Initiatiefraadsvoorstel Duurzaam voedsel uit eigen omgeving
Tekst van het document
Initiatiefraadsvoorstel
Duurzaam voedsel uit eigen omgeving
Dit initiatiefvoorstel wordt ingediend door Volkert Vintges (GroenLinks Nijmegen)
Nijmegen 1-7-2021
In samenwerking met Saskia Tuinder (raadslid GroenLinks Heumen, die een vergelijkbaar initiatiefraadsvoorstel Stadslandbouw voor de gemeenteraad van Heumen indient). Met medewerking van GroenLinks werkgroep Groenstructuur, de initiatiefgroep stadslandbouw Kop van Malden (Kien van Hövell, diverse telers, ondersteuners e.a.), Oregional (Gerard Titulaer) en vele anderen.
1
I. Waarom dit initiatiefraadsvoorstel? Er gebeurt al veel In de Kop van Malden (gelegen tussen Malden en Hatert/Grootstal), in de Ooij, op de Warmoes, bij het vroegere Kinderdorp Neerbosch, bij Ressen, in de diverse volkstuincomplexen in en rond Nijmegen (tezamen ruim 500 tuinen; ieder complex met wachtlijsten, op veel plaatsen in en rondom Nijmegen) gebeurt heel wat moois. Het ene na het andere initiatief in stadslandbouw komt - letterlijk – van de grond. Noem het kringlooplandbouw, natuurinclusieve, herstellende (ofwel 'regeneratieve') landbouw, voedselbossen; welk etiket dan ook. Een generatie nieuwe boeren steekt de schop in de grond en werkt aan de transitie in de landbouw, zoals die ook landelijk door regering en parlement worden bepleit. Ze verbouwen niet alleen op duurzame wijze voedsel en verbeteren zodoende de verarmde bodem en de biodiversiteit, maar ze nodigen bewoners van Nijmegen en omgeving uit om mee te doen, door met hen mee te werken, hun producten te kopen en te consumeren. Het Rijk van Nijmegen begint zich daarmee steeds meer tot een nationaal en zelfs internationaal bekende hotspot van innovatieve ecologische landbouw te ontwikkelen. Ook op het vlak van distributie van lokaal geteeld voedsel, initiatieven ter voorkoming van voedselverspilling en schoolmoestuinen gebeurt er veel.
Deze initiatieven worden allengs professioneler, maar missen nog samenhang en opschalingsmogelijkheden. Aan de andere kant zien we dat de roep om gezond voedsel uit de directe omgeving, om meer onderlinge betrokkenheid tussen producent en consument, groeit. De gemeente kan hierop inspelen met gericht beleid. Maar het ontbreekt aan een gemeentelijk stadslandbouw en voedselbeleid Op dit moment is er geen gemeentelijke beleidsnotitie over stadslandbouw, zoals bijvoorbeeld Arnhem die als sinds 2017 kent (het groeit in Arnhem: https://arnhemspeil.nl/docs/2017-09-00-groenarnhem-visie-stadslandbouw-en-regionaalvoedsel.pdf). Wel zijn er diverse aanzetten toe, zoals de Jaarverslagen stadslandbouw van 2019 en 2020 en het onderzoeksrapport Toewerken naar Nijmeegs Voedsellandschap (2020, Martin Ruivenkamp). In de Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in Beweging komt het thema Stadslandbouw en lokale voedselinitiatieven aan de orde. “Stadslandbouw, moestuinen en lokale voedselinitiatieven in de wijken zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie.
Korte-ketenprojecten aan de randen van de stad en in de regio bieden gezond en klimaatvriendelijk voedsel en herstellen de relatie met het platteland en met de boer en de tuinder.” Ook wordt bijgedragen aan de economisch veerkrachtige stad, doordat er perspectief wordt geboden voor lokaal groen ondernemerschap en daarmee een bijdrage aan meer banen. Kennis en bewustzijn rondom voedselproductie maken de stad meer bestand tegen mogelijke voedselcrises (https://www.dewereldmorgen.be/artikel/de-hongerige-stadcarolyn-steel-een-bron-van-inspiratie/). Tenslotte wordt de stad ook aantrekkelijker door het (participatief) beheer van natuur en landschap in en rondom Nijmegen. Maar het ontbreekt aan uitwerking van deze Omgevingsvisie op het punt van stadslandbouw.
2
Omdat veel van de initiatieven zich nabij of over de gemeentegrens uitstrekken is het logisch dat Nijmegen nauw samenwerkt met haar buurgemeenten, in het bijzonder met de gemeente Heumen. In de Kop van Malden zijn namelijk de afgelopen jaren al 8 nieuwe ondernemersinitiatieven op korte afstand van elkaar (op een wandelroute van 5,6 kilometer) gestart gericht op duurzame korte-keten-voedselproductie. De Kop van Malden heeft het potentieel zich te ontwikkelen tot nationaal bekend brandpunt van dit soort innovatieve landbouw.
II.
Beslispunten
De gemeenteraad van Nijmegen besluit het college de volgende opdrachten mee te geven: 1. De gemeente ontwikkelt, samen met in ieder geval de gemeente Heumen, een ambitieuze visie voor duurzame en innovatieve stadslandbouw en voedsel met korte ketens tussen producent en consument, waarbij nadruk ligt op het gebied Nijmegen-zuid en de kop van Malden. 2. Bij het opstellen van deze visie dienen de kaders en uitwerking te worden meegenomen zoals geschetst in hoofdstuk III en IV. Lopende onderzoeken als “Toewerken naar het Nijmeegse Voedsellandschap” kunnen hierbij als input gebruikt worden. 3. Deze visie wordt opgesteld en binnen 6 maanden wordt deze visie voorgelegd aan de Raad. 4. De geschatte kosten van €20.000,- voor de op te stellen visie en €50.000,- per jaar voor realisatie, te dekken uit de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid-Groenbudget (zie hiervoor ook hoofdstuk IV Dekking)
3
Definities a. Onder Stadslandbouw wordt verstaan de productie van voedsel binnen en langs de randen van de stad. Hieronder valt ook de handel in en het verwerken en verspreiden van het in de stadslandbouw geproduceerde voedsel, met een levendige, veelzijdige, vruchtbare, duurzame verhouding met aangrenzende stedelijke bewoners. b. Onder innovatief wordt verstaan dat de verschillende ondernemers nauw samenwerken, ondersteund door wetenschappelijk onderzoek naar onder meer bodemontwikkeling, biodiversiteit, verdienvermogen, doorontwikkeling van landbouwmethodes. Door het ontwikkelen van een ‘Healthy landscape’, dragen zij bij aan voorbeeldfunctie voor de regio en opschaalbaarheid van stadslandbouw. c. Onder duurzaam wordt verstaan: landbouw die voldoet aan de kenmerken van
duurzame natuurinclusieve kringlooplandbouw. Hierbij wordt het bodemleven gestimuleerd, het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest uitgesloten en blijven er hoekjes en randen over voor spontane natuur en biodiversiteit. d. Onder korte ketens wordt verstaan dat de relatie tussen telers en consumenten zo
kort mogelijk is, bijvoorbeeld doordat consumenten ook medeproducenten worden (‘prosumenten’) en helpen bij het telen, of doordat burgers mede-eigenaar zijn van de tuinderij, of via abonnementen langjarig zijn verbonden aan de tuinderij. Ook de directe verkoop via markt, boerderijwinkel e.d. valt er onder.
4
III.
Belangrijke kaders t.a.v. visie stadslandbouw.
De gemeente werkt al aan deze kaders (zie bijlage 1), maar ze hebben nog niet geleid tot een visie. a. Bijdrage leveren aan een gezonde stadslandbouw De visie moet er op gericht zijn om telers en instellingen, die zich bezig houden met stadslandbouw, moestuinen en voedselinitiatieven zodanig te ondersteunen dat dit leidt tot een gezonde sector, die zo veel mogelijk op zijn eigen benen kan staan. Stadslandbouw is immers een nieuwe, opkomende vorm van landbouw, die steun verdient, omdat ze een bijdrage kan leveren aan tal van doelen die de gemeente Nijmegen nastreeft (zie hieronder). b. Bijdrage leveren aan klimaatdoelstellingen In deze visie op stadslandbouw dient nadruk gelegd worden op het ondersteunen en faciliteren van het duurzame karakter (vnl. plantaardig, geen gebruik kunstmest, korte ketens e.d.), omdat dit CO2 bespaart. Groene planten nemen met hun bladgroenkorrels CO2 op en maken hiervan zuurstof en suikers om de plant van energie en bouwstoffen te voorzien. Daarmee verzorgen ze de basis van al het leven op aarde. Bij consumptie van deze planten komt weliswaar weer een deel van de koolstof in de vorm van CO2 vrij, maar zeker bij meerjarige en houtige gewassen wordt veel CO2 op deze wijze langjarig vastgelegd/opgeslagen.
De traditionele landbouw produceert daarentegen ook veel CO2, doordat voedsel niet in plantaardige voedingstoffen wordt vastgelegd, maar in dierlijke producten zoals vlees, melkproducten en eieren (https://library.wur.nl/WebQuery/wda/2244882). Omdat deze dieren ook moeten leven en daarbij energie verbruiken komt er weer veel CO2 vrij (en methaangas bij herkauwers). Dierlijke producten zijn daardoor een factor 4 tot 10x zo inefficiënt als plantaardige producten. Daarbij komt dat de grootschalige landbouw ook nog eens veel kunstmest gebruikt. Bij de productie van kunstmest zijn grote hoeveelheden elektriciteit nodig, gemaakt uit verbranding van vooral kolen en aardgas, waarbij weer veel CO2 vrijkomt. Ook het vervoer van landbouwproducten over grote afstanden kost CO2 aan stookolie, benzine/diesel of kerosineverbranding. c. Bijdrage leveren aan verbeteren biodiversiteit In deze visie dient het natuurinclusieve karakter als een belangrijke randvoorwaarde meegenomen te worden. Biodiversiteit begint bij een gezonde bodem (en watersystemen). Veel romantische biologen nemen de periode rond 1900 als referentie voor de hoogste en meest waardevolle biodiversiteit.
De landbouw was toen gemengd, extensief en kleinschalig, zonder gebruik van gif en kunstmest, waarbij plantaardige productie de hoofdmoot vormde en dieren vooral werden gehouden op die plekken waar niets anders dan gras of heide groeide, of als opruimer van restproducten van de landbouw en vooral ook omdat ze mest produceerden, die noodzakelijk was om de bodem niet te laten uitmergelen. Met de komst van herbiciden, pesticiden en kunstmest en industrialisatie van de landbouw, veranderde het boerenbestaan totaal. Dit ging echter ten koste van de biodiversiteit. Met als gevolg dat het bodemleven dramatisch afnam, de hoeveelheid insecten decimeerde, akker- en graslandvogels nu behoren tot bedreigde diersoorten. Door weer op een moderne manier terug te keren naar de positieve elementen van het gemengde kringloopbedrijf kan de biodiversiteit weer
5
worden verhoogd. Daarbij is het gebruik van de bodem essentieel. Natuurinclusieve stadslandbouw biedt hiertoe prima mogelijkheden. d. Bijdrage leveren aan gezondheid In deze visie dient het stimuleren van het nuttigen van groente en fruit een belangrijke plek in te nemen, waarbij zo mogelijk Nijmegenaren meehelpen met de productie, verwerking en distributie (produceren én consumeren ofwel: ‘prosumeren’). Voedselvoorzieningspraktijken in stedelijke omgevingen dragen op meerdere manieren bij aan de gezondheid van de stadsbewoners. Allereerst door het produceren van gezond voedsel. Onze gezondheid is in grote mate afhankelijk van de gezondheid van ons voedsel en die is weer afhankelijk van de gezondheid van de bodem waarop het groeit. Door ecologisch duurzame en regeneratieve productiemethoden te stimuleren kunnen gezonde groentes in de stad worden geoogst. Ten tweede draagt het nuttigen van meer groente en fruit (en minder eten van (rood) vlees) bij aan de gezondheid van mensen. Ten derde dragen voedselvoorzieningspraktijken bij aan de gezondheid door mensen actief te betrekken bij de voedselproductie als activiteit, door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te stimuleren in een CSAtuin (Community Supported Agriculture) of door samen te tuinieren op een buurtmoestuin. Het opzetten en/of onderhouden van eetbaar groen is een fysieke activiteit die inspanning vergt.
Daarnaast wijst omgevings-psychologisch onderzoek uit dat tuinieren stress vermindert , concentratie verbetert en herstel bevordert. Tenslotte draagt groen in de stad, dus ook moestuinen e.d., bij aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Zie infographic van gemeente Den Haag over het effect van groen op welzijn en gezondheid: https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5239135/1/Presentatie_Buck_Consultants_I nternational. e. Bijdrage leveren aan sociale cohesie en educatie Met deze visie kan een bijdrage geleverd worden aan meer ontmoetingen in de wijk en leren waar ons eten vandaan komt. Belangrijk om sociale cohesie in de wijken te vergroten is dat buurtgenoten elkaar tegenkomen en elkaar (beter) leren kennen. Groen speelt een belangrijke rol in het creëren van mooie en gezellige plekken in de wijk en heeft sociale verbindende functies. Eén van de vele manieren waarop hier invulling aan wordt gegeven is door samen groenten te verbouwen in de moestuin, samen te koken en te eten. Het samen buiten zijn en het delen van een maaltijd, verbindt. Uit ervaring van de telers blijkt ook dat een belangrijke doelgroep juist ouders met kinderen zijn, die hun kinderen iets willen bijbrengen over waar hun eten vandaan komt. f. Bijdrage leveren aan inclusie Met deze visie kan bijgedragen worden aan inclusie, mits dit wordt geconcretiseerd.
Er bestaat de mogelijkheid om kwetsbare groepen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt te betrekken bij de activiteiten en hen een zinvolle besteding te geven, waarbij ze tegelijkertijd ook vers en gezond voedsel voor zichzelf produceren. Ook blijkt een belangrijke doelgroep juist (oudere) mensen te zijn die wel graag een moestuin of volkstuin zouden willen hebben, maar deze niet hebben, of niet meer in staat zijn een dergelijke moes/volkstuin te onderhouden.
6
g. Bijdrage leveren aan korte ketens Deze visie biedt kansen om de relatie tussen stad en platteland en tussen producent en consument te verbeteren, mits de afstand tussen beiden klein wordt gehouden. Wereldwijd doet zich een tendens voor waarbij er een steeds grotere kloof ontstaat tussen stad en platteland. Overal zie je deze tendens. We begrijpen elkaar steeds minder en wantrouwen elkaar steeds meer. Dit heeft ook consequenties voor de bestuurbaarheid van het land. Initiatieven om deze scheidslijn te doorbreken zijn dan ook meer dan welkom. Vanuit de energiewereld zie je dat er door technologische innovatie de mogelijkheid ontstond om zelf energie op te gaan wekken. We zijn daardoor niet alleen meer consumenten van energie, maar hebben ook de mogelijkheid om zelf energie op te wekken: ‘prosumenten’. Dit heeft geleid tot het oprichten van energiecoöperaties en investeringen van stedelingen in energieprojecten in het landelijk gebied. Dit wordt als een goede methode gezien om de weerstand tegen zonne- en windparken te doorbreken. Deze zelfde ontwikkeling zie je ook op het gebied van voedselproductie. Klassiek zijn de moestuinen en volkstuinen. Maar nieuwe ontwikkelingen dienen zich aan. Zoals het concept van Herenboeren, waarbij een coöperatie van burgers landbouwgrond huren, een boer in dienst nemen en zelf voedsel gaan produceren.
7
IV.
Praktische uitwerking t.a.v. visie stadslandbouw.
De volgende punten gebeuren soms al (zie bijlage 2), maar zijn veelal nog niet in beleid opgenomen. We willen deze punten in de visie meegenomen zien. 1. Gemeente ondersteunt locale/regionale duurzame telers/prosumenten met
professionalisering, vergroten bekendheid en promotie (denk aan Rondje Noord) en indien mogelijk afzetmogelijkheden. Ook ondersteunt ze bij de zoektocht naar stimuleringsgelden zoals subsidies (Provincie, POP-gelden enz.). 2. Gemeente ondersteunt lokale telers/prosumenten in hun zoektocht naar stukjes
grond (of daken enz.) in of rondom de stad (in overleg met buurgemeenten) voor aanleg van groente- en fruittuinen of voedselbossen. 3. Gemeente ondersteunt met name initiatieven die ook een bijdrage leveren aan de
inclusieve stad, zoals initiatieven rondom stadslandbouw en voedsel(bereiding) die mensen met een, al of niet tijdelijke, afstand tot de arbeidsmarkt kansen bieden voor re-integratie, activering en participatie. Gemeente helpt deze initiatieven te versterken en te verbreden. Denk hierbij ook aan sociale kookinitiatieven zoals Soepie doen, Tuin tot Bord, Vincentiusvereniging en de Wijkfabriek. Ook De Bastei kan hierbij worden betrokken. 4. Gemeente voert overleg met de verschillende lokale telers uit de Kop van Malden en
Nijmegen Noord, maar ook met ondernemers zoals van CSA-tuin/Voedselbos Eetmeerbosch, Land van Ooij, Co-Bomen, de Warmoes, Akkers van Doornik en vele andere over de mogelijkheid voor een groente- en fruitpluklidmaatschap, tegen gereduceerd tarief, op basis van de Meedoenregeling van Nijmegen. 5. Gemeente zoekt actief met wijk- en buurtgroepen en basisscholen die een pluktuin
of schoolmoestuin willen beheren, naar groene locaties bijvoorbeeld in groenvoorzieningen die niet primair een stedelijke of regionale functie dan wel een natuurfunctie hebben, met als doel dat op termijn minimaal in alle buurten van de stad één pluktuin en/of schoolmoestuin wordt gerealiseerd. 6. Gemeente betrekt bij aanplant van bomen in de stad de buurt, waarbij uitdrukkelijk
ook gekeken wordt naar mogelijkheden voor aanplant van fruit- en notenbomen (zie de grote aantrekkingskracht iedere herfst van de walnoten in het Notenlaantje en de kastanjes op de stuwwal). 7. De gemeente verkent samen met o.a. de DAR de vele mogelijkheden om te komen
tot meer publieke betrokkenheid bij compostering (zie onder meer Stichting Buurtcompost) en tot samenwerking met stadslandbouwers, gelet op de materiële (circulariteit) alsook de educatieve en participatieve voordelen. Op dit moment zijn er al op diverse plaatsen wormenhotels geplaatst, hetgeen goed loopt. 8. De gemeente ondersteunt de vorming van een Stadslandbouwplatform cq netwerk van stadslandbouwinitiatieven (als uitvloeisel van de ambitie tot en de feitelijke ontwikkeling van netwerken sinds European Green Capital 2018).
8
V.
Dekking
Voor het opstellen van een visie is menskracht nodig. Zeker als hiervoor ook overleg nodig is met in ieder geval de gemeente Heumen. Hiervoor is €20.000,- nodig. Vervolgens is er een bedrag nodig om het programma ook te kunnen uitvoeren. Het ondersteunen en helpen van samenwerkingsverbanden van telers en burgers die een bijdrage willen leveren aan stadslandbouwinitiatieven kost, naast ondersteuningsgelden, ook menskracht. Hierbij gaat het om structureel geld. Geschat wordt dat vanuit Nijmegen een structurele bijdrage van zo’n €50.000 voldoende moet zijn. In de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid (binnen het Groenbudget) is €50.000 beschikbaar hiervoor. Voor het opstellen van een visie is eenmalig ook geld beschikbaar. Daarnaast is er nog wat budget beschikbaar vanuit Woonmilieuverbetering voor uitvoering concrete eenmalige projecten. Vanuit het groenbeleid wordt ook nauw samengewerkt met het gezondheidsbeleid en lopen er diverse sociale initiatieven, waarvoor ook geld beschikbaar is vanuit andere potjes. Noot: Specifiek voor de uitvoeringsagenda Kop van Malden (geen onderdeel van dit Initiatiefvoorstel) is een extra budget van 25.000,- tot 50.000,- nodig. Hier komen we in de begrotingsbehandeling 2022 op terug.
VI.
Excursie
Voor belangstellende raadsleden (uit Nijmegen en Heumen) biedt de Initiatiefgroep Stadslandbouw Kop van Malden graag de mogelijkheid om een excursie door het gebied en een bezoek aan enkele telers. U kunt zich daarvoor aanmelden bij Volkert Vintges
9
Bijlage 1. Aansluiting bij bestaand gemeentelijk beleid en onderzoek De recent vastgestelde Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging Pag. 32: Stadslandbouw, moestuinen en lokale voedselinitiatieven in de wijken zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Korte-keten-projecten aan de randen van de stad en in de regio bieden gezond en klimaatvriendelijk voedsel en herstellen de relatie met het platteland en de boer en tuinder. Het interne rapport van de gemeente over een eerste fase onderzoek door Martin Ruivenkamp met als titel Toewerken naar het Nijmeegse Voedsellandschap In dit rapport pleit Ruivenkamp voor een integratie van eetbaar groen in de stad om te kunnen bouwen aan de realisatie van een gezond, gelijkwaardig, lokaal en weerbaar voedselvoorzieningsnetwerk. Zijn visie onderscheidt vijf complementaire componenten – ecologische duurzaamheid, educatie, sociale cohesie, mentale en fysieke gezondheid, en economische vitaliteit – waar elk van de voedselvoorzieningspraktijken op zijn eigen individuele wijze aan bijdragen. Deze vele individuele praktijken brengt hij in kaart om een overzicht te verkrijgen van hoe ‘eetbaar’ Nijmegen eigenlijk is.
Daarnaast poogt hij verbindingen te leggen tussen deze bestaande verschillende voedselvoorzieningspraktijken om de mogelijkheden te identificeren die er zijn en gecreëerd kunnen worden om tot een meer (zelfvoorzienende) regionale ‘foodscape’ (voedselnetwerk) te kunnen komen. Hierbij wordt eveneens in kaart gebracht hoe inwoners van Nijmegen zich tot het ‘eetbaar groen’ verhouden (middels participatie) en welke mogelijkheden er zijn om een samenwerking tussen ‘food citizens’ en stadslandbouwinitiatieven te realiseren. Juist in deze verbindingen en vormen van samenwerking schuilt de potentie van een transitie, die bijdraagt aan ecologische, sociale en economische duurzaamheid.
Overzicht van acht verschillende hoofdcategorieën aan waarden die door voedselvoorzieningspraktijken gecreëerd kunnen worden en bijdragen aan de doorontwikkeling van het stedelijke Voedsellandschap van Nijmegen.(Toewerken naar Nijmeegs Voedsellandschap; Martin Ruivenkamp)
10
Onderzoek PARTIGAN (participatieve vergroening van Nijmegen en Arnhem) Participeren in het groen kan de gezondheid bevorderen. Inwoners met een lage sociaal economische status hebben het meeste baat bij een toegang tot openbaar groen (zoals tuinen, parken en straatgroen) vooral als ze hier actief gebruik van maken. PARTIGAN onderzoekt hoe kwetsbare buurten in Arnhem en Nijmegen zo kunnen vergroenen dat het aansluit bij de behoeften en wensen van inwoners om daarmee gezondheidsachterstanden terug te dringen. PARTIGAN bestudeert het actief gebruik van groen en de waardering van al dan niet participatief aangelegde parken en de ervaringen van groene burgerinitiatieven. Ze meten het effect op gezondheid en welzijn van de vergroening van een aantal pilotgebieden die participatief worden aangelegd. Het PARTIGAN-consortium wordt gevormd door kennisinstellingen (WUR, VU, RU), gemeenten (Arnhem en Nijmegen), groenbeheerders (Staatsbosbeheer, NVTL, VHG), het groene en sociale maatschappelijke middenveld (IVN, Pharos) en groene burgerinitiatieven. Er wordt samengewerkt met diverse andere consortia. Manifest voor een vitale groene stad (Nijmeegse expertgroep Vitale groene stad) Onze voedselvoorziening heeft veel invloed op natuur en klimaat. Natuurinclusieve landbouw kent veel aspecten die een positieve invloed hebben op het leven in en om de stad.
De biodiversiteit neemt weer toe, kringlopen worden gesloten, het bodemleven verbetert, het landschap wordt aantrekkelijker en landbouwgebieden kunnen bijdragen aan het voorkomen van nadelige effecten van klimaatverandering. Ecologische (stads-)landbouwprojecten, groot- en kleinschalig, dragen bij aan de sociale cohesie in en om de landbouwbedrijven en landgoederen. Tot nu weten de meeste inwoners van de stad weinig wat hun omgeving aan duurzame voedselinitiatieven heeft te bieden en hoe ze daarvan gebruik kunnen maken. We streven ernaar dat de consumptie van lokaal, duurzaam geproduceerd voedsel een normaal gebruik wordt onder Nijmegenaren, een eerlijke prijs heeft, en ook dat investeren in dit soort lokale en regionale initiatieven kansrijk is, bijvoorbeeld via coöperaties of fondsen.
Bijlage II. Overzicht van lopende initiatieven Er gebeurt al heel veel op het gebied van stadslandbouw, buurtmoestuinen, zelfoogsttuinen, volkstuinen, schoolmoestuinen en voedselbossen in en om Nijmegen en de initiatieven groeien en worden professioneler, waarmee het Rijk van Nijmegen uitgroeit tot de hotspot op het gebied van stadslandbouw. Niet voor niets is hieraan in de Omgevingsvisie aandacht besteed. Om duurzame stadslandbouw echter stevig en duurzaam te verankeren in Nijmegen wordt meer en meer de noodzaak gevoeld om hierop beleid te maken. Uit jaarverslag Stadslandbouw jaarverslag 2020 en uit andere verslagen: 1. Voedselbossen In Nijmegen liggen diverse voedselbossen. Bij Kinderdorp Neerbosch ligt een voedselbos bij de oogstgenotentuin (CSA-tuin) van Siem Ottenheim. Het Novio voedselbos Bredestraat heeft de droogte van 2020 doorstaan dankzij de inzet van de Werkgroep Groen Hees. Op Landgoed Grootstal is een begin gemaakt met een voedselbos. In februari 2021 is het participatieproces gestart om te komen tot een voedsellandschapspark bij Ressen (ten noorden van Hornbach). Stichting Oregional, Natuur en Milieu Gelderland en de bewoners van Ressen zullen hier samen met de gemeente een ontwerp maken. Kleinschalig zijn er diverse voedselbosplantsoenstroken aangelegd, zoals langs het Carolus Magnusbos op Driehuizen en voor de kinderboerderij in het Goffertpark.
En er zijn ideeën voor een voedselplukroute in Dukenburg en stadslandbouw in Lindenholt. 11
2. Nieuwe projecten met agrobosbouw zijn gestart in 2020. Bij Hotel Erica (Klappeijenpad) liggen op grondgebied van de gemeente Berg en Dal drie percelen (eigendom van de gemeente Nijmegen), waar vereniging de Ploegdriever en buurtbewoners een plan hebben ontwikkeld. Het project Waldboeren is een combinatie van graan- en fruitteelt (Alley cropping). Op Landgoed Grootstal ontwikkelt zich sinds 2020 een derde landbouwproject: : Bodemzicht beoogt regeneratieve landbouw. Bovendien is er een voedsellandschapsplan gemaakt voor Landgoed Grootstal, welk plan reikt tot aan Rijksweg Malden. 3. Stichting Oregional – onder het motto ‘Lokaal het nieuwe normaal’ levert streekproducten aan kantines en restaurants in Nijmegen. Zij heeft drie aanvragen gehonoreerd gekregen voor het verkrijgen van POP-3 subsidie. Het project “Stad-Land Voedselpark Nijmegen- Noord” behelst de samenwerking tussen Oregional, twee agrariërs bij Ressen, de gemeenten Nijmegen en Lingewaard. Zij willen rondom hun boerderijen landbouw en educatieve/recreatieve/zorg-activiteiten ontwikkelen. Daarover wordt gepraat met ons Ontwikkelbedrijf. De gronden tussen de boerderij van Roelofsen en de Hornbach sluiten daar goed bij aan. Het project “Korte Voorzieningsketens Gelderland” heeft als doel om een duurzaam samenwerkingsverband op te zetten tussen stad en platteland.
Tot Oregional behoren circa 20 agrariërs en 25 leveranciers met een omzet van €15 miljoen, waarvan circa €2 miljoen via Oregional. Dat bedrag willen ze verhogen tot meer dan € 5 miljoen, waarvan dan circa 50% door levering aan burgers en 50% levering aan bedrijven en organisaties. Nu is dat 100%. Het derde subsidieproject is “Klimaatneutrale Circulaire Voedselketen Arnhem-Nijmegen”. Dit is een onderzoeksproject van de Wetenschapswinkel naar innovatie in de landbouw. Hoe kunnen traditionele bedrijven zich omvormen tot circulaire bedrijven, liefst natuurinclusief. 4. Moestuinen en Groene schoolpleinen Vanaf Boomplantdag 2018 zijn in het kader van het European Green Capital jaar vele schoolpleinen vergroend met de aanplant van fruitbomen. Dit was de start van de campagne Operatie Steenbreek. De gemeente zet, samen met De Bastei, de GGD en met ondersteuning van een externe expert, dit vergroenen van schoolpleinen verder voort, met als nevendoel moestuinen bij scholen te realiseren. Liefst 17 basisscholen en 1 middelbare school hebben met provinciale subsidie hun schoolplein vergroend. Daarnaast heeft nog een tiental andere basisscholen hun schoolpleinen vergroend op andere wijze. De opdracht aan adviesbureau Beleef en Weet en GGD is om op minstens 2 basisscholen, liefst in laag-sociale wijken, ook een moestuin te realiseren. 5.
Basisscholen Ongeveer 42% van de basisscholen in Nijmegen heeft een schoolmoestuin die actief wordt gebruikt. Zes scholen gaan naar schooltuin De Wielewaal (voorin de Ooij) en drie scholen naar schooltuin Het Hatertshofje (achter Helicon, Marga Klompélaan). Drie scholen tuinieren in de buurt van de school en vier scholen hebben op hun eigen terrein een schooltuin. Het wordt in de regel als volgt georganiseerd: de kinderen van groep 6 hebben ieder een eigen tuintje of een duotuintje, en tuinieren onder schooltijd gedurende een uur per week, van maart tot juli. De oogst mogen ze zelf mee naar huis nemen. Soms wordt met de oogst gekookt op school. De begeleiding op de schooltuincomplexen en de schooltuinen in de buurt van de school vindt volledig plaats door vrijwilligers. Op de scholen geven de leerkrachten de lessen, gesteund door ouders. De gemeente betaalt niet mee aan het geven van lessen maar ondersteunt scholen die een schooltuin willen opzetten, door de inzet van experts. Er worden verschillende landelijke programma’s ondersteund door De Bastei, zoals ‘Jong leren Eten’, en ‘Gezonde school’. 6. Kleinschalige voedselinitiatieven Op meerdere locaties combineert het initiatief “Van Tuin tot Bord het telen van groente, het koken door mensen met achterstand op de arbeidsmarkt en het bieden van maaltijden aan mensen die daar behoefte aan hebben.
De sociale cohesie bevordering daarbij is ook een doel op zich. Er 12
zijn inmiddels 4 moestuinen: ’t Hert (Willemskwartier), de Klokketoren (Muntenbuurt), De Schakel (Grootstal) en De Broederij (Lindenholt). Die hebben allemaal een buurtrestaurant. Maar er zijn meer kleine moestuinen of andere kleinschalige voedselinitiatieven. Dit sluit aan op de vraag vanuit de Voedselbank om meer verse groenten te kunnen leveren aan cliënten. Er kan gedacht worden aan abonnementen op de CSA-tuinen aan cliënten. Of aan nieuwe moestuinen speciaal voor deze doelgroep, waarbij mensen met achterstand op de arbeidsmarkt het tuinieren verzorgen onder leiding van een boerin/boer. Voedselsurplus is een organisatie die onderzoek doet naar tegengaan van voedselverspilling. Zij hebben dit in Nijmegen onderzocht door bij supermarkten te vragen wat zij doen tegen voedselverspilling en aan sociale organisaties te vragen of zij gebruik kunnen maken van overblijvende producten. Hun eerste bevindingen zijn zeer bruikbaar en verhelderend. 7. Buurten en wijken Nijmegen faciliteert in principe alle buurtinitiatieven die aan de slag willen met stadslandbouw in de openbare ruimte. Afhankelijk van de mogelijkheden en beperkingen van de beoogde locatie krijgen initiatieven onder bescheiden voorwaarden (veiligheid en beheer) de ruimte. Ze worden desgewenst ondersteund door twee mensen van de Plantsoenendienst. Zo zijn er al veel buurttuinen ontstaan.
Er wordt nu ook gedacht over de aanleg van ‘plukroutes’ in enkele wijken. Het initiatief ‘Van Tuin tot Bord’ dat startte rondom de Klokketoren (moestuin) en ‘Het Hert’ (wekelijkse maaltijden) heeft inmiddels navolging gevonden in Grootstal en Lindenholt. Dit project wordt gesubsidieerd door de gemeente en de provincie en door enkele fondsen. In Nijmegen West (Hees) heeft de gemeente Voedelbos Novio aangelegd, dat buurtbewoners onderhouden. In de verschillende moestuincomplexen tuinieren bewoners voor voornamelijk eigen maaltijden. 8. Inclusieve stad Er zijn vele initiatieven en ondernemers in de stad die inzetten op re-integratie, activering en participatie van mensen met een, al of niet tijdelijke, afstand tot de arbeidsmarkt. Naast het bovengenoemde ‘Van tuin tot Bord’ gebeurt dat ook in de tuin van De Haard aan de Groenestraat (o.a. voor de voedselbank), en de moestuin voor statushouders ‘Land van Ooij’ die bijgehouden wordt door de groep ‘Kleurrijk Groen’, een initiatief van Bureau Wijland. 9. Nieuwe initiatieven In Nijmegen zijn enkele nieuwe initiatieven gestart. Er is een groep mensen begonnen om ook in omgeving Nijmegen een Herenboerderij op te starten. Dat betekent dat bewoners van Nijmegen gezamenlijk een boerderij beginnen, waar een boer bij gezocht wordt voor de praktische werkzaamheden. Inmiddels hebben meer dan 150 mensen de intentieverklaring getekend.
De initiatiefgroep zoekt nu naarstig naar een locatie van ca 20 ha. Samen met de Kinderboerderij de Goffert zou dit een mooi geheel vormen om bewoners van Nijmegen bewust te maken van hoe stadslandbouw en dierhouderij er uit kan zien. Een tweede initiatiefgroep is aan het verkennen of het voormalig koetshuis Heidepark samen met de omliggende 3 ha grond niet omgevormd kan worden tot een stadsboerderij. Samen met de Kinderboerderij de Goffert zou dit een mooi geheel vormen om bewoners van Nijmegen bewust te maken van hoe stadslandbouw en dierhouderij er uit kan zien. Tenslotte is de organisatie achter de Binnenstadservice aan het verkennen of zij ook niet een voedsel- en kledinghub kunnen worden. De Emmerik, zoals het initiatief heet, zou op het Engie-terrein komen te zitten. Deze voedselhub zou eventueel een centrale plek kunnen innemen in de lokale voedselstrategie als schakel tussen de korte keten aanvoer vanaf producenten naar de afnemende consumenten. Maar ook kunnen dienen als de eerdere genoemde hub om voedselverspilling tegen te gaan in samenwerking met DAR.
Voor een totaaloverzicht zie: https://eetbaarnijmegen.nl/in-nijmegen/kaart/
13