Milieujaarverslag 2022
Tekst van het document
MILIEUJAARVERSLAG 2022
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1: Energietransitie Paragraaf 1.1 Energiecijfers Paragraaf 1.2 Regionale energietransitie Paragraaf 1.3 Energiebesparing en –transitie bij bedrijven Paragraaf 1.4 Energie besparen in woningen Paragraaf 1.5 Diversen Paragraaf 1.6 Indicatoren Hoofdstuk 2: Klimaatbestendige en groene stad Paragraaf 2.1 Activiteiten en resultaten Paragraaf 2.2 Indicatoren Hoofdstuk 3: Bedrijven en circulaire economie Paragraaf 3.1 Bedrijven Paragraaf 3.2 Circulaire stad Paragraaf 3.3 Afval Paragraaf 3.4 Indicatoren Hoofdstuk 4: Vitale en gezonde stad Paragraaf 4.1 Lucht Paragraaf 4.2 Geluid Paragraaf 4.3 Bodem en ondergrond Paragraaf 4.4 Indicatoren Hoofdstuk 5: Duurzame overheid Paragraaf 5.2 Verduurzaming en aardgasvrije gemeentelijke vastgoedportefeuille Paragraaf 5.3 Gebiedsontwikkeling Paragraaf 5.4 Verduurzaming via samenwerkingsverbanden en netwerken Paragraaf 5.5 Indicator CO2 uitstoot Bijlage 1: Indicatoren uit stadsrekening 2022
1 2 3 3 4 5 6 10 11 14 14 17 23 23 28 29 30 32 32 35 36 39 41 41 43 43 45 47
1
Inleiding Het Verdrag van Aarhus stelt dat het verlenen van toegang tot milieu-informatie aanwezig bij de overheid niet alleen een passieve toegang dient te zijn ( d.i. informatie verstrekken wanneer een burger of milieuvereniging erom vraagt), maar dat de overheid ook aan "actieve" informatieverstrekking moet doen. Dat doen wij sinds 1999 door middel van het opleveren van een Milieujaarverslag. De stadsgesprekken die in 2022 gevoerd zijn als opmaat voor het collegeakkoord lieten zien dat de mensen zich zorgen maken over het klimaat en aan de slag willen met verduurzaming van hun woning of bedrijfspand. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor deze opgave in de bebouwde omgeving en vanuit die verantwoordelijkheid zullen we bewoners, bedrijven en organisaties ondersteunen om te verduurzamen. In het verlengde hiervan heeft het college van Burgemeester en Wethouders grote ambities - die in samenspraak en -werking met de stad zijn opgesteld - om onze stad mooier, schoner, veiliger, duurzamer, groener en prettiger te maken. Maatregelen om te komen tot een klimaatbestendige stad, zodat we hittestress verminderen en voorbereid zijn op periodes van droogte en wateroverlast, meer natuur en een strategie en uitvoeringsplan voor klimaatadaptatie. Er komt een visie met actieplan voor biodiversiteit.
Luchtkwaliteit blijft een belangrijk thema, er wordt verder gewerkt en uitvoering gegevens aan het uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit. Nieuwe plannen, bovenop de afspraken en het beleid dat er al ligt. Daarvan wordt hier verslag gedaan. Ambitieuze plannen die opgepakt zijn en daarnaast ook de “dagelijkse routine” van vergunningverlening, toezicht, handhaving, subsidies, projecten etc. De opzet van dit milieujaarverslag sluit aan op het in september 2019 door het College vastgestelde “Uitvoeringsagenda duurzaamheid”. In het digitale nieuwsblad blad Gruuun van de Nijmeegse milieubeweging werd in het verleden eens verwezen naar dit verslag: “Wie eens een inzicht wil krijgen in wat de gemeente doet is het milieujaarverslag leuke lectuur. Geen spannende roman, maar wel goed leesbaar. Met veel concrete voorbeelden”. Dat is precies wat we ieder jaar beogen met dit verslag, een zeer uitgebreide feitelijke verslaglegging. Maar niet alleen de ondernomen activiteiten en resultaten van dit jaar worden beschreven, ook monitoren we sinds 2020 de voortgang via een aantal indicatoren die zo nauw als mogelijk aansluiten bij de beleidsdoelen. Een aantal indicatoren is daadwerkelijk al “gevuld” en een aantal is hier opgenomen die we de komende jaren willen gaan volgen.
* In de stadsrekening zijn ook indicatoren opgenomen (zie bijlage). De indicatoren uit de Stadsrekening en dit Milieujaarverslag zijn hetzelfde dan wel aanvullend op elkaar.
2
Hoofdstuk 1: Energietransitie Bestuurlijke producten: vastgestelde college- en raadsbesluiten: - Zienswijzen notitie, reikwijdte en detailniveau (NRD) plan-MER RES 2.0 (gemeenteraad, 21-12-2022) - Raadsinformatiebrief aardwarmte (geothermie) Nijmegen (college, 21-12-2022) - Wijkwarmteplan Zwanenveld en Lankforst-Noord (gemeenteraad, 28-09-2022) - Programma Energie besparen woningen 2023-2030 (college, 20-12-2022) - DAEB besluit voor het realiseren van een Buurtenergiesysteem in Hengstdal (college, 20-09-2022) - Intentieverklaring Buurtenergiesysteem Hengstdal en Sportfondsen Nijmegen (college, 31-05-2022) - Brief aan de raad over aanpak energiecrisis (college, 1-11-2022) - Raadsvoorstel Vaststellen begrotingswijziging ten behoeve van de aanpak energiecrisis (college, 1-11-2022)
Paragraaf 1.1 Energiecijfers De lange termijn doelstelling van de gemeente Nijmegen is om in 2045 energieneutraal te zijn. In de rapportage “Op weg naar een energie neutrale stad in 2045 Routekaart, 28 juni 2013” is een aantal scenario’s uitgewerkt om te komen tot een energie neutrale stad. In de onderstaande figuur is het scenario ‘2045-Max’ in een grafiek weergegeven waarin het energieverbruik en –opwek per jaar is af te lezen. De rode lijn geeft het energieverbruik in een bepaald jaar weer, de blauwe de hoeveelheid duurzame opwek. In 2045 kruisen deze lijnen elkaar en wordt er evenveel duurzaam opgewekt als er energie wordt verbruikt. In dezelfde figuur is af te lezen hoe het daadwerkelijk energieverbruik (groene lijn) en –opwek (paarse lijn) in de voorafgaande jaren 2008 t/m 2021 is verlopen.
Uit de tabel is het volgende op te maken: • Het energieverbruik (historie) vertoont grote fluctuaties • Het energieverbruik (historie) volgt eerst de doelstellingslijn en duikt daarna onder de doelstellingslijn; er wordt minder energie verbruikt dan volgens de prognose. • De energie opwek (historie) vertoont een min of meer gelijkmatige opwaartse trend zonder grote fluctuaties. • De energie opwek (historie) ligt onder de doelstellingslijn; er wordt minder duurzame energie opgewekt dan volgens de prognose.
3
De grote fluctuaties in het energieverbruik zijn het gevolg van eenmalige grote gebeurtenissen in een bepaald jaar. Zo veroorzaakt de snelle sloop van een aantal bedrijfsgebouwen in het Waalfront een forse verlaging in het energieverbruik dat jaar. Daarnaast hebben een aantal bedrijven in een bepaald jaar hun productie gewijzigd (NXP) of zijn gestopt. De fluctuaties van het energie verbruik zijn dus niet het gevolg van het vergaand isoleren van gebouwen of het verbeteren van productieprocessen. Door dergelijke gebeurtenissen komt het daadwerkelijke energieverbruik sneller onder de doelstellingslijn. De curve van de energie opwek vertoont minder grote fluctuaties, omdat er minder grote duurzame projecten zijn die de opwek in ene keer sterk verhogen. Wel is in 2014/2016 een kleine stijging te herkennen wat te relateren is aan de plaatsing van windturbines in het noorden van Nijmegen en de aansluiting van het warmtenet op de ARN. De doelstelling van de energie opwek ligt onder de doelstellingslijn. Het “tekort” aan duurzame opwek in 2021 is bijna gelijk aan het “overschot” aan besparing in 2021. Daarmee wordt per saldo de energiedoelstelling 2021 behaald.
Paragraaf 1.2 Regionale energietransitie • Groene Metropoolregio De regio Arnhem Nijmegen heeft in 2013 een gezamenlijke routekaart energietransitie vastgesteld, die in 2018 is geactualiseerd. Tussendoel is om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. De projecten uit de routekaart energietransitie zijn vanaf 2020 opgenomen in de regionale agenda van de Groene Metropoolregio. Denk bijvoorbeeld aan het verduurzamen van bedrijven en bedrijventerreinen, mobiliteit en de gebouwde omgeving. • Regionale Energiestrategie (RES) Op 1 juli 2021 heeft de regio Arnhem Nijmegen de RES 1.0 ingediend bij het Rijk. In de RES 1.0 hebben we de ambitie vastgelegd om 1,62 TWh bij te dragen aan de landelijke doelstelling (35 TWh grootschalige opwek op land). Daarnaast zijn we begonnen aan een regionale strategie voor de warmtetransitie, waarbij we vooral kijken naar de bovenlokale verdeling van vraag en aanbod van warmte. In 2022 hebben we een begin gemaakt met het opstellen van een plan-MER, waarin we de gevolgen van de RES op milieu, landschap en natuur onderzoeken. Deze plan-milieueffectrapportage geeft inzicht in geschikte, ongeschikte en geschikt te maken locaties voor de opwek van zonne- en windenergie. Het is daarmee een onderbouwing voor de regionale gesprekken over bijvoorbeeld de verhouding tussen wind- en zonne-energie en over de bescherming van natuur en biodiversiteit.
De resultaten dienen als input voor het gesprek in de regio over de RES 2.0. De verplichting om elke twee jaar een vernieuwde versie van de RES in te dienen bij het Rijk is komen te vervallen. Alle regio’s mogen zelf bepalen op welk moment ze een update van de RES willen vaststellen. Wel leveren we elke 2 jaar een voortgangsdocument op, waarmee landelijk kan worden gemonitord of we op koers liggen. • Energie-expertiseteam Groene Metropoolregio Binnen de Groene Metropoolregio wordt gewerkt aan het opzetten van een Regionaal Energie Expertiseteam (REE) dat bedrijven kan ondersteunen bij hun verduurzamingsdoelstellingen. Waar de zakelijke module van het Energieloket Nijmegen de ‘front office’ is, zal het REE zich als ‘backoffice’ inzetten op de complexere vraagstukken. Het expertiseteam is er vooral voor MKB-bedrijven, en kan ondersteunen bij energiebesparingsmaatregelen, het opwekken van duurzame energie, het toepassen en opslaan van duurzame energie of het verduurzamen van de primaire bedrijfsprocessen. De insteek is dat het energieteam proactief bedrijven benaderd. Naar verwachting zal het expertisecentrum vanaf zomer 2023 actief zijn.
4
Paragraaf 1.3 Energiebesparing en –transitie bij bedrijven In Nijmegen wordt bijna driekwart van alle elektriciteit, en bijna de helft van al het gas verbruikt door bedrijven. Dit betekent dat er veel winst valt te behalen bij het ondersteunen en faciliteren van de verduurzaming van bedrijven. • Duurzame energieproductie In 2022 speelde netcongestie een grote rol bij de ontwikkeling van grote zon-op-dak-projecten bij bedrijven. Door de beperkte mogelijkheid om als grootverbruiker terug te leveren aan het elektriciteitsnet heeft Nijmegen niet proactief gefaciliteerd in het aanvragen van nieuwe SDE-subsidies. Wel hebben we niet-grootverbruikers geadviseerd bij ISDE-aanvragen. Dit zijn zonneprojecten tot maximaal 250 panelen. • EML-controles Vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer hebben bedrijven en instellingen de verplichting om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Om te controleren of de regelgeving voor besparing van energie wordt nageleefd worden door de ODRN zogenaamde Erkende Maatregenlijst energiebesparing(EML)-controles uitgevoerd. Bij zo’n controle wordt onderzocht in hoeverre een bedrijf (of instelling) de verplichte energiebesparende maatregelen heeft genomen. Als blijkt dat een bedrijf de verplichte maatregelen niet heeft genomen wordt het handhavingstraject ingezet.
De ODRN heeft in overleg met de provincie, de andere Gelderse Omgevingsdiensten in 2022 een inschatting gemaakt van het aantal bedrijven en instellingen dat onder de EML-verplichting valt. Voor gemeente Nijmegen is het aantal ingeschat op 737. Bij de uitvoering blijkt echter dat veel bedrijven toch niet onder de EML verplichting vallen. Dit komt meestal doordat ze een te laag energieverbruik hebben. Dat betekent dat we het grootste gedeelte van de EML-plichtige bedrijven al gecontroleerd hebben. Naar schatting hoeven er in 2023 nog maar 35 bedrijven te worden gecontroleerd. Eind 2023 verwachten we 100% van de bedrijven met een energiebesparingsplicht (type A/B) te hebben gecontroleerd. Het ministerie van EZK heeft aangegeven dat er mogelijk een wetswijziging komt die het mogelijk maakt om energiegebruik bij de netbeheerder op te vragen. Het is mogelijk dat er dan nieuwe bedrijven in beeld komen. Dit zullen er waarschijnlijk niet veel zijn. Nadat bedrijven aantoonbaar aan de EML verplichting hebben voldaan, wordt toezicht gehouden via de reguliere milieucontroles. • Zakelijke module Energieloket Nijmegen Per september 2022 is het Energieloket Nijmegen uitgebreid met een zakelijke module gericht op bedrijven die hun onderneming willen verduurzamen.
Deze zakelijke module van het Energieloket Nijmegen is voor ondernemers een laagdrempelige ‘front office’ waar zij terecht kunnen met een breed scala aan vragen. Op het Energieloket staan bijvoorbeeld overzichten van alle actuele landelijke en regionale subsidieregelingen, een overzicht van verduurzamingsmaatregelen die zij kunnen nemen en overzichten van lokaal ondernemerschap voor het implementeren van duurzaamheidsmaatregelen. • Green Deal TPN-West In 2022 is de Green Deal voor bedrijventerrein TPN-West voorbereid. Deze zal in januari 2023 worden getekend. Deze intentieovereenkomst bekrachtigt het projectmatig samenwerken van enkele grote bedrijven, energieleveranciers, overheden en kennis- en opleidingsinstituten. De belangrijkste speerpunten zijn circulariteit, energie en klimaatadaptatie. De meest concrete acties voor energie liggen bij het ontwikkelen van smart energy hubs. Hierbij wordt gezocht naar mogelijkheden voor het lokaal opwekken, opslaan en toepassen van energie. Hierdoor ontstaat minder afhankelijkheid van het hoogspanningsnet van TenneT en kan een overbelasting daarvan worden voorkomen.
5
• Power2Nijmegen Het bedrijvennetwerk Power2Nijmegen(P2N) zet zich in voor een energieneutraal Nijmegen in 2045. Het netwerk bestaat voornamelijk uit bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en overheden. Leden blijven op de hoogte van elkaars ontwikkelingen via de website, sociale media en de nieuwsbrief van Power2Nijmegen. Zij treffen elkaar tijdens de P2N-bijeenkomsten. Momenteel heeft het netwerk ongeveer 600 leden. In 2022 bestond P2N 10 jaar, om dit te vieren is er een jubileummagazine samengesteld. Ook is het jubileumjaar onder de aandacht gebracht in een Nijmeegse businessblad. Daarnaast zijn er de nodige ‘Energiebooster’ filmpjes gemaakt waarbij ondernemers centraal stonden die al mooie stappen in de energietransitie hebben gezet. Verder hebben er in 2022 twee succesvolle P2N bijeenkomsten plaatsgevonden namelijk het ‘Zonnedak Award Event’ in het Technovium én het ‘Energy Innovation Event’ in de ‘Planon Innovation Campus’. Het geplande slotevent van dit jubileumjaar is helaas afgelast. Door de oorlog in de Oekraïne schoten de energieprijzen de lucht in. Hierdoor werd de bestrijding van energiearmoede een belangrijk speerpunt van de gemeente waarvoor ook een deel van het team van P2N werd ingezet.
Bedrijven of organisaties die ideeën hebben om andere bedrijven en organisaties te helpen bij de energietransitie kunnen gebruik maken van een subsidie uit het ‘Aanjaagfonds Energietransitie Nijmegen’. Dit kan gaan om (voorbeeld)projecten, maar ook om onderzoeken of communicatie-activiteiten die Nijmegen helpen om in 2045 energieneutraal te zijn. Power2Nijmegen bepaalt met een adviesgesprek of een aanvraag kan worden ingediend. In 2022 heeft het team van P2N zeven adviesgesprekken gevoerd met bedrijven en organisaties. Dit heeft er toe geleid dat aan twee projecten subsidie is verleend. • Grootschalige energieopwekking De gemeente Nijmegen wil zoveel mogelijk duurzame energie binnen de eigen grenzen opwekken. De uitgangspunten bij de opwek van duurzame energie in Nijmegen zijn landschappelijke inpassing, maatschappelijke meerwaarde en dubbel ruimtegebruik. Onder dubbel ruimtegebruik valt bijvoorbeeld zon op daken of gewassenteelt onder zonnepanelen. We streven bij alle projecten naar een volledig, zorgvuldig en inclusief proces. Daarnaast streven we naar tenminste 50% lokaal eigenaarschap van de projecten. Het totaal opgestelde vermogen zon- en windenergie op land bedraagt in Nijmegen nu 24,2 megawatt (MW). Daarnaast is een zonnepark van circa 49 MW in aanbouw langs de A73. In dit project worden energieopwekking en landbouw gecombineerd.
Hieronder vindt u een overzicht van de gerealiseerde en geplande grootschalige energieprojecten in Nijmegen. Project Windpark Nijmegen Betuwe Windpark De Groene Delta Zonnepark De Groene Delta Zonnepark De Grift Zonnepark A73
Vermogen 10 MW 7,2 MW 2,1 MWp 4,9 MWp 49 MWp
Status Gerealiseerd in 2016 Gerealiseerd in 2021 Gerealiseerd in 2019 Gerealiseerd in 2022 Bouw gestart, realisatie verwacht in 2023
Paragraaf 1.4 Energie besparen in woningen • Energiecrisisteam bestrijdt energiearmoede De kosten voor energie, met name aardgas, zijn in 2022 fors gestegen. Deze stijgende energieprijzen leiden tot energiearmoede. We spreken van energiearmoede wanneer een huishouden onvoldoende toegang heeft tot goede energievoorzieningen in huis. Denk bijvoorbeeld aan huishoudens die de verwarming uit zetten om te bezuinigingen. Met name huishoudens met een laag inkomen en huishoudens met een woning die niet goed
6
geïsoleerd is, ervaren de gevolgen van hogere energielasten. Er zijn extra inspanningen verricht om energiearmoede terug te dringen. We hebben noodfondsen ingesteld voor vitale maatschappelijke instellingen en inwoners, zodat zij de winter door kunnen komen. Daarnaast hebben we gebouwen, zoals wijkcentra en andere ontmoetingsplekken, open gehouden voor inwoners die er vanwege de hoge energierekening thuis koud bijzitten. Voor de wijken die het meest door energiearmoede getroffen zijn, hebben we een aanpak met energiefixers en een intensivering van de energiecoaches. Zij helpen mensen om thuis energie te besparen. In 2022 zijn de eerste 500 energiefix-bezoeken uitgevoerd. •
Energieloket Nijmegen 2022
Het loket levert een bijdrage aan de ambitie van Nijmegen en onze regiogemeenten om in 2045-2050 energieneutraal te zijn. Het Energieloket is de plek waar inwoners geholpen worden om duurzamer te wonen, hun woning te verbeteren, maatregelen te nemen en hernieuwbare energie op te wekken. Het Energieloket vormt een essentiële brug tussen het gemeentelijke energiebeleid en de eindgebruiker. Het vertaalt de ambitie van de gemeente naar praktische omstandigheden in de leefomgeving van de inwoners en helpt met de realisatie. We hebben in Nijmegen een digitaal loket voor de eerste oriëntatie en de eerstelijnsvragen en daarnaast een fysiek loket met spreekuren en laagdrempelige bereikbaarheid voor maatwerkadvies. Het Energieloket draagt op die manier ook bij aan de opgave om de bebouwde omgeving energieneutraal en aardgasvrij te maken en is afgelopen jaar ook fysiek actief met spreekuren in de pilotwijken Hengstdal, Bottendaal en Zwanenveld. Ook in de regio Rijk van Nijmegen is het fysieke loket aanwezig in verschillende gemeenten die deze dienst van de gemeente Nijmegen afnemen. Het is het eerste aanspreekpunt voor bewoners en biedt zelf diensten aan voor bewoners of wijst woningeigenaren en huurders op aantrekkelijke regelingen, campagnes en andere dienstverleners, zoals een energiecoöperatie, een energiecoach, een financieel adviseur, wijkregisseur of uitvoerende partijen.
Het Energieloket ontvangt elke maand meer dan 100 bezoekers, die informatie en advies vragen, inclusief terugkerende klanten die steeds verder in de klantreis vorderen. Dit komt omdat thema’s als klimaatverandering, energiebesparing, energiearmoede, alternatieve warmtebronnen en exploderende gasprijzen steeds hoger op de agenda staan. Informatieavonden werden evenals vorig jaar digitaal uitgevoerd. In de uitvoering van de nieuwe Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) werd nauw samengewerkt met het Regionaal Energie Loket (REL), die het digitale Energieloket in Nijmegen vormgeeft, en veel expertise heeft in het organiseren van Webinars en het uitvoeren van energiebesparingscampagnes. Met de regionale gemeenten loopt de samenwerkingsovereenkomst door en de provincie Gelderland heeft aangegeven de regionale aanpak van de gemeente Nijmegen met het netwerk van energieloketten zowel inhoudelijk als financieel te ondersteunen met een subsidie voor de deelnemende gemeenten tot en met 2024. • Wijkgerichte aanpak Dukenburg Voor de proeftuin Dukenburg, een van de eerste door het ministerie van BZK aangewezen proeftuinen aardgasvrije wijken, werken we toe naar het realiseren van een warmtenet vanaf de ARN. Eind 2021 is besloten om de aanbesteding voor het warmtenet in Dukenburg niet door te zetten met name vanwege grote onzekerheid in wetgeving en betaalbaarheid.
De betrokken partners, woningcorporaties, warmtenetbeheerder Firan, provincie, ARN en gemeente zien een warmtenet nog steeds als de beste aardgasvrije oplossing voor Dukenburg. Daarom zijn we in 2022 de mogelijkheden verder gaan verkennen om tot een haalbare businesscase te komen.
7
De belangrijkste uitgangspunten voor de businesscase zijn publiek eigendom, betaalbaarheid en een warmtevraag van minimaal 4000 woningequivalenten (weq). De 4000 weq worden in eerste instantie voorzien vanuit woningcorporaties, nieuwbouwontwikkelingen, bedrijfspanden en andere (grote) pandeigenaren in en rondom de wijken Zwanenveld en het noordelijke deel van Lankforst. Medio 2022 is een businesscase op hoofdlijnen doorgerekend waarbij de kansrijkheid hiervan onderschreven werd. Wijkwarmteplan Zwanenveld Op 28 september 2022 heeft de gemeenteraad het Wijkwarmteplan Zwanenveld en Lankforst-Noord vastgesteld. Het Wijkwarmteplan is het resultaat van een samenwerkingsproces dat loopt sinds 2019. De laatste stap in dat proces is de zienswijzeprocedure geweest. Die liep tot en met halverwege 2022. Het Wijkwarmteplan geeft onder meer inzicht over: hoe inwoners aankijken tegen een warmtenet en welke zorgen er zijn; welke koppelkansen we willen benutten. Uitgaande van de ambitie om integraal werk te maken van aardgasvrij kijken we bijvoorbeeld naar het herinrichting van de openbare ruimte, gezondheid, klimaatadaptatie, bestrijding van armoede en eenzaamheid; welke technische mogelijkheden er zijn en waarom een warmtenet met warmte van de ARN een logische keuze is. Hiermee is een basis gecreëerd om de komende periode op voort te bouwen.
Hengstdal In de proeftuin Hengstdal (een aardgasvrije wijk uit de tweede ronde proeftuinen van het ministerie van Binnenlandse Zaken) wordt onderzocht of de circa 500 woningen van de Bomenbuurt-Oost met een Buurt Energie Systeem (BES) verwarmd kunnen gaan worden. De woningen zullen worden verwarmd met een lokaal warmtenet en collectieve warmteopwekking door warmtepompen. Voor de piekvoorziening wordt een back-up met gas ingericht. Samen met buurtbewoners, Duurzaam Hengstdal, Alliander en woningcorporatie Woonwaarts onderzoeken we of het mogelijk is om een buurtcoöperatie op te richten die eigenaar wordt van het BES. De bewoners in de Bomenbuurt-Oost zijn uitgebreid betrokken bij het proces. Zo zijn er onder meer bijeenkomsten georganiseerd en nieuwsbrieven verspreid. Ook zijn er zijn huis-aan-huis-gesprekken en keukentafelgesprekken gevoerd met inwoners. Ook heeft woningcorporatie Woonwaarts een modelwoning in de wijk beschikbaar gesteld. Daar kunnen bewoners binnenlopen met vragen, ook aan het gemeentelijke Energieloket. In januari 2023 starten we met een draagvlakmeting onder bewoners. Als ten minste 70% van de huurders van Woonwaarts positief is, kunnen we verdere stappen zetten richting uitvoering. De uitkomst van de meting zal dus bepalen of het project kan doorgaan. De draagvlakmeting is dus een belangrijke en spannende stap.
De woningeigenaren wordt in deze fase slechts om hun intentie gevraagd. Verdere uitwerking van het BES, zoals op het vlak van techniek, financiën en governance, zal starten als de draagvlakmeting positief uitpakt. Hieronder valt het oprichten van een coöperatie en omgevingsmanagement. Verder worden er gesprekken gevoerd met de eigenaar van het warmtenet van het Limosterrein. In die gesprekken gaat het over het verduurzamen van de warmtebron voor het warmtenet. Dit warmtenet wordt op dit moment verwarmd door gasketels. Stationsgebied EQUANS (nieuwe naam ENGIE Services) en Firan onderzochten de haalbaarheid van aquathermie voor gebouwen in het stationsgebied. De warmte zou daarbij vanuit de Waal naast het “Engie-terrein” via een warmtenet naar de gebouwen stromen. Uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat het onttrekken van warmte uit de Waal grootschalig kan worden toegepast. Ruimtelijk is deze inpassing zeer goed mogelijk.
8
Het financiële rendement is echter fors negatief. Dat geldt voor alle onderzochte aansluitscenario’s, zowel voor bestaande bouw als voor nieuwbouw. Dit komt voor een deel door de hoge investering in de warmtebron (het aquathermiesysteem) en de lange transportleiding van 4 kilometer lengte die nodig is. Het haalbaarheidsonderzoek is in een compacte rapportage gerapporteerd. Winkelsteeg IF-technology stelde in 2022 een warmte- en koudestrategie op voor Winkelsteeg. In die strategie zijn alle mogelijke warmtetechnieken geïnventariseerd, en op basis daarvan zijn vijf mogelijke scenario’s uitgewerkt. Bottendaal Naar aanleiding van het vastgestelde wijkwarmteplan Bottendaal is een bewonersgroep BottendaalGroen! opgericht. Vanuit de bewonersgroep en gemeente verstrekken we nieuwbrieven en geven we informatie bij de inloopmiddag in het wijkcentrum. We ondersteunen BottendaalGroen! bij activiteiten, zoals het organiseren van bewonersavonden. Verder hebben we opdracht gegeven om energieadviezen te maken voor een aantal veel voorkomende huistypen aan het Nijmeegs EnergieBespaarAdvies (NEBA). Daarnaast zijn de gasketels van het Dobbelmancomplex toe aan vervanging. In opdracht van de gemeente Nijmegen en in overleg met de VVE is aan het expertteam Warmte van de provincie Gelderland opdracht gegeven om te onderzoeken welk duurzaam alternatief haalbaar is.
• Onderzoek naar alternatieven voor aardgas Gelders Warmte Infrabedrijf (GWIB) De provincie Gelderland in samenwerking met Alliander en de gemeenten Arnhem, Wageningen, Apeldoorn, Ede, Lingewaard, Nijmegen, Culemborg en Doesburg hebbende haalbaarheid van een publiek Gelders Warmte InfraBedrijf (GWIB) onderzocht. Het idee is dat een GWIB gemeenten kan ondersteunen in de ontwikkeling van lokale kansen voor warmte en de betreffende gemeente samen met Firan participeert in een lokale warmte infra bv die een warmtenet aanlegt en beheert. Naast het warmtenet is er ook een producent van warmte nodig en een leverancier. Gedeputeerde Staten hebben een voorlopig besluit genomen om een Gelders Warmte Infrabedrijf op te richten op basis van het businessplan, de concept-statuten en de concept- aandeelhoudersovereenkomst. Aardwarmte De ontwikkeling van een geothermiebron is een lang lopend proces. Aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd om verdere zekerheid te verkrijgen over de waterdoorlatendheid van het gesteende én zekerheid dat deze geothermiebron voor mens en milieu op een veilige en verantwoorde manier kan functioneren. Aanvullend booren seismisch onderzoek moet hier antwoord op geven.
Opsporingsvergunning aardwarmte Nijmegen en onderzoek Tellus Nijmegen In april 2021 heeft het ministerie van EZK de opsporingsvergunning naar aardwarmte in onze regio aan het geothermiebedrijf Tellus Nijmegen afgegeven. Met de opsporingsvergunning heeft Tellus Nijmegen het alleenrecht geothermisch onderzoek uit te voeren en het eerste recht op vervolgvergunningen, zoals een boor- en winningsvergunning. Tellus Nijmegen onderzocht de potentie van geothermie op grote diepte (4 kilometer in de Dinantien aardlaag). De ontwikkeling van geothermie in deze diepe aardlaag is technisch en financieel zeer uitdagend. De ontwikkeling van een zeer diepe geothermiebron zal meer tijd vergen in vergelijking met een geothermieproject op geringere diepte. Het is denkbaar dat een geothermiebron in het Dinantien voor de iets langere termijn geschikt
9
is. Een voordeel van geothermie op grotere diepte (4 km) is dat de warmte direct geschikt is voor ruimteverwarming en warm tapwater voor nieuwbouw, bestaande bouw en eventueel voor bepaalde bedrijfsprocessen. Daarbij is geothermie een constante bron die in mindere mate regelbaar is, waardoor naast een geothermiebron ook een andere regelbare warmtebron nodig is (piekcentrale of andere regelbare bron). Geothermie onderzoek op beperkte diepte in opdracht van Provincie Gelderland Een ander geothermie onderzoek (over een groter gebied in Gelderland) is uitgevoerd in opdracht van de provincie Gelderland tot maximaal 2 kilometer diepte. Uit het onderzoek blijkt dat de grootste geothermiepotentie aanwezig is in een zandsteen genaamd het Rotliegendes. Het Rotliegendes is een van dé aardlagen die in Nijmegen de potentie voor geothermie bezitten en bevindt zich op een diepte van ca 1,2 km. Er is in Nederland veel ervaring met het boren naar deze diepte wat het minder complex en kostbaar maakt dan diepere boringen. Ondiepere geothermiebronnen hebben minder warmtevermogen waardoor deze beter geschikt is voor kleine projecten (ca 1.000 woningen). De ontwikkeltijd zal door deze factoren korter zijn dan bij diepere geothermiebronnen. Een beperkende en zeer onzekere factor bij het Rotliegendes in de regio Nijmegen is de verwachte geringe dikte van het gesteente: slechts ca. 20 meter.
Daarbij weten we nog niet de exacte dikte en de waterdoorlatendheid. Dat kan alleen via een onderzoeksboring worden achterhaald. Door de geringe dikte van de aardlaag is het maar de vraag of een geothermieproject haalbaar is. Mogelijk zijn innovatieve boringen nodig (horizontaal) om het warmtevermogen te verhogen. Een ander punt is dat de watertemperatuur op 1,2 kilometer slechts rond de 50oC ligt. Voor bestaande bouw en voor tapwater in woningen zal dan alsnog een extra warmtevoorziening nodig zijn (bv warmtepomp) om het water op te waarderen.
Paragraaf 1.5 Diversen • Duurzaamheidsleningen Met behulp van de duurzaamheidslening kunnen eigenaar-bewoners energiebesparende maatregelen aan de woning financieren, zoals zonnepanelen, isolatie of een groendak. In 2022 zijn er t/m 13 mei (i.v.m. beëindiging duurzaamheidslening) 74 duurzaamheidsleningen toegekend. De duurzaamheidsleningen hebben een minimum van €2.500,- en een maximum van €25.000,-. In 2022 is voor de stimuleringsregeling (voor non-profitorganisaties) tot de beëindiging van deze lening 1 lening toegekend. • Toekomstbestendig wonen leningen Eigenaren cq eigenaar/bewoners kunnen met behulp van de toekomstbestendig wonen lening energiebesparende maatregelen aan de woning financieren, maar ook aanpassingen om thuis te blijven wonen op latere leeftijd. Daarnaast kan het ook gebruikt worden voor financiering van asbestsanering en funderingsherstel. In 2022 zijn er 242 leningen toegekend. Er zijn verschillende leningsvormen mogelijk: de consumptieve lening met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 30.000 , de consumptieve lening voor maatregelen t.b.v. Nul Op de Meter, aardgasvrij en asbest, de hypothecaire lening, de verzilverlening en de maatwerklening. Laatstgenoemden kennen een maximum van €50.000. • Energieafspraken woningcorporaties In 2020 is de Samenwerkingsagenda Wonen 2021-2025 bekrachtigd.
Dit zijn de meerjarige prestatieafspraken tussen corporaties, huurders en gemeente. Deze agenda laat zien waaraan deze partijen de komende 5 jaar opgavegericht samenwerken. Het gaat om de samenhangende opgaven op het terrein van de volkshuisvesting. Een van deze opgaven betreft de verduurzaming van de sociale huurvoorraad. Vooruitblik op 2023
10
In het tripartiete overleg van 6 oktober 2022 is besloten om de Samenwerkingsagenda Wonen in 2023 te actualiseren. Eén van de drijfveren voor deze actualisatie is dat het belang van de verduurzaming van de sociale huurvoorraad een stuk urgenter is geworden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een toenemende energie-armoede. Verder spelen onder andere ook de nieuwe nationale prestatie-afspraken tussen rijk en corporaties een rol; deze afspraken hadden nog geen plek kunnen krijgen in de biedingen van 2022, maar partijen delen het belang om deze afspraken lokaal te laten doorwerken, ook op het gebied van verduurzaming. Resultaten in het kader van Samenwerkingsagenda Wonen 2021 – 2025 Vooralsnog is de Samenwerkingsagenda Wonen 2021 – 2025 leidend. In deze agenda zijn de doelen van de Warmtevisie en het Programma Aardgasvrije Wijken (beiden uit 2018) overgenomen. In de Samenwerkingsagenda is benoemd dat de woningcorporaties startmotor zijn in de woonwijken waar zij veel bezit hebben. Gemeente en corporaties stemmen planningen en investeringsagenda’s op elkaar af door concrete informatie te delen over beoogde warmte-oplossingen per wijk, straat of complex en de daarbij behorende investeringen en exploitaties. Gedurende de looptijd van de Samenwerkingsagenda Wonen gebeurt dat in ieder geval voor Dukenburg, Hengstdal, Bottendaal en Jerusalem.
In 2022 is voortgang geboekt in de twee proeftuinen Dukenburg en Hengstdal, die we in nauwe samenwerking met de betreffende woningcorporaties vorm geven. De concrete stappen die in 2023 zijn gezet, zijn hiervoor beschreven. Talis heeft de aardgasvrije nieuwbouw in Jerusalem in 2022 bijna afgerond. In de Samenwerkingsagenda zijn verder voorwaarden opgenomen waarbinnen verkoop van sociale huurwoningen mag plaatsvinden. Eén van de afspraken is dat corporaties de verkoop van woningen met een nietgroen label minimaliseren. Hierdoor houden corporaties regie om duurzaamheidsingrepen in bestaand vastgoed te kunnen doen. Het blijkt dat het aantal verkochte sociale huurwoningen door corporaties afneemt. Tevens is afgesproken dat corporaties en gemeente zich de komende tijd steeds verder verdiepen in de principes van circulair bouwen, modulair bouwen en natuurinclusief bouwen. Er is ook al eerste praktijkervaring opgedaan. Voor het natuurinclusief is er toolbox met instrumenten ontwikkeld. De corporaties zijn bekend met de toolbox en bekijken per project de mogelijkheden van toepassing. Tot slot is afgesproken dat corporaties, gemeente én huurders gezamenlijk werk maken van energiebesparing. Corporaties brengen het energiebesparingsaanbod van de gemeente onder de aandacht bij hun huurders.
Huurdersorganisaties vervullen een aanjagersrol door het stimuleren en enthousiasmeren van bijvoorbeeld energiecoaches. In 2022 is het aantal energiefixers zodanig uitgebreid dat het aantal aanvragen nu volledig in behandeling kan worden genomen. Ook is het gebied waarbinnen de energiefixers actief zijn uitgebreid, eerst waren zijn actief in 2 wijken in Dukenburg, nu is dat in 4 wijken.
Paragraaf 1.6 Indicatoren Energie Indicator: percentage energieverbruik t.o.v. 2008 Definitie: De hoeveelheid energie die is verbruikt door bedrijven en huishoudens Streven: 50% in 2045 ten opzichte van 2008 Draagt bij aan: Energieneutraal in 2045 Brongegevens: Liander en/of CBS Toelichting: : Het streven is vastgelegd in Collegevoorstel Duurzaamheid in uitvoering, 2/12/2013, reg.nr. 13.0014859 )
11
In 2021 bedraagt de totale energiebesparing 20,7% terwijl de prognose 16,9% was. De energiebesparing loopt dus 3,8% voor op de prognose.
Indicator: percentage hernieuwbare energie t.o.v. 2008 Definitie: Energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld, zoals uit wind, zon en geothermie. Dus niet uit fossiele energie en kernenergie. Streven: 50% hernieuwbare energie in 2045 van de hoeveelheid energieverbruik in 2008 Draagt bij aan: Energieneutraal in 2045 Brongegevens: Liander en/of CBS Toelichting: Het streven is vastgelegd in Collegevoorstel Duurzaamheid in uitvoering, 2/12/2013, reg.nr. 13.0014859 ) In 2021 bedraagt de duurzame energie-opwek 4,6% van het totale verbruik terwijl de prognose 9,3% was. De duurzame opwek blijft daarmee 4,7% achter op de prognose. Deze achterstand wordt binnenkort met de op te leveren duurzame energie-opwek projecten met 1,5% enigszins verkleind: zonnepark langs de A73 (0,85%), zonnepark De Grift (0,14%) en de twee windturbines op het Engie terrein (0,55%). Ook wordt verwacht dat de REE(W) regeling bij particulieren en het project zon op bedrijfsdaken het percentage duurzame opwek doet laten stijgen.
Indicator: aantal woningequivalenten (woningen en utiliteitsbouw)zonder aardgasaansluiting
12
Definitie: Hier worden alle woningen en utiliteitsbouw zonder aardgasaansluitingen bedoeld. Dus ook woningen die nooit een gasaansluiting hebben gehad zoals in de Waalsprong en Waalfront worden meegenomen. Streven: 100% in het jaar 2045 Draagt bij aan: Aardgasvrije wijken Brongegevens: Liander, Basisadministratie Adressen Gebouwen (BAG) De beschikbare landelijke databases zijn nog van onvoldoende kwaliteit om het aardgas vrij maken van woningen en utiliteitsgebouwen goed te kunnen volgen. Alliander ontwikkelt een methodiek om daarin meer inzicht te geven. Uiteindelijk wordt deze methodiek voor heel Nederland gebruikt. Alliander heeft nog geen product opgeleverd waarmee het inzicht in deze cijfers kunnen worden gepubliceerd. Op dit moment hebben we wel inzicht in het aantal warmtenetaansluitingen voor de nieuwbouw in de Waalsprong en Waalfront. In 2021 waren er 7.245 woningen op dit warmtenet aangesloten. Daarnaast zijn er 10 bedrijven (utiliteit) aangesloten die qua warmteverbruik gelijk staan aan 444 woningen (onderstaande Tabel)
Jaar
Aantal woningen
aantal bedrijven
Aantal weq-woningen Aantal weq-bedrijven
totaal weq
2012
3112
4
3112
169
3281
2013
3425
4
3425
169
3594
2014
3646
5
3646
184
3830
2015
3964
8
3964
224
4188
2016 2017
4564 5603
8 7
4564 5603
251 211
4815 5806
2018
5907
8
5907
297
6204
2019
6243
10
6243
444
6687
2020
6847
10
6847
444
7291
2021
7245
10
7245
444
7689
13
Hoofdstuk 2: Klimaatbestendige en groene stad Bestuurlijke producten: vastgestelde college- en raadsbesluiten: - Subsidieregeling groendaken en gevels verlengd tot eind 2023 (5 januari 2021) - Bomenplan Nijmegen (14 juni 2021) - Verlenging subsidieregeling Afkoppelen hemelwaterafvoer tot en met 2023 (21 december 2021) - Initiatiefraadsvoorstel Duurzaam Voedsel uit eigen omgeving (2 februari 2022) - Subsidieverlening campagne Operatie Steenbreek aan De Bastei (2 februari 2022) Nijmegen is een groene stad, in een afwisselend landschap, met de Waal en de uiterwaarden aan de ene zijde, aan de andere zijde de stuwwal met haar bossen en in het westen het voormalig poldergebied van Dukenburg. Nijmegen wordt gezien als deel van een ecologisch en landschappelijk uniek knooppunt. Veel van dit groen is echter van onze buren en in 2022 heeft vooral de vergroening van de stad de volle aandacht gekregen. Ook is Nijmegen in Nederland en in de wereld een voorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie door bv projecten als de gebiedsontwikkeling Nijmegen omarmt de Waal. In een omvangrijke samenwerking zijn de klimatologische veranderingen aangewend voor ruimtelijke verbeteringen. Ook in 2022 heeft klimaatadaptatie vooral in de wijken en bij verschillende ruimtelijke projecten aandacht gekregen.
Vanuit het Bomenplan Nijmegen is de aanpak rondom bomen opgestart en zijn al vele honderden extra bomen aangeplant. De campagne Operatie Steenbreek is vanwege zijn succes weer volop in de publiciteit.
Paragraaf 2.1 Activiteiten en resultaten Groenblauwe stad In het Groenplan ‘De Groene Draad’ en het ‘Handboek Stadsbomen’ hebben we het gemeentelijk groenbeleid verwoord en zijn globaal de hoofdgroenstructuur en hoofdboomstructuur vastgelegd. In 2022 heeft het college ingestemd om het rapport Biodiversiteit in Nijmegen aan de raad aan te bieden. Dit rapport is de onderlegger van de Biodiversiteitsagenda die medio 2023 wordt opgeleverd. Het Bomenplan Nijmegen is vastgesteld waarin de nieuwe hoofdboomstructuurkaarten zijn opgenomen. Hiermee geven we invulling aan de uitdagingen van vandaag en morgen. We maken voor de stad een stevige hoofdgroenstructuur, die op kaart vastgesteld gaat worden bij de actualisatie van de Omgevingsvisie. Deze hoofdgroenstructuur maakt uitwerking mogelijk voor behoud, inpassing en versteviging van onze parken, bomen en plantsoenen. De kracht van het groen kunnen we inzetten voor de aanpak van klimaatadaptatie, voor moestuinen en voedselbossen, voor buitenspelen, sporten en sociale interactie. We hebben daarvoor samen met diverse kennisinstellingen en educatieve organisaties in de stad. In het begin van 2020 is de toolbox natuurinclusief bouwen, leidraad voor de Waalsprong vastgesteld. Als vervolg is in 2022 het proces gestart om ook voor de bestaande stad een toolbox te maken.
Hiermee is Nijmegen een van de koplopers in Nederland op het gebied van natuurinclusief bouwen. Het waterbeleid is verankerd in het GRP 2017-2023. Hierin zijn zes ambities geformuleerd op het gebied van: 1) klimaatadaptatie, energie en grondstoffen; 2) samenwerking en dienstverlening; 3) beperken regenwateroverlast; 4) beperkt houden gezondheidsrisico’s; 5) tegengaan structurele grondwateroverlast; 6) optimaliseren van beheeractiviteiten. In 2022 is een evaluatie van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) uitgevoerd. Dit ter voorbereiding van het opstellen van een plan voor de uitvoering van de watertaken na 2023. In de Omgevingsvisie Nijmegen Stad in Beweging 2020-2040 hebben de thema’s groen, water, biodiversiteit, stadslandbouw en klimaatadaptatie integraal een plek gekregen.
Groene projecten Onder de paraplu van de campagne Operatie Steenbreek zijn er ook in 2022 nieuwe groene initiatieven uitgevoerd, die ook onder de Actieplan Binnenstad vielen (vele geveltuintjes in de Grotestraat en andere straten)
14
en er is meer groen aangelegd bij reconstructie van woonstraatjes als Bizon/IJsbeerstraat en Kastanjestraat. Andere projecten hebben vertraging opgelopen en zullen pas in 2023 worden opgeleverd. Wel is de eerste fase van de vergroening van de Jerusalembuurt uitgevoerd. In 2022 was er bij de Warmoes weer een ouderwets oogstfeest van stichting Co-Bomen, die fruitbomen uitdeelde aan nieuwe bewoners van Nijmegen-Noord (Expeditie Tuinfruit). Verder is in 2022 het stadslandbouwnetwerk versterkt. De plukroute in de Meijhorst (Bureau Schoppenvrouw) heeft meer stevigheid gekregen. Het herstel van Tiny Forest Biezenbosje is afgerond. De actie Wiedewiedeweg is weer gehouden voor bestrijding van de Reuzenberenklauw. We hebben in 2022 een vleermuismonitoring laten uitvoeren, die aangaf dat er op veel plekken kraamverblijven van Gewone en Ruige Dwergvleermuizen zijn en af en toe zijn ook zeldzamere soorten aangetroffen, die buiten Nijmegen hun verblijven hebben. Door de aanstelling van een stadsecoloog is er extra aandacht gekomen voor de biodiversiteit in de stad samen met de betrokken partijen in de stad. Zo hebben we samen met IVN de Groenkaarten op de website INtoNijmegen verbeterd, waarop onze natuurparels en andere mooie groengebieden te vinden zijn. Daarnaast zijn er diverse projecten geïnitieerd met bewoners.
Met het Bomenplan Nijmegen heeft onze gemeente een nieuwe omgang met bomen geformuleerd In 2021 is het Bomenplan Nijmegen opgesteld. Hierin hebben we de belangen en ambities aangegeven voor bomen in onze stad tot 2030. Op basis van de hoofdboomstructuur zetten we in op de jaarlijkse groei van ons bomenareaal met 1% (inmiddels verhoogd tot 1000 extra bomen/jaar). We gaan beter zorgen voor onze monumentale en waardevolle bomen in de stad. Bomen krijgen een langer leven door de juiste boom op de juiste plek in combinatie met een goede plantplaats. Deze maatregelen zorgen niet alleen voor meer bomen, maar ook voor meer gezonde en grotere bomen. Bomen helpen de stad statige lanen vorm te geven, biodiversiteit te ondersteunen, cultuurhistorie in stand te houden en klimaatproblemen te mitigeren. Hiervoor is een heel projectteam geformeerd en wordt de aanplant van extra bomen programmatisch aangepakt. Vele honderden bomen zijn in de winter van 2022/2023 aangeplant. De nieuwe kapvergunningsregels zijn vastgelegd in de APV. Biodiversiteitsagenda Nijmegen Eind 2022 heeft het college ingestemd om het rapport Biodiversiteit in Nijmegen aan de raad aan te bieden. Dit rapport is de onderlegger van de Biodiversiteitsagenda, die wordt opgesteld door Bureau Stroming. Zij hebben ook het Biodiversiteitsplan Radboud Campus gemaakt. De Biodiversiteitsagenda zal medio 2023 naar het college gaan.
De Biodiversiteitsagenda is bedoeld als bouwsteen voor de actualisatie van de Omgevingsvisie in 2024. Er komen drie onderdelen, een korte tekst om duidelijkheid te geven hoe de soortenbescherming uit de Wet Natuurbeheer zich verhoudt tot andere transities in de stad zoals de bouwontwikkelingen. Verder een abstractere verbeelding van de Hoofdgroenstructuur, die opgenomen zal worden in de Omgevingsvisie en een globaal uitvoeringsprogramma, wat jaarlijks bijgesteld gaat worden. Daarmee wordt sturing gegeven aan de processen bij Stadsontwikkeling en Stadsbeheer. Stadslandbouw en voedselnetwerken Afgelopen jaar zijn weer vele stadslandbouwinitiatieven verder versterkt. Het gaat hier zowel om kleinschalige landbouwinitiatieven rondom de stad, bijvoorbeeld de Kop van Malden, als sociale voedselinitiateven in de stad (Van Tuin tot Bord, Voedselsurplus). Samen met de provincie en andere gemeenten komt er steeds meer leven in het voedselnetwerk in en rondom de stad. Het Initiatiefraadsvoorstel “Duurzaam voedsel uit eigen omgeving” heeft gevraagd om het opstellen van een notitie stadslandbouw ( in 2022 is opgeleverd) en om gemeentelijke facilitering van landbouwinitiatieven. Eind 2022 zijn we gestart met het proces voor het opzetten van een loket Stadslandbouw (voor bewustwording) bij de Warmoes. De bemensing is geregeld.
Water projecten In 2022 zijn we verder gegaan met het opstellen van het ontwikkelingsperspectief water voor het stadsdeel Nijmegen-Noord. Het ontwikkelingsperspectief water voor Dukenburg/Lindenholt is bijna afgerond. Het proces heeft als doel diverse inzichten te geven voor de verduurzaming van de watersystemen in de stadsdelen tot 2050.
15
In 2022 zijn vele watergangen door het waterschap gebaggerd en is het vele slib afgevoerd. Kilometers aan beschoeiingen (een houten constructie die de oevers beschermt tegen afkalven) in Lindenholt en Dukenburg zijn onderzocht om te bepalen welke oevers natuurvriendelijk gemaakt kunnen worden, welke werkwijze het beste past en welke beschoeiingen teruggeplaatst dienen te worden. In 2023 volgt een programma voor uitvoering. In Nijmegen Noord is in het kader van de subsidie voor het onderzoek naar het functioneren van het wadi’s de 1e fase afgerond. Het heeft al veel inzichten opgeleverd over het beheer, gebruik en de kwaliteit van onze wadi’s. Voor het Nijmegen Noord is tevens een pilot gestart waarbij is gekeken naar het functioneren en beheer van de drainage in relatie tot hoge grondwaterstanden. In 2022 is een evaluatie van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) uitgevoerd ter voorbereiding van het opstellen van een plan voor de uitvoering van de watertaken na 2023.
Klimaatadaptatie We brachten de negatieve effecten van klimaatverandering en het mogelijk handelingsperspectief nauwkeuriger in beeld Als onderdeel van het klimaatadaptatieplan (in ontwikkeling) zijn de negatieve effecten van klimaatverandering, zoals droogte, hitte en wateroverlast nauwkeuriger in beeld gebracht. Hiervoor is in samenwerking met Waterschap Rivierenland o.a. voor het eerst een integraal model opgesteld voor het watersysteem in Dukenburg en Lindenholt en is het model voor de ‘bestaande stad’ ten zuiden van de Waal geoptimaliseerd. Met deze resultaten is inzichtelijker geworden hoe we klimaatbestendiger kunnen worden. Dit is al van nut geweest voor de planvorming van diverse grote ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de Winkelsteeg en het Stationsgebied. Ook op het gebied van voorkomen van hittestress zijn activiteiten uitgevoerd. In Bottendaal is door het Klimaatverbond samen met buurkracht een wijksafari gehouden, waar bewoners hun koele en hete plekken moesten aanwijzen. Er kwam geen hittegolf afgelopen jaar, dus het was vooral een denkbeeldige sessie. Samen met de GGD is het Lokaal hitteplan aangepast en in het kader van regionale samenwerking op klimaatgebied hebben nu ook de omringende gemeente voor het eerst een lokaal hitteplan. Waterschap Rivierenland is eind 2021 gestart met het versterken en verhogen van de dijk aan de noordzijde van de Waal.
Een proces wat jaren aan voorbereiding kostte en bijna klaar is. In Nijmegen wordt dat gecombineerd met onze bouwontwikkelingen in de Waalsprong. Ook in het Waalfront wordt een verbeterde waterkering aangelegd. Daarnaast hebben we nog initiatieven in de stad ondersteund die op creatieve wijze het thema klimaatadaptatie meer onder de aandacht hebben gebracht. In de zomer van 2022 heeft de Lux weer het Nimma aan Zee – kunst voor klimaat festival georganiseerd. Waarbij op een kunstzinnige wijze middels lezingen, straatberaden, workshops, film het gesprek is aangegaan over de toekomst met een ander klimaat. Diverse projecten in de openbare ruimte zijn klimaatbestendiger ontwikkeld Het thema klimaatadaptatie wordt steeds meer een standaard onderdeel in projecten. Zo is in de IJsbeerstraat en aan de Graafseweg het groen verlaagd aangelegd waardoor het regenwater eerst kan infiltreren in het groen alvorens het naar het (infiltratie)riool wordt afgevoerd, hierdoor wordt de kans op toekomstig overlast door piekbuien beperkt. Extra bomen zijn geplant, boomspiegels zijn vergroot en groenperken aangelegd. Op diverse plekken zijn nieuwe infiltratievelden of wadi’s aangelegd. Het rijk heeft vanaf 1 januari 2021 middelen beschikbaar gesteld om een impuls te geven aan klimaatbestendig maken van de verschillende werkregio’s.
Samen met de regio hebben we gekeken naar mogelijk kansrijke projecten. Voor Nijmegen hebben we beroep gedaan op de gelden voor de Spoorbuurt. Met deze middelen willen we de toekomstige herinrichting nog klimaatbestendiger maken. Een tweede aanvraag is in voorbereiding waarin we budget vragen voor extra aanleg van wadi’s.
Campagne Operatie Steenbreek Met de campagne Operatie Steenbreek is ook dit jaar gewerkt aan het klimaatbestendig maken van de stad. Via deze campagne, die De Bastei in onze opdracht uitvoert, zijn ruim 62.500 stenen verwijderd. Ruim de helft komt uit particuliere tuinen en schoolpleinen. Na vijf jaar stenen breken zijn er in totaal ruim 594.000 tegels verwijderd die plaats maakten voor groen. Mede dankzij de Tuinadviesweken gaven de Steenbreek tuinadviseurs 40 gratis
16
tuinadviezen aan particulieren. Opnieuw was er samenwerking met woningbouwcorporaties Talis en Portaal. En hoewel Nijmegen dit jaar weer ruim verloor van Arnhem, is deelname aan het NK Tegelwippen zeker voor herhaling vatbaar! Naast stenen zijn er dit jaar 251 regenpijpen afgekoppeld van het riool met behulp van de subsidieregeling en 150 tijdens de doedagen (samenwerking met Lentekracht, gemeente Nijmegen en Steenbreek). En er is weer een groot aantal van 121 groendaken aangevraagd en toegekend.
Paragraaf 2.2 Indicatoren Om de voortgang van de thema’s van de klimaatbestendige groene stad te kunnen monitoren hanteren we indicatoren. Met deze indicatoren willen we de komende jaren bijhouden hoe effectief ons beleid en handelen is op het vergroenen en klimaatbestendig maken van onze stad. Er zijn 5 verschillende indicatoren:
• • • • •
Percentage adressen waarbij 0,5 ha openbaar groen aanwezig is binnen 300 meter Percentage adressen waarbij het minder dan 5 minuten lopen is naar een koele plek Het percentage van privaat terrein (tuinen) dat groen is Toename van afgekoppeld dakoppervlak in vierkante meters (of ha) waarvan het regenwater dat er op valt wordt geïnfiltreerd in de bodem Toename van oppervlak openbare ruimte in vierkante meters (of ha) waarvan het regenwater dat er op valt wordt geïnfiltreerd in de bodem Indicator: Adressen waarbij 0,5 ha openbaar groen aanwezig is binnen 300 meter Definitie: Adressen betreft woonadressen De doelstelling is nog niet vastgelegd. Dit gebeurt bij het vaststellen van de klimaatadaptatiestrategie in de 2e helft van 2023. Draagt bij aan: Een koelere stad, betere afwatering, biodiversiteit Brongegevens: Geo informatie Om inzicht te krijgen in welke delen van de stad er een groentekort is wordt al sinds 2010 een groenindicator gehanteerd. Het streven is dat iedere woning minimaal 0,5 ha aaneengesloten groen in de nabijheid van 300 meter heeft. De analyse is gebaseerd op individuele woningen, op basis van kadastrale gegevens. Flatblokken uitgezonderd, dit geldt als één woningblok. Ook zijn gebieden meegenomen die door particuliere partijen worden onderhouden maar wel toegankelijk zijn voor bewoners.
Uitgesloten van de analyse zijn de sportvelden, deze zijn niet openbaar toegankelijk.
Uit deze kaart is op te maken dat vooral Nijmegen centrum en Oost, volgens de gehanteerde definitie, te weinig woningen een openbare groen plek van 0,5 hectare binnen 300 meter hebben. In werkelijkheid betekent dit overigens niet dat er in het geheel geen groen aanwezig is. In het centrum is er bijvoorbeeld op de Korenmarkt groen, maar is deze locatie minder dan 0,5 ha groot. Indicator: percentage adressen waarbij het minder dan 5 minuten lopen is naar een koele plek Definitie: Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in loopsnelheid in 3 categorieën: Kinderen– Ouderen (2 km/uur) – de rest (4 km/uur). De definitie voor een koele plek is ‘niet warmer dan buiten de stad (dat wil zeggen 0 graden opwarming) en plekken zoals grote parken waar je kunt recreëren. Tevens dienen de locaties openbaar toegankelijk te zijn. Daarnaast zijn wijkcentra en bibliotheken toegevoegd als openbaar toegankelijk koele plek.
17
De doelstelling is nog niet vastgelegd. Dit gebeurt bij het vaststellen van de klimaatadaptatiestrategie in de 2e helft van 2023. Draagt bij aan: Het voorkomen van hittestress. Brongegevens: Geo informatie/ Basiskaart grootschalige topgrafie Deze indicator geeft inzicht in welke mate het onze inwoners lukt om tijdens een warme zomerdag naar een koele plek te lopen. Hiermee verkrijgen we een beeld welke wijken en gebieden meer aandacht behoeven bij het realiseren van een hittebestendige stad. Effecten die hiermee inzichtelijk worden zijn dat niet alle groene gebieden ook per definitie koel zijn, zoals het Goffertpark waar relatief veel gazon is zonder schaduw. De indicator wordt op twee manieren weergegeven. Middels een percentage per wijk en een percentage in een kleiner grid van 100 bij 100 meter. Bij het interpreteren van deze kaart is het van belang te realiseren dat niet overal evenveel inwoners wonen, het bedrijventerreinen heeft relatief weinig inwoners, terwijl dit wel een zelfde rode kleur geeft als in Nijmegen Noord, waar veel meer mensen wonden.
Te zien is dat plekken die in eerste instantie als groen worden gezien niet per definitie een koele plek zijn. Voorbeelden hiervan zijn het Goffertpark en Westerpark. Ook Nijmegen Noord heeft nog geen echte koele plekken, dit komt deels ook door het relatief jonge groen en dat daardoor er weinig schaduwrijke plekken zijn.
18
Indicator: Het percentage van privaat terrein (tuinen) dat groen is. Definitie: Met tuin wordt zowel de voor- als achtertuin bedoeld. Of nog scherper: het perceeloppervlak minus de het bebouwde oppervlak. Groen is het deel dat niet beklinkerd is. De doelstelling is nog niet vastgelegd. Dit gebeurt bij het vaststellen van de klimaatadaptatiestrategie in de 2e helft van 2023. Draagt bij aan: Een groene stad, tegen hittestress, infiltratie van regenwater en biodiversiteit. Brongegevens: Geoinformatie Deze indicator geeft het percentage weer van de private tuinen dat groen is. De data zijn gegenereerd op basis van infrarood data. Deze indicator geeft inzicht in welke wijken in de stad meer aandacht behoeven voor campagnes zoals operatie steenbreek.
Te zien is dat in relatief veel wijken in de stad de tuinen zijn versteend. Meerdere oorzaken kunnen hiervoor gevonden worden. In het centrum zijn de tuinen relatief klein en zullen daardoor bij behoefte aan een terras relatief weinig groen hebben. In andere wijken is de ervaring dat behoefte aan een onderhoudsvriendelijke tuin met weinig groen vaak de voorkeur heeft, zoals in Nijmegen Noord en Nijmegen west.
Indicator: Toename van panden waarvan het regenwater dat er op valt wordt geïnfiltreerd in de bodem of naar oppervlaktewater wordt gebracht Definitie: Het dakoppervlak betreft zowel woningen als bedrijven. Afgekoppeld betekent dat de afvoer van het regenwater niet is aangesloten op het riool. De doelstelling is nog niet vastgelegd. Dit gebeurt bij het vaststellen van de klimaatadaptatiestrategie in de 2e helft van 2023. Draagt bij aan: Voorkomen van regenwaterwateroverlast, aanvulling van het grondwater en beperken van hittestress Om regenwateroverlast en droogte te verminderen hebben we als doel om meer regenwater in de bodem te infiltreren. Tevens draagt het bij aan het verminderen van schoon regenwater dat naar de rioolwaterzuivering wordt getransporteerd. In deze indicator wordt gekeken naar het dakoppervlak van de panden in Nijmegen. Belangrijk hierbij is om te benoemen dat de daken van de panden op de bedrijventerreinen op dit moment in de
19
indicator worden gezien als aangekoppeld aan de riolering. Op deze locaties zijn de meeste daken aangesloten op een verbeterd gescheiden stelsel. In een verbeterd gescheiden stelsel wordt het regenwater apart ingezameld en wordt de first flush met vervuiling, naar de zuivering getransporteerd en het overige deel van het regenwater wordt richting het oppervlaktewater getransporteerd. Doordat het meeste regenwater van kleine buien hierdoor naar de zuivering gaat, gaat uiteindelijk nog 75% van het regenwater dat in een jaar valt naar de zuivering. Dat is de reden waarom deze voorzieningen in deze indicator nog als aangekoppeld aan het riool wordt gezien. Het voornamelijk verschil in percentage bij de verschillende wijken ten opzichte van 2020 is ontstaan door het optimaliseren van de achterliggende data. Brongegevens: Geo-informatie
Indicator: Percentage afgekoppelde weg Definitie afgekoppelde weg: verhard wegoppervlak waarvan het regenwater dat er op valt wordt geïnfiltreerd in de bodem of naar oppervlaktewater wordt gebracht. De doelstelling is nog niet vastgelegd. Dit gebeurt bij het vaststellen van de klimaatadaptatiestrategie in de 2e helft van 2023.
20
Draagt bij aan: Een koelere stad, het beperken van wateroverlast, biodiversiteit, voorkomen van verdroging en verlaging van grondwaterstand. Brongegevens: Geo-informatie Net als bij vorige indicator wordt er gekeken naar het oppervlak waarbij het regenwater naar de bodem wordt gebracht. In deze indicator wordt gekeken naar de openbare ruimte, specifiek de wegen. Belangrijk om te vermelden is dat wanneer wegen bijvoorbeeld versmald worden en in de plaats daarvoor groen komt, is dit niet goed terug te zien in de indicator. De indicator zegt enkel iets over hoe het regenwater dat op de verharding valt wordt verwerkt.
21
22
Hoofdstuk 3: Bedrijven en circulaire economie Paragraaf 3.1 Bedrijven De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt verzorgd door de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). In 2022 is Nijmegen het bevoegde gezag voor 3695 WM-inrichtingen (dit zijn niet per definitie bedrijven, een propaanreservoir bij een woning in het buitengebied valt hier ook onder), waarvan 50 inrichtingen vergunningplichtig zijn. De meeste bedrijven vallen onder algemene regels die zijn vastgelegd in het Activiteitenbesluit, anderzijds kan nog een omgevingsvergunning nodig zijn (voorheen milieuvergunning). Een kleine 1,5 procent van de Nijmeegse inrichtingen is nog vergunningplichtig. Met vergunningverlening, toezicht en handhaving van de verleende milieuvergunningen en algemene milieuregels zorgt de Omgevingsdienst Regio Nijmegen ervoor dat het milieu en de leefomgeving zo min mogelijk door bedrijfsactiviteiten worden aangetast. Andere instrumenten zijn het geven van voorlichting aan bedrijven en het stimuleren van een milieuvriendelijke bedrijfsvoering.
Vergunningverlening en handhaving Tabel 3.1.Overzicht aantallen vergunningen
Aantal aanwezige inrichtingen in Nijmegen Vergunningplichtige inrichtingen AMvB-meldingplichtige inrichtingen AMvB-niet meldingplichtige inrichtingen Totaal aantal inrichtingen Wet milieubeheer Aantal uitgevoerde vergunning-verleningsacties per jaar Verleende vergunningen/ OBM/ actualisaties Meldingen zonder milieugevolgen vergunningplicht Meldingen AMvB Gedoogbesluiten Maatwerkvoorschriften Aantal beroepsprocedures bij Raad van State tegen milieubesluiten