CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkoopstrategie warmtenet Dukenburg

Besluitronde (raadsvergadering) 14 juli 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Inkoopstrategie Warmtenet Dukenburg (43/2021) (INGETROKKEN)5.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inkoopstrategie Warmtenet Dukenburg

20 april 2021 D210854517

Map = Brieven en huisstijldocumenten Nota, beleids- of projectplan

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 8. 9. 10. 11. 12.

Inleiding Rol gemeente in warmtenetten Randvoorwaarden voor warmtetransitie Warmtenetten in Nijmegen Wet en regelgeving Uitgangspunten Warmtenet Dukenburg Warmtenet scenario’s Dukenburg Kanttekeningen Conclusie Mogelijke uitkomsten Vervolgstappen

2 3 4 7 8 10 13 15 16 17 18

1

1.

Inleiding

We staan in Nijmegen voor de opgave om in 2045 de warmtetransitie naar een aardgasvrije stad gereed te hebben. Om dat te realiseren moeten de circa 80.000 woningen en alle andere gebouwen in 2045 aardgasvrij verwarmd worden. Zoals beschreven in de duurzame bronnen- en warmtenetstrategie is voor het overgrote deel van de woningen het goedkoopste alternatief voor aardgas een aansluiting op een warmtenet. Een van de gebieden waar we starten met de uitwerking van een transitie naar aardgasvrij (warmtevisie) is Dukenburg.

Dukenburg is door het ministerie van BZK aangewezen als proeftuin aardgasvrije wijk. De proeftuin betreft het toewerken naar een haalbaar en betaalbaar warmtenet voor Dukenburg waarbij we samen optrekken met de woningcorporaties in het gebied. Voor u ligt de inkoopstrategie welke de diverse opties beschrijft voor aanbesteding van een warmtenet voor Dukenburg. De strategie is gebaseerd op de al bekende randvoorwaarden, mogelijkheden vanuit wet- en regelgeving en uitkomsten van een uitgevoerde marktverkenning met als conclusie de voorgestelde inkoopstrategie. Warmtevisie:

2

2. Rol gemeente in warmtenetten Vanuit het klimaatakkoord hebben gemeenten een belangrijke rol bij de warmtetransitie toebedeeld gekregen. Als eerste zal een gemeente moeten bepalen wanneer zij met welke wijk aan de slag gaat om in de periode tot 2045 (zoveel mogelijk) aardgasvrij te worden en wat het aardgasvrije alternatief wordt . De gemeente Nijmegen heeft reeds in 2018 met haar warmtevisie deze eerste stap al gezet. In de warmtevisie is het stadsdeel Dukenburg aangewezen als één van de startgebieden. Dukenburg heeft de potentie om met een haalbaar en betaalbaar collectief warmtenet aardgasvrij te worden, waarbij in de eerste fase wordt ingezet op een warmtenet voor de wijk Zwanenveld en noordelijk Lankforst. Om tot een collectief warmtenet te komen kan de gemeente verschillende rollen aannemen. Er zijn vooralsnog geen wettelijke verplichtingen aan de rol van gemeenten in warmtenetten en de rol kan dus beperkt of uitgebreid ingevuld worden. Er zijn vier mogelijke rollen te onderscheiden:

Particulier initiatief Bij de rol van facilitator wordt enkel getoetst op een vergunning die aangevraagd wordt voor het aanleggen van een warmtenetleiding. De aanvraag wordt getoetst aan de wettelijke eisen (Algemene Wet Bestuursrecht). Er is geen toetsing mogelijk of de gemeente het leggen van een warmtenet een goed idee vindt. Er kunnen bijna geen eisen gesteld worden aan een aanlegvergunning. De partij die de vergunning aan vraagt, wordt de eigenaar en exploitant van het warmtenet. Meerdere aanbieders op uitvraag gemeente De rol van aanbesteder ontstaat als uit een marktverkenning blijkt dat meerdere partijen bereid zijn een aanbod te formuleren. Via een aanbestedingsprocedure maakt de gemeente een keuze en worden wederzijdse rechten en plichten vastgelegd. Ook kan de gemeente eisen stellen over bijvoorbeeld betaalbaarheid en duurzaamheid. Met een partij (of een samenwerking van partijen) wordt een concessieovereenkomst aangegaan, waarmee de partij het recht krijgt om voor een afgesproken termijn en volgens afgesproken voorwaarden een warmtenet aan te leggen en warmte te leveren in een bepaald gebied. De partij kan één partij zijn of een consortium van samenwerkende partijen.

Bij een consortium kan één partij de realisatie van het warmtenet uitvoeren en een andere partij de levering, maar zijn de partijen wel samen vanuit het consortium aanspreekbaar op de concessieovereenkomst. Er is slechts één aanbieder De rol van aanbesteder zonder keuze en daarmee een verplichte samenwerking ontstaat als met enige zekerheid, bijvoorbeeld op basis van een marktconsultatie of een aanbestedingstraject kan worden geconcludeerd dat er geen concurrentie zal zijn onder de gewenste voorwaarden. Er is echter wel één partij die een aanbod kan formuleren, maar niet onder de gewenste voorwaarden. In dat geval kan de gemeente met de marktpartij, om toch het gewenste

3

doel te behalen, te weten de realisatie van een warmtenet, in onderhandeling gaan om een opdracht enkel met deze marktpartij tot stand te brengen. Geen aanbieder op uitvraag gemeente De rol van eigenaar kan door de gemeente direct opgepakt worden of indirect nadat uit een aanbestedingstraject blijkt dat geen van marktpartijen een aanbod passend bij de gestelde voorwaarden kan doen. In de rol van eigenaar is de gemeente (via een publiek nutsbedrijf) verantwoordelijk voor het ontwerpen, aanleggen, beheren en exploiteren van het warmtenet. Met deze rol heeft de gemeente nog geen ervaring opgedaan en het betreft geen kernactiviteit van de gemeente. Het opzetten en uitvoeren van een gemeentelijk warmtebedrijf kost veel tijd en vraagt veel technische expertise.

3. Randvoorwaarden voor warmtetransitie Een warmtenet voor Dukenburg is geen doel op zich, een warmtenet moet zorgen voor een aardgasvrij verwarmingsalternatief als stap in de warmtetransitie. In de warmtetransitie naar een aardgasvrije stad kennen we een aantal publieke waarden, waarop we invloed uit willen en moeten oefenen om de doelstelling van een aardgasvrije stad in 2045 te kunnen halen, te weten: tijdigheid, betaalbaarheid, keuzevrijheid, duurzaamheid, leveringszekerheid/betrouwbaarheid en leefbaarheid. Tijdigheid realisatie: Om de klimaatdoelstelling te halen van een energie neutrale stad in 2045, is een tijdige realisatie van aardgasvrije projecten nodig, gemiddeld 2500 woningen per jaar aardgasvrij! De uitvoering van projecten met een collectieve warmtevoorziening kennen forse voorinvesteringen, een lage rendabiliteit en grote afhankelijkheidsrisico’s en kennen een lange doorloop- en realisatietijd. Hierdoor ontstaan er weinig tot geen eigen initiatieven voor een collectieve warmtevoorziening, noch vanuit de markt, noch vanuit particulieren. Als er al initiatieven ontstaan, bestaan deze uit het aansluiten van een beperkt aantal (rendabele) panden. De ontwikkeling van een warmtenet blijft dan beperkt tot een select gebied, zonder een verevening tussen plekken waar wel/niet winst wordt gemaakt.

Tijdige realisatie in een wijk met bestaande woningen vraagt een grote tijdspanne, om mensen goed voor te lichten over de mogelijkheden en de consequenties. Bewoners moeten bereid zijn een overstap te laten maken en hebben ondersteuning nodig voor en tijdens realisatie. Ontzorging van de aansluiting bij een afnemer is hierbij van belang om te benoemen. Het uitgangspunt is dat de aansluiting gerealiseerd wordt door de warmteleverancier zodat de afnemer ‘ongemerkt’ overgaat tot een nieuwe warmtebron. Bijvoorbeeld met een aansluiting naar de plek waar nu de CV-installatie aanwezig is en het weghalen van deze installatie. Het realiseren van een warmtenet in een wijk met bestaande woningen kent een groot vollooprisico, immers er worden al netten gerealiseerd terwijl de vraag naar een aansluiting uit kan blijven. Om de warmtetransitie effectief tot uitvoering te krijgen, is een gebiedsgerichte aanpak rand voorwaardelijk. Hierbij moeten alle bewoners en gebruikers in de wijk of het gebied gebruik kunnen maken van het collectieve systeem in de wijk. Echter, de keuze om over te stappen naar een andere warmtevoorziening is een vrij.

Betaalbaarheid warmte Het warmtenet moet een betaalbare verwarmingsvariant zijn, waarbij de energielasten voor onze bewoners bij voorkeur dalen en in ieder geval gelijk moeten blijven, waarbij rekening gehouden wordt met onder meer aansluitkosten, benodigde (her) investering en maandelijkse lasten. De kosten voor een aansluiting op een nieuw te realiseren warmtenet bestaan uit de verbruikskosten en een eenmalige aansluitbijdrage. De verbruikstarieven zijn geregeld in de warmtewet via een zogenaamd NMDA-tarief (niet meer dan anders tarief), een tariefstelling die gekoppeld is aan het huidige gastarief. De verwachting is dat dit tarief losgekoppeld van het

4

huidige gastarief. Mede ook omdat het gastarief naar verwachting de komende jaren zal stijgen. Het tarief voor warmtelevering wordt op dit moment vaak door afnemers als te hoog ervaren. Dit kan komen doordat het NMDA tarief een gemiddelde is voor Nederland en dus voor sommige bewoners (die nu een laag gasverbruik hebben) hoger is dan dat ze nu betalen. Bij veel warmtenetten zijn de vaste kosten vaak hoog en de flexibele kosten laag, hierdoor is een warmtenet aansluiting bij ‘zuinige’ huishoudens vaak financieel nadelig. Ook zorgt dit niet voor een incentive om minder warmte te verbruiken. Bij een toekomstige warmtelevering via een warmtenet dient geborgd te worden dat woonlastenneutraliteit voor alle huishoudens geborgd is1. Belangrijk is ook dat er inzicht is in de werkelijke kosten van een warmtebedrijf en de mate waarin deze door de tarieven worden gedekt. Dat biedt verbruikers de zekerheid dat ze niet meer betalen dan de (efficiënte) kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de warmte die ze afnemen. De eenmalige aansluitkosten zijn nodig om tot een sluitende businesscase te komen omdat de kosten hoger zijn dan de opbrengsten. Er zijn verschillende subsidie-mogelijkheden om een deel van de eenmalige aansluitkosten af te dekken. Belangrijk is dat er sprake is van uniforme verbruiks- en aansluittarieven voor gelijke gebouwtypen.

Keuzevrijheid De benodigde investering in een warmtenet kan pas na lange tijd terugverdiend worden. Daarom zijn warmtebedrijven lange tijd actief in een gebied (20 - 30 jaar). Door het lokale karakter van warmtenetten en de lange terugverdientijd is het binnen een gebied niet mogelijk om meerdere leveranciers op een warmtenet te hebben. Een keuzevrijheid zoals bij elektra voor een leverancier bestaat bij warmte niet. Uiteraard is het vrije keuze om over te stappen van gas op warmte. Er zijn ook andere oplossingen dan een warmtenet mogelijk. Keuzevrijheid tussen verschillende leveranciers op het collectieve warmtenet is gedurende de eerste contractperiode niet mogelijk. Als een leverancier warmte bij meerdere bronnen betrekt, kan een afnemer wel een keuze geboden worden in bronnen. Ook blijft er vrijheid voor afnemers om de thermostaat en de radiatoren, onafhankelijk van de buitentemperatuur, zelfstandig in te regelen. Duurzaamheid Een duurzaam warmtenet kent inzet van zo duurzaam mogelijke bronnen, een goed beheer en doorontwikkeling richting onder meer verdere verduurzaming van deze bron, maar ook een efficiënte en innovatieve systeembeheersing om verliezen te beperken. Bronnen moeten vooruitlopend op een project al ontwikkeld worden met de onzekerheid van de omvang van afname en mogelijke toekomstige concurrentie door andere bronnen.

Vanuit onze bronnenstrategie steven we naar de inzet van meer duurzame bronnen voor Nijmegen om uiteindelijk heel Nijmegen van duurzame warmte te kunnen voorzien. Leveringszekerheid/betrouwbaarheid: De levering van warmte en het functioneren van het systeem moet gegarandeerd zijn. De leveringszekerheid wordt bepaald door een degelijke exploitatie van warmtebronnen, een goede dienstverlening, back-up voorzieningen en een effectieve storingsorganisatie. Goede service verlening is essentieel voor een succesvolle realisatie van warmtenetten in Nijmegen. Hierbij denken wij aan een service organisatie die voor de afnemers als nabij voelt en efficiënt en effectief evt. toch ontstane storingen oplost. Niemand mag in de kou zitten. Leveringszekerheid betreft voor ons ook de mate waarin afnemers voldoende warmte ontvangen. Als woningen nu al door bijvoorbeeld niet afdoende isolatie niet voldoende warm kunnen worden, zal dit bij overschakeling op een nieuwe warmtevoorziening nog steeds het geval zijn. De systeemoplossing moet in alle gevallen een betrouwbaar warmtesysteem zijn, voor zowel de bewoner op de begane grond als een bewoner op de bovenste verdieping. Er zijn historisch gegroeide bij bewoners over de betrouwbaarheid van het systeem, die voor aanleg weggenomen dienen te zijn.

Ook de mogelijkheid om in korte tijd veel warm water te kunnen gebruiken, staat bij veel inwoners hoog in het vaandel. We vinden het belangrijk dat het systeem deze mogelijkheid biedt. 1 Tweedekamer/woonlastenneutraliteit

5

Leefbaarheid Bij de aanleg van een warmtenet in de wijk, moet er vanuit een samenwerkingsgedachte volop ruimte zijn om een koppeling te leggen met andere projecten en uitdagingen in de wijk. Zoals een herinrichting van de openbare ruimte en een, liefst wijkgericht, arbeidsparticipatieprogramma. Er wordt optimaal naar koppelkansen gezocht en benut gericht op sociale cohesie, verbetering openbaar gebied, gezondheid, leefbaarheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hierbij gaan we in de aanbesteding verder dan de reguliere SROI verplichtingen. Een partner die hierin actief met ons meedenkt en samenwerkt is essentieel.

6

4. Warmtenetten in Nijmegen In Nijmegen zijn al warmtenetten aanwezig, een aantal wat kleinere systemen en één groot net voor Waalsprong en Waalfront. In de kaart zijn alle in Nijmegen aanwezige warmteleidingen in rood aangegeven.

Voor het grote warmtenet naar de Waalsprong en Waalfront is een concessieovereenkomst met Vattenfall gesloten (2012) om de nieuwbouwwoningen en andere nieuwbouwpanden in de Waalsprong en Waalfront van warmte te voorzien. De productie van de warmte hiervoor wordt verzorgd door ARN (Afval energiecentrale te Weurt). Vattenfall heeft een overeenkomst met ARN voor de inkoop van warmte. Vanaf ARN wordt de warmte getransporteerd over een transportleiding in eigendom van Indigo. Indigo is een joint venture tussen Firan (95%) en de gemeente Nijmegen (5%). In de nieuwbouwgebieden Waalsprong en Waalfront is het warmtedistributienet gerealiseerd door en in beheer van Vattenfall. Als aftakking op de transportleiding kan ook warmte geleverd worden, zoals bij enkele bedrijven gebeurt als DAR. De warmteleidingen vanaf de Indigo-transportleiding en de warmtelevering gebeurt door Vattenfall.

Concessie Vattenfall Warmteleidingen Vattenfall Transportleiding Indigo

7

5. Wet en regelgeving Sinds 2014 is de Warmtewet van kracht. Deze wet is vooral een consumentenwet die een maximumprijs voor het vastrecht en voor het verbruik vastlegt. Daarnaast stelt de Warmtewet eisen aan de afleverset in de woning en de leveringszekerheid. Er wordt gewerkt aan een vervangende wet: Wet Collectieve warmtevoorziening (WCW). De WCW is nog niet van kracht. De Wet Collectieve Warmtevoorziening kent vier grote wijzigingen: 1. Regels over regie door gemeenten met het aanwijzen van zogenaamde ‘warmtekavels’. 2. Aangepaste regels over de berekening van de warmtetarieven (in WCW gebaseerd op de daadwerkelijk gemaakte kosten, plus een bepaald maximum rendement op de investering van het warmtebedrijf). 3. Regels voor CO₂-prestatienormen (werkt toe naar een CO₂-uitstoot tot (bijna) nul in 2050) 4. Regels voor de leveringszekerheid. De regels voor regie door de gemeente kent twee belangrijke stappen: 1. De aanwijzing van de warmtekavel. De gemeente krijgt de bevoegdheid om een warmtekavel vast te stellen. Een warmtekavel is een gebiedsafbakening binnen een of meerdere gemeenten waarbinnen zich wijken bevinden waarvoor de gemeenten collectieve warmte overweegt. Een kavel moet zo vastgesteld worden dat er een robuust, zelfstandig opererend en efficiënt collectief warmtesysteem kan worden gerealiseerd.

Een collectief warmtesysteem is een systeem waarbij één of meer warmtebronnen door middel van een warmtenet ontsloten worden voor de levering van warmte aan verbruikers. 2.

Het verlenen van een concessie door een aanwijzing bij de kavel aan een warmtebedrijf. Het warmtebedrijf krijgt het recht en de plicht om warmtenetten te leggen en warmte te leveren in de warmtekavel. De gemeente krijgt de bevoegdheid om voor de warmtekavel een warmtebedrijf aan te wijzen voor de duur van 20 a 30 jaar. Het aangewezen warmtebedrijf krijgt het exploitatierecht en daarmee ook de plicht een warmtenet aan te leggen, te beheren en te onderhouden. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor de realisatie en exploitatie van het collectief warmtesysteem (waaronder het systeemontwerp, de benodigde duurzame bronnen, de leveringszekerheid, de verduurzaming en het investeringsrisico) . Het warmtebedrijf is verplicht om gebruikers aan te sluiten, tenzij een verbruiker aangeeft dat niet te willen. Een aanwijzingsprocedure komt overeen met de procedure voor een concessie-opdracht. Gemeenten moeten voor de aanwijzing van een warmtebedrijf gebruik maken van een transparante, non-discriminatoire en goed onderbouwde procedure waar zowel publieke als private warmtebedrijven aan deel kunnen nemen. Ook indien een gemeente een eigen publiek warmtebedrijf heeft opgericht, moet de aanwijzing op transparante wijze plaatsvinden. Dit betekent dat ook andere partijen dan het gemeentelijk warmtebedrijf deel mogen nemen aan de aanwijzingsprocedure (oftewel een concessie-aanbesteding).

Op deze wijze wordt verzekerd dat de taken en verplichtingen door de meest geschikte partij worden uitgevoerd. Met de aanwijzing verkrijgt het warmtebedrijf een exclusief recht op het distributienet en de levering van warmte binnen een vastgesteld warmtekavel. De WCW gaat uit van zowel de aanleg van en de exploitatie van een warmtedistributienet in één warmtekavel. De memorie van toelichting hanteert het volgende uitgangspunt: “Het aangewezen warmtebedrijf krijgt de wettelijk taak om een collectief warmtesysteem aan te leggen, te beheren en te onderhouden indien de gemeente voor een warmtekavel of een deel daarvan heeft gekozen de warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving door middel van een collectief warmtesysteem in te vullen.”

Het uitgangspunt hiervan is aldus dat één warmtebedrijf integraal verantwoordelijk wordt van zowel de aanleg als de exploitatie van het warmtesysteem binnen de aangewezen kavel.

8

De warmtewet onderkent dat met de aanleg van het distributienetwerk omvangrijke investeringskosten gemoeid is. Om die reden houdt de WCW dan ook rekening met een concessieduur die nodig is om investeringen voor het warmtebedrijf te kunnen terugverdienen. Daarvoor geldt een maximale duur van 30 jaar. Het aangewezen warmtebedrijf wordt zo in staat gesteld om zijn investeringen terug te verdienen. Tegelijkertijd betekent dit dat verbruikers die beschikken over een leveringsaansluiting voor een langere periode gebonden zijn aan dit warmtebedrijf en dat andere warmtebedrijven binnen de aanwijzingsperiode niet de mogelijkheid zullen krijgen om in het betreffende vastgestelde warmtekavel warmte te transporteren en te leveren. Na afloop van de periode bepaalt de gemeente opnieuw welk bedrijf de warmteleverancier wordt. Wederom zal dit moeten plaatsvinden op basis van een open, transparante, non-discriminatoire aanwijzingsprocedure. Het aangewezen warmtebedrijf heeft de wettelijke taak om een collectief warmtesysteem tegen zo efficiënt mogelijke kosten te realiseren en afnemers (die dat willen) aan te sluiten. Het warmtebedrijf zorgt voor een uitvoeringsplan en wordt verantwoordelijk voor de betaalbaarheid, leveringszekerheid en verduurzaming van de collectieve warmtevoorziening.

Het warmtebedrijf moet beschikken over organisatorische, financiële en technische kwaliteiten, en draagt zorg voor het sluiten van warmteovereenkomsten, meten van verbruik, afrekening en oplossingen van storingen. Het warmtebedrijf zorgt voor een gegarandeerde warmtelevering. Voor netwerkbedrijven (als Alliander en Indigo) geldt dat zij geen warmtelevering mogen doen (direct en indirect). Vanwege de regels die gelden vanuit de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet om de leveringszekerheid en onafhankelijkheid van de netbeheerder te bewaken mogen deze partijen, náást de rol van netwerkbeheerder, niet ook de rol als warmtebedrijf vervullen.

9

6. Uitgangspunten Warmtenet Dukenburg Op weg naar een aardgasvrij Nijmegen hebben we verschillende aspecten uitgelijnd in onze Warmtevisie en onze duurzame bronnen- en warmtenetstrategie. Daarnaast hebben we ervaringen opgedaan met de collectieve warmtevoorziening in de Waalsprong en het Waalfront, die we als referentie mee nemen in dit proces. We zijn uiteindelijk gehouden aan de geldende wet- en regelgeving. Hoewel de nieuwe Warmtewet (WCW) nog niet van kracht is, gaan we hier wel mee te maken krijgen. Daarom anticiperen we op de nieuwe warmtewet en handelen we in de geest van de WCW om later niet in een loc-in scenario te komen . Op basis van deze aspecten zetten we de volgende uitgangspunten vast: 1.

Dukenburg is één warmtekavel, oftewel één concessiegebied

In de Warmtevisie is voor heel Dukenburg als kansrijke aardgasvrije oplossing een warmtenet aangegeven. Dukenburg als gebied is groot genoeg zodat een robuust, zelfstandig opererend en efficiënt collectief systeem kan ontstaan. Dit betekent niet dat heel Dukenburg in een keer een warmtenet kan krijgen. Het gaat erom dat voor heel Dukenburg een uniform aanbod komt voor een collectieve warmte-aansluiting. Eenzelfde aansluit- en gebruikstarief in het gehele stadsdeel. Daarom kiezen we ervoor om heel Dukenburg als één warmtekavel oftewel als één concessiegebied te beschouwen. warmtevisie

10

2.

Bron ten behoeve van het warmtekavel Dukenburg is in principe ARN

Om warmte te kunnen leveren moet er warmte vanaf een bron beschikbaar zijn. De duurzame bronnen- en warmtenetstrategie gaat in op de beschikbaarheid van bronnen in Nijmegen en in welke volgorde deze ontsloten kunnen worden. Overeenkomstig de bronnenstrategie wordt als eerste de capaciteit van de ARN ingezet. Het is aan een warmtebedrijf om warmte te contracteren bij de ARN. Een warmtebedrijf kan ervoor kiezen naast de ARN ook andere warmtebronnen te ontwikkelen of te contracteren Duurzame bronnen- en warmtenetstrategie

3.

Gescheiden transport- en distributienet

Overeenkomstig de warmtenetstrategie wordt er onderscheid gemaakt in twee aparte netsystemen: een transportnet en distributienetten. Het transportnet transporteert warmte over langere afstand naar diverse distributienetten in verschillende warmtekavels. Distributienetten transporteren warmte van de transportleiding naar huizen en bedrijven (wijkniveau), het is dus een aftakking van het transportnet. De systemen zijn gescheiden met behulp van een warmtewisselaar in een overdrachtsstation. Het warmtekavel krijgt zijn warmte dus vanaf het overdrachtsstation.

11

4.

Een publiek transportnet

Er wordt gebruik gemaakt van een publieke transportleiding. Een warmtebedrijf (warmtekavel) betaalt een transportvergoeding aan de eigenaar van het publieke transportnet om de warmte van de bron naar de warmtekavel te laten transporteren. De beoogde publieke partij voor het realiseren, beheren en exploiteren van de transportleiding is Indigo (Firan en gemeente Nijmegen). Gemeente, als partij in het transportnet, kan sturen op tijdigheid, betaalbaarheid en een vrije toegang voor alle bronnen op dit net. Met de keuze voor een publiek transportnet door Indigo ontstaat: a. Publieke regie Als gemeente ontstaat de mogelijkheid te sturen op een tijdige realisatie en voorinvesteringen mogelijk te maken. Tevens ontstaat regie op de volgorde van te ontsluiten gebieden, ook buiten de eigen gemeente. Zo kunnen al bij de realisatie de voorbereidingen getroffen worden voor aftakkingen naar omliggende gemeenten. b. De optie voor een regionale transportring Er komt een transportring Nijmegen om meerdere warmtekavels te verbinden. Het transportnet om bron ARN met het warmtekavel Dukenburg te verbinden wordt onderdeel van deze transportring. Op dit transportnet worden de warmtedistributienetten per warmtekavel aangesloten, zo ook beoogd ten behoeve van de warmtekavel Dukenburg. c.

Open toegang voor meerdere bronnen Dit transportnet wordt vooralsnog ingezet voor aanvoer van warmte vanuit één warmtebron ARN. In de toekomst wordt de mogelijkheid open gehouden hierop ook andere warmtebronnen aan te sluiten. Voor een flexibel, betrouwbaar en toekomstgericht systeem moet het op het transportnet mogelijk zijn dat meerdere bronnen warmte kunnen voeden zonder financiële of technische belemmeringen. Hiervoor is een optimalisatie van de aansturing en volgorde van inzet van bronnen noodzakelijk. De aansturing dient plaats te vinden door een centrale coördinerende entiteit waarmee bronnen een contract afsluiten. Met de genoemde uitgangspunten worden in het warmtenet naar Dukenburg de volgende ketenonderdelen onderscheiden :

INDIGO

In de bijlage vindt u een nadere toelichting op de ketenonderdelen.

12

8. Warmtenet scenario’s Dukenburg Met de gegeven uitgangspunten: 1. Het concessiegebied (warmtekavel) is Dukenburg 2. De warmtebron is in principe ARN 3. Een publieke transportleiding: a. Om de warmte van bron naar het concessiegebied te transporteren b. Als onderdeel van een regionale transportring c. Als transportleiding met open toegang voor meerdere bronnen zijn er twee scenario’s mogelijk om de ketenonderdelen “distributie van warmte in de wijk(en) (C)” en de “levering van warmte in de wijk (D)” te contracteren: INDIGO

1.

2.

Eén integraal contract voor aanleg en beheer van het distributienet van warmte in de wijk(en) én de levering van de warmte in de wijk (C én D) : realisatie, beheer en exploitatie bij één (integraal) warmtebedrijf (één partij of een consortium van partijen) Een publiek initiatief voor aanleg en beheer van het distributienet van warmte in de wijk (C) en alleen een contract voor de levering van de warmte in de wijk (D): scheiding tussen realisatie/beheer en exploitatie met een voorgeschreven partij voor realisatie/beheer.

1. Een publieke transportleiding en een aanwijzing van één warmtebedrijf voor realisatie/beheer en exploitatie voor Dukenburg ARN is de warmteproducent en dus de warmtebron. Via de publieke warmtetransportleiding wordt de warmte getransporteerd naar Dukenburg, tot aan het onderstation. Vanaf het onderstation wordt het warmtekavel van warmte voorzien. Dukenburg is één warmtekavel waarvoor één warmtebedrijf wordt aangewezen, na het doorlopen van een concessieaanbestedingsprocedure. Het aangewezen warmtebedrijf krijgt voor de duur van de concessie het recht en de plicht op de realisatie en exploitatie van het warmtenet. Het warmtebedrijf heeft ook het recht en de plicht warmte te leveren aan afnemers en te voldoen aan de voorwaarden uit de Warmtewet. De rechten en plichten gelden voor het gehele warmtekavel/concessiegebied.

13

De voorwaarden, zoals beschreven bij de randvoorwaarden in hoofdstuk 3, worden meegegeven in de aanbesteding als harde eisen. We stellen eisen op het gebied van (onder meer) prijs (betaalbaarheid), kwaliteit, duurzaamheid, prestaties, leveringszekerheid en leefbaarheid. In de aanbesteding kunnen verschillende warmtebedrijven mee doen. De procedure staat open voor inschrijvingen vanuit één partij die zowel realisatie/beheer als levering kan oppakken als voor inschrijvingen waarbij partijen samenwerken: één partij die realisatie/beheer oppakt en een andere partij die de levering oppakt.

2. Een publieke transportleiding, een voorgeschreven publieke partij voor de distributienetten en een aanwijzing van één warmteleverancier voor Dukenburg. ARN is de warmteproducent en dus de warmtebron. Via de publieke warmtetransportleiding wordt de warmte getransporteerd naar Dukenburg, tot aan het onderstation. Vanaf het onderstation wordt het warmtekavel van warmte voorzien. Dukenburg is één warmtekavel waarvoor een publieke partij de distributienetten realiseert en beheert. Er wordt één warmteleverancier aangewezen, na het doorlopen van een aanbestedingsprocedure. De realisatie en het beheer van de warmtenetten in de warmtekavel worden uitgevoerd door een publieke partij, te weten Firan. De aangewezen warmteleverancier krijgt het recht en de plicht warmte te leveren aan afnemers en te voldoen aan de voorwaarden uit de Warmtewet. De rechten en plichten gelden voor het gehele warmtekavel/concessiegebied. In dit scenario wordt netbeheer en leverantie gescheiden. De netbeheerder geeft aan de warmteleverancier de kosten voor het realiseren en beheren van het warmtenet. Samen met de warmteleveringskosten kan de warmteleverancier daarmee de totale kosten aangeven. De netbeheerder en leverancier (twee afzonderlijke partijen) zijn uiteindelijk samen verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid.

Doordat de verantwoordelijkheden in dit scenario niet meer integraal belegd zijn (bij één warmtebedrijf), zijn er onderlinge contracten nodig om dit goed te beleggen. Met het doorlopen van de procedure om een warmteleverancier aan te wijzen stellen we eisen op het gebied van een tijdige realisatie van gevraagde afname (leveringscontracten), de toepassing van duurzame bronnen en de kwaliteit van dienstverlening.

14

9. Kanttekeningen De twee scenario’s zijn met marktpartijen in een marktverkenning besproken op technische en financiële risico’s. De twee scenario’s kennen een aantal voor- en nadelen vanuit marktpartijen, sturing door gemeente en wet- en regelgeving. Een publieke transportring en een aanwijzing van één warmtebedrijf voor realisatie/beheer en exploitatie voor Dukenburg kent de volgende voor- en nadelen:  Directe sturing mogelijk via één partij op de volgende publieke waarden: o Tijdige realisatie netten (aansluitcontracten) o Tijdige realisatie afname (leveringscontracten) o Eenduidig leveringstarief in het warmtekavel o Uniforme aansluitbijdrage in het warmtekavel o Transparantie in kosten o Toepassing van duurzame bronnen o Efficiënt systeem o Kwaliteit van warmtelevering o Kwaliteit van dienstverlening  Aanleg van een warmtenet wordt juridisch afgedwongen  Meerdere marktpartijen hebben vanuit de marktconsultatie aangeven interesse te hebben, waardoor marktwerking en concurrentie ontstaat. Hierdoor kan de beste marktpartij met de beste prijs/kwaliteit verhouding geselecteerd worden  Voorinvesteringen, lage rendabiliteit en afhankelijkheidsrisico’s worden bij de markt belegd  Efficiency door integraliteit. Immers, hoe meer partijen in de keten betrokken zijn, des te meer afhankelijkheden ontstaan, en daarmee warmtelevering lastiger wordt.

 De optie één warmtebedrijf voor realisatie/beheer en exploitatie past volledig binnen de nieuwe warmtewet, waarbij de verantwoordelijkheden integraal belegd moeten worden in een zogenaamd “integraal warmtebedrijf” Het warmtebedrijf heeft een zekere machtspositie, afnemers zijn tijdens de concessieduur afhankelijk van deze partij

15

Een publieke transportring, een voorgeschreven publieke partij voor de distributienetten en een aanwijzing van één warmteleverancier voor Dukenburg kent de volgende voor- en nadelen: 

-

-

  -

Directe sturing mogelijk via de leverancier op de volgende publieke waarden: o Tijdige realisatie afname (leveringscontracten) o Toepassing van duurzame bronnen o Kwaliteit van dienstverlening Geen sturing mogelijk op de volgende publieke waarden: o Tijdige realisatie netten (aansluitcontracten) o Eenduidig leveringstarief in het warmtekavel o Uniforme aansluitbijdrage in het warmtekavel o Transparantie in kosten o Efficiënt systeem o Kwaliteit van warmtelevering Aanleg van een warmtenet kan niet juridisch afgedwongen Marktpartijen hebben vanuit de marktconsultatie aangeven geen interesse te hebben, waardoor er geen marktwerking en concurrentie ontstaat. Hierdoor kan geen selectie van de beste marktpartij met de beste prijs/kwaliteit verhouding plaatsvinden In geval van splitsing tussen aanleg en warmtelevering, zal de rol van het warmtebedrijf beperkt zijn tot enkel administratieve handelingen zonder positieve invloed van betekenis op de dienstverlening; De warmteleverancier is wettelijk verantwoordelijk voor een efficiënte systeembeheersing, echter de netbeheerder is de partij die daar uitvoering aan geeft. Een goede samenwerking en een juridische borging zijn vereist. De warmteleverancier is wettelijk verantwoordelijk voor een duurzaam warmtenet. De netbeheerder is echter de partij die daar uitvoering aan geeft. Een goede samenwerking en een juridische borging zijn vereist.

Risico op juridische discussies ten aanzien van de gescheiden verantwoordelijkheden Voorinvesteringen worden bij een publieke partij neergelegd, Lage rendabiliteit en afhankelijkheidsrisico’s worden bij de leverancier belegd In-efficiency door een geknipte keten. Immers, hoe meer partijen in de keten betrokken zijn, des te meer afhankelijkheden ontstaan, en daarmee warmtelevering lastiger wordt. De optie voor een voorgeschreven netbeheerder en selectie van een warmteleverancier past niet binnen de nieuwe warmtewet, omdat de verantwoordelijkheden niet integraal belegd worden De warmteleverancier heeft een zekere machtspositie, afnemers zijn ze tijdens de concessieduur afhankelijk van deze partij

10.

Conclusie

Vanuit de beste sturing op publieke waarden, passend bij de nieuwe Warmtewet en passend bij de gezochte marktwerking is het meest geschikte scenario een publieke transportring en een aanwijzing van één warmtebedrijf voor realisatie/beheer en exploitatie voor Dukenburg.

16

17

11.

Mogelijke uitkomsten

Om een warmtenet naar Dukenburg te laten realiseren en exploiteren wordt gebruik gemaakt van een publieke transportleiding en een aanwijzing van één warmtebedrijf voor realisatie/beheer en exploitatie voor Dukenburg.

INDIGO

De aanwijzing van één integraal warmtebedrijf kent verschillende mogelijke uitkomsten; Eén marktpartij die zowel distributie als levering uitvoert kan naar voren komen, maar ook een joint venture tussen een publieke partij voor de distributie en een marktpartij voor de levering. In beide gevallen gaat het om een integraal warmtebedrijf dat voor alle facetten van distributie tot levering integraal verantwoording draagt. Uiteraard is het ook mogelijk dat er geen enkele partij naar voren komt die interesse in het project heeft of niet voldoet aan de gestelde eisen.

1 2 3

Bron ARN ARN ARN

Transportnet Indigo Indigo Indigo

Distributienet Marktpartij Firan (publiek) Geen aanbieding

Warmtelevering Marktpartij Marktpartij Geen aanbieding

Als blijkt dat er geen geschikte aanbieding is gedaan, wordt er geen integraal warmtebedrijf aangewezen. Als uit de selectie en dialoogfase blijkt dat er wel een haalbaar en betaalbaar project mogelijk is, maar partijen niet bereid zijn invulling te geven aan de publieke waarden, kan het volgende fall-back scenario worden uitgewerkt: Bron ARN

Transportnet Indigo

Distributienet Firan (publiek)

Warmtelevering Gemeente

Als dit fall-back scenario leidt tot een haalbaar en betaalbaar project kan deze combinatie in een joint venture aangewezen worden als integraal warmtebedrijf.

18

12.

Vervolgstappen

De aanwijzing van het integrale warmtebedrijf vindt plaats middels een concessie-aanbesteding op basis van een concurrentiegerichte dialoog. Een concurrentiegerichte dialoog biedt inschrijvers de mogelijkheid om een passende oplossing aan te dragen om in de behoefte van de aanbestedende dienst te voorzien. De procedure wordt veelal toegepast indien er nog geen volledig uitgekristalliseerde oplossing voor het vraagstuk is, maar de oplossing wel geleverd kan worden. Samen met de inschrijvers werken we naar de aanbieding toe. De aanbestedingsprocedure bestaat uit twee fasen, namelijk eerst een selectiefase en daarna een dialoogfase. In de selectiefase beperken we het aantal gegadigden die wij uitnodigen voor de dialoogfase tot drie. De selectie kan plaatsvinden op basis van uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria. In de dialoogfase geven we invulling aan de opdracht. Door middel van dialoogrondes worden separaat en systematisch gesprekken gevoerd met de individuele inschrijvers. Het doel van de dialoog is samen met de individuele inschrijvers de voorgestelde oplossingen nader uitwerken en uiteindelijk bepalen welke oplossingen het best in de behoefte voorzien. Nadat één of meerdere dialoogrondes zijn doorlopen dient de inschrijver een inschrijving in op basis van de vooraf opgestelde gunningscriteria.

Voor inschrijvers is het noodzakelijk zekerheden over mogelijke afname van warmte te krijgen. Daarom trekken we in de aanbesteding op met de woningcorporaties in Dukenburg. Ook woningcorporaties moeten stappen gaan zetten om woningen aardgasvrij te gaan maken. De woningcorporaties geven de randvoorwaarden mee waaronder zij bereid zijn om tot een warmtenet-aansluiting over te gaan (onder voorbehoud van instemmingsprocedures) voor de woningen in Zwanenveld en noordelijk Lankforst.

Woningbezit woningcorporaties Dukenburg

19

Bijlage: Toelichting ketenonderdelen

INDIGO

A.

De Producent levert warmte aan het warmtenet en volgens vastgestelde kwaliteitsparameters. De warmte wordt verkocht aan de leverancier waarbij de kosten van de warmte direct invloed hebben op de betaalbaarheid van het totaal. Producenten hebben vanuit hun eigen bedrijfsvoering invloed op de duurzaamheid van de warmte. B en C. De Netwerkeigenaar investeert in het transport dan wel distributienet en kan daarom de regels bepalen die gelden voor het net. Hierdoor kan de netwerkeigenaar eisen stellen (rule book) met betrekking tot de regels aan warmtebronnen aan levering en duurzaamheid, regels voor in-voeding op het net door andere producenten, toegang voor andere leveranciers (derden toegang) en op welke termijn het net wordt afgeschreven (betaalbaarheid). B en C. De Netbeheerder krijgt de taak van de netwerkeigenaar om het net te opereren en beheren en krijgt de verantwoordelijkheid voor de handhaving van kwaliteitsparameters die gesteld worden aan het net en de efficiëntie van het net. Hiermee ligt ook de uitvoering voor leveringszekerheid bij de netbeheerder. Dit betekent dat wanneer een warmtebron wegvalt (storing of anderszins) de netbeheerder zorgt dat er een back-up voorziening (gasketel, buffer) aan gaat (te contracteren of in eigen beheer). Hiermee handhaaft de netbeheerder ook de balans tussen vraag en aanbod in het net (leveringszekerheid). D.

De Leverancier heeft een leveringscontract met de afnemer, is het loket voor de eindgebruiker en zorgt voor contracten en facturatie. De leverancier moet zorgen voor transparantie met betrekking tot duurzaamheid en kosten van geleverde warmte voor de consument. Ook kan de leverancier bij meerdere bronnen zorgen voor keuzevrijheid voor consumenten in termen van wat voor warmte ze geleverd krijgen (welke bron). De leverancier heeft een leveringsplicht die ertoe leidt dat de warmteleverancier zelf goed monitort of er geen verstopping of lekkage optreedt. Ook onbalans, het afkoelen dan wel te warm worden van het water, wordt goed gevolgd. E. De Eigenaar van een pand sluit een aansluitovereenkomst met de netwerkeigenaar. De netwerkeigenaar zorgt voor de realisatie van een warmteafgiftesysteem (afleverset) op een nader te bepalen plaats. Het is aan de eigenaar om zijn warmtesysteem (radiatoren oid) aan te sluiten aan de afleverset en indien nodig aan te passen. F. De Gebruiker van een pand sluit een leveringsovereenkomst met de leverancier om de gebruikte warmte af te rekenen en is gegarandeerd van warmtelevering.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=467c1c89-9ea7-4b9f-b7ba-a0b1a495603a