CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota Samen werken samen sterk eind 2021

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juli 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D20 d.d. 26 mei 2026 over Voortgang Sturen op een sterke sociale basis in Nijmegen4.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen werken, samen sterk Kader voor het versterken van de sociale basis

Inhoudsopgave 1. Inleiding ......................................................................................................................................................2 Leeswijzer ............................................................................................................................................................2 2. Wat willen we bereiken?.............................................................................................................................3 Definitie sociale basis...........................................................................................................................................3 Probleemstelling ..................................................................................................................................................4 Veranderopgave: beter richten en bewoner centraal .........................................................................................4 3.

Ambitie en uitgangspunten .........................................................................................................................5 Ambitie voor de sociale basis...............................................................................................................................5 Uitgangspunten voor een sterke sociale basis.....................................................................................................5 Werken aan sociale kwaliteit ...........................................................................................................................5 Werken vanuit inhoudelijke aandachtsgebieden.............................................................................................6 4.

Uitvoering ...................................................................................................................................................7 Stadsdeelprogrammering als werkwijze ..............................................................................................................7 Harmonisering subsidies ......................................................................................................................................8 Lerend samenwerken ..........................................................................................................................................9 Monitoring en evaluatie.....................................................................................................................................10 5. Implementatie...........................................................................................................................................11 Uitvoeringsstructuur ..........................................................................................................................................11 Planning .............................................................................................................................................................11

1

1. Inleiding Met deze kadernota sturen we op het realiseren van de opgave uit het Nijmeegse coalitieakkoord 2018-2022 om een sociale stad te blijven. Deze opgave kent 3 doelen1: 1. een inclusieve en veerkrachtige stad blijven met een sterke sociale basis 2. het normaliseren van zorg en ondersteuning 3. goede specialistische zorg is bij complexe situaties is snel beschikbaar. Deze nota is een uitwerking van het 1e doel: een inclusieve, veerkrachtige stad met een sterke sociale basis.

Praktisch kader De sociale basis is sterk verbonden aan begrippen als gemeenschapsvorming en goed samenleven en wordt daarmee in eerste instantie vaak gekoppeld aan het welzijnsdomein. Maar ook vanuit andere beleidskaders wordt bijgedragen aan deze doelen, zoals gezondheid, sport, cultuur, werk, inkomen, jeugd en onderwijs. Het doel van deze nota is een kader te formuleren voor hoe we vanuit de verschillende beleidsdomeinen samenwerken aan een inclusieve en veerkrachtige sociale basis. De focus ligt op wat we verstaan we onder de sociale basis en hoe we die willen versterken. Deze versterking realiseren is geen eenvoudige opgave. Het vraagt om tijd en dialoog en om wederzijds vertrouwen tussen gemeente, inwoners en de verschillende maatschappelijke partners, groot en klein. En het vraagt om aandacht voor de gehele cyclus van beleid en uitvoering. Deze kadernota is daarom het startpunt van een lerend systeem. Deze is gericht op het proces van beleidsrealisatie en is ondersteunend aan het bestaande beleid in de sociale basis.

Voortraject In de startnotitie, die in maart 2021 is aangeboden aan de raad, is al een aantal belangrijke onderleggers voor het kader benoemd, zoals de bouwstenennotitie ‘Voor een sterke sociale basis’ van onderzoeksbureau TwynstraGudde (oktober 2020) en de doorontwikkeling van de preventieprogramma’s jeugd. Om nog meer input vanuit de stad op te halen, hebben we op 20 april 2021 de bijeenkomst ‘APK sociale stad’ georganiseerd.2 En op 17 mei is een vervolggesprek geweest. Dit, in combinatie met onze opgedane inzichten bij andere gemeenten, de input van de adviescommissies en de vele gesprekken met partners, heeft geresulteerd in deze kadernota.

Leeswijzer In hoofdstuk 2: Wat willen we bereiken geven we de definitie van de sociale basis, schetsen we de probleemstelling en lichten we onze veranderopgave toe. In hoofdstuk 3: Ambitie en uitgangspunten beschrijven we onze ambitie voor de sociale basis en formuleren we welke uitgangspunten van belang zijn bij de realisatie. Hoofdstuk 4: Uitvoering gaat over de werkwijze van stadsdeelprogrammering, subsidiëring, lerend samenwerken en monitoring en evaluatie. Tot slot gaan we in hoofdstuk 5: Implementatie kort in op de uitvoeringsstructuur en planning.

1 Deze 3 doelen komen uit het interventieplan fase 4, vastgesteld in de raadsvergadering van 8 mei 2019, ter uitvoering van het

coalitieakkoord. 2 Een kort verslag en een link naar de opname van de bijeenkomst zijn te vinden in bijlage 1 van het bijlagenboek.

2

2. Wat willen we bereiken? We starten dit hoofdstuk met een definitie van de sociale basis, gevolgd door de probleemstelling en het formuleren van de veranderingsopgave.

Definitie sociale basis Wij gebruiken de definitie zoals geformuleerd in de publicatie Sterke beleidsintervisie, sterke sociale basis van het kennisinstituut Movisie. De sociale basis is: Het geheel van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, gezinnen) aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen, dat het mogelijk maakt dat inwoners de mogelijkheden hebben om te participeren in sociale relaties op een manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert (Repetur, Jansen en Van Pelt, 2019).3

Centraal in de sociale basis staan de verbindingen tussen formele en informele organisaties en structuren: inwoners en inwoners- en vrijwilligersinitiatieven dragen samen bij aan gemeenschapsvorming en aan goed samenleven. Het professionele aanbod versterkt dit en sluit hier zo goed mogelijk op aan. Dit willen wij als gemeente in stand houden, ondersteunen en stimuleren. Een sterke sociale basis zorgt ervoor dat inwoners de ruimte en de mogelijkheid hebben om elkaar te ontmoeten, te participeren en in hun kracht te staan. Hiermee stimuleren we sociale cohesie en inclusief samenleven, op een manier die past bij de diversiteit van Nijmegen. Onze inwoners zijn immers kleurrijk en divers, met verschillende talenten, mogelijkheden en beperkingen. We willen de alledaagse zelf- en samenredzaamheid van inwoners zo goed mogelijk ondersteunen. De sociale basis heeft daarmee een preventieve werking: door het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht, wordt het beroep op zorg mogelijk verminderd of voorkomen. Preventie is daarmee geen primair doel voor de sociale basis, maar wel een belangrijk te behalen resultaat. Wij verwachten dat een sterke sociale basis tot vermindering van individuele zorgtrajecten leidt en daarmee tot minder zorgkosten4 (zie figuur 1).

Om een sterke sociale basis te bereiken hebben we een gedeelde visie nodig die over de grenzen van verschillende beleidsterreinen heen gaat. Samenwerken in en aan de sociale basis speelt zich af in het dagelijks leven van inwoners en dat vraagt om een integrale benadering. Dit betekent dat we niet vanuit één beleidsterrein

Movisie (2021) Sterke beleidsinterventies, sterke sociale basis. https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2021-05/Sterkebeleidsinterventies-sterke-sociale-basis-Movisie.pdf. 3

4 Het is hierbij wel belangrijk om te realiseren dat het lastig is om dit resultaat meetbaar te maken. Er is sprake van een

preventieparadox: iets dat niet is gebeurd, kan ook niet gemeten worden.

3

vraagstukken benaderen en oplossen, zoals eenzaamheid, armoede of ongezondheid, maar op zoek gaan naar waar de wederzijdse meerwaarde zit tussen beleidsterreinen. Hoewel we dit proces zijn gestart vanuit de beleidsdomeinen welzijn, gezondheid en preventief jeugdbeleid, schetsen we in deze notitie een kader voor de versterking van de sociale basis waarbij ruimte is voor aanhaking vanuit de andere domeinen, zoals sport en cultuur. Het kader sluit aan op de doelen en beleidsrealisatie van diverse beleidsvelden in het sociale domein en daarbij zien we een duidelijke samenhang met werk en inkomen (schuldhulpverlening, activering en participatie), wijkaanpak en wijkaccommodatiebeleid. De komst van de buurtteams Jeugd & Gezin en Volwassenen zorgt voor een verbintenis met de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet.

Probleemstelling Uit ons voortraject blijkt dat meer beleid niet de oplossing is. We hebben een breed en passend beleidspalet, zoals te zien is in bijlage 2 (zie bijlagenboek). Het sluit aan bij het grote en diverse aanbod in Nijmegen aan maatschappelijke initiatieven die bijdragen aan de sociale basis. Deze basis wordt door inwoners, vrijwilligers en professionals hoog gewaardeerd. Er heerst dan ook grote overeenstemming als het gaat om de ambitie, doelen en waarden die van belang zijn of spelen in de sociale basis (zie Bouwstenennotitie TwynstraGudde en bijlage 1 van het bijlagenboek). Deze passen bij onze huidige beleidsambities, waardoor het niet nodig is om nieuwe beleidsdoelen of ambities te formuleren. Er is dus winst te behalen in een verbeterde uitvoering van ons bestaande beleid. Een groot deel van het aanbod wordt namelijk ondersteund vanuit verschillende beleidsdoelen en domeinen. Dit betekent dat subsidies en projecten vaak niet integraal worden afgewogen en dat er een mix aan richtlijnen en randvoorwaarden is ontstaan. Daarnaast richten wij als gemeente onze aandacht op dit moment meer op de beleidsvorming (plan) en minder op de implementatie, uitvoering (do) en vervolgens evaluatie (check) en verbetering (act). Hierdoor is het gesubsidieerde aanbod nog onvoldoende gericht op gezamenlijk geprioriteerde opgaven.

Om dit te verbeteren hebben we een meer focus nodig op de volledige plan-do-check-act cyclus. Ook onderzoeken we nog onvoldoende wat het effect is van onze aanpak. Bovendien ervaren onze partners het analyseren van cijfers en data als complex. Dit leidt tot onvoldoende inzicht in en overzicht op het aanbod, tot verkokering en mogelijk tot onnodige dubbelingen. Hierdoor kunnen inwoners en professionals de weg naar passend aanbod minder goed vinden en is ook de geboden ondersteuning niet altijd optimaal.

Veranderopgave: beter richten en bewoner centraal We willen onze inzet in de sociale basis beter richten en daarmee versterken. Er liggen kansen in de verbinding tussen beleidsterreinen en samenwerking met organisaties, professionals, vrijwilligers en inwoners om zodoende beter aan te sluiten bij de leefwereld van de inwoners. Door onze beleidsuitvoering beter te richten beogen we: • dat bewonersinitiatieven beter gefaciliteerd en ondersteund worden • het aanbod beter vindbaar is voor inwoners en professionals • het aanbod meer passend is bij de diversiteit en de behoefte van inwoners • het aanbod beter aansluit bij en ondersteunend is aan de eigen kracht van inwoners • de beschikbare middelen in de basis effectief in te zetten. Om met deze opgave aan de slag te kunnen gaan schetsen we in het komende hoofdstuk allereerst onze gezamenlijke ambitie en uitgangspunten, om vervolgens in hoofdstuk 4 in te gaan op de wijze waarop we de

4

veranderopgave willen realiseren. Belangrijke onderdelen hiervan zijn: stadsdeelprogrammering, harmonisatie subsidies, monitoring en evaluatie en een lerende samenwerking.

3. Ambitie en uitgangspunten Door te werken vanuit een gemeenschappelijk beeld is het mogelijk integraal samen te werken in de sociale basis. Hiervoor hebben we een gedeelde ambitie en uitgangspunten nodig. Deze werken we in dit hoofdstuk verder uit.

Ambitie voor de sociale basis Onze ambitie is om samen met organisaties, professionals, vrijwilligers en inwoners te werken aan: Een stad met een vitaal en gezond leefklimaat in wijken en buurten, waar inwoners zich thuis voelen en vanuit eigen kracht deelnemen aan de maatschappij: er is respect, onderlinge steun en welbevinden.5

Uitgangspunten voor een sterke sociale basis Werken aan sociale kwaliteit

We willen de sociale basis versterken en zien hierbij een duidelijke verbinding met het werken aan sociale kwaliteit.6 Er is sprake van sociale kwaliteit wanneer op het niveau van de samenleving is voldaan aan 4 onderdelen: • •

• •

Sociale cohesie: samenhang en verbondenheid vanuit normen en waarden die inwoners met elkaar delen, zich erkend en herkend voelen, het geven en ontvangen van respect en wederkerigheid in relaties. Sociale inclusie: het bevorderen van samenleven en tegengaan van mechanismen van uitsluiting. Dit vraagt om sociale netwerken, maatschappelijke activiteiten en voorzieningen die openstaan en toegankelijk zijn voor iedereen. Sociaal empowerment: de mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de eigen situatie, over zelfwaardering en persoonlijke ontwikkeling. Sociaaleconomische zekerheid: de basisbehoeften van de mens zijn geborgd en er is sprake van voldoende inkomen, een goede en veilige woonomgeving, gezondheid, onderwijs en veiligheid.

Wanneer beleid en praktijk bijdragen aan de onderdelen van sociale kwaliteit, versterkt dit de sociale basis (zie figuur 2). Dit model geeft ons dus de mogelijkheid om te toetsen en te meten in hoeverre we erin slagen om de sociale basis te versterken. In de sociale basis zoals we die hebben gedefinieerd, ligt de focus vooral op de onderdelen inclusie, cohesie en empowerment. Dit hebben we in de ambitie vertaald als: een stad waar inwoners zich thuis voelen en vanuit eigen kracht deelnemen aan de maatschappij: er is respect, onderlinge steun en welbevinden. Het vierde onderdeel van sociale kwaliteit, sociale economische zekerheid, is vooral een voorwaardelijk element om onze ambitie te bereiken. Hier ligt niet primair de focus in onze definitie van de sociale basis, maar is daaraan wel sterk gerelateerd. Daarvoor zoeken wij de integrale

Ambities 1 en 2 doelenboom programma WWZ: https://nijmegen.begroting-2021.nl/p47164/welzijn-wijkontwikkeling-en-zorg. Het model van sociale kwaliteit is ontwikkeld door de HAN in samenwerking met de Radboud Universiteit: Verharen, L., Heessels, M., Jansen, C. & Wolf, J. (2019) 5 6

5

samenwerking op met onder meer het armoedebeleid, onderwijs, enzovoort.

Werken vanuit inhoudelijke aandachtsgebieden Om het integraal samenwerken en de stadsdeelprogrammering op gang te helpen, formuleren we drie inhoudelijke aandachtsgebieden. Hiermee richten we de realisatie in de sociale basis voor de periode 2022-2026. Een consequente en meerjarige aanpak is nodig omdat effecten pas na verloop van tijd zichtbaar zijn. Het voorsorteren op deze aandachtsgebieden maakt het inrichten van stadsdeelprogrammering, onze subsidiëring en verdeling van professionele inzet gemakkelijker. We kiezen voor deze inhoudelijke aandachtsgebieden op basis van analyse (zie bijlagenboek, bijlage 3), kennis en ervaring uit de stadsdelen, en de huidige stadsdeelagenda’s voor volwassenen en preventieprogramma’s jeugd. De aandachtgebieden zijn breed geformuleerd zodat we ruimte laten binnen de stadsdelen voor verschillende aanpakken en accenten: 1. 2. 3.

Het bevorderen van gezondheid7, ontmoeten en het tegengaan van eenzaamheid en sociaal isolement. Het bevorderen van veilig, gezond en kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren: gelijke kansen, sterke gezinnen en kinderen veilig thuis. Het bevorderen van gemeenschapsvorming en het (kunnen) meedoen van alle inwoners in de Nijmeegse samenleving.

We werken deze stedelijke aandachtsgebieden samen met partners uit via stadsdeelprogrammering. Natuurlijk zijn en blijven er vraagstukken die om een stedelijke aanpak vragen. Wat centraal moet, of decentraal kan, is onderdeel van het leerproces8. De kracht van de aanpak zit in zoveel mogelijk maatwerk voor vraagstukken vanuit een specifieke situatie in een specifieke context. In het volgende hoofdstuk lichten we dit verder toe. Figuur 3 geeft het kader voor het versterken van de sociale basis nog eens schematisch weer.

Figuur2. Kader sterke sociale basis

Figuur 3. Model van sociale kwaliteit

We hanteren hierbij de brede definitie van ‘Positieve Gezondheid’ zoals genoemd in de Gezondheidsagenda 2021-2024. Voorbeeld: zo vraagt de daklozenopvang een gecentraliseerde aanpak waardoor het geen onderdeel is van stadsdeelprogrammering. Maar de effecten van zo’n voorziening hebben mogelijk invloed op de leefbaarheid in het betreffende stadsdeel. En hierdoor wordt dit 7 8

onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak.

6

4. Uitvoering In dit hoofdstuk werken we uit hoe we de geformuleerde veranderingsopgave in de sociale basis willen realiseren en welk tijdspad we daarbij voor ogen hebben. We realiseren dit door middel van: • het introduceren van stadsdeelprogrammeren als werkwijze • het harmoniseren van de subsidies • een lerende samenwerking • het versterken van monitoring en evaluatie.

Stadsdeelprogrammering als werkwijze Inwoners zijn veelal zelfstandig of gemeenschappelijk in staat om alledaagse problemen rond opvoeden, opgroeien of meedoen op te lossen. Om dit te kunnen, moeten ze de weg weten en vinden naar informatie, activiteiten en mogelijke hulp. Dit versterken we door nog meer integraal en gebiedsgericht te werken aan de inhoudelijke aandachtsgebieden. We gaan daarom samen met verschillende organisaties, waaronder de buurtteams, werken aan gezamenlijk geprioriteerde opgaven op verschillende niveaus: stedelijk, stadsdeel, wijk en buurt. We doen we via stadsdeelprogrammering.9

Staat van de Wijk & Ambities

Activiteiten

• • • •

•

•

Kwantitatieve analyse van de wijk. Consulteren collega/ kwantitatieve analyse Kwalitatieve analyse: In gesprek met partners Ambities bepalen.

•

Maatschappelijk resultaat • •

Wat is nodig om het maatschappelijk resultaat te behalen? In gesprek met partners over (hoe te komen tot) het gewenste aanbod. Plan van aanpak: Beschrijven van gewenste aanbod en uitvoeringsafspraken.

Formuleren van maatschappelijke resultaten In gesprek met partners in de wijk over maatschappelijke resultaten.

Outcome • •

Activiteiten • • •

Wat is nodig om het maatschappelijk resultaat te behalen? In gesprek met partners over (hoe te komen tot) het gewenste aanbod. Plan van aanpak: Beschrijven van gewenste aanbod en uitvoeringsafspraken.

In gesprek met partners in de wijk over monitoren van outcome. Aanvullen plan van aanpak met de stappen die partner gaat zetten en de afspraken die zijn gemaakt m.b.t. outcome.

Kwaliteit input • •

In gesprek met partners in de wijk over kwaliteit. Checken en aanvullen plan van aanpak op kwaliteit(s-verbetering) van het aanbod. aanbod.

Verbeteracties in verbetercyclus • •

Continue bijsturen en verbeteren van proces wijkprogrammering. Periodiek checken van het maatschappelijk resultaat en de bijdrage van de partner in de wijk/ het aanbod. 13

Figuur 4. Methodiek van stadsdeelprogrammeren

In Nijmegen hebben we 9 stadsdelen. De schaal van het stadsdeel is groot genoeg voor een goede afstemming en klein genoeg om nabijheid te realiseren, overzicht te houden en relaties te onderhouden. Qua grootte lijkt het immers op een flink dorp. Veel sociale vraagstukken en problemen vragen om stedelijke aandacht en beleid. En soms ook om een stedelijke aanpak. Het is dus niet zo, dat met stadsdeelprogrammering alle beleidsontwikkeling en uitvoering uitsluitend stadsdeelgericht is of moet zijn.

Stadsdeelprogrammering is gebaseerd op de methode van de gemeente Rotterdam i.s.m. NJi. Samen met andere gemeenten participeren we in het meerjarige leertraject ‘impact in de wijk’ van het NJi. Wijkprogrammering, Methodiek handleiding, Gemeente Rotterdam 2019. 9

7

Stadsdeelprogrammering draait om: • • • •

een gefundeerde en methodische gebiedsgerichte aanpak met gebruik van preventieve, effectieve en bewezen interventies10 gezamenlijk met inwoners, professionals, informele netwerken en vrijwilligers inzetten op een samenhangend en passend preventief aanbod dat aansluit bij de analyse en doelen van het stadsdeel meten en verbeteren, met het oog op het realiseren van de ambitie. Een continue dialoog tussen partners is daarbij essentieel een leer- en verbetercyclus in gang zetten zodat we waar nodig kunnen bijstellen. Hiervoor gebruiken we onder andere het factorenmodel.11

Stadsdeelprogrammering gaat daarbij zowel over preventie als over versterking. Het aanbod in de sociale basis moet zich dus niet enkel focussen op risicofactoren, maar ook op het versterken van beschermende factoren. Risicofactoren vergroten de kans op het ontstaan van problemen bij een individu of in een gezin, zoals een psychische stoornis, lage sociaaleconomische status, echtscheiding, werkloosheid of verpaupering van de buurt. Beschermende factoren bieden bescherming tegen risicofactoren, zoals sociale steun, opvoedcompetenties, positief zelfbeeld, acceptatie en sociale cohesie. Juist een gecombineerde aanpak vergroot de weerbaarheid en veerkracht van mensen, gezinnen en gemeenschappen. De mate waarin interventies binnen stadsdeelprogramma’s worden onderbouwd aan de hand van deze combinatie van factoren is input voor de toetsing op effectiviteit en kwaliteit. Daarnaast toetsen we de stadsdeelprogramma’s aan de indicatoren van sociale kwaliteit (zie monitoring en evaluatie).

Stadsdeelprogrammering voor jeugd In bijlage 5 (zie bijlagenboek) is een uitwerking opgenomen van het inhoudelijke aandachtsgebied: het bevorderen van veilig, gezond en kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren. Deze uitwerking is gebaseerd op onze ervaringen en inzichten met experimentele preventieprogramma’s 0-12 in Dukenburg, Hatert en NijmegenNoord en op de programmatische aanpak van het jongerenwerk in bijna alle stadsdelen. Wij verwachten dat deze uitwerking algemeen geldend voor Nijmegen is, maar dat de prioritering van deze sub-thema’s en het daaraan gekoppelde aanbod kan verschillen. We gaan verder met de doorontwikkeling van stadsdeelprogrammering op jeugd samen met de betreffende partners.

Stadsdeelprogrammering voor volwassenen Op het gebied van volwassenen hebben de welzijnsorganisaties Bindkracht10 en Sterker sociaal werk sinds 2019 samen jaarlijks stadsdeelagenda’s opgeleverd, met name gericht op welzijn. Op basis hiervan en de hierboven geformuleerde uitgangspunten, ontwikkelen we deze agenda’s door naar integrale stadsdeelprogramma’s voor volwassenen. Dit doen we aan de hand van de bovenstaande werkwijze, waarbij ook meer partners betrokken worden. Daarbij gaan we ook aansluiting zoeken bij het ouderenwerk en activiteiten voor ouderen.

Harmonisering subsidies Subsidies voor inwonersinitiatieven en (professionele) organisaties vormen een belangrijk sturingsinstrument voor de gemeente. Dit instrument willen we waar mogelijk vereenvoudigen en in lijn brengen met onze ambitie en uitgangspunten in deze kadernotitie. Een randvoorwaarde voor het versterken van de sociale basis is een regisserende en faciliterende gemeente. Daaronder valt ook goed opdrachtgeverschap. Dit leidt tot heldere

We streven daarbij overigens niet uitsluitend naar effectief bewezen interventies. Ook de inzichten en ervaringen van inwoners en professionals zijn waardevol bij het bepalen van doelen en het waarderen van resultaten. Een project uit de praktijk dat niet in een databank staat, kan in zichzelf immers stevig onderbouwd zijn. We werken dit ‘experience based werken’ verder uit. 11 Het factorenmodel is een wetenschappelijk fundament voor het maken en uitvoeren van beleid. Factsheet-Factorenmodel.pdf (aeno.nl). 10

8

opdrachten aan partners voor het leveren van de overeengekomen activiteiten en inzet. Het nodigt tevens uit tot goed opdrachtnemerschap en geeft de basis voor het aanspreken daarop. Hierbij onderscheiden we 2 lijnen: A. het subsidiëren van de grote professionele organisaties die als kernpartner betrokken zijn bij de stadsdeelprogrammering B. het verstrekken van diverse subsidies om activiteiten van inwoners, vrijwilligers, mantelzorgers of (professionele) vrijwilligersorganisaties mogelijk te maken Bij beide onderdelen willen we de bestaande sociale infrastructuur koesteren en versterken. Voor onderdeel A willen we de subsidiering gecontroleerd ombuigen naar opgave-gestuurde programmatische bekostiging. Dit betekent dat we een subsidie niet meer als vanzelfsprekend aan één organisatie verstrekken, maar koppelen aan eerdergenoemde inhoudelijke aandachtsgebieden. We maken hiermee een beweging van een input-gedreven werkwijze naar een impact-gedreven werkwijze (zie bijlage 6) en bieden hiermee een oplossing voor knelpunten in de huidige uitvoeringspraktijk. Bij de preventieprogramma’s jeugd kwam bijvoorbeeld naar voren dat het lastig is om aanbod te vernieuwen omdat de subsidiëring via de klassieke manier plaatsvindt aan individuele organisaties. Door programmatisch te subsidiëren, vragen we organisaties in onderlinge afstemming een aanvraag in te dienen.

Zo wordt het aanbod van individuele partijen altijd afgestemd met het netwerk en sluit het aan op andere activiteiten in het stadsdeelprogramma. We stellen daarnaast ook budget beschikbaar voor innovatie en voor nieuwe aanbieders die iets toevoegen aan het bestaande en/of gespecialiseerde aanbod. Ten aanzien van onderdeel B is het wenselijk om te kijken of er een eenduidigere regeling voor subsidies in de sociale basis kan komen. Er zijn tientallen subsidieregelingen (zie bijlage 4 van het bijlagenboek) op veel deelterreinen. In deze categorie vallen subsidies aan diverse organisaties die taken vervullen die bijdragen aan preventie en activiteiten gericht op ontmoeting, ontplooiing, zelfredzaamheid, lotgenotengroepen en maatjesprojecten enzovoort. De harmonisatie en mogelijke ontwikkeling van nieuwe, samengevoegde regelingen wordt in samenhang met de stadsdeelprogrammering uitgewerkt. We nemen hierbij ook de regelingen voor inwonerssubsidies en inwonersinitiatieven en voor het toekennen van het 0-tarief voor de wijkcentra mee. Naast het beter richten van de subsidies, is het doel van de harmonisering van deze subsidieregelingen ook een betere facilitering van inwonerinitiatief.

Lerend samenwerken Samenwerken en zeker lerend samenwerken heeft tijd nodig. Samen met organisaties, professionals, vrijwilligers en inwoners blijven we werken aan het versterken van de sociale basis. De beoogde netwerksamenwerking in de stadsdelen zijn geen vrijblijvende omgevingen. We verwachten van alle deelnemers commitment en consensus over prioriteiten, het aanbod, maar vooral ook over rollen en verantwoordelijkheden. We vragen onze gesubsidieerde professionele partners daarbij het voortouw te nemen. De aandachtsgebieden in de sociale basis, met de daarbij horende vraagstukken en oplossingen, zijn onderwerp van doorlopend overleg en afstemming met onze partners, zowel stedelijk als op stadsdeelniveau. We hebben niet de illusie dat we stadsdeelprogrammering binnen een jaar samen in de hele stad kunnen optuigen. Ook het ombuigen van onze bestaande subsidiebudgetten, subsidieafspraken en de daarop gebaseerde inzet naar thematische stadsdeelprogrammering vraagt om een lerend proces dat tijd, commitment en extra inzet kost van ons en alle betrokkenen in de sociale basis. We trekken hier tenminste 4 jaar voor uit. Het behouden van een basisinzet van professionals is daarbij noodzakelijk voor het onderhouden van netwerken en relaties, het realiseren van activiteiten en het activeren en ondersteunen van inwoners en vrijwilligers.

9

Monitoring en evaluatie Data-gestuurd werken en monitoringssysteem We willen de meetbaarheid van ons beleid verbeteren. Met een gebiedsgerichte aanpak kunnen we de effectiviteit van het aanbod in Nijmegen en de kwaliteit van de inzet beter richten, volgen en verbeteren (plan-do-check-act cyclus). Stadsdeelprogrammering is gebaseerd op een gedegen kwantitatieve analyse. Daarvoor zijn al veel betrouwbare databronnen beschikbaar, zoals de Stads- en wijkmonitor, het gemeentelijke dashboard zorg en de gezondheidsmonitors van de GGD. Samen met de gemeentelijke afdeling Onderzoek & Statistiek selecteren we daaruit een set van relevante gegevens om zo een bruikbare gebiedsanalyse te ontwikkelen. Daarbij wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld de GGD Gelderland-Zuid, het Nederlands Jeugd instituut (NJi), de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. De analyse vormt vervolgens de basis van een monitoringsysteem, aangevuld met de resultaten en indicatoren vanuit stadsdeelprogrammering. Monitoren van resultaten, zoals deelname aan activiteiten, zegt nog weinig over het realiseren van de beoogde maatschappelijke effecten. Daarvoor is het nodig om over een langere periode een nog te ontwikkelen set indicatoren te volgen. In de Stads- en wijkmonitor is al een aantal indicatoren samengesteld uit meerder brongegevens.

Bruikbare voorbeelden daarvan zijn de indicatoren ‘algemene wijkontwikkeling’ en ‘sociale samenhang’. Ook sluiten we aan op Sterke beleidsinterventies, sterke sociale basis, waarin indicatoren opgenomen zijn die aansluiten op het model van sociale kwaliteit.12

Horizontale verantwoording Bij de uitvoering is duidelijkheid over de verantwoording van belang. Jaarlijks verantwoorden gesubsidieerde partners op basis van de beschikkingen hun resultaten aan de gemeente. Dat moet natuurlijk zo blijven vanuit goed opdrachtgever- en opdrachtnemerschap. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat op basis van de stadsdeelprogramma’s verantwoording wordt afgelegd aan de inwoners van het betreffende stadsdeel. Uiteindelijk zijn de inzet en inspanningen daaruit gericht op het versterken van de sociale basis in hun leefomgeving.

Jaarlijkse stedelijke evaluatie en inspiratie In april is een online bijeenkomst gehouden met als titel ‘APK sociale stad’. Hier hebben we, met een brede vertegenwoordiging uit de stad, de stand van zaken besproken van één van de kernpunten uit het coalitieakkoord, namelijk dat Nijmegen een sociale stad wil blijven. Wij stellen voor om jaarlijks een ‘Algemene Periodieke Keuring’ van de sociale basis te organiseren aan de hand van het model van Sociale Kwaliteit. De APK heeft dan niet alleen als doel om breed te evalueren, maar ook om te inspireren, te binden en wensen en ideeën in te brengen.

12 https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2021-05/Sterke-beleidsinterventies-sterke-sociale-basis-Movisie.pdf pagina 9 en 10.

10

5. Implementatie Dit hoofdstuk gaat over de implementatie. Op basis van de ervaringen van andere gemeenten weten we dat het onze veranderopgave, onder meer de invoeren van stadsdeelprogrammering, zeker 4 jaar in beslag neemt.

Uitvoeringsstructuur Voor de uitvoering van stadsdeelprogrammering willen we een bestuurlijke steungroep opzetten. In 1e instantie zijn er 2 gescheiden aandachtsgebieden, die mogelijk op termijn samengevoegd worden: 1. Jeugd en Gezin, als opvolger voor de proef met de preventieprogramma’s Jeugd 2. Volwassenen, als voortzetting van de stadsdeelagenda’s naar stadsdeelprogramma’s. De samenstelling van beide bestuurlijke steungroepen gebeurt in overleg met partners. Alle organisaties die een rol kunnen vervullen in de stadsdeelprogrammering, ook organisaties die inwoners vertegenwoordigen, kunnen meedoen. Het NJi en de HAN worden gevraagd om als kennispartners aan te sluiten. Zij dragen zowel via onderzoek als inhoudelijk bij aan de beoogde leercyclus. Ook de buurtteams Jeugd & Gezin en Volwassenen zijn cruciale partners in dit proces, door hun bijzondere positie in het Nijmeegse sociaal domein. De buurtteams werken op het snijvlak van de sociale basis en de aanvullende zorg. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld huisartsen, praktijkondersteuners en ouderenadviseurs. Zij kunnen waardevolle input leveren over vraagpatronen en trends zodat hier meer preventief en collectief op kan worden ingezet. In de opdracht aan de buurtteams is deze functie dan ook expliciet benoemd.

Planning 2021 | voorbereidende fase In deze fase bouwen we voor de preventieprogramma’s Jeugd voort op de bestaande projecten in de stadsdelen van de (Nijmegen-Noord, Hatert en Dukenburg). In Lindenholt en Nijmegen-Zuid en een nog te bepalen stadsdeel ontwikkelen we de stadsdeelagenda’s volwassenen door. Deze fase staat volledig in het teken van het, samen met partners, verkennen en aanleren van de nieuwe werkwijze en daarin de 1e stappen (stadsdeelanalyse) zetten. Deze fase wordt ook gebruikt om de bestuurlijke steungroep te starten, afspraken te maken over de samenwerking en een plan voor de implementatiefase. In de overige stadsdelen wordt op basis van de preventieprogramma’s 12+ en de stadsdeelagenda’s doorgewerkt.

2022-2023 | implementatiefase In deze fase blijven we werken in de genoemde stadsdelen (met ruimte voor een eventuele uitbreiding) en werken we toe naar integrale stadsdeelprogramma’s. Dat kan per stadsdeel in een verschillend tempo gaan, afhankelijk van de praktijk. We budgetteren deze 2 jaar de partners op basis van bestaande subsidie-afspraken, waarbij we de activiteiten en inzet zoveel mogelijk themagericht hergroeperen. We willen 10% van het budget in deze stadsdelen flexibiliseren en bundelen tot een gedeeld innovatiebudget en we maken een start met kwaliteitsverbetering. Dit betekent concreet: • Op basis van de inhoudelijke aandachtsgebieden stellen we doelen voor vraagstukken (en doelgroepen) die er toe doen en waarmee het verschil gemaakt kan worden • We bepalen bewust, onderbouwd en transparant het aanbod dat nodig is om onze doelen te halen • Samen met partners werken we vanuit wetenschappelijke inzichten (risico- en beschermende factoren) • We passen kwaliteitsnormen toe • We starten met het horizontaal verantwoorden.

2024-2026 | ontwikkelfase In 2024 laten we de werkwijze tot dan toe door een externe organisatie evalueren. Op basis daarvan zetten we de aanpak voort en stellen we deze bij waar nodig. In deze fase ontwikkelen we de bestaande stadsdelen verder door en gaan we 20% van het budget flexibiliseren en bundelen. Daarmee kunnen we een start maken met de 1e

11

themagerichte subsidie-opdrachten, al dan niet via een subsidietender.13 Vanaf 2026 werken we toe naar een volledige uitrol van de werkwijze van stadsdeelprogrammering over de hele stad.

Planning evaluatie en harmonisatie subsidies 2022 2022-2024

Afronden evaluatie subsidies en budgettering sociale basis, opstellen projectplan. Project harmoniseren subsidies sociale basis en ontwerpen afwegingskader.

Hierbij formuleert de gemeente een opdracht waar partners een voorstel op kunnen uitwerken en waaraan vervolgens subsidie gekoppeld kan worden. 13

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=c8228074-fe45-48f4-a050-d3ed2cba9fb9