CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Haven- en Kadeverordening Nijmegen 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 5 juni 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Haven- en Kadeverordening Nijmegen 2024 (29/2024)6.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Haven- en Kadeverordening Nijmegen 2024 De raad van de gemeente Nijmegen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 maart 2024; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit

vast te stellen de Haven- en Kadeverordening Nijmegen 2024

§ 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

- ADN: Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren;

- bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde

een zee-, of binnenschip, hoofdzakelijk gebruikt als of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal- culturele activiteiten.

- bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van een vaartuig niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank of loopbrug;

- bijboot: Een klein vaartuig dat behoort bij een woonboot, bedrijfsvaartuig of

historisch schip en bestemd en geschikt is voor onderhoud of het kunnen bereiken van de woonboot, bedrijfsvaartuig of historisch schip; - college: college van burgemeester en wethouders;

- exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip;

- gevaarlijke stoffen: stoffen, die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Goods Code (IMDG), het Reglement vervoer over de

binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG), dan wel in het Europees Verdrag

inzake het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren (ADN), alsmede elke andere stof die door het college als gevaarlijke stof is aangewezen en bekendgemaakt.

- gezagvoerder: diegene die het gezag voert over een vaartuig.

- haven: wateren die in het beheer zijn van onze gemeente en die voor de scheepvaart openstaan te weten de Waalhaven, de Oostkanaalhaven, de Lindenberghaven, ’t Meertje en de Veerhaven zoals aangegeven op het ligplaatsenoverzicht in bijlage 1 bij deze verordening;

- havenmeester: door het college als zodanig benoemde ambtenaren;

- horecavaartuig: een bedrijfsvaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt als hotel-, restaurant- of café of voor aanverwante activiteiten. - IMDG- code: International Maritime Dangerous Goods Code;

- kade: waterkering bedoelt als afmeerlocatie in een haven of langs een rivier of kanaal met afmeervoorzieningen.

- ligplaats nemen: het afgemeerd hebben van een vaartuig in openbaar water;

- onderhoud of herstelwerkzaamheden vaartuig of bijbehorende voorzieningen:

werkzaamheden die worden gedaan om een vaartuig of bijbehorende voorzieningen te behouden.

- openbaar water: alle wateren binnen de gemeente Nijmegen die voor het publiek toegankelijk of bevaarbaar zijn;

- passagiersschip: een vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het vervoer van ten minste twaalf personen, de bemanning daaronder niet inbegrepen.

- pleziervaartuig: een vaartuig, gebruikt of bestemd voor recreatief gebruik dan wel voor het beoefenen van de watersport.

- schepencarrousel: De schepencarrousel is een systeem waarbinnen schepen

uitgewisseld worden tussen verschillende ligplaatsen. De schepen liggen voor een korte periode (max. 3 maanden) op een ligplaats.

- schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een

baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting;

- vaartuig: een schip, pleziervaartuig, bedrijfsvaartuig, passagiersschip, historisch schip, woonboot, bijboot of ponton.

- VBG: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;

- verbouwing woonboot: er is sprake van verbouwing wanneer werkzaamheden of

veranderingen aan een woonboot de uiterlijke staat van de woonboot wijzigen zoals wijzigingen in afmetingen, vlakverdeling, kleurstelling of materiaalgebruik zoals bepaald in vigerend beleid voor beeldkwaliteit van woonschepen en woonarken.

- vierdaagsefeesten: jaarlijkse feesten die georganiseerd worden door de Stichting Vierdaagsefeesten en die starten op de zaterdag voorafgaande aan de derde week van juli en eindigen in de nacht van vrijdag/zaterdag in de derde week van juli.

- woonark: een waterwoning op een rechthoekige stalen of betonnen ponton te

water dat wordt gebruikt als woonverblijf en dat uit hoofde van deze functie in grote mate plaatsgebonden is;

- woonboot: een woonschip, woonark of historisch schip waarop wordt gewoond; - woonschip: een vaartuig met een (metalen) scheepsromp, dat is ingericht of

verbouwd voor permanente bewoning waarbij de oorspronkelijke verschijningsvorm grotendeels behouden is gebleven;

- zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn

constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip

dat is voorzien van een document, afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven, waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.

Artikel 1.2. Ligplaatsenoverzicht

Het ligplaatsenoverzicht zoals opgenomen in de bijlage bij deze verordening weergeeft:

a. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om ligplaats te nemen;

b. indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën vaartuigen;

c. indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor ligplaatsvergunninghouders. Artikel 1.3 Toepassingsgebied

1. Deze verordening is van toepassing in de havens en kaden in de gemeente zoals aangeduid in het ligplaatsenoverzicht.

2. Deze verordening is tevens van toepassing op vaartuigen die buiten een haven doch binnen de gemeente direct of indirect gemeerd liggen aan kaden,

aanlegsteigers, meerpalen of andere voorzieningen in beheer bij de gemeente. Artikel 1.4 Indienen aanvraag

Het college kan voor het indienen van een aanvraag om vergunning of ontheffing op grond van deze verordening een formulier vaststellen. Alsdan wordt voor het indienen van een aanvraag van een dergelijk formulier gebruik gemaakt. Artikel 1.5 Vergunningen en ontheffingen

1. Een vergunning of ontheffing wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.

2. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden ter bescherming van de belangen, die ten grondslag liggen aan de bepalingen in deze verordening.

3. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, vaartuiggebonden en havenof kadegebonden en, indien de vergunning of ontheffing betrekking heeft op een bedrijfsvaartuig of horecavaartuig, bedrijfsgebonden. De vergunning is niet overdraagbaar.

4. Een ontheffing voor een eenmalige gedraging of handeling wordt verleend voor de duur van die gedraging of handeling.

Artikel 1.6 Weigering vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing wordt geweigerd:

a. in geval van strijd met deze verordening;

b. in geval van strijd met het omgevingsplan;

c. in geval van strijd met vigerend beleid en nadere regels zoals genoemd in artikel 1.9.

d. indien de aanvraag wordt ingediend buiten het tijdvak als bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, onder b, artikel 5.4, tweede lid, onder b en artikel 6.4, tweede lid, onder b.

e. indien het lot met daarop het zaaknummer van de aanvraag niet getrokken

wordt bij de loting als bedoeld in artikel 4.3, derde lid, artikel 5.4, derde lid en artikel 6.4, derde lid.

Artikel 1.7 Intrekking van een vergunning of ontheffing

Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken indien:

a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt;

c. zich na het verlenen van de vergunning of ontheffing zodanige feiten of

omstandigheden voordoen dat, indien deze feiten of omstandigheden ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vergunning of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend;

d. de aan de vergunning of ontheffing gestelde voorschriften of beperkingen niet worden nageleefd;

e. niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;

f. indien hierom door of namens de houder wordt verzocht. Artikel 1.8 Aanwijzingen

1.Het college kan aanwijzingen geven in het belang van de ordening, de openbare orde, de veiligheid, het milieu en ter voorkoming van gevaar, schade of hinder.

2.Degene tot wie de aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing terstond op te volgen.

Artikel 1.9 Nadere regels

Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van: a. het toewijzen van ligplaatsen;

b. de duur van het nemen van een ligplaats;

c. het gebruik van voorzieningen van de haven;

d. de beeldkwaliteit van woonschepen en woonarken;

e. de bijbehorende voorzieningen die zijn toegestaan bij een ligplaats. Artikel 1.10. Verplichtingen van houders van toestemmingen

Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend houdt deze, of een kopie hiervan, aan boord van het vaartuig waarop deze betrekking heeft, tenzij het een vaartuig zonder bemanningsverblijf betreft. Artikel 1.11. Aanwijzing havenmeester

Het college wijst een havenmeester aan. Artikel 1.12. Normadressaat

1. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de gezagvoerder

verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

2. Bij afwezigheid van een gezagvoerder, is de exploitant verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Artikel 1.13 Historische schepen

1. Als historisch schip worden aangemerkt:

- Schepen die zijn opgenomen in het Register Varend Erfgoed Nederland

- Schepen die staan geregistreerd bij de LVBHB - Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig Artikel 1.14 Lotingsprotocol

Het college stelt een lotingsprotocol vast waarin de procedure beschreven staat die gevolgd wordt als op grond van deze verordening een lotingsprocedure is voorgeschreven.

§ 2. Orde in en gebruik van de haven Artikel 2.1 Verkeerstekens

1. Het college kan in het belang van de orde en veiligheid in de haven

verkeerstekens plaatsen die zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement en Rijnvaartpolitiereglement en die tekens voorzien van nadere aanduidingen. Artikel 2.2 Meldingsplicht

1. De gezagvoerder is verplicht om, voordat hij met zijn vaartuig een haven wil binnenvaren of ligplaats wil nemen, zich bij de havenmeester te melden.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op gezagvoerders van pleziervaartuigen tot maximaal 15 meter in de Lindenberghaven. Artikel 2.3 Vergunningplicht ligplaats

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een ligplaatsvergunning van het

college met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel beschikbaar te stellen.

2. Het eerste lid geldt niet in de volgende gevallen: a.

voor pleziervaartuigen die een ligplaatsnemen in de Lindenberghaven op de

b. c. 3.

ligplaatsen weergegeven op het ligplaatsenoverzicht;

voor schepen in het kader van de schepencarrousel in de Lindenberghaven

op de plaatsen weergegeven op het ligplaatsenoverzicht;

voor (passagiers)schepen die gebruik maken van havens of kaden voor

overslag of die op doorreis zijn.

Het college kan de in het eerste lid bedoelde ligplaatsvergunning alleen

verlenen voor de volgende vaartuigen ten aanzien van de volgende plaatsen: a.

voor woonboten:

i.

ii. b. c. 4.

iii.

veertien ligplaatsen aan de oever van ’t Meertje tussen de Waal en de

Meersluis en de zijtak hiervan;

veertien ligplaatsen in de Waalhaven;

twee ligplaatsen in de Lindenberghaven;

Voor bedrijfsvaartuigen:

i.

vier ligplaatsen in de Lindenberghaven;

i.

negen ligplaatsen in de Lindenberghaven,:

Voor historische schepen zoals bedoeld in artikel 1.13: De ligplaatsen bedoeld in derde lid zijn aangewezen tot de begrenzing

weergegeven op het ligplaatsenoverzicht. Artikel 2.4 Algemene afmeerregels

1. De gezagvoerder van een vaartuig is verplicht ervoor te zorgen dat zijn schip, zolang het een ligplaats neemt, deugdelijk en behoorlijk is afgemeerd. Hij mag daarbij de vlotte en veilige doorvaart niet belemmeren.

2. Het vastmaken mag niet anders geschieden dan aan de daartoe bestemde

afmeermiddelen of aan de vaartuig, die aan die afmeermiddelen zijn vastgemaakt. Artikel 2.5 Gebruik van ligplaats voor bijzondere doeleinden

Het is verboden een vaartuig op een ligplaats te gebruiken als opslagplaats,

magazijn, werkplaats, expositieruimte of voor het uitoefenen van een beroep of

bedrijf, tenzij het gebruik van een vaartuig gebonden is aan de aard van het beroep of bedrijf en een ligplaatsvergunning voor een bedrijfsvaartuig is verleend. Artikel 2.6 Gebruik van anker of spudpaalsysteem

1. Het is de gezagvoerder van een vaartuig verboden:

a. een anker of spudpaalsysteem te gebruiken om een vaartuig te stoppen; b. met een krabbend anker te varen;

c. ter anker te gaan of ten anker te liggen.

2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt:

a. ter voorkoming van aanvaring of aandrijving; b. op aanwijzing van het college.

3. Het gebruik van een spudpaalsysteem om af te meren is alleen toegestaan in de Waalhaven.

Artikel 2.7 Gebruik van voortstuwers, boegschroeven en hekschroeven 1. Het is de gezagvoerder van een vaartuig verboden de voortstuwers, boegschroeven en hekschroeven te gebruiken:

a. indien het vaartuig aan de grond is vastgelopen;

b. indien het vaartuig gemeerd ligt, tenzij dit geschiedt direct voorafgaand aan aankomst of direct na vertrek.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien wordt gehandeld op aanwijzing van het college.

Artikel 2.8 Zeilschepen, zeilplanken, waterskiën 1.Het is verboden om:

a. een vaartuig uitsluitend door middel van zijn zeil voort te bewegen indien het vaartuig over een werkende motor beschikt.

b. te varen met een zeil- of surfplank, waterscooter of jetski.

c. zich op waterski's voort te bewegen of te doen voortbewegen.

2.Het college kan in het geval van een evenement ontheffing verlenen van het bepaalde het eerste lid, onderdelen b en c. Artikel 2.9 Gebruik walstroom

Het is verboden gebruik te maken van scheepsgeneratoren indien gebruik kan

worden gemaakt van een aanwezige walaansluiting voor stroomgebruik (walstroom). Artikel 2.10 Gedoogverplichting gezagvoerder De gezagvoerder is verplicht:

a. te gedogen dat vaartuigen aan zijn vaartuig worden afgemeerd of over zijn vaartuig toegang naar of van de wal wordt verleend;

b. te gedogen dat trossen en lijnen van een vaartuig dat in een haven wordt verhaald, aan het zijne worden vastgemaakt.

Artikel 2.11 Gedoogplicht ligplaats schepen voor bedrijven

1. Ieder bedrijf dat aan een haven of een kade is gevestigd, moet gedogen dat

vaartuig aan de aan zijn vestiging grenzende kade of oever ligplaats nemen, indien dat door het college als noodzakelijk wordt geoordeeld.

2. Wanneer twee of meer vaartuigen gelijktijdig bij twee aangrenzende bedrijven moeten laden of lossen en één of meer vaartuigen daarbij gedeeltelijk voor het

aangrenzende bedrijf ligplaats moeten nemen, wordt bij het vaartuig dat het eerst ligplaats heeft genomen ook het eerst met laden en/of lossen begonnen en dient

het schip dat bij het aangrenzende bedrijf moet laden of lossen, te wachten tot het eerste schip met het laden en/of lossen gereed is.

3. Als bij het vaartuig dat als eerst ligplaats heeft genomen, als bedoeld in het

tweede lid, het laden en/of lossen wordt gestaakt, dan moet dit vaartuig plaats maken voor het wachtende vaartuig.

§ 3. Veiligheid en bescherming milieu in en in de omgeving van de haven Artikel 3.1 IJsbreken

1. Het is verboden met een vaartuig in een haven of langs een steiger, kade of laaden losplaats ijs te breken.

2. Het college kan van het verbod van eerste lid ontheffing verlenen. Artikel 3.2 Verhalen van vaartuigen

1. De burgemeester kan een gezagvoerder schriftelijk opdragen een vaartuig te

verhalen of te doen verhalen naar een andere ligplaats, als dit in het kader van de

bescherming van de orde of veiligheid noodzakelijk is, dit ter behoordeling van het college.

2. Als geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht het vaartuig te verhalen kan de

burgemeester het vaartuig voor rekening en risico van de gezagvoerder verhalen of doen verhalen.

3. In spoedeisende gevallen of als de gezagvoerder onbekend is kan de

burgemeester het vaartuig voor rekening en risico van de gezagvoerder verhalen of doen verhalen.

Artikel 3.3 Binnenvaren haven met lading, vallende onder de Wet VBG of ADN

1. Het is verboden met een vaartuig met een lading die valt onder het VBG of ADN,

of met een zeeschip met een lading die valt onder de IMDG- code een haven binnen te varen of ligplaats in te nemen.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het innemen van

een ligplaats bij de autoafzetplaats, zoals aangegeven op het ligplaatsenoverzicht,

voor zover dit niet langer duurt dan strikt noodzakelijk voor het ophalen en afzetten van auto’s.

3. Van het in het eerste lid gestelde verbod kan door het collegeontheffing worden verleend.

Artikel 3.4 Veroorzaken van nadelige gevolgen voor het milieu

1. Het is verboden rook, roet, dampen, gassen, stof of stoom op een zodanige wijze uit een vaartuigen te laten ontsnappen of andere handelingen zodanig uit te voeren of na te laten dat daardoor gevaar, schade of nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan.

2. Het college kan stoffen aanwijzen die in onverpakte toestand bij het laden of lossen in of uit een vaartuigen nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Zij maken de aangewezen stoffen openbaar bekend.

3. Het is verboden de krachtens het tweede lid aangewezen stoffen onverpakt in of uit een vaartuigen te laden of te lossen.

4. Het in het eerste en derde lid bedoelde verbod is niet van toepassing indien

gehandeld wordt met een vergunning op grond van de Omgevingswet, dan wel met ontheffing van het college in gevallen waarin die wet niet voorziet.

Artikel 3.5 Melding en verwijdering van te water geraakte stoffen of voorwerpen

Degene door wiens toedoen een stof of voorwerp in het water van de haven terecht komt, waardoor de veiligheid in de haven in gevaar wordt gebracht of de

waterkwaliteit wordt of kan worden benadeeld, is verplicht er voor te zorgen dat: a. daarvan onmiddellijk kennis wordt gegeven aan de havenmeester;

b. de stof of het voorwerp onmiddellijk uit het water wordt verwijderd, tenzij dit redelijkerwijs niet uitvoerbaar is.

Artikel 3.6 Verrichten van onderhoud en herstelwerkzaamheden

1.Het is verboden om aan of op een vaartuig onderhoud of herstelwerkzaamheden te verrichten of te doen verrichten.

2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op:

a. vaartuigen liggend op een scheepswerf dan wel op of aan het terrein van een herstelinrichting waarvoor een vergunning op grond van de Omgevingswet is verleend;

b. vaartuigen die geen gevaarlijke stof aan boord hebben of met die stof zijn schoongemaakt, mits:

- bij het onderhoud of de herstelwerkzaamheden geen vuur wordt gebruikt en geen vuur kan ontstaan;

- tijdens het onderhoud of de herstelwerkzaamheden de bedrijfsgereedheid van het schip niet wordt belemmerd;

- het onderhoud of de herstelwerkzaamheden geen gevaar, schade of nadelige gevolgen voor het milieu opleveren of kunnen opleveren. Artikel 3.7 Ontsmetten van vaartuigen

1. Het is verboden een vaartuig met gassen te behandelen of te doen behandelen. 2. Van het verbod van het eerste lid kan het college ontheffing verlenen.

Artikel 3.8 Ernstig gevaar, schade of nadelige gevolgen voor het milieu opleverende vaartuigen

Het is verboden met een vaartuig de haven binnen te komen, een ligplaats te nemen of in de haven of op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig ernstig gevaar, ernstige schade of nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengt of met zich mee kan brengen.

Artikel 3.9 Veroorzaken geluidshinder

1.Het is verboden in de havens of liggend aan een steiger of kade, zonder noodzaak met gebruikmaking van een vaartuig geluidssignalen te geven of anderszins voor de omgeving geluidhinder te veroorzaken.

2.Het eerste lid is niet van toepassing indien er een vergund evenement plaatsvindt.

§ 4. Ligplaatsvergunningen voor woonboten

Artikel 4.1 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning woonboot

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt een vergunning als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid voor een woonboot geweigerd indien:

a. de woonboot niet voldoet aan eisen van (brand)veiligheid, milieuhygiëne of volksgezondheid;

b. de woonboot langer, breder, hoger of dieper is dan toegestaan op grond van vigerend beleid voor beeldkwaliteit van woonschepen en woonarken; c. er voor betreffende ligplaats een omgevingsvergunning voor een

beperkingenactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk ingevolge de Omgevingswet is benodigd en deze niet is verkregen;

d. de ligplaatsen, zoals nader aangeduid in het ligplaatsenoverzicht en in deze verordening, al zijn vergund;

e. de woonboot belemmeringen kan veroorzaken of veroorzaakt aan het verkeer te water of te land;

f. het uiterlijk van de woonboot of de bijbehorende voorzieningen afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de omgeving en niet voldoet aan bepalingen opgenomen in vigerend beleid voor beeldkwaliteit van woonschepen en woonarken;

g. de woonboot gepaard gaat met meer dan één bijboot; h. de aanvrager niet de eigenaar van de woonboot is. Artikel 4.2 Beeldkwaliteit

1. Bij vergunningaanvragen voor ligplaatsen voor woonboten, niet zijnde historisch schip, wordt het college, ten aanzien van het bepaalde in artikel 4.1 sub f, geadviseerd door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit.

2. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit kan zich ad hoc laten adviseren door een onafhankelijk expert op het gebied van woonboten.

Artikel 4.3 Procedure vrijgekomen ligplaats woonboot

1. De bekendmaking van een vrijgekomen ligplaats voor een woonboot als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, geschiedt door openbaarmaking in: a. het elektronisch gemeenteblad; b. in een lokaal nieuwsblad;

c. in een lokaal huis-aan-huisblad; en 2.

d. op de gemeentelijke website.

In de bekendmaking zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval

aangegeven:

a. hoeveel ligplaatsen beschikbaar zijn;

b. binnen welk tijdvak geïnteresseerden een aanvraag kunnen indienen;

c. op welke wijze, met gebruikmaking van een digitaal aanvraagformulier, een aanvraag kan worden ingediend;

d. welke criteria er gelden voor de betreffende ligplaats;

e. welke gegevens bij de aanvraag moeten worden gevoegd om als volledig te worden aangemerkt;

f. op welke wijze en volgens welke procedure de selectie plaats zal vinden;

g. een omschrijving van de vrijgekomen ligplaats(en). Hierbij wordt een kaartje

van de locatie bijgevoegd met daarop aangegeven de maximale afmeting van

3.

de vrijgekomen ligplaats(en);

Indien en voor zover blijkt dat binnen het aanvraagtijdvak voor een (of meer)

vrijgekomen ligplaats(en) meer aanvragen zijn binnengekomen dan beschikbare ligplaatsen, dan vindt de verdeling van de beschikbare ligplaats(en) plaats door middel van loting volgens het lotingsprotocol als bedoeld in artikel 1.14. Artikel 4.4 Vrije ligplaats woonboot 1.

Wanneer conform de in artikel 4.3 bepaalde procedure geen aanvraag wordt

ingediend, of als na het volgen van die procedure geen ligplaatsvergunning wordt verleend, dan wordt deze ligplaats aangemerkt als vrije ligplaats. 2.

Op de website van de gemeente Nijmegen wordt een overzicht gepubliceerd

3.

Een aanvraag voor een vrije ligplaats als bedoeld in het eerste lid, kan op elk

van de vrije ligplaatsen als bedoeld in het eerste lid.

moment van het jaar worden ingediend. Indien en voor zover een aanvraag wordt

ingediend voor een vrije ligplaats, wordt de procedure zoals bedoeld in artikel 4.3 opnieuw doorlopen.

Artikel 4.5 Vervangen woonboot

1. Indien een woonboot wordt vervangen, dient voor de vervangende woonboot opnieuw een ligplaatsvergunning te worden gevraagd.

2. Indien een woonboot wordt vervangen als bedoeld in het eerste lid is er geen sprake van een vrijgekomen ligplaats als bedoeld in artikel 4.3. Artikel 4.6 Verbouwen woonboot

1. Indien een woonboot wordt verbouwd, dient voor de verbouwde woonboot opnieuw een ligplaatsvergunning te worden gevraagd.

2. Indien een woonboot wordt verbouwd als bedoeld in het eerste lid is er geen sprake van een vrijgekomen ligplaats als bedoeld in artikel 4.3. Artikel 4.7 Overdragen ligplaatsvergunning woonboot

1. Onverminderd hetgeen bepaald in artikel 1.5, derde lid, kan bij overlijden van de

vergunninghouder de ligplaatsvergunning worden overgedragen aan de erfgenaam. 2. Bij toepassing van het eerste lid schrijft het college, op verzoek van de erfgenaam, de vergunning over op de naam van de rechtverkrijgende. Artikel 4.8 Intrekking ligplaatsvergunning woonboot

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 kan het college de ligplaatsvergunning voor een woonboot intrekken indien:

a. de woonboot gedurende een periode van minimaal 1 jaar niet bewoond is; b. de woonboot waarop de vergunning betrekking heeft zonder melding aan het college gedurende een periode langer dan 6 aaneengesloten maanden buiten de gemeente verblijft;

c. het uiterlijk van de woonboot niet meer voldoet aan de eisen van

beeldkwaliteit, zoals neergelegd in vigerend beleid voor beeldkwaliteit van woonschepen en woonarken.

Artikel 4.9 Woonverblijf anders dan op een woonboot

1. Het is verboden om woonverblijf op het water te hebben zonder of in afwijking

van een ligplaatsvergunning voor een woonboot als bedoeld in artikel 2.2 eerste lid. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op binnenschepen, welke deelnemen aan de beroepsvaart.

3. Het college kan bepalen dat voor andere categorie vaartuigen het eerste lid niet van toepassing is.

§ 5. Ligplaatsvergunningen voor bedrijfsvaartuigen Artikel 5.1 Maximumduur ligplaatsvergunning bedrijfsvaartuig

In afwijking van hetgeen bepaald in artikel 1.5 eerste lid kan een

ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in artikel 2.3, voor een bedrijfsvaartuig worden verleend voor een periode van maximaal 15 jaar.

Artikel 5.2 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning bedrijfsvaartuig

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt een ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid voor een bedrijfsvaartuig geweigerd indien: a. het bedrijfsvaartuig niet voldoet aan eisen van (brand)veiligheid, milieuhygiëne en volksgezondheid;

b. er voor betreffende ligplaats een omgevingsvergunning voor een

beperkingenactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk ingevolge de Omgevingswet is benodigd en deze niet is verkregen;

c. de ligplaatsen, zoals nader aangeduid in het ligplaatsenoverzicht en in deze verordening, al zijn vergund;

d. het bedrijfsvaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land;

e. voor het uitoefenen van het bedrijf een vergunning is benodigd en deze niet is verleend;

f. het uiterlijk van het bedrijfsvaartuig of de bijbehorende voorzieningen afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de omgeving. Artikel 5.3 Intrekken ligplaatsvergunning bedrijfsvaartuig

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 kan het college de ligplaatsvergunning voor een bedrijfsvaartuig intrekken indien:

a. het bedrijfsvaartuig gedurende een periode van minimaal zes maanden niet wordt gebruikt voor het uitoefenen van het bedrijf;

b. het bedrijfsvaartuig waarop de vergunning betrekking heeft zonder melding aan het college gedurende een periode langer dan drie aaneengesloten maanden buiten de gemeente verblijft;

c. het bedrijfsvaartuig wordt verhuurd aan een derde. Artikel 5.4 Procedure vrijgekomen ligplaats bedrijfsvaartuig

1. De bekendmaking van een vrijgekomen ligplaats voor een bedrijfsvaartuig als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, geschiedt door openbaarmaking in: a. het elektronisch gemeenteblad; b. in een lokaal nieuwsblad;

c. in een lokaal huis-aan-huisblad; en 2.

d. op de gemeentelijke website.

In de bekendmaking zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval

aangegeven:

a. hoeveel ligplaatsen beschikbaar zijn;

b. binnen welk tijdvak geïnteresseerden een aanvraag kunnen indienen;

c. op welke wijze, met gebruikmaking van een digitaal aanvraagformulier, een aanvraag kan worden ingediend;

d. welke criteria er gelden voor de betreffende ligplaats;

e. welke gegevens bij de aanvraag moeten worden gevoegd om als volledig te worden aangemerkt;

f. op welke wijze en volgens welke procedure de selectie plaats zal vinden; g. een omschrijving van de vrijgekomen ligplaats(en). Hierbij wordt een

kaartje van de locatie bijgevoegd met daarop aangegeven de maximale

3.

afmeting van de vrijgekomen ligplaats(en);

Indien en voor zover blijkt dat binnen het aanvraagtijdvak voor een (of meer)

vrijgekomen ligplaats(en) meer aanvragen zijn binnengekomen dan beschikbare ligplaatsen, dan vindt de verdeling van de beschikbare ligplaats(en) plaats door middel van loting volgens het lotingsprotocol als bedoeld in artikel 1.14. Artikel 5.5 Vrije ligplaats bedrijfsvaartuig 1.

Wanneer conform de in artikel 5.4 bepaalde procedure geen aanvraag wordt

ingediend, of als na het volgen van die procedure geen ligplaatsvergunning wordt verleend, dan wordt deze ligplaats aangemerkt als vrije ligplaats. 2.

Op de website van de gemeente Nijmegen wordt een overzicht gepubliceerd

3.

Een aanvraag voor een vrije ligplaats als bedoeld in het eerste lid, kan op elk

van de vrije ligplaatsen als bedoeld in het eerste lid.

moment van het jaar worden ingediend. Indien en voor zover een aanvraag wordt

ingediend voor een vrije ligplaats, wordt de procedure zoals bedoeld in artikel 5.4 opnieuw doorlopen.

Artikel 5.6 Vervangen bedrijfsvaartuig

1. Indien een bedrijfsvaartuig wordt vervangen, dient voor het vervangende bedrijfsvaartuig opnieuw een ligplaatsvergunning te worden gevraagd. 2. In afwijking van hetgeen bepaald in artikel 1.5 eerste lid, wordt de

ligplaatsvergunning voor een vervangend bedrijfsvaartuig, als bedoeld in het eerste lid, verleend voor de resterende duur van de ligplaatsvergunning.

3. Indien een bedrijfsvaartuig wordt vervangen als bedoeld in het eerste lid is er geen sprake van een vrijgekomen ligplaats als bedoeld in artikel 5.4. Artikel 5.7 Verbouwen bedrijfsvaartuig

1. Indien een bedrijfsvaartuig wordt verbouwd, dient voor het verbouwde bedrijfsvaartuig opnieuw een ligplaatsvergunning te worden gevraagd. 2. In afwijking van hetgeen bepaald in artikel 1.5 eerste lid, wordt de

ligplaatsvergunning voor het verbouwde bedrijfsvaartuig, als bedoeld in het eerste lid, verleend voor de resterende duur van de ligplaatsvergunning.

2. Indien een bedrijfsvaartuig wordt verbouwd als bedoeld in het eerste lid is er geen sprake van een vrijgekomen ligplaats als bedoeld in artikel 5.4. Artikel 5.8 Overdragen ligplaatsvergunning bedrijfsvaartuig

1. Onverminderd hetgeen bepaald in artikel 1.5, derde lid, kan ten behoeve van het voortzetten van de onderneming een ligplaatsvergunning voor een bedrijfsvaartuig worden overgedragen aan:

a. een vennoot van vergunninghouder;

b. de echtgenoot of echtgenote van vergunninghouder; c. de geregistreerde partner van vergunninghouder; d. een meerderjarig kind van vergunninghouder of; e. een medewerker van vergunninghouder.

2. Onverminderd hetgeen bepaald in artikel 1.5, derde lid, kan bij overlijden van de

vergunninghouder de ligplaatsvergunning worden overgedragen aan de erfgenaam. 3. Op verzoek van de vergunninghouder of erfgenaam schrijft het college de vergunning over op de naam van de rechtverkrijgende.

§ 6. Ligplaatsvergunningen voor historische schepen in de Lindenberghaven Artikel 6.1 Maximumduur ligplaatsvergunning historisch schip

In afwijking van hetgeen bepaald in artikel 1.5 eerste lid kan een

ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in artikel 2.3, voor een historisch schip worden verleend voor een periode van maximaal 1 jaar.

Artikel 6.2 Weigeringsgronden historisch schip Lindenberghaven

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt een ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid voor een historisch schip geweigerd indien:

a. het vaartuig niet voldoet aan eisen van (brand)veiligheid, milieuhygiëne en volksgezondheid;

b. er voor betreffende ligplaats een omgevingsvergunning voor een

beperkingenactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk ingevolge de Omgevingswet is benodigd en deze niet is verkregen;

c. de ligplaatsen, zoals nader aangeduid in het ligplaatsenoverzicht en in deze verordening, al zijn vergund;

d. het vaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land;

e. voor het uitoefenen van het bedrijf een vergunning is benodigd en deze niet is verleend;

f. het vaartuig niet kwalificeert als historisch schip zoals bedoeld in artikel 1.13.

Artikel 6.3 Intrekken ligplaatsvergunning historisch schip

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 kan het college de ligplaatsvergunning voor een historisch schip intrekken indien:

a. het historisch schip waarop de vergunning betrekking heeft zonder melding aan het college gedurende een periode langer dan drie aaneengesloten maanden buiten de gemeente verblijft;

b. het historisch schip wordt verhuurd aan een derde. Artikel 6.4 Procedure vrijgekomen ligplaats historisch schip

1. De bekendmaking van een vrijgekomen ligplaats voor een historisch schip als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, geschiedt door openbaarmaking in: a. het elektronisch gemeenteblad; b. in een lokaal nieuwsblad;

c. in een lokaal huis-aan-huisblad; en 2.

d. op de gemeentelijke website.

In de bekendmaking zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval

aangegeven:

a. hoeveel ligplaatsen beschikbaar zijn;

b. binnen welk tijdvak geïnteresseerden een aanvraag kunnen indienen;

c. op welke wijze, met gebruikmaking van een digitaal aanvraagformulier, een aanvraag kan worden ingediend;

d. welke criteria er gelden voor de betreffende ligplaats;

e. welke gegevens bij de aanvraag moeten worden gevoegd om als volledig te worden aangemerkt;

f. op welke wijze en volgens welke procedure de selectie plaats zal vinden; g. een omschrijving van de vrijgekomen ligplaats(en). Hierbij wordt een

kaartje van de locatie bijgevoegd met daarop aangegeven de maximale

3.

afmeting van de vrijgekomen ligplaats(en);

Indien en voor zover blijkt dat binnen het aanvraagtijdvak voor een (of meer)

vrijgekomen ligplaats(en) meer aanvragen zijn binnengekomen dan beschikbare ligplaatsen, dan vindt de verdeling van de beschikbare ligplaats(en) plaats door middel van loting volgens het lotingsprotocol als bedoeld in artikel 1.14. Artikel 6.5 Vrije ligplaats historisch schip 1.

Wanneer conform de in artikel 6.4 bepaalde procedure geen aanvraag wordt

ingediend, of als na het volgen van die procedure geen ligplaatsvergunning wordt verleend, dan wordt deze ligplaats aangemerkt als vrije ligplaats. 2.

Op de website van de gemeente Nijmegen wordt een overzicht gepubliceerd

3.

Een aanvraag voor een vrije ligplaats als bedoeld in het eerste lid, kan op elk

van de vrije ligplaatsen als bedoeld in het eerste lid.

moment van het jaar worden ingediend. Indien en voor zover een aanvraag wordt

ingediend voor een vrije ligplaats, wordt de procedure zoals bedoeld in artikel 6.4 opnieuw doorlopen.

§ 7. Ligplaatsen voor pleziervaartuigen Artikel 7.1 Voorrang vierdaagselopers

In de week van de vierdaagsefeesten is het verboden met een pleziervaartuig een ligplaats te nemen of te hebben zonder dat er vierdaagselopers aan boord zijn. Artikel 7.2 Verbod ligplaats nemen

Het is verboden met een pleziervaartuig ligplaats te nemen indien:

a. het pleziervaartuig niet voldoet aan eisen van (brand)veiligheid, milieuhygiëne en volksgezondheid;

b. er in de Lindenberghaven geen ligplaats beschikbaar is;

c. het pleziervaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land;

d. het pleziervaartuig langer is dan 15 meter. Artikel 7.3. Duur verblijf pleziervaartuigen in Lindenberghaven

1. Het is verboden met een pleziervaartuig langer dan 48 uur onafgebroken ligplaats te nemen in de Lindenberghaven, waarbij de onderbreking ten minste 24 uur moet zijn.

2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

§ 8. Ligplaatsen voor schepen ihkv de schepencarrousel Artikel 8.1 Duur verblijf schepen in het kader van de schepencarrousel

1. Het is verboden met een schip als onderdeel van de schepencarrousel langer dan 3 maanden per kalenderjaar onafgebroken ligplaats te nemen in de Lindenberghaven.

2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Artikel 8.2 Verbod ligplaats nemen

Het is verboden met een schip ligplaats te nemen indien:

a. het schip niet voldoet aan eisen van (brand)veiligheid, milieuhygiëne en volksgezondheid;

b. er in de Lindenberghaven geen ligplaats beschikbaar is;

c. het schip belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land;

d. het schip langer is dan 15 meter.

§ 9. Ligplaatsen voor passagiersschepen Artikel 9.1 Verbod ligplaats innemen

Het is verboden met een passagiersschip ligplaats te nemen indien:

a. het passagiersschip niet voldoet aan eisen van (brand)veiligheid, milieuhygiëne en volksgezondheid;

b. het passagiersschip belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land;

c. voor het uitoefenen van het bedrijfsmatig gebruik een vergunning is benodigd en deze niet is verleend.

§ 10. Toezicht en handhaving

Artikel 10.1 Toezichthoudende ambtenaren

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze

verordening en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen zijn belast de gemeentelijke havenmeesters.

2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze

verordening en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en

beperkingen zijn aangewezen de opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering.

3. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens

deze verordening en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen belast de door het college aangewezen personen. Artikel 10.2 Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.5 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met

hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Artikel 10.3 Overgangsbepalingen

1. Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de Haven- en Kadeverordening 2016 blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken.

2. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Haven- en Kadeverordening 2016, blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze

verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd is verstreken.

3. Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn.

4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet onherroepelijk op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

5. In afwijking van hetgeen bepaald in het eerste lid worden ligplaatsvergunningen voor bedrijfsvaartuigen, waaronder ook horecavaartuigen, die zijn verleend voor onbepaalde tijd ambtshalve gewijzigd. Deze vergunningen krijgen, in overeenstemming met artikel 5.1, een termijn van 15 jaar.

6. Onverminderd hetgeen bepaald in artikel 1.5, derde lid, kan bij verkoop van een woonboot de ligplaatsvergunning worden overgedragen aan de nieuwe eigenaar indien deze ligplaatsvergunning is verstrekt vóór inwerkingtreding van deze verordening.

7. Onverminderd hetgeen bepaald in artikel 1.5, derde lid, kan bij verkoop van een woonboot de ligplaatsvergunning worden overgedragen aan de nieuwe eigenaar indien:

- deze ligplaatsvergunning is verstrekt ten behoeve van het vervangen of

verbouwen van een woonboot als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid en artikel 4.6, eerste lid, en;

- de oorspronkelijke ligplaatsvergunning van de verbouwde of vervangen woonboot is verstrekt vóór inwerkingtreding van deze verordening.

8. Bij toepassing van het zesde en zevende lid schrijft het college, op verzoek van de vergunninghouder, de vergunning over op de naam van de rechtverkrijgende.

9. Aan eigenaren van bedrijfsvaartuigen, waaronder ook horecavaartuigen, die de 5

jaar voorafgaand aan inwerkingtreding van deze verordening aaneengesloten in één van de havens hebben gelegen en dit aan kunnen tonen middels betalingen van

liggeld wordt door het college ambtshalve een ligplaatsvergunning voor een termijn van 15 jaar toegekend.

10. Aan eigenaren van woonboten die de 5 jaar voorafgaand aan inwerkingtreding

van deze verordening aaneengesloten in één van de havens hebben gelegen en dit

aan kunnen tonen middels betalingen van liggeld wordt door het college ambtshalve een ligplaatsvergunning voor onbepaalde tijd toegekend. Artikel 10.5 Naam van de verordening

Deze verordening kan worden aangehaald als 'Haven- en kadeverordening Nijmegen 2024'

Artikel 10.6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Haven-en kadeverordening 2016. Aldus vastgesteld op xx-xx-xxxx De raad van de gemeente Nijmegen, de griffier,

drs. S.J. Ruta de voorzitter, drs. H.M.F. Bruls Ligplaatsenoverzicht Overzichtskaart

Ligplaatsenoverzicht Lindenberghaven

Ligplaatsenoverzicht Waalhaven

Ligplaatsenoverzicht ’t Meertje

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=dfe4dbed-331a-4a42-bab5-9ad2e1c3128b