CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Houtlaan Nijmegen quickscan Ow 25-0298 d_Geredigeerd

Besluitronde (raadsvergadering) 4 februari 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Buitenplanse omgevingsactiviteit Rotonde Houtlaan (61-Bopa-20250128) (122/2025)6.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan soorten- en gebiedenbescherming Houtlaan, Nijmegen Toetsing in het kader van de Omgevingswet

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

1

Quickscan soorten- en gebiedenbescherming Houtlaan, Nijmegen Toetsing in het kader van de Omgevingswet

Status uitgave: definitief Rapportnummer:

25-166

Projectnummer:

25-0298

Datum uitgave:

20 mei 2025

Foto omslag: Projectleider: Tweede lezer: Opdrachtgever:

Gemeente Nijmegen Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Nederland

Referentie opdrachtgever:

420004630

Akkoord voor uitgave: Datum akkoord:

3 mei 2025

Graag citeren als: 2025. Quickscan soorten- en gebiedenbescherming Houtlaan, Nijmegen. Toetsing in het kader van de Omgevingswet. Rapport 25-166. Waardenburg Ecology, Culemborg. Trefwoorden: Omgevingswet, Houtlaan, Nijmegen Waardenburg Ecology is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Waardenburg Ecology. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Waardenburg Ecology voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

© Waardenburg Ecology / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Waardenburg Ecology is een handelsnaam van Bureau Waardenburg BV. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Waardenburg Ecology hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Waardenburg Ecology Varkensmarkt 9, 4101 CK Culemborg, 0345 512710 info@waardenburg.eco, www.waardenburg.eco

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

2

Inhoud Samenvatting

4

1

6

2

3

4

5

Inleiding 1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Reikwijdte van het onderzoek

7

1.3

Wettelijk kader

8

1.4

Methodiek onderzoek

9

1.5

Disclaimer

10

Beschrijving plangebied en voorgenomen activiteit

11

2.1

Beschrijving plangebied

11

2.2

Voorgenomen activiteit

13

Effecten op flora en fauna

15

3.1

Algemeen

15

3.2

Planten

15

3.3

Ongewervelden

16

3.4

Vissen

17

3.5

Amfibieën

17

3.6

Reptielen

18

3.7

Grondgebonden zoogdieren

18

3.8

Vleermuizen

20

3.9

Vogels

21

Conclusie en aanbevelingen

23

4.1

Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit

23

4.2

Maatregelen om te voldoen aan de specifieke zorgplicht

23

Literatuur

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

24

3

Samenvatting Omgevingswet onderdeel soortbescherming (rood: nader onderzoek en/of vergunning nodig, geel: maatregelen nodig, groen: geen schadelijke gevolgen). Soortgroep

Effecten (zijn er schadelijke gevolgen/?)

Aanvullend onderzoek om vast te stellen of sprake is van een schadelijke handeling

Maatregelen om schadelijke gevolgen te voorkomen of te beperken (Bal art. 11.27 lid 1a en 1b)

Vervolgstappen i.h.k.v. omgevingsvergunning

Vergunningplichtige gevallen (schadelijke handelingen Bal 11.37, 11.46, 11.54) – maatregelen Planten

Geen

-

-

-

Ongewervelden

Geen

-

-

-

Vissen

Geen

-

-

-

Amfibieën

Geen

-

-

-

Reptielen

Geen

-

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Geen

-

-

-

Vleermuizen

Geen

-

-

-

Broedvogels met jaarrond beschermd nest

Geen

-

-

-

Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest

Vernietiging van nesten of verstoring van broedvogels moet worden voorkomen

Nee

Om schadelijke gevolgen te voorkomen dient, indien werkzaamheden starten in het broedseizoen, beplanting voor aanvang van het broedseizoen te worden verwijderd.

-

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

4

Soortgroep

Effecten

Nader onderzoek

Maatregelen om schadelijke gevolgen te beperken (Bal art. 11.27 lid 1a en 1b)

Maatregelen gericht op een ‘plus’ voor natuur

Vergunningvrije gevallen (Bkl 8.74l) – maatregelen Planten

Geen

-

-

-

Ongewervelden

Geen

-

-

-

Vissen

Geen

-

-

-

Amfibieën

Geen

-

-

-

Reptielen

Geen

-

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Mogelijk effecten op soorten die zijn aangewezen als ‘vergunningvrij geval’.

-

Werkzaamheden in één richting uitvoeren.

-

Trekvogels

Geen

-

-

-

Omgevingswet onderdeel gebiedsbescherming en houtopstanden Beschermingsregime

Effect

Aanvullend onderzoek

Zorgplicht

Natura 2000

Mogelijke verslechterende of significant verstorende gevolgen zijn op voorhand uitgesloten, met mogelijke uitzondering van effecten van stikstof.

Aerius berekening om effecten van stikstof te bepalen.

Er zijn geen negatieve effecten (met uitzondering van stikstof). Aanvullende maatregelen in het kader van de zorgplicht zijn misschien noodzakelijk als uit de Aeriusberekening volgt dat de Kritische Depositie-waarde van een habitattype of leefgebied (naderend) wordt overschreden.

Natuurnetwerk Nederland, bijzondere natuurgebieden en landschappen

Het plangebied ligt buiten de NNN en op afstand van bijzondere natuurgebieden en landschappen. De regels ten aanzien van de NNN, bijzondere natuurgebieden en landschappen zijn niet van toepassing.

-

-

Bescherming van houtopstanden Ow

Bomen bevinden zich binnen de bebouwde kom. Ow-regels ten aanzien van houtopstanden gelden niet.

-

-

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

5

V

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel Gemeente Nijmegen is voornemens om werkzaamheden uit te voeren aan de Houtlaan. De huidige kruising wordt vervangen door een rotonde/ovitonde. Om deze herinrichting mogelijk te maken dienen drie bomen te worden gekapt, twee bomen te worden verplaatst en wat heesterbeplanting te worden verwijderd. Deze ingreep kan mogelijk gevolgen hebben voor van nature in het wild levende dieren en/of planten en is daarmee een ‘floraen fauna-activiteit’ in de zin van de Omgevingswet (Ow). Waardenburg Ecology heeft in opdracht van de gemeente Nijmegen op basis van een oriënterend veldonderzoek d.d. 25 april 2025 en bronnenonderzoek de gevolgen van deze ingreep op beschermde soorten in het kader van de Omgevingswet (Ow) beoordeeld en getoetst aan de specifieke zorgplichtbepalingen van de Ow. Het doel van het onderzoek is te bepalen of voor de voorgenomen activiteit een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig is. De Ow kent een specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten. Deze specifieke zorgplicht houdt kort gezegd in dat iedereen die een activiteit uitvoert, nadelige gevolgen voor planten en dieren zoveel mogelijk moet voorkomen of ongedaan moet maken.

De specifieke zorgplicht houdt onder andere in dat voorafgaand aan de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn voor het voorkomen van kwetsbare of bedreigde soorten binnen de invloedssfeer van de activiteit. Dit rapport doet verslag van de resultaten van dit onderzoek en geeft adviezen over eventueel te nemen vervolgstappen. Concreet geeft dit rapport antwoord op de volgende vragen: - Zijn er aanwijzingen dat binnen de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit soorten voorkomen waarop de specifieke zorgplicht van toepassing is? (Bal art. 11.27, lid 2a) - Zo ja, kunnen voor deze soorten planten of deze soorten dieren nadelige gevolgen op voorhand worden uitgesloten voor nesten, foerageerplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en eieren? (Bal art. 11.27, lid 2b) - Als deze gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, welke gevolgen kan de activiteit hebben voor de betreffende soorten? (Bal art. 11.27, lid 2c) - Welke passende preventieve maatregelen kunnen worden getroffen om de nadelige gevolgen te voorkomen? (Bal art. 11.27, lid 2d) - Indien nadelige gevolgen niet kunnen worden voorkomen, welke maatregelen zijn nodig om gevolgen te beperken of ongedaan te maken? (Bal art. 11.27, lid 1c, 2e, 2f)

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

6

-

1.2

Is voor betreffende soorten een omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit nodig? (Bkl art. 8.74j [Vogelrichtlijn]; art. 8.74k [Habitatrichtlijn]; art. 8.74l [andere soorten]).

Reikwijdte van het onderzoek In dit rapport zijn de gevolgen van de voorgenomen activiteit op (beschermde) soorten planten en dieren in het kader van de Omgevingswet (Ow) beoordeeld. Effecten op beschermde gebieden zijn – met uitzondering van effecten door stikstofdepositie - op voorhand uitgesloten en worden hieronder kort toegelicht. Natura 2000-gebieden Het is op voorhand uitgesloten dat de activiteit verslechterende of significant verstorende gevolgen1 heeft voor beschermde gebieden, met mogelijke uitzondering van de effecten van extra stikstofdepositie als gevolg van de uit te voeren activiteit. De invloedssfeer van de uit te voeren activiteit (storende factoren) reikt tot ca. 300 meter (exclusief stikstofdepositie). Het plangebied ligt hemelsbreed op meer dan 3,5 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken (Bron: Informatiekaart Natuur). Gezien de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteit in een gebied waar momenteel veel bouwwerkzaamheden plaatsvinden en de afstand tot Natura 2000-gebieden, is het uitgesloten dat de uit te voeren activiteit aantasting van relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden veroorzaakt met mogelijke uitzondering van de effecten van extra stikstofdepositie. We adviseren om een AERIUS-berekening uit te voeren om vast te stellen of sprake is van additionele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

Is er sprake van een bijdrage aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dan dient deze beoordeeld te worden in het kader van de Ow. Natuurnetwerk Nederland (NNN) en bijzondere natuurgebieden en landschappen Het plangebied ligt niet in of nabij het NNN, een bijzonder natuurgebied of een bijzonder landschap (>360 meter, bron: Informatiekaart Natuur). Gezien de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteit en de afstand tot deze natuurgebieden is het op voorhand uitgesloten dat de uit te voeren activiteit nadelige gevolgen voor deze gebieden veroorzaakt. Houtopstanden Nadelige gevolgen voor Houtopstanden in de zin van de Ow zijn op voorhand ook uitgesloten. Er worden geen houtopstanden zoals bedoeld in het Bal art. 11.111 gekapt, omdat de houtopstand zich binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’ bevindt.

1

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Artikel 11.6 (specifieke zorgplicht) lid 2b.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

7

1.3

Wettelijk kader De toetsing is uitgevoerd in het kader van de Ow. Voor de teksten van de Ow verwijzen we naar: wetten.overheid.nl. In Bijlage I van dit rapport wordt nader ingegaan op het toetsingskader voor een flora- en fauna-activiteit. Activiteiten die mogelijk gevolgen hebben voor in het wild levende dieren of planten zijn in de Ow gedefinieerd als flora- en fauna-activiteiten. De Ow stelt regels over flora- en faunaactiviteiten om soorten te beschermen. Dit betreft zowel (inter)nationaal beschermde soorten als niet beschermde soorten. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bij de Ow wordt onderscheid gemaakt in de volgende drie beschermingsregimes waarvoor onder voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden aangevraagd: - § 11.2.2: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn; - § 11.2.3: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn; - § 11.2.4: omgevingsvergunning andere soorten (Bijlage IX Bal). Voor elk beschermingsregime zijn de vergunningplichtige gevallen en de vergunningvrije gevallen bepaald. Provincies regelen in een omgevingsverordening of en voor welke floraen fauna-activiteiten geen vergunningplicht geldt (de vergunningvrije gevallen).

BESCHERMDE SOORTEN Voor beschermde soorten zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) schadelijke handelingen benoemd en bestaan soortlijsten waarnaar verwezen wordt in het desbetreffende artikel. Europees beschermde diersoorten en plantensoorten Soortenlijst

Schadelijke handelingen en soortenlijst beschreven in:

- Vogelrichtlijn

art 11.37 Bal

- Habitatrichtlijn, Bijlage IV

art 11.46 Bal

Andere beschermde dier- en plantensoorten Soortenlijst

Schadelijke handelingen en soortenlijst beschreven in:

- Bijlage IX

art 11.54 Bal

A. zoogdieren, amfibieën, reptielen,

art 11.54 Bal, 1e lid, onder a

vissen, dagvlinders, libellen en kevers B. vaatplanten

art 11.54 Bal, 1e lid, onder c

Vogels met jaarrond beschermde nesten - Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

RVO

8

De specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten heeft een breder toepassingskader dan de drie hierboven genoemde beschermingsregimes. De specifieke zorgplicht is van toepassing op van nature in Nederland in het wild voorkomende (Bal art. 11.27, lid 2a): - Soorten van de Vogelrichtlijn (Bijlage I Vogelrichtlijn). - Geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten, die niet in Bijlage I van de Vogelrichtlijn zijn genoemd. - Soorten van de Habitatrichtlijn (Bijlage II, IV, V Habitatrichtlijn). - Soorten dieren of planten die zijn opgenomen op de Rode Lijsten. - Nationaal beschermde soorten (Bijlage IX Bal). In deze rapportage worden soorten vermeld op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten zoals opgenomen in Bijlage IX van het Bal kortweg aangeduid als ‘beschermde soorten’. De soorten van Bijlage II en V van de Habitatrichtlijn en van de Rode Lijst die niet in de categorie ‘beschermde soorten’ vallen worden in dit rapport aangeduid als ‘overige bedreigde of kwetsbare soorten’.

1.4

Methodiek onderzoek Voorliggende toetsing is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Gevolgen voor beschermde soorten zijn bepaald op basis van de (invloedssfeer van de) voorgenomen activiteit (aard, omvang en duur) en de functie van het plangebied en omgeving voor beschermde soorten en beoordeeld in het kader van de Ow. Bronnenonderzoek Op basis van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is op 23 april 2025 een actueel overzicht gemaakt van (beschermde en overige bedreigde of kwetsbare) soorten die in de regio voorkomen. Bij het raadplegen van de NDFF is uitgegaan van een zoekgebied met een straal van circa drie km om het plangebied en gegevens tot tien jaar oud. Daarnaast is, voor zover relevant, gebruikgemaakt van achtergronddocumentatie. Veldbezoek Het veldbezoek heeft op 25 april 2025 plaatsgevonden (12°C, 1Bft, geen neerslag). Daarbij is in het plangebied en omgeving - met behulp van een verrekijker – gezocht naar beschermde soorten en sporen (zoals nesten, holen, uitwerpselen, braakballen, pootafdrukken, knaagsporen). De bomen waren hierbij goed te inspecteren op aanwezige holtes of nesten. Op basis van terreinkenmerken en expert judgement is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde en overige bedreigde of kwetsbare soorten.

De in dit rapport gepresenteerde gegevens over beschermde soorten zijn houdbaar tot drie jaar na afronding van het veldonderzoek. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na april 2028 kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

9

Veldonderzoek is altijd een momentopname. Waardenburg Ecology waarborgt dat het onderzoek is uitgevoerd door deskundige onderzoekers volgens de gangbare standaardmethoden. Het bureau is niet aansprakelijk voor waarnemingen van soorten door derden en waarnemingen die na afronding van de studie bekend worden gemaakt. De onderzoeker die het onderzoek heeft uitgevoerd heeft is door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door haar uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Waardenburg Ecology. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.

1.5

Disclaimer De reikwijdte van de specifieke zorgplicht is op dit moment nog niet duidelijk. De formulering van de specifieke zorgplicht laat veel ruimte voor interpretatie die (nog) niet nader ingevuld is door provincies. Onze interpretatie van de reikwijdte van de specifieke zorgplicht (zie Bijlage I) is gebaseerd op expert judgement. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om af te wegen welke maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht redelijkerwijs genomen worden. De specifieke zorgplicht is niet vrijblijvend, deze is bestuurs- én strafrechtelijk handhaafbaar.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

10

2 Beschrijving plangebied en voorgenomen activiteit 2.1

Beschrijving plangebied Het plangebied ligt in het zuiden van Nijmegen ten zuiden van de Universiteitscampus (Figuur 2.1). Het plangebied bestaat uit een relatief drukke kruising tussen de Kwekerijweg, de Heyendaalseweg en de Houtlaan. In de middenberm is gras met enkele jonge bomen aanwezig (Figuur 2.2). Aan de noordwest kant van de kruising is gazon aanwezig en een klein bosvak met beukenbomen en lindes (Figuur 2.3). In de ondergroei is hier onder andere sneeuwbes, esdoorn en Rhododendron aanwezig (Figuur 2.4). Achter het bosvak ligt een parkeerterrein van de Universiteit. In het plangebied is geen oppervlaktewater of bebouwing aanwezig. Aangrenzend aan het plangebied is wel een elektriciteitshuisje aanwezig, deze valt buiten de werkzaamheden.

Figuur 2.1

Ligging plangebied (rood omkaderd) (Esri Nederland, Community Map Contributors).

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

11

Figuur 2.2

Middenberm met jonge beuken.

Figuur 2.3

Beuken en lindes in het bosvak.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

12

Figuur 2.4

2.2

Ondergroei bosvak met esdoorn, sneeuwbes en Rhododendron.

Voorgenomen activiteit Informatie over de voorgenomen activiteit is aangeleverd door de gemeente Nijmegen. De huidige kruising wordt ten behoeve van verkeersveiligheid heringericht als rotonde/ovitonde. In Figuur 2.5 is de nieuwe inrichting te zien. Hiervoor worden de beuk en lindebomen in het bosvak verwijderd. De kleine beukenbomen in de huidige berm worden verplaatst. De werkzaamheden starten in Q1 2026 en vinden gedurende vier maanden plaats.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

13

Figuur 2.5

Ontwerp nieuwe rotonde/ovitonde.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

14

3 Effecten op flora en fauna 3.1

Algemeen In dit hoofdstuk wordt per soortgroep het volgende beoordeeld: - Komen er binnen de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit (mogelijk) beschermde en overige kwetsbare en bedreigde soorten voor (zie par. 1.3)? - Kunnen voor deze soorten nadelige gevolgen op voorhand worden uitgesloten? - Als deze gevolgen niet kunnen worden uitgesloten welke gevolgen kan de activiteit voor deze soorten hebben en is daarbij sprake van een zogenoemde schadelijke handeling? - Zijn mogelijke gevolgen voor beschermde en overige kwetsbare en bedreigde soorten als gevolg van de voorgenomen activiteit met maatregelen te voorkomen? - Is voor betreffende soorten een omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit nodig?

3.2

Planten

3.2.1

Functie van het plangebied voor beschermde soorten planten Uit de directe omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van glad biggenkruid, groot spiegelklokje, Kartuizer anjer, knolspirea, naaldenkervel, pijlscheefkelk, schubvaren en wilde weit (NDFF, Beschermingsregime andere soorten). Uit het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten niet aangetroffen en een functie voor deze soorten wordt uitgesloten op grond van de aangetroffen vegetaties (geschikte groeiplaatsen ontbreken). Andere beschermde plantensoorten worden op basis van verspreidingsgegevens en ontbrekend habitat uitgesloten.

3.2.2

Functie van het plangebied voor overige bedreigde of kwetsbare soorten planten Op basis van de NDFF en een habitatgeschiktheidsbeoordeling is bepaald of er aanwijzingen zijn dat kwetsbare of bedreigde soorten planten binnen de invloedssfeer van de uit te voeren activiteit (kunnen) voorkomen. Uit de directe omgeving zijn waarnemingen bekend van de Rode Lijst-soorten blauw walstro en veldkruidkers (NDFF). Deze soorten zijn tijdens het veldbezoek niet in het plangebied aangetroffen. Er zijn tijdens het veldbezoek ook geen aanwijzingen voor andere bedreigde of kwetsbare plantensoorten in het plangebied aangetroffen.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

15

3.2.3

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Ow Beschermde soorten Aangezien het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied kan worden uitgesloten, zijn ook effecten op beschermde plantensoorten als gevolg van de voorgenomen activiteit uitgesloten. Daarmee zijn ook schadelijke handelingen in het kader van de Ow ten aanzien van beschermde plantensoorten uitgesloten. Overige bedreigde of kwetsbare soorten (Bijlage II, V en Rode Lijst) Op basis van beschikbare informatie is beoordeeld dat het plangebied voor bedreigde of kwetsbare planten geen functie vervult. Daarom zijn schadelijke gevolgen ten aanzien van kwetsbare en/of bedreigde soorten planten uitgesloten. Er zijn geen maatregelen nodig en nader onderzoek naar beschermde en/of bedreigde soorten planten is niet nodig.

3.3

Ongewervelden

3.3.1

Functie van het plangebied voor beschermde soorten ongewervelden In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van teunisbloempijlstaart (NDFF; Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn), grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, sleedoornpage en vliegend hert (NDFF; Beschermingsregime andere soorten). De waarnemingen zijn niet afkomstig uit het plangebied zelf. Waardplanten voor grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage en sleedoornpage zijn iep, zoete kers, wilg en sleedoorn. Vliegend hert leeft voornamelijk op oude, dode eikenbomen en teunisbloempijlstaart heeft harig wilgenroosje, grote kattenstaart, teunisbloem en basterdwederik als waardplanten. In het onderzoeksgebied zijn geen waardplanten voor onderhavige soorten aanwezig. De bomen zijn beuken en lindes en in de ondergroei is met name esdoorn, sneeuwbes en Rhododendron aanwezig. Ook hebben de bomen geen doorlopende holtes die als overwinteringslocatie van grote vos kunnen dienen. Een functie van het plangebied voor bovengenoemde beschermde soorten is uitgesloten. Voor overige beschermde soorten ongewervelden wordt een functie op basis van verspreidingsgegevens en aanwezig habitat uitgesloten.

3.3.2

Functie van het plangebied voor overige bedreigde of kwetsbare soorten ongewervelden In de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van overige bedreigde of kwetsbare soorten ongewervelden. Op basis hiervan wordt een essentiële functie voor overige bedreigde of kwetsbare soorten ongewervelden uitgesloten.

3.3.3

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Ow Beschermde soorten

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

16

Een functie van het plangebied voor beschermde soorten is uitgesloten. Hiermee zijn ook negatieve effecten uitgesloten en daarmee ook schadelijke handelingen in het kader van de Ow. Overige bedreigde of kwetsbare soorten (Bijlage II, V en Rode Lijst) Op basis van beschikbare informatie is beoordeeld dat het plangebied voor bedreigde of kwetsbare ongewervelden geen functie vervult. Daarom zijn schadelijke gevolgen ten aanzien van kwetsbare en/of bedreigde soorten ongewervelden uitgesloten. Er zijn geen maatregelen nodig en nader onderzoek naar beschermde en/of bedreigde soorten ongewervelden is niet nodig.

3.4

Vissen

3.4.1

Functie van het plangebied voor beschermde soorten vissen In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten vissen (NDFF). In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig waardoor een functie voor beschermde soorten vissen is uitgesloten.

3.4.2

Functie van het plangebied voor overige bedreigde of kwetsbare soorten vissen Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor overige bedreigde of kwetsbare soorten vissen. In het plangebied is namelijk geen oppervlaktewater aanwezig.

3.4.3

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Ow Beschermde soorten Aangezien het voorkomen van beschermde soorten vissen in het plangebied kan worden uitgesloten, zijn ook effecten op beschermde soorten vissen als gevolg van de voorgenomen activiteit uitgesloten. Daarmee zijn ook schadelijke handelingen in het kader van de Ow ten aanzien van beschermde soorten vissen uitgesloten. Overige bedreigde of kwetsbare soorten (Bijlage II, V en Rode Lijst) Op basis van beschikbare informatie is beoordeeld dat het plangebied voor bedreigde of kwetsbare vissen geen functie vervult. Daarom zijn schadelijke gevolgen ten aanzien van kwetsbare en/of bedreigde soorten vissen uitgesloten. Er zijn geen maatregelen nodig en nader onderzoek naar beschermde en/of bedreigde soorten vissen is niet nodig.

3.5

Amfibieën Alle inheemse soorten amfibieën zijn beschermd. Er is geen categorie ‘overige bedreigde of kwetsbare soorten’.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

17

3.5.1

Functie van het plangebied voor beschermde soorten amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de vergunningplichtige Alpenwatersalamander (NDFF; Beschermingsregime andere soorten) en kamsalamander (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig waardoor een functie als voortplantingswater is uitgesloten. Het bosvak is ook te klein en ligt te geïsoleerd tussen parkeerterrein en een druk kruispunt om van belang te zijn als land of overwinteringshabitat van Alpenwatersalamander en kamsalamander. Bovenstaande geldt eveneens voor algemeen voorkomende vergunningvrije soorten amfibieën van het ‘Beschermingsregime andere soorten’, zoals kleine watersalamander en gewone pad. Een functie van het plangebied voor amfibieën is uitgesloten.

3.5.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Ow Aangezien het voorkomen van beschermde soorten amfibieën in het plangebied kan worden uitgesloten, zijn ook effecten op beschermde soorten amfibieën als gevolg van de voorgenomen activiteit uitgesloten. Daarmee zijn ook schadelijke handelingen in het kader van de Ow ten aanzien van beschermde soorten amfibieën uitgesloten.

3.6

Reptielen Alle inheemse soorten reptielen zijn beschermd. Er is geen categorie ‘overige bedreigde of kwetsbare soorten’.

3.6.1

Functie van het plangebied voor beschermde soorten reptielen In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van hazelworm (Beschermingsregime andere soorten) en zandhagedis (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn) (NDFF). Het plangebied is niet geschikt voor beschermde soorten reptielen, in het plangebied zijn geen broeihopen of geschikte ei-afzetplekken. Het plangebied is bovendien te klein van omvang en ligt geïsoleerd tussen een parkeerterrein en een drukke kruising. Een functie van het plangebied voor reptielen is uitgesloten.

3.6.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Ow Aangezien het voorkomen van beschermde soorten reptielen in het plangebied kan worden uitgesloten, kunnen (negatieve) effecten op deze soortgroep als gevolg van de voorgenomen activiteit eveneens worden uitgesloten.

3.7

Grondgebonden zoogdieren Vrijwel alle soorten grondgebonden zoogdieren zijn beschermd. Uitzonderingen zijn mol, huismuis, bruine en zwarte rat. Laatstgenoemde staat wel op de Rode Lijst van Nederlandse zoogdieren (categorie bedreigd), maar komt slechts op een beperkt aantal plaatsen voor. Het gebied van onderhavige studie behoort daar niet toe. We behandelen daarom hier alleen de beschermde soorten zoogdieren.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

18

3.7.1

Functie van het plangebied voor beschermde soorten zoogdieren In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van eekhoorn, steenmarter en wezel (NDFF; Beschermingsregime andere soorten). Er zijn in het plangebied geen eekhoornnesten waargenomen tijdens het veldbezoek. Een van de beuken heeft een holte, maar deze loopt niet door (Figuur 3.1). Een functie van het plangebied voor eekhoorn is uitgesloten. In het plangebied zijn ook geen verblijfplaatsen van steenmarter of kleine marterachtigen aanwezig. Het bosvak is te klein en ligt bovendien geïsoleerd tussen een parkeerterrein en drukke kruising waardoor deze geen functie heeft als essentieel leefgebied voor deze soorten. Een functie van het plangebied voor deze soorten is uitgesloten. Het plangebied is beperkt geschikt leefgebied voor algemeen voorkomende soorten zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’. Van de Rode Lijst soorten konijn en haas zijn in het plangebied geen sporen vastgesteld (holen, uitwerpselen). Het plangebied is geschikt als leefgebied voor kleinere algemeen voorkomende zoogdiersoorten, zoals egel en bosmuis.

Figuur 3.1

Holte in beuk die niet doorloopt.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

19

3.7.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Ow Grond- en graafwerkzaamheden kunnen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten treffen. Voor deze soorten betreft het een vergunningvrij geval en is dus géén omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit nodig. Het betreft (lokaal, regionaal en landelijk) algemeen voorkomende soorten en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is zeer beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. Wel zijn maatregelen nodig in het kader van de specifieke zorgplicht.

3.7.3

Maatregelen In het kader van de specifieke zorgplicht wordt aanbevolen de volgende maatregelen te treffen: • Werkzaamheden één richting uitvoeren, zodat aanwezige dieren de kans krijgen te vluchten.

3.8

Vleermuizen Alle soorten vleermuizen zijn beschermd. Er is geen categorie ‘overige bedreigde of kwetsbare soorten’.

3.8.1

Functie van het plangebied voor beschermde soorten vleermuizen In de omgeving zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig en geen van de bomen heeft voor vleermuizen geschikte holtes. Een beuk heeft een holte, maar deze loopt niet door (zie Figuur 3.1). Het plangebied maakt mogelijk onderdeel uit van het foerageergebied. Omdat het slechts een zeer kleine oppervlakte betreft en in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is (o.a. park Brakkenstein en de begroeiingen op de campus) betreft het geen essentieel foerageergebied. In het plangebied zijn geen essentiële vliegroutes aanwezig, omdat lijnvormige verbindingen in het plangebied zelf ontbreken. De laanbomen langs de Kwekerijweg, Heyendaalseweg en Houtlaan zijn mogelijk wel onderdeel van een vliegroute, maar deze mogelijke vliegroute blijft behouden.

3.8.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Ow In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen zijn uitgesloten en daarmee ook schadelijke handelingen in het kader van de Ow.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

20

3.9

Vogels Alle soorten vogels zijn beschermd. Er is geen categorie ‘overige bedreigde of kwetsbare soorten’.

3.9.1

Functie van het plangebied voor beschermde soorten vogels Vogels met jaarrond beschermde nestplaats In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, slechtvalk en sperwer, allen vogels met een jaarrond beschermde nestplaats1 (NDFF; Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn). In de bomen in het plangebied zijn geen nesten van vogels met een jaarrond beschermd nest vastgesteld. Op basis hiervan wordt een functie voor boombewonende soorten met een jaarrond beschermde nestplaats uitgesloten. Er zijn ook geen gebouwen in het plangebied zelf waardoor een functie voor gebouwbewonende soorten ook is uitgesloten. Het plangebied is te klein om van wezenlijke betekenis als foerageergebied voor vogels met een jaarrond beschermde nestplaats te zijn. Daarnaast zijn ook waarnemingen bekend van soorten waarvan het nest jaarrond is beschermd als alternatieve nestlocaties ontbreken, zoals boerenzwaluw, ekster, groene specht, spreeuw en zwarte kraai. Van deze soorten zijn geen nestlocaties in het plangebied waargenomen. Bovendien zijn in de omgeving voldoende alternatieve nestplaatsen beschikbaar. Vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is Het plangebied vormt geschikt broedbiotoop van algemeen voorkomende soorten, waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is, zoals houtduif en merel.

3.9.2

Bepaling van effecten en beoordeling in het kader van de Ow Vogels met jaarrond beschermde nestplaats Het plangebied heeft geen functie voor vogels met een jaarrond beschermde nestplaats, waardoor negatieve effecten en daarmee schadelijke handelingen in het kader van de Ow zijn uitgesloten. Vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is De werkzaamheden starten buiten het broedseizoen, waardoor negatieve effecten op algemene broedvogels zijn uitgesloten. Indien de werkzaamheden door vertraging toch in het broedseizoen worden gestart, kunnen de werkzaamheden ertoe leiden dat in gebruik zijnde nesten beschadigd raken of verlaten worden door de oudervogels als gevolg van verstoring. Hiervoor is geen vergunning mogelijk. Het vernietigen en verstoren van in gebruik zijnde nesten moet worden voorkomen.

1

Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. Deze soorten zijn op Rijksniveau en provinciaal niveau vastgesteld.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

21

3.9.3

Maatregelen Vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is Het verwijderen van bomen en overige beplanting vindt plaats voor aanvang van het broedseizoen (d.w.z. in de periode september – februari).

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

22

4 Conclusie en aanbevelingen 4.1

Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit Negatieve effecten op de functie van het plangebied als broedbiotoop van algemene broedvogels zonder jaarrond beschermd nest worden voorkomen door het nemen van preventieve maatregelen (zie Hoofdstuk 3). Als deze maatregelen worden getroffen, zijn schadelijke handelingen op deze soorten uitgesloten. Voor overige beschermde soorten zijn negatieve effecten uitgesloten en is een vergunning niet nodig.

4.2

Maatregelen om te voldoen aan de specifieke zorgplicht In het kader van de specifieke zorgplicht moeten redelijkerwijs maatregelen genomen worden om de mogelijke gevolgen voor beschermde, kwetsbare of bedreigde soorten te beperken of ongedaan te maken. In Hoofdstuk 3 zijn de maatregelen beschreven die in het kader van de specifieke zorgplicht genomen kunnen worden. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen welke maatregelen redelijkerwijs genomen (kunnen) worden.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

23

5 Literatuur Informatiekaart Natuur. https://atlas.bij12.nl/WebViewer/index.html?viewer=ikn_pub. Geraadpleegd op 23 april 2025. Nationale Databank Flora en Fauna. https://ndff-ecogrid.nl/. Geraadpleegd op 23 april 2025.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

24

Bijlage I

Toetsingskader beschermde soorten Omgevingswet

In deze bijlage worden de relevante onderdelen van de Ow ten aanzien van soortenbescherming samengevat. De teksten zijn grotendeels ontleend aan de ‘Handreiking Toelichting natuurbescherming onder de Omgevingswet’ van het Netwerk Groene Bureaus. Voor de teksten van de Ow verwijzen we naar: wetten.overheid.nl In Bijlage I van dit rapport wordt nader ingegaan op het toetsingskader voor een flora- en fauna-activiteit. Flora- en fauna-activiteit Een ‘flora- en fauna-activiteit’ in de Ow is een: ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Er is al sprake van een ‘flora- en faunaactiviteit’ als het een mogelijk gevolg heeft voor één in het wild levend dier of plant, ongeacht of deze soort beschermd is volgens de Ow. Als er sprake is van een flora- en fauna-activiteit, dient onder andere rekening te worden gehouden met de regels in art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht) en de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal (vergunningsplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen). Hoewel de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal alleen betrekking hebben op de bij wet beschermde soorten, gelden art. 11.27 en 11.28 (voorkomen onnodig lijden van dieren) ook met betrekking tot de niet-beschermde soorten.

Specifieke zorgplicht In het Bal is een specifieke zorgplicht opgenomen voor onder meer alle ‘flora- en faunaactiviteiten’ die vrijwel alle ruimtelijke activiteiten betreft (art. 11.27 Bal). Deze specifieke zorgplicht komt in de plaats van de algemene zorgplicht die in de Wnb stond. Iedereen die een flora- en fauna-activiteit uitvoert, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, indien dat niet mogelijk is beperken of ongedaan maken (art. 11.27, 1e lid Bal). In het tweede lid staat de nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht. De specifieke zorgplicht houdt in ieder geval in dat voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van beschermde soorten en soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn. Deze soorten betreffen in Nederland van nature voorkomende: - Vogelrichtlijn-soorten zoals genoemd in Bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, 2e lid Vrl. - Habitatrichtlijn-soorten als opgenomen in Bijlage II, IV en V Hrl. - Dieren of planten die zijn opgenomen op de Rode Lijsten. - Nationaal beschermde soorten (Bijlage IX Bal). Ook de voor bovengenoemde soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats vallen onder de specifieke zorgplicht.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

25

De kern van de zorgplichtbepaling voor flora- en fauna-activiteiten is dat als er sprake is van nadelige gevolgen op in het wild voorkomende soorten, deze, indien redelijkerwijs kan worden gevergd, moeten worden voorkomen, beperkt of ongedaan worden gemaakt. Ook in art. 11.27, tweede lid wordt verwezen naar passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen. Tijdens en na het verrichten van de activiteit moet worden nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben (dus: monitoring). In art. 11.27, tweede lid onder b Bal wordt aangegeven dat er moet worden ‘vastgesteld’ of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Daarnaast zijn de overige voorwaarden in het tweede lid onder c t/m f zodanig concreet dat in deze bewoording kan worden gelezen dat er aantoonbaar aan deze voorwaarden moet worden voldaan, zeker ook met in het achterhoofd dat de specifieke zorgplichten in de Ow zowel bestuurlijk als strafrechtelijk kunnen worden gehandhaafd. Om aantoonbaar aan de voorwaarden van de specifieke zorgplicht te hebben voldaan, is het noodzakelijk dat de toetsing aan de zorgplichtbepalingen in een quickscan of nader onderzoek wordt vastgelegd. Interpretatie specifieke zorgplicht Het Bal geeft aan waaruit de specifieke zorgplicht in ieder geval bestaat.

De reikwijdte van de specifieke zorgplicht is op dit moment nog niet duidelijk. De formulering van de specifieke zorgplicht laat veel ruimte voor interpretatie die (nog) niet nader ingevuld is door provincies. De interpretatie van de reikwijdte van de specifieke zorgplicht van Waardenburg Ecology is gebaseerd op expert judgement en het voorstel van Hunink (20231). Rode Lijst-soorten(groepen) Waardenburg Ecology richt zich in de natuurtoets, naast beschermde soorten, in principe op ‘dieren en planten’ van de Rode Lijsten (zoals letterlijk benoemd in de Ow), dus niet op niet-dierlijke of niet-planten zijnde soorten organismen, zoals paddenstoelen en korstmossen. Daarbij worden de volgende statussen van de Rode Lijst meegenomen: gevoelig, kwetsbaar, bedreigd en ernstig bedreigd. Uitgangspunt is daarbij dat de specifieke zorgplicht een focus vergt op de mogelijke nadelige gevolgen op de staat van instandhouding van soorten en niet zozeer op nadelige gevolgen voor ieder exemplaar afzonderlijk. Onderzoeksinspanning Iemand die een flora- en fauna-activiteit wil verrichten op een plek, moet controleren of er aanwijzingen zijn dat op die plek of in de buurt kwetsbare of bedreigde soorten voorkomen. Onduidelijk is welke onderzoeksinspanning verricht moet worden.

Waardenburg Ecology vult deze onderzoeksverplichting in door het raadplegen van de NDFF en een habitatgeschiktheidsbeoordeling. De soortenbeschermingsregimes In het Bal wordt onderscheid gemaakt in de volgende drie beschermingsregimes:

1

Hunink, S. 2023. Voorstel invulling specifieke zorgplicht FF-activiteiten Ow. LinkedIn bericht 30 oktober 2023.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

26

-

-

§ 11.2.2: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn (Vogelrichtlijnsoorten). Dit betreft alle van nature in Nederland voorkomende vogels conform art. 1 Vogelrichtlijn. § 11.2.3: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn (Habitatrichtlijnsoorten). Dit betreft soorten, genoemd in Bijlage IV, onder a, bij de Habitatrichtlijn, Bijlage II bij het verdrag van Bern of Bijlage I bij het verdrag van Bonn. § 11.2.4: omgevingsvergunning andere soorten (andere soorten). Dit betreft soorten genoemd in Bijlage IX behorende bij art. 11.54 Bal.

Onder iedere paragraaf (11.2.2, 11.2.3 en 11.2.4) zijn de vergunningsplichtige gevallen en de vergunningsvrije gevallen aangegeven. In de Omgevingswet wordt niet meer gesproken over verbodsbepalingen waarvoor een ontheffing of vrijstelling kan worden verleend, zoals onder de Wet natuurbescherming, maar over schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval. Er geldt een vergunningsplicht voor schadelijke handelingen bij: - vogels op grond van artikel 11.37, eerste lid Bal; - dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bonn en Bern op grond van artikel 11.46, eerste lid, Bal; - dieren van Bijlage IX, onder A van het Bal op grond van artikel 11.54, eerste lid, Bal.

De inhoud van de schadelijke handelingen komt overeen met de verbodsbepalingen van de soortenbeschermingsregimes uit de voormalige Wet natuurbescherming, aangezien deze rechtstreeks voortkomen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en internationale Verdragen en betreffen de volgende schadelijke gevallen: - het opzettelijk doden en vangen van soorten; - het beschadigen of vernielen van voortplantings- en rustplaatsen van dieren, niet zijnde vogels; - het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, eieren of wegnemen van nesten van vogels; - het opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren; - het (ver)storen van dieren volgens de beschermingsregimes soorten Vogelrichtlijn en soorten Habitatrichtlijn. N.B.: dit geldt niet voor vogels als er geen sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de vogelsoort; - het plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten. Uitzonderingen vergunningsplicht en vergunningsvrije gevallen Voor instandhoudings- en passende maatregelen in het kader van het bereiken van Natura 2000-doelstellingen geldt een uitzondering van de vergunningsplicht voor schadelijke handelingen. In het Bal is verder een aantal vergunningsvrije gevallen aangewezen per beschermingsregime waarvoor geen vergunningsplicht geldt.

Hoewel er enkele verschillen zijn, betreft het onder meer de volgende gevallen: - In een programma aangewezen flora- en fauna-activiteiten (bijv. een Natura 2000beheerplan). - In een omgevingsverordening aangewezen flora- en fauna-activiteiten (bijv. de door de provincie aangewezen soorten en handelingen). - Bij ministeriële regeling aangewezen flora- en fauna-activiteiten (in art. 4.31 van de Omgevingsregeling zijn de flora- en fauna-activiteiten die genoemd zijn in art. 11.54 Bal aangewezen als vergunningsvrij voor handelingen in het kader van bestendig

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

27

-

beheer en onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkelingen of inrichting van gebieden (incl. gebruik) voor de soorten in Bijlage VIIc Or). Flora- en fauna-activiteiten die aantoonbaar worden uitgevoerd conform een per ministeriële regeling aangewezen gedragscode.

Beoordelingsregels vergunning Een vergunning wordt alleen verleend als is voldaan aan de beoordelingsregels in § 8.6.2 Bkl. De beoordelingsregels verschillen per soortenbeschermingsregime (uitgewerkt in art. 8.74j t/m art. 8.74l Bkl), maar komen kort gezegd neer op de beoordeling: - of er geen andere bevredigende oplossing is; - of de activiteit nodig is vanwege een genoemd wettelijk belang; - of de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soort. Hiernavolgend is een Stroomschema passieve soortenbescherming Omgevingswet opgenomen.

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

28

Stroomschema passieve soortenbescherming Omgevingswet

Bron: Natuurinclusief

QUICKSCAN SOORTEN- EN GEBIEDENBESCHERMING HOUTLAAN, NIJMEGEN TOETSING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=681d0fa9-5972-4f17-910d-f8ba5595a084