CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering_Bijlage 10 Weging van het Waterbelang Nijmegen_Geredigeerd

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 43-bopa-20250331 Neerbosch Oost Maisonnettes Woonwaarts (11/2026)5.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

01 INLEIDING 1.1. Aanleiding In Nijmegen worden bestaande appartementencomplexen aan de Symfoniestraat in de wijk ‘Neerbosch Oost’ gesloopt en nieuwe appartementencomplexen gebouwd. Voor het opstellen van het Omgevingsplan heeft Stichting Woonwaarts BOOT verzocht een weging van het waterbelang op te stellen. In figuur 1-1 is het plangebied (rood kader) weergegeven en heeft een oppervlak van circa 2,1 ha. In de huidige situatie zijn binnen het plangebied 7 appartementencomplexen aanwezig. Het plangebied ligt in de wijk ‘Neerbosch-Oost’ ten noorden van N326 (Graafseweg). Ten westen van het plangebied is het Maas-Waalkanaal gelegen.

1.2. Doel Deze weging van het waterbelang wordt opgesteld om zo de belangen van het watersysteem in de planvorming te borgen en invulling te geven aan een duurzame waterhuishouding.

Figuur 1-1: Locatie plangebied (bron: ESRI)

1.3. Leeswijzer In voorliggende weging van het waterbelang wordt allereerst de huidige situatie binnen het plangebied in beeld gebracht. Hierbij worden de verharde oppervlakken in de huidige en toekomstige situatie bepaald. Daarnaast worden ook de (geo)hydrologische eigenschappen van het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 3 volgt een toelichting op het geldende beleid op nationaal-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijkniveau. Hierop volgt een hoofdstuk waarin de toekomstige waterhuishouding in beeld wordt gebracht waarbij aangesloten wordt op het vigerende beleid. Hierin wordt onder andere de watercompensatie bepaald en de wijze van afwatering.

Nijmegen, Neerbosch Oost – Stichting Woonwaarts

3

2.3. Bestaande (geo-)hydrologische gesteldheid Voorafgaand aan de weging van het waterbelang is door BOOT een geohydrologisch bureauonderzoek (P25-0098-010, opgenomen in bijlage D) uitgevoerd. Het geohydrologisch bureauonderzoek heeft betrekking op twee nabij elkaar gelegen plangebieden. In het geohydrologische bureauonderzoek zijn de volgende conclusies getrokken.

het vuilwater is richting het noorden. De b.o.b. van het gemengd riool is circa NAP +7,0 m.

Maaiveld Binnen het plangebied is het maaiveld over het algemeen 0,2 m hoger gelegen dan de openbare weg (NAP +9,5) op NAP +9,7 m. Grondwater De GHG ligt op basis van het LHM4.3 op 2,0 à 2,5 m-mv. De GLG is op basis van het LHM4.3 gelegen op 2,5 à 3,0 m -mv. Bodemopbouw en infiltratiekansen Op basis van de boorprofielen blijkt dat de bodem tot circa 1,0 m-mv bestaat uit matig humeus, matig fijn zand. Vanaf circa 1,0 m-mv tot de einddiepte van de boringen bestaat de bodem uit grindig grof zand. Op basis van de bodemopbouw is de k-waarde tot circa 1,0 m-mv ingeschat op 1,0 m/dag. Vanaf 1,0 m-mv is de k-waarde conservatief ingeschat op 4,0 m/dag. Op basis van grondwaterstanden en bodemopbouw wordt infiltratie kansrijk geacht. Aanbevolen is om bij het toepassen van infiltratievoorzieningen de humeuze bovengrond af te graven. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden en ten zuiden van het plangebied zijn primaire watergangen gelegen. De primaire watergangen wateren af richting het westen. Het plangebied ligt in peilgebied NBO102. Dit peilgebied kenmerkt zich met een streefpeil van NAP +7,60 m. De normale waterstand van het Maas Waalkanaal ter hoogte van het plangebied varieert van NAP +7,75 m tot NAP +8,30 m.

Figuur 2-3: Overzicht bestaande riolering ter hoogte van het plangebied (bron: Rioolkaart gemeente Nijmegen)

2.3.2. Het wateradvies Op basis van het wateradvies voldoet een reguliere aanvraag. De invoer en het resultaat van het wateradvies staat weergeven in bijlage E.

2.3.1. Riolering In figuur 2-3 is een overzicht weergegeven van de bestaande riolering. Rondom het plangebied is gemengd riool aanwezig. De stroomrichting van

Nijmegen, Neerbosch Oost – Stichting Woonwaarts

6

03 BELEID 3.1. In het kort Het algemeen waterbeleid dat van toepassing is binnen het plangebied staat beschreven in het Nationaal waterplan, in het Waterbeleid in de 21 e eeuw (WB21) en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van de Rijksoverheid. Daarnaast geldt de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ (d.d. 19 december 2018) en de Watervisie 2050 van het waterschap Rivierenland, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap en het omgevingsplan van de gemeente Nijmegen.

3.2. Europees/nationaal/provinciaal beleid Op Europees-, nationaal- en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën die zijn vastgelegd in de Nota Ruimte (2006):

 Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren)  Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren) De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De trits voor waterkwaliteit houdt in dat gestreefd moet worden naar het voorkomen van verontreinigingen. Indien schoonhouden niet mogelijk is, worden schone en vervuilende bronnen gescheiden. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, onderdeel van het Deltaprogramma 2015, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de

Nijmegen, Neerbosch Oost – Stichting Woonwaarts

Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland een vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is.

3.3. Waterschapsbeleid Vanaf 17 november 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap Rivierenland van kracht. In het beheerprogramma beschrijft het waterschap wat ze in de planperiode willen bereiken en hoe ze dat wil doen. Verder beschikt waterschap Rivierenland over de ‘Waterschapsverordening Rivierenland’. Deze is sinds 1 januari 2024 van kracht. In de waterschapverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten waar in het beheersgebied mogen plaatsvinden en welke voorwaarden hiervoor gelden. Hierin staan de voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij de inrichting, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en grondwater. Voor bepaalde werkzaamheden dient een watervergunning aangevraagd te worden. Compensatie verhard oppervlak – Waterschap Rivierenland Het is zonder vergunning van het waterschap verboden om water, afkomstig van een uitbreiding van verhard oppervlak, te lozen op watergangen. Wanneer nog niet eerder gebruik is gemaakt van een vrijstelling van 500 m², mag dit gebruikt worden. Wanneer sprake is van nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak dan mag dit geen nadelig effect hebben op het ontvangende watersysteem. Hier wordt in ieder geval aan voldaan wanneer er niet meer dan het plaatselijk geldende landelijke afvoer vanuit het plangebied geloosd wordt.

Daarnaast worden eisen gesteld aan de te realiseren waterberging. Hierbij geldt:

 Bij berging in oppervlaktewater dient een T=10+10% (vuistregel

436 m³/ha) geborgen te kunnen worden met een maximale

7

peilstijging van 0,30 m. Bij een T=100+10% mag het waterpeil tot de insteek stijgen;  Bij berging in een alternatieve voorziening dient een T=100+10% (vuistregel 664 m³/ha) in de voorziening geborgen te worden. Overige uitgangspunten – Waterschap Rivierenland

 Gedempt oppervlaktewater dient 1 op 1 teruggebracht te worden  A-watergangen:

Taluds: niet steiler dan 1:2 Bodembreedte: minimaal 0,70 m Bodemhoogte: 1,0 m beneden zomerpeil/ streefpeil Breedte beschermingszone (vanaf insteek): minimaal 4,0 m Breedte schouwstrook bij eenzijdig onderhoud: minimaal 1,5 m o Minimale diameter duiker: ▪ Waterlijn niet breder van 4,0 m op zomerpeil: ø800 mm ▪ Waterlijn breder van 4,0 m op zomerpeil: ø1.000 mm  B-watergangen: o Taluds: niet steiler dan 1:1,5 o Bodembreedte: minimaal 0,50 m o Bodemhoogte: 0,50 m beneden zomerpeil/ streefpeil o Breedte beschermingszone (vanaf insteek aan beide zijden): minimaal 1,0 m o Minimale diameter duiker (in stedelijk gebied): ø800 mm  C-watergangen: o Minimale diameter duiker: ø500 mm  Bij eenzijdig onderhoud van een watergang, maximale bovenbreedte (van insteek tot insteek): 8,0 m  Bij tweezijdig onderhoud van een watergang, maximale bovenbreedte (van insteek tot insteek): 16,0 m  Bij een bovenbreedte van een watergang (van insteek tot insteek) breder dan 16,0 m is varend onderhoud noodzakelijk  Binnen de beschermingszone langs watergangen mogen geen obstakels worden geplaatst. o o o o o

Nijmegen, Neerbosch Oost – Stichting Woonwaarts

3.4. Gemeentelijk beleid De ontwikkeling ligt binnen het gebied het gebied van het bestemmingsplan “Nijmegen West”. Binnen dit bestemmingsplan is geen waterbergingsplicht opgenomen bij renovatie. Binnen het beleidsplan water en riolering van de gemeente Nijmegen, wordt genoemd dat de terreineigenaar verantwoordelijk is voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Daarom geldt een bergingseis van 10 mm/m² verhard oppervlak. Daarbij geldt dat bij de neerslaggebeurtenissen T=10 en T=100 mag geen schade ontstaan. Daarnaast zijn er vanuit de gemeenterichtlijnen ontwateringsdiepte bij (her)ontwikkelingen. Hiervoor geldt:

betreft

 Woningen met kruipruimte: 0,7 m-mv;  Woningen zonder kruipruimte: 0,5 m-mv;  Tuinen en openbare groenvoorzieningen: 0,5 m-mv;  Primaire wegen: 1,0 m-mv;  Secundaire wegen en woonstraten: 0,7 m-mv.

8

de

04 WEGING VAN HET WATERBELANG 4.2. Watercompensatie

4.1. Wateropgave Om de huidige afvoersituatie ter plaatse van het plangebied niet te verslechteren, dient voor de toename van verharding watercompensatie gerealiseerd te worden.

4.2.1. Watercompensatie toename verharding Om aan de bergingsopgave van 207 m³ te voldoen, zijn zeven infiltratievelden voorgesteld. Onderstaand worden deze toegelicht.

Vanuit het waterschap Rivierenland geldt dat over de toename van verhard oppervlak 664 m³/ha berging gerealiseerd dient te worden. Vanuit de gemeente Nijmegen dient over het totaal toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied 10 mm berging gerealiseerd te worden. Op basis hiervan is onderstaande berging benodigd voor de ontwikkelingen binnen het plangebied:

 Waterschap Rivierenland:  Gemeente Nijmegen:

3.118 m² * 664 m³/ha = 207 m³ 8.199 m² * 10 mm = 82 m³

Het voornemen van de gemeente Nijmegen is om in de toekomst het hemelwaterbeleid aan te passen naar een waterbergingsopgave van 60 mm per m² totaal verhard oppervlak. Op basis van de benodigde berging wordt, wanneer voldaan wordt aan de eisen vanuit het waterschap Rivierenland, ook voldaan aan de eisen van de gemeente Nijmegen. Daarom dient 207 m³ berging binnen het plangebied gerealiseerd te worden. Uitgaande van het toekomstige beleid van de gemeente Nijmegen wordt in het ontwerp rekening gehouden met 60 mm berging. Daarmee wordt de toekomstige bergingsopgave:

 Gemeente Nijmegen:

8.199 m² * 60 mm = 492 m³

Figuur 4-1: Overzicht locaties van de infiltratievelden binnen het plangebied

Infiltratievelden Een infiltratieveld is een verlaging van het maaiveld waar water in geborgen kan worden. Een infiltratieveld kan gecombineerd worden met een natuurfunctie of met een speelplaats. De zeven infiltratievelden worden voorgesteld met een totaal oppervlak ter hoogte van de insteek van circa 2.520 m². Infiltratievelden 3, 4, 6 en 7 hebben een diepte van 0,4 m en er wordt gerekend met een peilopzet van

Nijmegen, Neerbosch Oost – Stichting Woonwaarts

9

4.4. Meekoppelkansen in het gehele plangebied Om binnen het plangebied klimaatadaptieve kansen te benutten op het gebied van verkoeling en biodiversiteit kunnen onderstaande meekoppelkansen toegepast worden:

 Biodiverse beplanting toepassen rond de infiltratievelden;  Realiseren van flora- en faunavoorzieningen;  Realiseren van schaduw door het aanplanten van bomen in het plangebied;

 Realiseren van groenparkeervakken;  Realiseren van groene daken;  Realiseren van voorzieningen om (hemel)water op te slaan en te benutten.

4.5. Waterkwaliteit De Europese Kaderrichtlijn water (KRW), de Nota Waterhuishouding (NW4) en de Wet Natuurbescherming stellen eisen aan de kwaliteit van het oppervlaktewater. Schoon water draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving, ook voor ruimtelijke plannen is waterkwaliteit daarom een aandachtspunt. Om vervuiling van het hemelwater te beperken, wordt geadviseerd het gebruik van uitlogende bouwmaterialen te voorkomen conform beleid gemeente en waterschap. Binnen dit plan wordt het hemelwater opgevangen en infiltreert het water in de infiltratievelden. De toplaag van de infiltratievelden heeft een zuiverende werking. Daarbij wordt het gemengde stelsel minder belast en zal de overstorthoeveelheid verminderen.

4.6. Grondwater en toekomstige peilen Vanuit de gemeenterichtlijnen zijn er richtlijnen betreft het omgaan met water bij ontwikkelingen. Op basis hiervan dient voldoende ontwateringsdiepte aanwezig te zijn. De GHG binnen het plangebied ligt op circa NAP +7,7 m. Op basis van de ontwateringseisen dient het niveau van de rijbaan naar minimaal circa NAP +8,4 m te gaan. De rijbanen rondom het plangebied liggen op circa NAP +9,5 m, geadviseerd wordt hierop aan te sluiten. Voor de woningen wordt geadviseerd het vloerpeil hier circa 0,30 m boven te realiseren. Hiermee is ruim voldoende ontwateringsdiepte

Nijmegen, Neerbosch Oost – Stichting Woonwaarts

aanwezig, maar wordt ook gezorgd dat water op het maaiveld niet direct leidt tot wateroverlast in de woningen.

4.7. Vuilwater Het vuilwater dient aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering. Aan de randen van het plangebied is gemeentelijke gemengde riolering aanwezig waarop aangesloten kan worden. Met een diepteligging (b.o.b.) van circa NAP +7,0 m a +7,5 m (1,8 m-mv), een diameter van 250 mm en een dekking van 1,2 m is circa 0,35 m verhang beschikbaar. Dit komt overeen met 100 m strenglengte. Binnen het plangebied is de langste afstand tot de riolering circa 80 m. Hiermee kan het vuilwater onder vrijverval op het gemengde stelsel aan worden gesloten. In een later stadium dient de precieze aansluiting van de riolering van het plangebied uitgewerkt te worden. Dit dient afgestemd te worden met de gemeente. De verwachtte vuilwater productie binnen het plangebied is als volgt:

 Huidige situatie: 168 woningen x 2,5 inwoners x 12 l/uur/inwoner = 5,0 m³/uur = 1,4 l/s.

 Toekomstige situatie: 309 woningen x 2,5 inwoners x 12 l/uur/inwoner = 9,3 m³/uur = 2,6 l/s.

 Toename: 9,3 m³/uur – 5,0 m³/uur = 4,3 m³/uur = 1,2 l/s.

4.8. Oppervlaktewater Met de waterberging zal het hemelwater infiltreren in de ondergrond en daarmee het riool ontlasten. Daarnaast wordt geen extra belasting op het overige watersysteem verwacht.

11

BIJLAGE A: OVERZICHT OPPERVLAKKEN HUIDIGE SITUATIE

BIJLAGE B: OVERZICHT OPPERVLAKKEN TOEKOMSTIGE SITUATIE

BIJLAGE C: OVERZICHT WATERBERGENDE VOORZIENINGEN

BIJLAGE D: GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK BOOT

01 INLEIDING 1.1. Aanleiding In de Nijmegen worden bestaande appartementencomplexen aan de Triangelstraat (westelijk plangebied) en Symfoniestraat (oostelijk plangebied) in de wijk ‘Neerbosch-oost’ gesloopt en nieuwe appartementencomplexen gebouwd. Voorafgaand aan het opstellen van de wegingen van het waterbelang hebben Talis en Stichting Woonwaarts BOOT verzocht een geohydrologisch bureauonderzoek uit te voeren.

zijn binnen de plangebieden in totaal 13 appartementencomplexen aanwezig. De plangebieden liggen in de wijk ‘Neerbosch-Oost’ ten noorden van N326 (Graafseweg) en ten westen van de S100. Ten westen van de plangebieden is het Maas-Waalkanaal gelegen.

1.2. Doel Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de lokale geohydrologische opbouw (bodemopbouw, grondwaterstanden, oppervlaktewatersysteem, etc.). Met deze informatie kan BOOT in het vervolgtraject eventuele grondwater gerelateerde risico’s vroegtijdig signaleren en adviseren in een optimale waterhuishouding in het plangebied.

1.3. Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze notitie gaat in op de huidige situatie en de geohydrologische opbouw van de ondergrond. Hoofdstuk 3 beschrijft enkele geohydrologische risico’s. De notitie sluit af met hoofdstuk 4 waar de conclusies en adviezen zijn opgenomen.

1.4. Plangebieden In figuur 1-1 zijn de plangebieden weergegeven. Het plangebied aan de Triangelstraat heeft een oppervlak van circa 1,7 ha. Aan de Symfoniestraat heeft het plangebied een oppervlak van circa 2,1 ha. In de huidige situatie

Figuur 1-1: Locatie plangebieden

Nijmegen, Triangelstraat en Symfoniestraat– Talis en Stichting Woonwaarts

3

02 BESTAANDE (GEO-)HYDROLOGISCHE GESTELDHEID 2.1. Maaiveldhoogte Het maaiveldverloop op basis van het AHN4 is weergegeven in figuur 2-1. Binnen de plangebieden is het maaiveld over het algemeen 0,2 m hoger gelegen dan de openbare weg (NAP +9,5) op NAP +9,7 m. In verband met de bereikbaarheid van deels ondergrondse bergingen is voor alle appartementencomplexen sprake van een verlaging van maaiveld tot NAP +8,7 m. Bij het westelijk deel van het plangebied ligt het grasveld (NAP +9,1 m) tussen de appartementencomplexen ook lager dan de naastgelegen wegen. De omliggende straten liggen op vergelijkbare hoogte. Uitzondering hierop is de N326, deze weg ligt aanzienlijk hoger in het landschap en heeft ter plaatse van de plangebieden een wegpeilhoogte van NAP +15,0 m tot NAP +19,3 m.

Figuur 2-1: Overzicht maaiveldhoogtes ter hoogte van de plangebieden (bron: AHN4)

Nijmegen, Triangelstraat en Symfoniestraat– Talis en Stichting Woonwaarts

4

2.2. Bodemopbouw

Plangebied

Regionale bodemopbouw De regionale (diepe) bodemopbouw is bepaald op basis van DINOloket (model GeoTOP v1.6). In figuur 2-2 is een dwarsdoorsnede van de ondergrond weergegeven. Ter plaatse van de plangebieden is de bodem vanaf maaiveld naar beneden opgebouwd uit de Formatie van Boxtel, laagpakket van Wierden. Vanaf 2,5 m-mv is formatie van Kreftenheye en Boxtel gelegen. Tot 60 m-mv is de Formatie van Peize en Waalre gelegen. Alle formaties bestaan hoofdzakelijk uit zand. Mogelijk liggen op verschillende diepte nog dunne klei- of leemlagen, zie figuur 2-2. Lokale bodemopbouw Door BOOT is een bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van de boorprofielen blijkt dat de bodem tot circa 1,0 m-mv bestaat uit matig humeus, matig fijn zand. Vanaf circa 1,0 m-mv tot de einddiepte van de boringen bestaat de bodem uit grindig grof zand.

2.3. Grondwater In de omgeving van de plangebieden zijn op 3 locaties in het verleden (1954 – 1965) grondwatermonitoring uitgevoerd. De uitgevoerde monitoring betreffen echter verouderde monitoring en hebben relatief weinig meetgegevens. Daarom worden deze metingen niet verder meegenomen in het onderzoek naar de grondwaterstand.

Figuur 2-2: Dwarsdoorsnede en appelboor geologische eenheid (meest linkse profiel in de figuur) en lithoklasse (2 rechtse profielen) op basis van profiel DINOloket, model GeoTOP v1.6 (Bron: DINOloket).

Nijmegen, Triangelstraat en Symfoniestraat– Talis en Stichting Woonwaarts

5

De GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) ligt op basis van het LHM4.3 (Landelijk Hydrologische Model) op 2,0 à 2,5 m-mv. De GLG (gemiddeld laagste grondwaterstand) is op basis van het LHM4.3 gelegen op 2,5 à 3,0 m -mv.

2.4. Oppervlaktewater In figuur 2-4 is een uitsnede van de legger van Waterschap Rivierenland weergegeven. Binnen de plangebieden is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden en ten zuiden van de plangebieden zijn primaire watergangen gelegen. De primaire watergangen wateren af richting het westen. Haaks op de Oostkaandijk ligt, ter hoogte van de Menuetstraat, een duiker tussen de primaire watergang en het Maas-Waalkanaal. De plangebieden ligt in peilgebied NBO102. Dit peilgebied kenmerkt zich met een streefpeil van NAP +7,60 m. Het streefpeil heeft een marge van -0,1 tot +0,2 m. Het peilgebied omvat de wijk NeerboschOost, de haven en het industrieterrein. Ter hoogte van het plangebied wordt ter plaatse van de inlaat Landsweijer de waterstand in het Maas Waalkanaal gemonitord. De normale waterstand op deze locatie varieert van NAP +7,75 m tot NAP +8,30 m.

2.5. Waterkering De plangebieden liggen niet binnen een kern- en/of beschermingszone van een primaire of regionale waterkering.

Figuur 2-1: Uitsnede legger wateren Waterschap Rivierenland (bron: Waterschap Rivierenland)

Nijmegen, Triangelstraat en Symfoniestraat– Talis en Stichting Woonwaarts

6

03 GEOHYDROLOGISCHE KANSEN EN RISICO’S 3.1. Kwel

3.6. Infiltratiekansen

Op basis van gegevens uit het LHM4.3 en de klimaateffectatlas liggen de plangebieden in een gebied met een wegzijging van 0,6 à 1,0 mm/dag.

Op basis van de bodemopbouw, oppervlaktewaterpeil en de grondwaterstand zijn de plangebieden geschikt om infiltratievoorzieningen toe te passen. Op basis van de bodemopbouw is de k-waarde tot circa 1,0 m-mv ingeschat op 1,0 m/dag. Vanaf 1,0 m-mv is de k-waarde conservatief ingeschat op 4,0 m/dag. Aanbevolen is om bij het toepassen van infiltratievoorzieningen de humeuze bovengrond af te graven.

Volgens de Klimaateffectatlas van Waterschap Rivierenland is binnen het gebied geen sprake van kwel bij een T=10 rivierstand.

3.2. Grondwaterbeschermingszones De plangebieden liggen niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone of intrekgebied.

3.7. Bronnen Bij de voorgaande paragrafen zijn onderstaande bronnen geraadpleegd ten behoeve van de beschrijving van de plangebieden:

3.3. Opbarsten Er is geen sprake van een kleiige deklaag. Daarom is geen sprake van een opbarstrisico.

3.4. Noodzaak bemaling Bij werkzaamheden onder de grondwaterstand (2,0 m-mv, NAP +7,5 m) is het noodzakelijk bemaling toe te passen. Gezien de diepte van de grondwaterstand zal er mogelijk geen sprake zijn van werkzaamheden onder de grondwaterstand. Wanneer echter op grotere diepte gewerkt wordt zal het debiet relatief hoog zijn vanwege de goed doorlatende zandige opbouw.

 Maaiveldhoogtes op basis van het AHN4;  Bodemonderzoek, door BOOT;  Peilbuisgegevens via BROloket;  Landelijk Hydrologisch Model (LHM4.3);  Ondergrondgegevens en -modellen, DINOloket/BRO;  Grondwaterbeschermingsgebiedenkaart;  Legger wateren waterschap Rivierenland;  Legger waterkeringen waterschap Rivierenland;  Peilgebieden waterschap Rivierenland;

3.5. (Grond)wateroverlast Gezien de afwezigheid van kleilagen en de diepe grondwaterstand is de kans op grondwateroverlast niet verwacht.

Nijmegen, Triangelstraat en Symfoniestraat– Talis en Stichting Woonwaarts

7

04 SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIEZEN Maaiveld Binnen de plangebieden is het maaiveld over het algemeen 0,2 m hoger gelegen dan de openbare weg (NAP +9,5) op NAP +9,7 m. Grondwater De GHG ligt op basis van het LHM4.3 op 2,0 à 2,5 m-mv. De GLG is op basis van het LHM4.3 gelegen op 2,5 à 3,0 m -mv. Bodemopbouw en infiltratiekansen Op basis van de boorprofielen blijkt dat de bodem tot circa 1,0 m-mv bestaat uit matig humeus, matig fijn zand. Vanaf circa 1,0 m-mv tot de einddiepte van de boringen bestaat de bodem uit grindig grof zand. Op basis van de bodemopbouw is de k-waarde tot circa 1,0 m-mv ingeschat op 1,0 m/dag. Vanaf 1,0 m-mv is de k-waarde conservatief ingeschat op 4,0 m/dag. Op basis van grondwaterstanden en bodemopbouw wordt infiltratie kansrijk geacht. Aanbevolen is om bij het toepassen van infiltratievoorzieningen de humeuze bovengrond af te graven. Oppervlaktewater Binnen de plangebieden is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden en ten zuiden van de plangebieden zijn primaire watergangen gelegen. De primaire watergangen wateren af richting het westen. De plangebieden liggen in peilgebied NBO102. Dit peilgebied kenmerkt zich met een streefpeil van NAP +7,60 m. De normale waterstand van het Maas Waalkanaal ter hoogte van het plangebied varieert van NAP +7,75 m tot NAP +8,30 m.

8

BIJLAGE E: UITKOMST HETWATERADVIES.NL

Het wateradvies

Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure

Op basis van onderstaande locatie

02-09-2025 11:03

1

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het plan uitsluitend over functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte?

nee

Is het totale plangebied groter dan 3500 m² ?

ja

Gaat het plan over activiteiten die kunnen leiden tot verontreiniging van het oppervlaktewater? (Bij twijfel: vink 'ja' aan)

nee

Primaire of A-watergangen

nee

Beschermingszone primaire of A-watergang

nee

Secundaire of B-watergangen met beschermingszone

nee

Tertiaire of C-watergang

nee

Buitenbeschermingszone waterkering

nee

Waterstaatswerk en beschermingszone waterkering

nee

persleidingen

nee

rioolgemaal

nee

rioolwaterzuivering

nee

Boringsvrije zone van provincie Gelderland

nee

Grondwaterbeschermings zone van provincie Gelderland

nee

Koude - warmteopslagvrije zone van provincie Gelderland

nee

Wegen

nee

02-09-2025 11:03

2

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Details 1. Normale procedure ###Wateradvies Normale procedure Uit de watertoets blijkt dat u de gangbare watertoetsprocedure moet volgen. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rivierenland. Het waterschap wil vroegtijdig met u meedenken, u informeren en u adviseren over de waterhuishoudkundige aspecten van uw plan. Het waterschap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is. Deze uitgangspuntennotitie is onderdeel van de watertoetsprocedure.

Wat moet ik doen? Gebruik alstublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om een advies aan te vragen bij het waterschap. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. In een startoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateraspecten een rol spelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuishoudkundig plan, een geohydrologisch onderzoek of een uitgebreide analyse van het huidige watersysteem noodzakelijk is. De basis voor het overleg vormen de uitganspuntennotitie en gegenereerde adviezen voor uw planlocatie zoals u die in de Digitale Watertoets hebt ingetekend. De uitgangspunten notitie hebben we voor u toegvoegd onder het kopje 'achtergrond'.

U kunt ook contact opnemen voor overleg met onze accountmanager voor uw gemeente. U vindt deze contactgegevens hier: www.waterschaprivierenland.nl/accountmanagers-waterschap-rivierenland-gemeente.

Achtergrondinformatie

02-09-2025 11:03

3

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies Deze uitgangspuntennotitie naast de adviezen per onderwerp dat uw plangebied raakt, vormen de start voor uw overleg met het waterschap. Waterschap Rivierenland geeft in de uitgangspuntennotitie aan welke wateraspecten van belang zijn voor uw ruimtelijke plan. De adviezen per onderwerp zijn specifiek voor het plangebied dat u heeft ingetekend. De gemeente draagt ook zorg voor aspecten van de waterhuishouding. Daarom is het belangrijk om uw plan ook met hen af te stemmen. U kunt contact opnemen met uw accountmanager van Waterschap Rivierenland voor overleg. U vindt de contactgegevens hier: www.waterschaprivierenland.nl/accountmanagers-waterschaprivierenland-gemeente

Beleid Waterschap Rivierenland

Het waterbeheerprogramma is bepalend voor het beleid van Waterschap Rivierenland en wordt iedere zes jaar geactualiseerd. Het plan omvat alle watertaken van het waterschap op gebied van waterveiligheid, afvalwaterzuivering, schoon en voldoende water. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening: de Keur. In de Keur staan regels voor de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijhorende kunstwerken. In de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden beheert het waterschap ook wegen buiten de bebouwde kom (geen Rijks- of provinciale wegen). Hier is de Keur ook op van toepassing. De werkzaamheden in of nabij de watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waterschap worden getoetst aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn.

Klimaatadaptatie

Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker afgewisseld met perioden van droogte. We blijven ernaar streven om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben. Het waterschap heeft samen met de gemeenten de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Dit kunnen we niet alleen. U kunt een bijdrage leveren door uw plan zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken of natuurvriendelijke oevers. De kwaliteit van de leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Op de website https:// bouwadaptief.nl/ kunt u zich laten inspireren door klimaatadaptatieve projecten en vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen.

Grondwater

Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterpeil in sloten en vaarten. Dit peil heeft indirect effect op het grondwaterpeil. Gemeenten moeten overlast door te veel of te weinig grondwater beperken. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het grondwater op hun perceel.

Drooglegging

Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. We adviseren voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Zo voorkomt u overlast door grondwater. We adviseren om onderzoek te doen in gebieden waar overlast door grondwater bekend is of waar hoge grondwaterstanden voorkomen. U kunt maatregelen nemen om overlast te voorkomen. Voorbeelden van maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of bouwen zonder kruipruimte.

Infiltreren

Het is wenselijk dat uw plan grondwaterneutraal is. Dit kan door hemelwater te infiltreren. U houdt zo water vast voor drogere perioden. Dit kan alleen in gebieden waar de grondwaterstanden en de bodemopbouw dat toelaten. Het 02-09-2025 11:03

4

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies zijn de hogere gronden met een goede doorlatendheid. Onze accountmanager kan u hierover adviseren. Met een infiltratieonderzoek kunt u (laten) onderzoeken of en op welke wijze infiltratie kan plaatsvinden.

Watercompensatie

Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Het is mogelijk dat u voor een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht in aanmerking komt. De eenmalige vrijstelling geldt bij een toename in verharding van minder dan 500 m² in stedelijk gebied en minder dan 1500 m² in landelijk gebied. Zo voorkomen we dat individuele bewoners moeten compenseren voor voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes, etc. Op sommige locaties is het onwenselijk om de vrijstelling in te zetten, omdat bijvoorbeeld de waterhuishoudkundige situatie dan zou verslechteren. Compenserende waterberging is dan wel nodig. Bespreek dit met de betreffende accountmanager van het waterschap.

Is de toename in verharding groter dan 500 m² in stedelijk gebied of groter dan 1500 m² in landelijk gebied dan is het mogelijk dat de vrijgestelde oppervlaktes in mindering worden gebracht. Neemt in uw plan de verharding bijvoorbeeld toe met 600 m² in stedelijk gebied, dan hoeft u met de vrijstelling maar voor 100 m² te compenseren. We gaan ervan uit dat gemeenten en organisaties deze vrijstelling op een eerder moment binnen ons beheergebied hebben ingezet. Zij hebben hier dan geen recht meer op hebben. U kunt contact opnemen met de afdeling vergunningen (vergunningen@wsrl.nl) van het waterschap om deze vrijstelling aan te vragen. U moet compenserende maatregelen nemen als u niet in aanmerking komt voor de vrijstelling of als u de vrijgestelde oppervlaktes overschrijdt. U zult daarover nadere afspraken moeten maken. Bespreek dit met uw accountmanager van het waterschap.

Berekenen benodigde watercompensatie

De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op basis van de toename van verhard oppervlak, maatgevende regenbuien en de maximaal toelaatbare peilstijging in de watergangen. De vuistregel is dat er 436m³ waterberging nodig is per hectare nieuw verhard oppervlak. De maximaal toelaatbare peilstijging bedraagt 0,20 meter in het gebied Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. In de rest van het beheergebied van Waterschap Rivierenland geldt een maximaal toelaatbare peilstijging van 0,30 meter. Dit geldt voor plannen met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m2. De vuistregel geldt alleen bij waterberging in open water en als er geen sprake is van complicerende zaken (bijvoorbeeld kwel).

In stedelijk gebied kan waterberging ook worden gerealiseerd via een waterbergingsbank (indien beschikbaar). Plannen met een toename van het verhard oppervlak in stedelijk gebied tot 1500 m2 komen hiervoor in aanmerking.

Voor plannen met meer dan 50.000m² extra verharding wordt een aparte berekening gevraagd. Dit geldt ook voor plannen die waterhuishoudkundig complex zijn. Hierbij worden de volgende berekeningsuitgangspunten gehanteerd: • De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s/u. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. • Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden. • Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van zomerpeil.

Voorkeursvolgorde aanleg watercompensatie

Bij de keuze van het soort bergingsvoorziening hanteert het waterschap de voorkeursvolgorde vasthouden-bergenafvoeren: •

Hergebruik en/of vasthouden

02-09-2025 11:03

5

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies Hierbij wordt het hemelwater binnen het plangebied verzameld en komt niet (direct) in het oppervlaktewater terecht. Dit kan bijvoorbeeld met groene polderdaken en wadi’s. Het ontwerp-, beheer- en onderhoudsaspect spelen een belangrijke rol bij deze voorzieningen. De initiatiefnemer dient aantoonbaar te maken dat de gerealiseerde berging kan blijven functioneren. Op hoge zandgronden met een lage grondwaterstand heeft infiltratie onze voorkeur. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) komt niet hoger dan 50 cm onder het maaiveld. U kunt de attentiekaart infiltratie met daarop kansrijke gebieden voor infiltratie bij uw accountmanager opvragen. Buiten deze gebieden is infiltratie ook mogelijk, zolang de gemiddelde hoogste grondwaterstand niet hoger komt dan 50 cm onder maaiveld. In kwelgevoelige gebieden hanteren we de gemiddeld hoogste stijghoogte, omdat het grondwater in de winter (als de rivierstanden hoog zijn) hoger onder het maaiveld komt. De gemiddeld hoogste stijghoogte mag niet hoger komen dan 50 cm onder maaiveld. Infiltratie vindt bij voorkeur plaats in de openbare ruimte (openbaar groen, bermen, etc.). In overleg met de accountmanager kan hiervan worden afgeweken. •

Bergen

Onder bergen verstaan we de opvang van hemelwater in het oppervlaktewater. Het hemelwater van het plangebied wordt opgevangen in het oppervlaktewater. Hier heeft het graven van nieuw oppervlaktewater de voorkeur boven het vergroten van bestaand water. Bij gebruik van bestaand water gaat de voorkeur uit naar watergangen die niet door Waterschap Rivierenland worden onderhouden. In het algemeen geldt dat compensatie in B-watergangen de voorkeur heeft boven compensatie in A-watergangen. Als de aanvrager kan aantonen dat compensatie in een B- of Awater redelijkerwijs niet mogelijk is, kan het waterschap ook compensatie in bestaande of nieuwe C-wateren toelaten.

Bij aanleg of aanpassing van watergangen is het van belang rekening te houden met de bereikbaarheid voor onderhoud, in- en uitlaatplaatsen voor maaiboten en opslagmogelijkheden voor slootvuil en kroos. Om water van voldoende waterkwaliteit te houden (of krijgen), is ook het zelfreinigend vermogen van het watersysteem van belang. Dit wordt bevorderd door rekening te houden met voldoende waterdiepte (streven is 1 meter of juist droogvallend) en voldoende oevervegetatie (taludschuinte minimaal 1:2 of flauwer). Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. •

Afvoeren

Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering.

Waterkwaliteit

Hieronder volgt een aantal algemene aandachtspunten die gelden voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen: • Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Zo komen deze materialen niet in de sloot terecht. Gebruikt u wel uitlogende materialen, dan mag het dakwater niet rechtstreeks op de sloten worden geloosd. • Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. U kunt de hoeveelheid bladafval in de watergang beperken door rekening te houden met de plaatsing van bomen. • Neem de ecologische waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc. Door aandacht te hebben voor de ecologische waarde, vergroot u deze zonder al te veel moeite.

02-09-2025 11:03

6

https://hetwateradvies.nl

SAMENWERKEN AAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE LEEFOMGEVING

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=f6153b38-fd24-487c-999a-995af86a19aa