Kaderplan Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) 2022 -2025
Tekst van het document
Kaderplan Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) 2022 -2025 ‘Extra investeren is kinderen verder brengen’
Inhoudsopgave SAMENVATTING....................................................................................3 1.
AANLEIDING EN OPDRACHT ..........................................................4 1.1. 1.2. 1.3.
FOCUS ........................................................................................6 HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................7 TOEKOMSTIGE SITUATIE ....................................................................7
DEEL 2 PROCEDURE INVOERING.........................................................10 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.
PROCEDURE ...............................................................................10 UITGANGSPUNTEN & RANDVOORWAARDEN VOOR DE INVOERING ....................11 SAMENHANG ...............................................................................12 DE ORGANISATIE ..........................................................................12
DEEL 3 IMPLEMENTATIE .....................................................................13
Bijlage 1 Format Jaarlijkse verantwoording scholen
2
Samenvatting Samenvatting Naam
Kaderplan OAB Extra investeren is kinderen verder brengen
Startdatum / Einddatum
1 januari 2022 – 1 januari 2025
Samenwerkingspartners
Gemeente Nijmegen (regievoerder) Conexus, Stichting St Joseph scholen, Simonsscholen Een inhoudelijk kaderplan schrijven passend binnen het OAB beleid van de gemeente Nijmegen en een voorstel te doen voor de herverdeling van de middelen op basis van de nieuwe gewichtenregeling volgens de nieuwe CBSindicator. Nick Pijnappels (gemeente Nijmegen) Annejan Kroneman (Stichting Sint Joseph Scholen) Ine van den Heuvel (Simonsscholen) Yolande Hartkamp (Conexus) Yvonne Omvlee (Conexus) Annemiek Elsing(Conexus)
Wat is de opdracht:
Werkgroep OAB
De volgende gerelateerde publicaties zijn gebruikt bij het opstellen van dit kaderplan:
https://expertisecentrumnederlands.nl/verdieping-op-pisa-resultaten-gepubliceerd https://expertisecentrumnederlands.nl/pirls https://www.nro.nl/sites/nro/files/migrate/Roel-van-Steensel-Reviewstudie_Effecten-vanleesmotivatie-interventies.pdf https://www.lezen.nl/nl/publicaties/de-leesmotivatie-van-nederlandse-kinderen-en-jongeren https://www.lezen.nl/wpcontent/uploads/2021/01/over20ouders20en20leesopvoeding.pdf
3
1. Aanleiding en opdracht De gemeente Nijmegen heeft in haar beleidskader Zoveel kinderen, zoveel kansen, opvang en onderwijs 0 – 12 jaar (2016 – 2021) ambities geformuleerd om alle kinderen een rijke ontwikkelomgeving te bieden, zodat er gelijkwaardige kansen zijn voor alle kinderen. Hierbij is de brede samenwerking tussen opvang, onderwijs, welzijn en zorg in de wijk en een nadrukkelijke rol voor ouders een belangrijk uitgangspunt. Het hoofddoel van onderwijsachterstandenbeleid (OAB) is het voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van taal- en onderwijsachterstanden. De gemeenten zijn verplicht om ondersteunende middelen van het Rijk, eventueel aangevuld met gemeentelijke middelen in te zetten voor beleid op onderwijsachterstanden. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe zij die taak invullen zolang deze in lijn is met de doelstelling van het Rijk. Deze ziet er als volgt uit: “Het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden in de Nederlandse taal, het voorkomen van segregatie en het bevorderen van integratie.” In de gemeente Nijmegen zijn er diverse beleidslijnen en projecten ontwikkeld om de bovengenoemde ambities en de bijbehorende doelstelling te behalen. De gemeente Nijmegen focust op het jonge kind (VVE) en taalonderwijs. Daarnaast investeert de gemeente in Brede Scholen, schakelklassen en projecten zoals ‘Ieder Talent Telt’, POVOactiviteiten, het project N.E.C.
/playing for succes en coördinatie van POVO-activiteiten, waaronder de projecten Doorgaande Leerlijnen (PO – VO), de eerste opvang van nietNederlandstalige leerlingen op De Bloemberg (de vervoerskosten) en extra ondersteuning jonge leerlingen op basisschool Toon. De opdracht aan de werkgroep OAB was het ontwikkelen van een vierjarig inhoudelijk kaderplan en een voorstel te doen voor de herverdeling van de middelen op basis van de nieuwe gewichtenregeling volgens de nieuwe CBS-indicator. Dit kaderplan is opgesteld door de werkgroep OAB. Binnen dit kader is de focus gelegd op het verminderen van taalachterstand. Hierbij is het uitgangspunt dat er aangesloten wordt bij de bestaande onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen op de scholen, specifiek bij het taalonderwijs op de scholen in Nijmegen. In dit kader wordt de focus gelegd op lezen en willen we de volgende doelstellingen bereiken: • Het verhogen van de leesmotivatie en het leesplezier van leerlingen op de basisschool. • Het versterken van het daarop gerichte onderwijsaanbod vanuit wetenschappelijk kennis over leesmotivatie, woordenschatonderwijs en leesplezier. • Het versterken van ouderbetrokkenheid om de leesmotivatie en het leesplezier van de leerlingen te verhogen. De werkgroep OAB heeft voorgesteld om aan de hand van een gezamenlijke nul- en eindmeting zich over de resultaten van de inzet te verantwoorden.
Op basis van een gezamenlijke nulmeting en gezamenlijke professionalisering formuleert iedere school eigen ambities en verwerkt deze in haar meerjarige beleidsplannen. Het taalbeleidsplan van de school bevat jaarlijks een activiteitenplan die voorafgaand aan het schooljaar met de gemeente wordt gedeeld. De scholen overhandigen daarnaast jaarlijks een (lichte) 4
tussentijdse verantwoording. De schoolbesturen verantwoorden zich over de resultaten van het vierjarig beleid door de gezamenlijke nul- en eindmeting. Dit kaderplan en het voorstel voor de herverdeling van de middelen wordt besproken en vastgesteld in de Regiegroep Opvang & Onderwijs 0-12 jaar. Dit plan geldt voor een beleidsperiode 2022-2025.
5
1.1.
Focus
Waarom de focus op lezen, leesmotivatie en leesplezier? Op de basisschool kan het verschil worden gemaakt tussen de lezer en de niet-lezer. Door enthousiaste leerkrachten met kennis van zaken. Leerkrachten die er voor zorgen dat kinderen goed leren lezen, die intrinsieke motivatie aanwakkeren en kinderen de ruimte geven om veel te lezen. Goed kunnen lezen is van wezenlijk belang voor schoolsucces, persoonlijke ontwikkeling en een belangrijke vaardigheid om mee te kunnen komen in de maatschappij. In de Staat van het Onderwijs 2021 pleit de Inspectie van het Onderwijs voor meer aandacht voor basisvaardigheden in het onderwijs en het verkleinen van de kansenongelijkheid. Het Inspectierapport laat ook zien en benadrukt dat de basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen het afgelopen jaar nog meer onder druk zijn komen te staan door de scholensluitingen in verband met corona. Leerlingen hebben tijdens de eerste schoolsluiting minder leergroei geboekt op het gebied van begrijpend lezen, spelling en rekenen /wiskunde dan in dezelfde periode in eerdere jaren. Voor alle drie de leerdomeinen geldt dat de vertraging in leergroei ongeveer anderhalf keer zo groot is bij leerlingen met een lage en gemiddelde sociaaleconomische status. Uit onderzoek laat Roel van Steensel e.a. zien dat Nederlandse leerlingen qua leesmotivatie beduidend onder het internationale gemiddelde scoren.
Deze motivatieproblemen worden ook onderstreept door de Onderwijsinspectie, die bovendien constateerde dat scholen doorgaans te weinig effectieve aandacht schenken aan leesplezier. Omdat veel onderzoek laat zien dat leesmotivatie gerelateerd is aan het leesgedrag en de leesprestaties van kinderen, is het belangrijk te zoeken naar effectieve manieren om de leesmotivatie van leerlingen te bevorderen. Laaggeletterdheid bij ouders heeft effect op het kind. Onderzoek van N. Notten (2012) laat zien dat kinderen verschillen in de mate waarin zij thuis van hun ouders leesopvoeding ervaren. Zij worden daarom niet in gelijke mate gestimuleerd bij de ontwikkeling van hun leesvaardigheden en -interesse. Kinderen uit de hogere sociale milieus zijn bevoordeeld. Opgroeien in een hoger sociaaleconomisch milieu betekent dat je als kind gunstigere leescompetenties meekrijgt. In de hogere milieus geven ouders vaker het goede leesvoorbeeld en ze lezen vooral meer boeken uit diverse genre. Verder krijgen kinderen uit deze gezinnen meer leesbegeleiding. Hierdoor hebben zij een voorsprong op kinderen uit de lagere sociale milieus. Ook bestaat er een relatie tussen leesvoorbeeld en -begeleiding; lezende ouders zijn vaker betrokken bij het leesgedrag van hun kinderen. Dit geldt vooral voor ouders die diverse boeken lezen.
Haar onderzoek toont ook aan dat de leesbegeleiding, het leesaanbod en leesvoorbeeld dat ouders hun kinderen bieden een positieve bijdrage levert aan de schoolprestaties van hun kinderen.
6
1.2.
Huidige situatie
Eenmaal in de vier jaar schrijft iedere school een schoolplan. Het schoolplan laat zien hoe de school wil voldoen aan de basiskwaliteit en welke kwaliteitseisen de school aan zich zelf stelt (Inspectiekader). Het schoolplan wordt gezien als een belangrijk sturingsinstrument en laat zien hoe kinderen met ontwikkelings- en taalachterstanden op een school worden ondersteund en begeleid. Hiervoor heeft iedere school haar eigen ambities en doelstellingen geformuleerd. Als het gaat om het taalonderwijs valt op dat scholen met diverse methoden en methodieken werken aan lezen, leesmotivatie en leerplezier. Alle scholen die te maken hebben met ontwikkelings- en taalachterstanden werken daarnaast met projecten ter bevordering van het lezen op school en buiten school. Alle scholen die te maken hebben met een hoge achterstandsscore in Nijmegen hebben bijvoorbeeld de ‘bibliotheek op school’. Dit initiatief wordt gefinancierd uit de eigen OAB middelen van de school. Hiermee wordt gewerkt aan het versterken van het leesklimaat en het verstevigen van de band met ouders, zodat er ook thuis meer aandacht is voor een rijke taalomgeving.
1.3.Toekomstige situatie Hoewel er al op scholen wordt gewerkt aan leesmotivatie en leesplezier is het doel van deze gemeentelijke subsidie een extra impuls geven aan leesmotivatie en leesplezier en in samenwerking met de ‘bibliotheek op school’ ook ouders nog meer en beter betrekken hierbij. Maatwerk Om aan te sluiten bij iedere school wordt zoveel mogelijk gekozen voor maatwerk. Om scholen inhoudelijk te ondersteunen binnen deze gemeentelijke OAB subsidie is gekozen voor nulmeting op alle deelnemende scholen op het gebied van leesmotivatie en leesplezier. Met behulp van de nulmeting worden de leesmotivatie, de daarmee samenhangende vaardigheden van leerlingen en het bijbehorende onderwijsaanbod in kaart gebracht. Vervolgens is het doel om gezamenlijke professionalisering te organiseren voor de taalcoördinatoren binnen de school. De taalcoördinator speelt namelijk een belangrijke rol bij het verbeteren van het taalonderwijs op de school.
Voor de nulmeting zijn een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: • Hoe verhouden uitstroomresultaten van de deelnemende scholen zich tot landelijke resultaten, rekening houdend met de schoolpopulatie? • In welke mate zijn leerlingen uit groep 6, 7 en 8 gemotiveerd om te lezen en hoe verhoudt zich dit tot landelijke resultaten, rekening houdend met de schoolpopulatie? • Wat zijn kenmerken van het huidige onderwijsaanbod en in hoeverre ligt dat aanbod in lijn met bewezen effectieve aanpakken voor leesmotivatie en leesplezier? Deze nulmeting wordt uitgevoerd door het Expertisecentrum Nederlands, omdat zij bij verschillende gemeenten en in meerdere projecten onderzoek doen naar leesbeleving. Ook zijn zij betrokken bij de PISA- en PIRLS-onderzoeken, waarbij data analyse plaatsvindt 7
en leerkrachten en leerlingen bevraagd worden over de mate waarin gelezen wordt en wat hun ervaringen daarbij zijn. Aan het eind van de beleidsperiode wordt deze meting herhaald om te onderzoeken in hoeverre er vooruitgang is geboekt door de inzet die iedere school pleegt. Om de eerste onderzoeksvraag te beantwoorden, worden gegevens over de taal- en leesvaardigheid van leerlingen door het Expertisecentrum Nederlands verzameld en geanalyseerd. Hierbij wordt, om de scholen te ontlasten, gebruik gemaakt van vrij beschikbare onderwijsdata o.a. over het uitstroomniveau van leerlingen (Eindtoets basisonderwijs). De eindtoetsgegevens worden vergeleken met resultaten van qua populatie vergelijkbare scholen (op basis van schoolweging). Zo is het niet alleen mogelijk om resultaten van de deelnemende scholen naast elkaar te leggen, maar om ook de vergelijking te maken met het uitstroomniveau van leerlingen van vergelijkbare scholen. Om de tweede onderzoeksvraag te beantwoorden, wordt de leesmotivatie van leerlingen in groep 6, 7 en 8 in kaart gebracht door middel van een korte digitale vragenlijst. Deze vragenlijst maakt onderscheid tussen lezen op school en lezen voor plezier. Waar mogelijk wordt een vergelijking gemaakt met de landelijke bevindingen over leesmotivatie van leerlingen.
Om ook zicht te krijgen op de leesmotivatie van leerlingen in groep 1 t/m 5 worden de desbetreffende leerkrachten hierop bevraagd in een digitale vragenlijst. Om de derde onderzoeksvraag te beantwoorden, wordt aan de leerkrachten van groep 1 t/m 8 en de taalcoördinatoren van de deelnemende scholen een digitale vragenlijst voorgelegd waarmee het onderwijsaanbod in kaart wordt gebracht. De resultaten worden vergeleken met datgene wat we weten uit wetenschappelijk onderzoek over bewezen effectieve aanpakken waarmee leesmotivatie bevorderd kan worden. Resultaten van deze drie onderzoeksvragen worden zowel over alle deelnemende scholen heen, als op schoolniveau, schriftelijk teruggekoppeld in beknopte rapportages waarbij ook een aantal concrete aanbevelingen worden gedaan. De onderzoeksresultaten over alle deelnemende scholen heen worden toegelicht aan directeuren, taalcoördinatoren en andere geïnteresseerden van de deelnemende scholen en belanghebbenden vanuit de gemeente Nijmegen. Op basis van de nulmeting formuleert iedere school eigen ambities en verwerkt deze in een taalbeleidsplan. Om de scholen te voeden met effectieve aanpakken voor leesmotivatie en daarbij ook te reflecteren op de resultaten van de nulmeting wordt een kenniskring leesmotivatie ingericht voor taalcoördinatoren van de deelnemende scholen.
8
Kenniskring leesmotivatie Tijdens drie bijeenkomsten in het schooljaar 2021 -2022, die georganiseerd worden door het Expertisecentrum Nederlands wordt een kenniskring opgestart waarmee de scholen ‘op maat’ gevoed kunnen worden en door kunnen praten op de schoolspecifieke resultaten. Tijdens deze bijeenkomsten staan effectieve aanpakken voor leesmotivatie en de relatie met taal- en leesvaardigheid centraal. Tijdens de eerste bijeenkomst zal ook gericht gereflecteerd worden op de onderzoeksresultaten van de nulmeting. In afstemming met de taalcoördinator zal bekeken worden op welk gebied meer diepgang gewenst is. In tweede bijeenkomst wordt aandacht besteed aan effectieve interventies en wat de krachtige elementen van deze interventies zijn. Hierbij gaan we ook in op de implementatie van deze interventies. Met deze kennis kunnen de scholen vervolgens zelf aan de slag gaan op hun eigen school en in de eigen lespraktijk. In de derde bijeenkomst worden ervaringen uitgewisseld van deze implementatie en wordt bekeken wat verder gedaan kan worden om de implementatie in de praktijk te versterken. Op basis van de nulmeting en de eigen taalbeleidsplannen van scholen wordt ieder schooljaar geanalyseerd waar gezamenlijke ondersteuningsbehoeften liggen en welke gezamenlijke professionalisering gewenst is.
9
Deel 2 Procedure invoering 2.1.
Procedure
Een onderdeel van de opdracht van de werkgroep OAB is het ontwikkelen van een werkwijze die maatwerk mogelijk maakt, maar ook nieuwe inzichten geeft over het verbeteren van het taalonderwijs, specifiek de leesmotivatie en het leesplezier met betrokkenheid van ouders. Het is belangrijk om bij de uitvoering van dit vierjarig OAB beleid, waar drie schoolbesturen in Nijmegen bij betrokken zijn, een procedure te ontwikkelen c.q. afspraken te maken over de verantwoordelijkheden in het proces. Wie is waarvoor verantwoordelijk bij de invoering van dit kaderplan? Welke verwachtingen hebben we van elkaar? Op hoofdlijnen een eerste advies vanuit de projectgroep OAB: Aansturing Regiegroep Opvang & Onderwijs 0-12 jaar Op het bestuurlijk niveau van de betrokken instellingen is het van belang dat: 1. taalonderwijs, leesmotivatie en leesplezier op de beleidsagenda staat; 2. in samenwerking met de werkgroep OAB medewerkers worden geïnformeerd, ondersteund en geschoold; 3. dit project wordt afgestemd met andere ontwikkelingen, projecten en opdrachten en de beleidscyclus op de scholen en kindercentra; 4. in samenwerking met de werkgroep OAB de implementatie op de werkvloer wordt aangestuurd; 5. in samenwerking met de werkgroep OAB de ontwikkelingen op de werkvloer worden gevolgd, geborgd en geëvalueerd.
Aansturing vanuit de werkgroep OAB Op centraal niveau worden er onder leiding van de projectgroep OAB het implementatietraject aangestuurd. Hierbij gaat het om: 1. het informeren, het bieden van ondersteuning/scholing, het afstemmen met andere ontwikkelingen, projecten en opdrachten en het (mede) aansturen van de implementatie op de werkvloer; 2. Het volgen, borgen en evalueren van de ontwikkelingen op de werkvloer. Uitvoerend niveau Op uitvoerend niveau zijn de directeur van de basisschool en de taalcoördinator verantwoordelijk voor de uitvoering op de werkvloer. 1. Zij zorgen ervoor dat leesmotivatie, leesplezier en het ondersteunen van ouders hierbij op de agenda staat. 2. In samenwerking met de werkgroep OAB informeren en ondersteunen zij de leerkrachten. 3. Zij stemmen af met andere ontwikkelingen, projecten en opdrachten. 10
4. Zij sturen de implementatie op de werkvloer aan; 5. Zij volgen, borgen en evalueren de ontwikkelingen op de werkvloer.
2.2.
Uitgangspunten & randvoorwaarden voor de invoering
Om leesmotivatie en leesplezier structureel op de agenda te zetten van scholen en hen zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden van belang. Uitgangspunten De projectgroep OAB, de schoolbesturen, nemen op bestuurlijk niveau gezamenlijk de regie op zich. De projectgroep OAB stemt af met het Expertisecentrum Nederlands en ondersteunt scholen waar nodig. De projectgroep OAB informeert de scholen.
Randvoorwaarden Structureel overleg met de gemeente voor het tussentijds evalueren en verrichten van onderzoek naar de stand van zaken op de werkvloer. Afstemmingsoverleg over de bevindingen uit de 0meting, de organisatie van de kenniskring, professionalisering en de eindmeting. Gezamenlijke activiteiten oppakken en transparant maken wie waarvoor verantwoordelijk is. Alle betrokkenen goed en tijdig informeren over de ontwikkelingen en hen actief hierbij betrekken, ondermeer om draagvlak te creëren en zicht te krijgen op hun eigen rol/bijdrage hierin. Laagdrempelig informatie uitwisselen. De directeuren/het managementteam van Structureel overleg op schoolniveau. de basisschool zijn verantwoordelijk voor het proces, het volgen van het proces, het borgen van de werkwijze, het de medewerkers actief te betrekken bij het proces en de jaarlijkse verantwoording. De voortgang op de scholen wordt Budget voor de nulmeting en eindmeting en de bewaakt door de projectgroep. jaarlijkse expertise ontwikkeling taal coördinatoren naast de middelen die scholen zelf ontvangen. Er worden op maat en indien gewenst (gezamenlijke) scholingsbijeenkomsten en/of ondersteuning aangeboden op de werkvloer/centraal of op locatie. Er is ondersteuning beschikbaar bij het invoeren van de werkwijze. Professionalisering op schoolniveau wordt bekostigd uit de OAB middelen.
Gezamenlijke scholing wordt indien gewenst georganiseerd door de projectgroep OAB. Penvoerderschap ten aanzien van de verantwoording van de subsidie.
Er moeten heldere afspraken worden gemaakt over wel/geen penvoerderschap en de project organisatie. 11
2.3. Samenhang De samenhang en afstemming met andere initiatieven, projecten van scholen dient nader onderzocht te worden. Aangezien alle betrokken scholen de ‘bibliotheek op school’ hebben, wordt hier de afstemming en de samenwerking gezocht. Ook zal onderzocht worden of de jaarlijkse vragenlijst vanuit de bibliotheek gekoppeld kan worden aan de vragenlijst voor de 0-meting. 2.4.
De organisatie
Betrokken scholen:
De scholen van Conexus, Stichting Sint Joseph Scholen en Simonscholen die op basis van de nieuwe verdeling van de ‘OAB’-middelen in aanmerking komen voor extra middelen:
1 2 3 4
14DI|C1 15TV|C1 24FK|C1 07DB|C1
5 6 7
15MO|C1 15RK|C1 12JY|C1
8 9 10 11 12 13 14 15
09YW|C1 15WF|C1 11IP|C1 09TG|C1 13WR|C1 11CC|C1 08CO|C1 10MR|C1
16 17 18 19 20
07CA|C1 13EQ|C1 27JW|C1 14AB|C1 10CV|C1
Spreidings- Achterstandsgetal (2019) score
Schoolweging (2019)
Aantal lln
SJS Conexus Simonsscholen Conexus
38,02 38,3 36,45 35,9
247 176 235 200
5,54 5,32 5,97 6,84
717,5 567,23 536,83 441,99
Conexus Conexus SJS
37,08 36,79 31,58
135 134 212
5,89 6,29 9,49
375,42 372,12 325,79
Conexus Conexus Conexus Conexus SJS Conexus Conexus Conexus
35,27 36,89 33,82 33,61 35,04 36,17 35,14 33,61
230 150 260 317 167 131 174 159
5,92 5,26 6,47 5,88 6,78 6,35 6,25 6,25
299,12 297,39 262,15 259,29 254,68 247,13 244,36 174,56
Conexus Conexus Conexus SJS Conexus
30,59 32,74 24,29 27,91 25,85
186 319 631 204 200
7,03 5,79 5,81 8,01 8,67
145,82 122,91 105,05 77,71 50,99
School
Bestuur
Toon De Klumpert Hidaya Aquamarijn Daltonsch de Meiboom De Aldenhove Bs. het Kleurrijk basisschool Prins Maurits De Vossenburcht De Dukendonck De Luithorst De Kleine Wereld Zonnewende Nutsschool Lankforst De Lindenhoeve Montessorisch. Dukenburg De Wingerd De Oversteek dalton IKC De Wieken Michiel de Ruyter
Het voorstel voor de herverdeling van de middelen wordt besproken in de regiegroep Onderwijs & Opvang 0-14 jaar (zie memo verdeling middelen OAB. 12
Deel 3 Implementatie 3.1.
Activiteitenplanning & resultaten
De aanpak van de uitvoering van het kaderplan OAB bestaat in grote lijnen uit de volgende fasen in schooljaar 2021/2022: Fase
2021/2022: 1. Memo voorstel toekomst OAB
Resultaat
▪
periode start
einde
Opstellen memo toekomst OAB, bespreken in regiegroep Opvang & Onderwijs 0-12 jaar Een inhoudelijk kaderplan schrijven passend binnen het OAB beleid van de gemeente Nijmegen en een voorstel te doen voor de herverdeling van de middelen op basis van de nieuwe achterstandsscore-regeling volgens de nieuwe CBS-indicator. Plan en voorstel voor herverdeling middelen bespreken/ goed of afkeuren, suggesties voor verbetering
26/11/20
26/11/20
27/11/20
15/05/21
2. Kaderplan t.b.v. taalstimulering schrijven
▪
3. Het kaderplan en voorstel herverdeling middelen aanbieden aan de regiegroep Opvang & Onderwijs 0-12 jaar 4. Voorstel toekomst OAB naar College van
▪
▪
Collegebesluiten over de subsidies OAB 2021 en periode 2022-2025
29/06/2021
31/12/2021
5. Informeren scholen
▪
07/06/21
11/06/21
6. Uitvoering 0-meting
▪
01/11/21
01/12/21
7. Deelnemende scholen
▪
Informeren over plan, zodat het in te passen is in de beleidscyclus schooljaar 2021/2022 Opstellen vragenlijst en uitvoering 0-meting kennisdeling met eigen schoolteams, doelstellingen en activiteiten opnemen in jaarplan/plan van aanpak verspreiden leerlingvragenlijst en invullen leerkrachtvragenlijst voor 0-meting
11/06/21
01/12/21
bijeenkomst met terugkoppeling op overall niveau
01/01/22
01/02/22
B&W
▪
8. Terugkoppeling 0meting
▪
21/05/21
13
9. Kenniskring leesmotivatie
▪
▪ ▪
Expertisecentrum Nederlands: organisatie en uitvoer drie bijeenkomsten inventarisatie effectieve interventies leesmotivatie praktische handvatten per school
01/03/22
Per schooljaar wordt een implementatie plan gemaakt en worden scholen gevolgd voor de gezamenlijke ondersteuning op maat.
3.2.
Verantwoording
Aangezien de verantwoordelijkheid voor het inhoudelijke doelstellingen van het vierjarig OAB beleid bij het schoolbestuur en de afzonderlijke scholen wordt gelegd, zijn er een aantal kaders opgesteld voor het behalen van de doelstellingen en het inzetten van de middelen. Kaders ▪
▪
▪ ▪
Het schoolbestuur geeft aan het einde van de looptijd aan hoe de middelen zijn aangewend, met welk doel en met welke resultaten op basis van de 0-meting en de eindmeting. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijk instituut. Voor de verantwoording van de middelen levert iedere school jaarlijks in een format de inzet van de middelen aan. De jaarplannen worden elk jaar verantwoord op een manier die duidelijk laat zien wat de (financiële) relatie is tussen de subsidie en het daarmee gerealiseerde doel en activiteiten. De middelen kunnen ingezet worden voor professionalisering, formatie en materialen. Inzet middelen: 60 % van de inzet van de middelen wordt ingezet voor het thema ‘leesstimulering’. De richtlijn is om maximaal 40% inzet te plegen op het thema ‘ouderbetrokkenheid’ en als flexibele ruimte voor specifiek maatwerk. Deze flexibele ruimte mag uitgegeven worden als plus op de twee primaire onderwerpen, maar mag ook ten goede komen aan andere onderwerpen ten behoeve van taalstimulering, die specifiek zijn voor een school of groep scholen.
14
01/05/22
Bijlage 1 Format Jaarlijkse verantwoording scholen School Totaal leerlingen Schoolweging Achterstandscore (en spreidingsgetal) Middelen OAB
€
Schooljaar Kalenderjaar S3/4 Kalenderjaar S1/2
€ € €
(+Toelichting) Leesmotivatie /leesplezier: (60%) Ouderbetrokkenheid /eigen ruimte: (40%) Bevindingen uit de 0 meting: Doelen gesteld op schoolniveau: Opbrengst: Welke resultaten zijn geboekt (proces/product) Activiteit
Personele inzet: Professionalisering: Materiaal kosten:
Leerlingen
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Totaal leerlingen €
Kosten € € € € € € €
Totaal kosten €
TOELICHTING ACTIVITEITEN
16