Inspraakreactie zelfregiecentrum- Brief planexploitatie stationsgebied Nijmegen.docx
Tekst van het document
Geachte raad, Wij hebben eerder gereageerd op de plannen voor het station en omgeving. Naar aanleiding van het raadsvoorstel Planexploitatie stationsgebied Nijmegen herhalen wij de voor ons belangrijkste punten betreffende de toegankelijkheid van het gebied. Daarbij betrekken we de ervaring van een gebruiker. Verder vragen we aandacht voor de toegankelijkheid van de nieuw te bouwen woningen. VN verdrag Handicap
De NS, ProRail, Gemeente, Provincie en Rijk zijn zeker bij dit soort grote projecten gehouden aan Het VN Verdrag Handicap waar, sinds 2016 toegankelijkheid de norm is. Dat is ook de reden dat zeker bij de complexiteit van dit mega project uw Raad dit even belangrijk zou moeten vinden als duurzaamheid, veiligheid en toekomstbestendigheid.
Het stationsgebied zou, in het kader van de lokale implementatie van het VN-verdrag, een voorbeeld kunnen zijn van een locatie die zo goed toegankelijk is, dat iedere Nijmegenaar en bezoeker een gelijke kans heeft om te participeren, ook met een handicap. Neem toegankelijkheid dus integraal mee in de plannen, zowel qua toegankelijkheid van de openbare ruimte, als de gebruiksvriendelijkheid van de openbare ruimte, zodat reizigers met een handicap ook zelfstandig kunnen reizen, naar hun werk of voor recreatie. Integrale Toegankelijkheid Standaard (ITS) Inrichting van het gehele project moet voldoen aan het Handboek Nijmegen Toegankelijk, Integrale Toegankelijkheid Standaard 2020 TS en de ontwerprichtlijnen routegeleiding 2021 en de CROW publicatie 337 voor zowel de openbare ruimte naar het Centraal station en de bushaltes als het Station. Dit moet in het overleg met ProRail, architecten, aannemers én in het bestek worden meegenomen en in de bouwvergunning worden gecontroleerd. De NS en ProRail zijn gehouden aan P76 wat betekend dat de perronhoogte 76 cm zal zijn. Waardoor de nieuwe treinen naadloos aansluiten op het perron. Veilig overstekekn. ‘Shared Space’ geeft een nieuwe kijk op de inrichting van de openbare ruimte, maar kan voor inwoners met een handicap hindernissen opwerpen.
Minder stoplichten, dat ziet er mooi uit, maar dat vermindert ook de mogelijkheden om veilig over te steken. We blijven aandringen op een veilige oversteek van de busbaan als een van de partners van de petitie ‘Veilig oversteken’. Verderop schetst een gebruiker met een visuele handicap hoe hij het station ervaart. Ook dienen de verkeerssnelheden in gebieden waar ‘shared space’ geldt omlaag te gaan, om recht te doen aan zowel de voetganger als de rolstoeler als de fietser. In meerdere steden is nu het gesprek gaande of de maximum snelheid in ‘shared space’ gebieden nu 30 km of 15 km zou moeten zijn.
Toegankelijke woningen In het raadsvoorstel Planexploitatie stationsgebied Nijmegen wordt het stationsgebied als preferente ontwikkelingslocatie voor woningbouw genoemd. Wij pleiten ervoor in dit gebied aanpasbare woningen, aangepaste woningen en rolstoelpluswoningen te realiseren. Bijvoorbeeld voor studenten met een handicap, die tijdens hun studie terecht kunnen in aangepaste kamers op Hoogeveld, maar voor wie er daarna nagenoeg geen doorstroommogelijkheden zijn. Daarnaast hebben wij in het kader van de Omgevingsvisie al eerder een advies uitgebracht over wonen ( zie onze inspraakreactie van 30 september 2020 ). In het kader van de bouwopgave en het extra geld dat het Rijk ter beschikking heeft gesteld om woningen te bouwen, willen wij u nogmaals vragen om niet alleen ‘gewone’ sociale huurwoningen te bouwen, maar ook woningen voor inwoners met een zorgvraag. (Niet alleen in het stationsgebied, maar ook in andere geschikte locaties, dichtbij voorzieningen) Goed toegankelijk OV Voor reizigers met een handicap, bijvoorbeeld, blinden, slechtzienden, doven, mensen die slecht ter been zijn, een scootmobiel of rolstoel gebruiken is het ook van belang om met het OV te kunnen reizen. Bijvoorbeeld omdat er steeds weer bezuinigd wordt, waardoor gehandicapte reizigers in hun bewegingsvrijheid worden beperkt.
Daarom is het optimaal toegankelijk inrichten van het stationsgebied noodzakelijkheid geworden, niet alleen maar een wens. Ervaringsverhaal Rens Ter illustratie van ervaringen van een blinde reiziger voegen wij een ervaringsverhaal toe van Rens van Dijk, beleidsmedewerker bij het ZRCN. “Als geboren en getogen Nijmegenaar ben ik geïnteresseerd in de ontwikkelingen rondom het station. Daarom hoop ik ook dat het verleden, het heden en de toekomst van dit gebied worden verbonden, zoals dat zelfs in Mostar te vinden is. Omdat ik, en meerdere Nijmegenaren met mij, visueel gehandicapt ben, ervaar ik nog wel problemen met de huidige situatie rondom het huidige station. Die treft u hieronder aan.”” “Aan de zuidzijde heb je als je het station uit komt, meteen een scherpe bocht. Hierna is de taxistandplaats. Er staat soms een voertuig op de witte lijn, met name in de bocht zelf. Dan moet men richting het centrum de busbaan oversteken. Inmiddels kan zelfs de burgemeester vertellen wat mis kan gaan tijdens het oversteken op dit punt. Gelukkig gaat het ook bij mij meestal goed. Maar vervolgens moet men ook nog het fietspad over. Men moet zich goed realiseren dat dit tegenwoordig een fietssnelweg is geworden. Op deze snelweg fietsen fietsers, gewone mensen die op normale snelheid fietsen en opletten bij punten waar mensen kunnen oversteken.
Maar er zijn ook mensen die net doen of ze het gebied niet kennen en doen of het alleen fietser over het stationsplein gaan, zich onbewust van voetgangers. Derhalve weten zij zeker dat de gehele wereld voor hen aan de kan zal gaan. En ik zie hen dus niet aankomen. Maar als iemand mij op de kiss and ride af wil zetten, moet deze feitelijk mee lopen tot aan de ingang aan de zuidzijde. Dat terwijl je als iemand je afzet, je de mogelijkheid wilt creëren dat je uit kunt stappen en dan vervolgens jezelf kunt reden. Maar dat kan ik dus niet.” “Aan de noordkant zijn eveneens tal van problemen. Om te beginnen kan men aan deze zijde niet van de trein naar de stationshal en omgekeerd. Hiervoor ontbreken de witte tegels, die enkel naar de balie lopen en pas weer te vinden zijn op het eerste perron. Met andere woorden, als je van een trein die aan de noordkant stopt, een bus neemt die weer aan de noordkant vertrekt, moet je via de Albert Heijn aan de zuidzijde lopen om dit punt te bereiken. Hetzelfde voor reizigers die met de bus aankomen en een trein nemen. Overigens ontbreken er eveneens tegels aan de bovenkant
van de baan die uit de tunnel naar het eilandperron loopt. Ik merk dat veel mensen het fijn vinden om mij als visueel gehandicapte mee te nemen omhoog of omlaag langs dit looppad. Om nog maar te zwijgen over de meerwaarde voor personen of goederen die op wieltjes vervoerd moeten worden.” “Een ander probleem vormen de poortjes. Ten eerste zijn hierdoor extra chicanes ontstaan, wat de snelheid uit de transfer neemt. Vervolgens moeten visueel en lichamelijk gehandicapten zowel het station in als uit door één en hetzelfde poortje. Dat levert als iemand van de andere kant komt, de nodige problemen op. Ten eerste kan ik niet altijd goed horen of ik ben in- of uitgecheckt. Daarnaast is doordat soms van twee kanten tegelijk iemand zijn kaart tegen het poortje houdt, het poortje tijdelijk geblokkeerd. Dat heeft mij al meerdere treinen laten missen. En ik wil er niet aan denken wat er gebeurd als er een calamiteit zich voor doet en dit poortje niet goed toegankelijk is. Vervolgens is het niet bekend of een bus links of rechts komt. Bij de trein weet je in ieder geval nog welk perron je moet hebben. Dus moet ik aan iemand vragen waar mijn bus gaat komen. Daardoor ben ik afhankelijk van anderen. En als die het over het hoofd zien, of de stationsklok loopt achter, dan weet je pas waar jouw bus komt, wanneer die al aanstalten maakt te vertrekken.
Als je weet aan welke kant een bus gaat komen, dan zou dat al een hoop schelen. Hetzelfde geldt overigens voor als je aan komt. Dat kan ervoor zorgen dat men een aansluiting mist, wat een kwartier, of half uur, extra reistijd oplevert. Vervelend voor mensen die niet met de auto of de fiets kunnen en dus geen alternatief hebben.” Sabrina Abdoelbasier, beleidsmedewerker Rens van Dijk, beleidsmedewerker