Huishoudelijk afval – Peiling onder stadspanel
Tekst van het document
Huishoudelijk afval Peiling onder Stadspanel
Eindversie, 27 september 2023 Opgesteld door: Ad Manders /team Onderzoek en Statistiek, gemeente Nijmegen
▪
▪
1
Samenvatting De peiling heeft te maken met landelijke doelstellingen voor het scheiden van huishoudelijk afval. In 2019 werd in Nijmegen 72% van het huishoudelijk afval hergebruikt. Om de landelijke doelstellingen voor 2025 te halen, ligt er nog een flinke uitdaging. Die doelstellingen zijn: 90% hergebruik en maximaal 30 kilo restafval per inwoner per jaar. Aan de leden van het Stadspanel is gevraagd naar hun mening over een aantal ideeën om die doelstellingen te halen. Ook is gevraagd of men het huishoudelijk afval beter zou kunnen scheiden dan men nu doet, welke ideeën men zelf heeft en hoe de gemeente en Dar dat kunnen faciliteren en/of ondersteunen. Huidige situatie Aan de panelleden is gevraagd hoeveel zakken met restafval men per maand aanbiedt. Het gemiddelde maandelijkse aanbod van restafval ligt voor: • de eenpersoonshuishoudens op 1,4 zakken; • de tweepersoonshuishoudens op 2 zakken en; • de huishoudens van drie of meer personen op 2,7 zakken. Gemiddeld over alle huishoudens gaat het om circa 2 restafvalzakken per maand (2,1). Van de eenpersoonshuishoudens geeft 80% aan minder dan 2 restafvalzakken per maand aan te bieden. Bij de tweepersoonshuishoudens is dat 63% en bij de huishoudens met drie of meer personen 43%. Bij alle drie de onderscheiden huishoudensgroottes zien we dat het aanbod van restafval uit de hoogbouw hoger is dan uit de laagbouw.
Een mogelijk verklaring hiervoor is dat mensen woonachtig in hoogbouw hun gft-afval gemiddeld genomen minder goed scheiden, omdat het apart bewaren van dit afval in een hoogbouwwoning eerder tot overlast zal leiden dan in een laagbouwwoning met meer buitenruimte. Verderop in deze samenvatting is opgenomen dat relatief veel respondenten woonachtig in hoogbouw van mening zijn dat ze hun afval beter kunnen scheiden (met name het gft-afval). Verder bieden respondenten in de leeftijdscategorie 18 t/m 34 jaar gemiddeld meer restafval aan dan de leeftijdscategorieën daarboven (2,6 zakken per maand versus 2,4 voor de 35-49-jarigen, 1,9 voor de 50-64-jarigen en 1,8 voor de 65-plussers). Dit patroon zien we bij alle drie de onderscheiden huishoudensgroottes. Verderop in deze samenvatting is opgenomen dat de 18-34-jarigen relatief vaak van mening zijn dat ze hun afval beter kunnen scheiden.
2
Omgekeerd inzamelen Gevraagd is wat men vindt van het idee van omgekeerd inzamelen: meer service op de gescheiden afvalinzameling en minder service op de inzameling van restafval gaan bieden. Het draagvlak hiervoor blijkt samen te hangen met het aantal restafvalzakken dat men aanbiedt.
draagvlak omgekeerd inzamelen naar aantal restafvalzakken per maand 6 of meer
7%
4 tot 6
10%
29%
3 tot 4
10%
26%
2 tot 3
9%
30%
1 tot 2
13%
minder dan 1
13%
30% 23% 24%
14%
13%
10%
17%
11%
12%
24%
40%
13%
19%
37%
20%
20%
26% 34%
19%
0%
17%
8%
5%
11%
8% 3%
12%
14% 20%
60%
8%
80%
1 heel goed idee
2 goed idee
3 niet goed, niet slecht
4 slecht idee
5 heel slecht idee
6 weet niet
100%
Respondenten, die minder dan 2 restafvalzakken per maand aanbieden, oordelen naar verhouding positiever over omgekeerd inzamelen (circa de helft ‘goed idee’ en minder dan twintig procent ‘slecht idee’). Respondenten met minstens 6 restafvalzakken per maand oordelen er naar verhouding negatiever over (20% ‘goed idee’ en 37% ‘slecht idee’). Dit patroon zien we zowel bij respondenten woonachtig in hoogbouw als bij respondenten woonachtig in laagbouw. Gemiddeld over alle panelleden vindt 45% omgekeerd inzamelen een goed idee; 21% vindt het een slecht idee. Een derde heeft er geen uitgesproken mening over. Gescheiden afvalinzameling Een vijfde van de panelleden denkt het huishoudelijk afval (veel) beter te kunnen scheiden dan men nu doet (5% ‘veel beter’ en 15% ‘beter’). Nog eens ruim een kwart denkt dat ‘iets beter’ te kunnen doen. Ruim de helft geeft aan dat men alles al maximaal scheidt. Respondenten woonachtig in hoogbouw geven naar verhouding vaker aan dat ze hun huishoudelijk afval (veel) beter zouden kunnen scheiden (30% versus 18% voor de respondenten woonachtig in laagbouw). En ook 18- t/m 34-jarigen geven dit vaker aan (31%). Ook geven respondenten, die minstens 4 restafvalzakken per maand aanbieden, vaker aan dat ze hun huishoudelijk afval (veel) beter kunnen scheiden (31%); respondenten met maximaal 2 restafvalzakken geven dit minder vaak aan (15%).
Dit patroon zien we bij alle drie de onderscheiden huishoudensgroottes. Wat opvalt is dat een behoorlijk deel van de respondenten, die relatief veel restafvalzakken aanbieden, aangeeft dat ze het huishoudelijk afval al maximaal scheiden. Dit zien we ook
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
3
bij de kleinere huishoudens. Zo zegt 40% van de respondenten in eenpersoonshuishoudens, die maandelijks 3 tot 4 restafvalzakken aanbieden, dat men alles al maximaal scheidt. Van de tweepersoonshuishoudens, die maandelijks 4 tot 6 zakken aanbieden, zegt 44% alles al maximaal te scheiden. En bij de tweepersoonshuishoudens, die 6 of meer zakken aanbieden, is dat 33%. Vooral de volgende afvalstromen denkt men beter te kunnen scheiden: • gebruikte kleding/textiel/schoenen (19%); • plastic verpakkingsmateriaal/blik/pak (18%) en; • gft-afval (17%; bij de respondenten woonachtig in hoogbouw ligt dit percentage veel hoger, namelijk op 35%). Lagere percentages denken oud papier/karton, glas, chemisch afval, luiers en herbruikbaar grof afval beter te kunnen scheiden. De panelleden noemen allerlei ideeën voor meer service op de gescheiden afvalinzameling, waaronder meer soorten afvalstromen aan huis ophalen, de ophaalfrequentie verhogen en meer containers in de wijken. Ook denkt men dat meer voorlichting kan helpen. Er is bijvoorbeeld de nodige onduidelijkheid over wat er wel en niet thuishoort in de zakken voor plastic verpakkingsmateriaal/blik/pak. Ideeën m.b.t.
afvalscheiding voor hoogbouwcomplexen Een meerderheid van de respondenten woonachtig in hoogbouw vindt een inpandige afvalruimte met rolcontainers voor de herbruikbare afvalstromen, waar alleen de bewoners van het complex terecht kunnen, een goed idee (68% versus 19% ‘slecht idee’). Circa een kwart van die 68% vindt dat geen goed idee meer, als daar voor de bewoners kosten voor verkeerd gebruik en een bonus bij goed gebruik bij komen kijken. 42% vindt een afvalcoach van Dar, die bewoners in appartementencomplexen met raad en daad ondersteunt bij het gescheiden houden en aanbieden van herbruikbare afvalstromen, een goed idee (versus 19% ‘slecht idee’). Circa veertig procent heeft hier geen uitgesproken mening over. Naar verhouding vinden de 65-plussers dit het vaakst een goed idee. Wijzigen van service voor restafval Aan de panelleden zijn drie ideeën voorgelegd voor het wijzigen van de service voor restafval. Daarbij is aangegeven dat de gemeente bij die ideeën uitgaat van een verdere afname van de hoeveelheid restafval door een betere afvalscheiding.
4
Idee 1: stoppen met inzameling restafval en in plaats daarvan ondergrondse restafvalcontainers aanleggen De meningen over idee 1 zijn afhankelijk van of men al gebruikmaakt van een ondergrondse restafvalcontainer en of men in hoog- of laagbouw woont.
oordeel over idee 1 uitgesplitst naar laag-/hoogbouw en huidige situatie m.b.t. restafval laagbouw, zet afvalzak aan straat
10%
laagbouw, ondergrondse container
23%
23%
hoogbouw, zet afvalzak aan straat
26%
goed idee
17%
32%
0% neutraal
26%
40%
17%
hoogbouw, ondergrondse container
heel goed idee
16%
38%
20%
40%
slecht idee
22%
16%
16% 4%
21%
17%
12%
60%
9% 6%
80%
heel slecht idee
100%
weet niet
Een meerderheid van de respondenten, die hun restafval nu al met een afvalpas in een ondergrondse container storten, vindt dit een goed idee (70% van de respondenten die in hoogbouw wonen en 63% van de respondenten die in laagbouw wonen). Bij de respondenten, die hun restafvalzakken aan de straat zetten en in hoogbouw wonen, oordeelt een wat grotere groep positief (43%) dan negatief (38%) over dit idee. Bij de respondenten, die hun restafvalzakken aan de straat zetten en in laagbouw wonen, is dat andersom: 48% negatief en 33% positief. Ook meten we dat de 18-34-jarigen naar verhouding vaak positief over dit idee oordelen (60% ‘goed idee’, 21% ‘slecht idee’); de 65-plussers oordelen het vaakst negatief over dit idee (28% ‘goed idee’, 54% ‘slecht idee’). Idee 2: minder vaak zakken met restafval ophalen Voor idee 2 is er weinig support: 25% is er positief over en 60% negatief. Of men al gebruikmaakt van een ondergrondse restafvalcontainer en of men in hoog- of laagbouw woont, maakt weinig uit voor de meningen over idee 2. Wel vinden respondenten in huishoudens, die minstens 2 zakken restafval per maand aanleveren, dit relatief vaak een slecht idee (11% ‘goed idee’, 76% ‘slecht idee’). En dat geldt ook voor respondenten in huishoudens van minstens drie personen (18% ‘goed idee’, 70% ‘slecht idee’) en respondenten jonger dan 50 jaar (21% ‘goed idee’, 68% ‘slecht idee’).
Idee 3: burgers kunnen kiezen tussen zakken restafval op straat zetten of met een afvalpas naar een ondergrondse container brengen (combinatie van idee 1 en 2) Over idee 3 zijn de meningen verdeeld: 37% is er positief over en 39% negatief. Of men al gebruikmaakt van een ondergrondse restafvalcontainer en of men in hoog- of laagbouw woont, maakt weinig uit voor de meningen over idee 3.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
5
Inhoudsopgave Samenvatting Inhoudsopgave Inleiding Uitkomsten peiling 1. Huidige situatie
2 6 7 8 8
2.
Omgekeerd inzamelen
10
3.
Gescheiden afvalinzameling
12
4.
Ideeën m.b.t. afvalscheiding voor hoogbouwcomplexen
16
5.
Wijzigen van service voor restafval
19
6.
Opmerkingen aan het einde van de vragenlijst
22
Bijlage: extra figuren
6
23
Inleiding In opdracht van de afdeling Stadsontwikkeling is een peiling over huishoudelijk afval uitgevoerd. Deze peiling is een onderdeel van het ‘Onderzoeksprogramma O&S 2020’ en dient als input voor een nieuw afvalbeleidsplan. De peiling heeft te maken met landelijke doelstellingen voor het scheiden van huishoudelijk afval. In 2019 werd in Nijmegen 72% van het huishoudelijk afval hergebruikt. Om de landelijke doelstellingen voor 2025 te halen, ligt er nog een flinke uitdaging. Die doelstellingen zijn: 90% hergebruik en maximaal 30 kilo restafval per inwoner per jaar. Aan de leden van het Stadspanel is gevraagd naar hun mening over een aantal ideeën om die doelstellingen te halen. Ook is gevraagd of men het huishoudelijk afval beter zou kunnen scheiden dan men nu doet, welke ideeën men zelf heeft en hoe de gemeente en Dar dat kunnen faciliteren en/of ondersteunen. De peiling is in oktober 2020 uitgevoerd. Aan de peiling hebben 2.283 panelleden deelgenomen. Dat is de hoogste respons van de afgelopen jaren (57%). Bij deze peiling zijn de bewoners van de verschillende stadsdelen goed vertegenwoordigd. De verdeling van de respondenten over de stadsdelen sluit goed aan bij die voor alle volwassen Nijmegenaren (bijvoorbeeld: 12% van de respondenten en ook 12% van alle volwassen inwoners woont in Dukenburg). Voor de verdeling naar leeftijd ligt dat anders.
Aan de peiling hebben relatief veel personen van 50 jaar en ouder en relatief weinig 18-34-jarigen deelgenomen. Verder hebben er relatief veel mensen met een hbo- of universitaire opleiding aan de peiling deelgenomen: 75% van de respondenten heeft een hbo- of universitaire opleiding afgerond en 25% een vmbo- of mbo-opleiding. Het beeld wat betreft de achtergrondkenmerken van de respondenten is niet uniek voor deze peiling. We zagen het ook bij eerdere peilingen. Maar omdat er veel panelleden aan de peiling hebben deelgenomen, biedt dat veel mogelijkheden om de resultaten per deelgroep te bekijken. Belangrijk voor de analyse van de resultaten is onder meer het onderscheid tussen hoogbouw (flatgebouwen, appartementencomplexen) en laagbouw (inclusief bovenwoningen) en ook het onderscheid tussen restafvalzakken aan de straat zetten of gebruikmaken van ondergrondse restafvalcontainers. Van de respondenten: • wonen er 434 in flatgebouwen/appartementencomplexen (19%) en 1.849 in laagbouwwoningen (81%); • zetten er 2.047 hun restafvalzakken aan de straat (90%) en maken er 236 gebruik van ondergrondse restafvalcontainers (10%).
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
7
Uitkomsten peiling 1. Huidige situatie Aan de panelleden is gevraagd hoeveel zakken met restafval men per maand aanbiedt. De onderstaande figuur laat zien dat eenpersoonshuishoudens relatief vaak minder dan 1 zak per maand aanbieden. Bij tweepersoonshuishoudens komt 1 tot 2 zakken per maand het meest voor, net als bij huishoudens van drie of meer personen. Bij deze laatste groep komt het verder relatief vaker voor dat men minstens 2 zakken per maand aanbiedt. Het gemiddelde maandelijkse aanbod van restafval ligt voor: • de eenpersoonshuishoudens op 1,4 zakken; • de tweepersoonshuishoudens op 2 zakken en; • de huishoudens van drie of meer personen op 2,7 zakken. Gemiddeld over alle huishoudens gaat het om circa 2 restafvalzakken per maand (2,1).
verdeling restafvalzakken per maand naar huishoudensgrootte 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 1 persoon minder dan 1
2 personen 1 tot 2
2 tot 3
3 tot 4
3 of meer personen 4 tot 6
6 of meer
We meten een verschil tussen hoog- en laagbouw: • Voor eenpersoonshuishoudens in flatgebouwen/appartementencomplexen is het gemiddeld aantal restafvalzakken per maand hoger (1,7) dan voor de eenpersoonshuishoudens in laagbouw (1,2). • Voor tweepersoonshuishoudens in flatgebouwen/appartementencomplexen is het gemiddeld aantal restafvalzakken per maand hoger (2,5) dan voor de tweepersoonshuishoudens in laagbouw (1,9). • En ook voor huishoudens van drie of meer personen in flatgebouwen/appartementencomplexen is het gemiddeld aantal restafvalzakken per maand hoger (3,2) dan voor de huishoudens van drie of meer personen in laagbouw (2,7). We zien dat voor elke huishoudensgrootte het aanbod van restafval uit de hoogbouw hoger is dan uit de laagbouw. Een mogelijk verklaring hiervoor is dat mensen woonachtig in hoogbouw hun gft-afval gemiddeld genomen minder goed scheiden, omdat het apart bewaren van dit afval in een hoogbouwwoning eerder tot overlast zal leiden dan in een laagbouwwoning met meer buitenruimte. Verderop in deze rapportage is beschreven dat
8
relatief veel respondenten woonachtig in hoogbouw van mening zijn dat ze hun afval beter kunnen scheiden (met name het gft-afval). Verder bieden respondenten in de leeftijdscategorie 18 t/m 34 jaar gemiddeld meer restafvalzakken aan dan de leeftijdscategorieën daarboven (2,6 zakken per maand versus 2,4 voor de 35-49-jarigen, 1,9 voor de 50-64-jarigen en 1,8 voor de 65-plussers). Dit patroon zien we bij alle drie de onderscheiden huishoudensgroottes (eenpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens, huishoudens met drie of meer personen). Verderop in deze rapportage is beschreven dat de 18-34-jarigen relatief vaak van mening zijn dat ze hun afval beter kunnen scheiden.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
9
2. Omgekeerd inzamelen Aan de panelleden is gevraagd wat zij vinden van het idee van omgekeerd inzamelen: meer service op de gescheiden afvalinzameling en minder service op de inzameling van restafval gaan bieden. Daarbij is de volgende toelichting gegeven: “In 2025 moet de hoeveelheid restafval zijn teruggebracht naar 30 kilo per inwoner per jaar (nu is dat 100 kilo). Dat komt neer op ongeveer 5 groene zakken per inwoner per jaar. In een gemiddeld huishouden is dat ongeveer 1 restafvalzak per maand. Sorteeranalyses van wat er allemaal nog aan herbruikbare materialen in het restafval zit laten zien dat dit haalbaar is. In veel andere gemeenten zijn goede ervaringen opgedaan met omgekeerd inzamelen. Dat betekent minder service gaan bieden als het gaat om restafval en met de kostenbesparing die dat oplevert meer service gaan bieden als het gaat om gescheiden inzameling van groente-, fruit- en tuinafval, oud papier/karton, plastic verpakkingsafval/blik/pak en gebruikte kleding/textiel/schoenen.” Het draagvlak voor omgekeerd inzamelen blijkt samen te hangen met het aantal restafvalzakken dat men aanbiedt. De onderstaande figuur laat zien dat respondenten, die minder dan 2 restafvalzakken per maand aanbieden, naar verhouding positiever oordelen over omgekeerd inzamelen; respondenten met minstens 6 restafvalzakken per maand oordelen naar verhouding negatiever.
Dit beeld geldt voor zowel respondenten woonachtig in hoogbouw als respondenten woonachtig in laagbouw (zie bijlage: extra figuren).
draagvlak omgekeerd inzamelen naar aantal restafvalzakken per maand 6 of meer
7%
4 tot 6
10%
29%
3 tot 4
10%
26%
2 tot 3
9%
30%
1 tot 2
13%
minder dan 1
13%
30% 23% 24%
14%
13%
10%
17%
11%
12%
24%
40%
13%
19%
37%
20%
20%
26% 34%
19%
0%
17%
8%
5%
11%
8% 3%
12%
14% 20%
60%
8%
80%
1 heel goed idee
2 goed idee
3 niet goed, niet slecht
4 slecht idee
5 heel slecht idee
6 weet niet
100%
Gemiddeld over alle panelleden vindt 45% omgekeerd inzamelen een goed idee; 21% vindt het een slecht idee. Een derde heeft er geen uitgesproken mening over.
10
Wat vinden panelleden van idee van omgekeerd inzamelen?
11%
13%
heel goed idee
7%
goed idee niet goed, niet slecht
14% 32%
slecht idee heel slecht idee weet niet
23%
Respondenten in de leeftijdscategorie 18 t/m 34 jaar vinden het naar verhouding vaker een goed idee (64% ‘goed idee’ en 14% ‘slecht idee’) dan de respondenten vanaf 35 jaar (43% ‘goed idee en 23% ‘slecht idee’).
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
11
3. Gescheiden afvalinzameling Aan de panelleden is gevraagd: • of ze het huishoudelijk afval nog beter kunnen scheiden dan nu gebeurt; • zo ja, welke soort afval ze beter kunnen scheiden (bijvoorbeeld gft, plastic verpakkingsmateriaal/blik/pak of textiel) en; • hoe de gemeente en Dar daarbij kunnen helpen. Daarbij is de volgende toelichting gegeven: “Graag willen we eerst het volgende meegeven. De gemeente is terughoudend met het plaatsen op straat van verzamelcontainers voor herbruikbare afvalstromen, zoals oud papier, textiel en groente-, fruit- en tuinafval, omdat het regelmatig voorkomt dat er anoniem restafval in of bij die containers gedumpt wordt. Voor herbruikbare afvalstromen denkt de gemeente aan meer service op inzameling, die zo veel mogelijk aan huis plaatsvindt. Bij flatgebouwen/appartementencomplexen denkt de gemeente aan het plaatsen van rolcontainers voor herbruikbare afvalstromen in een grote inpandige ruimte, waarbij er een soort gezamenlijke verantwoordelijkheid moet zijn voor dat er daar geen restafval wordt gedumpt.”
Denken panelleden dat eigen huishouden het huishoudelijk afval nog beter kan scheiden? 2% 5% 15%
ja, veel beter ja, beter ja, iets beter nee, we scheiden alles al maximaal
53% 26%
weet niet
20% van de panelleden denkt dat het huishouden waar ze deel van uitmaken het huishoudelijk afval (veel) beter kan scheiden (5% ‘veel beter’ en 15% ‘beter’). Nog eens 26% denkt dat men dat iets beter kan. Ruim de helft geeft aan dat men alles al maximaal scheidt. We zien dat respondenten woonachtig in hoogbouw naar verhouding vaker aangeven dat ze hun huishoudelijk afval beter zouden kunnen scheiden (30%: 10% ‘veel beter’ en 20% ‘beter’) dan respondenten woonachtig in laagbouw (18%: 4% ‘veel beter’ en 14% ‘beter’). We meten op dit punt ook verschillen naar leeftijd. Respondenten in de leeftijdscategorie 18 t/m 34 jaar geven naar verhouding vaker aan dat ze hun huishoudelijk afval beter zouden kunnen scheiden (31%: 9% ‘veel beter’ en 22% ‘beter’) dan respondenten vanaf 35 jaar (17%: 4% ‘veel beter’ en 13% ‘beter’). De 65-plussers geven het vaakst aan dat ze hun huishoudelijk afval al maximaal scheiden (65% versus 57% van de 50-64-jarigen, 47% van de 35-49-jarigen en 31% van de 18-34-jarigen).
12
De onderstaande figuur laat zien dat respondenten, die minstens 4 restafvalzakken per maand aanbieden, naar verhouding vaker aangeven dat ze hun huishoudelijk afval beter zouden kunnen scheiden; respondenten met maximaal 2 restafvalzakken geven dit minder vaak aan. Dit patroon zien we bij alle drie de onderscheiden huishoudensgroottes (zie bijlage: extra figuren). Wat opvalt is dat een behoorlijk deel van de respondenten, die relatief veel restafvalzakken aanbieden, aangeeft dat ze het huishoudelijk afval al maximaal scheiden. Dit zien we ook bij de kleinere huishoudens. Zo zegt 40% van de respondenten in eenpersoonshuishoudens, die maandelijks 3 tot 4 restafvalzakken aanbieden, dat men alles al maximaal scheidt. Van de tweepersoonshuishoudens, die maandelijks 4 tot 6 zakken aanbieden, zegt 44% alles al maximaal te scheiden. En bij de tweepersoonshuishoudens, die 6 of meer zakken aanbieden, is dat 33%.
beter afval kunnen scheiden naar aantal restafvalzakken per maand 6 of meer
13%
17%
4 tot 6
11%
20%
3 tot 4
5%
22%
2 tot 3
5%
19%
1 tot 2 4% minder dan 1
33%
33%
36%
28%
44%
28%
13%
45%
26%
2% 10%
0%
30%
55%
18%
20%
68%
40%
60%
80%
100%
1 ja, veel beter 2 ja, beter 3 ja, iets beter 4 nee, we scheiden alles al maximaal 5 weet niet
Aan de respondenten, die aangeven dat ze hun huishoudelijk afval beter zouden kunnen scheiden, is gevraagd welke soorten afval ze beter denken te kunnen scheiden. Daarbij is gevraagd wat de gemeente en Dar zouden kunnen doen om huishoudens te helpen om die afvalstromen beter te scheiden. Deze vraag heeft veel verschillende suggesties opgeleverd, waarvan we de meest genoemde hieronder hebben opgenomen. Daarbij moet bedacht worden dat de afzonderlijke suggesties niet door grote groepen respondenten zijn genoemd.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
13
Welk soorten afval denken panelleden beter te kunnen scheiden? gebruikte kleding/textiel/schoenen
19%
plastic verpakkingsmateriaal/blik/pak
18%
gft-afval
17%
oud papier/karton
7%
andere afvalstromen
10% 0%
2%
4%
6%
8% 10% 12% 14% 16% 18% 20%
19% van de panelleden denkt gebruikte kleding/textiel/schoenen (iets) beter te kunnen scheiden. Bij de 18- t/m 34-jarigen ligt dit percentage hoger (27%). Er worden uiteenlopende suggesties genoemd voor manieren, waarop de gemeente en Dar hierbij kunnen helpen. De meest genoemde suggestie is: • het met vaste regelmaat aan huis komen ophalen. Andere meer genoemde suggesties zijn: • meer containers hiervoor in de wijken plaatsen; • de containers hiervoor sneller leegmaken. 18% denkt plastic verpakkingsmateriaal/blik/pak (iets) beter te kunnen scheiden. Bij de 18t/m 34-jarigen ligt dit percentage hoger (28%). Er worden uiteenlopende suggesties genoemd voor manieren, waarop de gemeente en Dar hierbij kunnen helpen. De meest genoemde suggesties zijn: • meer/duidelijke informatie over het scheiden van dit afval (er is de nodige onduidelijkheid over wat er wel en niet in de zakken voor dit afval thuishoort); • de zakken met dit afval vaker komen ophalen (dit is alleen genoemd door een aantal respondenten woonachtig in laagbouw). Verder wijst een aantal respondenten erop dat de producenten en supermarkten aangesproken moeten worden op de soorten en hoeveelheden verpakkingsmaterialen. Er is bijvoorbeeld de nodige ergernis over onhandig te scheiden verpakkingsmaterialen, die behalve uit plastic ook uit andere materialen bestaan. 17% denkt het gft-afval (iets) beter te kunnen scheiden.
Bij respondenten woonachtig in hoogbouw ligt dit percentage veel hoger (35%) dan bij respondenten in laagbouw (13%). En ook bij de respondenten van 18 t/m 34 jaar ligt dit percentage veel hoger (37% versus 14% van de respondenten vanaf 35 jaar). De meeste genoemde manier, waarop de gemeente en Dar hierbij kunnen helpen, is om het gft-afval (in de zomer) wekelijks te gaan ophalen. Dit is vooral door respondenten woonachtig in laagbouw genoemd. Een aantal respondenten geeft aan dat ze het gft-afval vanwege de stank niet in de gft-bak gooien. Respondenten woonachtig in hoogbouw geven vaker aan dat ze het scheiden van gft-afval lastig vinden, bijvoorbeeld vanwege de stank in huis of op het balkon, de afstand tot de container of volle containers.
14
7% denkt het oud papier/karton (iets) beter te kunnen scheiden. Bij respondenten woonachtig in hoogbouw ligt dit percentage wat hoger (11%) en dat geldt ook voor de 1834-jarigen (12%). De meest genoemde manier, waarop de gemeente en Dar hierbij kunnen helpen, is om het oud paper/karton vaker op te halen. 10% geeft aan andere afvalstromen (iets) beter te kunnen scheiden. Het vaakst noemt men daarbij glas, luiers, chemisch afval en herbruikbaar grof afval. De meest genoemde manieren, waarop de gemeente en Dar hierbij kunnen helpen, zijn: • meer mogelijkheden om herbruikbaar grof afval kwijt te kunnen raken, onder meer: op komen halen van elektrische apparaten, grof (herbruikbaar) afval weer op vaste dagen op straat kunnen zetten en meer plekken in de stad waar je dit afval kwijt kunt; • op komen halen van chemisch afval; • een systeem bedenken voor de inzameling van luiers en ook incontinentiemateriaal. Andere door een aantal respondenten genoemde manieren, waarop de gemeente en Dar kunnen helpen, die niet specifiek op 1 afvalstroom betrekking hebben, zijn: • Vaker/meer/duidelijke informatie verstrekken over het scheiden van afval; • Meer plekken in de wijk waar (ondergrondse) containers voor gescheiden afvalsoorten staan.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
15
4. Ideeën m.b.t. afvalscheiding voor hoogbouwcomplexen Hierboven zagen we dat respondenten woonachtig in hoogbouw (flatgebouwen, appartementencomplexen) vaker dan gemiddeld aangeven dat ze hun afval beter kunnen scheiden dan ze nu doen. Aan de respondenten woonachtig in hoogbouw is een tweetal ideeën met betrekking tot het scheiden van afval voorgelegd. Aangegeven is dat de gemeente bij flatgebouwen/appartementencomplexen denkt aan het plaatsen van rolcontainers voor herbruikbare afvalstromen in een grote inpandige ruimte, waarbij er een soort gezamenlijke verantwoordelijkheid moet zijn voor dat er daar geen restafval wordt gedumpt. Verder zou een afvalcoach van Dar de bewoners van hoogbouwcomplexen kunnen ondersteunen bij het scheiden van het afval. Aan de respondenten woonachtig in hoogbouw is eerst gevraagd: “Wat vindt u van het idee dat een afvalcoach van Dar bewoners in appartementencomplexen met raad en daad ondersteunt bij het gescheiden houden en aanbieden van herbruikbare afvalstromen?”
Wat vinden panelleden in hoogbouw van idee van ondersteuning door een afvalcoach?
7% 7%
8%
heel goed idee goed idee
12%
niet goed, niet slecht 34%
slecht idee heel slecht idee
32%
weet niet
42% van de respondenten woonachtig in hoogbouw vindt een afvalcoach een goed idee en 19% een slecht idee (32% ‘niet goed, niet slecht’, 7% ‘weet niet’). Respondenten, die denken dat ze afval (veel) beter kunnen scheiden dan ze nu doen, vinden dit vaker een goed idee (49% ‘goed idee’, 18% ‘slecht idee) en dat geldt ook voor 65plussers (49% ‘goed idee’, 11% ‘slecht idee’). Vervolgens is gevraagd: “Wat vindt u van het idee om waar mogelijk bij appartementencomplexen een afvalruimte in te richten die altijd open is, waar alleen de bewoners van het complex hun herbruikbare afvalstromen (zoals oud papier, groente-, fruiten tuinafval en plastic) in rolcontainers kunnen doen.”
16
Wat vinden panelleden in hoogbouw van idee om een afvalruimte voor herbruikbare stromen in te richten?
8%
3%
heel goed idee 31%
11%
goed idee niet goed, niet slecht slecht idee
10%
heel slecht idee weet niet 37%
68% van de respondenten woonachtig in hoogbouw vindt een afvalruimte met rolcontainers voor herbruikbare afvalstromen voor alleen de bewoners van het hoogbouwcomplex een goed idee en 19% een slecht idee (10% ‘niet goed, niet slecht’, 3% ‘weet niet’). De 18- t/m 34-jarigen vinden dit vaker een goed idee (89% ‘goed idee’, 5% ‘slecht idee’). Gevraagd is om toe te lichten waarom men een afvalruimte een goed of slecht idee vindt. De drie meest genoemde toelichtingen zijn door 4 tot 6% van de respondenten woonachtig in hoogbouw genoemd. Het gaat om de volgende zaken: • minder vervuiling op straat (nu plaatsen ook niet-bewoners hun afval bij het afval van de bewoners; ook op niet ophaaldagen wordt er afval op straat gezet); • dit zal zorgen voor een betere afvalscheiding; • je hoeft het afval niet meer in huis te bewaren. Door 3% genoemde zaken zijn: • het is minder ver lopen om het afval kwijt te raken; • bewoners kunnen elkaar aanspreken en is er betere controle mogelijk; • het is een oplossing voor het probleem dat gft in huis of op het balkon gaat stinken. Een aantal keer geven respondenten hierbij aan dat de afvalruimte wel afsluitbaar moet zijn. Als dat niet het geval is zien ze de volgende risico’s: niet-bewoners gaan er gebruik van maken, de ruimte zal niet schoon blijven en zal ongedierte aantrekken en sociale controle op het gebruik zal lastig zijn.
De meest genoemde toelichting door de respondenten, die de afvalruimte een slecht idee vinden, is door 3% genoemd: • een deel van de bewoners zal niet goed met de ruimte omgaan (lastig te controleren wie er wel en niet goed met de ruimte omgaat). Door circa 1% genoemde zaken zijn: • in het complex waar men woont is er geen ruimte beschikbaar om als afvalruimte in te richten; • risico van stankoverlast, met name stankoverlast van gft; • risico van ongedierte.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
17
Aan de respondenten woonachtig in hoogbouw, die de afvalruimte een goed idee vinden, is een aanvullende vraag gesteld: “Wat vindt u van het volgende idee: Als de inzameling van herbruikbaar afval in de afvalruimte in het appartementencomplex goed verloopt, levert dat de bewoners een korting in hun servicekosten op. Aan de andere kant worden de kosten ten gevolge van verkeerd gebruik van de rolcontainers in de afvalruimte ook met de servicekosten verrekend.” Van deze groep vindt 50% dat een goed idee en 23% een slecht idee (21% ‘niet goed, niet slecht’ en 6% ‘weet niet’).
18
5. Wijzigen van service voor restafval Aan alle panelleden zijn drie ideeën voorgelegd over eventuele wijzigingen in de service rond restafval. Daarbij is aangegeven dat de gemeente bij die ideeën uitgaat van een verdere afname van de hoeveelheid restafval door een betere afvalscheiding. Het gaat om de volgende drie ideeën: • Idee 1: Stoppen met de huis-aan-huis inzameling van groene/rode zakken met restafval. In plaats daarvan in iedere woonwijk een beperkt aantal ondergrondse restafvalcontainers aanleggen (maximale loopafstand naar de container is ongeveer 200 meter). Deze containers zijn te openen met een afvalpas. In plaats van dat huishoudens per groene/rode zak betalen, betalen ze per keer dat ze de container gebruiken. • Idee 2: Minder vaak groene/rode zakken met restafval ophalen (voor respondenten woonachtig in laagbouw: 1 keer per 3 of 4 weken in plaats van 1 keer per 2 weken nu; voor respondenten woonachtig in hoogbouw: 1 keer per 2 weken in plaats van iedere week nu). • Idee 3: Een combinatie van idee 1 en idee 2. Dus minder vaak groene/rode zakken met restafval ophalen én in iedere woonwijk een beperkt aantal ondergrondse restafvalcontainers aanleggen. Bewoners mogen de groene/rode zakken én de afvalcontainers gebruiken.
Idee 1: stoppen met inzameling restafval en in plaats daarvan ondergrondse restafvalcontainers aanleggen De meningen over idee 1 zijn afhankelijk van of men al gebruikmaakt van een ondergrondse restafvalcontainer en of men in hoog- of laagbouw woont. De onderstaande figuur laat zien dat een meerderheid van de respondenten, die hun restafval nu al met een afvalpas in een ondergrondse container storten, dit een goed idee vindt (70% van de respondenten die in hoogbouw wonen en 63% van de respondenten die in laagbouw wonen). Bij de respondenten, die hun restafvalzakken aan de straat zetten en in hoogbouw wonen, is een wat grotere groep positief (43%) dan negatief (38%) over dit idee. Bij de respondenten, die hun restafvalzakken aan de straat zetten en in laagbouw wonen, is dat andersom: 48% negatief en 33% positief over dit idee.
oordeel over idee 1 uitgesplitst naar laag-/hoogbouw en huidige situatie m.b.t. restafval laagbouw, zet afvalzak aan straat
10%
laagbouw, ondergrondse container
23%
23%
hoogbouw, zet afvalzak aan straat
26%
goed idee
17%
32%
0% neutraal
26%
40%
17%
hoogbouw, ondergrondse container
heel goed idee
16%
38%
20%
40%
slecht idee
22%
16%
16% 4%
21%
17%
12%
60%
9% 6%
80%
heel slecht idee
100%
weet niet
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
19
Ook meten we dat de 18-34-jarigen naar verhouding vaak positief over dit idee oordelen (60% ‘goed idee’, 21% ‘slecht idee’); de 65-plussers oordelen het vaakst negatief over dit idee (28% ‘goed idee’, 54% ‘slecht idee’). Idee 2: minder vaak zakken met restafval ophalen Voor idee 2 is er weinig support. De onderstaande figuur laat zien dat het percentage respondenten dat positief is over dit idee duidelijk kleiner is dan het percentage respondenten dat er negatief over is. Dat geldt voor alle vier de onderscheiden groepen in de figuur: tussen de 20 en 28% vindt het een goed idee en de helft of meer vindt het een slecht idee.
oordeel over idee 2 uitgesplitst naar laag-/hoogbouw en huidige situatie m.b.t. restafval laagbouw, zet afvalzak aan straat
5% 19%
14%
31%
29%
laagbouw, ondergrondse container
4% 16%
16%
38%
21%
hoogbouw, zet afvalzak aan straat
5%
23%
10%
30%
29%
hoogbouw, ondergrondse container
6%
21%
17%
0%
20%
heel goed idee
goed idee
neutraal
40%
slecht idee
35% 60%
15% 80%
heel slecht idee
100%
weet niet
Respondenten in huishoudens, die minstens 2 zakken restafval per maand aanleveren, vinden dit relatief vaak een slecht idee (11% ‘goed idee’, 76% ‘slecht idee’). Dat geldt ook voor respondenten in huishoudens van minstens drie personen (18% ‘goed idee’, 70% ‘slecht idee’) en respondenten jonger dan 50 jaar (21% ‘goed idee’, 68% ‘slecht idee’).
20
Idee 3: bewoners kunnen kiezen of ze de zakken aan straat zetten of met een afvalpas naar een ondergrondse container brengen Over idee 3 zijn de meningen verdeeld. De onderstaande figuur laat zien dat tussen de 34 en 44% positief is over dit idee en dat tussen de 30 en 41% er negatief over is. We zien daarbij geen grote verschillen tussen de vier onderscheiden groepen.
oordeel over idee 3 uitgesplitst naar laag-/hoogbouw en huidige situatie m.b.t. restafval laagbouw, zet afvalzak aan straat
8%
28%
laagbouw, ondergrondse container
10%
30%
27%
hoogbouw, zet afvalzak aan straat
12%
29%
23%
hoogbouw, ondergrondse container
14%
0% heel goed idee
goed idee
neutraal
19%
30%
20%
24%
slecht idee
25%
19%
21%
40%
17%
60%
13%
22%
8%
80%
heel slecht idee
5%
100%
weet niet
Gevraagd is om een nadere toelichting op het oordeel over de ideeën. De meest genoemde toelichtingen zijn door maximaal 1% van de respondenten genoemd. Het gaat om de volgende zaken, op volgorde van hoe vaak deze genoemd zijn: • 200 meter is een te grote afstand voor ouderen en mensen met een beperking; • bij de ondergrondse containers zal afval gedumpt worden; • het minder ophalen van zakken met restafval zal vooral in de zomer leiden tot stankoverlast en meer ongedierte in en om het huis; • het minder ophalen van zakken met restafval zal leiden tot meer zwerfafval en illegale stort van afval; • kies voor idee 1 of idee 2, maar niet voor de combinatie (onder meer vanwege hoge kosten); • de combinatie van idee 1 en 2 is de beste optie.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
21
6. Opmerkingen aan het einde van de vragenlijst Aan het einde van de vragenlijst was er ruimte voor slotopmerkingen over het scheiden, inzamelen en kwijt kunnen van huishoudelijk afval. De meest genoemde opmerkingen zijn door maximaal 1% van de respondenten genoteerd. Behalve eerdergenoemde zaken valt op dat er vaker wordt gepleit voor meer handhaving op het correct scheiden en aanbieden van huishoudelijk afval en voor het eerder uitdelen van boetes. Ook geeft een aantal respondenten aan dat men tevreden is over hoe alles met betrekking tot het huishoudelijk afval nu georganiseerd is en dat men geen verandering wil.
22
Bijlage: extra figuren Aan de panelleden is gevraagd wat zij vinden van het idee van omgekeerd inzamelen: meer service op de gescheiden afvalinzameling en minder service op de inzameling van restafval gaan bieden. Respondenten, die minder dan 2 restafvalzakken per maand aanbieden, oordelen naar verhouding positiever over omgekeerd inzamelen; respondenten met minstens 6 restafvalzakken per maand oordelen naar verhouding negatiever. Dit beeld geldt voor zowel respondenten woonachtig in hoogbouw als respondenten woonachtig in laagbouw.
draagvlak omgekeerd inzamelen naar aantal restafvalzakken per maand BIJ BEWONERS VAN LAAGBOUW 6 of meer
8%
4 tot 6
10%
29%
3 tot 4
10%
26%
2 tot 3
9%
31%
1 tot 2
12%
minder dan 1
13%
31% 22% 22%
34%
14%
11%
16%
12%
14%
8%
9%
5%
11%
7% 4%
13%
18% 23%
35%
20%
13%
13%
25%
19%
0%
21%
15%
15% 22%
40%
60%
80%
100%
1 heel goed idee
2 goed idee
3 niet goed, niet slecht
4 slecht idee
5 heel slecht idee
6 weet niet
draagvlak omgekeerd inzamelen naar aantal restafvalzakken per maand BIJ BEWONERS VAN HOOGBOUW 6 of meer
17%
17%
33%
4 tot 6
9%
3 tot 4
8%
26%
31%
2 tot 3
9%
28%
29%
1 tot 2
14%
minder dan 1
30%
0%
18%
9%
6%
18%
10%
7%
21% 24%
44%
20%
17%
27%
33%
19%
17%
40%
13% 14%
60%
9% 4%
11%
6%
10%
2% 10%
80%
1 heel goed idee
2 goed idee
3 niet goed, niet slecht
4 slecht idee
5 heel slecht idee
6 weet niet
100%
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
23
Respondenten, die minstens 4 restafvalzakken per maand aanbieden, geven naar verhouding vaker aan dat ze hun huishoudelijk afval beter zouden kunnen scheiden; respondenten met maximaal 2 restafvalzakken geven dit minder vaak aan. Dit patroon zien we bij alle drie de onderscheiden huishoudensgroottes.
beter afval kunnen scheiden naar aantal restafvalzakken per maand VOOR EENPERSOONSHUISHOUDENS 4 tot 6
33%
58%
3 tot 4
7%
33%
17%
40%
2 tot 3
9%
28%
26%
33%
1 tot 2
5%
18%
30%
minder dan 1 3% 12%
44%
19%
0%
67%
20%
40%
60%
80%
100%
1 ja, veel beter 2 ja, beter 3 ja, iets beter 4 nee, we scheiden alles al maximaal 5 weet niet
beter afval kunnen scheiden naar aantal restafvalzakken per maand VOOR TWEEPERSOONSHUISHOUDENS 6 of meer
25%
4 tot 6
17%
14%
22%
3 tot 4
4%
22%
2 tot 3
5%
19%
1 tot 2 4%
20%
44%
26%
46% 51%
24%
59%
16%
0%
20%
73%
40%
1 ja, veel beter 2 ja, beter 3 ja, iets beter 4 nee, we scheiden alles al maximaal 5 weet niet
24
33%
24%
12%
minder dan 1 1% 8%
17%
60%
80%
100%
beter afval kunnen scheiden naar aantal restafvalzakken per maand VOOR MEERPERSOONSHUISHOUDENS 6 of meer
10%
17%
33%
33%
4 tot 6
7%
13%
3 tot 4
5%
18%
34%
42%
2 tot 3
5%
17%
34%
42%
1 tot 2
3% 11%
28%
56%
7%
20%
60%
minder dan 1
45%
12%
0%
20%
40%
35%
60%
80%
100%
1 ja, veel beter 2 ja, beter 3 ja, iets beter 4 nee, we scheiden alles al maximaal 5 weet niet
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
25