Inspraakreactie Huis voor de binnenstad over Raadsvoorstel Gebiedsvisie Stationsdistrict
Tekst van het document
Gemeente Nijmegen College van Burgemeester en Wethouders Gemeenteraad Postbus 9105 6500 HG NIJMEGEN Per mail: college@nijmegen.nl; gemeenteraad@nijmegen.nl; griffie@nijmegen.nl Nijmegen, 23 - 09 - 2024 Betreft: Reactie Gebiedsvisie Stationsdistrict Nijmegen
Geacht college en raad, Wij zijn blij dat er een ambitieuze visie op het plangebied Stationsdistrict tot stand is gekomen. Een complex gebied waar heel veel functies en dus gebruikers samenkomen waardoor belangen nog wel eens strijdig kunnen zijn. Goed dat er op basis van deze visie keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld kunnen worden. Vanuit onze doelstelling, een optimaal economisch klimaat voor de binnenstad, reflecteren wij hiermee op de voorliggende Gebiedsvisie en hebben wij een aantal vragen. Wij steunen in hoofdlijn de voorgestelde combinatie van functies. Goed dat expliciet ruimte gegeven wordt aan werken (kantoorfunctie) en commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Ook goed dat winkelen blijft voorbehouden aan de binnenstad. Ruimtelijk is het voor de binnenstad van groot belang dat er een heldere verbinding ontstaat tussen de binnenstad en het station waardoor de afstand op een aantrekkelijke manier, gemakkelijk en snel overbrugd kan worden. Voor de voetganger lijkt dat in deze visie te ontstaan maar voor de gebruiker van het openbaar vervoer niet. Het is ons onduidelijk hoe daarin voorzien gaat worden.
Volgens de faseringstabel op pagina 75 is een aanpak van het Keizer Karelplein voorzien in de periode 2025-2027 terwijl in de omschrijving op pagina 62 wordt gesproken over een afhankelijkheid van de “toekomstige verkeersdrukte”. Het is ons onduidelijk op welke termijn welke aanpassing van het plein beoogd is. Wat betreft de uitvoerbaarheid wordt ingegaan op de maakbaarheid, rechtvaardigheid en economische haalbaarheid. Wij zouden hier een afhankelijkheid van de beoogde mobiliteitstransitie aan toe willen voegen. Met name de verkeerskundige ambities zijn afhankelijk van oplossingen buiten dit plangebied. Wij zijn bezorgd over de haalbaarheid en volgordelijkheid van deze oplossingen. Als een deel van de auto’s niet effectief kan worden opgevangen in alternatieve voorzieningen verliezen we een deel van de bezoekers van de binnenstad. Dat is in economisch opzicht ongewenst. Om ongewenste effect te voorkomen zijn voldoende goed bereikbare parkeerplaatsen met een hoogfrequente, comfortabele en snelle verbinding met de eindbestemming nodig. Zowel aan de rand van het centrum als aan de rand van de stad.
In verschillende visies lezen wij vergelijkbaar hoge ambities ten aanzien van mobiliteit (bijvoorbeeld de gebiedsvisie Binnenstad) maar in de praktijk zien wij geen enkele voortgang in de realisatie van alternatieve oplossingen voor een goede bereikbaarheid van de binnenstad voor de modaliteiten openbaar vervoer en auto’s. Het is ons onduidelijk of er wel een haalbare uitvoeringsagenda is (of kan komen) die aansluit op de geformuleerde ambities. Met vriendelijke groet, namens het bestuur,
Erik van Zanten, Voorzitter
Maarten Mulder, Binnenstadmanager