CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering_Bijlage 11 Quisckan Ecologie_Geredigeerd

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 43-bopa-20250331 Neerbosch Oost Maisonnettes Woonwaarts (11/2026)5.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Colofon Titel

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Projectcode Versie Datum

P05326 2.0 11-12-2023

Opdrachtgever

ECOquickscan B.V. ’t Grieth 10, 6924 BJ Loo GLD

Uitvoerder

Email Website

GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/

Contactpersoon Telefoon Email

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 2 van 19

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Inhoudsopgave Samenvatting .................................................................................................................................................... 5 1

Inleiding ............................................................................................................................................. 6

2

Wet natuurbescherming .................................................................................................................... 7

2.1

Beschermde gebieden ...................................................................................................................... 7

2.1.1

Natura 2000 ...................................................................................................................................... 7

2.1.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................. 7

2.2

Beschermde soorten ......................................................................................................................... 8

2.3

Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming .............................................................................. 8

2.3.1

Gedragscodes ................................................................................................................................... 8

2.4

Invasieve soorten .............................................................................................................................. 8

3

Projectgebied .................................................................................................................................. 10

3.1

Gebiedsbeschrijving ........................................................................................................................ 10

3.2

Beoogd projectresultaat .................................................................................................................. 11

4

Onderzoeksopzet ............................................................................................................................ 12

5

Resultaten ....................................................................................................................................... 13

5.1

Beschermde gebieden .................................................................................................................... 13

5.1.1

Natura-2000 .................................................................................................................................... 13

5.1.2

Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................................... 13

5.2

Beschermde soorten ....................................................................................................................... 14

5.2.1

Bekende waarnemingen ................................................................................................................. 14

5.2.2

Resultaten veldbezoek .................................................................................................................... 15

6

Conclusie en aanbevelingen ........................................................................................................... 17

6.1

Beschermde gebieden .................................................................................................................... 17

6.2

Beschermde soorten ....................................................................................................................... 17

6.2.1

Flora ................................................................................................................................................ 17

6.2.2

Vleermuizen .................................................................................................................................... 17

6.2.3

Overige zoogdieren ......................................................................................................................... 17

6.2.4

Vogels ............................................................................................................................................. 18

6.2.5

Reptielen ......................................................................................................................................... 18

6.2.6

Vissen ............................................................................................................................................. 18

6.2.7

Amfibieën ........................................................................................................................................ 18

6.2.8

Ongewervelden ............................................................................................................................... 18

Bronnen........................................................................................................................................................... 19

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 3 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Bijlagen Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Bijlage 2: Impressie projectgebied Bijlage 3: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Bijlage 4: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 4 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Samenvatting De initiatiefnemer is voornemens om 7 bestaande woonflats te onderhouden/renoveren of te slopen (of een combinatie daarvan) in het projectgebied aan de Balladestraat te Nijmegen. Om het projectgebied te controleren op eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: 1. De aanwezigheid van beschermde soorten kan niet worden uitgesloten. Dit betreft de aanwezigheid van vleermuizen, kleine marterachtigen en huismus. Een nader onderzoek naar vleermuizen is bij zowel onderhoud/renovatie als volledige sloop noodzakelijk. Een nader onderzoek naar kleine marterachtigen en huismus is enkel noodzakelijk bij verwijdering van de bomen en bosschages in het projectgebied. 2. Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het projectgebied als broedlocatie gebruiken. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om wordt gewerkt. Of onder voorwaarde dat eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet worden verstoord. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming.

Mocht er binnen het broedseizoen werkzaamheden gepland staan dan moet het gebied maximaal drie dagen vóór aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog worden vrijgegeven middels een broedvogelinspectie. Tijdens de werkzaamheden wordt aangeraden mitigerende maatregelen te treffen om het gebied broedvrij te houden. De opdrachtgever behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 5 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

1 Inleiding In opdracht van ECOquickscan is een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan/op de Balladestraat te Nijmegen. De initiatiefnemer is voornemens om 7 bestaande woonflats te onderhouden/renoveren of te slopen (of een combinatie daarvan). De exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. De geplande werkzaamheden hebben mogelijk invloed op (beschermde) flora en fauna. Tijdens een verkennend onderzoek, de quickscan, wordt de invloed van het project op (beschermde) flora en fauna beoordeeld. Tijdens deze quickscan is de huidige en potentiële aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten in en in de directe omgeving van het projectgebied inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie zijn uitspraken gedaan over mogelijke effecten van het voorgenomen project. Deze vindt u terug in de voorliggende rapportage. De quickscan is met een enkel locatiebezoek, een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Zodoende kan er slechts in beperkte mate uitsluitsel gegeven worden over de aanwezige flora en fauna. Wanneer wij redelijkerwijs verwachten dat het uitvoeren van het project een negatief effect heeft op beschermde gebieden, houtopstanden en/ of beschermde flora en/ of fauna, kan nader onderzoek gewenst zijn.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 6 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

2 Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving, bestaande uit de ‘Natuurbeschermingswet 1998’, de ‘Boswet’ en de ‘Flora- en Faunawet’, is per 1 januari 2017 vervangen door de ‘Wet natuurbescherming’. Het bevoegd gezag ligt bij de provincies. Dit hoofdstuk licht de inhoud van de Wet natuurbescherming toe. De Wet natuurbescherming is gericht op het beschermen van: • beschermde gebieden • beschermde soorten Omdat het projectgebied geen effect heeft op bestaande houtsopstanden is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.

2.1

Beschermde gebieden

2.1.1

Natura 2000

De bescherming van de ruim 160 Natura 2000-gebieden in Nederland wordt gewaarborgd in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Er wordt bij ieder project (activiteit of handeling), zowel binnen als buiten Natura-2000 gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. De volgende verboden gelden namens artikel 2.7, 2e lid: • De kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren; of • Een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen Wanneer een project één of beide verboden dreigt te overtreden kan het bevoegde gezag een vergunning verlenen. Hiervoor dient een groter maatschappelijk belang aanwezig te zijn en een vergunningsprocedure te worden doorlopen.

Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’.

2.1.2

Natuurnetwerk Nederland

Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. De provincies zijn sinds 2014 verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling hiervan. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, ofwel EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is ook van belang voor ruimtelijke plannen. Projecten worden getoetst aan de hand van de ‘Spelregels EHS’ (uitwerking van gemeenschappelijk opgesteld beleidskader). Deze spelregels zijn verweven in het provinciaal beleid. Het compensatiebeginsel voor de EHS is het sluitstuk van het ‘nee, tenzij’ beschermingsregime. Volgens dat regime zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen in het NNN die afwijken van het bestemmingsplan en met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden niet toegestaan. Tenzij er sprake is van een groot openbaar belang én het ontbreken van reële alternatieven. Het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro, 2.10) voorziet juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid.

In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: • bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken); • gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, Nederlandse deel Noordzee en Waddenzee; Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 7 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

•

2.2

alle Natura 2000-gebieden.

Beschermde soorten

De wet natuurbescherming heeft als doelstelling het beschermen en in standhouden van de Nederlandse natuurgebieden en bescherming van de Nederlandse Flora & Fauna (Bijlage 1). De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: • soorten van de Vogelrichtlijn (alle van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten) • soorten van de Habitatrichtlijn • andere soorten Daarnaast zijn er: • vrijgestelde soorten (bepaald per provincie en landelijk) • jaarrond beschermde vogelnesten En bestaat er: • de zorgplicht

2.3

Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming

Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan door een ontheffing of vrijstelling. Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling, is er een stappenplan opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria worden voldaan: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5a). • In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5b3). • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5c).

2.3.1

Gedragscodes

In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee gehouden te worden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

2.4

Invasieve soorten

Per 3 augustus 2016 is het verboden (EU-exotenverordening 1143/2014) om schadelijke exotische planten en dieren te: • bezitten; • verhandelen; Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 8 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

• • • •

kweken; gebruiken; transporteren ; vrijlaten.

Verder geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Als dat niet lukt, moeten er maatregelen worden getroffen om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding zoveel mogelijk wordt voorkomen. In Nederland zijn de provincies verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die in 2016 en 2017 op de lijst zijn geplaatst. Uitgezonderd de wolhandkrab en de Amerikaanse rivierkreeft daar is het Rijk verantwoordelijk voor en de beverrat daar zijn waterschappen verantwoordelijk voor. Op de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) is de (dynamische) lijst te vinden van soorten die op de Unielijst staan (NVWA 2022). Deze invasieve soorten brengen schade toe aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten, of zullen dat in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. Daarnaast kunnen ze nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 9 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

3 Projectgebied Tijdens een quickscan wordt onderscheid gemaakt tussen het projectgebied, daar waar de werkzaamheden plaatsvinden, en het onderzoeksgebied, de directe omgeving van het projectgebied. Het onderzoeksgebied wordt bepaald aan de hand van de afstand waarbinnen beschermde diersoorten verstoring kunnen ondervinden van de voorgenomen/verwachte werkzaamheden.

3.1

Gebiedsbeschrijving

Het projectgebied is gelegen in de provincie Gelderland aan de Balladestraat te Nijmegen (Afbeelding 3.1). Het is gelegen in het centrum van de stad en is omgeven door wegen en bebouwing (Afbeelding 3.2). In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit 7 identieke woonflats (Bijlage 2).

Afbeelding 3.1. Ligging van het projectgebied (rood kader).

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 10 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Afbeelding 3.2. Luchtfoto van het projectgebied (rood kader).

3.2

Beoogd projectresultaat

De initiatiefnemer voert op dit moment een haalbaarheidsonderzoek uit waarbij alle voorgenomen ontwikkelingen binnen het projectgebied open staan: groot onderhoud/renovatie, volledig sloop en nieuwbouw of een combinatie daarvan.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 11 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

4 Onderzoeksopzet Bij het uitvoeren van deze quickscan is onderzocht of het voorgenomen project mogelijk effect heeft op beschermde gebieden, plant- en diersoorten. Hiervoor is zowel een voor- als een locatieonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een effectenbeoordeling. Tijdens het vooronderzoek is informatie verzameld over: • het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving; • waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving. Hierbij zijn de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) en de verspreidingsatlas geraadpleegd. Tijdens het locatieonderzoek is gekeken naar: • aanwezigheid van beschermde plantensoorten; • aanwezigheid van (sporen van) beschermde diersoorten; • aanwezigheid van leefgebieden/ soort-specifieke functies voor beschermde soorten (oppervlaktewater, schuilgelegenheden, specifieke plantensoorten/ lijnvormige elementen). Het onderzoeksgebied is ter plaatse bepaald door een deskundig ecoloog a.d.h.v. de verwachtte invloed van het project op beschermde flora en fauna. Het bezoek is uitgevoerd tijdens droge weersomstandigheden met een maximale windkracht van 3 Bft. De ecoloog van GRAS Advies spant zich maximaal in om het onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Desondanks zal nooit een 100% volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden.

GRAS Advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Bij de effectenbeoordeling zijn de resultaten van het vooronderzoek, het locatiebezoek en het voorgenomen project in overweging genomen. Daarmee kan GRAS Advies een goede inschatting maken van de invloed van het voorgenomen project op beschermde natuurgebieden, (potentieel) aanwezige beschermde soorten en al dan niet aanwezige houtopstanden. Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is gelet op de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen binnen en rondom het projectgebied. Dit wordt gedaan a.d.h.v. sporen, algemene geschiktheidsbepalingen voor verblijfplaatsen en geluiden (wanneer het locatiebezoek in de avonduren plaatsvindt). Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten en kieren van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarnaast is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2021) aangehouden.

Hierbij gaat het om objecten die voor de vleermuis van belang zijn en die door de beoogde activiteit of het plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 12 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

5 Resultaten 5.1

Beschermde gebieden

5.1.1

Natura-2000

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied (Afbeelding 5.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Rijntakken ligt op ca. 4,5 km afstand van het projectgebied. Het wordt hiervan gescheiden door bebouwing. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied bevindt, gecombineerd met de beperkte ingreep en afstand tot het projectgebied kan verstoring van het Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Eventuele effecten van de stikstofemissie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de werkzaamheden en het toekomstig gebruik vallen buiten het kader van dit onderzoek.

5.1.2

Natuurnetwerk Nederland

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Afbeelding 5.1). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op ca. 3 km afstand. Het projectgebied wordt van dit NNN-gebied gescheiden door bebouwing. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van het NNN bevindt, gecombineerd met de beperkte ingreep en afstand tot het projectgebied, kan verstoring van het NNN-gebieden op voorhand worden uitgesloten.

Afbeelding 5.1. Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland gebieden (groene vlakken). Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 13 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

5.2.2

Resultaten veldbezoek

Datum 05-04-2023 Weer Droog, zonnig, 8 ˚C, wind ZO, 2 Bft Tabel 5.2. Gegevens locatiebezoek.

Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de aanwezige planten- en diersoorten in en rondom het projectgebied. Naast de aanwezige soorten is er ook gezocht naar sporen zoals nesten, poot afdrukken, wildwissels en uitwerpselen. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook zijn er geen exoten vallend onder de Unielijst exoten waargenomen. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied kan er redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Vleermuizen De bomen en struiken tussen de bestaande flats zijn geschikt zijn als foerageerlocatie voor vleermuizen. De geplande ontwikkelingen hebben mogelijk betrekking op deze foerageerlocaties. Van het verdwijnen van potentieel foerageergebied van de vleermuis is sprake wanneer de bomen en bosschages in het projectgebied verwijderd worden. Nader onderzoek naar om vast te stellen of deze foerageerlocaties essentieel zijn is noodzakelijk wanneer bovengenoemde bomen en bosschages verdwijnen. Er is sprake van lijnvormige structuren binnen het projectgebied. Deze structuur is binnen het projectgebied aanwezig in de vorm van bebouwing. Een functie als vliegroute voor vleermuizen is daarom binnen het projectgebied aanwezig.

Door de aanwezigheid van voldoende lijnvormige structuren in de omgeving in de vorm van bebouwing en bomenrijen is er geen sprake van een essentiële vliegroute voor vleermuizen. Binnen het projectgebied zijn openingen aangetroffen in de vorm van daklijsten en stootvoegen die groot genoeg zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen (Afbeelding 5.2). De aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het projectgebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten.

Afbeelding 5.2. Geschikte openingen voor potentiële verblijfplaatsen vleermuizen.

Bever Het projectgebied en de directe omgeving is door de stedelijkheidsgraad en afwezigheid van geschikte waterpartijen niet geschikt voor de bever. De aanwezigheid van deze soort binnen of rondom het projectgebied kan op voorhand worden uitgesloten.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 15 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Kleine marterachtigen De aanwezige bosschages zijn geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel). Als gevolg van de werkzaamheden gaat er mogelijk een deel van deze bosschages verloren. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek en/of mitigerende maatregelen wordt geadviseerd. Eekhoorn Door het ontbreken van aaneengesloten bosdelen, kan de aanwezigheid van de eekhoorn binnen het projectgebied, op een enkel passerend exemplaar na, redelijkerwijs worden uitgesloten. Steenmarter Er zijn waarnemingen bekend van steenmarters in de directe omgeving van het projectgebied. De aanwezigheid van steenmarters binnen het projectgebied zal beperkt zijn tot sporadisch passerende exemplaren. In het projectgebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor steenmarter aanwezig. Nader onderzoek naar steenmarter is niet noodzakelijk. Overige zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) beschermde zoogdieren aangetroffen. Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als egel, haas, konijn, vos en algemene muizensoorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. Deze soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’ (Hunink, 2022).

Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, een vrijstelling voor deze soorten geldt. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn de bomen en bosschages gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten. Er zijn in de bomen geen nesten van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Ook voor gebouw bewonende broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals de huismus en gierzwaluw, geldt dat het gebouw niet geschikt is als potentiële nestlocatie. Echter dient een aantal bosschages in het projectgebied als schuil- en foerageerplek voor huismus. Bij verwijderen van deze bosschages dient nader onderzoek plaats te vinden. Wanneer er enkel onderhoud/renovatie plaats vindt aan de flats, en het groen behouden blijft, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gaan gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming.

Als toch gewerkt wordt tijdens het broedseizoen, dienen de aanwezige bosschages niet te worden verstoord. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het projectgebied te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog. Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn er geen (sporen van) beschermde reptielen waargenomen. Aangezien er binnen het projectgebied geen geschikte voortplantingsbiotopen voor beschermde soorten uit deze soortgroep voorkomen, kan de aanwezigheid van beschermde reptielen redelijkerwijs worden uitgesloten. Amfibieën Binnen het projectgebied, en in de directe omgeving, zijn geen plassen of wateren aanwezig. De aanwezigheid van amfibieën kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. Vissen Binnen het projectgebied, en in de directe omgeving, zijn geen plassen of wateren aanwezig. De aanwezigheid van vissen kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde ongewervelden waargenomen. Daarnaast zijn er geen waardplanten aangetroffen van de teunisbloempijlstaart. Dit zijn het wilgenroosje, de teunisbloem, bastaardwederik en kattenstaart. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde ongewervelden benodigde specifieke habitats en waardplanten is het niet aannemelijk dat beschermde soorten ongewervelden, waaronder de teunisbloempijlstaart, in het projectgebied aanwezig zijn.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 16 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

6 Conclusie en aanbevelingen 6.1

Beschermde gebieden

Het projectgebied ligt buiten zowel Natura 2000-gebieden als Natuurnetwerk Nederland gebieden. Gezien de beperkte impact van de ontwikkeling en de afstanden tussen het projectgebied en deze gebieden, wordt verstoring hiervan uitgesloten. Eventuele effecten van de stikstofemissie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de werkzaamheden en het toekomstig gebruik vallen buiten het kader van dit onderzoek maar kunnen desgewenst nader onderzocht worden met behulp van een AERIUS berekening.

6.2

Beschermde soorten

6.2.1

Flora

Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde vegetatie en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.

6.2.2

Vleermuizen

Er is geen sprake van een essentiële vliegroute binnen het projectgebied. Het foerageergebied kan wel essentieel zijn. Onderzoek naar potentieel essentieel foerageergebied is enkel nodig wanneer de bomen en bosschages in het projectgebied worden verwijderd. Verder zijn er geschikte openingen onder daklijsten en in stootvoegen aangetroffen waardoor de aanwezigheid van een verblijfplaats binnen het projectgebied op voorhand niet kan worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is nodig.

6.2.3

Bever, eekhoorn en steenmarter

Er zijn geen geschikte habitats aanwezig voor de bever en eekhoorn. Daarnaast zijn er in het projectgebied geen geschikte verblijfplaatsen voor de steenmarter aanwezig. Een nader onderzoek naar de beschermde bever, eekhoorn of steenmarter en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.

6.2.4

Kleine marterachtigen

De aanwezige bosschages zijn geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel). Als gevolg van de werkzaamheden gaat er mogelijk een deel van deze bosschages verloren. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek en/of mitigerende maatregelen wordt geadviseerd, mits de aanwezige bosschages worden verwijderd. Wanneer er enkel onderhoud/renovatie plaats vindt aan de flats is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Een nader onderzoek naar kleine marterachtigen en/of een ontheffingsaanvraag is nodig.

6.2.5

Overige zoogdieren

Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) beschermde zoogdieren aangetroffen. Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als egel, haas, konijn, vos en algemene muizensoorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. Deze soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’ (Hunink, 2022). Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, een vrijstelling voor deze soorten geldt. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 17 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

6.2.6

Vogels

Er zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte broedlocaties voor vogels waargenomen binnen het projectgebied. Echter dient een aantal bosschages in het projectgebied als schuil- en foerageerplek voor huismus. Een nader onderzoek naar huismus is bij verwijdering van deze bosschages noodzakelijk. Wanneer er enkel onderhoud/renovatie plaats vindt aan de flats, en daarmee het groen gespaard wordt, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Het projectgebied is wel (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gaan gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen, globaal tussen 15 maart en 15 juli, uit te voeren. Een nader onderzoek naar o.a. zangvogels en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig, mits werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden. Wanneer werkzaamheden toch binnen het broedseizoen vallen dienen de aanwezige bosschages niet verstoort te worden. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied door een deskundig ecoloog te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels.

6.2.7

Reptielen

Er zijn geen beschermde reptielen, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde reptielen binnen het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.

6.2.8

Vissen

Er is geen sprake van relevante waterlichamen binnen het projectgebied of in de directe omgeving. De aanwezigheid van beschermde vissen kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde vissen is niet nodig.

6.2.9

Amfibieën

Er is geen sprake van relevante waterlichamen binnen het projectgebied of in de directe omgeving. De aanwezigheid van beschermde amfibieën kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde amfibieën is niet nodig.

6.2.10 Ongewervelden Er zijn geen beschermde ongewervelden, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde insecten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 18 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Bronnen Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2022). Atlas-leefomgeving. https://www.atlasomgeving.nl/kaarten. Datum geraadpleegd: 05-04-2023. Hunink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). https://ndff-ecogrid.nl/. Datum geraadpleegd: 05-04-2023. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (2022). Unilijst. https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten. Datum geraadpleegd: 05-04-2023.. Overheid.nl. Officiële bekendmakingen. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/uitgebreidzoeken. Datum geraadpleegd: 05-04-2023. Patronale Dienst voor Organisatie en Kontrole van de Bestaanszekerheidstelsels (PDOK). https://app.pdok.nl/viewer/?origin=pdoknl. Datum geraadpleegd: 05-04-2023. Wet natuurbescherming (2015). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Datum geraadpleegd: 05-04-2023.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Pagina 19 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Soorten van de Vogelrichtlijn De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1: lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten van de Habitatrichtlijn Dit zijn soorten genoemd in de Habitatrichtlijn in bijlage IV, het verdrag van Bern in bijlage I en II en het verdrag van Bonn, bijlage II. lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5 Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten in Nederland.

lid 1 Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Vrijgestelde soorten Er zijn een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten wanneer de Minister van Economische Zaken bevoegd gezag is. De lijst met deze soorten is te vinden via beschermdesoorten.nl onder provinciale vrijstellingen.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Jaarrond beschermde vogelnesten De lijst met jaarrond beschermde nesten van vogels is een beleidsdocument dat is voortgevloeid uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. Wanneer er een activiteit plaatsvindt die de nestlocatie kan beschadigen en/ of de gunstige staat van instandhouding van de soort lokaal in gevaar kan brengen, moeten er voor deze nesten mitigerende maatregelen worden getroffen. Een recente lijst met jaarrond beschermde nesten is te vinden via rvo.nl. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Bijlage 2: Impressie projectgebied

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Bijlage 3: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000 netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verkennend onderzoek. Voorbereidend onderzoek ● Verzamelen van gebiedsinformatie ● Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied ● Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen ● Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onderzoek. ● Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en gebouwen (vleermuizen).

Onderzoek van dergelijke objecten en plekken vereist in elk geval aanvullend onderzoek door een deskundige. ● Indien tijdens het verkennend veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastgesteld, en/of plekken zijn aangetroffen die kunnen fungeren als habitat voor beschermde soorten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien een watervoerende watergang / sloot wordt aangetroffen (in verbinding staand met andere watergangen), en de kans bestaat dat er beschermde soorten in voorkomen is altijd een nader onderzoek noodzakelijk. ● Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de betreffende (mogelijk) aanwezige soort(en) en geeft uitsluitsel over welke beschermde soorten aanwezig zijn, in welke aantallen, op welke locaties en welke functie die locaties hebben. ● Aanvullend onderzoek maakt geen onderdeel uit van een verkennend onderzoek (quickscan). Aanvullend onderzoek kan als meerwerk verrekend worden bovenop het verkennend onderzoek. Advies en rapportage ● De resultaten van het verkennend onderzoek worden gepresenteerd in een rapportage. ● In de rapportage wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en indien dit noodzakelijk is, voor welke soortgroep(en). ● In de rapportage wordt een advies gegeven met betrekking tot het vervolgtraject.

● In het geval aanvullend onderzoek noodzakelijk is, kunnen wij u adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken.

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Neerbosch Oost, Nijmegen

Bijlage 4: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P05326 Versie: 2.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=4d8e183f-e6b0-490a-8e4c-b9ad6abb9fd4