CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie st woonwagenbelangen 29-9.pdf

Besluitronde (raadsvergadering) 20 oktober 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Uitbreiding woonwagenstandplaatsen (91/2021) (DEBATSTUK)13.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij handhaving van een situatie waarbij sprake is van strijdigheid met de APV geldt dat het bestuursorgaan onder meer een redelijke belangenafweging moet verrichten. Dat houdt in dat bij de vraag of bevoegdheid tot handhaving bestaat er ook wordt gekeken of het bestuursorgaan in algemene zin inspanningen verricht om standplaatsen te creëren12.

h. Uitgangspunten illegaal in gebruik genomen gemeentegrond en terugvordering Bij sommige standplaatsen is er wellicht sprake van illegaal grondgebruik. Deze gronden zijn overwegend in eigendom van de gemeente. Als er sprake is van én illegale bouwsels én illegaal in gebruik genomen grond, zal de gemeente het publiekrechtelijke en privaatrechtelijke spoor bewandelen: waarschuwing versturen voor wat betreft illegale bouwwerken (publiekrechtelijk) en mededelen dat de grond zal worden teruggevorderd (privaatrechtelijk).

11

Let op: het uitgangspunt is wel om de private verbinding zo veel mogelijk minimaliseren en de publieke taak zo veel mogelijk normaliseren. 12 Zie in dit verband onder meer: ABRvS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1618, m. nt. T.N. Sanders. In dit geval acht de Afdeling de inspanningen van gemeente Amsterdam toereikend waardoor gehandhaafd mocht worden.

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 19 van 35

Indien huurders de niet te vergunnen opstallen niet zelf verwijderen, zal een formele handhavingstraject worden doorlopen waarbij het slopen op kosten van de betreffende huurder gebeurt, met voor hen de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Indien het niet een doel op zich is om de illegaal in gebruik genomen grond in gemeentelijke handen terug te brengen, en de huurder behoort niet tot de sociale doelgroep van corporaties, is een alternatief de standplaats en de grond onder voorwaarden te koop aan te bieden aan de betreffende huurder, mits: a. De gronden vrij zijn van kabels en leidingen en indien de grond niet voor eigen (gemeentelijk) gebruik nodig is, nu of in de toekomst en indien er een andere plausibele reden is om niet te verkopen, zoals bijvoorbeeld dat de grond niet aangrenzend aan de standplaats is; b. Mochten er kabels en leidingen aanwezig zijn, wordt verhuur overwogen. Dat is afhankelijk van de soort leiding; c. Indien de illegaal in gebruik genomen gemeentegrond niet wordt verhuurd of verkocht, gaat de gemeente deze terugvorderen. Ook in andere gevallen in de gemeente wordt op voorgaande wijze gehandeld. (nuts)leidingen in liggen, kunnen deze worden mee gekocht door de huidige huurder. In gebruik genomen grond zonder kabels en leidingen grenzend aan een standplaats, kan onder voorwaarden worden gekocht.

Als er sprake is van én illegale bouwsels én illegaal in gebruik genomen grond, zal de gemeente eerst het publiekrechtelijke spoor bewandelen: waarschuwing versturen voor wat betreft illegale bouwwerken en hierin meenemen dat de grond zal worden teruggevorderd. Indien bewoners hier niet mee akkoord gaan, zal het formele handhavingstraject worden doorlopen waarbij het slopen op kosten van de betreffende huurder gebeurt, met voor hen de mogelijkheid van bezwaar en beroep. BESLISPUNT H Er is geen illegaal in bezit genomen gemeentegrond. BESLISPUNT I Voor in gebruik genomen grond zonder kabels en leidingen grenzend aan een standplaats, kan onder voorwaarden eventueel een gebruiksovereenkomst worden gesloten dan wel worden gekocht.

i. Wonen en zorg: ’gereserveerde mantelzorg’ Onder mantelzorg wordt verstaan de hulp die niet beroepsmatig wordt verstrekt aan bejaarden, zieken en andere hulpbehoevenden, zoals inwonende ouders, lichamelijk of verstandelijk gehandicapte kinderen. Bij woonwagens mag er geen bouwwerk opgericht worden als mantelzorgvoorziening. Deze bepaling staat in het Besluit omgevingsrecht (Bor artikel 2, lid 3, sub 3g van bijlage II). Wel mag er een mantelzorgvoorziening plaatsvinden vanuit een vergund gebouw op hetzelfde perceel (artikel 2, lid 22 van het Bor). Een nieuwe, bebouwde mantelzorgvoorziening op hetzelfde perceel mag wel vergunningsvrij voor bouwen worden geplaatst, onder voorwaarde dat dit gebouw in overeenstemming is met het bestemmingsplan (artikel 3, lid 1 Bor). Hierbij geldt ook het adagium van de Nationale Ombudsman: “Ongelijke gevallen dienen ongelijk te worden behandeld”. Onder mantelzorg wordt verstaan de hulp die niet beroepsmatig wordt verstrekt aan bejaarden, zieken Aangezien bij woonwagens geen bouwwerk mag opgericht worden als mantelzorgvoorziening en een woonwagen een opgebouwd kapitaal vertegenwoordigt dat bij verwijdering weinig meer waard is, wordt gekozen voor ‘gereserveerde mantelzorg’. Dit houdt in dat de huurder van een standplaats Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 20 van 35

waarop een eigen woonwagen is geplaatst, een (klein)kind of ouder kan aanwijzen die als mantelzorger fungeert.

Hier zijn de navolgende randvoorwaarden aan verbonden: 1. De standplaatszoekende moet opgenomen zijn in de lijst geregistreerde standplaatszoekenden (wachtlijst); 2. De standplaatszoekende moet met het formulier 'Gereserveerde mantelzorg' zijn aangemeld en geregistreerd door de verhuurder voor de betreffende standplaats; 3. Het inkomen van de standplaatszoekende dient in redelijke verhouding te staan tot de woonlast van de standplaats en de woonwagen tezamen; 4. Indien op de standplaats reeds een mantelzorgovereenkomst aanwezig is, kan geen aanspraak meer worden gemaakt op gereserveerde mantelzorg. Indien de huurder van de standplaats waaraan de gereserveerde mantelzorg is toegekend komt te overlijden of om moverende redenen vertrekt, zal de standplaats eenmalig met voorrang worden toegewezen aan de bij de verhuurder geregistreerde mantelzorger, ongeacht zijn of haar rangorde op de Lijst geregistreerde standplaatszoekenden. Toelichting: a.

Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. b. Gereserveerde mantelzorg Mantelzorg anders bedoeld dan hetgeen hier boven staat beschreven, geboden door het (klein)kind van de direct of in de toekomst hulpbehoevende (groot)ouder, ten behoeve van zelfredzaamheid, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten overstijgt.

j. Relatie met overig beleid, projecten en processen Landelijk  WABO beleid;  Vigerend Bouwbesluit;  Huisvestingswet;  Woningwet;  Wet Milieubeheer;  Rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ – Nationale Ombudsman d.d. 17-05-2017;  ‘Advies inzake Woonwagen- en Standplaatsenbeleid’ – College van de Rechten van de Mens d.d. 28-03-2018;  ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijk Relaties d.d. 12-07-2018;  Rapport 'Woonwagens en woningcorporaties' – Platform31 d.d. 17-05-2021;  Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid –VNG d.d. 15-05-2021. Regionaal  Afstemming gewenst met de omringende gemeenten;  Zo mogelijk eenduidig beleid met kleine lokale verschillen. Lokaal Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 21 van 35

     

Vigerende bestemmingsplan; Huisvestingsverordening gemeente Harderwijk 2020; Inventarisatie woonbehoefte – Companen; Inventarisatie woonbehoefte – HVWC; Woonvisie; Prestatieafspraken met de woningcorporatie.

10. Wachtlijst: inschrijvings- en toewijzingsregels Nationale Ombudsman: “Ongelijke gevallen dienen ongelijk te worden behandeld.”

13

De Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB): De AWGB ziet op de gelijke behandeling van personen ongeacht hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Artikel 2 lid 1 AWGB stelt echter: ‘Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.’ BZK: Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid ‘Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat woonwagenbewoners niet nadeliger mogen worden behandeld vanwege het feit dat zij woonwagenbewoner zijn. Het (materiële) gelijkheidsbeginsel houdt in dat ongelijke gevallen ongelijk behandeld moeten worden naarmate van hun verschil. Bij woonwagenbewoning gaat het om ongelijke gevallen, omdat deze woonvorm voor woonwagenbewoners een wezenlijk onderdeel is van hun cultuur en identiteit. Daarom kan hun woonbehoefte niet gelijk gesteld worden aan bewoners van reguliere woningen. De bijzondere beschermingspositie van woonwagenbewoners vloeit dus ook voort uit het gelijkheidsbeginsel.’

a. Inschrijvingscriteria 1. Afstammingsbeginsel Bij inschrijving wordt getoetst of de inschrijvende persoon een ‘woonwagenbewoner’ is. Dit gebeurt door het vaststellen of het adres van de inschrijver zelf, diens ouders en grootouders gelegen is/was op een woonwagenlocatie. Zo ja, dan kan de standplaatszoekende worden aangemerkt als een standplaatszoekende conform het afstammingsbeginsel. Een woonwagenbewoner is immers iemand die van generatie op generatie op een woonwagenstandplaats woont en de woonwagencultuur intensief heeft beleefd. Een kind wiens ouders niet, maar de grootouders wel op een woonwagenlocatie wonen dan wel hebben gewoond14, wordt vaak ook gezien als woonwagenbewoner. Niet ‘woonwagenbewoner’ zijnde personen kunnen zich wel inschrijven, maar komen bij toewijzing pas als laatsten aan de beurt. (toewijzingscriteria en voorrangsregeling). 2. Kosten van inschrijving en verlenging Aan de inschrijving zijn kosten verbonden. Ook de jaarlijkse verlenging van de inschrijving is niet kosteloos. Hiermee wordt voorkomen dat mensen zich inschrijven zonder daadwerkelijke dringende behoefte. De hoogte van inschrijving en verlenging van de inschrijving wordt jaarlijks bepaald. Per 1 september 2021 bedragen deze €15,- voor de eerste inschrijving en €15,- voor de jaarlijkse verlenging van een inschrijving.

b. Rangordebepaling toewijzing standplaats op een BESTAANDE woonwagenlocatie Bij de toewijzing van een standplaats op een bestaande woonwagenlocatie dient men ingeschreven te zijn als standplaatszoekende en geldt de navolgende volgorde: 1. Kinderen of kleinkinderen, ingeschreven als standplaatszoekende, die nog op de betreffende woonwagenlocatie bij hun (groot)ouders inwonen. Deze kinderen of kleinkinderen moeten volgens 13 14

Rapport Nationale Ombudsman: ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ d.d. 17-04-2017 e e Let wel: zij dienen ook aantoonbaar in de 2 helft van de 20 eeuw op een woonwagenlocatie te hebben gewoond.

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 22 van 35

de Basisregistratie personen (BRP) nog op de betreffende woonwagenlocatie inwonend zijn bij hun eerste- of tweedegraads familie; 2. De standplaatszoekende die bij een derde op dezelfde woonwagenlocatie verblijft, woont en ingeschreven staat, omdat hij/zij noodgedwongen niet meer bij de ouders of grootouders inwoont; én kinderen van de woonwagenlocatie die wegens het gebrek aan vrije standplaatsen noodgedwongen in een reguliere woning zijn gaan wonen; én kinderen van de woonwagenlocatie die wegens hun studie tijdelijk elders wonen. 3. Indien de eerste twee voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, geldt dat alsdan de ingeschrevene met een eerstegraads familieverband met een van de overige bewoners in aanmerking komt, vervolgens degene met een tweedegraads familieverband en daarna andere familieleden; 4. Indien de onder lid 1 tot en met 3 voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, komt de eerstvolgende op de wachtlijst ingeschrevene persoon in aanmerking die: a. van oorsprong woonwagenbewoner is (en derhalve aan het afstammingsbeginsel voldoet); b. aantoonbaar eerder in de gemeente Harderwijk op een woonwagenlocatie heeft gewoond. 5. Indien de onder lid 1 tot en met 4 voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, komt de eerstvolgende op de wachtlijst ingeschrevene persoon in aanmerking die: a.

van oorsprong woonwagenbewoner is (en derhalve aan het afstammingsbeginsel voldoet). 6. Overige standplaatszoekenden conform het afstammingsbeginsel; 7. Overige standplaatszoekenden, welke niet voldoen aan afstammingsbeginsel; 8. Voor lid 1 tot en met 7 geldt dat bij gelijke kandidaten, dat de degene met de hoogste leeftijd voorrang heeft. Let op:

Zodra er een standplaats vrij komt onder de reeds bewoonde standplaatsen op een nieuwe locatie, dan worden de toewijzingsregels van een bestaande woonwagenlocatie toegepast.

c. Rangordebepaling toewijzing standplaats op een NIEUWE woonwagenlocatie Bij de toewijzing van een standplaats op een nieuwe woonwagenlocatie geldt de wachtlijst op basis van inschrijving en puntentoekenning. Degene met het hoogste aantal punten gaat voor. Vervolgens wordt gekeken naar de leeftijd.

d. Eenmalige puntentoekenning bij inschrijving Punten

WOONSITUATIE OP 01-01-2021 – EENMALIGE PUNTEN TOEKENNING A Bijzondere situaties volgens HVWC B

Inschrijver is nog inwonend bij zijn ouders op een standplaats op een woonwagenlocatie in Harderwijk

aantal Eenmalig bij eerste inschrijving

120

Eenmalig bij eerste inschrijving

100

Eenmalig bij eerste inschrijving

80

Eenmalig bij eerste inschrijving

70

inschrijver die bij een derde op een woonwagenlocatie verblijft, woont en ingeschreven staat, omdat hij/zij noodgedwongen niet meer bij de ouders of grootouders kan wonen C

of woont in een reguliere woning in Harderwijk, maar is geboren en getogen op een woonwagenlocatie. Door gebrek aan standplaatsen is hij/zij noodgedwongen naar een reguliere woning verhuist (dit geldt ook in geval van studie elders).

D Inschrijver woont in een reguliere woning in Harderwijk, maar is geboren en getogen op een woonwagenlocatie. Door verhuizing ouders

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 23 van 35

noodgedwongen wonend in een woning (= inwonend kind)

F

Inschrijver woont onafgebroken op een standplaats in Harderwijk (= niet zijnde inwonend kind, maar hoofdbewoner)

G Inschrijver woont in een reguliere woning in Harderwijk (= spijtoptant)

I

J

K

Inschrijver woont onafgebroken op een standplaats buiten Harderwijk, maar in de Regio Noord-Veluwe* Inschrijver woont in een reguliere woning buiten Harderwijk, maar in de Regio Noord-Veluwe* Inschrijver woont buiten de Regio Noord-Veluwe*

Eenmalig bij eerste inschrijving

60

Eenmalig bij eerste inschrijving

30

Eenmalig bij eerste inschrijving.

15

Eenmalig bij eerste inschrijving

10

Eenmalig bij eerste inschrijving

1

Maandelijks

1

Elke maand dat men staat ingeschreven L

LET OP: Dit geldt alleen voor inschrijvers die voldoen aan het afstammingsbeginsel

*Regio Noord-Veluwe (RNV) is het samenwerkingsverband van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten.

Het aantal behaalde punten wordt als volgt samengesteld: ‘Eenmalige punten’ + ‘aantal punten op basis van inschrijfduur’ = totaal aantal behaalde punten Voorbeeld A: Persoon X woont nog bij haar ouders in. Eenmalige punten = 100. Zij staat drie jaar ingeschreven op de wachtlijst = 36 punten. Totaal aantal behaalde punten = 100 + 36 = 136 punten. Voorbeeld B: Persoon Y is noodgedwongen verhuist van de woonwagenlocatie naar een reguliere woning, omdat er geen standplaats op de locatie beschikbaar kwam. Eenmalige punten = 80. Hij staat vijf jaar ingeschreven op de wachtlijst = 60 punten. Totaal aantal behaalde punten = 80 + 60 = 140 punten. Voorbeeld C: Persoon Z is vrijwillig verhuisd naar een reguliere woning. Nu heeft hij echter spijt en wil dolgraag terug naar een woonwagenlocatie. Eenmalige punten = 30. Hij staat elf jaar ingeschreven op de wachtlijst = 132 punten. Totaal aantal behaalde punten = 30 + 132 = 162 punten. Er mogen voorrangsregels gesteld worden ten aanzien van woonwagenbewoners die afkomstig zijn van de woonwagenlocatie of de gemeente waar de standplaats beschikbaar komt, zolang hierdoor geen verdringing van overige woningzoekenden ontstaat. LET OP – Juridisch advies BZK Elke woonwagenstandplaatszoekende moet zich in kunnen schrijven.

Vervolgens kan voorrang worden verleend aan die standplaatszoekende die via het afstammingsbeginsel aan kan tonen dat hij of zij van origine woonwagenbewoner is. Iemand zonder het ‘woonwagen-afstammingsbeginsel’ krijgt bij inschrijving nul punten en bouwt ook geen punten op. Dus ook mensen zonder aantoonbare connectie met het woonwagenleven kunnen reageren op vrijkomende standplaatsen. Daarbij geldt dat aan deze doelgroep pas een standplaats wordt toegewezen als mensen die tot de woonwagendoelgroep behoren geen interesse hebben. In de praktijk is het de vraag in hoeverre deze situatie zich veel zal voordoen. De vraag naar standplaats onder woonwagenbewoners is doorgaans groot, terwijl reguliere woningzoekenden voornamelijk op zoek zijn naar een stenen woning. Toch bestaat de kans dat incidenteel een niet-woonwagenbewoner een standplaats krijgt aangeboden. In dat geval is het goed om als corporatie eerst een intakegesprek met een potentiële huurder te Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1 Pagina 24 van 35

hebben; past hij of zij op deze woonplek? Daarnaast kan nagedacht worden om in zo’n situatie een tijdelijk huurcontract (van bijvoorbeeld 1 of 2 jaar af te geven) aan een niet-woonwagenbewoner. Na deze periode kan bezien worden of er inmiddels wel behoefte is aan een standplaats onder de doelgroep woonwagenbewoners. Op die manier kan voorkomen worden dat een standplaats voor langere tijd leeg blijft, terwijl er wel (onder meerdere doelgroepen) behoefte naar woonruimte is.

e. Schema toewijzing

f. Uitzondering bij overlijden beide ouders / huurder Indien de huurder en zijn geregistreerde partner (huwelijk, samenlevingscontract via de notaris) of medehuurder beiden zijn overleden en er is nog sprake van inwonend kind(eren) boven de 18 jaar, dan zal het huurcontract worden overgeschreven op het oudste nog inwonende kind. De huur zal echter opnieuw worden berekend conform de puntentelling en de daaraan gekoppelde huur conform de berekening van de Huurcommissie.

g. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in gevallen waarin toepassing van deze toewijzingsregels naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de standplaatszoekende af te wijken van deze regels. De casus wordt aangedragen door de HVWC. Het college kan in overleg met de corporaties besluiten om af te wijken van deze toewijzingsregels, mits:  Er een schriftelijk verzoek voorhanden is waarin beroep wordt gedaan op de hardheidsclausule;  De afwijking van de toewijzingsregels schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd is;  De afwijking vooraf ter raadgevend advisering is voorgelegd aan de Vereniging HVWC 15; 15

HVWC = Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 25 van 35

 De afwijking naar algemene maatstaven van redelijkheid en billijkheid is beoordeeld, er een gedegen belangenafweging heeft plaatsgevonden en het in de gegeven omstandigheden acceptabel is om de hardheidsclausule toe te passen.

h. Ruilen standplaats Indien een standplaats vrijkomt hebben de bewoners van de locatie de mogelijkheid om intern van standplaats te ruilen met de vrijkomende standplaats, mits er daardoor op dezelfde locatie een verhuurbare standplaats vrijkomt. De alsdan vrijkomende standplaats wordt vervolgens aangeboden aan de eerstvolgende op de wachtlijst, als in deze toewijzingsregels is vastgesteld. De voorwaarden voor ruil zijn:  Bij het vrijkomen van een standplaats lichten partijen (gemeente en bewoners) elkaar tijdig in:  De bewoners van de betreffende woonwagenlocatie hebben veertien dagen de tijd om een ruilverzoek in te dienen;  Er mag maximaal één ruilverzoek worden ingediend;  Bij meerdere ruilverzoeken bepalen de bewoners onderling via loting welke ruilverzoek geldig is;  De na ruil vrijkomende standplaats dient te voldoen aan de eisen van de verhuurder (leeg en schoon opgeleverd, vrij van illegale opstallen, geen achterstallige huur)  De kosten die gepaard gaan met deze ruil zijn voor de voor ‘ruiler’, evenals de kosten voor het gereed maken voor de verhuur van de achter te laten standplaats;

i. Systeem van 'passend toewijzen' Corporaties kiezen ervoor om het systeem van 'passend toewijzen', conform het beleid voor sociale huurwoningen, standaard toe te passen bij toewijzing van standplaatsen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de sociaaleconomische achterstand die woonwagenbewoners van oudsher hebben (gehad), in het verleden een uitgangspunt was voor specifiek beleid voor woonwagenbewoners. Het onderzoek van de Nationale ombudsman geeft aanleiding te geloven dat die achterstand niet meer voor alle woonwagenbewoners geldt. Het automatisme om een beleid voor sociale huurwoningen onverkort over te hevelen naar standplaatsenbeleid, is in zoverre niet meer te rechtvaardigen. Het leidt ertoe dat woonwagenbewoners met hogere inkomens principieel worden uitgesloten van de mogelijkheid om volgens hun cultuur te leven.

j. Raadgevend advies De verhuurder stelt bij het vrijkomen van een standplaats de Vereniging HVWC 16 in de gelegenheid om binnen veertien dagen een schriftelijk raadgevend advies te verstrekken. De verhuurder is niet gehouden om het advies te volgen.

11. De bestaande woonwagenlocaties

16

Nr.

Straatnaam

Huur standplaatsen

Huur woonwagens

Eigen woonwagens

Verhuurder corporaties

1

Ariadreef

11 (+1)

4

7 (+1)

Uwoon

2

Boomkamp

7

1

6

Uwoon

3

Deventerweg

12

2

10

Uwoon

4

Slauerhoffstraat

10

5

5

Uwoon

5

Sypel

6

2

4

OmniaWonen

6

Wikkemeen

9

6

3

OmniaWonen

55 (+1)

20

35 (+1)

HVWC = Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 26 van 35

Op de navolgende pagina’s staan schetsen van de huidige woonwagenlocaties. Bij de aanleg c.q. vergunningverlening is geen rekening gehouden met eisen inzake brandveiligheid vanuit het Bouwbesluit 2012. Op de tekeningen staan met rode stippellijnen en er tussen de kleur groen aangegeven waarde brandveiligheidszone zou kunnen komen te liggen.

A.

Ariadreef

B.

Deventerweg

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 27 van 35

C.

Boomkamp

D.

Slauerhoffstraat

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 28 van 35

E.

Sypel

F.

Wikkemeen

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 29 van 35

10. Inventarisatie woonbehoefte De gemeente wilde graag weten of het huidige aantal standplaatsen in de gemeente volstaat voor de lokale behoefte en of huishoudens interesse hebben in het kopen van hun standplaats. De gemeente heeft daarom in 2019 het bedrijf Companen een inventarisatie naar de woonbehoefte laten uitvoeren. Het onderzoek werd uitgevoerd middels het opsturen van een schriftelijke enquête onder inwonenden van 16 jaar en ouder (niet zijnde hoofdbewoner en partner), de hoofdbewoners en woonwagenbewoners die niet meer in een woonwagen wonen (‘spijtoptanten’). Er werden vragen gesteld over verhuisplannen, woonwensen en locatievoorkeur. Zo hoopte men inzicht te krijgen in de omvang van de groep woningzoekenden, het zoekgedrag en de woonvoorkeuren van mensen die momenteel op een woonwagenlocatie wonen. Iedereen werd per brief aangeschreven. De brief was voorzien van een toelichting op het onderzoek. Hierbij kregen respondenten de mogelijkheid om deel te nemen via internet of via een schriftelijke vragenlijst. De brief was voorzien van een (persoonlijk) gebruikersnaam en inlogcode en een internetlink naar de vragenlijst. Separaat bij de brief ontving men een schriftelijke vragenlijst (en antwoordenvelop) die men kosteloos terug kon sturen. De vragenlijst was beknopt en had een lengte van circa 10 a 15 vragen.

De uitkomst van onderzoek Companen  Totale vraag binnen nu en vijf jaar:  Additionele (actuele) vraag gemeente Harderwijk:

16 standplaatsen 13 tot 14 standplaatsen

De uitkomst van onderzoek HVWC Deze uitkomsten hebben geleid tot de oprichting van de HVWC. Het dagelijks bestuur van deze vereniging heeft met elke individuele woonwagenbewoner gesproken aan de hand van een vaste vragenlijst. Zij komen uit op een behoefte van zo’n 65 à 85 standplaatsen. Raadscommissie december 2020 Tijdens de raadscommissie is het onderdeel ‘woonwagenzaken’ uitvoerig aan bod gekomen. Ieder raadslid sprak zijn grote waardering uit voor het werk van de HVWC en gaf aan de inventarisatie van de HVWC boven die van Companen te stellen. De uitkomst van het debat was dat de raadscommissie verwacht dat er 65 tot 85 standplaatsen dienen te worden gerealiseerd, zo mogelijk op één of twee nieuwe locaties. Hierbij werden de Zandlaan en de Kleine Mheenweg met naam en toenaam genoemd.

11. Locatieonderzoek: nieuwe standplaatsen Het ontwikkelen van nieuwe standplaatsen komt nauw. De behoefte hieraan moet blijken uit het behoeftenonderzoek. Vervolgens is samenwerking met woonwagenbewoners noodzakelijk om te komen tot een juiste locatiekeuze, kwaliteit, eigendom en exploitatie van de te realiseren woonwagens. Met woonwagenbewoners kan door de beoogde woningcorporaties een programma van eisen opgesteld worden. De gemeentelijke extern projectleider zal hierbij fungeren als procesbegeleider. Ook bij het bepalen van het programma van eisen zal een optimum gevonden moeten worden tussen wensen (kwaliteit, grootte, ruimtelijke inpassing, relatie met bedrijvigheid, huurprijs, realisatie van aparte berging met sanitair) en haalbaarheid (op locatie en naar een sluitende exploitatie, inclusief aandacht voor financiering bij woonwagens in eigendom). 1. Een belangrijk punt is de inrichting van de woonwagenlocatie. Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn: voldoende parkeergelegenheid, voldoende ruimte tussen woonwagens en standplaatsen (in het kader van brandveiligheid en het onderhoud aan woonwagens). Ook is het goed om oog te hebben voor de mogelijkheden van voorzieningen zoals openbaar groen, speelplekken voor kinderen, bedrijfsruimte aan huis, ontmoetingsruimten. 2. Bij het programma van eisen is ook aandacht nodig voor de exploitatie.

Voor de sociale huurwoonwagens zijn de corporaties in beginsel de aangewezen partij (mits de potentiële bewoner behoort tot hun doelgroep). Voor de woonwagen is dan de huurder verantwoordelijk. Voor de standplaats is de gemeente investeerder. De investering in een huurwoonwagen voor deze groep Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 30 van 35

past niet bij de taak van de corporaties en doorgaans ook niet in een eventuele niet-DAEB tak, gelet op de risico’s en waarschijnlijk beperkte rendementen (hoge investering tot € 220.000 voor een standplaats met woonwagen en korte afschrijvingstermijn). De vraag is of de toekomstige bewoner een hypotheek kan krijgen. Dit betekent wel dat de woonwagen pas gerealiseerd kan worden als de bewoner het geld hiervoor beschikbaar heeft. De gemeente kan eventueel voorinvesteren. 3. Parallel aan de vorige stappen kan een planinventarisatie plaatsvinden: op welke locaties is er ruimte voor uitbreiding, binnen de locaties of direct aangrenzend eraan. 4. Maar zal naar nieuwe locaties gekeken worden. Selectie van kansrijke locaties gebeurt niet anders dan bij andere bouwplannen, waarbij een goede ruimtelijke ordening randvoorwaardelijk is. 5. Vervolgens moet dit verankerd worden in een bestemmingsplan of omgevingsplan. In deze inventarisatie worden dus ook de wensen van de woonwagenbewoners betrokken. Zij hebben vaak een voorkeur voor een locatie aan de rand van een woonplaats, in een groene omgeving waarbij het ook mogelijk is om bedrijvigheid / werkruimte bij huis te hebben. Daarnaast is het goed om rekening te houden met de cultuur van veel buitenleven en muziek maken.

Het aanleggen van een woonwagenlocatie direct grenzend aan een reguliere woonwijk kan daardoor tot een botsing van leefstijlen leiden. De HVWC heeft haar voorkeur uitgesproken voor de Zandlaan en de Kleine Mheenweg. 6. Bij de planvorming rond de aanleg van nieuwe standplaatsen worden ook omwonenden (van stenen woningen) betrokken in de directe omgeving van de beoogde locatie. De ervaring leert dat er bij veel burgers een (bevooroordeeld) negatief beeld bestaat van woonwagenbewoners. 7. Uitbreiding van het aantal standplaatsen kan daardoor op weerstand van omwonenden stuiten, waarbij omwonenden mogelijk een verzoek om planschade zullen aanvragen bij de gemeente vanwege waardevermindering van hun woning als gevolg van uitbreiding van het aantal standplaatsen in hun omgeving. 8. Hierna volgt de concrete realisatie van de standplaatsen en woonwagens. BESLISPUNT J Toekomstige bewoners van nieuw aan te leggen standplaatsen die een hoger inkomen hebben dan 40.024 euro bruto (prijspeil 1 januari 2021) kunnen een bouwrijpe kavel direct kopen of via een regeling ‘koop op afbetaling’.

12. Gezonde mix huur- koopstandplaatsen a. Vormen van eigendomsconstructie In totaal zijn er drie verschillende vormen van eigendomsconstructies: 1. HUUR–HUUR Huurstandplaats-huurwoonwagen (huur-huur); dit is passend voor huishoudens die tot de primaire doelgroep van een woningcorporatie behoren. 2. HUUR–KOOP Huurstandplaats-koopwagen (huur-koop): dat betekent dat de corporatie een ‘kale’ standplaats verhuurt en de bewoner hier een eigen woonwagen op plaatst. De verantwoordelijkheid voor de aanschaf en het onderhoud van de woonwagen rust daarmee op de bewoner. De scheiding in standplaats en woonwagen maakt een meer rendabele exploitatie mogelijk, omdat het vanuit financieel oogpunt gunstiger is om een standplaats zonder woonwagen te verhuren. Dit kost minder beheer- en onderhoudskosten en dat komt de exploitatie voor de corporaties ten goede. Er dient alsdan wel een huurafhankelijk recht van opstal te worden gevestigd. 3. KOOP-KOOP Koopstandplaats-koopwagen (koop-koop): dit als aanvulling op het aanbod in de sociale huursector, omdat het aanbod de woonwagenbewoners met midden- en hoge inkomens bedient. De koop-koopcombinatie komt ten goede aan de leefbaarheid van een woonwagenlocatie. Een alternatief is om woonwagenbewoners met hoge inkomens zelf standplaatsen en wagens te laten ontwikkelen.

We dienen de mogelijkheden te verkennen om zelfstandig standplaatsen te ontwikkelen, bijvoorbeeld in een CPO-constructie (collectief particulier opdrachtgeverschap). Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 31 van 35

De drie verschillende eigendomsconstructies brengen verschillende vormen van eigenaarschap en verantwoordelijkheid met zich mee. De vraag is in welke mate verkoop van huurstandplaatsen wenselijk is. Dit komt weliswaar tegemoet aan de behoefte van de individuele bewoner, maar kan lokaal leiden tot uitdunning van het sociale huurbestand. Lokale tekorten aan standplaatsen kunnen daarmee verschuiven van de huur- naar de koopsector. We raken hier een bijzonder onderwerp wat betreft de verkoop en het afstammingsbeginsel. Immers, verkoop lijkt goed omdat het voorbehouden blijft aan hen die voldoen aan het afstammingsbeginsel, maar wanneer dat ook een voorwaarde wordt in het koopcontract dan wel de eigendomsakte, wordt het eigendom ‘bezwaard’ met de voorwaarde dat (door)verkoop alleen wordt toegestaan aan een gegadigde die voldoet aan het afstammingsbeginsel. Hierdoor zou de verkoper worden beperkt in het kopers-potentieel en daarmee de verkoopprijs. Mogelijk dat het hanteren van een termijn hier uitkomst biedt. BESLISPUNT K Standplaatsen mogen alleen worden doorverkocht aan woonwagenbewoners conform het afstammingsbeginsel; men mag niet meer dan twee standplaatsen in bezit hebben.

b. Verkoop aan huurders Voor woonwagenbewoners die qua inkomen behoren tot de primaire doelgroep van de woningcorporaties ligt de verantwoordelijkheid bij woningcorporaties. Zij dienen te voorzien in voldoende huurwoonwagens en -standplaatsen. Voor andere woonwagenbewoners verplicht het mensenrechtelijk kader dat de gemeente aanvullende maatregelen treft om te voorzien in voldoende (koop-)standplaatsen. Dit vloeit voort uit artikel 75 van de Woningwet. Inkomensgrens sociale huur (Advies College voor de Rechten van de Mens d.d. 28-02-2018) Uit de verplichtingen die voortvloeien uit het wezenskenmerk van hechte familiebanden volgt ook dat de inkomensgrens voor sociale huur, die nu gehanteerd wordt voor de toewijzing van woonwagenstandplaatsen en huurwagens, hier niet aan in de weg mag staan. Er moet dus niet alleen een aanbod van 'voldoende' (plekken voor) koop- en huurwagens beschikbaar zijn om in familieverband te kunnen wonen, ook mag het hanteren van de sociale huurwoninggrens er niet toe leiden dat een woonwagenbewoner die 'teveel verdient' gedwongen is het woonwagenleven op te geven en niet meer volgens eigen traditie en cultuur kan leven.

Waar het om gaat is dat gemeenten, al gelang naar de behoefte van woonwagenbewoners, dienen te zorgen voor een gemende locatie met een mix van standplaatsen, van huurwagens waarvoor een inkomensgrens geldt (sociale huur) en huur- en koopwagens in de vrije sector.

Het voordeel van verkoop is dat beheer en onderhoud en de daarmee gepaard gaande werkzaamheden en kosten niet meer voor rekening van de verhuurder komen. Nadeel is echter dat er daardoor minder grip bestaat op dat beheer en onderhoud. Bij ongewenste ontwikkelingen zal via de bestuursrechtelijke weg (bestuursdwang) kunnen worden ingegrepen. In de verhuursituatie staat daarnaast ook nog de privaatrechtelijke weg open. Tevens kunnen ongewenste ontwikkelingen door een passend lokaal handhavingsbeleid worden voorkomen. NB:

Bij koopstandplaatsen is een kwalitatief- dan wel kettingbeding wenselijk om te voorkomen dat een standplaats aan een hoogste bieder − die niet tot de doelgroep behoort − wordt (door)verkocht.

c. Verkoop van bestaande standplaatsen Let wel, de huidige, bestaande standplaatsen zijn allen in eigendom van de corporaties Uwoon en OmniaWonen. De gemeente kan in dezen dus alleen adviseren tot verkoop. Het is aan de corporaties om te besluiten of zij aan de verkoop aan de zittende huurders willen meewerken of niet. Voor zover huurders van de corporaties niet behoren tot de sociale (huur)doelgroep, kunnen corporaties bestaande standplaatsen verkopen aan deze bewoners. Corporaties dienen daartoe het initiatief te nemen. Hiermee wordt bevorderd het terugdringen van ‘scheefhuur’. Deze ambitie is onderdeel van de prestatieafspraken die de gemeente maakt met corporaties in het kader van de woonvisie.

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 32 van 35

d. Verkoop van nieuw aan te leggen standplaatsen Indien nieuwe standplaatsen worden aangelegd, is de rol van de gemeente in ieder geval het aanwijzen van te ontwikkelen locaties en het vaststellen van het bestemmingsplan om ontwikkeling mogelijk te maken. Levert de gemeente de grond aan een corporatie, die vervolgens overgaat tot realisatie, exclusief de daarbij behorende openbare ruimte, dan wordt deze grond in bouwrijpe staat verkocht aan de corporatie voor een grondprijs die is vastgesteld binnen de betreffende grex. In de verkoop is de realisatieverplichting voor woonwagens en bijbehorende opstallen begrepen. Een en ander kan in prestatieafspraken met corporaties vorm worden gegeven, met aandacht voor de volgende aspecten: - Een minimale voorraad aan te verhuren standplaatsen en woonwagens; - Het afstammingsbeginsel borgen in toewijzingscriteria; - Monitoring capaciteit van het aantal standplaatsen in de gemeente (vraag en aanbod, behoefteonderzoek). De mogelijkheid dat haar huurders, onder haar voorwaarden, het recht tot koop mogen uitoefenen. De standplaatsen kunnen door de gemeente ook worden verkocht aan inschrijvers van de wachtlijst, mits dit afstammelingen van woonwagenbewoners zijn. Verkoop aan koopkrachtige afstammelingen van woonwagenbewoners past binnen ‘normalisatie’ en levert inkomsten op die dekking geven aan kosten voor het opleveren van een nieuwe locatie.

Een mogelijkheid is ook medewerking te verlenen aan CPO-initiatieven. De grondprijs is vastgesteld binnen de betreffende grex. Voorwaarden voor verkoop zijn: 1. Er is gemeente breed een goede balans tussen huur- en koopstandplaatsen; 2. Kandidaat-koper is een particulier; 3. Kandidaat-koper dient te beschikken over een rechtsgeldige omgevingsvergunning voor zijn woonwagen en andere bouwwerken (realisatieverplichting).; 4. De standplaats is helder afgebakend, er is geen sprake van illegale ingebruikname van (omliggende) terreinen; 5. Er vinden geen bedrijfsmatige activiteiten plaats op de standplaats en/of opstallen behoudens datgene wat middels het bestemmingsplan is toegestaan en waar uitdrukkelijk toestemming voor is verleend; 6. Er zijn geen huurachterstanden; 7. Er zijn in het recente verleden (afgelopen 5 jaar) geen overtredingen van de contractuele en wettelijke verplichtingen geweest die naar het oordeel van de gemeente onaanvaardbaar zijn om een koopovereenkomst aan te gaan; 8. Een Bibob-toets kan eventueel verplicht worden gesteld; 9. Kandidaat-koper conformeert zich aan een anti-speculatiebeding van 10 jaar. Binnen die periode is toestemming van de gemeente nodig bij doorverkoop om te voorkomen dat een standplaats wordt doorverkocht aan een niet-afstammeling en om prijsopdrijving te voorkomen.

10.Verkoop en doorverkoop van een standplaats met bijbehorende woonwagen mag alleen plaatsvinden als de koper over niet meer dan twee woonwagenstandplaatsen beschikt.

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 33 van 35

13. Communicatie De gemeente zal alle regels, bestemmingsplannen en veiligheidseisen op orde brengen en voor iedere inwoner van Harderwijk zoveel als mogelijk dezelfde regels hanteren. Of inwoners nu in een stenen huis of in een woonwagen wonen, dat maakt niet uit. Het vaststellen van het ‘Woonwagenbeleid 2021’ is daar de basis voor. Centrale boodschap in de communicatie over het nieuwe beleid “De gemeente Harderwijk investeert in het op orde brengen en houden van de woonwagenlocaties om er zo voor te zorgen dat deze schoon, heel en veilig zijn en ook blijven. Daarnaast wil zij de aanleg van nieuwe standplaatsen bevorderen naar behoefte. Hiervoor vragen wij wat van de bewoners, maar daarvoor krijgen ze ook iets terug.” In gesprek zijn en blijven voor begrip en gedragenheid Sinds de ‘Rolleman-oproer’17 van oktober 2018 zijn we in overleg met de bewoners van de woonwagenlocatie om zo begrip en gedragenheid te krijgen voor het woonwagenbeleid. De ervaring bij de gemeente Harderwijk en ook andere gemeenten is dat een-op-een gesprekken de beste manier zijn om contact te maken met bewoners van woonwagenlocatie. Grote plenaire bijeenkomsten zijn niet effectief. Er is een coördinator woonwagenzaken aangesteld als contactpersoon namens de gemeente.

Deze contactpersoon heeft met de bewoners van de standplaatsen en ingeschrevenen op de belangstellendenlijst individueel gesproken, uitgelegd wat het woonwagenbeleid is, wat het doel ervan is en wat de consequenties en kansen hiervan zijn voor de bewoners. Ook heeft de contactpersoon in deze gesprekken in kaart gebracht wat de wensen en behoeften zijn van de huidige woonwagenbewoners. Resultaat hiervan is dat de verwachtingen en afspraken over en weer helder zijn. Deze worden op een later moment ook op papier zijn gezet en ondertekend (intentieverklaring / factsheet). Andere communicatiemiddelen  Afspraken tussen de gemeente en de bewoners zijn vastgelegd in een map en deze map is ook overhandigd aan de bewoners;  Er is een mailadres waar bewoners vragen kunnen stellen: woonwagen@Harderwijk.nl. Dit mailadres is bekend bij de bewoners;  Met enige regelmaat deelt de coördinator woonwagenzaken een nieuwsbrief uit, waarin een update wordt gegeven over de laatste stand van zaken. Waar wenselijk, wordt deze nieuwsbrief toegelicht en/of voorgelezen.

14. Afkortingen- en begrippenlijst Afkortingen Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving Bor Besluit omgevingsrecht BRP Basis Registratie Personen, voorheen GBA (=Gemeentelijke Basis Registratie) BZK het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CRM het College voor de Rechten van de Mens EHRM Europese Hof voor de Rechten van de Mens HVWC Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk IPO het Interprovinciaal Overleg NHG Nationale Hypotheek Garantie 17

Rolleman-oproer = de woonwagenbewoners zagen het uitbrengen van het beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ door BZK als een ‘wet’ waar de gemeenten direct gevolg aan moesten geven. Toen drie maanden later nog steeds geen nieuwe standplaatsen waren aangelegd, probeerden zij dit af te dwingen met bezettingen en demonstraties, te beginnen op de Mergen in Mill en Sint Hubert. Dit mondde uit in acties in meer dan 50 gemeenten: ‘de Rolleman-oproer’.

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 34 van 35

VNG VWBN

Vereniging Nederlandse Gemeenten; Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Nederland

Begrippen  Standplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag);  Woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst (artikel 1, onderdeel l, van de Wet de huurtoeslag);

Woonwagenbeleid 2021 gemeente Harderwijk - versie 1

Pagina 35 van 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=4191352d-0caa-4885-8915-847c3ff3072f