CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering_Bijlage 15 Voortoets stikstof Neerbosch-Oost incl Aerius bijlagen

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 43-bopa-20250331 Neerbosch Oost Maisonnettes Woonwaarts (11/2026)13.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V. Vestigingen te Nijmegen, Rosmalen, Baexem en Voerendaal, Wijchenseweg 102 6538SX Nijmegen +31 (0)24 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl KvK 14066614 BTW NL8104.81.996.B.01 Bankrekening 15.48.19.875 BIC RABONL2U IBAN NL29 RABO 0154 8198 75

MEMO Aan Datum Betreft Project

Talis Woondiensten 2 september 2025 Stikstofonderzoek BOPA Neerbosch-Oost Nijmegen POU250118

Aanleiding Woonwaarts en Talis zijn van plan een gebied in de wijk Neerbosch-Oost in Nijmegen te herontwikkelen. Het voornemen bestaat uit de sloop van 312 bestaande woningen en de bouw van 536 woningen (appartementen). Voor deze ontwikkelingen in Neerbosch-Oost wordt een gezamenlijke onderbouwing t.b.v. een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) opgesteld. De plangebieden van beide deelontwikkelingen zijn weeggegeven in onderstaande figuren.

Figuur 1: Ligging projectlocatie Woonwaarts en projectlocatie Talis (huidige situatie)

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 2 van 29

Figuur 2: Toekomstige situatie, projectlocatie Talis (links) en projectlocatie Woonwaarts (rechts)

Omdat er bij de realisatie van de woningen mogelijk sprake is van een tijdelijke toename van stikstofemissies (ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bouwverkeer) en omdat er na ingebruikname sprake is van mogelijke extra stikstofemissies ten gevolge van het verkeer, kan de ontwikkeling een stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstofgevoelige natuur in beschermde gebieden, met name in de Natura 2000 gebieden. Significant nadelige gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn niet toegestaan. Het effect van de plannen op de stikstofemissie en de stikstofdepositie in Natura2000 gebieden is dient daarom onderzocht te worden. Indien significante gevolgen op voorhand kunnen worden uitgesloten of gevolgen anderszins niet significant zijn, is er geen sprake van een Natura 2000 activiteit. In dat geval hoeft het plan niet passend beoordeeld te worden. Het vaststellen of er ten aanzien van stikstof sprake is van significante gevolgen voor een Natura 2000 gebied gebeurt middels een voortoets. In het onderzoek beschreven in deze memo wordt daaraan invulling gegeven.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 3 van 29

Plangebied Neerbosch-Oost In onderstaande figuur is de locatie van het plangebied weergegeven in relatie tot de Natura2000 gebieden in de omgeving. Binnen 25 km (de door het voorgeschreven rekenmodel AERIUS gehanteerde maximum rekenafstand) van het plangebied liggen de in onderstaande tabel 1 weergegeven Natura2000 gebieden. De gebieden liggen alle op behoorlijke afstand van het plangebied, het dichtstbij gelegen gebied is Rijntakken, op een afstand van meer dan 3 km.

Figuur 3 Ligging plangebied ten opzichte van Natura2000 gebieden

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 4 van 29

Natura 2000 gebied

Afstand tot plangebied Neerbosch-Oost (km, afgerond)

Rijntakken

3

Sint Jansberg

11

De Bruuk

11

Oeffelter Meent

15

Veluwe

15

Zeldersche Driessen

20

Maasduinen

22

Binnenveld

24

Tabel 1 Ligging plangebied Neerbosch-Oost in relatie tot Nederlandse Natura2000 gebieden

Naast de Nederlandse Natura2000 gebieden liggen er op ruime afstand, maar binnen 25 km, ook een aantal Natura2000 gebieden in Duitsland. Deze zijn aangegeven in tabel 2. Natura2000-gebied

Afstand tot plangebied Neerbosch-Oost (km, afgerond)

Wyler Meer (Teilfläche des NSG Düffel)

9

Vogelschutzgebiet ‘Unterer Niederrhein’

9

NSG Kranenburger Bruch

15

NSG Salmorth, nur Teilfläche

17

Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und

17

Bad Honnef Reichswald

17

NSG Emmericher Ward

24

NSG Kellener Altrhein, nur Teilfläche, mit

25

Erweiterung

Tabel 2 Ligging plangebied Neerbosch-Oost in relatie tot Duitse Natura2000 gebieden

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 5 van 29

Stikstofemissie De stikstofemissies zijn bepaald voor de aanlegfase, de gebruiksfase en de huidige situatie. De aanlegfase is de fase waarin de bestaande bebouwing gesloopt wordt, het terrein bouwrijp wordt gemaakt en er nieuwe woningen worden gebouwd. De inzet van materieel (mobiele werktuigen) en de verkeersgeneratie veroorzaken stikstofemissies. De gebruiksfase is de fase na realisatie van het project, als de nieuw te bouwen woningen in gebruik zijn. In de gebruiksfase is er sprake van stikstofemissie enkel door verkeer t.g.v. het gebruik van de nieuwe woningen. Er is dan geen sprake meer van emissies t.g.v. verwarming van de woningen (want er wordt gasloos gebouwd). De huidige situatie betreft het huidig gebruik van bestaande woningen. De bijbehorende stikstofemissies zijn afkomstig van verwarming van de woningen en het verkeer t.g.v. het gebruik van de bestaande woningen. Deze stikstofemissies verdwijnen bij realisatie van het project. De afname van de stikstofdepositie als gevolg hiervan kan verrekend worden met de stikstofdepositie in de gebruiksfase en de aanlegfase van het project, zodat er netto effecten bepaald kunnen worden. Dit wordt intern salderen genoemd.

Op 18 december 2024 heeft de Raad van State voor het zogenaamde projectspoor (vergunningverlening voor concrete initiatieven) bekend gemaakt dat de rechtspraak over het intern salderen bij het beoordelen van stikstofeffecten is gewijzigd. In de Rendac-uitspraak ECLI:NL:RVS:2024:4923) heeft de RvS onder andere geoordeeld dat in het kader van de vraag of al dan niet een natuurvergunning nodig is, in de zogenaamde voortoets de referentie situatie niet mag worden betrokken bij de vraag of significante negatieve gevolgen voor Natura2000-gebieden van een project op voorhand zijn uitgesloten. Deze wijziging in de rechtspraak leidt er toe dat als er in het projectspoor een beroep wordt gedaan op interne saldering om significante negatieve gevolgen vanwege een toename van de stikstofbelasting op Natura2000gebieden te kunnen uitsluiten, een passende beoordeling moet worden opgesteld en er sprake is van een vergunningplicht. Intern salderen mag vervolgens wel in de vergunningverlening worden meegenomen als mitigerende maatregel, dus als onderbouwing voor een vergunning. De genoemde uitspraak heeft geen betrekking op een plan maar op een project (een besluit over een natuurvergunning). In het planspoor geldt een andere referentie dan in het projectspoor.

In de uitspraak betreffende het bestemmingsplan “Woongebied Valkenhorst” van 11 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:5127) heeft de Raad van State nog expliciet geoordeeld dat in het planspoor stoppende bedrijfsmatige activiteiten in de referentiesituatie mogen worden betrokken. Deze stikstofanalyses heeft betrekking op een beoordeling van een plan (wijziging planologische situatie via een BOPA), waarbij de effecten van twee afzonderlijke deelprojecten in combinatie met elkaar zijn onderzocht.

De basisgegevens (verkeersgeneratie en inzet materieel in de aanlegfase) zijn bepaald door bureau BOOT, in overleg met Woonwaarts en Talis. De berekeningen van de stikstofemissies en -deposities en de beoordeling daarvan is uitgevoerd door Pouderoyen Tonnaer. In Bijlage 1 is beschreven op welke wijze de stikstofemissies in de drie situaties bepaald zijn en hoe deze zijn toegepast in de stikstofdepositieberekeningen.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 6 van 29

Figuur 4 Stikstofdepositie in de huidige situatie - referentie

Stikstofdepositie huidige situatie In de huidige situatie is er sprake van stikstofdepositie als gevolg van emissies vanuit het plangebied. Het betreft emissies van verkeer, inclusief koude starts en verwarming van de nu aanwezige woningen/appartementen. Dit is de referentiesituatie. In figuur 2 is de stikstofdepositie in de huidige situatie weergegeven. De stikstofdepositie op Natura2000-gebieden is beperkt en bedraagt maximaal 0,01 mol/ha/jaar (afgerond) op enkele hexagonen in het Natura2000-gebied Rijntakken. Op andere delen van Natura2000-gebieden binnen de 25 km rekenafstand welke AERIUS hanteert, is de depositie afgerond 0 (kleiner dan 0,005 mol/ha/jaar).

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 7 van 29

Stikstofdepositie gebruiksfase De stikstofemissies in de gebruiksfase zijn afkomstig van het verkeer t.g.v. het gebruik van de nieuwe woningen. In de gebruiksfase is er (enkel) sprake van een toename van de stikstofdepositie op relevante habitats in Natura2000 gebied Rijntakken. Op de kaart in figuur 5 is dat weergegeven. Indien de stikstofdepositie verrekend wordt met de stikstofdepositie in de referentiesituatie (interne saldering) is er nergens meer sprake van een significante toename van de stikstofdepositie (>=0,005 mol/ha/jaar), ook niet op de Duitse Natura 2000 gebieden. Dit is weergegeven in figuur 6. Er is overwegend zelfs sprake van een afname van de stikstofdepositie.

Figuur 5 Stikstofdepositie in de gebruiksfase in 2030, exclusief interne saldering met de referentiesituatie

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 8 van 29

Figuur 6: Toename stikstofdepositie gebruiksfase 2023 inclusief interne saldering met de referentie

Conclusie gebruiksfase In de gebruiksfase zijn daarmee significante effecten ten gevolge van de ontwikkeling (het gebruik van de woningen/appartementen inclusief verkeersgeneratie) op de instandhoudingsdoelen van de habitat- en vogelrichtlijnsoorten in Natura2000-gebieden op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten. Ten opzichte van de referentiesituatie is er geen sprake van een toename van de stikstofdepositie op een Natura2000-gebied.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 9 van 29

Doorkijk projectspoor (vergunningverlening): gebruiksfase Zonder interne saldering (met de referentiesituatie) is er enkel een toename op de Rijntakken. Dat betekent dat bij een toekomstige beoordeling van de deelprojecten in het projectspoor (bij de vergunningverlening) via een voortoets onderbouwd kan worden dat ook zonder interne saldering negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de habitat- en vogelrichtlijnsoorten in Natura2000-gebieden op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten. Dit blijkt o.a. uit de Natuurdoelanalyse (NDA) voor de Rijntakken (mei 2023, provincie Gelderland). Uit deze NDA blijkt dat de stikstofbelasting geen groot knelpunt is voor de Rijntakken. Uit de NDA blijkt dat voor de habitattypen binnen het gebied waar er zonder interne saldering sprake is van een toename van maximaal 0,01 mol/ha/jaar, de uitgevoerde en geprogrammeerde maatregelen zorgen voor het tegengaan van verslechtering van habitattypen en leefgebieden én borgen dat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen (voor zover het uitbreiding of verbetering betreft) binnen bereik is en blijft. Ook uit de hierna opgenomen ecologische beoordeling van de tijdelijke effecten in de aanlegfase in het maatgevend jaar (effecten die maatgevend zijn omdat dat de depositie t.g.v.

de aanlegfase groter is dan in de gebruiksfase) blijkt dat negatieve effecten op Natura2000-gebieden op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten.

Stikstofdepositie aanlegfase, maatgevend jaar De werkzaamheden in de aanlegfase omvatten de sloop van 312 aanwezige woningen, het bouwrijp maken van het terrein en de bouw van 536 nieuwe woningen. De werkzaamheden vinden plaats over verschillende jaren. Voor de berekening van het maximale effect is de periode bepaald van 12 aaneengesloten maanden met de naar verwachting zwaarste stikstofbelasting, conform de gebruikershandleiding van AERIUS Calculator. Dat bleek het jaar 2028 te zijn. Deze periode is doorgerekend in AERIUS Calculator en de depositie van stikstof is voor deze periode bepaald. In de andere jaren is de tijdelijke depositie t.g.v. de sloop van bestaande woningen en de bouw van de nieuwe woningen lager. Doorkijk projectspoor (vergunningverlening): aanlegfase Deze stikstofanalyses heeft betrekking op een beoordeling van een plan (wijziging planologische situatie via een BOPA), waarbij de effecten van twee afzonderlijke deelprojecten in combinatie met elkaar zijn onderzocht. Dat is ook gedaan bij de beoordeling van de stikstofeffecten in de aanlegfase. De effecten in de aanlegfase van beide deelontwikkelingen zijn in combinatie met elkaar (cumulatief) beoordeeld. Omdat beide deelontwikkelingen mogelijk worden gemaakt in een (gemeenschappelijke) BOPA.

In het projectspoor (vergunningverlening) kunnen beide deelontwikkelingen los van elkaar beoordeeld worden, gezien de afstand tussen beide deelontwikkelingen. Bij de vergunningverlening voor de afzonderlijke deelprojecten kan gebruik worden gemaakt van de hierna opgenomen ecologische beoordeling van de tijdelijke effecten in de aanlegfase van beide deelontwikkelingen in combinatie met elkaar.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 10 van 29

Als gevolg van emissies in de aanlegfase is er in 2028 sprake van significante stikstofdepositie op relevante habitats in drie Natura2000 gebieden, te weten Rijntakken, Veluwe en Sint Jansberg. Op de kaart in figuur 7 is dat weergegeven. De maximale depositie bedraagt 0,02 mol/ha/jaar op enkele hexagonen in Rijntakken.

Ook op een tweetal Duitse Natura 2000 gebieden, Wyler Meer (Teilfläche des NSG Düffel) en Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein' is er sprake van een stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jr.

Figuur 7: Stikstofdepositie in de aanlegfase 2028, exclusief interne saldering

Indien de stikstofdepositie verrekend wordt met de stikstofdepositie in de referentiesituatie (dus inclusief interne saldering) is er enkel op enkele hexagonen/habitats in Natura 2000 gebied Rijntakken nog sprake van een toename van de stikstofdepositie >=0,005 mol/ha/jaar. Bij de gebieden Veluwe en Sint Jansberg is dat niet het geval, evenals bij de Duitse Natura 2000 gebieden. Dit is weergegeven in figuur 8.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 11 van 29

Figuur 8: Toename van de stikstofdepositie in de aanlegfase 2028 ten opzichte van de referentie

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 12 van 29

In figuur 9 is dezelfde informatie weergegeven verder ingezoomd op de hexagonen met een significante toename van de stikstofdepositie in de Rijntakken.

Figuur 9: Toename van de stikstofdepositie in de aanlegfase 2028 ten opzichte van de referentie

De tijdelijke toename van de stikstofdepositie in de aanlegfase (maatgevend jaar), cumulatief voor beide deelontwikkelingen, is hierna ecologisch beoordeeld.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 13 van 29

Relevante depositietoename Er is sprake van een relevante depositietoename, wanneer de toename in depositie ten gevolge van het project groter is dan 0,005 mol/ha/jaar. Een overzicht van de habitattypen en leefgebieden in gebied Rijntakken waarop een relevante toename plaatsvindt ten gevolge van de aanlegfase (cumulatief, maatgevend jaar) zijn weergegeven in tabel 3. Code

Habitattype

Kritische depositie-waarde

Grootste toename (mol

(mol N/ha/jr.)

N/ha/jr.)

Lg02

Geïsoleerde meander en petgat

2143

0,01

Lg08

Nat, matig voedselrijk grasland

1571

0,01

Lg11

Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland

1357

0,01

1357

0,01

van het rivieren- en zeekleigebied H6510A

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

Tabel 3 Habitattypen en leefgebieden met een toename stikstofdepositie aanlegfase Neerbosch-Oost

Overbelaste hexagonen Relevante hexagonen zijn de hexagonen waarbij de achtergronddepositie hoger is dan de Kritische Depositiewaarde (KDW). Deze hexagonen worden overbelaste hexagonen genoemd. Daarnaast is er sprake van naderend overbelaste hexagonen wanneer de achtergronddepositie hoger is dan de KDW minus 70 mol N/ha/jr. (marge). Deze bandbreedte wordt aangehouden om een eventuele verhoging van de achtergrond depositie door cumulatie met andere plannen/projecten in de omgeving op te vangen. Habitattypen en leefgebieden waarop ten gevolge van Neerbosch-Oost een relevante toename is en waar er sprake is van een (naderende) overschrijding, zijn Lg02, Lg08, Lg11 en H6510A. Minimumoppervlak In de Handreiking Voortoets Stikstof (BIJ12, 2021) is aangegeven dat wanneer het oppervlak waar een overschrijding van de KDW plaatsvindt kleiner is dan het minimumoppervlak van het betreffende habitat- of leefgebiedtype, er geconcludeerd kan worden dat de depositie niet leidt tot significante gevolgen. Het standaard minimumoppervlak is 100 m2. Voor H6110 Pioniervegetaties op kalk en H7220 Kalktufbronnen geldt een minimum oppervlak van 10 m2, voor bossen (H2180, H9110 t/m H19F0) geldt 1000 m2. Er is een selectie gemaakt van de hexagonen waarbij de oppervlakte aan het habitat of leefgebied hoger is dan het minimum oppervlak van het betreffende habitat- of leefgebiedtype.

Voor één overbelast hexagoon met een relevante toename van de habitattypen H6510A is het habitatoppervlakte kleiner dan het minimumoppervlak.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 14 van 29

De toename van depositie ter plaatse van deze hexagoon leidt niet tot significante gevolgen. Deze hexagoon is daarom niet verder meegenomen in het vervolg van deze memo. De resterende relevante hexagonen met een toename zijn weergegeven in figuur 10, evenals de onderliggende relevante habitats en leefgebieden. De totale depositie op relevante habitats (H) en leefgebieden (Lg) met (naderende) overschrijding in weergegeven in tabel 4.

Figuur 10 Relevante AERIUS hexagonen en onderliggende relevante habitats en leefgebieden voor de toename stikstofdepositie in de aanlegfase 2028

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 15 van 29

Habitattypen

Aantal overbelaste hexagonen met toename > 0,005 mol/ha/jr

Totaal oppervlakte van overbelast habitattype/leefgebied met toename depositie > 0,005 mol/ha/jr (ha)

Grootste toename (mol N/ha/jr)

Lg02

Geïsoleerde meander en petgat

1

0,3

0,01

Lg08

Nat, matig voedselrijk grasland

4

0,76

0,01

Lg11

Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied

1

0,06

0,01

H6510A

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

13

2,87

0,01

Code

Tabel 4 Overzicht van de toename stikstofdepositie aanlegfase 2028 Neerbosch-Oost op relevante habitats en leefgebieden

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 16 van 29

Stikstofdepositie op habitattypen en leefgebieden De habitattypen en leefgebieden waarop een toename van stikstofdepositie door de ontwikkeling in de aanlegfase na saldering is berekend in AERIUS worden hieronder beschreven. Er wordt beoordeeld of de toename in stikstofdepositie een effect heeft op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen en leefgebieden. Daarin wordt de Natuurdoelanalyse van Rijntakken (NDA) betrokken, het advies over de NDA van de Ecologische autoriteit en de urgentietabel van door stikstofdepositie aangetaste Natura 2000-habitattypen. Natuurdoelanalyse Rijntakken: In een Natuurdoelanalyse (NDA) is de huidige toestand van het Natura 2000-gebied in beeld gebracht en is er beoordeeld of er extra maatregelen nodig zijn om de natuur te behouden en wanneer nodig te verbeteren. Uit de Natuurdoelanalyse (NDA) voor de Rijntakken (mei 2023, provincie Gelderland) blijkt dat de stikstofbelasting geen groot knelpunt is voor de Rijntakken. Uit de NDA blijkt dat voor bijna alle habitattypen de uitgevoerde en geprogrammeerde maatregelen zorgen voor het tegengaan van verslechtering van habitattypen en leefgebieden én borgen dat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen (voor zover het uitbreiding of verbetering betreft) binnen bereik is en blijft.

Alleen voor het habitattype H9120 Beuken- eikenbossen met hulst is dat niet met zekerheid geconcludeerd in de NDA, omdat er te weinig informatie is over de trend en voor dit habitattype geen specifieke maatregelen zijn opgenomen. Dit habitattype komt zeer lokaal voor, met name langs de IJssel en is niet relevant voor het voornemen: er is geen sprake van toename van depositie op dit habitattype (H9120 Beuken- eikenbossen met hulst). Prognoses van stikstofdepositie in AERIUS Monitor AERIUS Monitor toont informatie over de Natura 2000-gebieden en depositiegegevens. Ook worden er prognoses getoond voor de depositie in 2025 en 2030. De gegevens zijn afkomstig uit de monitoring stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. De prognoses tot 2030 gaan uit van emissieramingen van het scenario met vastgesteld beleid uit de Klimaat en Energieverkenning (KEV) 20221. In deze ramingen is het beleid meegenomen dat op 1 mei 2022 voldoende concreet is uitgewerkt (‘vastgesteld en voorgenomen beleid’) of bindend is vastgelegd (alléén ‘vastgesteld beleid’)2. Voor 2025 wordt verwacht dat de gemiddelde stikstofdepositie daalt met circa 55 mol/ha/jaar ten opzichte van 2020 (4 procent) en ongeveer 150 mol/ha/jaar tussen 2020 en 2030 (10 procent). Voor 2030 komt de gemiddelde depositie op 1.310 mol/ha/jaar.

In dit onderzoek is uitgegaan van de huidige achtergronddepositie zoals opgenomen in AERIUS Calculator 2024 (rekenjaar 2022). Omdat de prognoses uitgaande van een lagere achtergronddepositie in 2025 en de jaren daarna, is er een worst-case benadering gehanteerd en zijn effecten niet onderschat.

1 Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2023 – Monitoring van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. RIVM

2023. DOI 10.21945/RIVM-2023-0239 2 De effecten van aangekondigde regelgeving en regelingen door het rijk en provincies, net als de effecten van deelname van bedrijven aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) zijn hierin (nog) niet meegenomen.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 17 van 29

Advies Ecologische Autoriteit: De Ecologische Autoriteit heeft een advies uitgebracht over de NDA Rijntakken (29 januari 2024). Hierin is getoetst of de NDA een goede basis kan vormen voor de bepaling van de maatregelen die in het gebiedsprogramma zullen worden genomen. De ecologische autoriteit maakt kanttekeningen bij de conclusies die worden getrokken in de NDA. De autoriteit geeft aan dat er niet genoeg wordt ingegaan op de verschillen tussen locaties of deelgebieden en dat bestaande informatie onvoldoende is benut. Ook wordt er aangegeven dat de andere functies van het gebied beter moeten worden betrokken, met name als het gaat om het vergroten van de rivierdynamiek. De Ecologische Autoriteit is van oordeel dat bestaande plus aanvullende maatregelen zicht geven op het halen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitats en soorten. Wat betreft stikstof is er aangegeven dat de verlaging van de stikstofbelasting nodig is. De stikstofbelasting is met name bij de droge bossen te hoog. Voor de stroomdalgraslanden is de stikstofbelasting uit de lucht niet te hoog, maar kan een verlaging wel degelijk gunstige effecten hebben. De Ecologische Autoriteit geeft aan welke aanvullende maatregelen er nog moeten worden genomen. Deze maatregelen gaan voor wat betreft de graslanden en leefgebieden voor vogels over het beheer van de gebieden.

Er is aangegeven dat verslechtering van de graslanden vooral komt door inadequaat beheer. Het advies van de Ecologische Autoriteit is betrokken in dit onderzoek Urgentietabel: Voor een groot aantal stikstofgevoelige habitattypen in Nederland wordt de KDW al decennialang overschreden. Door de cumulatieve effecten worden de negatieve gevolgen van stikstof groter bij een langduriger en/of hogere stikstofbelasting. Bij een voortdurende overschrijding van de KDW is niet uit te sluiten dat habitats en soorten verder achteruitgaan. Bij het nemen van stikstofreductie maatregelen is het belangrijk om de hoogste prioriteit te geven aan de habitattypen waar (het risico op) verslechtering het grootste is. Onderzoekcentrum B-WARE heeft voor een groot aantal stikstofgevoelige habitattypen de urgentie voor stikstofreductie ingeschat. Hierbij is een urgentietabel opgesteld waarin per habitattype de urgentie is opgenomen. Deze tabel is in februari 2024 geactualiseerd, met depositiegegevens uit 2021 en de aangepaste KDW-waarden van 2023. De urgentie voor reductie van de stikstofdepositie (zeer hoog: 2025 of hoog: 2030) werd bepaald op basis van de combinatie van het oppervlak met overschrijding (%), de mate van overschrijding en de herstelbaarheid van een habitattype/leefgebied.

De hoogste urgentie (rood) wordt gegeven aan habitattypen waarbij het oppervlak met overschrijding van de KDW groot is, de mate van overschrijding hoog is én het habitattype met maatregelen lastig of niet te herstellen is. Wanneer er wel effectieve herstelmaatregelen beschikbaar zijn, is het urgentieniveau (ongeacht de omvang en mate van overschrijding) minder hoog (oranje). Bij een geringe omvang en/of mate van overschrijding is de directe urgentie voor stikstofreductie het laagste (geel). De rode en oranje habitattypen betreffen met name waardevolle habitat(sub)typen in het heide-, hoogveen- en stuifzandlandschap van de Nederlandse zandgebieden. Voor deze gebieden is de gewenste stikstofreductie 2025 (zeer urgent) en 2030 (urgent).

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 18 van 29

Voor de habitattypen met een lager urgentieniveau betekent het niet dat de stikstofdepositie voor deze typen niet gereduceerd hoeft te worden. Om het risico op verslechtering van habitattypen en leefgebieden te voorkomen moet voor het hele gebied de stikstofdepositie gereduceerd worden tot onder de KDW. Voor deze gebieden is echter meer tijd beschikbaar voor reductie. De mate van urgentie voor de habitattypen en leefgebieden in Rijntakken is weergegeven in onderstaande figuur 11. Voor de leefgebieden Lg02, Lg08 en Lg11 en habitattype H6510A in gebied Rijntakken is er geen sprake van urgentie.

Figuur 11 Urgentie stikstofreductie voor de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden omgeving plangebied

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 19 van 29

Relevante leefgebieden en habitats met overschrijding Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied Dit leefgebied is te vinden rondom de oevers van de Waal en Neder Rijn en wordt door verschillende soorten van de Vogelrichtlijn gebruikt als foerageergebied (Blauwe, bruine en grauwe kiekendief, Grutto, Kemphaan Kieviet, Kwartelkoning, Paapje, Scholekster, Tureluur, Velduil en Visdief). Voor veel van deze vogels is het belang en functie van het leefgebied klein, omdat zij ook gebruik maken van veel andere gebieden om te foerageren. Voor de Kemphaan, de Kwartelkoning en Paapje wordt het leefgebied ook gebruikt voor de voortplanting, waarvan alleen de Kwartelkoning Rijntakken gebruikt om te broeden. Het leefgebied is stikstofgevoelig. Naast stikstofdepositie uit de lucht, wordt de stikstofconcentratie in dit leefgebied ook verhoogd door onder andere bemesting en overstroming van het oppervlaktewater. Effecten van stikstoftoename in het leefgebied zijn een afname van prooibeschikbaarheid en een koeler en vochtiger microklimaat. De KDW is 1357 mol N/ha/jaar. De depositietoename op het (zoekgebied)leefgebied Lg11 is maximaal 0,01 mol N/ha/jaar. Het leefgebied dat overlapt met een overbelaste hexagonen heeft een oppervlakte van circa 0,06 hectare.

In de NDA Rijntakken is aangegeven dat niet-broedvogels waarvoor Rijntakken is aangewezen, niet gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Deze vogels maken buiten de broedtijd gebruik van slaaplocaties, rustgebieden en foerageergebieden in Rijntakken. Er is in de NDA gesteld dat stikstofdepositie geen nadelige invloed heeft op de kwaliteit van de leefgebieden voor nietbroedvogels en daarmee geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor niet-broedvogels. De kwartelkoning is echter een broedvogel die gebruik maakt van het stikstofgevoelige leefgebied Lg11 in Rijntakken. De instandhoudingsdoelstelling voor de kwartelkoning is de uitbreiding en/of verbetering van de kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 60 paren. Voor het leefgebied (Lg11) van de Kwartelkoning wordt gesteld dat met het huidig vastgesteld beleid de gemiddelde depositie in het leefgebied tussen 2020 en 2030 naar verwachting daalt van 1235 naar 1068 mol/ha/jr. Het areaal met een overschrijding neemt bij uitvoering van bestaand beleid af van 4% in 2020 naar 1% in 2030. De bestaande bronmaatregelen leiden tot de realisatie van het doelbereik voor de Kwartelkoning. Er wordt in de NDA gesteld dat er geen sprake meer is van een potentieel effect van stikstofdepositie. Lg11 is ook niet opgenomen in de urgentietabel voor depositiereductie.

De Ecologische Autoriteit (EA) is het eens met de conclusie uit de NDA dat voor de kwartelkoning door ander beheer doelen haalbaar zijn. Wel geeft de EA aan dat beheermaatregelen niet voldoende zijn geconcretiseerd. Er is aangegeven dat met beheermaatregelen, zoals grootschalig laat maaibeheer, de instandhoudingsdoelen kunnen worden gehaald. Een kleine toename van stikstofdepositie ten gevolge van Neerbosch-Oost resulteert daarom niet in significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor dit leefgebied. Het behalen van de instandhoudingsdoelen is- en blijft binnen bereik.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 20 van 29

Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland Dit leefgebied betreft nat, matig voedselrijk grasland, voor zover die graslanden niet overlappen met het sterk verwante Glanshaver- en vossenstaarthooilanden, grote vossenstaart (H6510B). Het leefgebied ontwikkelt zich op plaatsen die in de winter en het voorjaar langdurig onder water staan dan wel door overstromend oppervlaktewater of door onderdijkse kwel. Lg08 is het leefgebied van de vaatplant Kruipend Moerasscherm en 13 soorten van de Vogelrichtlijn, waaronder de Blauwe kiekendief, Kemphaan, Grutto, Kwartelkoning, Scholekster en de Watersnip. Het gebied wordt gebruikt als foerageergebied en als voorplantingsgebied. Geen van de soorten is strikt aan het leefgebied gebonden. Echter is het leefgebied voor de Kemphaan, Kwartelkoning en Watersnip wel een belangrijk biotoop . Het leefgebied is stikstofgevoelig. De toevoer van stikstof in natte graslanden leidt tot een verhoogde productie van vooral hoge grassoorten (verruiging). Effecten van stikstofdepositie op de beschermde soorten zijn, een lichte concurrentie door hogere vegetatiestructuur (Kruipend moerasscherm), een afname van prooibeschikbaarheid en een koeler en vochtiger microklimaat. Stikstof wordt aangevoerd door de overstroming met voedselrijk rivierof beekwater en via atmosferische depositie.

De KDW van het zoekgebied leefgebied ‘Nat, matig voedselrijk grasland’ is 1571 mol N/ha/jaar. Stikstofdepositie ten gevolge van de ontwikkeling vindt plaats op 4 overbelaste hexagonen. De maximale depositietoename is 0,01 mol N/ha/jaar. In de NDA Rijntakken is gesteld dat de leefgebieden voor niet-broedvogels die gebruik maken van Rijntakken niet gevoelig zijn voor stikstofdepositie. De broedvogels Kwartelkoning en de Watersnip maken gebruik van het leefgebied Lg08 dat wel stikstofgevoelig is. De gemiddelde stikstofdepositie in het leefgebied neemt met het huidige vastgesteld beleid naar verwachting af van 1242 naar 1068 mol N/ha/jaar tussen 2020 en 2030. De overschrijdingen van de KDW is in 2020 1% van het areaal, in 2030 is dit 0%. De al bestaande en geplande maatregelen leiden dus tot de realisatie van het doelbereik voor de Kwartelkoning en de Watersnip. Er is daarom in het NDA gesteld dat er geen sprake is van een potentieel effect van stikstofdepositie. Het leefgebied is niet opgenomen in de urgentietabel. De Ecologische Autoriteit oordeelt dat de instandhoudingsdoelen voor de Kwartelkoning kunnen worden gehaald met de juiste beheermaatregelen (zie ook Lg11). Ook voor de Watersnip stelt de Autoriteit dat er kansen liggen met nieuwe natte natuur en goed beheer, maar dit is nog niet voldoende onderbouwd in de NDA.

Er zijn in Nederland al goede voorbeelden van herstel van de populatie na het nemen van (beheer- en inrichtings-)maatregelen. Er wordt gesteld dat deze voorbeelden kunnen gebruikt voor het bepalen van de nieuwe inrichtingsmaatregelen. Een toename van stikstofdepositie ten gevolge van de ontwikkeling van Neerbosch-Oost resulteert daarom niet in een significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 21 van 29

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat Geïsoleerde meander en petgat is een leefgebied voor de beschermde soorten Drijvende waterweegbree, Platte schijforen, Gevlekte witsnuitlibel, Bitternvoorn en Kamsalamander. Het leefgebied is een matig groot, min of meer langwerpig gevormd, vrij ondiep, stilstaand, zoet water met weelderige waterplanten- en verlandingsgemeenschappen in de min of meer geïsoleerde delen van het Rivierengebied of het Laagveengebied. Het leefgebied in Natura 2000-gebied Rijntakken is gelegen op de locatie van plassen en wateren liggend aan weerszijde van de Nederrijn, Waal en de IJsel. In Rijntakken zijn de Bittervoorn en de kamsalamander afhankelijk van het leefgebied. Het leefgebied is stikstofgevoelig, door de toevoer kunnen waardevolle onderwatervegetaties verdwijnen waardoor deze ongeschikt worden voor de genoemd soorten. De KDW van het leefgebied ‘geïsoleerde meander en petgat’ is 2143 mol N/ha/jaar. De maximale depositietoename op dit leefgebied is 0,01 mol/ha/jaar. De depositie vindt op één hexagoon plaats.

In de NDA Rijntakken wordt gesteld dat zowel in de huidige situatie als in 2030 geen sprake is van een overbelasting van stikstofdepositie en dat stikstofdepositie daarom geen knelpunt is voor het leefgebied. Echter blijkt uit de AERIUS berekening dat er wel een overbelaste hexagonen met het Lg02 aanwezig zijn. Dat komt omdat er met een andere versie van AERIUS wordt gerekend en een andere jaar (en dus andere stikstofdeposities). Er wordt verder ingezoomd op de hexagoon waarop overbelasting zou plaatsvinden. Hexagoon 3774574: De berekende achtergronddepositie op dit hexagoon is 2472 mol/ha/jr. Er vindt een overschrijding van 330 mol/ha/jr plaats. Het hexagoon is gelegen op het midden van de Ooijse Bandijk. Dat betekent dat het grootste gedeelte van het hexagoon bestaat uit de dijk en de weg. In het noorden van het hexagoon is circa 0,2 ha Lg02 aanwezig (circa 20% van het hexagoon). Het rekenmodel AERIUS rekent de stikstofdepositie voor het hexagoon uit, met het rekenpunt dat midden in het hexagoon ligt. Hexagoon 3774574 lijkt niet representatief voor de depositie die plaatsvindt op Lg02. Dit is zichtbaar in de deposities van de omliggende hexagonen (zie figuur 12). Hexagonen ter plaatse van het Lg02 geven allemaal een lagere achtergronddepositie weer, van maximaal 1454 mol N/ha/jr.

Daarnaast geven ook de andere hexagonen die op het grensgebied van het leefgebied en de dijk liggen een (veel) lagere depositie weer (maximaal 1744 mol N/ha/jr). De lokale piek in achtergronddepositie wordt niet verklaard door een verschil in ruwheid of landgebruik, omdat deze parameters voor andere hexagonen op de dijk een vergelijkbare waarde hebben. Mogelijke oorzaak is de ligging van de melkveehouderij binnen/nabij het hexagoon, al zijn effecten daarvan niet om andere omliggende hexagonen zichtbaar. Het is daarom hoogstwaarschijnlijk dat de stikstofdepositie ter plaatse van het leefgebied lager is dan de achtergronddepositie zoals opgenomen voor het hexagoon in AERIUS. Bij naastgelegen hexagonen is de achtergronddepositie aanzienlijk lager dan de KDW. Bovendien zal een lokale depositie in het leefgebied zich over het leefgebied via het water zich verspreiden.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 22 van 29

Van een overschrijding van de KDW binnen het gehele leefgebied is daarmee geen sprake.

Figuur 12: achtergronddepositie per hexagoon (2024) en ligging van hexagoon 3774574

H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Dit habitattype bestaat uit soortenrijke, bloemrijke hooilanden op tamelijk voedselrijke doorgaans kleihoudende gronden. De hooilanden liggen onder andere in de uiterwaarden en komgronden van het rivierengebied. Het habitattype waarop een toename van depositie plaatsvindt betreft glashaver (H6510A). Dit type is aanwezig in hoge delen van de uiterwaarden, op dijken, op oeverwallen langs beken en op hellingen en droogdalen in het heuvelland. De soorten Sikkelklaver, Gewone Veldbies en Rietzwenkgras komen in dit habitattype voor. Het type is afhankelijke van hooilandbeheer (vegetatie wordt jaarlijks een of twee keer gemaaid en afgevoerd, eventueel met na-beweiding). Het subtype is gevoelig voor stikstofdepositie. Ten gevolge van Neerbosch-Oost is de grootste toename op het habitattype 0,01 mol/ha/jr. In de NDA Rijntakken wordt gesteld dat in 2030 bij geborgd beleid, stikstofdepositie geen knelpunt meer is voor H6510A. De gemiddelde depositie op H6510A Glanshaverhooilanden daalt tussen 2020 en 2030 naar verwachting van 1230 naar 1069 mol/ha/jaar. In 2020 vond op 2% van het areaal overschrijdingen van de KDW plaats. Dit zal afnemen tot (afgerond) 0% van het areaal in 2030, bij uitvoering van bestaand beleid. De gemiddelde depositie is dan ruim 350 mol lager dan de KDW.

De geborgde maatregelen leiden volgens de prognose in AERIUS Monitor 2022 dus tot realisatie van het doelbereik voor H6510A Glanshaverhooilanden, voor betreft de invloed van stikstofdepositie. Er is daarom geen sprake meer van een potentieel effect van stikstofdepositie.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 23 van 29

In de NDA wordt verder geconcludeerd dat de aanzienlijke onderschrijding van de KDW in 2030 leidt tot verdere verbetering van de condities voor het habitattype, waardoor de ingezette daling bijdraagt aan de effecten van andere maatregelen voor het habitattype. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor H6510A is geborgd met de uitgevoerde en geprogrammeerde maatregelen (waaronder ook maatregelen zoals extra maaien/hooien, uitbreiding en kwaliteitsverbetering van diversie gebieden, realisatie GNN). De Ecologische Autoriteit stelt dat er veel kansen zijn voor het verbeteren van beheer en dat beheersmaatregelen (verhogen van de beheerintensiteit) kunnen worden ingezet om het verruigen als gevolg van stikstofdepositie tegen te gaan. De kleine toename van stikstofdepositie ten gevolge van (de ontwikkeling van) Neerbosch-Oost heeft geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. De toename heeft daarom geen significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van H6510A.

Depositie op Duitse Natura2000 gebieden Op geen van de binnen 25 km gelegen Duitse Natura2000 gebieden is door AERIUS op basis van automatisch gegenereerde rekenpunten een waarde groter dan 0 berekend, voor de situatie aanlegfase of gebruiksfase ten opzichte van de referentie. Significante negatieve effecten op de Duitse Natura2000 gebieden zijn daarmee uitgesloten.

Conclusie aanlegfase Ook voor de aanlegfase geldt dat kan worden gesteld dat significante effecten van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van de habitat- en vogelrichtlijnsoorten in Natura2000-gebieden op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten.

Algehele conclusie Op basis van de analyse en argumentatie kan met zekerheid worden gesteld dat significante effecten van stikstofdepositie ten gevolge van de ontwikkeling van Neerbosch-Oost op de instandhoudingsdoelen van de habitat- en vogelrichtlijnsoorten in Natura2000-gebieden op voorhand zijn uit te sluiten bij de ontwikkeling. Het opstellen van een nadere beoordeling (een passende beoordeling) is niet nodig.

Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 24 van 29

Bijlage 1: Stikstofemissies Aanlegfase De werkzaamheden in de aanlegfase omvatten de sloop van de 312 aanwezige woningen, het bouwrijp maken van het terrein en de bouw van 536 nieuwe woningen. De werkzaamheden vinden plaats over verschillende jaren, in de periode 2026-2030. Conform de Invoerinstructie Aerius Calculator dient de hoogste stikstofbelasting van twaalf aaneengesloten maanden binnen deze periode te worden doorgerekend. Om deze periode te bepalen zijn twee schaalbare categorieën werkzaamheden opgesteld: • •

Sloop 100 woningen Bouw 100 woningen (incl. bouw- en woonrijp maken)

De draaiuren per machine en de verkeersbewegingen voor aan- en afvoer van materialen en vervoersbewegingen van personeel zijn opgesteld door BOOT op basis van kengetallen en vergelijkbare projectberekeningen. Deze inputgegevens zijn afgestemd met zowel Woonwaarts als Talis. Dit betreft informatie over materieel, draaiuren en doorlooptijden van werkzaamheden als ook het aantal te verwachten verkeersbewegingen. De bijbehorende inzet van materieel en bouwverkeer is weergegeven in de tabellen in figuur 13. Alle emissies behorend bij de in de tabellen aangegeven categorieën zijn ingevoerd in Aerius Calculator om de emissiebelasting (in kg NOx) te kwantificeren. Vervolgens is de belasting in kg NOx aan de hand van de planning van Woonwaarts en Talis naar rato verdeeld over elke maand in de jaren 2026 t/m 2030. Uit deze verdeling bleek dat de zwaarste periode van twaalf aangesloten maanden gelijk is aan kalenderjaar 2028. De werkzaamheden behorend bij kalenderjaar 2028 zijn vervolgens ingevoerd in Aerius Calculator (versie 2024) en doorgerekend met rekenjaar 2028. Bij de keuze van materieel is uitgegaan van Stage klasse IV. Bij verschillende typen materieel is daarbij uitgegaan van een toevoeging van 6% Ad-Blue doorgerekend. Dit percentage is passend bij de betreffende machines, op basis van stageklasse en vermogen.

Voor wat betreft koude starts is er voor gekozen om voor de verkeersbewegingen voor zwaar vrachtverkeer geen koude start op te nemen omdat deze niet langer dan 2 uur uitgeschakeld staan op de projectlocatie. Voor licht bouwverkeer is gekozen voor een worst-case aanpak waarbij alle verkeersbewegingen beginnend op de projectlocatie (de helft van alle verkeersbewegingen) een koude start hebben. Alle verkeersbewegingen in de aanlegfase zijn gemodelleerd tot aan de Neerbosscheweg, net zoals in de gebruiksfase (zie gebruiksfase).

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 25 van 29

Figuur 13: tabellen inputgegevens berekening emissies aanlegfase

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 26 van 29

Gebruiksfase Uitgangspunt in de gebruiksfase is dat de nieuwe woningen gasloos worden aangelegd. Dat betekent dat in de gebruiksfase enkel de verkeersbewegingen inclusief koude starts stikstofemissiebronnen zijn. De verwachte verkeersbewegingen zijn per deelontwikkeling bepaald op basis van de woningbouwprogramma’s van Woonwaarts en Talis en de kengetallen voor de bijbehorende ritgeneratie. Daarbij is uitgegaan van stedelijkheidsgraad “Sterk Stedelijk” en een locatie in “Rest bebouwde kom” volgens de gegevens Regionale Kentallen uit Statline van het CBS. De resulterende inputgegevens voor de gebruiksfase zijn weergegeven in de tabellen in figuur 14.

Figuur 14: Ritgeneratie woningen gebruiksfase deelontwikkelingen Woonwaarts en Talis

De rijroutes zijn opgenomen tot het punt waarop het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Daarbij is uitgegaan van het punt waarop het verkeer niet meer dan 3% uitmaakt van het totale verkeer op het betreffende wegvak. Bij een bijdrage van minder dan 3% wordt er dus vanuit gegaan dat het verkeer opgegaan is in het bestaande verkeer. De verwachte rijroute loopt in principe via de O.C. Huismanstraat (aan de noordzijde van de locaties) in oostelijke richting naar de Neerbosscheweg en gaat vandaar verder in het bestaande verkeer (figuur 15). Er is een vergelijking gemaakt van het verwacht aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase in verhouding tot verwachte totale aantal verkeersbewegingen (inclusief

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 27 van 29

ontwikkelingen in Winkelsteeg) op de wegvakken in de rijroutes. Daaruit blijkt dat de verwachte verkeersgeneratie in de gebruiksfase enkel op de Huismanstraat de 3% overtreft (15,5%). Op de Neerbosscheweg is het verwachte aandeel 2,2-2,3% zodat daar al sprake is van “opgaand in het bestaande verkeer”. De percentages zijn overigens meer dan de helft lager indien enkel gekeken wordt naar de toename ten opzichte van de huidige situatie (dus na verrekening van het verkeer t.g.v. het gebruik van de bestaande woningen). Voor de berekening van de emissies als gevolg van (de toename van) verkeer is daarom enkel de Huismanstaat tot aan de Neerbosscheweg meegenomen. Dit is zowel voor de gebruiksfase gedaan als voor de aanlegfase en de huidige situatie/referentiesituatie.

Figuur 15: Rijroutes ontsluiting woningbouwlocaties

Voor wat betreft koude starts is er in de gebruiksfase van uit gegaan dat alle verkeersbewegingen beginnend op de projectlocatie (de helft van alle verkeersbewegingen) een koude start hebben.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 28 van 29

Huidige situatie/referentiesituatie Op basis van de 312 nu aanwezige woningen/appartementen in de huidige situatie is een referentiesituatie bepaald. Daarbij is sprake van een emissie als gevolg van verkeer en emissie als gevolg van stookinstallaties (verwarming van de woningen met aardgas). Voor de verkeergeneratie en koude starts zijn dezelfde parameters/verhoudingen gehanteerd als voor de toekomstige situatie, de gebruiksfase, alleen op basis van 312 i.p.v. de in de gebruiksfase geplande 536 woningen. De emissie van stookinstallaties voor de verwarming van bestaande woningen (vnl. appartementen) is bepaald op basis van de een gemiddeld aardgasverbruik van appartementen in de gemeente Nijmegen in 2023 (CBS 2025) van 620 m3 per jaar. Dit leidt tot een emissie van 0,3906 kg NOx/jaar per appartement (berekend als gasverbruik*9 (rookgasvolume)*0,00007(NOx per volume-eenheid). Deze factor is toegepast voor de stookemissies voor appartementen in de huidige situatie/referentie.

POU250118.007/KAL/HUL, pagina 29 van 29

Bijlage 2: AERIUS-berekeningen

•

Gebruiksfase ten opzichte van referentie

•

Aanlegfase ten opzichte van referentie

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Woonwaarts & Talis xx, xx Nijmegen Neerbosch Oost gebruiksfase 2030 tov referentie

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RPkDREE9VMiW 13 augustus 2025, 11:40 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Huidig gebruik - Referentie Gebruiksfase - Beoogd Huidig gebruik - Referentie Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

2030 2030

0,01 mol/ha/j 0,01 mol/ha/j -

10,3 kg/j 17,8 kg/j 3826524 3826524

216,5 kg/j 162,6 kg/j

Rijntakken Rijntakken

2/11

Projectberekening

Huidig gebruik (Referentie), rekenjaar 2030 Emissiebronnen 1 2 5 6

Wonen en Werken | Woningen | Verwarming woningen Woonwaarts Wonen en Werken | Woningen | Verwarming woningen Talis Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Woonwaarts Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Talis Verkeersnetwerk

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

3,5 kg/j 3,2 kg/j 3,6 kg/j

65,6 kg/j 56,2 kg/j 24,7 kg/j 22,9 kg/j 47,0 kg/j

3/11

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2030 Emissiebronnen 3 4

Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Woonwaarts Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Talis Verkeersnetwerk

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

6,0 kg/j 5,6 kg/j 6,2 kg/j

42,4 kg/j 39,4 kg/j 80,8 kg/j

4/11

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

5/11

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Er zijn geen resultaten voor deze weergave. Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Rijntakken

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

6/11

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

1 2 3 4 5 6 7 8

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

Naam

Wyler Meer (Teilfläche des NSG Düffel) (8 km)

Coördinaat

X:193456 Y:426253 Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein' (8 km) X:193461 Y:426255 NSG Kranenburger Bruch (14 km) X:199016 Y:422618 NSG Salmorth, nur Teilfläche (16 km) X:201516 Y:430375 Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad X:201508 Honnef (16 km) Y:430746 Reichswald (16 km) X:199809 Y:418651 NSG Emmericher Ward (23 km) X:208687 Y:428593 NSG Kellener Altrhein, nur Teilfläche, mit Erweiterung (24 X:209546 km) Y:426099

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-

7/11

Projectberekening

Huidig gebruik, Rekenjaar 2030 1

Wonen en Werken | Woningen

2

Wonen en Werken | Woningen

Verwarming Uittreedhoogte woningen Warmteinhoud Woonwaarts Spreiding Locatie X:184554,03 Y:426716,18 Oppervlakte 2,46 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

1,0 m 0,002 MW 1m

NOₓ

65,6 kg/j

Naam Verwarming Uittreedhoogte woningen Talis Warmteinhoud Locatie X:184175,62 Spreiding Y:426670,68 Oppervlakte 2,22 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

1,0 m 0,002 MW 1m

NOₓ

56,2 kg/j

Naam

3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Woonwaarts rijroute A Locatie X:184514,7 Y:426942,38 Lengte 678,50 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Talis rijroute A Locatie X:184376,26 Y:426847,77 Lengte 1.013,87 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 19,8 kg/j Type scherm - - NO₂ 3,0 kg/j Hoogte - - NH₃ 1,5 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

191.709,0 /jaar 604,0 /jaar 604,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 27,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 4,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 2,1 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

178.332,0 /jaar 536,0 /jaar 536,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

8/11

Projectberekening

5

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude starts Woonwaarts X:184554,03 Y:426716,18 2,46 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude starts Talis X:184175,62 Y:426670,68 2,22 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

NOₓ NH₃

24,7 kg/j 3,5 kg/j

Koude starts

95.855,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar NOₓ NH₃

22,9 kg/j 3,2 kg/j

Koude starts

89.166,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar

9/11

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2030

1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Woonwaarts rijroute A Locatie X:184514,7 Y:426942,38 Lengte 678,50 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Talis rijroute A Locatie X:184376,26 Y:426847,77 Lengte 1.013,87 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude starts Woonwaarts X:184554,03 Y:426716,18 2,46 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude starts Talis X:184175,62 Y:426670,68 2,22 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

Links Rechts NOₓ 34,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 5,2 kg/j Hoogte - - NH₃ 2,6 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

329.347,0 /jaar 1.037,0 /jaar 1.037,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 46,8 kg/j Type scherm - - NO₂ 7,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 3,6 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

In file

306.366,0 /jaar 920,0 /jaar 920,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

42,4 kg/j 6,0 kg/j

Koude starts

164.673,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar NOₓ NH₃

39,4 kg/j 5,6 kg/j

Koude starts

153.183,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar

10/11

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RPkDREE9VMiW (13 augustus 2025)

11/11

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Woonwaarts & Talis xx, xx Nijmegen Neerbosch Oost aanlegfase 2028 t.o.v. referentie

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rq6BWintvoTx 13 augustus 2025, 12:01 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Huidig gebruik - Referentie Aanlegfase - Beoogd Huidig gebruik - Referentie Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rq6BWintvoTx (13 augustus 2025)

2028 2028

0,01 mol/ha/j 0,01 mol/ha/j 4,74 ha 0,00 ha 0,01 mol/ha/j -

11,1 kg/j 22,7 kg/j 3826524 3826524

230,0 kg/j 560,5 kg/j

Rijntakken Rijntakken

2/20

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2028 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | W: Bouwwerkzaamheden fase B blok 2 3 Verkeer | Koude start: overig | W: Koude start Bouwwerkzaamheden fase B blok 2 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | W: Sloopwerkzaamheden blok 6 en 7 6 Verkeer | Koude start: overig | W: Koude start Sloopwerkzaamheden blok 6 en 7 7 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | T: Sloopwerkzaamheden fase 2 9 Verkeer | Koude start: overig | T: Koude start Sloopwerkzaamheden fase 2 10 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | W: Bouwwerkzaamheden fase A blok 2 12 Verkeer | Koude start: overig | W: Koude start Bouwwerkzaamheden fase A blok 2 13 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | W: Bouwwerkzaamheden fase B blok 1 15 Verkeer | Koude start: overig | W: Koude start Bouwwerkzaamheden fase B blok 1 16 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | W: Bouwwerkzaamheden fase C blok 1 18 Verkeer | Koude start: overig | W: Koude start Bouwwerkzaamheden fase C blok 1 19 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | T: Bouwwerkzaamheden fase 1 21 Verkeer | Koude start: overig | T: Koude start Sloopwerkzaamheden fase 1 22 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | T: Bouwwerkzaamheden fase 2 24 Verkeer | Koude

start: overig | T: Koude start Bouwwerkzaamheden fase 2  Verkeersnetwerk

Rq6BWintvoTx (13 augustus 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,7 kg/j 4,0 g/j 1,1 kg/j 12,9 g/j 1,6 kg/j 12,9 g/j 1,7 kg/j 2,5 g/j 2,0 kg/j 3,0 g/j 0,8 kg/j 1,2 g/j 8,1 kg/j 12,1 g/j 4,4 kg/j 6,5 g/j 0,3 kg/j

65,0 kg/j 26,7 g/j 26,3 kg/j 85,8 g/j 39,2 kg/j 85,8 g/j 41,9 kg/j 16,9 g/j 48,1 kg/j 20,1 g/j 19,5 kg/j 8,2 g/j 195,8 kg/j 80,8 g/j 104,8 kg/j 43,6 g/j 19,3 kg/j

3/20

Projectberekening

Huidig gebruik (Referentie), rekenjaar 2028 Emissiebronnen 1 2 5 6

Wonen en Werken | Woningen | Verwarming woningen Woonwaarts Wonen en Werken | Woningen | Verwarming woningen Talis Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Woonwaarts Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Talis Verkeersnetwerk

Rq6BWintvoTx (13 augustus 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

3,8 kg/j 3,5 kg/j 3,7 kg/j

65,6 kg/j 56,2 kg/j 25,3 kg/j 23,5 kg/j 59,3 kg/j

4/20

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rq6BWintvoTx (13 augustus 2025)

5/20

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal Per gebied

Rijntakken (38)

4,74 Berekend (ha gekarteerd)

4,74

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)

Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)

Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

2.472,75

2.472,75

4,74

4,74

0,01

0,01

0,00

0,00

-

-

Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Veluwe Sint Jansberg

Rq6BWintvoTx (13 augustus 2025)

6/20

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

1 2 3 4 5 6 7 8

Rq6BWintvoTx (13 augustus 2025)

Naam

Wyler Meer (Teilfläche des NSG Düffel) (9 km)

Coördinaat

X:193456 Y:426253 Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein' (9 km) X:193461 Y:426255 NSG Kranenburger Bruch (15 km) X:199014 Y:422612 Reichswald (17 km) X:199809 Y:418651 NSG Salmorth, nur Teilfläche (17 km) X:201516 Y:430375 Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad X:201508 Honnef (17 km) Y:430746 NSG Emmericher Ward (24 km) X:208687 Y:428593 NSG Kellener Altrhein, nur Teilfläche, mit Erweiterung (25 X:209546 km) Y:426099

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=541281df-2421-4151-8bd9-56653819404c