Lijst met verklarende woorden en visualisatie van de ligging Nijmegen ten opzichte van Natura2000-gebieden
Tekst van het document
Bijlage: Lijst met verklarende woorden en visualisatie van de ligging Nijmegen ten opzichte van Natura2000-gebieden (figuur 1). Emissies
Bij het berekenen van de stikstofdepositiebijdrage van een plan of een project wordt er onderscheid gemaakt tussen een tweetal fases, te weten de aanlegfase en de gebruiksfase. Voor de aanlegfase geldt dat alle emissies moeten worden meegenomen die worden veroorzaakt door het bouwverkeer dat ontstaat op en rondom het plan of project. Daarnaast geldt dat de emissies die worden veroorzaakt door het bouwmaterieel moeten worden meegenomen. Voor de gebruiksfase moeten de emissies van het door het plan of project aangetrokken verkeer worden meegenomen. Tevens moeten de emissie die door het plan of project ontstaan worden ingevoerd. Of de berekeningen een positief resultaat opleveren hangt van een aantal zaken af. De belangrijkste hiervan zijn: de afstand tot een Natura2000-gebied; naarmate de afstand toeneemt nemen de concentraties en de hoeveelheid depositie af; de ligging ten opzichte van een Natura2000-gebied; de dominante windrichting speelt een belangrijke rol in hoeveel van de emissie daadwerkelijk richting het Natura2000-gebied verspreid wordt; de hoogte van de KDW; dit hangt af van het type natuur in het Natura2000-gebied; de Veluwe heeft over het algemeen een lagere KDW dan de Rijntakken; en de omvang van het plan of project. Het in AERIUS Calculator berekenen van de aanleg- en gebruiksfase wordt een voortoets genoemd.
Als de voortoets aantoont dat het project geen negatieve significante effecten heeft op de betreffende Natura2000gebieden, is dit voldoende om een project door te laten gaan. Is dit niet het geval, zal er een passende beoordeling met mitigerende maatregelen opgesteld moeten worden en wordt het vergunningstraject ingegaan. Referentiesituatie Bij een plan of project vindt wijziging van een reeds bestaande situatie op de locatie plaats. Bijvoorbeeld van agrarisch gebruik naar woningbouw; waarbij agrarisch gebruik meer stikstof uitstoot dan woningbouw. Deze bestaande situatie wordt de referentiesituatie genoemd. De referentiesituatie is de situatie waarvoor in het verleden voor de activiteit een natuurvergunning is verleend, of bij het ontbreken daarvan, een milieutoestemming. Intern salderen Bij intern salderen worden de stikstofemissies van het nieuwe plan of project verrekend met de uitstoot van de eerder vergunde situatie op dezelfde locatie. Plan vs project Het kan zijn dat voor een plan (bestemmingsplan/omgevingsplan) interne saldering nodig is en voor concrete projecten daarbinnen niet. Een stikstofonderzoek voor een plan heeft namelijk betrekking op het gecumuleerd effect van de projecten die in het hele plan mogelijk worden gemaakt.
Als een project daarbinnen op zichzelf niet leidt tot een stikstofdepositietoename, is er voor het project geen interne saldering nodig (en dus ook geen natuurvergunning). Milieutoestemming Een omgevingsvergunning milieu of een milieumelding.
Figuur 1: ligging van Nijmegen ten opzichte van Natura2000-gebieden. Wat opvalt is dat het dichtstbijzijnde gebied, de Rijntakken, groen kleurt. Hierin zal de meeste, door Nijmegen veroorzaakte depositie plaatsvinden. Door de dynamiek in dit gebied veroorzaakt deze depositie nauwelijks problemen. Dit in tegenstelling tot de rood gekleurde Veluwe, hier is iedere depositie, hoe klein dan ook een probleem. Omdat het verder weg is gelegen, vindt er zelden tot nooit depositie veroorzaakt door Nijmegen plaats op de Veluwe. Ten zuid oosten van Nijmegen liggen de Sint Jansberg en de Bruuk. Deze zijn dichterbij gelegen en gevoelig voor stikstofdepositie. Echter door de dominante windrichting uit het zuidwesten vindt er nauwelijks depositie veroorzaakt door Nijmegen plaats in deze gebieden.