Mondelinge vragen Besluitronde 8 juni 2022 inzake Theatergroep Kwatta
Tekst van het document
Mondelinge vragen aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen Door: Charlotte Brand (PvdA), Michelle van Doorn (PvdD), Marjolijn Mijling (CDA) en Niek Kraut (VVD) Betreft: Theatergroep Kwatta Nijmegen, 8 juni 2022 Geacht college, Op 7 maart j.l. werd bekend dat Theatergroep Kwatta, na het uitblijven van structurele subsidie van de Provincie Gelderland en de Rijksoverheid besloten had te stoppen. Wat volgde, was een golf van verontwaardiging en steun vanuit onze stad voor dit unieke landelijk en internationaal gelauwerde jeugdtheatergezelschap. Op 25 mei werd een door, inmiddels bijna 2000 Nijmegenaren getekende publiekspetitie ‘Red Kwatta’, aangeboden aan de gemeenteraad. Ook kwam de directie van Kwatta met een reddingsplan en sprak met vrijwel alle Nijmeegse politieke partijen. In dit plan wordt de gemeente een financiële investering gevraagd, de exacte bijdrage is afhankelijk van het al dan niet verkopen van het Badhuis, om het voortbestaan te kunnen borgen. De fracties van PvdA, PvdD en CDA vinden het onvoorstelbaar dat dit belangrijke professionele jeugdtheatergezelschap uit Nijmegen mogelijk verdwijnt. Wij zien graag dat het college zich inzet voor een doorstart en voortbestaan van Kwatta. Juist het betrekken van kinderen en jongeren bij cultuur is van wezenlijk belang. De fracties hebben daarom de volgende vragen aan het college: 1.
Is het college het met ons eens dat het theatergezelschap Kwatta van onschatbare waarde is voor Nijmegen en specifiek voor kinderen en daarom behouden moet blijven? 2. In hoeverre is er overleg tussen het college en de provincie Gelderland en het Rijk om te onderzoeken of Kwatta kan blijven voortbestaan? 3. Hoe kijkt het college naar het onlangs gepresenteerde reddingsplan van de directie van Kwatta en ziet het college hierbij aanknopingspunten om financieel bij te dragen aan het gezelschap? Welke optie, al dan niet verkopen van het Badhuis tegen taxatiewaarde, heeft de voorkeur en ziet het college ook een mogelijkheid om bij te dragen in de vorm van een revolverend fonds?