CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota verbonden partijen 2019

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juni 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Wensen en bedenkingen Nyma9.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.5 Risicomanagement Voor de inventarisatie en beoordeling van risico’s van verbonden partijen sluiten wij aan bij de methodiek die we voor risicomanagement in 2007 hebben ingevoerd. Wij definiëren risicomanagement in het kader van verbonden partijen als volgt: een risico-inventarisatie en waardering gecompleteerd met een overzicht van bijbehorende beheersmaatregelen per verbonden partij (vanaf nu te noemen risicomanagement). Risico’s van een verbonden partij worden meegenomen in de risicoinventarisatie van een specifiek programma. Het resultaat hiervan wordt vastgelegd en onderhouden in het informatiesysteem NARIS. De evaluatie en actualisatie van deze risico’s krijgen hun plek binnen het betreffende programma in de bestaande planning en controlcyclus. Op basis van de risicoanalyse van de verbonden partij zelf wordt het Nijmeegs aandeel in de risico’s in ons risicoprofiel meegenomen. Het heeft de voorkeur om binnen de Nijmeegse begroting/saldireserve hier weerstandsvermogen tegenover te zetten en niet bij de verbonden partij zelf.

Risico’s betreffende verbonden partijen moeten binnen het risicomanagement van een programma systematisch worden geanalyseerd en beoordeeld. Daarnaast moeten risico’s periodiek worden geëvalueerd en geactualiseerd. Dit vindt plaats bij het opstellen van de Stadsbegroting en -rekening.

22 Bron: Bijlage rapport Sturen in de Mist, 1 februari 2008, blz. 10.

28

4. Beëindiging van de deelname aan, opheffing van of vervreemding van een verbonden partij Er kunnen zich feiten en omstandigheden voordoen die nopen tot heroverweging van de relatie met de verbonden partij. Dat kan leiden tot beëindiging van de deelname in, opheffing of vervreemding van de verbonden partij. De belangrijkste omstandigheden die hiertoe aanleiding kunnen geven, zijn: -

wijziging van de doelstelling van de verbonden partij;

-

wijziging in het voortbestaan en eigenstandigheid van de verbonden partij als gevolg van fusie of integratie;

-

negatieve ontwikkelingen en daardoor verhoogd risico ten aanzien van het weerstandsvermogen;

-

een verbonden partij is niet meer de beste optie voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten en prestaties;

-

afwijking van de voorgenomen activiteiten en prestaties;

- realisatie van de voorgenomen activiteiten en prestaties. Bij heroverweging van de deelneming zullen wij u expliciet betrekken. Met de vaststelling van het raadsvoorstel ‘Verbetering Sturing en Control Verbonden Partijen’ (raadsvergadering 4 juni 2008) heeft u expliciet beleidskaders meegegeven die van toepassing zijn bij vervreemding. Wij hebben dit aangevuld met wat daarover nader is toegelicht in het Rapport Sturen in de Mist op blz. 56. Omdat er ook verbonden partijen zijn, waarbij vervreemding vanwege de juridische vorm geen optie is - gemeenschappelijke regelingen, stichtingen - hebben wij de door u geformuleerde beleidskaders ‘vertaald’ naar alle soorten verbonden partijen. Bij beëindiging van deelname in, opheffing of vervreemding van een verbonden partij of een of meerdere delen van een verbonden partij, zijn de volgende kaders van belang23. Wij plaatsen hierbij de kanttekening dat onze invloed om deze kaders toe te passen beperkt kan zijn, wanneer andere partijen ook deelnemen in de verbonden partij. Het college stelt een afwegingskader op, op basis waarvan wordt besloten wel of niet over te gaan tot beëindiging van deelname, opheffing of verkoop. In dat kader wordt tevens aandacht besteed aan het (verkoop)proces.

Daarbij dienen minstens afspraken te worden gemaakt over de informatievoorziening naar alle partijen, zoals de aandeelhouder, RvC, AB en DB, raad, college en eventueel ook de Ondernemingsraad.

23 Zie ook: bijlage rapport Sturen in de Mist, 1 februari 2008, blz. 56

29

Het college maakt een duidelijke afweging van de voor- en nadelen om het (verkoop)proces zelf te doen of over te laten aan (een afvaardiging van) de RvC of daarmee vergelijkbaar bestuursorgaan. Voordeel van het zelf doen is dat er direct invloed is op het proces en resultaat; nadeel is dat je als aandeelhouder slechts vanaf afstand zicht uitoefent en daardoor minder zicht hebt op het functioneren van de verbonden partij dan de RvC. Het college zorgt ervoor dat geen tijdsdruk ontstaat en in geval van bijvoorbeeld verkoop niet onder tijdsdruk wordt onderhandeld met één partij. Wij formuleren daarbij de volgende aandachtspunten: 

bij beëindiging van deelname in, opheffing van of verkoop van de verbonden partij plannen we zorgvuldig het moment waarop zo min mogelijk harde deadlines spelen.

in de keuze voor een verkoopmodel houden we rekening met het risico dat binnen een veilingmodel uiteindelijk (eventueel onder tijdsdruk) nog maar met één partij onderhandeld kan worden.

Het college ziet er op toe dat bij vervreemding altijd gekozen wordt voor een vendor due diligence, zodat vooraf inzicht bestaat in de waarde van de te verkopen verbonden partij. Het college ziet er op toe dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen twee teams waarbij de één onderhandelt en de ander stuurt. Dit vertroebelt de taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en informatievoorziening onderling en richting college. Het college is bevoegd te besluiten tot een eventuele beëindiging van deelname, opheffing of vervreemding. Dit besluit wordt niet genomen voordat het college de raad in de gelegenheid heeft gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken (artikel 160 lid 2 Gemeentewet). Bij gemeenschappelijke regelingen dient bij een eventuele beëindiging van deelname, opheffing of vervreemding ook een besluit door de raad te worden genomen. Bij de start van een verkoopproces zorgt het college ervoor dat in geval van een management buy out de positie van de directeur/de directie wordt vastgelegd in duidelijke afspraken.24

24 Bron: rapport Sturen in de Mist, 1 februari 2008, blz.52

30

Literatuurlijst Sturen in de Mist: verslag van het raadsonderzoek naar de sturing en control op novio en verbonden partijen, raadscommissie gemeente Nijmegen, 1 februari 2008 Raadsbesluit ‘Verbetering Sturing en Control Verbonden Partijen’, gemeente Nijmegen, 18 juni 2008 Notitie Rolverdeling Verbonden Partijen, gemeente Nijmegen, 29 januari 2008 Stadsbegroting 2014 - 2017, gemeente Nijmegen Handreiking ‘De raad en de paragrafen - deel Verbonden Partijen’, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, juli 2005 Handboek Verbonden Partijen ‘Twee voeten in één sok’, Deloitte, mei 2006 Plan van aanpak nazorg onderzoek verbonden partijen (2004), geactualiseerde versie januari 2006, Gemeentelijke Rekenkamer Nijmegen Kadernota Grondbeleid, gemeente Nijmegen, 2018 Nota Verbonden Partijen: Het beleid van de gemeente Zaanstad ten aanzien van verbonden partijen, gemeente Zaanstad, 31 januari 2006 Verantwoord deelnemen: aangaan, beheren en beëindigen en deelnemingen van de gemeente Eindhoven, gemeente Eindhoven, 24 januari 2006

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8fb704c4-d83e-4add-ae26-6015476ace93