Suchtelen en Hollandt 1757).......................................................................................... 49 21: Kaart van Nijmegen, 1806 (De Man 1806)...............................................

49 22: Kadastrale Minuut provincie Gelderland (‘HISGIS Gelderland’ 2019)....... 50 23: Topografisch militaire kaart 1850.............................................................. 51 24: Bonneblad, 554-1876-HATERT-1868 (Kadaster)..................................... 52 25: Bonneblad, 554-1879-HATERT-1920 (Kadaster)..................................... 52 26: Bonneblad, 554-1880-HATERT-1931 (Kadaster)..................................... 53 27: Bonneblad, 554-1881-HATERT-1937 (Kadaster)..................................... 53 28: Luchtfoto uit 1944 (RAF 1940-1945)........................................................ 54 29: Luchtfoto uit 1949..................................................................................... 54 30: Topografische kaart, 40C-1966-Beuningen / Elst (Gld) / Nijmegen / Wijchen (Topografische Dienst)................................................................ 55 31: Luchtfoto uit 1974..................................................................................... 55 32: Topografische kaart, 40C-1990-Beuningen / Elst (Gld) / Nijmegen / 56 Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

7 Wijchen (Topografische Dienst)................................................................ 33: Archeologische vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)............................................................. 57 34: Boorpuntenkaart met aangetroffen archeologische indicatoren in de Aen BC-horizont......................................................................................... 58 35: Schematische weergave van de boorprofielen......................................... 59 36: Diepteligging van het archeologische niveau (BC- en C-horizont) in centimeters onder maaiveld..................................................................... 60 37: Boorpuntenkaart met kabel en leidingen (Kadaster 2022)........................ 61 38: Advieskaart.............................................................................................. 62

Lijst met Tabellen 1: Aardwetenschappelijke waarden.............................................................. 15 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 250 m van het plangebied........................................................................ 21

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

8

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd aan de Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo te Nijmegen. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Voor het plangebied zijn nog geen concrete plannen gemaakt. Overwogen wordt om het terrein te herontwikkelen. Dit kan leiden tot graafwerkzaamheden waarbij archeologische resten vergraven kunnen worden. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ter hoogte van een sandr ligt die mogelijk afgedekt wordt door dekzand. Daarnaast kunnen rivierafzettingen aanwezig zijn. In het plangebied zijn waarschijnlijk zijn oude bouwlandgronden ontwikkeld. Gezien de landschappelijk ligging (gedeeltelijk) op een sandr, kan het plangebied bewoond zijn geweest vanaf het Laat-Paleolithicum. Ten zuiden van het plangebied is in 2001 of 2002 een urn met crematieresten uit de Late Bronstijd aangetroffen. Mogelijk is dit graf onderdeel van een grafveld die zich uitstrekt tot in het plangebied.

In de Middeleeuwen bestaat het gebied waarin het plangebied ligt uit bos. Het gebied wordt omstreeks 1300 ontgonnen. In de 18e eeuw is het landgebruik voornamelijk bouwland. Direct ten noordwesten van het plangebied bevindt zich het landgoed Leuvenshof. De eerste bekende bebouwing in het plangebied dateert uit omstreeks 1806. In de jaren 60 van de 20e eeuw wordt de wijk Neerbosch-Oost aangelegd. De huidige flats dateren uit 1966. Tijdens het booronderzoek zijn vijftien boringen gezet met einddieptes tussen 100 en 200 cm -mv. De boringen bevestigen dat de ondergrond bestaat uit grofzandige afzettingen van een sandr, mogelijk afgedekt door dekzand. Het bodemprofiel bestaat in het noorden van het plangebied uit een A- op C-horizont. Hier ligt de onderkant van de A-horizont tussen 60 en 95 cm -mv. In het zuiden is de A-horizont minder dik (25 tot 40 cm) en hieronder bevindt zich een BChorizont. In de top van de BC- en C-horizont kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Bij graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden verstoord. Daarom adviseert Bureau voor Archeologie om graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm -mv (de gemeentelijke diepte vrijstellingsgrens) in de rood gemarkeerde zone van het figuur achter in het rapport te vermijden.

Indien in deze zone dieper wordt gegraven, adviseert Bureau voor Archeologie om eventuele archeologische resten te karteren en waar nodig te waarderen door middel van een proefsleuvenonderzoek. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Ter hoogte van en naast de bestaande bebouwing is de bodem waarschijnlijk verstoord tot in het archeologische niveau vanwege de aanwezigheid van een halfverdiepte kelder met bergingen en garages. Voor deze zones wordt geen Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

9 vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Nijmegen.

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

10

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een herontwikkelingsproject aan de Symfoniestraat te Nijmegen. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning of bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege de regels uit het geldende bestemmingsplan moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Tijdens de verkennende fase wordt de aard en intactheid van het bodemprofiel bepaald. Op basis daarvan kunnen kansarme zones worden uitgesloten en eventuele kansrijke zones kunnen worden geselecteerd voor eventueel vervolg onderzoek. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

1

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

11 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

Booronderzoek verkennende fase: 7.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

8.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

Eindoordeel: 9.

Indien (mogelijk) archeologische resten aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische resten?

10.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

12

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardwetenschappelijke, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Nijmegen in de gelijknamige plaats. Het plangebied bestaat uit twee delen aan weerszijden van de Symfoniestraat (figuur 2 en 3). Het oostelijke plandeel 1 ligt tussen de Symfoniestraat en Balladestraat (figuur 4). Dit plandeel is 250 m lang en 65 m breed en heeft een omvang van 15.740 m2. Plandeel 2 ligt tussen de Symfoniestraat, Paukenstraat en Serenadestraat (figuur 5). Dit plandeel is maximaal 120 m lang en 80 m breed en heeft een omvang van 6.230 m2. Om voldoende informatie over aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 250 m om de ontwikkeling heen (figuur 2). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid.4 Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2012 ligt meer dan de helft van het plangebied in een zone van archeologische waarde in verband met de vondst van een graf uit de Late Bronstijd (waarde 3; figuur 6).

Het beleid in deze zone is dat bij ingrepen van meer dan 50 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. 2 3 4

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services Gemeente Nijmegen 2012

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

13 Het noordwesten van plandeel 1 en het zuidwesten van plandeel 2 hebben een lage tot middelhoge verwachting (waarde 1). Het beleid in deze zone is dat bij ingrepen van meer dan 2.500 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Ontwerp c.q. inrichtingsplan Voor het plangebied zijn nog geen concrete plannen gemaakt. De meest ingrijpende optie is de sloop van de bestaande bebouwing om plaats te maken voor nieuwbouw. Daarnaast blijven de opties open om enkel een renovatie uit te voeren of in zijn geheel geen werkzaamheden te doen. Aard en omvang van de toekomstige verstoring Omdat er nog geen vaste plannen zijn is geen informatie bekend over de ingrepen. In het geval van nieuwbouw zal de bodem naar verwachting minimaal 80 cm -mv verstoord worden. Milieutechnische condities Volgens de dossiers van de gemeente Nijmegen hebben op het terrein tussen de Balladestraat en Symfoniestraat in het verleden activiteiten plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. De kans op ernstige verontreiniging wordt niet groot geacht.5 Grondwaterpeil De gemiddelde grondwaterstand in het plangebied staat tussen 1,7 en 2,2 m mv.6 De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen.

Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.

2.3

Huidige situatie Bebouwing, functie en bodemgebruik In het plangebied staan zeven flats uit 1966.7 Vijf flats staan in plandeel 1 en de overige twee in plandeel 2. De onderkant van de fundering van deze flats ligt op 153 cm -mv (318 cm onder peil; figuur 7). Onder de flats zijn bergingen en garages aanwezig. Deze liggen half verdiept. Aan de zijde met de garages is het straatniveau verlaagd met 60 tot 70 cm. Hier is het terrein verhard met tegels. Tussen de bebouwing liggen grasvelden met bomen en lage begroeiing. Aan de oostrand van plandeel 1 liggen parkeerplaats die verhard zijn met klinkers. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in facetbestemmingsplan Archeologie (vastgesteld in 2014).8 In het zuidoosten van het plangebied (met dezelfde contouren als het actuele beleid) geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 50 m2 waarbij de bodem dieper dan 5 6 7 8

Gemeente Nijmegen 2023 Gemeente Nijmegen 2018 Kadaster 2013 NL.IMRO.0268.FBPArcheologie-VG01

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

14 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het noordwesten van plandeel 1 en het zuidwesten van plandeel 2 geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 2.500 m2 waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardwetenschappelijke gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Stuwwallen', in de landschapszone sandrs (figuur 8).9 Sandrs, of smeltwaterwaaiers, zijn ontstaan tijdens het smelten van het landijs in de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Door erosie van de stuwwal door het smeltwater wordt voor de stuwwal een uitgestrekte waaier gevormd. Deze waaier van fluvioglaciale afzettingen bestaat uit grofzandig en grindrijk sediment. De afzettingen behoren tot de Formatie van Drenthe. Nijmegen ligt voor een groot deel op een sandr. De sandr is zichtbaar op de hoogte-reliëfkaart als een vlakte ten westen van de stuwwal. Het maaiveld op de sandr daalt geleidelijk richting het westen (figuur 9). Gezien de ligging aan de noordzijde van de sandr neemt het maaiveld in het plangebied af van 9,9 m NAP in het zuidoosten naar 9,3 m NAP in het noordwesten (figuur 10). Ten westen van de sandr ligt een rivierterras. Door de zeer geleidelijke overgang tussen de sandr en het terras is grens tussen deze eenheden moeilijk te bepalen. Naast de flats (de noord of oostzijde) is het terrein verlaagd om toegang te bieden naar de halfverdiepte garages (figuur 11). Hier is het terrein tussen 60 en 70 cm afgegraven. Op de geomorfologische kaart is de terreinvorm van het plangebied niet bepaald (bebouwd).

Ten oosten van het plangebied ligt een sandr en ten noordwesten een ‘glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen’ (figuur 12). Aan de hand van interpolatie kan bepaald worden dat in het plangebied waarschijnlijk smeltwaterafzettingen aanwezig zijn. Echter, de geologische kaart en Pleistocene beddinggordelkaart geven aan dat ter hoogte van het plangebied rivierafzettingen aanwezig zijn (figuren 13 en 14). De bodemkaart van Pons geeft daarentegen aan dat de bodem grindig is en dit wijst op smeltwaterafzettingen (Zob2 en Ydw1; figuur 15). Bovendien worden deze afzettingen in het midden en zuiden van het plangebied afgedekt door dekzand. De kaart geeft tevens aan dat er duidelijke aanwijzingen (humeuze lagen) zijn voor oud-bouwland. De actuele bodemkaart geeft aan dat ten westen van het plangebied gooreerdgronden aanwezig zijn en ten oosten loopodzolgronden (figuur 16). In beide gevallen zijn deze gevormd in grof zand. 50 tot 500 m ten oosten van het plangebied, ter hoogte van de kruising van de Graafseweg met de Neerbosscheweg, heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden.10 Nabij het huidige plangebied bestaat de bodem uit een bouwvoor met daaronder een oude bouwvoor of akkerlaag, een dunne BChorizont en de C-horizont van smeltwaterafzettingen. De top van de oude bouwvoor ligt tussen 10,41 en 11,47 m NAP (20 en 180 cm -mv). De top van de 9 Rensink e.a.

2019 10 Van de Geer 2022 Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

15 C-horizont ligt tussen 10,36 en 11,29 m NAP (30 en 210 cm -mv). Het natuurlijke reliëf loopt af richting het noorden en westen. 150 m ten noorden van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd.11 Op deze locatie bestaat de schone ondergrond (C-horizont) uit zwak tot matig siltig zand. De afzettingen bevatten weinig grind. Het is niet duidelijk of het rivier- of smeltwaterafzettingen betreft. Op de C-horizont ligt een pakket geroerde grond (mogelijk een oude akkerlaag) uit de Late Nieuwe tijd gevolgd door een 30 tot 40 cm dikke bouwvoor. Tevens is op de locatie een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.12 Hieruit blijkt dat verschillende ophogingslagen en akkerlagen aanwezig zijn (figuur 17). De top van de Chorizont ligt dieper dan 100 cm -mv. Bron

Situatie plangebied, omschrijving

AHN (figuur 9 en 10)

Het maaiveld neemt af van 9,9 m NAP in het zuidoosten naar 9,3 m NAP in het noordwesten.

Geomorfologie (figuur 12)

Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwd

Geologie (figuur 13 en 14) Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:13 • Grofkorrelige rivierafzettingen (KR2) Pleistocene beddinggordelkaart: • Laat Midden Pleniglaciaal laagterras (708) Bodemkunde (figuur 15 en Bodemkaart 1 : 50 000: 16) • Bebouwd Bodemkaart 1 : 25 000: • Iets lemige bosontginningsdekzandgronden; hoog, diep iets lemig en iets grindhoudend, rustend op grindzand; duidelijke aanwijzingen voor oud bouwland; fossiele gley (Zob2) • Iets lemige grindzandgraslandgronden; middelhoog, zeer ondiep tot ondiep iets lemig, zwartbruin humeus (Ydw1)

Tabel 1: Aardwetenschappelijke waarden.

2.5

Historische situatie Gezien de landschappelijk ligging (gedeeltelijk) op een sandr, kan het plangebied bewoond zijn geweest vanaf het Laat-Paleolithicum. In de directe omgeving van het plangebied is een urn met crematieresten uit de Late Bronstijd aangetroffen. Mogelijk is dit graf onderdeel van een grafveld die ook (deels) in het plangebied ligt. Het bos ten zuidwesten van Nijmegen, waarin het plangebied ligt, staat in de Middeleeuwen bekend als ‘Honicholt’. Het gebied wordt omstreeks 1300 ontgonnen (figuur 18).14 Het buurtschap Honigholt ontstaat direct na de ontginning. In de loop van de 14e en 15e eeuw wordt Neerbosch de gangbare naam voor de plaats. De ontginning in het Honicholt kenmerkt zich door de copeverkaveling.15 Hierbij worden vanaf een ontginningsbasis regelmatige stroken afgezet met een veelal vast maatvoering. De boerderijen staan op de kavels, parallel aan de ontginningsbasis. In het geval van Honicholt (Neerbosch) 11 Van Kooten en Van de Geer 2020 12 Van Kooten 2021a 13 De Mulder 2003; Cohen e.a. 2009; Cohen e.a. 2012 14 Gorissen 1956 15 Thissen 2000 Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

16 strekken de percelen zich uit vanaf de huidige Dorpsstraat tot aan de Teersdijk (tegenwoordig de St. Teunismolenweg en Graafseweg). De boerderijen staan aan de Dorpsstraat en deze vormen de kern van het lintdorp Neerbosch. De kern van Neerbosch ligt ongeveer 650 m ten noordwesten van het plangebied. De naam Neerbosch betekent letterlijk ‘laag gelegen bos’.16 Mogelijk heeft het deze naam vanwege de ligging onderaan de stuwwal. In de 14e eeuw wordt ten zuiden van het dorp een landweer aangelegd. Deze landweer had het doel de nieuw ontgonnen buitengebieden te beschermen tegen aanvallen vanuit het zuiden.17 Overigens staat het gebied ten zuiden van de Dorpsstraat op de reconstructie van Gorrissen gekarteerd als de Nederheide (figuur 19). De landweer blijft tot en met de 20e eeuw zichtbaar op kaarten. Op een relatief gedetailleerde kaart uit de 18e eeuw is strokenverkaveling duidelijk herkenbaar (figuur 20). Tussen de percelen zijn noordwest-zuidoost georiënteerde wegen of lanen aanwezig. Eén weg loopt door plandeel 1, een andere door plandeel 2. Waarschijnlijk is het landgebruik bouwland. Net ten noordwesten van het plangebied, ongeveer halverwege tussen de Teersdijk en Dorpsstraat, zijn gebouwen en tuinen aanwezig. De gebouwen behoren tot het landgoed Leuvensch Hof (Leuvenshof). De kaart van De Man uit 1806 geeft een vergelijkbaar beeld (figuur 21).

Het meest opvallende verschil met de voorgaande kaart is de aanwezigheid van twee gebouwen in het midden van het plangebied (ongeveer ter hoogte van de middelste flat). Mogelijk behoren de gebouwen tot het Leuvensch Hof. Deze bebouwing is op kaarten uit de periode ervoor en erna niet aanwezig. De kadastrale kaart uit 1811-1832 bevestigt dat het landgebruik in het plangebied voornamelijk bouwland is (figuur 22). De tuinen van het landgoed zijn uitgebreid richting het zuiden en liggen daarmee deel in het plangebied. De noordwestzuidoost georiënteerde wegen staan gekarteerd als bos. Op eerdere kaarten is ook al ten zuidwesten van het landgoed bebouwing zichtbaar. Deze staan op de kadastrale kaart aangegeven met ‘Honig Hutje’. Waarschijnlijk werden hier bijen gehouden voor de honingproductie. Mogelijk is de honingproductie terug te leiden tot de oorspronkelijke functie van het bos. De voormalige naam ‘Honicholt’ of ‘Honigholt’ betekent vermoedelijk honing bos. Vóór 1850 is in de tuin in het noorden van het plangebied een pand gebouwd (figuur 23). De functie van het pand is niet bekend. Tot halverwege de 20e eeuw vinden in het plangebied weinig veranderingen plaats (figuren 24 tot en met 29). In de jaren 60 van de 20e eeuw wordt de wijk Neerbosch-Oost aangelegd.

De topografische kaart uit 1966 laat zien dat het Leuvenshof nog bestaat, maar dat direct ten oosten de wijk in ontwikkeling is (figuur 30). Hierna wordt het Leuvenshof gesloopt en krijgt de wijk de huidige vorm (figuur 31 en 32).

2.6

Mogelijke verstoringen In het plangebied staan zeven flats. Onder de flats is de bodem verstoord tot ongeveer 150 cm -mv. Aan één zijde van elke flat is het terrein verlaagd met 60 tot 70 cm. De verstoringen hieraan gerelateerd omvatten ongeveer 7.000 m2 (1.000 m2 per flat). In de rest van het plangebied zijn geen grootschalige bodemverstoringen bekend. 16 Van der Sijs 2010 17 Hoek en Wildenberg 2009 Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

17

2.7

Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en onderzoeken staan weergegeven in figuur 33 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Op de beleidskaart van de gemeente ligt meer dan de helft van het plangebied (het zuiden van plandeel 1 en het oosten van plandeel 2) ter hoogte van een terrein van archeologische waarde (Z-19; figuur 6). In 2001 of 2002 is tijdens de aanleg van een waterleiding een graf uit de late Bronstijd ontdekt (zaak 2.271.404.100).18 De vondst is gedaan iets ten zuiden van het plangebied, ter hoogte van de Graafseweg. Het graf bestaat uit een pot met crematieresten die nog rechtop in de bodem stond. Vanwege deze vondst wordt verwacht dat op deze locatie sprake is van een grafveld en dat in de omgeving dus nog meer graven aanwezig kunnen zijn. Over de vondst is echter niet meer informatie beschikbaar, dus het is niet bekend op welke diepte het graf is aangetroffen.19 Aan de zuidkant grenst het plangebied aan een zone met archeologisch belang (Z-31; figuur 6). De zone betreft de weg naar Wijchen (Teersdijk).20 Ter hoogte van de Teersdijk zijn resten van een Romeinse weg aangetroffen.

Delen van deze weg zijn mogelijk ook ten zuiden of zuidoosten van het plangebied aangetroffen. De weg is herkenbaar als een donkergrijze band met veel grind. Langs de weg geldt een verhoogde kans op sporen van bewoning of grafvelden uit deze periode. 50 tot 500 m ten oosten van het plangebied, ter hoogte van de kruising van de Graafseweg met de Neerbosscheweg, heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden (zaak 5.079.457.100).21 Enkele boringen zijn rondom de vondstlocatie van het graf uit de Late Bronstijd gezet. Het terrein ligt op de overgang van de sandr naar het rivierterras. De bodem op deze locatie is grotendeels intact. Archeologische sporen worden verwacht in de top van Chorizont vanaf 10,36 tot 11,29 m NAP. Eerder is op het terrein een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaak 2.385.972.100).22 Ook hieruit blijkt het bodemprofiel intact te zijn en kunnen mogelijk archeologische resten aanwezig zijn buiten de sleuf. In de sleuf zijn geen behoudenswaardige resten aangetroffen. Ongeveer 150 m ten noorden van het plangebied, aan de Fanfarestraat 51-53, zijn een archeologisch booronderzoek en proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaken 4.784.666.100 en 4.882.262.100).23 Bij het booronderzoek bleek de bodem grotendeels intact te zijn. Bij het proefsleuvenonderzoek zijn enkele kuilen, losse paalsporen en greppels aangetroffen, die voornamelijk uit de Nieuwe tijd stammen.

De vondsten zijn voornamelijk afkomstig uit subrecente

18 Archiefweb.eu, gemeente Nijmegen, Z-19 Graafseweg 19 Contact met Beleidsadviseur Archeologie en Cultuurhistorie gemeente Nijmegen, K. Van Heijst, 2023 20 Archiefweb.eu, gemeente Nijmegen, Z-31 Weg naar Wijchen 21 Van de Geer 2022 22 Van de Lagemaat 2012 23 Van Kooten en Van de Geer 2020; Van Kooten 2021a Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

18 (20e eeuwse) lagen. Omdat de resten niet behoudenswaardig zijn, wordt geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Aan de Roggeweg 10, 200 m ten zuiden van het plangebied, blijkt uit een booronderzoek dat smeltwaterafzettingen aanwezig zijn (zaak 5.155.418.100). Archeologische resten kunnen in de top van het zand aanwezig zijn, vanaf 10,45 tot 10,65 m NAP. Het plangebied ligt ter hoogte van Maas-stellung. Dit is een Duitse verdedigingslinie langs de oostoever van de Maas, aangelegd om een geallieerde invasiemacht uit het westen en zuiden te kunnen stoppen/vertragen.24 Tevens ligt het plangebied in het operatieterrein van Market-Garden. Op luchtfoto’s zijn geen stellingen en (bom)kraters zichtbaar. Archeologische terreinen Geen. Onderzoeken (inclusief eventuele vondsten) 2.271.404.100: Nijmegen, Neerbosch, Energieweg, begeleiding In 2001 en 2002 is een begeleiding uitgevoerd bij de aanleg van electra in de straten Weurtseweg (put 1), Energieweg (put 2), Neerbosscheweg (put 3) en Graafseweg (put 4). Het onderzoeksgebied bevindt zich op de overgang van de spoelzandwaaier (sandr) van de stuwwal van Nijmegen in het oosten en het rivierterrassenlandschap in het westen en het zuiden van het plangebied. Bij de begeleiding zijn verspreide sporen aangetroffen uit alle perioden vanaf de Bronstijd tot en met de Nieuwe Tijd.

Deze betreffen een crematiegraf en kuilen uit de Bronstijd; delen van een mogelijke landweer; kuiltjes, greppels, een waterput en een mogelijk wegtracé uit de Romeinse tijd; en een aantal Nieuwe tijdse greppels NT). Er is geen rapport beschikbaar. 2.385.972.100: Nijmegen, Goffertstadion, proefputten\proefsleuven Na het aanleggen van de proefsleuf is duidelijk geworden dat op (delen van) het terrein een ophogingslaag aanwezig is. Hieronder is deels een verstoorde laag van de oorspronkelijk natuurlijke bodemopbouw aanwezig. In het oosten van de proefsleuf is een natuurlijke afzetting in het vlak zichtbaar : een spoelzandwaaier. Dit is een afzetting die van de top van de stuwwal, ten oosten van het plangebied, loopt naar het dal in het westen. In het westelijke gedeelte van de proefsleuf duikt deze laag dieper in de bodem en daarboven ligt verstoorde grond. Dit beeld doet vermoeden dat binnen het plangebied ten oosten van de proefsleuf nog een intacte bodem binnen 100 cm onder het maaiveld aanwezig is, maar dat ten westen van de proefsleuf dit aanzienlijk dieper ligt. Het onderzochte deel van het plangebied kan worden vrijgegeven voor grondwerkzaamheden en dat geldt ook voor het niet onderzochte westelijke deel aangezien in die richting de dikte van het ophogingspakket meer bedraagt dan de verstoringsdiepte van 100 cm onder het huidige maaiveld.

Indien echter ook grondwerkzaamheden ten oosten van de proefsleuf zullen worden verricht, dan blijft een reële kans bestaan op de aanwezigheid van archeologische resten. Ten slotte dient men bij eventuele graafwerkzaamheden ten noorden van de proefsleuf rekening te houden met de grote kans van aanwezigheid van de veronderstelde weg uit de Romeinse tijd. 25 4.002.722.100: Nijmegen, NXP, begeleiding Het onderzoek is uitgevoerd in 2020. Het rapport is niet beschikbaar vanwege faillissement. 4.010.393.100: Nijmegen, Symfoniestraat, proefputten\proefsleuven Bij deze zaak is vondstlocatie 1.114.397 geregistreerd. De archeologische begeleiding heeft geen relevante grondsporen opgeleverd. De natuurlijke ondergrond is in de sloopputtten wel overal bereikt. Wel is in het gehele zuidwestprofiel van de noordwestelijke werkput de aanzet van een subrecente sloot waargenomen. Het vullingsmateriaal bestaat uit donkerbruingrijs humeus matig siltig zand. Tijdens het afzoeken van het profiel met de metaaldetector bleken in deze sloot de restanten van een munitiekist uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig te zijn. De sloot bevatte tevens een fragment van een lederen paardenhalster en een aluminium schroefdopje van een tube uit de 20 e eeuw. Een tweede munitiekist lag vlakbij de eerste, maar dan onderin de bouwvoor.

Deze bevond zich oorspronkelijk mogelijk eveneens in de sloot, maar is wellicht verplaatst tijdens de werkzaamheden voor de ophoging van het terrein. In de sloopputten is geen vondstmateriaal aangetroffen. Resten van de landweer, zoals eerder aangetroffen tijdens project En1 ter hoogte van Sonatestraat 17–25 zijn in beide werkputten niet aangetroffen. Vermoedelijk bevindt het tracé van de landweer zich 24 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 25 Van de Lagemaat 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

19 verder ten zuiden van het onderzoeksgebied. Het onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat zich in beide werkputten geen archeologische resten, zoals (onderkanten van) grondsporen (meer) bevinden. Eventuele resten zijn al tijdens de bouw van de school opgeruimd. Het onderzochte terreindeel is niet behoudenswaardig. Geadviseerd wordt dan ook om ter plaatse van de sloopputten geen nader archeologisch onderzoek te verrichten. Voor toekomstige bodemingrepen buiten de bouwputten geldt echter dat de kans op het aantreffen van de laatmiddeleeuwse landweer nog steeds aanwezig is (met name aan de zuidzijde van het plangebied), evenals sporen en vondsten die tot het voormalige dorp Neerbosch gerekend mogen worden.26 4.784.666.100: Nijmegen, Fanfarestraat 51-53, booronderzoek Op basis van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht die dateren vanaf de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd en die zich bevinden onder een ophogingsdek van circa 0,9 m dik. Daarnaast kunnen vanaf de bouwvoor ook resten uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn. Uit het booronderzoek blijkt dat het ophogingsdek vermoedelijk een opgeworpen akkerdek betreft. Eventuele sporen kunnen worden verwacht vanaf de top van de C-horizont tussen 0,9 en 1,15 m – mv (8,52 - 8,66 m NAP).

Grootschalige verstoringen zijn niet aangetroffen en naar verwachting heeft de fundering van de school op circa 1 m diepe poeren slechts een beperkt effect gehad op eventueel aanwezig sporen. Wanneer de toekomstige bodemingrepen dieper gaan dan 0,9 m –mv of 8,66 m NAP worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd. Geadviseerd wordt daarom de bodemingrepen indien mogelijk tot 0,6 m –mv of 8,96 m +NAP te beperken (rekening houdend met een kleine buffer). Wanneer dit niet mogelijk is, wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd om eventueel aanwezige archeologische resten op te sporen, te begrenzen en te waarderen. 27 4.827.377.100: Nijmegen, Winkelsteeg, booronderzoek De tijdens de veldtoets vastgestelde bodemprofielen bevestigen in grote lijnen de door Pons geschetste geologische opbouw. Meest oostelijk en noordoostelijk ontbreken profielen met een ongestoord dekzanddek en ‘dagzomen’ grofzandige grindhoudende afzettingen. Opvallend is dat ook in die duidelijke gevallen het dekzand een bijmenging kent van voornamelijk zeer fijn grind. In de praktijk is het op veel plaatsen nog lastig gebleken het dekzanddek op grond van alleen de textuur te onderscheiden van de spoelzandwaaier. In de meeste bodemprofielen ontbreekt een restant van een natuurlijke bodem en is sprake van een A-C profiel.

De bodem moet of zijn afgevoerd als gevolg van egalisatie of volledig zijn opgenomen in de geroerde toplaag. Toch zijn er verspreid over het plangebied restanten van natuurlijke bodems aangetroffen. Het betreft in alle gevallen restanten van verbruiningshorizonten (Bw, BC) die zowel in de spoelzandwaaier als in het dekzandpakket kunnen zijn gevormd. In het westelijke deel van het plangebied zijn onder de recente bouwvoor en/of verstoorde bovengrond, in diverse boorprofielen mogelijk restanten van oudere akkerfasen aangetroffen. Deze worden gekenmerkt door een compacte structuur, een homogene donker bruingrijze kleur en een geleidelijke overgang naar onderliggende B-, BC- of C-horizont. De verbreiding van de profielen met een oude akkerlaag komt wederom redelijk goed overeen met het kaartbeeld van Pons. De hoog gelegen zones met (vrijwel) dagzomende grindrijke afzettingen van de spoelzandwaaier kunnen als minder aantrekkelijk worden beschouwd, vanuit het oogpunt van bodemstructuur en droogtegevoeligheid. De iets lager gelegen zones met een significant dek van dekzanden hebben een gunstige structuur en zijn minder droogtegevoelig, en zijn daarmee preferent ten aanzien van de mogelijkheden voor landbouwactiviteiten. De thans bekende vindplaatsen uit de prehistorie concentreren zich in deze zone.

Voor het zuidwestelijke deel met een dekzanddek wordt uitgegaan van een hoge archeologische verwachting (landbouwperioden). Zeer concreet is die verwachting rondom de eerder aangetroffen (delen van) grafvelden en nederzettingen. Voor vindplaatsen van jagers-verzamelaars gemeenschappen (paleo-/mesolithicum) geldt voor het hele gebied een basisverwachting. Ze kunnen niet worden uitgesloten, enkele vuursteenvondsten wijzen op gebruik van het gebied, maar er kunnen op basis van de studie geen preferente zones worden onderscheiden. Niet gerelateerd aan de bodemopbouw geldt een specifieke verwachting voor de mogelijke aanwezigheid van een Romeins wegtracé in het noordelijke deel. Daarnaast geldt ter hoogte van de voormalige landgoederen in het meest zuidwestelijke deel en rondom de (voormalige) St. Theunismolenweg een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Tot slot zijn er verspreid over het plangebied resten van oorlogshandelingen uit WOII te verwachten. In de zones met een hoge verwachting wordt een vervolgonderzoek aanbevolen.28 4.882.262.100: Nijmegen, Fanfarestraat 51-53, proefputten\proefsleuven Het proefsleuvenonderzoek heeft slechts een klein aantal sporen opgeleverd. De archeologische resten zijn aangetroffen vanaf circa 8,60 m NAP (1,0 m -mv).

De sporen bestaan uit enkele kuilen, losse paalsporen en twee greppels. Een deel van de sporen stamt uit de nieuwe tijd, enkele sporen zijn niet te dateren. De context waarin deze sporen geplaatst moeten worden is niet bekend. Mogelijk 26 Daniël 2016 27 Van Kooten en Van de Geer 2020 28 Van Kooten, Heunks, en Van de Geer 2020 Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

20 bevinden de sporen zich in de perifere zone van een nederzetting/woonkern uit de nieuwe tijd. Het vondstmateriaal, dat bescheiden is qua hoeveelheid, is voornamelijk aangetroffen in subrecente bodemlagen, bestaat grotendeels uit fragmenten aardewerk en losse metaalvondsten die hoofdzakelijk in de 20e eeuw dateren. Er zijn geen antropogene lagen, sporen en vondsten aangetroffen die met zekerheid ouder zijn dan de nieuwe tijd. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.29 4.943.490.100: Nijmegen, Winkelsteeg – station Nijmegen-Goffert en Helicon, bureauonderzoek De hoog gelegen zones met (vrijwel) dagzomende grindrijke afzettingen van de spoelzandwaaier kunnen als minder aantrekkelijk worden beschouwd, vanuit het oogpunt van bodemstructuur en droogtegevoeligheid. De iets lager gelegen zones met een significant dek van dekzanden hebben een gunstige structuur en zijn minder droogtegevoelig, en zijn daarmee preferent ten aanzien van de mogelijkheden voor landbouwactiviteiten. De thans bekende vindplaatsen uit de prehistorie concentreren zich in deze zone. Voor vindplaatsen van jagers-verzamelaars gemeenschappen (paleo-/mesolithicum) geldt voor het hele gebied een basisverwachting. Ze kunnen niet worden uitgesloten: enkele vuursteenvondsten wijzen op gebruik van het gebied, maar er kunnen op basis van de studie geen preferente zones worden onderscheiden.

Sporen uit de Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd zijn minder makkelijk in dit landschappelijk model te vatten. Hiervoor bieden de historische kaarten een beter aanknopingspunt. Specifiek aangegeven is de verwachting op een Romeinse weg in het noordelijke deel van het plangebied. De exacte ligging van dit wegtracé is niet bekend. Tevens is op specifieke zones in het noorden en zuiden van het plangebied een verwachting op bouwhistorische resten in de vorm van funderingen, muren en park- en tuinaanleg, maar er is nadrukkelijk ook een kans op aan deze periode gerelateerde resten van houtbouw in de vorm van grondsporen. Een laatste specifiek aangegeven verwachting is dat van de Franse kampementen uit de late 18e eeuw. Hierbij gaat het in het zuiden om de inkwartiering van majoor-generaal Joseph Souham in en rond huis ten Hulsen, en in het noorden om de in linies opgestelde kampementen van Franse ruiterbrigaden. Voor andere typen archeologische vindplaatsen zoals grafvelden, infrastructuur en specifieke activiteiten geldt voor alle vlakken een onbekende verwachting. Alleen ten zuidoosten van het Romeins grafveld kan met een grotere waarschijnlijkheid worden gesteld dat zich hier nog resten moeten bevinden van een prehistorisch grafveld. De kwaliteit daarvan wordt bepaald door de mate van bodemverstoring.

In de zones met een hoge archeologische verwachting wordt vervolgonderzoek geadviseerd.30 5.079.457.100: Nijmegen, Winkelsteeg II, booronderzoek In het zuidelijke deel van het plangebied ligt een zone met zeer sterk wisselende bodemprofielen die overwegend diep geroerd zijn. Dit deel van het onderzoeksgebied wordt aan vrijwel alle kanten omsloten door locaties die zijn aangewezen als plekken zonder archeologische verwachting. Ook voor deze tussenliggende zone mag op basis van bodemprofielen gekenmerkt door diepe intensieve verstoringen gesteld worden dat geen archeologische resten meer verwacht hoeven te worden. Hier wordt dan ook geen vervolgonderzoek geadviseerd. Uitzondering op bovenstaande is de meest zuidoostelijk randzone. De bodemprofielen zijn hier minder diep geroerd en de C-horizont ligt bovendien een stuk hoger dan in de aangrenzende zone. Voor dit deel van het plangebied blijft een verwachting op archeologische resten vanaf 0,35-0,70 m -mv; 16,17-17,59 m NAP gehandhaafd. In het noordelijk deel van het onderzoeksgebied is, afgaand op de sterk vergelijkbare verstoringsdiepte, de mate van verstoring mogelijk beperkt. Niet alleen vanwege de betere conservering, maar ook vanwege de bekende en verwachte archeologische waarden is de kans op archeologische resten hier veel hoger.

De archeologische potentie is hier hoog en archeologische resten (grondsporen) mogen worden verwacht vanaf 11,29 en 10,36 m NAP of 0,30-2,10 m -mv. Voor de zones waar nog een verwachtingswaarde resteert, wordt geadviseerd bodemingrepen te beperken tot circa 0,3 m (bufferzone) boven het archeologisch niveau. Indien dit niet mogelijk is wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. 5.155.418.100: Nijmegen, IVO Nijmegen, Roggeweg 10, booronderzoek Het rapport is nog niet beschikbaar. Bij de eerste bevindingen staat het volgende beschreven: Uit het veldonderzoek is vastgesteld dat in de ondergrond van het plangebied sandr-afzettingen aanwezig zijn. Er zijn hierbinnen nauwelijks hoogteverschillen aanwezig en dat wil zeggen dat het plangebied relatief vlak is. Tevens is vastgesteld dat de top van het pleistocene zand intact is getuige het voorkomen van restanten van inspoelingshorizonten in het plangebied. Dit betekent dat evenals in de omgeving van het plangebied in de top van het zand grondsporen van bewoning aanwezig kunnen zijn. De verwachting hierop is middelhoog voor resten uit de periode Laat Paleolithicum Mesolithicum en hoog voor resten uit de periode Neolithicum Nieuwe Tijd. Deze archeologische resten worden binnen het plangebied op een diepte van 30-50 cm -mv (10,45 tot 10,65 m NAP) verwacht.

29 Van Kooten 2021a 30 Van Kooten 2021b Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

21 Vondsten overig 1.072.865: Nijmegen, Nieuwe Dukenburgseweg; Graafseweg, begeleiding Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • 5 stuks, keramiek, aardewerk, gedraaid, Late Middeleeuwen B - Nieuwe Tijd Vroeg: Uit de kuil bij boerderij • 1 stuks, keramiek, dakpan, Romeinse Tijd: Niet uit een spoor • 1 stuks, dierlijk bot, bot - rund, Late Middeleeuwen B - Nieuwe Tijd Vroeg: Vermoedelijk runderbot, uit de kuil bij boerderij.

Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 250 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.31

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt waarschijnlijk ter hoogte van een sandr (smeltwaterwaaier) dat (gedeeltelijk) afgedekt is door dekzand. Mogelijk kunnen ook rivierafzettingen aanwezig zijn. Zowel de smeltwater- als rivierafzettingen bestaan uit grof zand. De smeltwaterafzettingen bevatten daarnaast ook grind. Kleine hoeveelheden grind kunnen ook in het dekzand terecht zijn gekomen. Mogelijk is in het plangebied sprake van oude bouwlandgronden. Gezien de landschappelijk ligging (gedeeltelijk) op een sandr, kan het plangebied bewoond zijn geweest vanaf het Laat-Paleolithicum. In de directe omgeving van het plangebied is een urn met crematieresten uit de Late Bronstijd aangetroffen. Mogelijk is dit graf onderdeel van een grafveld die zich uitstrekt tot in het plangebied. Tevens ligt het plangebied direct ten noorden van de vermoedelijk ligging van een Romeinse weg. In de Middeleeuwen bestaat het gebied waarin het plangebied ligt uit bos. Het gebied wordt omstreeks 1300 ontgonnen. De verkaveling bestaat uit langgerekte percelen tussen de Teersdijk en Dorpsstraat. In de 18e eeuw is het plangebied onbebouwd. Het plangebied wordt doorsneden door twee noordwest-zuidoost georiënteerde wegen of lanen. Het landgebruik is bouwland. Direct ten noordwesten van het plangebied bevindt zich landgoed Leuvenshof.

De eerste bekende bebouwing in het plangebied dateert uit omstreeks 1806. Het zijn twee gebouwen in het midden van het plangebied die maar kort bestaan hebben. De volgende, meer permanente, bebouwing dateert uit omstreeks 1850. Het pand behoort tot het landgoed en staat in het noorden van het plangebied. In de jaren 60 van de 20e eeuw wordt de wijk Neerbosch-Oost aangelegd. De huidige flats dateren uit 1966. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit alle archeologische perioden. De voornaamste verwachting geldt voor resten uit de Late Bronstijd. 2.

Complextype

Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars, landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen 31 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

22 gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. In het plangebied kan mogelijk sprake zijn van een grafveld uit de Late Bronstijd. Tevens kunnen resten van een Romeinse weg niet uitgesloten worden. In het noorden en midden van het plangebied kunnen resten van bebouwing uit de 19e eeuw aanwezig zijn gerelateerd aan het Leuvenshof. 3.

Omvang

Archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars, landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). Resten van het grafveld uit de Late Bronstijd kunnen bestaan uit losse begravingen en/of restanten van grafheuvels. 4.

Diepteligging

De top van het archeologische sporenniveau wordt verwacht onder de bouwvoor van circa 30 tot 50 cm dik. 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

De gemiddelde grondwaterstand in het plangebied staat tussen 1,7 en 2,2 m -mv. Organische archeologische resten boven dit niveau kunnen slecht bewaard zijn gebleven door de zuurstofrijke en droge condities. De urn met crematieresten, die ten zuiden van het plangebied is aangetroffen, stond nog rechtop in de bodem en is vermoedelijk nagenoeg intact. Dit wijst erop dat in het plangebied, mits de bodem niet diep vergraven is, de gaafheid van archeologische vondsten goed kan zijn. 6.

Locatie

In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Archeologische resten gerelateerd aan het potentiële grafveld zullen zich vermoedelijke beperken tot het zuiden van het plangebied. Archeologische resten van bewoning uit de 19e eeuw bevinden zich in het uiterste noorden van het plangebied en in het midden van het plangebied ter hoogte van de middelste flat. 7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in de bouwvoor of (als deze aanwezig is) bouwlanddek aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen hebben vergelijkbare uiterlijke kenmerken, daarnaast moet (rekening gehouden worden met resten van steenbouw (fragmenten baksteen, uitbraaksleuven, metselwerk). Prospectiekenmerken: Archeologische resten resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum kenmerken zich door een strooiing van artefacten (vuursteen). Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

23 Archeologische resten uit latere perioden kenmerken zich voornamelijk door een sporenniveau. Een eventuele Romeinse weg kenmerkt zich als een donkergrijze laag met relatief veel grind. 8.

Mogelijke verstoringen

In het plangebied staan zeven flats. Onder de flats is de bodem verstoord tot ongeveer 150 cm -mv. Aan één zijde van elke flat is het terrein verlaagd met 60 tot 70 cm. De verstoringen hieraan gerelateerd omvatten ongeveer 7.000 m2 (1.000 m2 per flat). In de rest van het plangebied zijn geen andere grootschalige bodemverstoringen bekend.

Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

24

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,32 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.

Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.

3.2

Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor.

Aantal boringen:

Vijftien.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot in de C-horizont. De einddieptes liggen tussen 100 en 200 cm -mv.

Verspreiding van de boorpunten: De boringen zijn geplaatst in een regelmatig verspringend 40 m x 50 m grid. Het grid was onregelmatig vanwege bebouwing, begroeiing en de vorm van het plangebied. Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat 32 SIKB 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1341

Nijmegen Neerbosch Oost - Symfoniestraat eo

25 NEN 5104.33 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.34 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 25 mei 2023 door F. Roodenburg (KNA Prospector) en C. de Jong (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld.35 Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3.3

Resultaten met bodemkundige interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 34 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in figuur 35. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen in de A-horizont en recent omgewerkt pakket. De aangetroffen indicatoren zijn niet groter dan 1 cm en zijn, voor zover mogelijk, alleen globaal te dateren. In één boring is houtskool in de Bhorizont aangetroffen. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater is tijdens het onderzoek niet bereikt. Al het bodemmateriaal is kalkloos. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van boven naar onder: Pakket 1: omgewerkte grond Dit pakket bestaat uit zwak tot matig humeus, zwak grindig, zwak siltig, matig grof tot zeer grof zand. In het pakket zijn fragmenten baksteen, beton, kalkmortel, kachelgrit en doorzichtig modern glas aangetroffen. Tevens is het pakket veelal gevlekt. Daarom wordt het geïnterpreteerd als recent omgewerkte grond. Het pakket is 25 tot 150 cm dik en aanwezig in boorprofielen 3, 6, 7, 8, 10, 11 en 13. De laagondergrens is scherp. De top van het pakket ligt aan het maaiveld (1026 en 944 cm NAP).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a6fa23d5-3632-4d2d-90e3-3064fb16c9ec