Initiatiefvoorstel Eerherstel Nijmeegse slachtoffers van heksenvervolging
Tekst van het document
10 april 2025
Initiatiefvoorstel Eerherstel Nijmeegse slachtoffers van heksenvervolging Marieke Smit GroenLinks Nijmegen
Aanleiding Er komt steeds meer aandacht voor eerherstel voor mensen die het slachtoffer zijn geworden van heksenvervolgingen, waaronder de recente oprichting van het Nationaal Heksenmonument in Roermond1. Deze zal opgericht worden om de slachtoffers van heksenvervolgingen in Nederland te herdenken. Maar ook voor het vergroten van het bewustzijn dat onderliggende oorzaken zoals vrouwenhaat, complotdenken en het aanwijzen van zondebokken nog steeds in onze samenleving aanwezig zijn. Het is namelijk zo dat de vermeende heksen van toen niet gefolterd en vermoord werden omdat ze magie bedreven, maar omdat ze niet aan de norm van de samenleving voldeden; bijvoorbeeld vrouwen die mondig of zelfstandig waren, mensen die zich uitspraken tegen het patriarchaat, niet het juiste geloof aanhingen of simpelweg anders waren en daarom uit de samenleving verbannen moesten worden. Nijmegen vormde hierop geen uitzondering en ook in onze stad werden tenminste tien personen ter dood veroordeeld. Dit initiatiefvoorstel heeft als doel de nagedachtenis van de slachtoffers te herstellen, onder meer door straten naar hen te vernoemen en hun weer een plek in de stad terug te geven. En tegelijkertijd dient het als een herinnering om lessen te leren uit deze geschiedenis. In dit initiatiefvoorstel zal ik ingaan op een aantal onderwerpen.
Ik begin met een korte introductie over de heksenvervolging en de specifieke situatie in Nijmegen. Daarnaast richt ik de focus op vrouwen en maak de koppeling naar de huidige tijd, inclusief de discussie over aan wie onze openbare ruimte toebehoort en wie daarin gerepresenteerd mag worden. Ten slotte zal ik een aantal concrete voorstellen doen. Toen ik begon, verwachtte ik dat dit een kort voorstel zou zijn dat in een paar dagen geschreven kon worden. Echter, het veranderde al snel in een uitgebreide zoektocht door archieven, artikelen en boeken, aangevuld met enorm boeiende gesprekken met onder andere de Stichting Nationaal Heksenmonument en diverse historici. Ik zal in dit initiatiefvoorstel proberen een evenwicht te vinden tussen de overvloed aan beschikbare informatie en een leesbaar en relevant voorstel, zonder afbreuk te doen aan de complexiteit van de geschiedenis. Ik zal naar de gebruikte bronnen in de voetnoten verwijzen. Speciale dank aan: Hans van Oerle, Mediëvist Manja Bedner, Stichting Nationaal Heksenmonument Arjan Sterken, PhD onderzoeker en docent Vergelijkende Religiewetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen Prof.dr. Maria Grever, em.professor Theory of History and Historical Culture, Erasmus University Rotterdam Regionaal Archief Nijmegen
1
Nationaal Heksenmonument tegen vrouwenhaat komt in Roermond
De opkomst van heksenvervolgingen Er bestaat een algemeen misverstand dat heksenvervolgingen voornamelijk in de middeleeuwen plaatsvonden. In werkelijkheid bereikten deze vervolgingen hun hoogtepunt tussen circa 1450 en 1750 in de vroegmoderne tijd. Al deden zich zowel vóór als lang na deze periode incidenten voor, zelfs na de Tweede Wereldoorlog en vinden ze op sommige plaatsen nog steeds plaats. De vroegmoderne periode is essentieel voor het begrijpen van de heksenvervolgingen, vanwege de sociale en politieke structuren die bijdroegen aan het hoge aantal slachtoffers, dat tussen de 30.000 en 60.000 personen geschat wordt in Europa. De heksenjacht begon aanvankelijk als een jacht op ketterij, waarbij afwijkingen van de christelijke leer zwaarder wogen dan beschuldigingen van magie en toverkunsten. Hierbij speelde de strijd om het ware geloof en kerkelijke dogma’s een belangrijke rol.23 Het is niet verwonderlijk dat het verhaal van “Mariken van Nimwegen” juist in deze tijd werd geschreven rond 1518. De situatie in de 15e eeuw verslechterde door sociale onrust, veroorzaakt door de pest, oorlogen, hongersnood en armoede. Dit leidde ertoe dat heksen en ketters als zondebokken werden aangewezen om rampen te verklaren in een tijd waarin mensen geloofden in magie en de duivel als veroorzaker van onheil.
Soms ondersteunden machthebbers deze praktijken om hun grip op de samenleving te behouden. Ook de kerk ging zich hier intensiever mee bezig houden. Na de uitvaardiging van de pauselijke bul 'Summis desiderantes affectibus' door Paus Innocentius VIII in 1484, begon de Inquisitie (het kerkelijk gerecht) zich nadrukkelijker te richten op de vervolging van hekserij. Dit werd snel gevolgd door de publicatie van 'De Heksenhamer4, geschreven door de Dominicaanse monnik Heinrich Kramer in 1487. De Heksenhamer was een handleiding voor heksenjagers die gedetailleerde instructies gaf voor het vervolgen, folteren en executeren van (voornamelijk vrouwelijke) heksen. Het is belangrijk te benadrukken dat heksenvervolging niet enkel een kerkelijke aangelegenheid was, maar ook sterk beïnvloed werd door lokale rechtspraak en publieke druk om verantwoordelijken aan te wijzen voor tegenspoed. Lokaal recht speelde een cruciale rol omdat burgers elkaar van hekserij konden beschuldigen, waarna lokale rechtbanken, soms onder druk van de bevolking, in actie kwamen tegen deze beschuldigingen. De manier waarop hekserij bewezen kon worden en of folteringen toegestaan werden, varieerde echter sterk per locatie. Daarnaast bestond er vanuit zowel religieuze als filosofische stromingen niet altijd consensus over het bestaan van hekserij en er was ook aanzienlijke kritiek op de vervolgingen.
Deze complexe context verklaart ook de grote verschillen in hoe bepaalde Nederlandse en Europese regio's te maken kregen met ware epidemieën van vervolging en veroordeling, terwijl andere plaatsen hiervan gespaard bleven. Dit brengt ons bij de Nijmeegse situatie.
Boek: Dick Harrison (2024). Heksenjacht. Omniboek Roze geschiedenis Njmegen: Heksenvervolging 4 Heksenhamer - Handboek voor de heksenvervolging | Historiek 2 3
Heksenvervolging Nijmegen De Stichting Nationaal Heksenmonument5 heeft een inventarisatie gemaakt van de personen die zijn veroordeeld voor hekserij in verschillende steden, al werd destijds de term 'toverij' gebruikt voor de aanklachten. De meeste informatie over Nijmegen komt uit het Gelders Archief en is door verschillende historici geanalyseerd67. De verzamelde informatie kan nooit als volledig worden beschouwd, gezien er altijd ruimte is voor het vinden van nieuwe bronnen. Bovendien varieert de hoeveelheid beschikbare informatie per veroordeelde. Over sommige personen, zoals Henneke Versteegh8 en haar dochter Neele zijn uitgebreide verslagen bekend. Zij werden opgepakt in Ooij en verhoord en gevangen gehouden in de Valkhofburcht. Over hen is te lezen dat zij na veertig dagen marteling bekenden dat ze toverzalf hadden gebruikt waarmee ze dieren ziek maakten en met de duivel dansten. Van anderen weten we alleen dat ze gemarteld en geëxecuteerd zijn, gebaseerd op bewaard gebleven afschriften van betalingen aan de scherprechter (beul). In 1469 werd Sander van Loenen in Nijmegen als eerste ter dood veroordeeld wegens hekserij en op de brandstapel verbrand. De burggraaf beschreef hoe na zijn dood zijn bezittingen met zijn vrouw werden gedeeld.
De bron daarvoor ligt Gelders Archief in Arnhem, waar het volgende is te vinden: (HA [Rijksarchief in Gelderland, Hertogelijk Archief], inv 542 (rek burggraaf 13-07-1469 tot 13-071470) f. 18v “Soe Sander van Loennen getovert hadt ende daerumb gebrant wardt, soe heb ick des selven Sanders guet tegen sijnen wijff gedeylt”,) Naast specifieke gevallen laat onderzoek ook zien dat Nijmegen een bepalende rol speelde in deze geschiedenis. Al eerder werd omschreven dat vervolging ook afhing van lokale keuzes. Nijmegen genoot substantiële lokale autonomie, maar viel onder de feodale heerschappij van Karel van Gelre (1492-1538), waarbij hij indirect invloed uitoefende via de lokale burggraaf. Hier is het belangrijk op te merken dat Karel van Gelre het besluit nam om vermeende toverij te beschouwen als "geloofsafval", wat met de doodstraf bestraft moest worden. Echter, voor een veroordeling was wel een bekentenis nodig. Wanneer vermeende heksen weigerden te bekennen, stond het lokale recht het toe om een beul in te schakelen. In eerste instantie importeerde Nijmegen een beul uit Kleef, maar na verloop van tijd ontwikkelde de stad zelf expertise in het folteren van vermeende heksen. Deze expertise en de beul werden in de regio geëxporteerd, wat leidde tot een verdere verspreiding van foltermethoden en waarschijnlijk een toename van veroordelingen.
Een aantal andere veroordelingen zijn terug te vinden in de geschriften van Johannes Wier9, de arts uit Grave die zich juist sterk uitsprak tegen foltering en de veroordeling voor tovenarij. In zijn werken omschrijft hij hoe in Nijmegen diverse vrouwen, waarvan de namen niet zijn overgeleverd, ter dood
Stichting Nationaal Heksenmonument PDF Willem de Blécourt: Tovermeestersin Nijmegen 1988 7 Boek: M. Gijswijt-Hofstra, W. Frijhoff, Nederland betoverd. Toverij en hekserij van de veertiende tot in de twintigste eeuw (1989) 8 Vroeg Moderne Tijd :: heksenvervolging in Nijmegen 9 Een weldenkend en humaan mens: Johannes Wier (1515-1588) - BHIC 5 6
werden gebracht op beschuldiging van hekserij. Daarnaast weten we dat er nog meer slachtoffers zijn die ‘mildere’ straffen hebben gekregen, zoals verbanning. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de zaak van Arnt Ghyzensz die voor 20 jaar uit de stad verbannen werd vanwege toverijen. Hij moet op een afstand van 2 mijlen van de stad blijven. Het ging hier waarschijnlijk om het zogenaamde waarzeggen of toekomstvoorspellen, wat werd gezien als een bedreiging voor “eenvoudige lieden”. Dat was ook verboden maar werd minder zwaar bestraft. Voor zover bekend zijn de volgende personen door de Nijmeegse rechtspraak veroordeeld voor toverij en ter dood veroordeeld: Lijst van Nijmeegse slachtoffers - Sander van Loenen, 1469 (levend verbrand) - een vrouw, 1513 (doodstraf) - Ulant die Swart, 1519 (doodstraf) - een vrouw, 1532 (vonnis onbekend) - Heijll van Venloe, 1555 (doodstraf) - Barbara tho Herpe, zus van Heijll, 1555 (doodstraf) - Triijn Achencken, 1557 (doodstraf) - Jutt van Lenth, 1557 (doodstraf) - Hilleken Maelpots, 1584 (vonnis onbekend) - Henneken Versteegh, 1603 (verdrinkingsexecutie) - Neele, dochter van Henneken Versteegh, 1603 (ontsnapt aan verdrinkingsexecutie)
Vrouwelijke slachtoffers De overgrote meerderheid van de slachtoffers van heksenvervolgingen was vrouw, gemiddeld zo’n 80%, afhankelijk van de regio. Dit was geen toeval, maar het resultaat van sociale, religieuze en culturele opvattingen. Zoals gezegd was een belangrijke factor de Malleus Maleficarum (1487) ofwel de Heksenhamer. Dit boek legde een grote nadruk op de boosaardigheid van vrouwen die fysiek, mentaal en spiritueel zwakker dan mannen zouden zijn, waardoor ze volgens Kramer makkelijker door de duivel verleid konden worden. Hij stelde dat "alle hekserij voortkomt uit de wellust van vrouwen" en beschreef hen als jaloers, wraakzuchtig en geneigd tot leugens. Hierdoor zouden ze eerder zwarte magie gebruiken. Het boek moedigde strenge ondervragingen en marteling aan om bekentenissen af te dwingen en gaf richtlijnen voor het identificeren en bestraffen van "heksen". En promootte nieuwe foltermethoden, zoals de waterproef en het verbranden van lichaamshaar om duivelstekens op te sporen. Het werk verspreidde zich breed in Europa en versterkte de overtuiging dat hekserij een "vrouwenzonde" was. In de aanloop naar de vroegmoderne tijd werden genderrollen strikter, mede door de opkomst van een moralistische elite en een stedelijke burgerij. Dit leidde tot een afname van de arbeidsparticipatie van vrouwen en een conservatiever vrouwbeeld.
De nog bestaande invloed van vrouwen ook wel “vrouwenmacht”10 genoemd, werd steeds meer met argwaan bekeken. Hoewel vrouwen geen formele macht hadden, speelden ze een belangrijke rol als vroedvrouwen, handelaren of onafhankelijke weduwen. Dit wekte wantrouwen, vooral naar vrouwen zonder mannelijke voogd, die als onvoorspelbaar en gevaarlijk werden beschouwd. Daarnaast hielden vrouwen zich vaker bezig met praktijken die later als hekserij werden beschouwd, zoals geneeskunde, volksmagie en rituelen. Hoewel dit in Nederland minder vaak een aanleiding voor vervolging was dan algemeen wordt aangenomen11. Vaker werden vrouwen die afweken van de heersende normen sneller het doelwit van heksenjachten, omdat hun gedrag meer aanleiding gaf tot hekserijbeschuldigingen dan dat van vrouwen die zich conformeerden aan het patriarchale maatschappijsysteem. Naast ideologische factoren speelden ook praktische redenen een rol. Vooral alleenstaande of oudere vrouwen waren kwetsbaarder voor beschuldigingen omdat ze vaak minder bescherming genoten. Vrouwen die steun kregen van een echtgenoot, invloedrijke vrienden of een hechte gemeenschap werden beter beschermd tegen zowel beschuldigingen als veroordelingen.
Boek: Tussen heks & heilige (1985). Hoofstuk De heks als duivelsboel. Over het ontstaan van angst voor heksen en de bescherming tegen beheksing. Door Lène Dresen-Coenders. Uitgeverij SUN 11 Boek: Dick Harrison (2024). Heksenjacht. Uitgeverij Omniboek 10
Heksen in de openbare ruimte Dit initiatiefvoorstel roept op om vermeende heksen uit het verleden in Nijmegen opnieuw een plek te geven in onze stad door hen te eren met een straatnaam in een van onze nieuwbouwwijken. Ik laat de keuze voor de locatie en de exacte naamgeving graag over aan de straatnamencommissie, maar stel voor dat de namen van degenen die bekend zijn volledig worden meegenomen. Ik wil hierbij verwijzen naar de adviezen van historica Maria Grever, zij heeft onderzoek gedaan naar de omgang met omstreden monumenten en vernoemingen. In oktober 2023 bracht zij met een speciale commissie het rapport 'Wankele sokkels. Omstreden monumenten in de openbare ruimte' uit, inclusief aanbevelingen en een concrete handreiking12. Zij wijst erop dat sommige mensen en groepen in de geschiedschrijving en herdenking oververtegenwoordigd zijn, terwijl anderen juist onzichtbaar blijven. Dit vraagt om bewuste keuzes bij het benoemen van straten en monumenten, zodat we een evenwichtiger en representatiever beeld van onze geschiedenis krijgen. Door niet alleen bekende of traditioneel gevierde personen te herdenken, maar ook degenen die door de geschiedenis zijn gemarginaliseerd of vergeten, kunnen we een inclusiever en rechtvaardiger openbare ruimte creëren.
Het is belangrijk te vermelden dat de namen van sommige slachtoffers niet bekend zijn en waarschijnlijk ook niet achterhaald kunnen worden. En we kunnen niet uitsluiten dat er slachtoffers missen op de lijst. Daarom stel ik voor om naast de bekende namen ook een algemene straatnaam te gebruiken die verwijst naar de vervolgingen. Uit gesprekken met experts kwam bijvoorbeeld de volgende suggestie naar voren: Schuldenlozen(laan/straat/weg/hof).
KNAW, Wankele sokkels. Omstreden monumenten in de openbare ruimte. Amsterdam: KNAW 2023. Zie ook: https://www.knaw.nl/nieuws/meer-kennis-nodig-over-omstreden-monumenten 12
Zijn de brandstapels gedoofd? Heksenvervolgingen lijken misschien iets uit een ver en duister verleden, maar is dat echt zo? Om ze op grote schaal te laten plaatsvinden, waren specifieke voorwaarden nodig: strenge sociale, culturele en religieuze normen en grote intolerantie voor andersdenkenden. Met daarbij extra strikte normen voor vrouwen. Tijdens maatschappelijke onrust werden vaak zondebokken aangewezen en massahysterie ingezet om de macht van leiders te behouden wanneer eenvoudige oplossingen niet voorhanden waren. Religiewetenschapper Arjan Sterken benadrukte dat heksenvervolgingen en martelingen konden ontstaan door het demoniseren en ontmenselijken van mensen. Door anderen als minder 'mens' te zien, werden extremere methoden en het opzijzetten van wetten gerechtvaardigd. Als we naar de wereld van nu kijken, zien we dat deze omstandigheden niet alleen nog steeds aanwezig zijn, maar zelfs toenemen. Tolerantie en vrouwenrechten staan onder druk door een opleving van religieus fanatisme en radicaal-rechtse ideologieën. In Afghanistan en Iran worden vrouwen uit het openbare leven verbannen. Tegelijkertijd wordt in Amerika een president gekozen die beschuldigd wordt van seksueel overschrijdend gedrag en tegelijkertijd het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen inperkt. Dit probleem staat echter niet ver van ons bed.
Ook in Nederland worden vrouwen nog steeds uitgesloten en tegengewerkt. Vrouwen die zich niet conformeren aan het ideaalbeeld, die te succesvol, te uitgesproken of simpelweg 'anders' zijn, worden nog steeds als bedreigend gezien. We zien dit in de media, in de samenleving en in de politiek. Vrouwelijke politici ontvangen haatberichten die mannen niet krijgen, worden nog steeds 'heksen' genoemd en kunnen letterlijk lieden met een fakkel op hun adres verwachten. Daarnaast neemt ook in Nederland het gebruik van zondebokmechanismen toe. Populistische leiders geven onbeschaamd minderheden de schuld van complexe sociale problemen. Feitenvrije discussies of hysterische volksmennerij om maar ‘minder’ van deze mensen te willen, worden daarbij niet geschuwd. Net als het feit dat wetten niet meer heilig lijken te zijn. En de rechten van sommige groepen steeds verder worden ingeperkt, zoals bij vluchtelingen die worden geconfronteerd met omstandigheden die we onze eigen 'gelijken' nooit zouden aandoen. En eenieder die het nieuws afgelopen tijd heeft gevolgd, zal nog veel meer voorbeelden kunnen noemen. Concluderend kunnen we stellen dat hoewel de letterlijke brandstapels wellicht verdwenen zijn, de mechanismen die hun bestaan mogelijk maakten nog lang niet zijn uitgedoofd.
Concrete voorstellen Zoals eerder genoemd, heeft dit initiatief als doel om degenen die gefolterd, veroordeeld en omgebracht zijn wegens hekserij hun plek terug te geven in onze stad. Tegelijkertijd willen we deze geschiedenis zichtbaar maken, zodat we ervan kunnen leren. Op het moment is er van deze geschiedenis in Nijmegen nog weinig zichtbaar en dit initiatiefvoorstel beoogt dit te veranderen. Dit kan op verschillende manieren worden vormgegeven, zowel in de fysieke ruimte als via andere vormen. Daarom worden meerdere voorstellen gedaan, waarvan sommige direct uitvoerbaar zijn en anderen op een logisch moment kunnen worden opgepakt. Straatnamen als levende herinnering Het eerste voorstel is om in een van de nieuwe ontwikkelgebieden van de stad straatnamen te vernoemen naar de slachtoffers van de heksenvervolgingen, zoals eerder in dit initiatiefvoorstel is weergegeven. Er is bewust gekozen om geen traditioneel monument op te richten, maar juist straatnamen te gebruiken. Een monument is statisch en wordt vooral bezocht door mensen die al bekend zijn met de geschiedenis. Straatnamen daarentegen maken onderdeel uit van het alledaagse leven en zorgen ervoor dat de namen van de slachtoffers blijvend uitgesproken worden. Dit is een passende manier om juist degenen die ooit uit de samenleving werden verbannen omdat ze als ‘anders’ werden beschouwd, hun plek terug te geven.
Verdere studie en onderzoek Feit is dat heksenvervolgingen hebben plaatsgevonden in Nijmegen en de stad hier een rol in heeft gespeeld. Om de context en omvang van deze gebeurtenissen beter te begrijpen en zichtbaar te maken, zoekt de gemeente Nijmegen samenwerking met de Radboud Universiteit. Dergelijke onderzoeken zijn niet nieuw, de gemeente heeft eerder historische thema's onderzocht door haar verbondenheid met academische leerstoelen binnen de universiteit. De gemeente zoekt uit of dit binnen de bestaande leerstoelen mogelijk is of hier aanvullende afspraken of middelen voor nodig zijn. Maak het deel van de Nijmeegse geschiedenis Naast straatnamen kan de geschiedenis breder zichtbaar gemaakt worden door deze onder de aandacht te brengen op plekken in Nijmegen waar onze geschiedenis al wordt weergegeven. Dit vraagt om een plan in samenwerking met culturele en historische instellingen. Denk hierbij aan het Valkhof Museum of het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. Het college brengt in kaart waar dit mogelijk is en gaat hierover het gesprek aan op een logisch moment. Verhalen tot leven brengen In Nijmegen worden veel verhalen over onze geschiedenis verteld. Net als bij de keuzes rond de representatie in de openbare ruimte, rijst ook hier de vraag wie er in de stadsverhalen opgenomen worden.
Dit betekent dat deze kant van de geschiedenis een vaste plek kan krijgen bij toekomstige aanpassingen aan de Nijmeegse Canon. Maar cultuur speelt ook een belangrijke rol en biedt een toegankelijke manier om het verhaal van de slachtoffers te delen en een breed publiek te bereiken. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door het uitnodigen van het toneelstuk 'De Heks van Almen' van Theatermakers Achterhoek of alternatieven.
Daarnaast is het waardevol om deze geschiedenis verder te verspreiden via organisaties zoals het Gilde en andere instellingen die onze stadsverhalen vertellen en rondleidingen verzorgen.
Beslispunten: 1. Er wordt opdracht verleend aan de straatnamencommissie om te beginnen met het toekennen van straatnamen naar slachtoffers van Nijmeegse heksenvervolgingen, zoals beschreven in dit initiatiefvoorstel. 2. Het college onderzoekt of er (financiële) ruimte is om onderzoek te initiëren naar de specifieke Nijmeegse context waarbinnen de heksenvervolgingen plaatsvonden. Er wordt bekeken of dit kan binnen de bestaande leerstoelen van de Radboud Universiteit of hoe dit op een andere manier vorm gegeven kan worden. Indien mogelijk zal het onderzoek worden uitgevoerd. 3. Het college komt met een voorstel om (binnen de bestaande programma’s) de geschiedenis van heksenvervolgingen in Nijmegen zichtbaar of beleefbaar te maken, waarbij de suggesties uit dit initiatiefvoorstel als leidraad dienen. 4. Het college stuurt binnen 6 maanden een brief aan de gemeenteraad van Nijmegen over de voortgang van de bovenstaande beslispunten.