CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarbrief Werk & Inkomen 2021

Besluitronde (raadsvergadering) 11 mei 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: D24 d.d. 19 april 2022 inzake Jaarbrief Werk en Inkomen 20215.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarbrief Werk en Inkomen 2021 April 2022

Inhoud Lokaal..................................................................................................................................................................................2 Bijstandsaantallen..........................................................................................................................................................2 Benchmarkontwikkeling PW-uitkeringen .....................................................................................................................3 Instroom..........................................................................................................................................................................4 Uitstroom ........................................................................................................................................................................7 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) ...........................................................................10 Deeltijdwerk en vrijwilligerswerk ................................................................................................................................11 Handhaving & Naleving................................................................................................................................................11 Aanvullende

aanpak.....................................................................................................................................................12 VIA - Participatieproject Nijmegen...............................................................................................................................14 Project ‘Doe je mee’ Nijmegen.....................................................................................................................................16 Regionaal ..........................................................................................................................................................................16 WerkBedrijf Rijk van Nijmegen.....................................................................................................................................16 Resultaten .....................................................................................................................................................................16 Regionale Tafel Arbeidsmarkt (RTA)............................................................................................................................18 Aanpak Jeugdwerkgelegenheid ..................................................................................................................................18

1

Lokaal Bijstandsaantallen

Figuur 1. Aantal uitkeringen Participatiewet (PW), IOAW/IOAZ en BBZ, 2020 en 2021

Figuur 2. Aantal uitkeringen Participatiewet, 2020 en 2021

2

• • • •

Het aantal PW-uitkeringen eind 2021 is met 5,75% gedaald ten opzichte van 1 januari 2021. Dit is de grootste daling sinds 2007. Landelijk is het aantal bijstandsgerechtigden in 2021 met 3,3% gedaald; gemeente Nijmegen steekt daar gunstig bij af. De daling in 2021 is voor het eerst zichtbaar vanaf april en zet sterk door naar eind 2021. De impact van de coronacrisis is in de loop van ’21 volledig verdwenen uit de bijstandsaantallen. Het aantal uitkeringen ligt zelfs op een lager niveau dan vóór de coronacrisis.

Benchmarkontwikkeling PW-uitkeringen

Figuur 3. Bijstandsontwikkeling Nijmegen 2020-2021 ten opzichte van zes kennissteden - individueel

Figuur 4. Bijstandsontwikkeling Nijmegen 2020-2021 ten opzichte van de kennissteden - totaal

3

•

•

• •

In 2013 is door de Auditcommissie een set van benchmarksteden vastgesteld die in de Stads- en Wijkmonitor worden gebruikt ter vergelijking met Nijmegen. Deze steden zijn geselecteerd op basis van vergelijkbaarheid: kennisstad, bevolkingsomvang en nabijheid. In de (half)jaarbrieven sluiten wij hierop aan. Dit keer met uitzondering van Maastricht: daarvan zijn de cijfers over eind 2021 niet bekend gemaakt. In vrijwel alle kennissteden neemt het aantal uitkeringen in 2021 ten opzichte van eind 2019 af, in een vergelijkbare trend door het jaar heen. In Nijmegen is de trend naar beneden vanaf mei ’21 relatief sterk ten opzichte van eerdere maanden. Nijmegen eindigt eind 2021 als 4e van de sterkste dalers t.o.v. eind 2019. Figuur 4 laat zien dat de bijstandsontwikkeling in Nijmegen eind ’21 op vrijwel hetzelfde niveau zit als de kennissteden (hoewel we vanaf december in Nijmegen weer een afnemende daling zien).

Instroom

Figuur 5. Instroom PW, IOAW/IOAZ en Bbz - cumulatief, 2020 en 2021

4

•

•

Het is duidelijk zichtbaar dat de instroom in 2021 lager is dan in 2020: in 2021 stroomden 1.289 mensen in een uitkering Participatiewet. De instroom in alle uitkeringen bedroeg 1.333. In 2020 waren dit 1.703 PWuitkeringen en 1.774 instroom in alle uitkeringen. Dit betekent een daling in de instroom Participatiewet en totaal van de uitkeringen van 25%.

Figuur 6. Instroom PW, IOAW/IOAZ en Bbz, 2021 •

•

In het eerste halfjaar van 2021 is de instroom in een uitkering het hoogst in de maand februari (155); vanaf maart (150) daalt deze verder, naar 92 in augustus. Vanaf september stijgt de instroom maandelijks, hoewel zeer beperkt. In 2019 was de gemiddelde maandelijkse instroom 128; in 2020 was deze gemiddeld 151 en in 2021 bedroeg de instroom gemiddeld 113 cliënten per maand.

Figuur 7. Leeftijd en instroom in een uitkering - 2019, 2020 en 2021

5

• •

In 2021 is het aandeel jongeren tot 27 jaar dat instroomt in een uitkering 4% lager dan in 2020 (36% vs. 40%). Dit betekent dat de instroom van de oudere leeftijdscategorieën 27-55 jaar en 55+ met enkele procenten oploopt.

Redenen instroom Tabel 1. Redenen instroom PW, IOAW/IOAZ en BBZ Instroomreden

2020

2021

218 152 115 142 529 151

286 240 204 140 635 86

187 187 107 133 493 67

1.502

1.779

1.333

2019 Einde WW Beëindiging studie Einde arbeid in dienstbetrekking Overname van andere gemeente Andere oorzaak Beëindiging zelfstandig beroep Totale instroom

N.B. De afzonderlijke aantallen in tabel 1 tellen niet op tot de ‘totale instroom’, doordat er veel verschillende kleinere categorieën worden geregistreerd, bijvoorbeeld vanwege beëindiging huwelijk/relatie of beëindiging andere uitkering (zoals bij ziekte). • • • •

In 2021 stromen minder mensen in dan in 2020. T.o.v. het totaal aantal PW-uitkeringen bedraagt de instroom 19% (per eind ’21). Eind ’20 was de instroom 24%. De instroom over 2021 is 25% lager dan in 2020. De verminderde instroom hangt samen met de herstellende economie en daarmee de aantrekkende arbeidsmarkt. Met name bij de instroomredenen ‘einde arbeid in dienstbetrekking’, ‘einde WW’ en ‘einde studie’ zien we sinds het voorjaar van ’21 lagere aantallen dan in 2020. Er stromen in 2021 weer minder mensen in vanwege beëindiging van een zelfstandig bedrijf/beroep dan voorgaande jaren. Mogelijk omdat ondernemers die anders terug waren gevallen op Bbz of de PW vanwege beëindiging bedrijf, tot 1 oktober ‘21 een beroep konden doen op de steunmaatregelen vanuit het Rijk, zoals de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (Tozo). Ook de aantrekkende arbeidsmarkt maakte het voor veel ondernemers gemakkelijker hun bedrijf (al dan niet op een andere manier) voort te zetten.

6

Uitstroom

Figuur 8. Uitstroom PW, IOAW/IOAZ en Bbz - cumulatief, 2020 en 2021 • •

In 2021 stroomden 1.807 mensen uit een uitkering; dit is een hogere uitstroom dan in 2019 (1.692) en 2020 (1.528). De toename t.o.v. 2020 is 18%. De effecten van de coronacrisis zijn volledig verdwenen uit de uitstroomcijfers; de uitstroom is zelfs hoger dan voor de crisis.

7

Uitstroom unieke clienten per maand

250

222

200

174

229

184 165

162 141

150 110

132 103

112 94

100

50

0

jan-21 feb-21 mrt-21 apr-21 mei-21 jun-21

jul-21 aug-21 sep-21 okt-21 nov-21 dec-21

Figuur 9. Uitstroom PW, IOAW/IOAZ en Bbz, 2021

• • •

De uitstroom uit een uitkering was in 2021 het hoogst in de maanden juni en november. Vanaf december daalt de uitstroom weer sterk. Tegelijkertijd neemt de instroom over 2021 sterk af; het totale aantal uitkeringsgerechtigden daalt dus. In 2019 was de gemiddelde maandelijkse uitstroom 143. In 2020 was deze 129 en in 2021 herstelde deze naar 152 gemiddeld per maand.

Redenen uitstroom Tabel 2. Redenen uitstroom PW, IOAW/IOAZ en Bbz Uitstroomreden

2019

2020

2021

Werk + zelfstandig beroep of bedrijf Overig Verhuizing Geen inlichtingen/ schending inlichtingenplicht AOW Studiebeurs/studiefinanciering

785 223 235 209 144 103

630 218 237 139 195 127

886 235 253 127 181 127

Totale uitstroom

1.694

1.534

1.808

N.B. De categorie ‘overig’ bestaat uit allerlei kleinere categorieën zoals overlijden of een andere uitkering. De afzonderlijke aantallen in tabel 2 tellen niet op tot de ‘totale instroom’, doordat er veel verschillende kleinere categorieën worden geregistreerd, bijvoorbeeld vanwege beëindiging huwelijk/relatie of beëindiging andere uitkering (zoals bij ziekte).

8

• • •

•

De uitstroom naar werk of een eigen bedrijf maakt bijna 50% uit van de totale uitstroom uit een uitkering. Dit was in 2020 bijna 40%. De uitstroom ligt zelfs op een hoger niveau dan voor de coronacrisis; de effecten daarvan zijn volledig verdwenen. De uitstroom naar werk heeft alles te maken met de groei van de economie en daarmee de werkgelegenheid biedt ook voor uitkeringsgerechtigden meer kansen, hoewel de kwalitatieve én kwantitatieve mismatch (het niet aansluiten van vraag op het aanbod en een groter aantal vacatures dan werklozen) een steeds grotere rol speelt. De overige uitstroomredenen blijven nagenoeg op hetzelfde niveau als in 2020.

Figuur 10. Verhouding leeftijd en uitstroom uit de uitkering: alle uitstroomredenen

Figuur 11. Verhouding leeftijd en uitstroom uit de uitkering: naar werk • •

Er stromen in 2021 iets minder jongeren tot 27 jaar uit dan in heel 2020 (29% versus 31%). In totaal is het aantal jongeren tot 27 jaar met een bijstandsuitkering ook gedaald in 2021: 37% t.o.v. 41% in 2020. In 2021 is de uitstroom naar werk voor alle leeftijdsgroepen nagenoeg gelijk aan die in 2020.

9

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Figuur 12. Aantal ondernemers dat gebruik heeft gemaakt van een Tozo-uitkering of Bbz-‘light’ uitkering (2020 en 2021) •

•

•

•

Sinds de invoering van de Tozo (maart 2020) maakten 3.619 unieke ondernemers gebruik van één of meer varianten van de Tozo. Bij de Tozo 1 ontbrak de partner-inkomenstoets; het aantal gebruikers lag toen het hoogst. Vanaf oktober 2021 is de Tozo beëindigd; daarvoor in de plaats is het Bijstandsbesluit Zelfstandigen versoepeld (‘light’) van kracht geworden voor ondernemers die als gevolg van de coronapandemie nog steeds inkomensproblemen ervaren. De versoepeling betreft het buiten beschouwing laten van het vermogen van de aanvrager. De doorstroming vanuit de Tozo 5 naar de Bbz-light is beperkt: in het vierde kwartaal van 2021 maken 161 ondernemers gebruik van de Bbz-regeling. Van de Tozo 5-uitkering maakten tot en met het derde kwartaal nog 358 ondernemers gebruik. Ondernemers maakten het meest gebruik van de Tozo 1 en Tozo 3-uitkering. Beide liepen gedurende een lockdown; bovendien kende Tozo 1 nog geen partner-inkomenstoets (in tegenstelling tot Tozo 2, 3, 4 en 5).

10

Deeltijdwerk en vrijwilligerswerk

Aantal cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk 850

798

800

776

781

774

767

765

777

757

750

746 720

716 684

700 650

21 de

c-

1 v2 no

1 t-2 ok

21 se p-

21 gau

1 ju

l-2

n21 ju

m

ei

-2

1

1 r-2 ap

m

rt-

21

1 -2 fe b

ja

n-

21

600

Figuur 13. Aantal uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit een deeltijdbaan, vrijwilligerswerk of stage. • •

• • •

De grafiek laat zien hoeveel uitkeringsgerechtigden per de 1e van de maand inkomsten hadden uit deeltijdwerk. Eind 2021 hadden 684 uitkeringsgerechtigden maandelijks inkomsten uit werk of stage. Eind 2020 waren dat gemiddeld 926 uitkeringsgerechtigden per maand. Wij hebben nog geen verklaring voor deze afname. Zij verdienden in 2021 zelf gemiddeld € 755,- per maand. 15% van de uitkeringsgerechtigden die inkomsten uit werk meldden, zijn jonger dan 27 jaar. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat vrijwilligerswerk verricht is in de afgelopen jaren gestegen. In 2021 blijft het aantal ongeveer gelijk; gemiddeld 514 uitkeringsgerechtigden meldden dat zij maandelijks vrijwilligerswerk verrichten.

Handhaving & Naleving In iedere (half)jaarbrief doen wij melding van opgelegde boetes en maatregelen. Maatregelen worden voornamelijk opgelegd wanneer een uitkeringsgerechtigde de regels overtreedt die volgen uit de arbeidsverplichting. Een boete leggen wij op wanneer een bijstandsgerechtigde informatie achterhoudt die van invloed is op het recht op een uitkering. De hoogte van de boete hangt af van de mate van verwijtbaarheid. Als er geen sprake is van verwijtbaarheid, wordt geen boete opgelegd.

11

Tabel 3. Het aantal opgelegde boetes en maatregelen in 2019, 2020 en 2021

Boetes Maatregelen Totaal

• •

•

2019

2020

2021

565 199 764

209 143 352

134 93 227

Het aantal opgelegde boetes en maatregelen is in 2021 lager dan in voorgaande jaren. De lagere aantallen worden met name verklaard door het nieuwe nalevingsbeleid: we zetten veel in op preventie. Goede en tijdige voorlichting/informatie zorgen ervoor dat bijstandsgerechtigden voldoen aan de verplichtingen die bij een bijstandsuitkering horen. Ook spelen de effecten van de coronacrisis een rol: vanwege coronabeperkingen in 2021 werden minder klanten uitgenodigd bij zowel gemeente als WerkBedrijf. Ook huisbezoeken vonden in mindere mate plaats.

Aanvullende aanpak Eind 2019 zijn wij begonnen met de uitvoering van de Aanvullende aanpak Werk & Inkomen. U bent hier in de brief aan de raad van 17 september 2019 over geïnformeerd1. Eind 2021 hebben we deze afgerond en in deze jaarbrief Werk & Inkomen behandelen we de behaalde resultaten en beschrijven we de geleerde lessen. Terugblik We zagen sinds aanvang van het ‘Masterplan terugdringen bijstandstekort’ het aantal bijstandsuitkeringen dalen, maar desondanks verstrekten we nog steeds bijna 7.500 uitkeringen. Bovendien daalde ons bestand langzamer dan in vergelijkbare gemeenten. De Aanvullende aanpak is gestart vanuit de ambitie om meer mensen aan het werk te helpen en uit te laten stromen uit de bijstand. Op basis van een analyse van onze afdeling Onderzoek & Statistiek naar de samenstelling van het bijstandsbestand, het onderzoek van Stimulansz naar de bijstandsontwikkeling, de lessen uit het Masterplan en de gesprekken met bijstandsgerechtigden is de Aanvullende aanpak tot stand gekomen. Dit was een aanvulling op de huidige werkwijze waarmee een extra impuls werd geboden op werk en inkomen: “Dit zullen wij doen door een specifieke groep bijstandsklanten intensieve begeleiding te bieden; bij voorkeur naar betaald werk.

We houden de personen in beeld, onderhouden contact en bieden ze altijd iets: (deeltijd) werk, opleiding, vrijwilligerswerk, begeleiding, inkomensondersteuning, schuldhulp of iets anders wat nodig is ter ondersteuning van de klant.” Bij de voorbereiding en start van de Aanvullende aanpak hadden we te maken met een heel andere arbeidsmarkt dan in de jaren erna. Kort na de start werd Nederland geconfronteerd met de coronacrisis. Desondanks hebben wij zo goed als kon de Aanvullende aanpak uitgevoerd. Door de verhoogde instroom in de uitkering en de stormloop rondom de Tozo-aanvragen, was de inzet die geleverd kon worden beperkt. Door de veranderde arbeidsmarkt was de concurrentie in de zoektocht naar een baan groter. Ook moest door de coronacrisis contact deels digitaal Brief aan de raad Aanvullende aanpak Werk & Inkomen, 17 september 2019. https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/99887e0f-99aa-4248-88ad-1a59fcbadbfe?documentId=01a6c680-5fb34f40-bc07-adbf0fafb15f&agendaItemId=f7a38ef1-c133-4212-ac4f-8b07d2d4e35a 1

12

worden onderhouden, terwijl in de werkwijze van de Aanvullende aanpak intensief en persoonlijk contact centraal stond. Doelstellingen In de Aanvullende aanpak legden we de focus op specifieke groepen: Langdurig uitkeringsgerechtigden: weer in beeld; Doelgroep van de Versnelling, destijds de Springplankaanpak; Jongeren. Eén van de uitgangspunten van de Aanvullende aanpak was dat de investeringen in de jaren 2020 en 2021 konden worden gefinancierd uit de opbrengst van de aanpak. De opbrengst was gebaseerd op uitkeringslasten van € 14.000 per persoon per jaar. Om de beoogde structurele besparing op de uitkeringslasten te realiseren moesten gedurende de aanpak circa 72 uitkeringsgerechtigden uitstromen. Resultaten & conclusies Weer in beeld: vanuit de Aanvullende aanpak zijn inwoners benaderd die al langere tijd een bijstandsuitkering ontvingen. Deze inwoners zijn gezamenlijk met WerkBedrijf benaderd en gesproken. Met name voor deze groep zien we dat de veranderde arbeidsmarkt én stijging in het aantal werkzoekenden het moeilijker maakt om een baan te vinden. Ook kan voor niet alle mensen uit deze groepen contact digitaal plaatsvinden. Desondanks zijn als gevolg van de aanpak 20 mensen uitgestroomd. De werkwijze van de Aanvullende aanpak wordt op grote schaal voortgezet in het project ‘Doe je mee’.

Dit wordt gefinancierd met extra middelen vanuit het Rijk voor de intensivering van de dienstverlening aan bijstandsgerechtigden. Ook hier worden bijstandsgerechtigden in gezamenlijkheid door Werk en Inkomen gesproken. Alle bijstandsgerechtigden worden gesproken, juist degenen die al langere tijd een uitkering ontvangen en niet (meer) aangemeld zijn bij WerkBedrijf. Het in beeld brengen is bovendien niet beperkt tot werk. Ook andere leefgebieden worden besproken, zoals participatie, activering, financiële situatie en gezondheid. De Versnelling: dit is een intensief en kortdurend traject (10 weken met optie tot verlengen) waarin bijstandsgerechtigden intensief worden gecoacht. Het aantal gesprekken met deelnemers wordt afgestemd op behoefte, nut en noodzaak. De gemiddelde doorlooptijd over de gehele looptijd van de Versnelling bleek 13 weken. Het aantal gesprekken per traject was gemiddeld ook ongeveer 13. Vaak was het contact aan het begin van een traject intensiever en nam dit af gedurende het traject. Bij een deel van de aangemelde deelnemers bleek iets anders nodig te zijn, zoals een zorgtraject. Deze deelnemers zijn met advies weer ondergebracht bij de werkconsulent die dit in gang heeft gezet. Het grootste deel van de uitstroom was naar werk, daarna vanwege onrechtmatigheid van de uitkering en overige redenen, zoals verhuizing of onderwijs.

De Versnelling lijkt een effectieve methode om uitkeringsgerechtigden te ondersteunen naar werk. Het grootste deel van de uitstroom vanuit de Aanvullende aanpak wordt gerealiseerd vanuit de Versnelling. De intensieve en persoonlijke aanpak wordt over het algemeen erg gewaardeerd door de deelnemers. De Versnelling is opgenomen op de lokale keuzekaart van de Dienstverleningsovereenkomst 2021-2022 met WerkBedrijf en zetten we ook in 2022 voort.

13

Tabel 4. Resultaten Versnelling 2020/2021 Uitgestroomd

Aangemeld

Terug met advies

Werk

Onrechtmatigheid

Overige redenen

Totaal

2020 2021

59 73

16 26

12 24

6 1

1 5

19 30

Totaal

132

42

36

7

6

49

Jongeren: wij hebben besloten de werkwijze in te zetten voor álle jongeren en niet alleen voor een beperkte groep in het kader van de Aanvullende aanpak. Dit houdt in dat alle jongeren een eigen contactpersoon bij de gemeente hebben en het traject in nauwe afstemming tussen jongere, gemeente en WerkBedrijf wordt uitgevoerd. Gezien de grote instroom van jongeren in 2020 kunnen wij uitstroom niet één-op-één relateren aan de Aanvullende aanpak en nemen wij deze niet mee in het totale resultaat. In totaal zijn door de Aanvullende aanpak 69 uitkeringsgerechtigden uitgestroomd, grotendeels naar werk. We concluderen dat ondanks de coronacrisis de Aanvullende aanpak succesvol was.

VIA - Participatieproject Nijmegen De gemeente Nijmegen zet participatiecoaches in om mensen die langdurig in de bijstand zitten een stap verder te laten komen op de Participatieladder. In een pilot is deze intensieve aanpak nu specifiek ingezet voor Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond. Daarmee sluit de gemeente aan bij de pilot ‘Intensieve Begeleiding van Langdurig Werkzoekenden’ binnen het programma Verdere integratie op de arbeidsmarkt (VIA) van het ministerie van SZW. Vanuit het ministerie van SZW is hiervoor subsidie verstrekt; de Radboud Universiteit Nijmegen heeft het onderzoek verricht. De pilot startte in januari 2020 en liep door tot september 2021. De rapportage Naast een effectmeting is gevraagd om een procesevaluatie uit te voeren, evenals een onderzoek naar de werkzame elementen. Ook is gevraagd om lessen te formuleren voor andere gemeenten die aan de slag willen gaan met een vergelijkbare aanpak. De effectmeting heeft niet plaatsgevonden, vooral ten gevolge van de coronapandemie. De uitvoering van de werkzaamheden voor het VIA-project werden ernstig verstoord door de Coronamaatregelen: langdurige lockdowns waardoor het werk niet gedaan kon worden, uitgenodigde klanten verschenen regelmatig niet op een aanbod voor een gesprek en tot slot was er de noodgedwongen sluiting van vrijwilligersorganisaties met hun werkzaamheden.

De vragenlijstmeting geeft inzicht in de startpositie van deelnemers aan het participatietraject, in de veranderingen in participatie die met waarschijnlijkheid toe te schrijven zijn aan het gevolgde traject, en in hoe de deelnemers zich door het traject ontwikkeld hebben in termen van welbevinden. Uitkomsten en aanbevelingen De participatiecoaches streven ernaar om mensen die langdurig in de bijstand zitten een trede te laten stijgen op de participatieladder door activering in de richting van dagbesteding, vrijwilligerswerk of regulier werk. De participatiecoach voert persoonlijke gesprekken met deelnemers over hun leven. Gezondheid, dagbesteding, de financiële situatie van de kandidaat, contacten en welbevinden zijn aspecten die worden besproken. Wat betreft de stappen op de participatieladder zijn de uitkomsten als volgt en lijkt het activatiedoel in zekere mate bereikt te worden: 14

-

-

-

Het aantal deelnemers dat is gaan participeren in economische activiteiten (opleiding, vrijwilligerswerk, betaald werk) is toegenomen tijdens, en hoogstwaarschijnlijk door, het traject. Dit is het sterkst in de toename in vrijwilligerswerk; in beperkte mate ook in betaald werk en in begeleidingstrajecten en scholing. Het gemiddelde aantal uren dat geparticipeerd wordt in vrijwilligerswerk en betaald werk is ook toegenomen, maar zeer beperkt. Geen van de deelnemers is uitgestroomd uit de bijstand door het participatietraject. Op de laagste treden van de participatieladder zijn geen systematische veranderingen waarneembaar: sociaal contact met vrienden, familie en buren verandert gemiddeld genomen niet of te weinig in de effectmeting voor harde uitspraken. Er zijn daar geen korte termijn ontwikkelingen gevonden.

De aanpak van het participatietraject kenmerkt zich door (1) een hoge mate van intensiteit, (2) een proactieve en persoonlijke benadering door de participatiecoach, (3) domein-overschrijdend werken, (4) de samenwerking met ketenpartners en (5) het vrijwillig karakter. De constateringen per element spitsen zich vooral toe op (vrijwilligers)werk, omdat hierop de meest duidelijke effecten zijn gevonden. De potentieel werkzame elementen van het participatietraject zijn: Deelnemers waarderen de persoonlijke aandacht binnen het participatietraject sterk. Het is aannemelijk dat persoonlijk contact een werkzaam onderdeel is. Dit zorgt voor kennis van en begrip voor de situatie van de deelnemer bij de p-coach en de deelnemer zelf. Hierdoor is het vinden van een passende vrijwilligersplek makkelijker. Het proactief benaderen van deelnemers is cruciaal voor de maatschappelijke activatie naar (vrijwilligers)werk. Deelnemers vinden zelf niet de weg naar ondersteuning of activiteiten, ook al hebben ze de motivatie om iets te willen doen. Een goed netwerk binnen de sociale kaart van de gemeente bij de p-coaches is cruciaal voor het vinden van mogelijkheden tot (vrijwilligers)werk. Deelnemers waarderen het vrijwillig karakter van het traject en geven aan dat dit hen motiveert.

Vrijwilligheid lijkt ruimte te bieden voor de holistische en persoonlijke benadering, maar een verplicht karakter, in ieder geval qua deelname, zou de instroom in het traject kunnen vergemakkelijken. Als we ervan uitgaan dat een vertrouwensband tussen p-coach en deelnemer een belangrijk werkzaam element is, dan is één vast aanspreekpunt, de p-coach, eveneens een belangrijk element in het traject. Daarnaast suggereren de aanvullende resultaten dat door de proactieve en de persoonlijke benadering deelnemers ervaren dat er naar ze omgekeken wordt door de gemeente. Dit resulteert in meer lokaal politiek vertrouwen, en dat deelnemers zich meer welkom voelen in de maatschappij. De aanbevelingen en lessen uit het onderzoek worden meegenomen bij het werk van de participatiecoaches. Daarnaast zijn de lessen uit de zes pilots van het programma VIA verzameld en worden deze lessen door het ministerie van SZW omgezet in een vorm, zodat ook anderen er gebruik van kunnen maken. Op de website van de Radboud Universiteit staat meer informatie over het traject2. Daarnaast is het volledige rapport te downloaden via de website van de Rijksoverheid3.

VIA Participatietraject Nijmegen. https://www.ru.nl/runomi/research/via-participation-trajectory/results/ Effectonderzoeken intensieve begeleiding langdurig bijstandsgerechtigden (VIA). https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/06/29/via---effectiviteitsonderzoeken-begeleiding-langdurigbijstandsgerechtigden 2 3

15

Project ‘Doe je mee’ Nijmegen In 2020 en 2021 ontvingen gemeenten vanuit het landelijk Steun- en herstelpakket coronacrisis extra middelen van het rijk voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden. In november 2021 is de gemeente Nijmegen in samenwerking met WerkBedrijf gestart met project ‘Doe je mee’. In de loop van 2022 sluiten ook de gemeenten Beuningen, Druten en Mook en Middelaar aan. We hebben de raad hierover door middel van een brief in november 2021 geïnformeerd. We willen de dienstverlening aan bijstandsgerechtigden via ‘Doe je mee’ een impuls geven. De kern is dat we met meer bijstandsgerechtigden persoonlijk in contact komen en hun behoeften op o.a. de leefgebieden werk, participatie, activering, financiële situatie en gezondheid in beeld brengen. Het lijkt reëel om in drie jaar tijd in totaal circa 3.000-4.000 mensen te spreken, in beeld te krijgen én te houden. Eind december zijn plm. 150 kandidaten gesproken. Meerdere gesprekken zijn vaak nodig om een goed beeld te vormen en te zien wat nodig is. Daarom zullen we u in de halfjaarbrief 2022 de eerste resultaten melden. Vanwege een lockdown vanaf medio december ‘21 vinden gesprekken vanaf dat moment telefonisch of via Teams plaats. Dat beviel minder goed, want het is minder bevorderlijk voor persoonlijk contact en het opbouwen van vertrouwen.

Toch geven kandidaten aan het contact, de brede belangstelling en aandacht te waarderen. Een aantal citaten van deelnemers na een gesprek: ‘Ik heb eindelijk het gevoel dat ik geholpen word’, ‘Dankjewel, ik ga met meer kracht de deur uit’, ‘Ik vind jullie leuk en wil graag nog een afspraak’, ‘Dank voor het luisteren, fijn om dit gesprek te hebben gehad, ‘Ik heb al veel gesprekken gehad, maar jij hebt me na één gesprek al aardig door’, ‘Bedankt voor het meedenken, het was een fijn gesprek’, ‘Blij dat ik op mijn 50e nog de kans krijg me nuttig te voelen’.

Regionaal WerkBedrijf Rijk van Nijmegen Resultaten De resultaten van WerkBedrijf voor de regio over 2021 zijn als volgt: • De totale uitstroom uit de bijstand naar werk in de regio is in 2021 hoger dan in 2020: 1.117 versus 860. Dat is een toename van 28%. Ook in Nijmegen zien we werkaanvaarding in 2021 sterker terug als uitstroomreden (40% hoger dan in 2020); • Er zijn minder kandidaten begeleid bij werken met behoud van uitkering (werkervarings- en ontwikkelplaatsen, etc.); • Er zijn meer kandidaten uit de prioritaire groepen (statushouders, 55-plussers en kandidaten met een arbeidsbeperking) geplaatst op een betaalde (parttime of fulltime) baan dan in 2020. De stijging is vooral zichtbaar bij mensen met een arbeidsbeperking; • Plaatsingen van jongeren blijven daarentegen achter. Waarschijnlijk hebben veel jongeren in het tweede coronajaar gemakkelijker zelf weer de switch gemaakt vanuit horeca en detailhandel naar werkgevers als de GGD, logistieke bedrijven etc. Ook wij zagen immers minder jongeren instromen in de bijstand; er waren in 2021 minder jongeren geregistreerd als werkzoekend.

Dit regionale beeld sluit aan bij de resultaten van WerkBedrijf voor Nijmegen: De uitstroom vanuit de bijstand naar werk bedraagt 843 personen; dit is ruim 30% hoger dan in 2020, toen waren dit er 634; Er werkten 466 personen begeleid met behoud van uitkering versus 518 in 2020; Bij Op weg naar werk (arbeidsmatige dagbesteding) waren 256 mensen actief; dit waren er 294 in 2020. De sluitingen van dagbestedingslocaties a.g.v. corona waren hier debet aan; 16

-

Er werden 543 part-time plaatsingen op werk gerealiseerd versus 586 in 2020; De resultaten voor vrijwel alle prioritaire groepen (arbeidsgehandicapten, statushouders, 55+’ers en jongeren) zijn positiever dan in 2020. Dit met uitzondering van jongeren, die gemakkelijker weer van baan switchten in corona-tijd.

Figuur 14: Resultaten WerkBedrijf voor gemeente Nijmegen in 2021 In de zienswijzeprocedure op de jaarstukken van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling, waar WerkBedrijf onderdeel van uitmaakt, komen we bij u terug op de resultaten over 2021. Tot slot willen we hier niet ongenoemd laten dat in december 2021 een evaluatieonderzoek van WerkBedrijf is opgeleverd. Uw raad is daarover geïnformeerd tijdens een regionale raadsavond in januari 2022 en eveneens door middel van een raadsbrief in diezelfde maand. Het evaluatieonderzoek doet aanbevelingen voor o.a. de dienstverlening en de samenwerking in de regio. We komen met een implementatieplan n.a.v. de evaluatie terug bij uw raad, naar verwachting in mei/juni ‘22. Hier ligt een relatie met de nieuwe Dienstverleningsovereenkomst tussen gemeente en WerkBedrijf vanaf ’23, alsmede met de kaders voor het arbeidsmarktbeleid.

Regionale Tafel Arbeidsmarkt (RTA) Eind 2017 is besloten om in de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen de Regionale Tafel Arbeidsmarkt (RTA) op te richten. Hiertoe werd besloten omdat, ondanks de aantrekkende economie, werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt onvoldoende aansluiting vinden bij de vraag van werkgevers.

17

De Regionale Tafel Arbeidsmarkt is een tactische werktafel waarin wethouders Werk & Inkomen en wethouders Economie uit de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen samen komen met ondernemers, vakbonden, onderwijsinstellingen, UWV en WerkBedrijf Rijk van Nijmegen met als doel de uitdagingen en kansen op de arbeidsmarkt aan te pakken en de mismatch op de regionale arbeidsmarkt te verkleinen. Onze leidraad hierbij is de (dynamische) uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda geeft inzicht in de projecten die de regionale partners met elkaar uitvoeren op de arbeidsmarkt in Rijk van Nijmegen. De agenda presenteert de activiteiten in samenhang met de ambities die regionaal geformuleerd zijn in het regionale arbeidsmarktbeleidsplan Werk Voorop! Ook wordt aangegeven met welke financiële middelen en geldstromen de verschillende activiteiten gefinancierd worden. De stand van zaken Uitvoeringsagenda RTA per april ’22 vindt u in bijlage 1b, in de vorm van een brief aan de colleges in de regio. De ambities van de RTA zijn ondergebracht in vijf pijlers, waarvan de initiatieven binnen de eerste drie pijlers op groepen mensen zijn gericht en de laatste meer ondersteunend aan de ambities zijn: 1. Van werkloosheid naar werk; 2.

Van werk naar werk;

3.

Versterken van jongeren;

4.

Imago en ontmoeting;

5.

Regionaal mobiliteitsteam.

In bijlage 1a vindt u regionale arbeidsmarktinformatie van UWV. Daarin leest u over ontwikkelingen over de aantallen uitkeringsgerechtigden in de regio en de spanning op de arbeidsmarkt.

Aanpak Jeugdwerkgelegenheid Vanwege de gevolgen van de coronacrisis heeft de overheid een aantal steun- en herstelpakketten ingevoerd om de economie en arbeidsmarkt overeind te houden. Een van de vier pijlers uit dit steun- en herstelpakket van de overheid is de bestrijding van jeugdwerkloosheid. Per arbeidsmarktregio zijn er in 2021 en 2022 door het kabinet middelen vrij gemaakt om een gecoördineerde regionale aanpak vorm te geven op te kunnen zetten. In het Rijk van Nijmegen is hiermee in september 2021 gestart. Speerpunten binnen de landelijke aanpak zijn: het wegnemen van fundamentele knelpunten voor arbeidsdeelname en het organiseren van een ketenaanpak, zodat jongeren niet meer uit beeld raken en de juiste hulp kan worden geboden. Daarnaast doen zij de nadrukkelijke oproep om regionaal voort te bouwen op de bestaande aanpak, met de partners die zich al inzetten in de regio. De regionale aanpak Jeugdwerkgelegenheid richt zich op drie sporen: 1.

2. 3.

Een doorlopende loopbaan; samenwerken op transitiemomenten: - de overstap van school naar werk - van werk naar duurzaam werk (behouden van werk) Kansen op de arbeidsmarkt vergroten Overzicht en inzicht

1. Een doorlopende loopbaan; samenwerken op transitiemomenten Er wordt een pilot voorbereid samen met het ROC Nijmegen. Het team dat gericht is op uitstroom van studenten/ jongeren in een kwetsbare positie naar de arbeidsmarkt wordt uitgebreid. Hiermee proberen we enerzijds uitval op de arbeidsmarkt te voorkomen (bijvoorbeeld door het inzetten van extra ondersteuning, coaching, langere

18

monitoring) en anderzijds de arbeidsmarktpositie te versterken (bijvoorbeeld door laten behalen van deelkwalificaties, praktijkverklaringen). 2. Kansen op de arbeidsmarkt vergroten Er worden activiteiten voorbereid om werkzoekenden en jongeren die school verlaten om de arbeidsmarkt te betreden, tijdig en op een nieuwe en innovatieve manier in contact te brengen met werkgevers. Denk hierbij aan innovatief matchen (matchen op talenten, kwaliteiten en competenties in plaats van taken en vaardigheden). Daarnaast gaan we aan de slag met het ontzorgen van werkgevers en bekijken we hoe we de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie op de werkvloer kunnen versterken en werkgevers hierbij kunnen ondersteunen. 3. Overzicht en inzicht We hebben de krachten gebundeld door de regionale aanpak ‘voortijdig schoolverlaten’ en de regionale aanpak jeugdwerkgelegenheid aan elkaar te verbinden onder de overkoepelende aanpak ‘Jongeren naar school of werk’. Vanuit deze overkoepelende aanpak zijn we gestart met een nieuwsbrief en LinkedIngroep voor professionals. We bieden inzicht in het ondersteuningsaanbod voor jongeren in een kwetsbare positie en inzicht in de taken, rollen en (wettelijke) verantwoordelijkheden van organisaties. We werken een communicatieplan uit en gaan verder inzetten op communicatie door o.a. bijeenkomsten te organiseren voor professionals.

Hiermee versterken we en verbinden we het netwerk van professionals die zich bezig houden met jongeren in een kwetsbare uitgangspositie.

Bijlagen Jaarbrief 2021 1a. Arbeidsmarktinformatie Rijk van Nijmegen UWV 1b. Brief Regionale Tafel Arbeidsmarkt met stand van zaken Uitvoeringsagenda, april ‘22

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a37f0f91-bdb4-46c8-a311-d42d929296ac