CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020

Besluitronde (raadsvergadering) 31 maart 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D2 d.d. 26 januari 2021 inzake Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020, procesvoorstel en convenant prestatieafspraken13.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE NIJMEGEN

Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020

Inhoudsopgave 1.

Inleiding……………………………………………………………………………………………………………………………….. 2 1.2

Doorgedecentraliseerde besturen……………………………………………………………………………. 3

1.3

Leeswijzer………………………………………………………………………………………………………………… 3

2.

Voortgang nieuwbouw en renovatie…………………………………………………………………………………….. 4

3.

DDC vergoeding en wijze van besteding……………………………………………………………………………….. 6

4.

5.

3.1

Ontwikkeling van de jaarlijkse DDC-vergoeding van 2008 tot en met 2020………………. 8

3.2

Besteding gemeentelijke middelen t.b.v. onderwijshuisvesting……………………………….. 8

Ontwikkeling van het aantal leerlingen……………………………………………………………………………….. 10 4.1

Leerlingaantallen……………………………………………………………………………………………………. 10

4.2

Prognoses………………………………………………………………………………………………………………. 11

4.3

Overcapaciteit………………………………………………………………………………………………………… 11

Relevante wijzigingen met betrekking tot onderwijshuisvesting…………………………………………. 11 5.1

Wetsvoorstel Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen.………………………………………………….. 11

5.2

Verhoging VNG-norm in 2019 met 40%....................................................................... 12

5.3

Aanhoudende aandacht voor kwaliteit en duurzaamheid schoolgebouwen.…………… 12

5.4

Vervallen gewichtenregeling PO……………………………………………………………………………… 13

5.5

Vervallen aanwijzing LWOO……………………………………………………………………………………..13

6.

Ontwikkeling rente en gemeentegarantie…………………………………………………………………………… 13

7.

Ontwikkeling WOZ-waarden van de schoollocaties…………………………………………………………….. 14

8.

Aankoop en verkoop onderwijslocaties………………………………………………………………………………. 15

9.

Ontwikkeling Gemeentefonds…………………………………………………………………………………………….. 16

10.

Ontwikkeling indexering DDC-vergoeding t.o.v. ontwikkeling indexering van de bouwkosten nieuwbouw onderwijs en de VNG normvergoeding voor nieuwbouw…………………………………. 16

11.

Samenvatting en conclusies.……………………………………………………………………………………………….. 17

12.

Bijlagen……………………………………………………………………………………………………………………………… 21

Bijlage A

Aandachtspunten evaluatie DDC en convenant prestatieafspraken………………………. 22

Bijlage B

Ontwikkeling leerlingaantallen in het PO……………………………………………………………….. 23

Bijlage C

Ontwikkeling leerlingaantallen in het VO……………………………………………………………….. 24

Bijlage D

Ontwikkeling leerlingaantallen in het SBO en (V)SO……………………………………………….. 25

Bijlage E.1

Voortgang nieuwbouw en renovatie per jaar……….………………………………………………… 26

Bijlage E.2

Voortgang nieuwbouw en renovatie op basis van aantal locaties incl. Waalsprong… 28

Bijlage E.3

Voortgang nieuwbouw en renovatie op basis van bruto vloeroppervlakte……………... 29

Bijlage E.4

Voortgang nieuwbouw en renovatie op basis van aantal locaties excl. Waalsprong.. 30

Bijlage E.5

Voortgang nieuwbouw en renovatie op basis van bruto vloeroppervlakte……………. 31

Bijlage F

WOZ-waarden schoollocaties…………………………………………………………………………………. 32

Bijlage G

Aankoop en verkoop onderwijslocaties………………………………………………………………….. 34

Bijlage H

Vragenlijst monitor voor de schoolbesturen………………………………………………………….. 35

Bijlage I

Format verantwoording DDC-vergoeding………………………………………………………………. 38

Voorblad: basisschool De Uitdaging aan de Dick Brunastraat en een impressie van de Jorismavo aan de Ploegstraat.

1

1. Inleiding Eind 2007 heeft de Gemeente Nijmegen een overeenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting met diverse Nijmeegse schoolbesturen gesloten. Deze overeenkomst heeft een looptijd voor onbepaalde tijd. Doel van deze overeenkomst is het verbeteren van de onderwijshuisvesting in Nijmegen door in een periode van 40 jaar alle onderwijsgebouwen te vernieuwen of te renoveren. Door het in één hand brengen van alle middelen voor exploitatie, onderhoud en renovatie/nieuwbouw zijn de schoolbesturen beter in staat integrale afwegingen te maken en de beschikbare huisvestingsmiddelen efficiënter in te zetten. Bij de doorcentralisatie eind 2007 is overeengekomen dat de overgang van de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting naar de schoolbesturen wordt gemonitord. Inmiddels is bijna 13 jaar ervaring opgedaan met de doordecentralisatie. We zien dat door de schoolbesturen fors is geïnvesteerd in nieuwbouw en renovatie van de onderwijshuisvesting. Hierdoor staan in Nijmegen over het algemeen kwalitatief goede schoolgebouwen, geschikt voor moderne onderwijsmethoden. In deze vijfde monitor blikken we terug op de jaren 2018 en 2019 en zijn, voor zover beschikbaar, ook gegevens van 2020 opgenomen. De tweede monitor van 2014 was de onderlegger voor de evaluatie over de eerste vijf jaar doordecentralisatie.

In die evaluatie is destijds een aantal knelpunten in de uitvoering van de DDC-afspraken geconstateerd door de gemeente en de schoolbesturen. Deze knelpunten hebben na een onderhandelingstraject geleid tot een herijking van de DDCovereenkomst en ondertekening van de geconsolideerde overeenkomst in november 2016. In deze monitor 2020 volgen wij de opzet van de vorige monitors. We geven de informatie weer die relevant is voor de aangepaste doelstellingen van de DDC-overeenkomst, aangevuld met onder andere de actuele ontwikkelingen qua leerlingenaantallen, rentestand en duurzaamheid. De monitor is gebaseerd op de data van de gemeente en de informatie uit de vragenlijsten die door de besturen zijn ingevuld. De monitor 2020 is geen evaluatie, maar een stand van zaken van de ontwikkelingen op het terrein van de doorgedecentraliseerde onderwijshuisvesting in de gemeente Nijmegen van de jaren 2018 en 2019. Voor zover beschikbaar zijn ook gegevens van 2020 opgenomen. De conclusies en aandachtspunten uit deze monitor en de vorige vormen mede de input voor de evaluatie die eind 2020 zal worden opgestart.

2

1.2 Doorgedecentraliseerde besturen Waar in deze monitor wordt gesproken over de doorgedecentraliseerde schoolbesturen gaat het over de volgende besturen (of hun rechtsvoorgangers): 1. Stichting Conexus¹ 2. Stichting St. Josephscholen² 3. Stichting RK Onderwijs Lent (De Geldershof) 4. Stichting Christelijke Basisonderwijs De Klokkenberg 5. Stichting Pallas, bestuur vrijeschool basisonderwijs (Meander) 6. Stichting Kentalis Onderwijs (Marwindt en De Taalster) 7. Stichting Onderwijsgroep Punt Speciaal (Talita Koemi) 8. Stichting Entrea (Pedologisch Instituutschool) 9. Stichting Alliantie Voortgezet Onderwijs Nijmegen³ 10. Stichting Scholengroep Rijk van Nijmegen 11. Stichting Voortgezet Montessori-onderwijs Nijmegen (Montessori college) 12. Stichting voor Voortgezet vrije schoolonderwijs (Karel de Grote college) 13. Stichting Praktijkonderwijs regio Nijmegen (Pro College) In het geval van de niet-doorgedecentraliseerde scholen gaat het om: 14. basisschool Hidaya (stichting SIMON) 15. basisschool De Oversteek in voorzieningenhart De Klif (Conexus) 16. basisschool Het Talent in voorzieningenhart De Ster (Conexus) 17. (v)so-scholen Kristallis en Tarcisius (Pluryn) ¹ Inclusief De Verbinding ( geplande ingebruikname van definitieve nieuwbouw eind 2021/begin 2022; DDCovereenkomst De Verbinding getekend per 3-3-2020); ² Inclusief De Boomgaard (ingebruikname augustus 2020).

Bij BS Petrus Canisius en BS Het Kleurrijk: aantal leerlingen en bijbehorende DDC-vergoeding inbegrepen; aantal m2 en locaties niet inbegrepen (ivm huurconstructie/geen eigendom St. Josephscholen); ³ Inclusief vmbo Citadel College locatie Dijkstraat (geplande ingebruikname eind 2020/begin 2021; DDCovereenkomst VMBO is getekend per 7-2-2018).

1.3 Leeswijzer Na de inleiding en een opsomming van de al dan niet doorgedecentraliseerde besturen wordt in hoofdstuk 2 de voortgang van de nieuwbouw en renovatie van de onderwijshuisvesting per onderwijssector en schoolbestuur sinds de start van de DDC beschreven. In de daaropvolgende hoofdstukken (3 t/m 10) staan gegevens die relevant zijn voor de onderwijshuisvesting, financiën en de realisatie van de doelstellingen van de DDC-overeenkomst zoals: ontwikkeling van de DDC-vergoeding, leerlingenaantallen en prognoses, relevante wijzigingen met betrekking tot onderwijswijshuisvesting, ontwikkeling rente en WOZ-waarden en diverse indexatiecijfers. In hoofdstuk 11 staan de belangrijkste conclusies en bevindingen uit deze monitor beschreven. Aan de monitor zijn meerdere bijlagen toegevoegd. De eerste bijlage bevat een overzicht met belangrijkste aandachtspunten voor de komende evaluatie DDC en convenant prestatieafspraken. Daarop volgend zijn overzichten en prognoses van leerlingaantallen in het PO, VO en SO opgenomen. Tevens een uitgebreid overzicht van alle nieuwbouw- en renovatie-activiteiten per jaar sinds de start van de DDC, inclusief een doorkijk naar de plannen voor de komende jaren. Om het beeld compleet te maken worden ook de ontwikkelingen bij de niet-doorgedecentraliseerde scholen vermeld.

In een viertal bijlagen is de voortgang van deze vernieuwing vertaald naar het aantal locaties en bruto vloeroppervlak per bestuur. Andere bijlagen bevatten een uitgebreid overzicht van de WOZ-waarden van alle scholen en een overzicht van alle in eigendom overgedragen panden en locaties.

3

2. Voortgang nieuwbouw en renovatie Bij de start van de doordecentralisatie is tot doel gesteld alle schoolgebouwen in een periode van 40 jaar te vernieuwen. Deze doelstelling is gerelateerd aan het bruto vloeroppervlak bij de start DDC. Bij de herijking in 2016 is overeengekomen deze lange termijndoelstelling vorm te geven door realisatie van 55% nieuwbouw op nieuwe locaties en 45% nieuwbouw/renovatie op bestaande locaties. In de jaren 2018-2020 is de nieuwbouw opgeleverd van basisschool Octaaf / Kindcentrum Toon in Neerbosch-Oost en basisscholen De Uitdaging en De Boomgaard in Nijmegen Noord. Ook is de tijdelijke huisvesting voor basisschool De Verbinding verder uitgebreid in afwachting van het definitieve schoolgebouw in De Stelt-Zuid (gereed eind 2021). In 2020 is in het voortgezet onderwijs bij Het Rijks aan de Goffertweg de renovatie en nieuwbouw afgerond, waarmee een herschikking van 3 scholen (Het Rijks, Jorismavo en Pontem College) kan plaatsvinden. In Nijmegen Noord wordt in 2020 de nieuwbouw van het VMBO Citadel College afgerond. Daarmee zijn in de jaren 2018-2020 wederom flinke stappen gezet in de realisatie van de lange termijndoelstelling qua nieuwbouw en renovatie.

Als we de bouwactiviteiten van alle doorgedecentraliseerde scholen gezamenlijk beschouwen, dan ligt de vernieuwing van de onderwijshuisvesting voor op het overeengekomen schema: in de periode 2008 tot en met 2020 is ruim 60% van het totale bruto vloeroppervlak bij de start DDC vernieuwd. In onderstaande grafiek 1 staat de ontwikkeling van het aantal locaties per sector weergegeven, voor geheel Nijmegen vanaf de start DDC tot en met 2020. Hieruit blijkt dat, ondanks de aanzienlijke toename van het aantal onderwijslocaties in Nijmegen Noord én het gegeven dat twee locaties in het VO in gebruik zijn als tijdelijke huisvesting voor renovatie/nieuwbouw elders, het aantal locaties in het PO en VO licht is afgenomen. Reden hiervan is dat meer locaties zijn afgestoten, deels ook door samenvoeging van locaties, dan dat er nieuwe locaties in gebruik zijn genomen.

Grafiek 1: Aantal locaties per sector 2008-2020 Nijmegen totaal (inclusief Nijmegen Noord én inclusief twee onderwijspanden in het VO in gebruik als tijdelijke huisvesting voor renovatie/nieuwbouw elders)

4

In grafiek 2 staat de ontwikkeling van het bijbehorende bruto vloeroppervlak (bvo) per sector weergegeven, eveneens voor Nijmegen als totaal, vanaf de start DDC tot en met 2020. Te zien is dat het aantal m2 bvo in alle sectoren is toegenomen. In totaliteit is het bvo met bijna 10% toegenomen. Dit beeld is vertekend: een tweetal locaties in het VO, met in totaal 6.642m2 bvo, zijn in 2020 feitelijk door nieuwbouw vervangen. Beide locaties komen pas na 2020 naar de gemeente terug. Met die teruglevering zou de groei qua totaal bvo op 5,9% uitkomen. Deze toename van het bvo is te verklaren door de groei van het aantal leerlingen vanaf 2008. In tegenstelling tot het VO zet deze groei in het PO nog steeds door, met name doordat de groei in Nijmegen Noord groter is dan de krimp in de bestaande stad.

Grafiek 2: Bruto vloeroppervlakte per sector 2008-2020 Nijmegen totaal (inclusief Nijmegen Noord)

In onderstaande cirkeldiagrammen 3a t/m 3d is de ontwikkeling qua vernieuwing in bruto vloeroppervlak (bvo) te zien per sector ten opzichte van het totaal bvo, eveneens inclusief Nijmegen Noord. Hier is ook een doorkijk naar 2024 toegevoegd. Uit deze cirkeldiagrammen is goed de vernieuwing qua onderwijshuisvesting vanaf de start doordecentralisatie af te leiden: eind 2019 en eind 2020 is respectievelijk 51,4% en 60,6% van het totaal aan bvo vernieuwd. Duidelijk is dat deze vernieuwing in het VO meer voor ligt op het overeengekomen schema dan in het PO. Per eind 2020 is door het VO in totaal 96.124 m2 vernieuwd (incl. nieuwbouw op nieuwe locaties en incl. Nijmegen Noord) op een bvo bij de start DDC van 126.065 m2. Dat betekent dat eind 2020 in het VO 76,2% is vernieuwd. In het PO is in totaal 27.762 m2 vernieuwd op een totaal bvo van 75.671 m2 bij start DDDC. In het PO ligt dit daarmee op 36,7% en in het SO ligt dit, net als in de monitor 2018, op 35,8%. Indien de voorgenomen nieuwbouw en/of renovatie tot en met 2024 conform planning wordt gerealiseerd, dan betekent dit dat na 17 jaar doordecentralisatie ruim 67% van het totale bvo bij de start DDC is vernieuwd. Gezien de doelstelling om vanaf 2008 in 40 jaar alle onderwijsgebouwen te vernieuwen, is te concluderen dat het onderwijsveld ruimschoots op koers ligt.

5

Grafieken 3a t/m 3d: Cirkeldiagram met percentage nieuwbouw en/of renovatie per sector t.o.v. het totaal bruto vloeroppervlak bij de start DDC voor geheel Nijmegen over de jaren 2018-2020 en 2024.

In bijlage E.1 worden alle nieuwbouw- en renovatieprojecten beschreven vanaf de start van de doordecentralisatie in 2008. Daarnaast worden de projecten genoemd die verkend worden of in een voorbereidend stadium verkeren. In bijlage E.2 en E.3 is de voortgang nieuwbouw en renovatie voor geheel Nijmegen op basis van het aantal locaties en bruto vloeroppervlak per bestuur inzichtelijk gemaakt, dus inclusief Nijmegen Noord. In bijlage E.4 en E.5 is dezelfde voortgang per bestuur inzichtelijk gemaakt, echter dan exclusief Nijmegen Noord.

3. DDC vergoeding en wijze van besteding In de monitor volgen we de ontwikkeling van de DDC-vergoeding die aan de schoolbesturen is uitgekeerd en monitoren we op hoofdlijnen de besteding van de vergoeding. In deze monitor blikken we op dit punt terug op de jaren 2018 en 2019. Uit de ontvangen financiële informatie van de besturen blijkt wederom een divers beeld van de besteding van de DDC-vergoeding. De verantwoording over enig jaar toont slechts een momentopname van de uitgaven in een langjarige termijnplanning van nieuwbouw, levensverlengend onderhoud en renovatie. De DDC-vergoeding is onder andere bestemd voor langjarige kapitaallasten zoals rente en afschrijving.

6

In onderstaande grafieken is de besteding van de DDC-vergoeding per sector en van alle sectoren als geheel over 2018 (grafieken 4a tot en met 4d) en 2019 (grafieken 5a tot en met 5d) weergegeven.

Grafiek 4a en 5a: Besteding van de doordecentralisatie vergoeding over 2018 en 2019, sector PO

Grafiek 4b en 5b: Besteding van de doordecentralisatie vergoeding over 2018 en 2019, sector SO

Grafiek 4c en 5c: Besteding van de doordecentralisatie vergoeding over 2018 en 2019, sector VO

Grafiek 4d en 5d: Besteding van de doordecentralisatie vergoeding over 2018 en 2019, alle sectoren gezamenlijk

7

Samengevat laten de bestedingen een aantal opmerkelijke verschillen zien tussen de sectoren: jaar sector

2018

2019

PO

SO

VO

Totaal

PO

SO

VO

Totaal

besteding Kapitaallasten Belastingen en heffingen Huur tijdelijke lokalen Best reserve huisvesting totaal van deze 4 posten

36 10 7 27 80

46 17 2 29 94

55 14 2 22 93

46 13 4 24 87

41 14 8 16 79

47 17 2 27 93

55 15 7 16 93

49 15 7 16 87

Te zien is dat de kapitaallasten met name in het PO toe zijn genomen door de gerealiseerde nieuwbouw in deze sector. Geconcludeerd kan worden dat het PO verhoudingsgewijs minder besteed aan kapitaallasten dan het VO. Dit is verklaarbaar omdat het tempo qua vernieuwing in het VO hoger ligt. Omgekeerd reserveert het PO naar verhouding meer in de bestemmingsreserve huisvesting. De kapitaallasten van het SO schommelen rond het gemiddelde en deze sector voegt verhoudingsgewijs een relatief groot deel toe aan de bestemmingsreserve huisvesting. Daarnaast spendeert het PO naar verhouding meer aan de huur van tijdelijke lokalen. De tijdelijke huisvesting in de Waalsprong draagt hier ongetwijfeld aan bij. Ook in het VO is in 2019 het effect van tijdelijke huur te zien ivm verbouwing van Het Rijks – locatie De Goffert. Wat verder in de grafieken opvalt is dat het PO meer overige kosten heeft dan het VO en SO. 3.1 Ontwikkeling van de jaarlijkse DDC-vergoeding van 2008 tot en met 2020 In de volgende tabel 1 is de ontwikkeling van de DDC-vergoeding te zien. Deze vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd conform gemaakte afspraken. De vergoeding wordt gebaseerd op het aantal leerlingen dat is ingeschreven bij de scholen in het voorafgaande jaar en de aan het leerlingaantal gerelateerd genormeerde bruto-vloeroppervlakte (bvo).

Het betreft alleen doorgedecentraliseerde scholen, dus exclusief Hidaya, Kristallis, Tarcisius, De Oversteek en Het Talent. De totale DDC-vergoeding is in de jaren 2018-2020 licht afgenomen van ruim € 14,5 miljoen naar net onder de € 14,5 miljoen. Oorzaak hiervan is het dalend aantal leerlingen en de daarmee gepaard gaande daling van het normatief bvo. Jaar 2008 2018 2019 2020

Totaal leerlingen 25.819 26.508 26.263 25.984

Norm bvo 194.318 199.258 196.296 192.559

Uitbetaalde DDCVergoeding € 13.397.857 € 14.522.909 € 14.478.065 € 14.443.815

Tabel 1: Ontwikkeling DDC-vergoeding 2008-2020 (2020 gebaseerd op voorlopige leerlingentelling)

3.2 Besteding gemeentelijke middelen t.b.v. onderwijshuisvesting In onderstaande grafieken 6a tot en met 6c is de verdeling van de gemeentelijke uitgaven van het taakveld Onderwijshuisvesting binnen het programma Onderwijs op basis van de stadsrekening 2018, 2019 en 2020 weergegeven. Het grootste deel van de middelen wordt besteed aan de DDC-vergoeding. Ook de kapitaallasten vormen een behoorlijke kostenpost; dit hangt samen met de uitbetaalde maatwerkvergoedingen en stijgt naar verwachting de komende jaren.

8

Grafiek 6a: Cirkeldiagram verdeling uitgaven onderwijshuisvesting 2018 (totaal = € 16.745.000,-)

Grafiek 6b: Cirkeldiagram verdeling uitgaven onderwijshuisvesting 2019 (totaal = € 16.375.000,-)

Grafiek 6c: Cirkeldiagram verdeling uitgaven onderwijshuisvesting 2020 (totaal = € 16.348.000,-)

9

4. Ontwikkeling van het aantal leerlingen DDC In de jaren 2018-2020 is het totaal aantal doorgedecentraliseerde leerlingen in het PO licht gegroeid. Ook in het SO is in 2020 een lichte groei te zien, terwijl in het VO een daling van zo’n 800 leerlingen is te zien in de jaren 2018-2020. De krimp in het VO overstijgt de groei in de andere twee sectoren, waardoor het totaal aantal DDC leerlingen tussen 2018 en 2020 met ruim 500 is gedaald. Aangezien ook het aantal niet-DDC leerlingen is gedaald, is het totaal aantal leerlingen in Nijmegen in de periode 2018-2020 afgenomen met bijna 900 leerlingen. Naast de leerlingaantallen van de afgelopen jaren, geven we in paragraaf 4.2 ook een doorkijk naar de prognoses, die de onderwijsbesturen onder eigen verantwoordelijk hebben laten opstellen. Deze prognoses zijn niet geactualiseerd ten opzichte van de monitor 2018. 4.1 Leerlingaantallen De leerlingenaantallen vormen de basis voor de berekening van de normatieve verdeling van de jaarlijkse DDC-vergoeding aan de schoolbesturen. Na de stabiele fase tot en met 2018 is zowel het totaal aantal leerlingen als het aantal doorgedecentraliseerde leerlingen in de laatste twee jaar afgenomen. In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de leerlingenaantallen weergegeven. Vergoedingsjaar Teldatum

2008

2016

2017

2018

2019

2020

1-10-‘07

1-10-‘15

1-10-‘16

1-10-‘17

1-10-‘18

1-10-‘19

1

11.633

10.588

10.702

10.846

11.008

11.107

2

606

618

609

604

589

647

3

Totaal leerlingen VO Totaal leerlingen DDC

13.580

15.349

15.203

15.058

14.666

14.230

25.819

26.555

26.514

26.508

26.263

25.984

Aandeel DDC- leerlingen

94,1%

91,8%

91,9%

91,7%

92,2%

92,8%

Leerlingen van niet-DDC besturen

1.609

2.357

2.336

2.389

2.222

2.015

Aandeel niet - DDC leerl.

5,9%

8,2%

8,1%

8,3%

7,8%

7,2%

Totaal aantal leerlingen 27.428 Tabel 2: Ontwikkeling totaal aantal leerlingen

28.912

28.850

28.897

28.485

27.999

Totaal leerlingen PO Totaal leerlingen SO

PO1 met uitzondering van de basisscholen Hidaya, De Oversteek en Het Talent SO2 met uitzondering van Kristallis en Tarcisius VO3 voor de jaren 2017 en 2018 voor maximaal 150 leerlingen van het Pontem College

In onderstaande tabel 3 is het aandeel doorgedecentraliseerde en niet-doorgedecentraliseerde leerlingen per sector weergegeven. Vergoedingsjaar

2018

2019

2020

Teldatum

1-10-‘17

1-10-‘18

1-10-‘19

percentage doorgedecentraliseerd PO

86,5%

86,9%

88,0%

percentage doorgedecentraliseerd SO

51,7%

53,2%

56,1%

percentage doorgedecentraliseerd VO *

99,2%

99,7%

100,0%

percentage niet-doorgedecentraliseerd PO

13,5%

13,1%

12,0%

percentage niet-doorgedecentraliseerd SO

48,3%

46,8%

43,9%

percentage niet-doorgedecentraliseerd VO

0,8%

0,3%

0,0%

* Percentage ligt in 2017 en 2018 en 2019 lager ivm afspraak max. 150 LL DDC op het Pontem College

Tabel 3: Percentage wel / niet doorgedecentraliseerde leerlingen per sector PO, SO en VO

10

4.2 Prognoses In de periode tot 2018-2020 is het totale leerlingenaantal in het PO met ruim 12.000 leerlingen nagenoeg gelijk gebleven. Voor het PO in Nijmegen Noord laten de prognoses zien dat het totale leerlingaantal in Nijmegen (DDC en niet-DDC) de komende jaren flink zal toenemen. Tot 2025 wordt een groei van zo’n 5% voorzien ten opzichte van 2019. Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen scholen. Voor het merendeel van de scholen in het PO zien we een daling van het aantal leerlingen. In bepaalde delen van de stad zien we daarentegen juist een flinke groei: in Nijmegen-Noord en het Waalfront. Per saldo neemt het leerlingenaantal daardoor toe. In het VO heeft de daling van het totale leerlingenaantal, die sinds 2016 is ingezet, zich ook in de jaren 2018-2020 doorgezet. De prognose is dat deze daling zich verder zal doorzetten. Het totaal leerlingenaantal VO laat in 2025 een daling ten opzichte van 2019 zien van circa 9%. We voorzien in het VO aanzienlijke verschillen per school in de verwachte ontwikkeling van de leerlingaantallen. Op sommige VO-scholen zal, volgens de prognose, het aantal leerlingen bovengemiddeld dalen. Deze daling is vooral het gevolg van een forse krimp van leerlingen uit de regiogemeenten. In het SO zien we in 2018 en 2019 een stabilisatie van het aantal leerlingen, terwijl in 2020 een toename te zien is.

Voor het SO zijn geen prognoses beschikbaar aangezien dit zich lastig laat voorspellen. In bijlagen B en C van deze monitor staat uitgebreide informatie over de verwachte ontwikkeling van de leerlingaantallen per school tot 2025. De prognoses zijn gebaseerd op de cijfers die de onderwijsbesturen onder eigen verantwoordelijk laten opstellen: voor het PO door Pronexus (versie juli 2019) en voor het VO door KBA (versie mei 2019). Voor leerlingen in het PO in de Waalsprong wordt uitgegaan van prognoses van de gemeente op basis van de woningbouwontwikkeling en geboortecijfers, omdat deze cijfers voor de Waalsprong het meest betrouwbare toekomstbeeld opleveren. In bijlage D van deze monitor staan de cijfers voor het SO vermeld. 4.3 Overcapaciteit Over het algemeen anticiperen schoolbesturen op de verwachte krimp in de bestaande stad door bij vervangende nieuwbouw minder lokalen terug te bouwen. Ook is op een aantal plaatsen het aantal lokalen verminderd door de sloop van noodlokalen. Daar waar er op dit moment sprake is van leegstand van lokalen is, leidt dit niet tot financiële problemen. Eventuele (tijdelijke) overcapaciteit aan lokalen wordt door de besturen op verschillende manier ingezet, zoals verhuur aan kinderopvangorganisaties of andere aan onderwijs gelieerde instanties.

5. Relevante wijzigingen met betrekking tot onderwijshuisvesting. 5.1 Wetsvoorstel Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Op 19 mei 2020 stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel MRvNS. Het wetsvoorstel behelst ook ministeriële regelingen waarin in detail wordt gesproken over bijvoorbeeld de stichtingsprocedure, nevenvestigingen, het RPO, verzelfstandiging, belangstellingsmeting enzovoorts. Iedereen is in Nederland vrij om een school op te richten. De nieuwe wet MRvNS biedt nieuwe initiatieven de mogelijkheid op bekostiging door de overheid. Dan moeten zij onder meer aantoonbaar voldoende interesse van ouders en leerlingen hebben. Het kabinet wil zo het aanbod van scholen beter laten aansluiten bij de wensen van ouders en leerlingen. De wet treedt in werking op: 1 november 2020 voor het voortgezet onderwijs 1 februari 2021 voor het basisonderwijs Iemand die een nieuwe school wil starten kan dit vanaf 1 juni 2021: dan begint de startprocedure.

11

Een nieuwe school valt niet gelijk onder de doordecentralisatie-afspraken. De zorgplicht onderwijshuisvesting ligt in eerste instantie bij de gemeente. De gemeente en de nieuwe school kunnen overeenkomen om ook tot doordecentralisatie over te gaan. 5.2 Verhoging VNG-norm in 2019 met 40%. Landelijk onderzoek naar de discrepantie tussen de VNG-normen en de werkelijke bouwkosten in 2018 hebben geleid tot het voorstel om de VNG-normen per 2019 met 40% extra te verhogen om te kunnen bouwen conform geldende vereisten op basis van het Bouwbesluit. Vooralsnog komen er geen extra financiële middelen vanuit de Rijksoverheid beschikbaar via het gemeentefonds. De voorgestelde verhoging van 40% moet uit het accres van het gemeentefonds komen. Toekomstige eisen op het terrein van BENG (ingangsdatum 1-1-2021; Bijna Energie Neutrale Gebouwen) en gasloos bouwen zijn niet in deze 40% verhoging inbegrepen. Als gevolg van invoering van BENG zullen de VNG-normen per 2021 eenmalig met 9,6% extra verhoogd zullen worden. Deze stijging van bouwkosten is een punt van zorg bij de doorgedecentraliseerde schoolbesturen. Met name in het PO leidt dit tot onrust, aangezien zij een aanzienlijk deel van hun onderwijshuisvesting nog moeten vernieuwen. 5.3 Aanhoudende aandacht voor kwaliteit en duurzaamheid schoolgebouwen.

Onderwijsbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het binnen- en buitenonderhoud1 van hun schoolgebouw(en). Hiervoor ontvangen zij rechtstreeks vanuit het Rijk financiële middelen. Naast de nieuwbouw- en renovatieprojecten investeren de besturen in duurzaamheid (zonnepanelen/energieprojecten) en in maatregelen op het gebied van licht, lucht en akoestiek. Op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn alle scholen in het PO en VO in Nijmegen in 2018 door de ODRN gecontroleerd op verplichte energiebesparende maatregelen. Het gaat hierbij om maatregelen waarvan de investering binnen 5 jaar wordt terugverdiend. Alle bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh of 25.000 m3 gas verbruiken zijn verplicht deze maatregelen te nemen. Het verduurzamen van bestaande gebouwen door verplicht te nemen energiebesparende maatregelen op grond van het activiteitenbesluit, de gestegen bouwkosten, het gasloos bouwen (per 1 juli 2018 van kracht voor nieuwbouw) en de toekomstig te nemen maatregelen als gevolg van BENG (per 1 januari 2021 van kracht voor nieuwbouw) stelt de schoolbesturen voor flinke (financiële) uitdagingen. Concreet ervaren de onderwijsbesturen ook in deze periode dat ze door stijgende bouwprijzen minder kunnen doen met iedere euro.

Zodoende hebben de schoolbesturen in het kader van deze monitor wederom hun zorgen geuit over de benodigde investeringen in hun schoolgebouwen en genoemde verduurzaming. Zij voorzien dat de beschikbare middelen vanuit het Rijk en middelen DDC van invloed zijn op het tempo waarin vernieuwing van de onderwijsgebouwen gerealiseerd kan worden. Het gaat daarbij om zowel (vervangende) nieuwbouw als levensverlengende renovatie. Tegelijkertijd ziet het onderwijs een mooie kans voor een ‘win-win-scenario’ samen met de gemeente, vanwege onder meer het beperkt aantal spelers binnen het PO en VO in Nijmegen die gezamenlijk veel vierkante meters bezitten. Vanwege Covid-19 is er nu ook extra aandacht voor het binnenklimaat en Frisse scholen. Schoolgebouwen dienen te voldoen aan het Bouwbesluit. Op grond van adviezen van de rijksoverheid en het RIVM is een ‘Handreiking coronavirus en het gebruik van ventilatie, verwarming

1 Schoolbesturen in het PO ontvangen sinds 1 januari 2015 rechtstreeks vanuit Het Rijk middelen voor buitenonderhoud.

Het VO ontvangt deze middelen al sinds 2005 rechtstreeks.

12

en koeling op scholen voor het funderend onderwijs (PO, SO en VO)’ opgesteld. Schoolbesturen verwachten dat dit impact op schoolgebouwen zal hebben in de komende jaren. De minister heeft aangekondigd met een bijdrage te komen voor het verbeteren van de ventilatie in scholen. Deze rijksbijdrage van € 360 miljoen betreft een cofinanciering van 30% in de kosten. De overige 70% financiering moet komen van de eigenaren van de schoolgebouwen, door doordecentralisatie de schoolbesturen. Omdat de aanvraag voor rijksbijdrage via de gemeente dient te worden ingediend, gaan we zo spoedig mogelijk nadat duidelijkheid is over de voorwaarden e.d. met de schoolbesturen in overleg hoe wij gebruik willen maken van deze cofinanciering. Daarnaast zijn in de komende periode nog subsidies te verwachten op het gebied van duurzaamheid. 5.4 Vervallen gewichtenregeling PO. Per 2019 heeft het Rijk de systematiek veranderd ten aanzien van de verdeling van het onderwijsachterstandenbudget voor basisscholen. Daarbij is de huidige gewichtenregeling sinds schooljaar 2019-2020 komen te vervallen. Deze gewichtenregeling is van invloed op de reguliere huisvestingsbehoefte: voor leerlingen met onderwijsachterstanden worden meer middelen voor onderwijs, maar ook meer ruimte qua onderwijshuisvesting toegekend. Door het wegvallen van de gewichtenregeling daalt het bruto vloeroppervlak en dus de financiering.

In samenspraak met het PO zullen de effecten hiervan worden onderzocht en besproken. 5.5 Vervallen aanwijzing LWOO In het VO speelt een vergelijkbaar issue: daar bestaat sinds enige tijd geen aanwijzing voor LeerWeg Ondersteunend Onderwijs (LWOO) meer in Bron/DUO. In samenspraak met het VO zullen de effecten op de onderwijshuisvesting hiervan worden onderzocht en besproken om vervolgens tot een werkbare oplossing te komen met betrekking tot deze (voormalige) LWOO leerlingen.

6. Ontwikkeling rente en gemeentegarantie 6.1 Ontwikkeling rente Bij de start DDC in 2008 was een rentepercentage van circa 4,5% gangbaar. Bij de herijking zijn afspraken gemaakt over de mogelijkheid tot schatkistbankieren: de onderwijsbesturen kunnen gemeentegarantie krijgen voor de financiering van de investeringen in de huisvesting, waardoor zij tegen een lagere rente (onder de marktwaarde) kunnen lenen. Als gevolg daarvan zien we dat het rentepercentage van de opgenomen nieuwe leningen van de onderwijsbesturen ten behoeve van investeringen in hun onderwijsgebouwen in de jaren 2016 en daarna fors verder is gedaald. Zo zijn de meest recente leningen afgesloten tegen minder dan 1%. Daar staat tegenover dat de renteopbrengsten van de liquide middelen bij de besturen ook lager zijn. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de rentestand bij schatkistbankieren vanaf 2016 weergegeven. Na een kortstondige daling in 2016 is deze rentestand tot eind 2018 op nagenoeg eenzelfde niveau gebleven. Vanaf eind 2018 is een neerwaartse tendens ingezet.

13

Grafiek 7: Ontwikkeling rentestand schatkistbankieren. Bron: Agentschap van de Generale Thesaurie.

6.2 Gemeentegarantie ten behoeve van het schatkistbankieren voor de schoolbesturen De schoolbesturen zijn in de loop van 2014 geconfronteerd met een beleidswijziging van de rijksoverheid, waardoor ze niet meer op basis van hypothecaire zekerheid kunnen lenen bij de Staat der Nederlanden (schatkistbankieren). Onderdeel van de nieuwe afspraken in de herijkte geconsolideerde DDC-overeenkomst van november 2016 is dat de gemeente onder stringente voorwaarden bereid is voor 100% garant te staan voor de leningen van de schoolbesturen. Het gaat hierbij om leningen ten behoeve van investeringen in onderwijshuisvesting, waardoor schoolbesturen kunnen profiteren van het lagere rentetarief voor schatkistbankieren. Vanwege dit gunstige rentetarief is hier door de schoolbesturen veel gebruik van gemaakt. In totaal stond de gemeente Nijmegen per 31-12-2018 en 31-12-2019 garant voor een hypothecaire restschuld van zo’n € 37 miljoen. Vanwege een aantal grote nieuwbouwprojecten en oversluiten van oude hypotheekleningen komt daar in 2020 zo’n € 15,7 miljoen bij en in 2021 ca. € 16 miljoen. Tegelijkertijd zal op de € 37 miljoen een gedeelte worden afgelost. Het risico van deze garantstellingen wordt ingeschat als zeer beperkt omdat schoolbesturen hun jaarcijfers dienen te laten toetsen door externe accountants.

De Gemeente Nijmegen ontvangt deze jaarcijfers ook en de Onderwijsinspectie houdt vinger aan de pols.

7. Ontwikkeling WOZ-waarden van de schoollocaties De ontwikkeling van de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) van de schoollocaties is relevant omdat deze waarde een pijler is onder het financieringsmodel van de doordecentralisatie voor de onderwijsbesturen. Zij kunnen de schoollocaties na buitengebruikstelling voor het onderwijs tegen de actuele WOZ-waarde (opbrengst voor schoolbesturen) terug leveren aan de gemeente. De WOZ-waarde voor scholen is geen marktwaarde, maar een gecorrigeerde vervangingswaarde (herbouwwaarde). De ontwikkeling in de WOZ-waarde is voor de besturen ook relevant voor de hoogte van de jaarlijkse OZB-aanslag.

14

Onderstaande tabel laat een flinke stijging van de WOZ-waarde zien. De verschillende nieuwbouwen renovatieprojecten in de afgelopen 13 jaar zijn een belangrijke reden van deze stijging. Naast deze nieuwbouw en renovatie is de WOZ-waarde ook toegenomen door een koppeling met de gestegen bouwkosten (marktontwikkelingen) en de daarmee samenhangende herbouwwaarde. Naast de WOZ-waarde is ook het OZB-tarief van invloed op de OZB-aanslag. Meerdere schoolbesturen merken op dat deze OZB-aanslag een steeds groter deel van hun DDCmiddelen vergt. Uit het overzicht kan worden afgeleid dat met name het VO een aanzienlijk deel van haar locaties heeft vernieuwd of gerenoveerd. In het overzicht is de WOZ-waarde per bestuur, per sector en als totaal weergegeven. Voor een overzicht van de afzonderlijke WOZ-waarden wordt verwezen naar bijlage F.

Bestuur Josephscholen Klokkenberg Conexus Pallas RK Onderwijs Lent Sector PO Onderwijs Punt Speciaal Kentalis Entrea Sector SO Alliantie Rijk van Nijmegen Pro College Voort. Montessori Onderwijs Voort. Vrijeschool Onderwijs Sector VO

2008 2018 2019 2020 16.418.000 22.002.000 24.872.000 25.475.000 1.349.000 2.073.000 2.152.000 2.174.000 42.803.000 51.690.000 55.040.000 55.606.000 1.200.000 2.191.000 2.297.000 2.309.000 1.272.000 4.881.000 5.100.000 5.022.000 63.042.000 82.837.000 89.461.000 90.586.000 1.138.000 4.224.000 4.466.000 4.395.000 3.441.000 3.587.000 3.640.000 3.782.000 747.000 1.620.000 1.650.000 1.658.000 5.326.000 9.431.000 9.756.000 9.835.000 30.661.000 57.409.000 59.621.000 59.344.000 27.408.000 39.482.000 54.775.000 51.985.000 2.532.000 7.244.000 7.601.000 7.491.000 3.043.000 25.025.000 25.874.000 25.491.000 2.864.000 4.100.000 4.218.000 4.303.000 66.508.000 133.260.000 152.089.000 148.614.000

Totaal alle sectoren

134.876.000 225.528.000 251.306.000 249.035.000

Tabel 4: WOZ-waarden per bestuur, per sector en totaal. NB1. Entrea: exclusief locatie Entrea jeugdzorg; NB2. Gehanteerde WOZ-waarde S.S.G.N. in 2020 fictief gebaseerd de WOZ-waarde in 2019. NB3. Ontbrekend WOZ-waarden in 2020: BS De Uitdaging, BS De Boomgaard en BS Octaaf (Kindcentrum Toon). Alle drie wel in gebruik in 2020 maar nog geen taxatie. NB 4. Niet opgenomen in bijlage F: VMBO Citadel College: nieuwbouw gereed eind 2020; ingebruikname per januari 2021.

8. Aankoop en verkoop onderwijslocaties Bij de herijking van de DDC-overeenkomst is de ambitie om vervangende nieuwbouw te realiseren op nieuwe locaties naar beneden bijgesteld van 70% naar 55%. Hiermee wordt het financiële risico voor de gemeente vanwege de aankoopplicht/terugnameplicht van schoollocatie gedempt. Vanuit het langjarig perspectief van de DDC-overeenkomst, zijn er zonder twijfel ‘ups & downs’ te verwachten in de afgesproken periode van 40 jaar. Zo was er een aantal jaren geleden sprake van een kredietcrisis en was het voor de gemeente lastig om terug geleverde onderwijspanden te herontwikkelen. Inmiddels is deze situatie volledig veranderd. Gemeente en onderwijsbesturen zullen jaarlijks in overleg treden over de huisvestingsplannen voor de komende jaren. Met het oog op deze ontwikkeling verwijzen we naar bijlage G met daarin een

15

overzicht van de voorgenomen aankoop en verkoop van onderwijslocaties sinds de start van de DDCovereenkomst.

9. Ontwikkeling Gemeentefonds De middelen voor onderwijshuisvesting in het Gemeentefonds zijn door de Raad in zijn geheel bestemd voor onderwijshuisvesting. De jaarlijks uit te keren DDC-vergoeding aan de schoolbesturen maakt hiervan onderdeel uit. Deze middelen worden jaarlijks geïndexeerd en alle geoormerkte toevoegingen / onttrekkingen voor onderwijshuisvesting vanuit het Rijk worden verwerkt. Zo is de uitkering voor onderwijshuisvesting met ingang van 1 januari 2015 gekort in verband met overheveling van het buitenonderhoud naar de PO-besturen. Dit deel van de vroegere DDCvergoeding ontvangen de PO-besturen vanaf die datum via de Rijksbekostiging. In 2019 zijn de VNG-normen eenmalig met 40% verhoogd om te kunnen bouwen conform geldende vereisten op basis van het Bouwbesluit. Voor 2021 worden de VNG-normen eenmalig verhoogd met 9,6% als gevolg van de invoering van BENG per 1 januari 2021. Vooralsnog zijn er geen extra financiële middelen vanuit de Rijksoverheid beschikbaar gesteld via het gemeentefonds. De verhoging van 40% en 9,6% moet uit het accres van het gemeentefonds komen. Er heeft geen aanpassing van de DDC-vergoeding plaatsgevonden als gevolg van de gestegen bouwkosten.

10. Ontwikkeling indexering DDC-vergoeding t.o.v. indexering van de bouwkosten nieuwbouw onderwijs en VNG normvergoeding nieuwbouw In artikel 7 lid 6 van de DDC-overeenkomst is geregeld dat de uitkering aan de schoolbesturen jaarlijks wordt geïndexeerd op basis van de CBS-index voor de gezinsconsumptie voor alle huishoudens (exclusief belasting). In onderstaande tabel 5 laten wij zien hoe de indexering van de DDC-vergoeding zich heeft ontwikkeld ten opzichte van de indexering van de bouwkosten nieuwbouw scholenbouw (BDB cijfers) en de VNG normvergoeding voor nieuwbouw en uitbreiding. De gemiddelde stijging (per jaar) van de bouwkosten voor de nieuwbouw van scholen ligt hoger dan de gemiddelde stijging van de DDC-vergoeding. De VNG-normvergoeding is gemiddeld meer gestegen dan de bouwkosten en de DDC-vergoeding. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de eenmalige extra verhoging van 40% in 2019. Uit onderzoek naar kostenoverschrijding bij nieuwbouwprojecten van scholen is gebleken dat de kostprijs aanzienlijk hoger ligt dan de genormeerde kostenberekening op grond van het VNG-model als gevolg van het aantrekken van de bouwmarkt en extra wensen/ambities ten opzichte van de eisen op basis van het Bouwbesluit en eisen met betrekking tot binnenklimaat en milieu.

Om die reden is deze VNG-normvergoeding in 2019 eenmalig met 40% extra verhoogd om te kunnen bouwen conform geldende vereisten op basis van het Bouwbesluit. Als gevolg van BENG zal de VNG-norm per 2021 eenmalig extra worden verhoogd met 9,6%. Indexering

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

DDC vergoeding Bouwkosten BDB Nieuwbouw VNG

1,5% 5,5% 3,7%

2,5% 2,0% 6,9%

0,4% 1,4% 2,3% 2,0% 0,9% 0,7% 1,8% 3,1% 2,1% 2,3% 0,7% 0,6% 0,4% -6,6% -2,3% -1,0% -6,6% -3,1%

2016

2017

0,4% 0,4% 1,5% 2,2% 2,2% -3,6%

2019

2020

Gemiddeld per jaar

1,3% 1,7% 2,6% 1,9% 8,6% 46,6%

1,7% 0,9% 6,1%

1,3% 2,1% 3,9%

2018

Tabel 5: overzicht index DDC-vergoeding, Bouwkosten BDB en VNG normvergoeding. NB¹ In 2019 is de VNG-normvergoeding eenmalig extra verhoogd met 40% NB² Het cijfer 0,9% bij bouwkosten BDB in 2020 betreft het gemiddelde over de eerste 9 maanden van 2020.

16

11. Samenvatting en conclusies Algemeen 11.1 nieuwbouw en renovatie Bij de start van de doordecentralisatie is tot doel gesteld alle schoolgebouwen in een periode van 40 jaar te vernieuwen. Bij de herijking in 2016 is afgesproken dit te realiseren door 55% nieuwbouw op nieuwe locaties en 45% nieuwbouw/renovatie op bestaande locaties. De doordecentralisatie is zonder enige twijfel een succes te noemen. In de periode 202018-2020 zijn weer flinke stappen gezet in de realisatie van de lange termijndoelstelling qua nieuwbouw en renovatie. Als we de bouwactiviteiten van alle doorgedecentraliseerde scholen gezamenlijk beschouwen, dan ligt de vernieuwing van de onderwijshuisvesting ruim voor op het overeengekomen schema: in de periode tot en met 2020 is bijna 60% van het totale bruto vloeroppervlak bij start DDC vernieuwd. Wel zijn nog altijd behoorlijke verschillen te zien tussen de onderwijssectoren PO, SO en VO. Duidelijk is dat de vernieuwing in het VO meer voor ligt op het overeengekomen schema dan in het PO. Indien de voorgenomen nieuwbouw en/of renovatie tot en met 2024 conform planning worden gerealiseerd, dan betekent dit dat na 17 jaar (42% van de periode) doordecentralisatie ruim 67% van het totale bruto vloeroppervlak bij de start DDC is vernieuwd.

11.2 Aandeel doorgedecentraliseerde leerlingen Het aandeel leerlingen op doorgedecentraliseerde scholen is de in de jaren 2018-2020 in absolute aantallen iets afgenomen. Met name vanwege iets sterkere krimp (globaal -/- 800) in het VO dan groei in het PO en SO (samen globaal + 300). In relatieve zin is het aandeel doorgedecentraliseerde leerlingen met ongeveer een procent toegenomen tot 92,8%. Met de doordecentralisatie van de basisscholen De Uitdaging, De Boomgaard en De Verbinding en de andere nog te realiseren en door te decentraliseren basisscho(o)l(en) in Nijmegen Noord is het te verwachten dat het aandeel DDC verder zal stijgen. Financiën 11.3 Financiële verantwoording Om een goede vergelijking te kunnen maken, is bij de herijking van de DDC-overeenkomst afgesproken dat de besturen in het kader van de monitoring gebruik maken van een uniform format voor de verantwoording van de ontvangen DDC- vergoeding. Een goede interpretatie van de besteding qua middelen voor onderwijshuisvesting blijft evenwel lastig. De verantwoording over enig jaar laat slechts een momentopname zien van de uitgaven in een langjarige termijnplanning van nieuwbouw, levensverlengend onderhoud en renovatie. De vergoeding wordt ook aangewend voor investeringen in de verbetering van het binnenklimaat, energieverbruik en duurzaamheid.

Geconcludeerd kan worden dat het tempo qua vernieuwing van de onderwijshuisvesting zich ook vertaalt in een toename van de kapitaallasten. Duidelijk is dat het VO minder middelen toevoegt aan de bestemmingsreserve huisvesting dan de andere sectoren, aangezien een groter deel van de DDCmiddelen nodig is ter dekking van de gestegen kapitaallasten door vele nieuwbouwprojecten. Hoewel ook bij het PO de kapitaallasten toenemen vanwege de gerealiseerde nieuwbouw van scholen, zijn bij het PO de kapitaallasten lager en is in 2018 het deel bestemmingsreserve huisvesting juist groter. Ook bij het SO is het aandeel bestemmingsreserve huisvesting groter dan het VO. 11.4 Renteontwikkeling is gunstig Het rentepercentage van leningen van de onderwijsbesturen ten behoeve van investeringen in hun onderwijsgebouwen is in de afgelopen jaren flink gedaald.

17

Bij de start DDC in 2008 was een rentepercentage van circa 4,5% gangbaar. Door de mogelijkheid tot schatkistbankieren en gemeentegarantie voor de financiering van investeringen in de huisvesting, kunnen schoolbesturen tegen een lagere rente (onder de marktwaarde) lenen. Zo zijn er in 2017 en daarna leningen met een looptijd van 30 jaar afgesloten tegen zo’n 1% of nog iets lager. Daar staat tegenover dat de renteopbrengsten van de liquide middelen bij de besturen ook lager of zelfs negatief zijn. Ontwikkelingen 11.5 Ontwikkeling leerlingaantallen en overcapaciteit In het PO zijn niet alle leerlingen doorgedecentraliseerd: in 2018 ging het om 13,5% van de leerlingen en in 2020 om 12%. Ten opzichte van de start DDC is het aantal DDC-leerlingen in het PO iets lager, met name vanwege BS De Oversteek en Het Talent in Nijmegen Noord. Vanaf 2014 is een licht stijgende lijn te zien die zich in de periode 2018-2020 heeft doorgezet. Uit de prognoses blijkt dat het totale leerlingaantal in het PO in Nijmegen de komende jaren flink zal toenemen. Tot 2025 wordt een toename van zo’n 5% voorzien ten opzichte van 2019. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de groei in Nijmegen Noord. Mede hierdoor zijn er aanzienlijke verschillen qua ontwikkeling tussen scholen in het PO. In het VO zijn alle leerlingen doorgedecentraliseerd. Tot en met 2016 is dit aantal iets gestegen.

Daarna laten de cijfers een lichte daling zien. Deze daling heeft zich ook in de jaren 2018-2020 doorgezet en ook verdere prognoses laten dat beeld zien. Het totaal leerlingenaantal in het VO ligt in 2025 naar verwachting zo’n 9% lager dan in 2019. Op sommige VO-scholen zal, volgens de prognose, het aantal leerlingen bovengemiddeld dalen. Deze daling in het VO is vooral het gevolg van een forse krimp van het aantal leerlingen uit de regiogemeenten. In het SO is ruim de helft van de leerlingen doorgedecentraliseerd. In absolute aantallen is met name in 2020 een toename te zien. Bij de nieuwbouw en renovatie houden de onderwijsbesturen rekening met een daling van het aantal leerlingen in delen van de stad of in bepaalde onderwijssectoren. Ook wordt leegstand ingezet voor het huisvesten van de eigen organisatie of wordt deze verhuurd aan onderwijs gerelateerde instanties. Hiermee worden overcapaciteit en eventuele financieel nadelige effecten voorkomen.

11.6 Ontwikkeling DDC-vergoeding en bouwkosten De totale DDC-vergoeding is in de jaren 2018-2020 licht afgenomen tot net geen € 14,5 miljoen vanwege een dalend totaal aantal leerlingen DDC en daarmee gepaard gaand afgenomen normatief bruto vloeroppervlak. Landelijk onderzoek naar de discrepantie tussen de VNG-normen en de werkelijke bouwkosten hebben in 2018 geleid tot het voorstel om de VNG-normen per 2019 met 40% te verhogen om te kunnen bouwen conform geldende vereisten op basis van het Bouwbesluit. Vooralsnog komen er geen extra financiële middelen vanuit de Rijksoverheid beschikbaar via het gemeentefonds. De voorgestelde verhoging van 40% moet daarmee uit het accres van het gemeentefonds komen. Toekomstige eisen op het terrein van BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen; per 1 januari 2021) en het gasloos bouwen zijn niet bij deze 40% verhoging inbegrepen. Als gevolg van BENG zal de VNG-norm per 2021 eenmalig extra worden verhoogd met 9,6%. Er heeft geen aanpassing van de DDC-vergoeding plaatsgevonden als gevolg van de gestegen bouwkosten. Deze stijging van bouwkosten is een punt van zorg bij de doorgedecentraliseerde schoolbesturen. Een aantal schoolbesturen geeft aan dat dit uiteindelijk kan gaan doorwerken in de mogelijkheden en het investeringstempo met betrekking tot nieuwbouw en renovatie.

18

11.7 Investeringen in de kwaliteit en verduurzaming van schoolgebouwen Onderwijsbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het binnen- en buitenonderhoud van hun schoolgebouw(en). Met de doordecentralisatie zijn de middelen voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing in één hand gebracht. Het verduurzamen van bestaande gebouwen op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en te nemen maatregelen als gevolg van BENG per 1 januari 2021 en het gasloos bouwen stelt de schoolbesturen nog altijd voor flinke (financiële) uitdagingen. Concreet ervaren de onderwijsbesturen dat ze door stijgende bouwprijzen minder kunnen doen met iedere euro. Zodoende hebben de schoolbesturen in het kader van de monitor 2020 wederom hun zorgen geuit over de benodigde investeringen in hun schoolgebouwen en genoemde verduurzaming. Hoewel de wil en de ambitie om te verduurzamen bestaat bij de schoolbesturen, voorzien zij dat de beschikbare middelen vanuit het Rijk en middelen DDC van invloed zijn op het tempo waarin vernieuwing van de onderwijsgebouwen gerealiseerd kan worden. Tegelijkertijd ziet het onderwijs een mooie kans voor een ‘win-win-scenario’. Vanwege Covid-19 is er nu ook extra aandacht voor het binnenklimaat en Frisse scholen2. Schoolbesturen verwachten dat dit impact op schoolgebouwen zal hebben in de komende jaren.

11.8 WOZ-waarde scholen De ontwikkeling van de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) van de schoollocaties is relevant omdat deze waarde een pijler is onder het financieringsmodel van de doordecentralisatie voor de onderwijsbesturen. Zij kunnen de schoollocaties na buitengebruikstelling voor het onderwijs tegen de actuele WOZ-waarde terug leveren aan de gemeente. De ontwikkeling in de WOZ-waarde is voor de besturen ook relevant voor de hoogte van de jaarlijkse OZB-aanslag. Als gevolg van de vernieuwing en renovatie van diverse onderwijslocaties, is de totale WOZ-waarde inmiddels in iedere onderwijssector flink toegenomen. Deze gestegen WOZ-waarde leidt in combinatie met het OZBtarief tot hogere OZB-aanslagen voor de besturen. Meerdere schoolbesturen merken op dat de OZBaanslag een steeds groter deel van hun DDC-middelen vergt.

Conclusies De doordecentralisatie en de samenwerking tussen de schoolbesturen en de Gemeente Nijmegen is een groot succes. In de afgelopen jaren is al veel gerealiseerd van de afgesproken ambities. Gelet op de financieringssystematiek van de gemeente en de gemiddelde ouderdom van schoolgebouwen zou het voor de gemeente onmogelijk zijn geweest dezelfde investeringen in nieuwbouw en renovatie te realiseren als de schoolbesturen nu waarmaken. Daarmee ligt de beoogde doelstelling om in een periode van 40 jaar tussen 2008 en 2048 alle onderwijsgebouwen te vernieuwen goed op koers:   

per eind 2020, dus na 13 jaar looptijd van de DDC-overeenkomst, is ruim 60% van het totale bruto vloeroppervlak bij de start DDC daadwerkelijk vernieuwd; per sector zijn behoorlijke verschillen zichtbaar: zo heeft eind 2020 het VO 76,2% van het bvo vernieuwd. In het PO ligt dit op 36,7% en in het SO op 35,8%. indien de huidige plannen worden uitgevoerd conform prognose zal na 17 jaar ruim 67% vernieuwd zijn.

2

De minister heeft aangekondigd met een bijdrage te komen voor het verbeteren van de ventilatie in scholen. Deze rijksbijdrage van € 360 miljoen betreft een cofinanciering van 30% in de kosten. De overige 70% financiering moet komen van de eigenaren van de schoolgebouwen, door doordecentralisatie de schoolbesturen. Omdat de aanvraag voor rijksbijdrage via de gemeente dient te worden ingediend, gaan we zo spoedig mogelijk nadat duidelijkheid is over de voorwaarden e.d. met de schoolbesturen in overleg hoe wij gebruik willen maken van deze cofinanciering. Daarnaast zijn in de komende periode nog subsidies te verwachten op het gebied van duurzaamheid.

19

Deze vernieuwing sluit aan bij wat partijen, schoolbesturen en Gemeente Nijmegen, bij de start van de doordecentralisatie gezamenlijk voor ogen hadden. Deze vernieuwing zorgt voor:  Een stijging van de WOZ-waarden van de schoolgebouwen: deze zijn in de afgelopen jaren fors toegenomen, van circa € 135 miljoen in 2008 naar zo’n € 250 miljoen in 2020 (enkele recente nieuwbouwprojecten niet meegerekend vanwege nog ontbrekende WOZ-waarde).  Een toename van het aandeel van de kapitaallasten: ongeveer de helft van de totale DDCvergoeding gaat naar deze kapitaallasten. In lijn met de vernieuwing ligt ook in deze monitor het aandeel kapitaallasten in het VO hoger en in het PO wat lager. Het SO zit hier tussenin. Voor de toekomstige vernieuwing is over de jaren 2018 en 2019 gemiddeld zo’n 20% van de middelen DDC toegevoegd aan de bestemming reserve onderwijshuisvesting.  Een afname van het aantal onderwijslocaties sinds de start van de DDC in 2008 van 71 naar 69. Dit is inclusief 6 nieuw gestichte scholen in de Waalsprong3. Per saldo is het aantal afgestoten locaties in de bestaande stad (onder andere vanwege samenvoegingen met het oog op krimp) groter dan het aantal nieuwe locaties (onder andere vanwege de groei in Nijmegen Noord).  Een toename van het totaal aantal vierkante meters onderwijshuisvesting met zo’n 6% tot ruim 220.000m2 BVO.

Hierbij is rekening gehouden met een tweetal locaties die feitelijk reeds door nieuwbouw zijn vervangen. Deze toename is vooral toe te schrijven aan de stijging van het totaal aantal leerlingen sinds de start DDC.  Een toename van de totale omvang aan garantstellingen. Vanzelfsprekend zijn er aandachtspunten. In bijlage A zijn de aandachtspunten weergegeven die in ieder geval worden meegenomen naar de komende evaluatie DDC en convenant prestatieafspraken. De eindconclusie is dat de betrokken partijen de doordecentralisatie als positief ervaren.

3

Vanaf de start DDC zijn in de Waalsprong toegevoegd: De Verwondering, De Uitdaging, De Windroos, De Boomgaard, Citadel College locatie Griftdijk en Citadel College locatie Dijkstraat. Per 2022 komt daar bij: De Verbinding. NB. Niet meegerekend zijn: Geldershof (reeds DDC bij start) en de scholen De Oversteek en Het Talent (deze twee zijn niet DDC)

20

12 Ter informatie zijn 9 bijlagen met relevante informatie toegevoegd A. B. C. D. E. F. G. H. I.

Aandachtspunten evaluatie DDC en convenant prestatieafspraken Leerlingaantallen PO Leerlingaantallen VO Leerlingaantallen SO Voortgang nieuwbouw en renovatie (overzichten: E.1 – E.5) WOZ-waarden Overzicht aan- en verkoop onderwijslocaties Vragenformulier schoolbesturen Format financiële verantwoording DDC-vergoeding

21

Bijlage A: Aandachtspunten evaluatie DDC en convenant prestatieafspraken 2020 Voor de komende evaluatie zien de betrokken partijen onder meer de volgende aandachtspunten:  Door het aantrekken van de economie in combinatie met het aanscherpen van de eisen op het gebied van duurzaamheid (binnenklimaat, BENG en gasloos) zijn de bouwkosten fors gestegen.  Er zijn geen middelen vanuit het Rijk toegevoegd aan het Gemeentefonds met het oog op deze gestegen bouwkosten. Zodoende is de overeengekomen DDC-vergoeding niet aangepast.  Schoolbesturen geven aan dat ze voor iedere euro minder kunnen realiseren en dat dit van invloed kan zijn op het tempo qua vernieuwing; het netto investeringspotentieel om te kunnen vernieuwen en verduurzamen neemt af.  De schoolbesturen willen graag in overleg met Gemeente Nijmegen op welke wijze gezamenlijk de ambities op duurzaamheidsgebied kunnen worden bereikt.  Extra aandacht voor ventilatie in scholen als gevolg van Covid-19.  De OZB-aanslag vergt een steeds groter deel van de DDC-vergoeding. In combinatie met de gestegen exploitatielasten krijgen een aantal scholen/besturen hun exploitatie niet rond en gaat er onderwijsgeld naar stenen.  Een tweetal besturen geeft als knelpunt dat men (te veel) oude, soms monumentale, panden in gebruik heeft.

Voor aanpassing naar de geldende regelgeving en duurzaamheidseisen wordt men voor dit soort panden niet gecompenseerd.  Door de afschaffing van de gewichtenregeling in het PO en het wegvallen van de aanduiding LWOO is afstemming nodig hoe hier invulling aan te geven.  Nieuwe onderwijsconcepten vergen meer m2 dan traditionele klassikale werkvormen.  Onderhoudsconditie van terug te leveren schoolgebouwen aan de gemeente is nu niet hoog. Aandacht voor de conditiescore voor panden die hergebruikt zullen worden.  In de doordecentralisatie-overeenkomst zijn doelpercentages afgesproken voor nieuwbouw op nieuwe locaties (55%) en nieuwbouw of renovatie op bestaande locaties (45%) voor het geheel van de sectoren PO-SO-VO. Gezien de toenemende vraag naar woningen, de stedelijke verdichting en leefbaarheid/hindercirkels wordt het leveren van geschikte kavels in toenemende mate steeds lastiger. Zodoende is vanuit gemeentelijk oogpunt wenselijk het doelpercentage van 55% omlaag bij te stellen.  Toekomstbestendig maken Convenant Prestatieafspraken. Te denken valt aan: het huidige beleid van een PO-school per wijk aanpassen naar ‘kinderen zoveel mogelijk dicht bij huis naar een PO-school’, behoudt van diversiteit van het onderwijsaanbod binnen Nijmegen.  Financieel risico Planexploitatie Onderwijshuisvesting gemeente Nijmegen (terugkoop tegen WOZ-waarde vs. herontwikkelingsopbrengst).

 Borgen gezonde mix van terug te leveren locaties.  Borgen kwaliteit VSO.

22

Bijlage B: Ontwikkeling leerlingaantallen in het PO Leerlingenaantallen in 2018, 2019 en 2020 en prognose voor 2025 Vergoedingsjaar Teldatum Bs Nicolaasschool Bs Brakkenstein Bs Montessori Dukenburg Bs Aquamarijn Bs De Klokkenberg Bs Pr Clausschool Bs Nutsschool Lankforst Bs De Geldershof * Vrije bs Meander Bs De Luithorst PC bs Pr. Maurits Bs Michiel de Ruyter Bs De Lindenhoeve Bs De Kampus Bs De Zonnewende Bs De Dukendonck Bs Montessori Lindenholt Bs De Bloemberg Bs de Hazesprong Bs De Buut Bs Lanteerne Bs Kleurrijk Bs Sterredans Bs Montessorischool Bs De Wingerd Bs Klein Heijendaal Bs Petrus Canisius Bs De Driemaster Bs de Kleine Wereld Bs De Wieken Kindcentrum Toon Bs de Akker Bs Daltonschool De Meiboom Bs Aldenhove Bs De Klumpert Bs De Vossenburcht Bs NSV2 Bs De Muze Bs Hidaya Bs De Oversteek * Bs Het Talent * Bs De Verwondering * Bs De Uitdaging * Bs De Verbinding * Bs De Boomgaard * Bs Hof van Holland Centrum * Bs Zuiderveld * totaal

2018

2019

2020

2025

1-10-2017 287 293 243 193 195 360 201 393 450 271 212 164 118 94 138 276 194 225 505 180 647 216 304 237 346 469 200 174 183 224 274 397 159 137 156 156 429 299 203 825 588 438 81

1-10-2018 288 288 216 198 198 342 193 403 455 349 223 178 151

1-10-2019 288 288 187 209 211 350 189 413 452 344 227 193 162

1-10-2024 272 278 209 235 183 330 189 434 439 310 196 182 135

144 291 200 107 511 172 636 219 325 224 357 469 203 170 179 221 268 409 162 127 177 144 469 293 222 767 607 442 154 58

140 271 209 90 507 180 622 220 342 224 324 454 216 175 177 215 259 390 155 142 173 140 465 254 229 700 580 473 212 86

12.134

12.209

12.137

126 260 187 101 487 149 624 211 302 200 316 451 222 154 157 195 257 353 141 119 156 130 449 239 287 625 578 574 483 264 290 143 244 12.866

Verschil in % 2025 t.o.v. 2019 -6% -3% -3% 19% -8% -4% -2% 8% -4% -11% -12% 2% -11% -13% -11% -6% -6% -5% -13% -2% -4% -7% -11% -11% -4% 9% -9% -12% -12% -4% -14% -13% -6% -12% -10% -4% -18% 29% -19% -5% 30%

5%

Bron: Leerlingaantallen 2018, 2019 en 2020 volgens DUO; prognose aantallen 2025 volgens Pronexus juli 2019 en GREX december 2018 incl. aanpassing in januari 2020 (*GREX incl. aanpassing betreft de scholen in de Waalsprong)

23

Bijlage C: Ontwikkeling leerlingaantallen in het VO Leerlingenaantallen in 2018, 2019 en 2020 en prognose voor 2025

Vergoedingsjaar Teldatum Montessori College, Kwakkenbergweg 27

2019

2020

2025

1-10-2017

1-10-2018

1-10-2019

1-10-2024

1.641

1.161

1.165

1.116

-1%

Montessori College, Kwakkenbergweg 33 Pro College Dennenstraat Karel de Grote College Canisius College Berg en Dalseweg Pontem College Akkerlaan Pontem College Streekweg Het Rijks De Goffert (locatie 4 en 9) Het Rijks Hatertseweg Kandinsky College Malderburchtstraat Kandinsky College Jorismavo NSG Groenewoud Dominicus College Stedelijk Gymnasium SSGN Mondial College Leuvensbroek Mondial College Meeuwse Acker Citadel College Dijkstraat Citadel College Griftdijk Totaal

verschil in % 2025 t.o.v. 2019

2018

510

553

542

meegenomen in Kwakkenbergweg 27

210 830

222 814

237 823

236 797

6% -2%

1.431

1.337

1.234

1.020

-24%

94

61

164

183

89

opgeheven

429 293

419 177

397 53

419 opgeheven

0%

1.465

1.381

1.331

1.119

-19%

170 1.617 1.021 1.350 1.409

184 1.649 972 1.340 1.369

199 1.625 907 1.241 1.363

257 1.729 798 1.179 1.344

40% 5% -18% -12% -2%

1.083

1.055

993

875

-17%

518

463

478

482

4%

428 1.013 15.185

446 1.017 14.666

463 1.004 14.230

441 994 13.348

-1% -2% -9%

Bron: Leerlingaantallen 2018, 2019 en 2020 volgens DUO; prognose aantallen 2025 volgens prognoses KBA mei 2019 aangevuld met Vavo-leerlingen (inschatting)

24

Bijlage D: Ontwikkeling leerlingaantallen in het SBO en (V)SO Leerlingenaantallen in 2010, 2018, 2019 en 2020. Van de leerlingaantallen in het SBO en (V)SO zijn geen prognosecijfers bekend. Vergoedingsjaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=825abce3-f84a-401e-a6ee-b7e27242409e