Lokaal plan jeugd gemeente Nijmegen
Tekst van het document
Lokaal Plan Jeugd gemeente Nijmegen bij het Regioprogramma Jeugd 2023-2028 I.
Inleiding en context
In het Regioprogramma Jeugd 2023-2028 zijn leidende principes, ambities en doelen voor de komende jaren benoemd en de regionale opgaven geschetst. Het programma is een regionale vertaling van de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, die gemeenten en het Rijk overeen zijn gekomen om de knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken. In het Regioprogramma is aangegeven waar het zwaartepunt van de aanpak op regionaal niveau ligt en waar de koppeling zit met lokale verantwoordelijkheden. Voor de gemeente Nijmegen voegen we dit lokaal plan toe. Hierin werken we uit hoe we lokaal opgavegericht werken aan de ambities en doelen zoals we die samen met de andere gemeenten uit de regio Rijk van Nijmegen hebben geformuleerd. Dit doen we langs drie opgavesporen: 1. 2. 3.
Een sterke basis voor kinderen en jongeren Krachtige Buurtteams en normalisering Meer bestaanszekerheid, meer maatwerk en stevige regie bij multiproblematiek
We beginnen hierin niet opnieuw, maar trekken lijnen door die we al in de vorige bestuursperiodes in gang hebben gezet. Wel hebben we de afgelopen jaren veel geleerd over wat wel en wat niet werkt, uit eigen ervaring en uit het land. Deze lessen nemen we mee in de vormgeving en prioritering van de opgaven en acties. We kiezen voor acties die impact hebben: impact voor onze inwoners, met name inwoners in de meest kwetsbare situaties; impact op onze kosten zodat de zorg betaalbaar blijft; en impact in de richting van onze doelen en ambities. Met dit lokaal plan willen we inzicht bieden in de relatie tussen het Regioprogramma en onze lokale inspanningen. Tegelijkertijd hebben we daarmee een stramien op basis waarvan we de gemeenteraad jaarlijks kunnen informeren over de stand van zaken en geboekte voortgang. In het laatste hoofdstuk, ‘Uitvoering, financiën en monitoring’, schenken we aandacht aan de financiën die gemoeid zijn met de lokale jeugdzorg. Daar is ook reden toe. Het Nijmeegse beleid voor het sociaal domein is in de kern gestoeld op de pijlers kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. De laatste pijler staat in toenemende mate onder druk. Binnen onze cirkel van invloed werken we al jaren aan een zo betaalbaar mogelijk lokaal jeugddomein.
Daarbij moet gedacht worden aan een reeks van maatregelen zoals betere monitoring, investeringen in de kwaliteit van de lokale toegang, het versterken van de sociale basis door stadsdeelprogrammeren, intensieve samenwerking met het onderwijs en de kinderopvang, afspraken met andere wettelijk verwijzers, contractsturing gericht op kostenbewust werken door zorgaanbieders en de introductie van budgetplafonds. De komende jaren zullen we de nodige acties ook blijven inzetten. Maar veel factoren en ontwikkelingen die van invloed zijn op de kosten in de jeugdzorg zijn niet direct, en zeker niet alleen door de gemeente te beïnvloeden. In het laatste hoofdstuk brengen we de complexiteit van het krachtenveld waarin we werken in beeld en schetsen we de dilemma’s die verbonden zijn aan een stevige sturing op kostenbeheersing.
1
II.
Lokale opgaven 1. Een sterke basis voor kinderen en jongeren
In het door de raad vastgestelde beleidskader Samenwerken, samen sterk is de ambitie en aanpak voor de versterking van de sociale basis geschetst. Jeugd is hier nadrukkelijk een onderdeel van. Wanneer gezinnen, kinderen en jongeren een sterke basis hebben, kunnen zij zelf en met hun eigen netwerk en professionals in de basisvoorzieningen zoals leerkrachten, omgaan met levensgebeurtenissen, met stress, met beperkingen en met de puberteit. We streven ernaar om in onze stadsdelen en op de kinderopvang en scholen een passend en stevig aanbod te ontwikkelen op het gebied van welzijn, gezondheid, sport en cultuur. We maken de komende jaren de omslag van een stedelijk geprogrammeerd aanbod naar een programmering op stadsdeelniveau, voor en door inwoners en professionals in het gebied. Een sterke sociale basis is een waarde in zich zelf. Tegelijkertijd is bekend dat goede sociale programmering een preventieve werking kan hebben als neveneffect en kostbare zorginzet kan voorkomen. Wat doen we en wat gaan we verder ontwikkelen? 1.
Versterken sociale basis: preventieprogramma’s jeugd
In de afgelopen jaren is in alle stadsdelen ervaring opgedaan met de preventieprogramma’s 12+ en in vier stadsdelen met de preventieprogramma’s 12-. De methode van stadsdeelprogrammeren wordt hier benut om een sterke sociale basis op te bouwen die antwoord geeft op de vragen en behoeften in een specifiek gebied. De werkwijze is nog volop in ontwikkeling. We leren van andere steden zoals Rotterdam. Aan dit preventieplatform nemen diverse professionals uit de wijk deel die betrokken zijn bij het opvoeden en opgroeien van de jeugd. Denk hierbij aan jongerenwerkers, jeugdcoaches en de buurtsportcoaches. Op basis van een gezamenlijke analyse stellen zij gedeelde prioriteiten centraal voor de wijk. In 2024 gaan we bij het preventieplatform 12+ een nieuwe werkwijze implementeren waarbij er meer recht wordt gedaan aan de leefwereld van jongeren en de stedelijk georganiseerde partners. De preventieplatforms 12- zijn positief geëvalueerd. 2.
Meer inclusie: Netwerk Jonge Kind
Steeds meer jonge kinderen stromen vanwege achterstanden, beperkingen en andere problematiek vanuit de kinderopvang (met name vanuit de voorschool) in in specialistische zorgvoorzieningen zoals dagbehandeling. Vanuit deze voorzieningen stromen zij bijna altijd door naar het speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs. Voor sommige kinderen is dit ook de best passende route. Maar met deze groeiende, zogenaamde ‘onderinstroom’ in deze onderwijstypes zit Nijmegen, net als de regio, boven het landelijke gemiddelde. Dit is een trend die contrair is aan het streven naar meer inclusie. We hebben in het afgelopen jaar onze netwerksamenwerking rondom jonge kinderen versterkt door partijen die actief zijn in de sociale basis, de kinderopvang, het onderwijs, de Buurtteams Jeugd en Gezin, de jeugdgezondheidszorg en specialistische zorgaanbieders bijeen te brengen in het Netwerk Jonge Kind. Dit Netwerk benutten we om tot een agenda voor het jonge kind te komen, waarin we gezamenlijke doelen en uitgangspunten rondom de inclusie van jonge kinderen gaan opnemen en een set van samenhangende maatregelen opstellen om te komen tot zo regulier mogelijke kinderopvang en onderwijs voor ieder jong kind. 3.
Gelijkwaardige kansen
Primair onderwijs Onderwijs is (één van) de grootste gelijkmaker(s). Om gelijkwaardige kansen te creëren is onderwijs van hoge kwaliteit van wezenlijk belang. We zien in de Staat van het Onderwijs dat het onderwijs juist niet vooruit gaat, dat 2
we te maken hebben met lerarentekorten en dat er meer aandacht moet zijn voor de basisvaardigheden in het onderwijs (taal, rekenen en burgerschap). Dit is de primaire verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De gemeente heeft een rol als het gaat om onderwijshuisvesting, onderwijsachterstandenbeleid, afstemming over de inschrijvingsprocedure en leerlingenvervoer. Door als gemeente duidelijk te sturen op taken, verantwoordelijkheden en prioriteiten, kan het onderwijs zich focussen op haar primaire verantwoordelijkheden. Lokaal doen we het volgende: • Vanwege de sterk gesegregeerde wijken in Nijmegen én de groei en krimp in verschillende stadsdelen, betekent dit dat wij vasthouden aan de centrale aanmelding voor het basisonderwijs én in de komende jaren keuzes moeten maken over de spreiding en het aantal basisscholen. In de werkwijze van de centrale aanmeldingsprocedure wordt meer rekening gehouden met het voorkomen van speciaal (basis) onderwijs. • Met ingang van 2024 willen we binnen het leerlingenvervoer meer ondersteuning inzetten om kinderen te leren zelfstandig te reizen, waardoor zij geen of minder gebruik hoeven te maken van taxivervoer of doelgroepenvervoer. • In Nijmegen willen we het leesonderwijs bevorderen, administratieve druk verminderen én de dyslexiezorg gericht inzetten.
Een stap hierin is de ontwikkeling met en door het onderwijs van een innovatief document dat zowel een aanmeldformulier, kwaliteitskaart, (groeps-)handelingsplan én vergoedingsaanvraag voor Ernstige Dyslexie is. Met ingang van schooljaar 2023-2024 gaat hiermee gewerkt worden op de Nijmeegse basisscholen. Doelgroep 10-15 jaar Onze ambitie, zoals verwoord in het plan van aanpak Gelijkwaardige kansen in het onderwijs 2023-2026, is dat alle Nijmeegse kinderen en jongeren zich maximaal kunnen ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond. Het tegengaan van kansenongelijkheid is een opdracht voor iedereen, met een grote rol voor het onderwijs. Het verbinden van de drie leefwerelden - school, thuis, omgeving - is daarbij belangrijk. Het uiteindelijke effect dat we proberen te bereiken is een samenspel van kwalitatief goed onderwijs (verantwoordelijkheid van de scholen) en effectieve interventies voor gelijkwaardige kansen (vanuit gemeentelijke aanpak en middelen). We richten ons dus op groeien en ontwikkelen in het onderwijs. We kiezen niet voor een grote koerswijziging, maar voor tijd om de ingeslagen weg tot verdere uitvoering te brengen. Het gaat om een samenhangende aanpak met integrale en duurzame inzet, in die wijken waar het risico op achterstanden groot is, met als doel vergroten van gelijkwaardige kansen in en aansluitend op het onderwijs.
We werken de komende drie jaren langs drie programmalijnen: iedereen kan meedoen, iedereen kan groeien en iedereen kan hulp krijgen. We brengen focus aan, niet alles kan. We richten ons op de leeftijdgroep 10-15 jaar en investeren in de wijken en scholen waar het het meest nodig is. We betrekken de plannen niet alleen op de jongere, maar ook op de ouders en de omgeving. We investeren in een hoogwaardig en vindbaar aanbod van activiteiten en kiezen voor duurzame investeringen voor de lange(re) termijn. 4.
Stimuleren brede ontwikkeling en ontplooiing
Nijmegen kent in de vorm van brede scholen een lange historie op het gebied van naschools activiteitenaanbod. Sinds de komst van de brede scholen is de context fors veranderd, maar het concept zelf is weinig doorontwikkeld. Om die reden zijn we gestart met het ontwikkelen van een aanpak die voortvloeit uit het kader Samen werken samen sterk, waarmee kinderen in Nijmegen kunnen deelnemen aan kwalitatief goed aanbod om ontwikkelkansen en ontmoeting te vergroten. Deze ontwikkelkansen zijn gericht op de leefdomeinen van een kind. Er is binnen deze aanpak voldoende ruimte om te differentiëren en aan te sluiten bij de specifieke behoefte van een school- of wijkpopulatie. De uitvoering moet aansluiten bij de leefwereld van de ouders en de kinderen. Een belangrijke waarde is dat het aanbod toegankelijk is voor kinderen die niet in de wijk naar school gaan. Concrete doelen zijn: kansengelijkheid bevorderen, brede ontwikkeling van kinderen stimuleren, integratie en ontmoeting van diverse doelgroepen bevorderen én kinderen ook na schooltijd in beeld hebben (preventief werken). Wij willen met ingang van schooljaar 2024-2025 een start maken met deze nieuwe werkwijze.
3
5.
Jongeren naar school of werk
Gemeenten werken al lange tijd samen met het onderwijs in de regionale aanpak voortijdig schoolverlaten. Daarnaast kent de regio ook een aanpak jeugdwerkgelegenheid. Beide aanpakken zijn samengevoegd in de aanpak jongeren naar school of werk. We willen dat iedere jongere op school zit of aan het werk is en zo nodig een aansluitend zorgaanbod ontvangt. Voortijdig schooluitval willen we zo veel mogelijk voorkomen. Deze gezamenlijke opgave ligt op het snijvlak van onderwijs, gemeenten en werkgevers. Op verschillende momenten in hun onderwijscarrière kunnen jongeren hobbels ervaren. Door een verkeerde studiekeuze, problemen thuis, gezondheidsklachten of iets anders is het afronden of oppakken van een studie dan niet vanzelfsprekend. Gelukkig lukt het de meeste jongeren om de studie succesvol af te ronden. Elke jongere die dat niet zelfstandig lukt verdient onze inzet en ondersteuning. In een samenhangend pakket van maatregelen zetten we in de periode 2021-2025 in op het voorkomen van schooluitval en/of begeleiden we kwetsbare jongeren bij de overstap naar de arbeidsmarkt. De afgelopen twee jaar zien we zowel landelijk als regionaal een stijging in het aantal voortijdig schoolverlaters. Corona lijkt daar veel impact op te hebben gehad. Daarnaast zorgt een krappe arbeidsmarkt er voor dat jongeren eerder stoppen met school om te gaan werken.
Motivatie en mentaal welbevinden zijn daarnaast veelvoorkomende redenen om te stoppen met school. We onderzoeken of en op welke manier we voor de resterende periode de aanpak dienen te actualiseren om alsnog de ambities uit het plan te realiseren. Daarnaast treffen we de voorbereidingen voor de wetswijziging jongeren naar school of werk, zodat we in augustus 2025 processen, samenwerking en activiteiten goed op elkaar hebben afgestemd. 6.
Minder jongeren tussen wal en schip 18-/18+
Op het snijvlak van Jeugdwet en Wmo hebben we in de afgelopen jaren gezien dat jongeren soms tussen wal en schip vallen. Wij streven ernaar om in Nijmegen de overgang naar volwassenheid voor elke jongere kansrijk te laten verlopen. Dit doen we door hen te helpen de basis op orde te krijgen wanneer dat niet vanzelfsprekend gebeurt vanuit het systeem waarin de jongere opgroeit. De leefgebieden vormen daarbij de leidraad: de samenhang tussen support, wonen, school en werk, inkomen, zorg en welzijn. We noemen deze ‘de big five’. Het TWES 18-/18+ is een netwerk van ruim 25 partijen die vanuit verschillende domeinen samenwerken op de big five. Dit netwerk wordt verder doorontwikkeld met onder meer de doorbraakaanpak om maatwerk mogelijk te maken in complexe situaties. Daarnaast worden waar mogelijk regelingen, zoals inkomen, aangepast en is er aandacht voor de woonvraag van deze doelgroep. 7.
Jongerenwerk: versterken verbinding school-wijk-jongere
Kinderen en jongeren ‘switchen’ voortdurend tussen de omgevingen school, thuis, vriendengroepen en de wijk/omgeving en de daarbij behorende leefwerelden. Een goede verbinding tussen deze leefwerelden zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen en eventuele problemen in een vroeg stadium en laagdrempelig opgelost kunnen worden. In onze stad zetten we jongerenwerkers in op de VO-scholen. Het doel is signaleren wat er speelt onder jongeren, behoeften uitvragen van zowel jongeren als de school en laagdrempelig ondersteuning bieden. Ook kan een terugkoppeling worden gedaan naar het jongerenwerk in de wijk of worden doorverwezen binnen de zorgstructuur van de school of naar een externe samenwerkingspartner. Het jongerenwerk heeft hier de verbindende rol in de driehoek school-thuis-omgeving (wijk). Zij werken nauw samen met de Buurtteams Jeugd en Gezin en met de jongerencoaches. De laatstgenoemden komen in beeld op het moment dat er signalen van (beginnende) criminele activiteiten zijn. Deze aanpak wordt momenteel onderzocht door Youthspot, het lectoraat jongerenwerk in Amsterdam. De werkzame elementen gebruiken we om de komende jaren de inzet en aanpak van het jongerenwerk te verbeteren en eventueel uit te breiden.
4
Daarnaast verzorgt FC Social Work verschillende activiteiten waarbij de verschillende leefwerelden van de jongeren bij elkaar komen, waaronder Futsal Chabbab. Het doel is om schooluitval onder kinderen en jongeren te beperken, overlast in de wijk te verminderen en zelfontplooiing te bevorderen. De jongeren worden binnen én buiten de sportzaal op hun gedrag gecoacht en volgen verplicht huiswerkbegeleiding als de schoolprestaties achterblijven. 8.
Vergroten jongerenparticipatie
In 2022 en 2023 hebben we het leertraject ‘democracy reloading’ gevolgd bij het NJI en Erasmus+ dat gemeenten ondersteunt bij het betrekken van jongeren bij de lokale besluitvorming. Hiermee hebben we in kaart gebracht waar we nu staan met betrekking tot jongerenparticipatie en wat onze ambities zijn. Voor 2023 en 2024 hebben we twee doelen opgesteld. Ten eerste gaan we verkennen welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot online participatie, welke vormen en middelen voorhanden zijn en wat past bij de gemeente Nijmegen, om hier vervolgens een pilot voor in te richten. Ten tweede willen we de jongeren opzoeken daar waar zij zijn. In plaats van gebruik te maken van de geformaliseerde structuren voor participatie gaan we actief de plekken bezoeken waar de jongeren zijn om zo hun input en verhalen op te halen.
2. Krachtige Buurtteams en normalisering De Buurtteams Jeugd en Gezin hebben een centrale positie in het Nijmeegse zorgnetwerk en daarmee - met hun partners - ook in het proces van lokale realisatie van de opgaven uit het Regioprogramma Jeugd. De Buurtteams zijn per 1 januari 2024 tweeëneenhalf jaar operationeel. De opzet en werkwijze is al in grote mate conform de eisen die de Hervormingsagenda Jeugd stelt aan stevige lokale toegangsteams. Zo werken de Buurtteams vanuit acht locaties dichtbij onze inwoners en op basis van gezinsplannen die samen met jeugdigen en ouders worden opgesteld. Dit plan wordt gebaseerd op een brede analyse. Ook bieden de Buurtteams steeds meer zelf basishulp, verwijzen minder door naar zorgaanbieders en hebben een nadrukkelijke rol bij de vormgeving van de sociale basis door actieve deelname aan de stadsdeelprogrammering. De regie wordt zo veel mogelijk belegd bij de jeugdige en het gezin, tenzij dit hen nog niet helemaal zelf lukt. Wat doen we en wat gaan we verder ontwikkelen? Natuurlijk is er, ook in relatie tot het Regioprogramma, nog een aantal aspecten waarop de Buurtteams en andere partijen in het jeugddomein zich verder dienen en willen doorontwikkelen. Al bij de aanbesteding van de Nijmeegse lokale toegang is benadrukt dat het om een meerjarenproject gaat in een complex en beweeglijk netwerk. 1.
Meer basishulp, minder indicaties
Hoewel we sinds dit jaar een duidelijke beweging zien van meer basishulp verzorgd door de Buurtteams en minder indicaties voor begeleiding, willen we dat het aandeel basishulp nog groter wordt. Dit vergt bovenal sturing en investering in het vakmanschap van gezinswerkers door de Buurtteams zelf. Daarbij gaat het nadrukkelijk ook om een cultuurverandering in de uitvoering. De omslag moet worden gemaakt van een hoofdzakelijk indicerende houding naar een attitude van kijken naar: • het zelfoplossend vermogen van een gezin; • de mogelijkheden van pedagogische basisvoorzieningen als kinderopvang en onderwijs; • de mogelijkheden in het gezinsnetwerk of de sociale basis; • de meerwaarde van meer zelf hulp bieden als gezinswerker; • het kostenbewust inzetten van geïndiceerde zorg (‘een voldoende is goed genoeg’); • het bewaken van de afspraken met het gezin, de voortgang in de hulpverlening en van de afspraken met zorgaanbieders (regie). 5
Maar alleen dit is niet voldoende. We moeten ook aan andere knoppen draaien. Het gaat immers om een netwerkopgave. Deze zijn: het voortzetten van de budgetplafonds voor begeleidingsaanbieders en de handhaving ervan, contractmanagement van het ROB Rijk van Nijmegen gericht op efficiënt werken aan doelen door zorgaanbieders, het versterken van de sociale basis vanuit de stadsdeelprogrammering en afspraken met andere verwijzers. Onder de laatstgenoemde partijen zijn de huisartsen de omvangrijkste wat betreft het aantal indicaties op jaarbasis. Met de huisartsen gaan we een convenant sluiten waarin we afspraken maken over een intensievere samenwerking tussen huisartsenpraktijken en Buurtteams en het sterker benutten van gezinswerkers door huisartsen voor begeleiding en eventuele verwijzingen. 2.
Sterke pedagogische basisvoorzieningen en normalisering
De Buurtteams werken zichtbaar en actief vanuit het primair onderwijs. Op elke basisschool is minstens een dagdeel per week een gezinswerker actief. Er zijn korte lijnen naar de kinderopvang, het VO en MBO in de vorm van vaste contactpersonen. Vanuit het Regioprogramma gaan we op een aantal V(S)O-scholen als proef gezinswerkers meer op en vanuit school laten werken. Dit als mogelijke opmaat naar een Regionaal VO-Team. Met deze inzet dragen de Buurtteams, net als het jongerenwerk, bij aan een sterke verbinding tussen school, wijk en jongere. Voor het primair onderwijs gaan we verkennen of we gezinswerkers, ondersteuners passend onderwijs van het samenwerkingsverband Stromenland en intern begeleiders intensiever en gebiedsgericht kunnen laten samenwerken. Voor de kinderopvang, en met name de voorschool als voornaamste vindplaats van kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte, geldt dat we deze hebben toegerust met een pedagogische coach en ambulant pedagogisch medewerkers (experimenteel in Dukenburg en Lindenholt) om zo veel mogelijk kinderen in reguliere settings te houden en niet op jonge leeftijd in specialistische voorzieningen te plaatsen. Inclusie gaat een nadrukkelijk doel worden in ons te herijken beleidskader voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en SociaalMedische Indicaties (SMI).
Samenwerken met onderwijs en kinderopvang doen we altijd vanuit primaire verantwoordelijkheden. Dit betekent dat deze pedagogische basisvoorzieningen verantwoordelijk zijn voor een goede pedagogische en didactische basiskwaliteit waarbij verschillen tussen kinderen worden geaccepteerd en jeugdigen worden gezien in de context van hun omgeving (de groep, de thuissituatie en hun vrijetijdsbesteding). Zorg is niet bedoeld om hiaten in deze basiskwaliteit op te vullen. Er is sprake van een duidelijke wisselwerking en wederzijdse afhankelijkheid tussen passend onderwijs/passende kinderopvang en de inzet van jeugdzorg. Zoals het onderwijs en de kinderopvang de Buurtteams en de gemeente mogen aanspreken op hun verantwoordelijkheden, geldt andersom hetzelfde. Normalisering is door de jaren heen een diffuus begrip geworden. In de Nijmeegse context is deze echter in relatie tot onderwijs en kinderopvang concreet: een sterke pedagogische basis als een krachtige vorm van preventie, grotere acceptatie van verschillen in vermogens en achtergronden van kinderen en jongeren (en dus minder routinematig ‘vroegsignaleren’), niet ieder probleem vereist een zorgoplossing, niet focussen op en enkel de jeugdige maar ook zijn omgeving betrekken bij de analyse en bij het oplossen van problemen en een stevige aansluiting van de Buurtteams op het onderwijs en de kinderopvang. 3.
Meer collectief hulpaanbod
Collectieve vormen van basishulp zijn efficiënt en vaak ook effectiever dan individuele hulpvormen. De Buurtteams gaan een collectief hulpaanbod vormgeven en stap voor stap uitbreiden, in nauwe relatie met de stadsdeelprogrammering voor een sterke sociale basis. 4.
Jeugd-GGZ in de wijk
6
In Noord verkennen we hoe we de samenwerking tussen Jeugd-GGZ-aanbieders, Buurtteams en huisartsenpraktijken kunnen verstreken, met een duidelijke lijn naar het jeugdpreventieplatform in het stadsdeel. We denken aan een opzet waarbij de Jeugd-GGZ-expertise dichtbij beschikbaar is voor gezinswerkers en zij gedeeltelijk vanuit huisartsenpraktijken gaan werken, zoals nu al gebeurt in het primair onderwijs. In Noord en de overige stadsdelen zijn overigens al enkele jaren Praktijkondersteuners Huisartsenzorg-Jeugd (POH’s-J) actief. Deze worden gefinancierd door de gemeente. 5.
Veiligheid en minder uithuisplaatsingen
Het Regioprogramma spreekt van een ontwikkelrecht voor alle kinderen onder veilige omstandigheden en zet in op minder uithuisplaatsingen. Lokaal versterken we de regionale aanpak op een aantal manieren: • De expertise van gezinswerkers van de Buurtteams op het gebied van veiligheid wordt versterkt en geborgd met gerichte trainingen. • In elk Buurtteam zijn aandachtsfunctionarissen veiligheid werkzaam die collega-gezinswerkers ondersteunen en coachen bij veiligheidsvraagstukken. • Duidelijke samenwerkingsafspraken met onder meer Veilig Thuis, de Gecertificeerde Instellingen en de Regieteams. De Proeftuin in Dukenburg, waarin de Buurtteams met partners experimenteren met een integrale aanpak voor gezinnen en het estafettemodel achter zich laten, vormt een uitstekende omgeving om de samenwerking in het veiligheidsnetwerk verder te versterken. • Het beter benutten van expertisetafels als het Regionaal Expertiseteam (RET), het Regionaal Expertisepunt (complexe) Scheidingen (REPS) en de Jeugdbeschermingstafel (JBT). • Interventies in de sociale basis, zoals de inzet van Buurtgezinnen en Zorgoppas. Met Buurtgezinnen voorkomen we de inzet van zware zorg door overbelaste vraaggezinnen te koppelen aan (vrijwillige) steungezinnen. Zorgoppas is een oppasdienst voor zorgbehoevende kinderen ter ontlasting van ouders.
De dienst wordt gefinancierd met een ouderbijdrage én een gemeentelijke subsidie, waardoor er geen zorg hoeft te worden ingezet vanuit de Jeugdwet. Eind 2023 bezien we op grond van een evaluatie of we de Zorgoppas voortzetten.
3. Grotere bestaanszekerheid, meer maatwerk voor gezinnen en stevige regie bij multiproblematiek We weten uit landelijk onderzoek dat bestaanszekerheid het fundament is onder opgroeien en opvoeden: als er sprake is van armoede, een onzekere of onveilige woonsituatie dan ontstaat er opvoedstress en dit heeft grote impact op het gezond en veilig kunnen opgroeien van kinderen en jongeren. Het gemeentelijk beleid op het gebied van armoedebestrijding en wonen heeft daarom grote impact op de situatie van kinderen, jongeren en gezinnen en daarmee ook op het jeugdhulpgebruik. Enerzijds hebben we in ons armoede- en woonbeleid aandacht voor gezinnen en jongeren/jongvolwassenen. Anderzijds gaat het niet alleen om beleid, maar ook om goede procesregie bij complexe gezinssituaties waar meerdere problemen spelen en vaak van meerdere regelingen en hulpaanbod gebruik wordt gemaakt. Ook is regie van belang om niet-gebruik van passende regelingen en aanbod te voorkomen. Wat doen we en wat gaan we verder ontwikkelen? 1.
Grotere bestaanszekerheid: inkomen en wonen
Tegengaan van armoede bij gezinnen en jongeren Uit onderzoek blijkt dat kinderen die opgroeien in armoede minder kunnen meedoen, wonen in een minder veilige omgeving, minder gezond zijn, het moeilijker hebben op school en vaker een laag zelfbeeld hebben. Om dit tegen te gaan kent Nijmegen al een jarenlange aanpak en uitgebreid palet aan maatregelen en regelingen. De 7
maatregelen en regelingen hebben als doel dat iedereen mee kan blijven doen, ongeacht financiële barrières die zij ervaren. Het gaat hierbij in de basis om het bevorderen van bestaanszekerheid en het verminderen van stress bij ouders. Zo is het tegengaan van kinderarmoede één van de vier actielijnen in de Armoede Agenda 2020-2024. Om alle kinderen mee te kunnen laten doen voert Stichting Leergeld namens de gemeente de kindregelingen uit. Dit zijn de zwemfondsregeling voor het behalen van zwemdiploma A, de computerregelingen (PO en VO), ouderbijdrage PO, buitenlandexcursie VO en sport, cultuur-, en educatieve activiteiten naar keuze. De stichting kent een hoog bereik; in 2022 werden 3.834 kinderen uit 2.252 gezinnen bereikt. Voor volwassenen kennen we onder andere de Meedoenregeling en het busvoordeelabonnement. Daarnaast stimuleren we huishoudens/gezinnen om zoveel mogelijk gebruik te maken van de Collectieve Aanvullende Ziektekostenvoorziening die we hebben om gezondheidsverschillen zoveel mogelijk tegen te gaan. Naast deze regelingen zetten we in op financiële educatie op scholen, werken we samen met huisartsen en nemen we deel aan de landelijke alliantie kinderarmoede. Belangrijk in de aansluiting met de Buurtteams Jeugd en Gezin en Volwassenen is de Financieel Expert in de Wijk (FEW) die we structureel hebben ingebed in het sociaal domein.
Deze professional kent alle regelingen, werkt nabij de professionals van de Buurtteams en kan op casusniveau direct betrokken worden en ondersteunen. Maandelijks melden zich circa 160 inwoners bij de FEW voor een adviesgesprek. Daarnaast is de FEW de toegangspoort tot schuldhulpverlening en doet hij aan vroegsignalering, om in een zo vroeg mogelijk stadium inwoners met beginnende schulden te bereiken. Signalen gericht op jongeren worden opgepakt samen met een jongerenwerker. Jongeren en jongvolwassenen lopen extra risico op financiële problemen. In het in 2023 vastgestelde beleidsplan Schuldhulpverlening besteden we extra aandacht aan jongeren met geldzorgen middels de aanpak jongeren. We hebben als doel om elke jongere passende hulp te bieden, ongeacht de mate van financiële problemen. De aanpak bestaat uit een aantal acties, waaronder het Jongerenperspectieffonds. Hiermee bieden we jongeren nieuw perspectief in samenwerking met een persoonlijk trajectbegeleider. In ruil voor deze hulp levert de jongere een tegenprestatie, zoals het volgen van een opleiding, zoeken naar werk of begeleid aflossen van de schulden. Daarnaast continueren we het project Moneyways, waarin leerlingen van het Vmbo en MBO les krijgen over geld en waar ze terecht kunnen bij problemen.
In het kader van onze aanpak 18-/18+ sturen we alle jongeren die 18 jaar worden een kaart om ze voor te bereiden op de financiële veranderingen die samenhangen met volwassen worden, zoals het aanvragen van zorgtoeslag. Dit is onderdeel van de campagne Fix je Shit. Tot slot hebben we, vooruitlopend op landelijke maatregelen, een (hogere) aangepaste uitkering in het leven geroepen voor alleenstaande, noodzakelijk uitwonende jongeren van 18 tot 21 jaar. Deze is gebaseerd op 95% van het minimumjeugdloon (18 jaar, 32-urige werkweek). Meer zekerheid en woonruimte voor kwetsbare gezinnen en jongeren In ons woonbeleid hebben we oog voor bijzondere doelgroepen zoals jongeren die uitstromen uit de jeugdzorginstellingen. Hiervoor zetten we onze reguliere wooninstrumenten in zoals de huisvestingsverordening en hebben we prestatieafspraken gemaakt met de woningcorporaties om 6% van de mutaties beschikbaar te stellen voor bijzondere doelgroepen. Een gedeelte van deze 6% is dus beschikbaar voor jongeren die uitstromen uit een instelling. Daarnaast wordt er een Woonfonds opgericht en zetten we in op flexibel woningaanbod zoals NDW21. Ook met onze 18-/18+ aanpak richten we specifieke aandacht op de jongeren die uitstromen uit de jeugdhulp. Dit vraagt van jeugdhulpaanbieders een goede voorbereiding met de jongere op de periode na hun 18e jaar (vastgelegd in een toekomstplan).
We sturen op de naleving van de afspraken met aanbieders vanuit ons contractmanagement. Daarbij wordt de inzet niet alleen gericht op het verkrijgen van een eigen woning, maar ook op mogelijkheden voor wonen op kamers. Met onder meer het project Kamers met Aandacht dragen we hier actief aan bij. Daarnaast kopen we specifiek zorgaanbod in voor jongeren die na uitstroom niet direct de stap naar zelfstandig wonen kunnen zetten, maar daar (tijdelijk) nog toezicht en begeleiding bij nodig hebben. Onze ervaringen
8
daarmee nemen we mee in de komende aanbesteding voor Beschermd Wonen. We werken samen met corporaties en andere partners om kleinschalige woonprojecten voor kwetsbare jongeren te realiseren. Deze nieuwbouwprojecten kennen vaak wel een wat langere doorlooptijd. Benadrukt moet worden dat het om een taaie opgave gaat. Er is gewoonweg weinig kleine, betaalbare huisvesting beschikbaar voor jongeren en jongvolwassenen. Dit leidt er toe dat er regelmatig zorggeld moet worden ingezet voor verlengde jeugdzorg om deze groep een dak boven het hoofd te kunnen garanderen. Tot slot is het goed ons te realiseren dat een groeiende stad, met een snellere groei dan vergelijkbare steden, uitbreiding van woningen en aantal inwoners ook een impact zal hebben op het sociaal domein en het jeugdhulpgebruik. Dus ook hier ligt een belangrijke relatie en deels ook een verklaring voor de stijging van de jeugdhulpkosten in onze stad, zoals in het stadsdeel Noord. 2.
Meer maatwerk via doorbraakaanpak
Sinds 2019 hebben wij in Nijmegen een doorbraakteam bestaande uit twee fte. Vanuit de doorbraakaanpak wordt maatwerk bij de inwoners van Nijmegen gelegitimeerd volgens gedeelde waarden. Deze waarden zijn: legitimiteit (mag het?), betrokkenheid (krijgen mensen weer grip op hun leven?) en rendement (zetten we de publieke middelen optimaal in?). Sinds 1 maart 2019 heeft het doorbraakteam bijna 500 huishoudens geholpen en is er al meer dan € 3,4 miljoen bespaard. Komend jaar gaan we de werkwijze van de doorbraakaanpak en het gedachtegoed verder uitrollen over de stad. We willen ervoor zorgen dat de doorbraakmethodiek zich als een olievlek verspreidt binnen het netwerk. Dit doen we onder andere door aandachtsfunctionarissen bij onze partners gefaseerd te trainen. In 2024 starten we met het TWES 18-/18+ netwerk, de professionals van het Meldpunt Bijzondere Zorg van de GGD-Gelderland-Zuid en van de Buurtteams Jeugd en Gezin en de Buurtteams Volwassenen. De coaches van het gemeentelijk doorbraakteam fungeren hierbij als ambassadeurs en aanjagers van het gedachtegoed binnen en buiten de gemeente en kunnen betrokken worden door de aandachtsfunctionarissen bij concrete casuïstiek. 3.
Regieteams: stevige regie bij multiproblematiek
Sinds 2008 hebben we een gemeentelijke aanpak op woonoverlast- en complexe multiprobleemhuishoudens in de vorm van Regieteams. De Regieteams zorgen ervoor dat de woonoverlast in de wijken wordt teruggedrongen, de veiligheid van jeugdigen wordt verbeterd en dat huisuitzettingen worden voorkomen. Met deze gemeentelijke aanpak loopt Nijmegen landelijk behoorlijk voorop. In de Regieteams werken woningbouwcoöperaties, politie, Sterker sociaal werk, Jeugdbescherming Gelderland, Schuldhulpverlening, Pro Persona en de gemeente nauw met elkaar samen. Het doel is om problemen binnen multiprobleemhuishoudens op te lossen, dan wel beheersbaar te maken door de zelfregie en het probleemoplossend vermogen van het huishouden duurzaam te herstellen en te vergroten. Vrijwillige hulpverlening is daarbij niet meer toereikend en vaak al gestagneerd. De Regieteams werken wijkgericht, outreachend en in nauwe verbinding met de Buurtteams Jeugd en Gezin. Door de jarenlange ervaring van de Regieteams staat er een stevige basis van waaruit zij blijven werken aan de aanpak van woonoverlast en complexe multiprobleemhuishoudens. Hier gaan de Regieteams in 2024 mee door. Twee leefgebieden krijgen komend jaar specifieke aandacht, namelijk psychiatrie en wonen.
Vanuit de praktijkervaring van de Regieteams blijkt dat er steeds vaker zorggeld nodig is om een woonprobleem op te lossen in huishoudens waar psychiatrische problematiek speelt. Komend jaar duiken de Regieteams daarom dieper in deze thema’s om met gemeentelijke beleidsafdelingen, de woningbouwcoöperaties en andere relevante partners op zoek te gaan naar oplossingen.
9
III. 1.
Uitvoering, financiën en monitoring Uitvoering
De regie op de uitvoering van het Regioprogramma Jeugd en ons lokale plan is belegd bij de gemeente Nijmegen, afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling. De ambtelijke capaciteit voor het Regioprogramma wordt gezamenlijk bekostigd door de zeven gemeenten uit het Rijk van Nijmegen (zie de financiële paragraaf bij het regioprogramma). Personele wisselingen en landelijke druk zijn interne risico’s voor een goede regievoering op het programma en het lokale plan. Daarnaast zien we ook dat onze maatschappelijke partners onder druk staan door arbeidsmarkttekorten en onzekerheden vanuit het rijksbeleid. Gedacht moet worden aan de val van het kabinet, de hervorming van de jeugdveiligheidsketen, gratis kinderopvang en landelijke bezuinigingen op de jeugdzorg. Ook maatschappelijke ontwikkelingen dragen bij aan de ervaren druk en complexiteit, zoals toenemende mentale problematiek, complexe scheidingen, de instroom van vluchtelingengezinnen, bestaanszekerheid die voor steeds grotere groepen inwoners onder druk staat en de crisis op de woningmarkt.
Op basis van kennis en expertise formuleren we opgaven en acties, maar belangrijk is dat we ons realiseren dat tal van maatschappelijke, economische, demografische en bestuurlijke (niet alleen andere overheden, maar ook bevoegde gezagen als schoolbesturen) ontwikkelingen - die niet altijd direct door de gemeente zijn te sturen - van invloed zijn op de uiteindelijke resultaten. Het Regioprogramma en het lokaal plan worden allesbehalve uitgevoerd in een laboratoriumopstelling, maar in een ingewikkelde context waarin tal van actoren en factoren elkaar beïnvloeden. 2.
Financiën en kostenbeheersing
Waar zitten de kosten voor jeugd en onderwijs in de stadsbegroting? In de stadsbegroting zijn de ambities, doelen, activiteiten en kosten op taakveldniveau voor jeugd terug te vinden in het begrotingsprogramma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg (WWZ) en voor Onderwijs in het programma Onderwijs. In de Stadsbegroting 2023 is de ambulante jeugdhulp die we regionaal inkopen terug te vinden bij het taakveld Maatwerkdienstverlening 18- en jeugdhulp met verblijf bij Geëscaleerde zorg 18-. De inzet van de Buurtteams Jeugd en Gezin - gefinancierd met een lumpsum-bekostiging - valt onder het taakveld Wijkteams. Onder het taakveld Samenkracht en Burgerparticipatie zijn de kosten voor het preventieve en welzijnsaanbod ondergebracht. De Stadsbegroting 2024 kent een nieuwe taakveldindeling voor jeugd, die landelijk in alle gemeentebegrotingen wordt doorgevoerd waardoor er meer taakvelden zichtbaar worden voor de gemeenteraad. Binnen onze stadsbegroting liggen er belangrijke verbindingen met andere begrotingsprogramma’s zoals Onderwijs, Werk en Inkomen en Wonen en Stedelijke Ontwikkeling. Hoe is het landelijk akkoord VNG-Rijk in de Hervormingsagenda Jeugd vertaald in onze stadsbegroting? Landelijk is er in 2021 overeenstemming bereikt tussen Rijk en VNG over de omvang van het financieel tekort op jeugdhulp bij gemeenten (€ 1,8 miljard).
Ook zijn er maatregelen overeengekomen die over enkele jaren oplopend kunnen leiden tot besparingen in de jeugdhulp, zoals bijvoorbeeld de POH -Jeugd, voor een totaal van € 1 miljard met ingang van 2027 en verder. Gemeenten hebben met ingang van 2022 € 1,3 miljard aan extra middelen in het gemeentefonds ontvangen in verband met het tekort. Dit bedrag loopt de jaren daarna af volgens een ingroeipad naar circa € 500 miljoen omdat er landelijk besparingsmogelijkheden zijn benoemd. Deze landelijke maatregelen zijn, vertaald naar Nijmegen, destijds als bezuinigingstaakstellingen in onze Stadsbegroting 2022-2025 verwerkt. Daarop heeft de huidige regeringscoalitie nog een extra bezuiniging van € 500 miljoen ingeboekt op jeugdhulp. Landelijk is afgesproken dat het Rijk volledig aan de lat staat om deze bezuiniging te realiseren, niet de gemeenten. Vervolgens is er in 2023 opnieuw een landelijk akkoord bereikt op zowel inhoud als op financiën: dit is vastgelegd in de Hervormingsagenda Jeugd. Inhoudelijk hebben we deze landelijke agenda vertaald naar het
10
Regioprogramma Jeugd en voorliggend lokaal plan. Financieel nemen we het akkoord tussen Rijk en VNG over de besparingsmaatregelen en het verzachte ingroeipad mee in het begrotingsproces 2024-2027. Het college stelt daarin, gezien ook het krappe financiële kader 2024-2027, het volgende voor aan de raad: • We verzachten de ingeboekte bezuinigingstaakstellingen voor 2024 met € 2,4 miljoen en voor 2025 met € 3,6 miljoen in aansluiting op de landelijke verzachting van het ingroeipad waarvoor we middelen in het gemeentefonds ontvangen; • We actualiseren de ingeboekte bezuinigingstaakstellingen voor 2026 en 2027 op grond van de realisatie tot en met 2022 op dit moment niet; • We boeken een extra bezuinigingstaakstelling op jeugd in van € 6,6 miljoen met ingang van 2025 conform de landelijke afspraak tussen Rijk en VNG. Deze bezuiniging kan alleen gerealiseerd worden met rijksmaatregelen en is gekoppeld aan de extra landelijke bezuiniging op jeugdhulp van € 500 miljoen uit het regeerakkoord. De gemeente zelf kan deze bezuiniging dus niet realiseren, maar hij drukt financieel wel op het programma. Daardoor gaan realisatie en begroting komende jaren meer uit elkaar lopen.
In onderstaande tabel is te zien wat het effect hiervan is op het programma WWZ: In € miljoen Bezuiniging Regeerakkoord € 500 miljoen Verzachting ingroeipad landelijke besparingsmaatregelen Reeds ingeboekte bezuinigingstaakstellingen (begroting 2022) Netto bezuinigingstaakstelling begroting 2024-2027
2024 +2,4 -3,3 -0,9
2025 -6,6 +3,6 -4,5 -7,5
2026 -6,6
2027 -6,6
-7 -13,6
-7 -13,6
Financieel zien we de volgende risico’s voor de komende jaren, naast de factoren die we hierboven al genoemd hebben: • Tarieven nemen toe door landelijke regelgeving en meer kleinschaligheid in de zwaarste vormen van jeugdzorg; • De realisatie 2022 is nog niet vertaald naar actualisatie van eerder ingeboekte besparingen; • De inkomsten in het gemeentefonds voor jeugdhulp 2026 en 2027 zijn nog onzeker; • De mate waarin het Rijk tijdig zodanige maatregelen zal nemen dat de bezuiniging van € 6,6 miljoen gerealiseerd kan worden is onzeker. Dilemma’s We zien drie dilemma’s als het gaat om kostenbeheersing: 1. We willen de kosten beheersen maar vinden het ook belangrijk dat inwoners, kinderen en gezinnen, de zorg krijgen die ze nodig hebben. We zien ons gedwongen om meer dan voorheen kostenbewust te werken en actiever op kosten te sturen. Instrumenten die we nu al toepassen zijn bijvoorbeeld budgetplafonds bij begeleiding, maar ook actievere sturing vanuit contractmanagement op efficiënte realisatie van zorgdoelen voor gezinnen. Gevolg van de verhoogde inzet op betaalbaarheid kan zijn dat wachttijden voor hulp gaan toenemen. Op wachttijden zijn overigens ook andere factoren van invloed, zoals een tekort aan deskundig personeel op de arbeidsmarkt en zorgaanbieders die in financieel zwaar weer zitten. 2.
We willen de kosten beheersen maar niet alle kosten zijn door de gemeente Nijmegen één op één beïnvloedbaar. Wettelijk is immers vastgelegd dat gemeenten niet de enige verwijzer naar jeugdhulp zijn; ook huisartsen, jeugdbeschermingsorganisaties, rechters, jeugdartsen en medisch specialisten mogen verwijzen naar jeugdhulp. Uiteraard streven we naar heldere samenwerkingsafspraken met deze verwijzers. Een ander voorbeeld is de toename van complexe scheidingen, een trend die veel druk legt op de jeugdbeschermingsketen waardoor soms meer zorg ingezet moet worden. 3. We willen de kosten beheersen, maar de kostenontwikkeling is niet altijd goed voorspelbaar. Daarom investeren we momenteel in onze prognosekracht. De afgelopen jaren hebben we op grond van onze data een sterke prognosekracht op de korte termijn ontwikkeld. Echter, voor de middellange termijn 11
hadden we deze methodiek nog niet. Recent hebben we een prognosemodel jeugdzorg zonder verblijf ontwikkeld. Bij jeugdzorg zonder verblijf zit de meeste groei van kosten. Met dit model kunnen we nu op grond van drie variabelen en onze eigen data een voorspelling doen voor vier jaar. We gaan beide prognosemethodieken combineren en komen met bestuurlijke keuzes bij uw raad terug. De combinatie van deze dilemma’s geeft aan dat er veel inspanning nodig is om op kostenbeheersing te (blijven) sturen. We doen dit met beleid, met inkoop en contractmanagement en met regievoering op de uitvoering. Uiteraard is dialoog en samenwerking met partners daarbij onontbeerlijk. Sturen en samenwerken doen we op meerdere schaalniveaus: op vindplaatsen als school en kinderopvang, het stadsdeel, de stad, het Rijk van Nijmegen, Gelderland-Zuid, Gelderland en landelijk. 3.
Monitoring
Jaarlijks leggen we in de P&C-cyclus bij het programma WWZ onze verantwoording over onze inzet en acties, en de daarmee gemoeide financiën, voor aan de gemeenteraad. Daarnaast gaan we jaarlijks een inhoudelijke brief sturen aan de raad, waarin we dieper ingaan op de voortgang, de ervaren knelpunten en gemaakte keuzes, contextuele ontwikkelingen, dilemma’s en risico’s in de uitvoering van onze plannen en projecten. Dit maakt het de raad mogelijk om de verrichtingen van het college vanuit een inhoudelijke verdieping te volgen.
12