CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Lokale trendverklaring Informatie voor de raad ter voorbereiding op de nieuwe bestuursperiode

Besluitronde (raadsvergadering) 6 mei 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D48 d.d. 19 maart 2026 over Informatie voor de raad ter voorbereiding op de nieuwe bestuursperiode7.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nijmeegse Trendverkenning Opmaat naar een nieuwe bestuursperiode

September 2025 Bureau Strategie en Onderzoek, gemeente Nijmegen

▪

▪

1

Inleiding In maart 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Ten behoeve van het overdrachtsdossier voor de nieuwe bestuursperiode, die daarna aanvangt, is er behoefte aan een overzicht van de trends binnen verschillende beleidsthema’s. De Nieuwe Bestuursperiode is bij uitstek de gelegenheid om vooruit te kijken naar trends en ontwikkelingen op de middellange termijn, die invloed hebben op het wonen, werken en leven in Nijmegen. De Trendverkenning helpt om uit het hier en nu en de waan van de dag te komen. Als gemeente en als bestuur is er de behoefte om (nieuw) beleid te baseren op inzichten in deze lange termijn ontwikkelingen, en de bestuurlijke keuzes daarmee robuuster te maken. In opdracht van de directie is daarom deze Trendverkenning opgesteld.

Totstandkoming De totstandkoming van de Trendverkenning is gecoördineerd door Bureau Strategie & Onderzoek en van input voorzien en aangescherpt door 24 beleidsstrategen van de volle breedte van de gemeentelijke organisatie, voor zover relevant voor een Trendverkenning. Een klankbordgroep met afdelingsstrategen vanuit MO, SB, ST, IZ&L, VJB en VSA is geconsulteerd en betrokken bij het proces en inhoudelijk bij het eindproduct. Relevante bronnen van binnen en buiten de gemeentelijke organisatie zijn waar passend verwerkt.

Leeswijzer ▪

▪

▪

▪ ▪

In het onderliggende stuk zijn lokale trends opgenomen op basis van Nijmeegse onderzoeken en statistieken. Deze trends zijn voor een groot deel meer uitgebreid beschreven in de Stads- en Wijkmonitor, maar die bevat naast trends ook zaken waarvoor het beeld min of meer stabiel is, terwijl de Trendverkenning focust op trends; Behalve trends zijn in het onderliggende stuk ook signalen opgenomen. Dit zijn signalen van Nijmeegse beleidsadviseurs en -strategen en uit landelijke studies, die we (nog) niet met lokale cijfers hard kunnen maken maar wel denken te signaleren; De Nijmeegse Trendverkenning is beknopt en leesbaar gehouden. Gelijktijdig verschijnt de landelijke Trendanalyse van Platform31, die uitgebreider ingaat op duiding en eventuele handelingsperspectieven van trends, en daarbij stedelijke en landelijke trends vergelijkt. De twee stukken zijn daarmee complementair aan elkaar; De Trendverkenning is feitelijk van aard en sluit inhoudelijk aan bij gemeentelijk beleid. Over bijna alle genoemde trends kan op aanvraag extra informatie opgeleverd worden; Deze Trendverkenning is deelspoor 1a uit de Voorbereiding Nieuwe Bestuursperiode, en is één van de bronnen voor andere deelsporen, zoals het opstellen van dossiers.

2

Inhoudsopgave Inleiding Inhoudsopgave 1. Demografie 2. Woon- en groeistad 3. Sociale stad 4. Gezondheid, welzijn en zorg 5. Economie 6. Politiek, bestuur en organisatie

2 3 4 6 10 15 17 19

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

3

1. Demografie Aantal inwoners blijft stijgen ▪

▪

▪

▪

▪

Al langere tijd is het aantal inwoners aan het stijgen. We hebben een paar jaar van zeer sterke groei van het aantal inwoners achter de rug, maar dat is voor een relevant deel het gevolg van incidenten (instroom Oekraïners, invoering nieuwe studiefinancieringsstelsel). Voor de komende jaren verwachten we ook groei, maar minder sterk dan we de laatste paar jaar gezien hebben. De toename van de Nijmeegse bevolking deed zich in 2 leeftijdssegmenten voor: Meer ouderen door het ouder worden van de grote naoorlogse geboortegeneraties (ongeveer tot geboortejaar 1970). De groep 55-74 is sinds 2000 met 15.000 mensen gestegen, de groep 75+ met 5.000. De groei van de 55-75-jarigen is nu wel ongeveer voorbij, maar de groep 75+ gaat nog flink doorgroeien in de komende 10-15 jaar. Daarnaast nam de groep 18-29 met 15.000 mensen toe. Dit komt door de veel grotere aantallen studenten aan de Nijmeegse onderwijsinstellingen. Samenhangend met dit laatste punt: de ontwikkeling van met name de universiteit zal in de toekomst van groot belang zijn voor de Nijmeegse bevolkingsontwikkelingen: blijft het aantal studenten op een vergelijkbaar niveau of gaat het dalen? Dat is niet alleen een kwestie van demografie (aantallen jongeren) maar wordt ook gestuurd door allerlei (nationale) beleidskeuzes en ontwikkelingen.

Stel dat het een lichte daling van het aantal studenten wordt, dan blijft het absoluut gezien een groot aantal studenten (nu circa 48.000 hbo- en wo-studenten). Volgens de laatste raming van Kences zal het landelijk aantal hbo-studenten tot en met collegejaar ’32-’33 met 9,6% dalen en het aantal universitaire studenten met 8,9%. Samenhangend met de aanwezigheid van het hoger onderwijs in Nijmegen is een hoog deel van de beroepsbevolking hoog opgeleid: 58% heeft een hbo- of wo-opleiding afgerond. Voor de Demografische Verkenning 2025 zijn verschillende scenario’s voor de komende 15 jaar opgesteld, variërend van 196.000 tot 213.000 inwoners in 2040. De sterke toename van de groep 70-plussers is het meest zeker en doet zich in ieder scenario voor. Afhankelijk van het scenario nemen ook de groep 30-50-jarigen en de groep kinderen in kleinere of grotere mate toe. De groei zal vooral terug te vinden zijn in de stadsdelen met veel nieuwbouw: Nijmegen-Noord, Nijmegen-Midden (Winkelsteeg) en NijmegenOud-West. Andere stadsdelen zullen een veel stabieler bevolkingsaantal hebben. Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond is gestegen naar bijna 30%: bijna 20% van buiten Europa en 10% uit Europa. Onduidelijk is wat de effecten van een strenger landelijk migratiebeleid zullen zijn. En er is nog geen zicht op een einde van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

In de vestiging vanuit het buitenland spelen studenten een belangrijke rol. Van alle vestigers vanuit het buitenland kwam in de afgelopen jaren (2023 en 2024) een minderheid uit een vluchtelingenland of een land dat traditioneel (Marokko/Turkije) of tegenwoordig (Oost-Europa) arbeidsmigranten levert. Belangrijke herkomstlanden in 2023 en 2024 waren Duitsland, Spanje en Italië.

Toename eenpersoonshuishoudens ▪

Het eenpersoonshuishouden is de huishoudensvorm die sinds 2000 het sterkst is toegenomen. Ruim 40% van de 77.000 huishoudens, die “zelfstandig” wonen (die een eigen woning hebben of een complete woning huren) bestaat uit 1 persoon. Naast de zelfstandig wonende huishoudens, zijn er in Nijmegen ook heel veel mensen die

4

“onzelfstandig” wonen: die een kamer huren op de particuliere kamermarkt of bij de SSHN, of een zelfstandige eenheid van de SSHN bewonen. Bij elkaar gaat het om rond de 25.000 mensen. Tussen de Nijmeegse stadsdelen zijn er veel verschillen in huishoudenssamenstelling. In Nijmegen-Centrum wonen veel 1-persoonshuishoudens en heel weinig gezinnen. Ook in Nijmegen-Zuid wonen veel alleenstaanden. Daarbij gaat het vaak om ouderen. In Nijmegen-Noord is het aandeel gezinnen met kinderen erg hoog (meer dan de helft van de huishoudens heeft thuiswonende kinderen). Ook in Lindenholt zijn gezinnen met kinderen relatief sterk vertegenwoordigd.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

5

2. Woon- en groeistad Oplopende krapte op de woningmarkt ▪

▪

▪

▪

▪

▪

▪

▪

▪

De marktontwikkelingen op de huur- en koopmarkt hebben voor grote groepen inwoners gevolgen voor betaalbaarheid en beschikbaarheid. Onder andere schaarste (naast andere oorzaken als gestegen besteedbaar inkomen) leidt tot een sterk oplopend koopprijsniveau en stijgende huurlasten. Specifiek is ook een tekort aan woningen voor kwetsbare groepen (mensen die uit intramurale zorg komen, statushouders, daklozen, 18-plussers die uit de jeugdzorg komen). Achtergronden zijn onder meer een toename van (steeds kleinere) huishoudens, zowel jong als oud, met duidelijk verschillende woonvoorkeuren. En geringe doorstroom van ouderen naar etagewoningen, die er in de afgelopen jaren veel gebouwd zijn. De druk op de markt voor koop- en huurwoningen blijft groot. Najaar 2023 staat het woningtekort bovenaan in de ranglijst van belangrijkste stadsproblemen volgens Nijmegenaren, net als in 2021. De laatste jaren zijn er meer mensen die uit Nijmegen naar de regiogemeenten vertrekken dan dat er verhuizingen in de omgekeerde richting zijn (vertrekoverschot ligt rond de 500). Aan deze verhuizingen liggen vaak woningmarktoverwegingen ten grondslag: waar is een woning te vinden. Veel jongvolwassenen maken zich zorgen over hun toekomst, waarbij vaak de woningmarkt wordt genoemd. Met 6,5% tekort behoort de woningmarktregio Nijmegen tot de top van Nederland in 2025, na onder meer Utrecht, Den Haag en Ede).

Landelijk is het woningtekort in 2025 5,0%. Volgens ramingen van ABF neemt dit percentage In de komende paar jaar enigszins af, naar ruim 4%. Daarna kan het tekort in onze regio en in Nederland als geheel verder gaan dalen. Na 2035 kan de regionale woningmarkt meer ontspannen richting 2-3% woningtekort, wel nog enigszins boven het voorspelde landelijke tekort. De ontwikkeling van het verhuissaldo met de regio loopt in de pas met de oplevering van nieuwbouwwoningen in Nijmegen. De grote oplevering van woningen in 2023 gaat samen met een relatief klein vertrekoverschot naar de regiogemeenten, het iets lagere opleveringscijfer van 2024 gaat samen met een iets groter vertrekoverschot. De woonvraag van ouderen is aan het veranderen: nieuwe groepen senioren zoeken een ruimere of mooiere woning, zijn soms ook geïnteresseerd in geclusterd wonen of passen de eigen koopwoning aan i.p.v. te verhuizen. Door minder mogelijkheden voor grondgebonden nieuwbouw en het hoge aandeel etagenieuwbouw kunnen inwoners vaak geen complete wooncarrière maken: de doorstroming stagneert. Het meeste perspectief op lange verhuisketens wordt toegedicht aan geclusterde zelfstandige woningen voor ouderen als woonvorm. Ongeveer een derde van de toewijzingen van sociale huurwoningen gaat inmiddels via voorrang, urgentie of directe bemiddeling.

In een stad als Amsterdam zijn bijzondere toewijzingen inmiddels opgelopen tot bijna 100%, dit kan ook een verwachting voor Nijmegen zijn. Onze krappe, ontoegankelijke woningmarkt (koop- en huur) kan naar verwachting de komende decennia wel ontspannen. Recentelijk zijn er meer kansen voor starters in koop en huur. Ook neemt de spanning rond studentenhuisvesting naar verwachting af (wel nog altijd krapte).

6

Druk op schaarse ruimte neemt toe ▪ ▪

▪

▪ ▪

Een landelijke, stedelijke trend die ook in Nijmegen relevant blijkt zijn de vele conflicterende ruimteclaims binnen bestaande stad. Door maatschappelijke ontwikkelingen en ambities is er ruimte nodig voor: Woningen (er is een woningtekort en de gemeente heeft afspraken met het Rijk over flink doorbouwen en grootschalige woningbouwlocaties). Bedrijven (het aanbod van bedrijfsruimte en bedrijventerreinen is schaars). Verduurzaming, energie (warmtenetten, transformatiehuisjes). Groen (tevredenheid over groen in buurt en stad is de afgelopen periode wat afgenomen). Wegen/vervoer/deelmobiliteit/laadpalen voor elektrisch rijden. Parkeren (parkeerplaatsen in woonomgevingen en bestemmingsgebieden blijven nodig). Voorzieningen voor ontmoeting. Voorzieningen voor spelen, sporten en bewegen (sportdeelname is gegroeid, behoefte aan extra sportcapaciteit; signaal: er wordt steeds meer in de openbare ruimte gesport). Winkels en instellingen. Signaal: voor verdere verdichting binnen de stad is er afnemend draagvlak onder inwoners. Dat is o.m. af te leiden uit participatiereacties en bezwarenprocedures, vooral als er groenvoorzieningen of open ruimte verloren gaan. Transformatie van gebouwen of gebieden krijgen vaker maatschappelijke steun, vooral als er functies met impact op de woonomgeving verdwijnen (bijvoorbeeld bedrijfsvestigingen) en woningen voor terugkeren.

Signaal: mogelijk zorgt nieuw landelijk ruimtelijk beleid op termijn voor meer druk op ruimte in en om Nijmegen. Signaal: Bouwinitiatieven komen steeds vaker van investeerders, bedoeld voor de woningverhuur.

Vitale systemen onder druk; energie- en warmtetransitie uitdagend In het functioneren van Nijmegen als woon- en groeistad zijn er belemmerende factoren die steeds sterker op de voorgrond treden. De druk op grote stedelijke (‘vitale’) systemen is dan zodanig dat deze problematisch gaat worden: ▪ Netcongestie en leveringszekerheid van energie (ambities soms op gespannen voet met elkaar, bijvoorbeeld laadpalen voor elektrisch rijden en netcongestie). Voorspellingen zijn overigens notoir onzeker. ▪ Watervoorziening (toenemende druk op bronnen, hogere vraag drinkwater, watertekort, droogte, vervuiling, lage grondwaterstand, watersysteem geschikt maken voor zowel droogte als langere natte perioden). ▪ Riolering in relatie tot (aankunnen van) effecten klimaatverandering. ▪ Overstromingsrisico’s, klimaatbestendigheid stedelijke omgeving. Zo is het aandeel bewoners dat regelmatig of vaak warmteoverlast in de eigen woning ervaart gestegen van 19% in 2017 naar 31% in 2023. ▪ Knelpunten rondom afvalinzameling (vervuiling openbare ruimte, bijplaatsingen bij containers, veel meld- en herstelmeldingen, niet houden aan spelregels). ▪ Onderhoud/reiniging van openbare ruimte (bijvoorbeeld veel meldingen over afval en vervuiling)

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

7

De ingezette energie- en warmtetransities blijven uitdagend: ▪ Het aandeel duurzame warmte en elektriciteit in ons verbruik (percentage hernieuwbare energie) neemt duidelijk toe, maar is nog altijd laag. V.w.b. het aandeel elektriciteit zien we een gunstiger beeld, inmiddels wordt ongeveer de helft van de stroom in Nederland duurzaam opgewekt. ▪ Warmtetransitie in de bestaande woningvoorraad blijft achter, er zijn bijvoorbeeld maar weinig woningen aardgasvrij gemaakt. Er is zeker algemeen draagvlak bij bewoners, maar als het de persoonlijke leefwereld raakt zien we weerstand en stagnatie. ▪ De CO2-reductie door de gebouwde omgeving zet door, vooral door een verminderd aardgasverbruik (wonen, werken). De CO2-uitstoot van woningen verminderd geleidelijk. ▪ Marktpartijen en individuele burgers investeren niet op grote schaal in de energie- en warmtetransitie. In Nijmegen is er overigens het signaal dat er wel degelijk bedrijven zijn die investeren in de energietransitie; mede dankzij de energiecrisis en ook dankzij de energiebesparingsplicht. Een beperkt aantal woningen in onze gemeente wordt aardgasvrij gemaakt, gemiddeld zo’n 60 per jaar. ▪ De energietransitie stagneert ook door tekortschietende capaciteit (netwerk, human resources) en kennis bij installateurs, aannemers, adviseurs en gemeenten.

▪ Signaal: Gedeeld eigenaarschap is vaak een succesfactor in de energie- en warmtetransitie. Een voorbeeld zijn de windturbines in Nijmegen-Noord. ▪ Signaal: door steeds hogere ambities m.b.t. de panden (denk bijvoorbeeld aan duurzaamheid, circulariteit, goed verblijfsklimaat) is er steeds meer geld voor de panden nodig.

Openbare ruimte komt volop in transitie Vernieuwingsgolf aanstaande: ▪ Er komt een grootschalige vernieuwingsgolf van de openbare ruimte aan, die vraagt om veel financiële en personele inzet. Letterlijk gaan er de komende jaren veel straten open (voor Liander, gemeente). Aanjagers zijn o.a. verouderde inrichting, klimaatadaptatie, energietransitie en verkeersbeleid. De vernieuwingsgolf loopt nu in de volgende buurten: Kanunnikenbuurt (Brakkenstein), Spoorbuurt (Hengstdal), Kinderdorp, Kastelen en Staatsliedenbuurt (Hatert) en een gedeelte van Neerbosch-Oost. Algemeen kan gesteld worden dat de buurten in Nijmegen-Midden en -Zuid hard aan een vernieuwingsgolf toe zijn, zoals Hazenkamp en Grootstal. Ook Liander concentreert zich nu met name op Zuid. ▪ Signaal: onze openbare ruimte kent veel achterstallig onderhoud (bijvoorbeeld wegen en openbare verlichting) en is in bepaalde gebieden versleten. Vaker verloedering: ▪ Signaal: verloedering openbare ruimte komt vaker naar voren, onder meer in centrum. In de Burgerpeiling is in de periode 2017-2023 een lichte achteruitgang van het oordeel de openbare ruimte in stad en buurt zichtbaar (schone stad/ buurt, groen in de stad/buurt, onderhoud wegen). Meld & Herstel-meldingen over afval en vervuiling komen het meest voor, ‘rommel en zwerfvuil’ staan bovenaan de ranglijst van de met voorrang aan te pakken buurtproblemen volgens de bewoners.

8

Klimaatadaptatie gevraagd: ▪ Signaal: Effecten van klimaatverandering zijn in Nijmegen merkbaar, vooral temperatuurstijging: hitte, droogte, piekbuien-wateroverlast, verlies aan biodiversiteit. Onze stad is nog onvoldoende klimaat-robuust. Achterliggende lokale klimaattrends zijn de aanwezigheid van hitte-eilanden, wateroverlast en droogteproblematiek. ▪ Maatschappelijke doelstellingen rond klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie worden vaak niet gehaald (O&S, P31 stedelijke trends, PBL). Dit heeft diverse achtergronden, waaronder mogelijkheden en bereidheid van bewoners, tijdrovende participatie, er is veel maatwerk nodig en het ontbreekt vaak aan leer- en opschalingsmogelijkheden. Biodiversiteit neemt af: ▪ Samenhangend met inrichting en gebruik van onze openbare - en privéruimte neemt de biodiversiteit steeds verder af. Dit hangt samen met compacte bouw en inbreiding, modernisering van bebouwing, particuliere verstening: tuinen worden betegeld, en (in steeds mindere mate) beheeroverwegingen. ▪ Signaal: klimaatverandering heeft ook effecten op de bestrijding van overlast gevende dieren en opkomst van bepaalde planten (exoten) en ziekten.

Verkeersaanbod intensiveert, net als de bijbehorende problematiek ▪

▪

▪

▪

▪ ▪

▪

De fiets is voor inwoners het belangrijkste vervoersmiddel om zich binnen de stad mee te verplaatsen, maar het aantal vervoerbewegingen per auto in onze stad stijgt. Met deze intensivering behoren druk verkeer, parkeeroverlast en verkeersveiligheid inmiddels tot de topprioriteiten van onze inwoners. Verkeersdrukte wordt door bewoners al lang genoemd als stadsprioriteit, maar sterk opgekomen zijn onvoldoende parkeerplaatsen/parkeeroverlast, verkeersveiligheid/hard rijdend verkeer en verkeersinrichting. Parkeren wordt steeds vaker genoemd als probleem. In de top tien van het aantal 'Meld & Herstel' meldingen door bewoners is parkeeroverlast in 2024 gestegen naar de derde plaats. En ‘onvoldoende parkeerplaatsen/parkeeroverlast’ stond najaar 2023 op de tweede plaats in de ranglijst van de met voorrang aan te pakken buurtproblemen volgens de bewoners van Nijmegen. Bij bedrijven en instellingen is parkeeroverlast het meest aangekruiste aandachtspunt voor de verbetering van de directe bedrijfsomgeving (42%). Het aandeel dat Nijmegen niet voldoende verkeersveilig vindt, nam toe van 19% in 2017 tot 28% in 2023. Het aantal letselslachtoffers steeg tussen 2019 en 2023 van 61 naar 128, maar is in 2024 weer afgenomen naar 109. Signaal: toename onveiligheid voor fietsers (meer ouderen op de fiets, toename van snelheid). Vervoersalternatieven zijn in opkomst.

Het aantal elektrische auto’s blijft stijgen, net zoals de semipublieke e-laadpunten. Het aanbod deelmobiliteit is volop in beweging. Voor het eerst is in 2024 een lichte daling zichtbaar in het totaal aantal publiek toegankelijke deelvoertuigen ten opzichte van voorgaande jaren (over heel Nederland). Tegelijkertijd zijn verschillende aanbieders in verschillende stedelijke gebieden bezig met uitbreiding van deelmobiliteit, net zoals in Nijmegen. Na een jarenlange stijging is het aantal personenauto’s van particulieren per 1.000 inwoners in 2023 en 2024 gedaald tot 368 (versus 377 in 2022).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

9

3. Sociale stad Hardnekkige verschillen naar sociaaleconomische status en opleidingsniveau ▪

▪ ▪

Al lang meten we voor diverse onderwerpen grote verschillen gemeten naar sociaaleconomische status en opleidingsniveau (relatief ongunstige resultaten voor groep met een lage SES en voor de groep met een opleiding t/m MBO-1 niveau): gezondheid en welzijn; kans op werk; sporten en bewegen; cultuurdeelname; zelfredzaamheid; financiële problemen; vertrouwen in de lokale overheid. Signaal: zorgen over groeiende tweedeling (have and have-nots; groep die zichzelf kan redden en de groep die dat niet kan). Signaal: zorgen over groeiend onderscheid tussen groep die goed wegwijs is in de digitale samenleving en de wereld van procedures en regels binnen de overheid en de groep die dat niet is.

Gebiedsverschillen, onder meer door concentratie van inwoners met lagere SES in gebieden met relatief veel sociale huurwoningen ▪

▪

▪

▪

▪

Vanwege de concentratie van sociale huurwoningen aan de westkant van de stad (Dukenburg, Lindenholt, Hatert en Neerbosch-Oost) zien we daar een hoger aandeel inwoners met een lage SES. Dat maakt dat wijken aan de westkant relatief ongunstig scoren voor zaken als onderwijsachterstanden, gezondheid, welzijn en sport- en cultuurdeelname. Ook scoren deze gebieden relatief minder gunstig als het gaat om de leefbaarheid, waarbij behalve de samenstelling van de woningvoorraad ook andere factoren een rol spelen, zoals de fysieke omgeving, de aanwezigheid van en afstand tot voorzieningen, de sociale samenhang en de ervaren overlast en onveiligheid. In veertien van de Nijmeegse woonwijken komen in totaal zo’n vierendertig kleinere deelgebieden met leefbaarheidsrisico’s voor. Die deelgebieden liggen met name in de wijken Neerbosch-Oost, Hatert, ‘t Acker, De Kamp, Tolhuis, Zwanenveld, Meijhorst en Lankforst. Het gaat om een modelmatige schatting van de leefbaarheid in deelgebieden binnen gemeenten op basis van kenmerken van de woonomgeving binnen vijf dimensies: woningvoorraad, fysieke omgeving, voorzieningen, sociale samenhang en overlast en onveiligheid. In het stadsdeel Nijmegen-West (Biezen en Wolfskuil) meten we al langer een verbetering van de leefbaarheid en de waardering voor de woonbuurt.

Die verbetering hangt onder meer samen met de (duurdere) nieuwbouw en de instroom van mensen met een hogere SES. Dat wil niet zeggen dat de mensen, die er al langer wonen, ook allemaal die verbetering ervaren. In 15 wijken, waaronder 6 van de 7 wijken in Dukenburg, scoort een bovengemiddeld percentage van de bewoners op minstens vier van de negen brede welvaart thema’s relatief ongunstig (tussen de 21 en 37%). Die negen thema’s zijn: welzijn, materiële welvaart, gezondheid, werk en opleiding, vrije tijd, wonen, contact met de samenleving/sociale cohesie, veiligheid en natuur en milieu. Vervuiling van de openbare ruimte staat sinds 2019 op de eerste plaats in de ranglijst van belangrijkste buurtproblemen waar de gemeente volgens de bewoners wat aan zou

10

▪

moeten doen. Ook parkeerproblemen en verkeersveiligheid staan hoog. Criminaliteit/onveiligheid is van een hoge positie op de ranglijst weggezakt uit de top tien. Wel staan enkele vormen van overlast in de top tien (jongerenoverlast, drugsoverlast en geluidsoverlast). Signaal: in het stadscentrum speelt er een strijd tussen leefbaarheid en levendigheid (bijvoorbeeld merkbaar bij terrassenbeleid).

Signaal: toename complexe problematiek ▪

▪

▪ ▪

Signaal: steeds meer mensen/huishoudens waar complexe problematiek speelt. We kunnen dit signaal niet goed kwantificeren. Wel zien we dat het aantal huishoudens met ondersteuning van de regieteams de laatste jaren groeit. Het gaat hier om multiprobleemhuishoudens waarbij vaak ook overlast voor de omgeving speelt. Signaal: kost moeite om juiste zorg voor deze zwaardere zorggevallen te regelen. Heeft onder meer te maken met marktwerking in de zorg, beleid m.b.t. extramuralisering, afnemende overheidsfinanciën en personeelstekorten. Leidt tot pleisters plakken bij zwaardere doelgroep. Signaal: toename zwaardere problematiek speelt ook bij casussen zorg- en veiligheidshuis. Signaal: toename ronselen van jongeren voor criminele activiteiten.

Afname traditionele criminaliteit, toename overlast en ondermijning ▪

▪

▪

▪

▪

Tien jaar geleden was de traditionele criminaliteit (inbraak en diefstal, geweld) een stuk hoger dan nu. Voor woninginbraken, autodiefstallen en -inbraken en zakkenrollerij is de daling het sterkst. De online criminaliteit kwam op, maar deze is na de coronapandemie weer wat aan het dalen. Voor overlast zien we een toename, en dan met name de overlast van verwarde personen (heeft onder meer te maken met de extramuralisering van de zorg), de overlast van dakloze mensen (aantal meldingen van overlast door daken thuislozen piekte in 2020, 2023 en 2024) en de drank- en drugsoverlast. Het percentage met onveiligheidsgevoelens is na een periode van lichte daling weer iets toegenomen. De onveiligheidsgevoelens in de buurt hebben vaker met overlast (drugsoverlast, jongerenoverlast, overlast van dak- en thuislozen, overlast van dronken mensen) dan met criminaliteit te maken. Criminaliteit/geweld/onveiligheid staat in 2023 niet meer in top 10 van belangrijkste stadsproblemen volgens bewoners; overlast van dakloze mensen steeg in 2023 naar een gedeelde tweede plaats in die top 10. Het aantal meldingen over ondermijning stijgt (van 133 in 2022 naar 263 in 2024). Concrete voorbeelden van ondermijnende criminaliteit zijn de georganiseerd hennepteelt, mensenhandel en -smokkel, misbruik en fraude binnen de vastgoedsector en witwassen.

Meldingen van ondermijning zijn afkomstig van Meld Misdaad Anoniem en het interne Meldpunt Ondermijning. Deze meldingen gaan niet alleen over ondermijnende criminaliteit, maar ook over de zichtbare uitingsvormen hiervan, zoals het dealen van drugs. In 2024 was er sprake van een sterke stijging van Meld&Herstel-meldingen over vuurwerk (overlast, vervuiling).

Enkele trends m.b.t. onderwijs(achterstanden) ▪

Prognose: lichte toename van het aantal basisscholieren in Nijmegen als geheel (5 tot 10%). Daarbij zal er ook veel variatie binnen de stad optreden. Groei in wijken met veel

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

11

▪

▪

▪ ▪

▪

▪

nieuwbouw: met name Ressen/Groot Oosterhout en Lent, maar ook Biezen (Waalfront). In andere wijken zal er sprake zijn van terugloop (Oosterhout, Lindenholt, Oost, Midden) of stabilisatie. Segregatie in het onderwijs is in Nijmegen relatief groot. In Nijmegen wonen zowel veel hoogopgeleide personen, vaak mensen met hogere inkomens, maar ook juist veel mensen uit kwetsbare groepen. De samenstelling van de leerling-populatie op de Nijmeegse scholen is extreem: de meeste scholen hebben een heel “makkelijke” leerling-groep, maar een kwart van de scholen heeft juist een heel zware populatie. Gemiddelde scholen zijn er weinig. Een ontwikkeling op dit punt: bij twee basisscholen met veel kwetsbare leerlingen - Kleurrijk en Aquamarijn - is de samenstelling van de leerlingengroep veranderd door (duurdere) nieuwbouw in de wijk. Opvallend is dat het hoge aandeel bezoek aan het SBO (speciaal basisonderwijs) de laatste jaren in Nijmegen afneemt. Bij het bezoek aan het VSO (voortgezet speciaal onderwijs) zien we juist het tegenovergestelde: het cijfer lag op een niveau vergelijkbaar met Nederland als geheel, maar is een aantal jaar achter elkaar gestegen. In 2024/2025 is er weer een lichte daling. Signaal: lees- en rekenvaardigheid neemt af (we hebben geen lokale cijfers hierover).

Signaal: er is een groeiende behoefte aan specifieke denominaties in het onderwijs (antroposofisch onderwijs, islamitisch onderwijs). Denk aan een nieuwe vrije school in Noord, een grotere vestiging voor Hidaya en de behoefte aan een voortgezet onderwijs school van islamitische grondslag. Signaal: in een aantal wijken is er een gebrek aan kinderopvang. In de kinderopvang kunnen personeelstekorten zich fors manifesteren, onder meer omdat er strenge bezettingsnormen zijn en omdat er vooral vrouwen in de kinderopvang werken (werken relatief vaak in deeltijd). Signaal: er is sprake van groeiende personeelstekorten in het onderwijs.

Trends m.b.t. inkomen: een tweeledig beeld ▪

▪

▪

Enerzijds hebben we een lange periode van “voorspoed” achter de rug, een daling van het aantal huishoudens met een laag inkomen, verbetering van de ervaren financiële situatie van huishoudens. Ook de laatste paar jaar is de feitelijke situatie nog verbeterd, maar sterk ondersteund door overheidsmaatregelen (vooral energietoeslag). De stijging van de ervaren welvaart kwam in 2023 tot stilstand (volgende meting in 2025). Daartegenover staat het beeld dat er ook een hardnekkige armoedeproblematiek in Nijmegen is. Het bestand bijstandsgerechtigden is relatief groot, met een heel grote hardnekkige kern daarin. “Doe je mee” (contact met bijstandsgerechtigden die langdurig in de bijstand zaten) heeft laten zien dat maar voor een heel klein deel (10%) van hen werkpotentie werd gezien. Er zijn veel inkomensondersteunende maatregelen in Nijmegen, de bij goed gebruik daarvan zorgen dat huishoudens voldoende inkomen hebben om in hun levensbehoefte inclusief een participatiecomponent te voorzien. Van deze voorzieningen wordt veel gebruikt gemaakt. Maar de Armoedescan die vorig jaar is uitgevoerd door het CBS laat zien dat toch een deel van de huishoudens met recht op deze voorzieningen die (buiten ons beeld) niet gebruikt.

12

Trends met betrekking tot cohesie ▪

▪

▪

▪

▪

De Gezondheidsmonitor volwassenen 2022 (GGD) laat een toename zien van het aantal mensen dat zich in sterke mate eenzaam voelt (17% tegenover 9% in 2020); De Gezondheidsmonitor volwassenen 2024 laat enig herstel zien (13%). Maar de uitkomsten is minder gunstig dan voor corona. In alle leeftijdscategorieën voelt 12 tot 14% zich in sterke mate eenzaam, alleen bij de 65-74-jarigen is dit aandeel lager (9%). Ook Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 (GGD) laat na de coronaperiode een lichte afname van eenzaamheid zien. Het SCP onderscheidt 4 aspecten m.b.t. een coherent verband in een samenleving: 1) Sociaal vertrouwen; Hebben inwoners gemiddeld genomen vertrouwen in elkaar? Internationaal gezien scoort Nederland hierop hoog en er is geen dalende trend. Groepen waarover minder positief wordt gedacht zijn immigranten uit MENA-landen, Oost-Europeanen en mensen die weinig scholing hebben gehad. Voor Nijmegen hebben we op dit terrein in beeld hoeveel saamhorigheid er is in de buurt. Dit beeld is sinds 2015 stabiel. Wel zijn er flinke gebiedsverschillen, waarbij het Maas-Waalkanaal een scheidslijn vormt. 2) Sociale participatie; Hoe zetten inwoners zich in voor de samenleving? Hoewel vrijwillige inzet voor organisaties in Nederland internationaal hoog is, tendeert dit licht negatief. In Nijmegen zien we hetzelfde; sinds 2021 neemt deze inzet jaarlijks een procentpunt af.

3) Institutioneel vertrouwen. Het vertrouwen in instituties als leger/rechters/politie is hoog, terwijl dat in private partijen als pers/banken/bedrijven en politiek/ambtenarij laag is. Ook het vertrouwen in politiek en ambtenarij is laag. Specifiek van Nijmegenaren meten we het vertrouwen in het stadsbestuur. Dat is de afgelopen jaren stabiel (lichte verbetering in 2023, nieuwe meting in 2025). 4) Politieke participatie: het Nederlandse opkomstpercentage bij landelijke verkiezingen is binnen de EU gemiddeld. Nijmegen heeft vrij hoge opkomstcijfers bij verkiezingen, ten opzichte van de vaste set van benchmarksteden. Dit geldt zowel voor landelijke als lokale verkiezingen. De afgelopen jaren is de acceptatie die de groep lhbtiq+ inwoners ervaart in Nijmegen gekanteld; van overwegend positief in 2021 naar overwegend negatief in 2024. Ook zien we een opvallend scherpe afname van acceptatie van homoseksualiteit onder scholieren tussen 2019 en 2023. Stijgende trend voor het aandeel volwassen Nijmegenaren dat zich soms of vaak gediscrimineerd voelt (van 13% in 2021 naar 22% in 2024). De meest genoemde gronden van discriminatie zijn: herkomst of nationaliteit, leeftijd en geslacht of genderidentiteit.

Signaal: toename van negatieve sentimenten (verharding samenleving, meer pluriformiteit, meer verschillende groepen die zich voeden met eigen kanalen, meer scheiding tussen groepen door sociale media, vaker demonstraties, meer NIMBYgedrag).

Trends met betrekking tot cultuur en erfgoed Opgenomen onder sociale stad vanwege de maatschappelijke baten (cultuur draagt bij aan cohesie, ontmoeting, inclusie). ▪ Hoge cultuurdeelname, terug op niveau van voor corona. Wel grote verschillen naar opleidingsniveau en SES.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

13

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Sterke groei van het bezoek aan podiumvoorstellingen na corona. Recordaantal bezoeken in 2024. Filmbezoek in LUX nog lager dan voor corona. Naar schatting zijn de uitgaven in de stad van bezoekers van de podia gestegen naar 11 miljoen euro per jaar. Recordaantal cursisten bij De Lindenberg. Bibliotheek: toename uitleningen aan jongeren, afname uitleningen aan volwassenen; toename bezoek. Recordaantal bezoekers voor de Stevenskerk in 2024.

14

4. Gezondheid, welzijn en zorg Basiszorg en geïndiceerde zorg (maatwerk) ▪

▪

▪ ▪ ▪

Wmo en Jeugdzorg: het aantal cliënten voor geïndiceerde zorg (maatwerkvoorzieningen) neemt laatste paar jaar af door het van start gaan buurtteams volwassenen en buurteams jeugd en gezin, maar met de basiszorg erbij (die vanuit de buurteams geboden wordt) zien we een stijging van het aantal cliënten. Prognose Wmo: groei geïndiceerde zorg door vergrijzing (flinke toename van aantal 70plussers en ouderen blijven ook langer thuis wonen, aantal verpleeghuisplekken blijft gelijk). De groep 70-plussers (ongeveer 22.400 in januari 2025) gaat flink doorgroeien in de komende jaren. Naar schatting komen er tot 2040 tussen de 7.300 en ruim 8.000 70plussers bij. Prognose jeugdzorg: daling geïndiceerde zorg. Signaal: doelgroep jeugdhulp wordt sterk beïnvloed door toestroom Oekraïners en statushouders. Signaal: groeiende personeelstekorten in de zorg.

Ervaren gezondheid: licht herstel na coronapandemie ▪

▪

▪

GGD-onderzoek liet negatieve invloed van coronapandemie op de ervaren gezondheid zien, zowel bij volwassenen als jongeren (percentage dat zich goed gezond voelde was gedaald). Daarna zien we enig herstel bij de jongeren (meting 2023) en volwassenen (meting 2024), maar de uitkomsten zijn nog wel minder gunstig dan voor corona. Ook in de Burgerpeiling vragen we naar de ervaren gezondheid en deze laat een meer stabiel beeld zien voor het percentage dat zich goed gezond voelt. De gezondheidsverschillen naar welstandsklasse (sociaaleconomische status) zijn aanzienlijk en structureel. Dat blijkt zowel uit GGD-onderzoek als onze eigen Burgerpeiling. Het aandeel bewoners, dat regelmatig of vaak warmteoverlast in de eigen woning ervaart, is gestegen van 19% in 2017 naar 31% in 2023.

Trends op het vlak van roken en alcohol- en drugsgebruik ▪ ▪ ▪ ▪

De dalende trend voor het aandeel rokers is na 2022 tot stilstand gekomen. Onder middelbare scholieren jongeren is het vapen toegenomen. Daling van het aandeel overmatige drinkers; stijging van het aandeel dat geen of matig alcohol gebruikt. Door een nieuwe vraagstelling over drugsgebruik in de Gezondheidsmonitor volwassenen 2024 (GGD) kunnen we geen trends voor drugsgebruik laten zien. De cijfers voor 2024 zijn: 23% van de volwassenen (35% van de 18- 34-jarigen) heeft in de voorgaande 12 maanden drugs gebruikt; 11% (17% van de 18-34-jarigen) heeft in de laatste 4 weken drugs gebruikt.

Mentale gezondheid: licht herstel na coronapandemie; jongeren scoren minder gunstig ▪

GGD-onderzoek liet negatieve invloed van coronapandemie op het welzijn zien, zowel bij volwassenen als jongeren. Daarna zien we enig herstel bij de jongeren (meting 2023) en volwassenen (2024), maar de uitkomsten zijn nog minder gunstig dan voor corona. De Burgerpeiling daarentegen laat een stabiel beeld zien voor hoe gelukkig Nijmegenaren zich voelen (geen invloed corona zichtbaar).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

15

▪

▪

De gezondheidsmonitor jongvolwassenen 2024 laat zien dat veel 16-24-jarigen niet goed scoren op indicatoren die met de mentale gezondheid te maken hebben: ervaren geluk, ervaren mentale gezondheid, eenzaamheid, stress en prestatiedruk. Een minderheid van de 16-24-jarigen heeft veel vertrouwen in de toekomst: 45% tegenover 42% ‘matig tot redelijk’ vertrouwen in de toekomst en 13% ‘weinig tot geen’ vertrouwen. Veel jongeren maken zich zorgen over zaken, zoals de woningmarkt, stijgende prijzen, het klimaat, de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving en discriminatie. Bij middelbare scholieren zien we een toename van stress, een afname van schoolplezier en een toename problematisch gebruik sociale media.

Toename sportdeelname, maar aandeel dat aan beweegrichtlijn voldoet niet gestegen ▪

▪

▪ ▪

▪

De sportdeelname onder volwassenen en jongeren is hoger dan voor de coronapandemie. Wel zijn er hardnekkige grote verschillen naar opleidingsniveau en sociaaleconomische status. Bij de beweegrichtlijn gaat het om bewegen én spier- en botversterkende activiteiten. Het aandeel volwassen Nijmegenaren, dat aan de beweegrichtlijnen voldoet, daalde van 59% in 2016 naar 54% in 2022. In 2024 zien we geen verdere daling (54%). Signaal: Afname motorische vaardigheden bij de jeugd. Hardloopevenementen zijn populair (flinke stijging aantal deelnemers in 2023 en 2024) en zijn van belang voor sportstimulering, zo is gebleken bij het onderzoek onder deelnemers en bezoekers tijdens de Zevenheuvelenloop 2024. Signaal: commerciële sportaanbieders doen steeds vaker een beroep op de gemeente. Het verschil tussen “traditionele” sportverenigingen en andere sportaanbieders is kleiner aan het worden.

16

5. Economie Onzekerheden ondanks specifieke opbouw economie ▪

▪

▪

▪

▪

Signaal: Nijmegen heeft veel collectieve werkgelegenheid (45%), wat de economie minder gevoelig maakt voor conjunctuurschommelingen. Toch zijn sectoren als horeca, detailhandel, bouw, zakelijke dienstverlening en hightechindustrie kwetsbaar, bijvoorbeeld voor economische en geopolitieke schokken. Het aantal eenmanszaken en ZZP’ers in Nijmegen is sterk gegroeid (van 8.680 in 2014 naar 16.170 in 2024, +86%), terwijl het aantal bedrijven met meer personeel afneemt. De ontwikkeling rond eenmanszaken en ZZP’ers is onvoorspelbaar. De arbeidsmarktstructuur wordt flexibeler en onzekerder. Signaal: De publieke sector bleef tot nu toe stabiel, maar economische tegenwind kan leiden tot bezuinigingen, vooral op zorg, onderwijs en sociale voorzieningen. Kabinetsplannen kunnen gevolgen hebben voor onderwijsinstellingen zoals Radboud Universiteit en HAN. Signaal: De hightechsector, en dan met name chipindustrie, is voor Nijmegen belangrijk maar gevoelig voor geopolitieke en wereldmarkt-ontwikkelingen. Plannen om productie tussen 2027 en 2030 gefaseerd te verplaatsen naar elders roepen onzekerheid op. Investeringen en de sterke onderzoeksbasis bieden mogelijk perspectief. Ondanks positieve ontwikkelingen in circulariteit en recycling blijft het behalen van landelijke duurzaamheidsdoelen door het bedrijfsleven lastig, bijvoorbeeld door tegenstrijdige consumptietrends.

Dalende waarderingen voor het Nijmeegse ondernemersklimaat ▪

▪

De waardering voor het ondernemersklimaat in Nijmegen (door bedrijven en instellingen) blijft voldoende, maar kent een langjarige daling. Ook de gemiddelde rapportcijfers voor bedrijfshuisvesting, bedrijfsomgeving en de algehele dienstververlening van de gemeente Nijmegen aan bedrijven of instellingen zijn gedaald. Landelijke onderzoeken laten eveneens een daling van de waardering voor het ondernemingsklimaat zien. Bedrijven noemen vooral bereikbaarheid van de stad als grootste knelpunt, en specifiek parkeergelegenheid en auto-bereikbaarheid. Sinds 2014 kent Nijmegen structureel meer inkomende dan uitgaande pendel, wat betekent dat er meer mensen van buiten de stad in Nijmegen werken dan andersom.

Groeiende mismatch op de arbeidsmarkt ▪

▪

▪

Het aantal bedrijfsvestigingen in Nijmegen groeit gestaag, (na 2014 jaarlijks tussen 2% en 7%). Ook het aantal banen groeit (sinds 2014 jaarlijks tussen 0% en 4%). De groei van werknemersbanen in Nijmegen verhoudingsgewijs wel iets lager. Aanhoudende wereldwijde geopolitieke onzekerheden zorgen naar verwachting voor een meer bescheiden groei van bedrijfsvestigingen en werknemersbanen de komende jaren. Krapte op de lokale/regionale arbeidsmarkt is toegenomen. We zien ook een stijging van de netto-arbeidsparticipatie, het aandeel werkenden in de leeftijdsklasse 15 tot 75 jaar. En een lage werkloosheid. Tegelijkertijd leidt onze stedelijke groeitrend leidt tot toename van inwoners, arbeidspotentieel en beroepsbevolking. Ook zijn er steeds meer mensen (in de beroepsbevolking) met een startkwalificatie. Signaal: groeiende mismatch op de arbeidsmarkt, een gevolg van vergrijzing en ontgroening. Het vraagstuk rond arbeidsmarkt wordt de komende jaren heel anders.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

17

▪

▪

Het gaat niet meer alleen om het creëren van nieuwe banen, maar vooral om aansluiting van vraag en aanbod. We zien nu al dreigende tekorten in diverse sectoren (techniek, zorg, etc.). Nijmegen kent naar verhouding veel hoogopgeleiden (net als andere onderwijssteden). Landelijke prognose: Voor de zorg wordt het grootste tekort verwacht. Een landelijke prognose van ABF voorspelt dat er 2024 een landelijk tekort van 266.000 werknemers in de sector Zorg en Welzijn zal zijn (tegenover bijna 44.000 in 2023). Naast de zorg, blijft ook de krapte in de sectoren onderwijs, ICT en techniek volgens het UWV een structureel probleem. Grote maatschappelijke opgaven waar Nederland mee te maken heeft (vergrijzing, bevolkingsgroei, digitalisering, woningtekort en energietransitie) zorgen juist in deze vier sectoren voor extra werk. De horeca-werkgelegenheid groeit in onze binnenstad. Deze blijft zich ontwikkelen van winkelstad naar uitgaansstad, maar persoonlijke verzorging zoals kappers, nagelstudio’s, schoonheidssalons en tweedehands kleidingwinkels nemen toe. Dit is ook een landelijke trend.

Markt voor bedrijfsruimte en winkels verandert ▪

▪

De bedrijventerreinenmarkt liet de afgelopen 10 jaar aanvankelijk lang weinig vraag zien, maar liep vervolgens geleidelijk op. Naar de toekomst toe is het beeld dat het uitgeefbare aanbod niet matcht met de vraag. Ook de kantorenmarkt is de afgelopen jaren verkrapt. In de winkelmarkt bereikte leegstand in 2015 het hoogste niveau, zowel in het centrum als in Nijmegen als geheel. Daarna neemt deze leegstand af, ook omdat in het stadscentrum aantallen winkels en winkelvloeroppervlak al langer teruglopen. Hier speelt transformatie naar andere functies (wonen, horeca, leisure) een grote rol. Deze ontwikkeling is ook zichtbaar bij kantoren.

18

6. Politiek, bestuur en organisatie Interesse in lokale politiek neemt toe ▪ ▪

▪

Het percentage Nijmegenaren dat interesse heeft in de lokale politiek heeft, is licht aan het stijgen: van 54% in 2017 naar 60% in 2023. Percentage inwoners zonder vertrouwen in het stadsbestuur is de laatste drie jaar gelijk gebleven (13%). Het vertrouwen in het stadsbestuur is lager bij de 65-plussers en bij personen in de lagere welstandsklassen. Dit zorgt voor verschillen in vertrouwen tussen gebieden. Hetzelfde beeld zien we ook bij de ervaren van invloed (als kiezer) op wat er in de gemeente gebeurt. Het CBS laat zien dat in 2023 66% van de Nijmegenaren (15jr+) vertrouwen heeft in drie instituties (Tweede Kamer, politie en rechters), versus 64% gemiddeld in de benchmarksteden. Tijdens de coronapandemie lag dit percentage hoger (75% in 2020). Maar in de jaren daarvoor lag het tussen de 62 en 68%.

Meer weerstand vanuit de samenleving ▪

Signaal: ambtenaren ervaren een groeiende weerstand tegen gemeentelijke keuzes en beleid. Toegevoegd: Tegelijk zijn er ook uit het verleden voorbeelden van sterke weerstand vanuit de samenleving tegen de (lokale) overheid. Voor de ervaren huidige toename worden verschillende oorzaken genoemd: Er spelen diverse grote veranderingen, zoals de energietransitie en grote aanpassingen in de infrastructuur en openbare ruimte. In Nijmegen is in het algemeen wel een behoorlijk draagvlak voor de energietransitie, maar als het de persoonlijke leefwereld van mensen raakt komen er geregeld protesten. Bij de grote veranderingen gaan zaken voor een deel van de burgers te snel. Door de eerder aangehaalde toenemende druk op de schaarse ruimte vinden veranderingen vaak dicht bij de mensen thuis plaats met vaker nimby-gedrag als gevolg (bijvoorbeeld geen transformatorhuisje in de straat accepteren). Beleid kan leiden tot een inperking van mogelijkheden en van wat men als verworvenheden beschouwt (bijvoorbeeld minder ruimte voor parkeren, parkeren bij het huis is niet meer vanzelfsprekend, met een ouder voertuig een bepaald gebied niet meer in mogen). Dit roept bij bepaalde groepen weerstand op. Burgers zijn mondiger geworden en ook lastiger aan te spreken.

Onze populatie is steeds meer pluriform: iedere groep heeft eigen kanalen en eigen waarheden, wat kan leiden tot informatieverkokering en sterk tegengestelde meningen. Volgens het SCP zijn de inhoudelijke tegenstellingen misschien niet scherper geworden, maar wel de toon waarop deze gebracht worden. Dat leidt bij mensen tot een gevoel van een toegenomen polarisatie. Een gepolariseerde samenleving - of dat nu daadwerkelijk zo is of door mensen zo wordt beleefd - kan volgens het SCP ervaren vijandigheid tussen politieke tegenstanders aanwakkeren en op den duur de sociale cohesie en het functioneren van de democratie aantasten. De lange termijn belangen (gemeente/samenleving) botsen regelmatig met de korte termijn belangen (burgers). Er wordt door overheden (waaronder de gemeente) vaker een beroep gedaan op zelfredzaamheid, terwijl de verwachtingen van burgers/bedrijven vaker anders zijn.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

19

▪

▪

Signaal: Een toename van onvrede, weerstand en pluriformiteit leidt tot meer personele inzet van de gemeentelijke organisatie, bijvoorbeeld bij demonstraties en afhandeling van klachten en bezwaren. Signaal: nog altijd is niet iedere groep even sterk vertegenwoordigd bij participatieprocessen. Dit ondanks de inspanningen vanuit de gemeentelijke organisatie.

Ontwikkelingen in de dienstverlening ▪ ▪

▪

▪

▪ ▪ ▪

▪

▪

Toename volume dienstverlening door groei aantal inwoners, vergrijzing en toename van dienstverlening in het sociale domein. Toename digitale contactmomenten en afname telefonische contacten. Toename van het aantal kanalen dat voor dienstverlening gebruikt wordt (analoog en digitaal). Opkomst ID-wallets als toepassing in onze dienstverlening (bijv. Yivi). Signaal: Zorgen over ouderen en de niet digitaal vaardigen; 10% Nijmegenaren is laaggeletterd; 20% niet digitaal vaardig. De trend van groeiende digitale dienstverlening leidt tot discussie over efficiënte versus inclusieve dienstverlening. Signaal: zorgen over onderscheid tussen groep, die goed wegwijs is in de wereld van procedures en regels met betrekking tot een uitgebreid pakket aan voorzieningen binnen de gemeente, en de groep die dat niet is. De twee signalen hierboven kunnen ertoe leiden dat er mensen geen gebruik maken van voorzieningen, die belangrijk voor hen kunnen zijn. Signaal: zorgen over dat mensen met hulpvragen meer keer hetzelfde verhaal moeten doen. Signaal: tegelijkertijd is er een verschil in gemeentelijke dienstverlening en het bedrijfsleven dat sterker inzet op AI/chatbots/etc. Dit beïnvloedt mogelijk de verwachtingen van de Nijmegenaar over onze dienstverlening. Signaal: Gemeentepersoneel past vaker AI toe in het dagelijks werk. De verdere toepassing kan tot grote efficiëntieslagen leiden.

Richtlijnen over wat mag met data zijn in ontwikkeling (gemeentelijk team AI). Het gaat hier om zaken als privacy en gegevensbescherming, accuraatheid, menselijke controle, transparantie en verantwoording en bias en discriminatie. Signaal: toename agressie richting publieke dienstverleners.

Toename geopolitieke onrust ▪

▪

De toegenomen geopolitieke onrust gaat gepaard met veel onzekerheid over de toekomst en roept de vraag op welke rol de gemeente kan spelen in het weerbaar maken van inwoners, ondernemers en instellingen. De gemeente moet voorbereid zijn in geval van rampen en crises. Tegelijk met de groeiende geopolitieke onrust speelt ook de groei van nepnieuws en buitenlandse inmenging. Ook dit vraagt om weerbaarheid.

Gemeente steeds vaker partner in veranderingsproces ▪

In het werken aan maatschappelijke opgaven is de gemeente meer en meer een van de partners in een samenwerking of netwerk met andere grote, vaak regionaal of landelijk opererende partijen, zoals netbeheerders, grote zorgaanbieders en bedrijven of waterschappen. De opgaven zijn grootschalig, langjarig en complex, onder meer door schaarstes aan ruimte, stroom, menskracht en ook geld. Dat vraagt veel professionaliteit in een krappe arbeidsmarkt. Als grote gemeente zijn we nog steeds een

20

▪

aantrekkelijke werkgever, maar ook wij hebben last van personele krapte, waardoor we meer moeten terugvallen op inhuur. Bovenstaande trend maakt ook regionale samenwerking vaker noodzakelijk. En het rijk sluit meer deals en partnerschappen met gemeenten om als medeoverheden aan gezamenlijke doelen te werken. In een wisselend politiek klimaat, waar gemeentebelangen niet altijd even hoog op de agenda staan, leidt dat ook tot spanning tussen ambities en middelen en tot druk op gemeentelijke beleidsvrijheid.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=60b5d23b-b83b-4a30-ada8-aa2179fe0c0f