Handreiking energiebesparen kerken 2022.
Tekst van het document
49
Een glas-in-betonraam van de Canisiuskerk vanaf de
Voorbeeld van gewelven waarbij condensatieproble-
buiten- en binnenzijde.
men ontstonden als gevolg van plaatselijk uitgezakte isolatie.
50
Boven: Schematisch detail van een glas in lood binnen-voorzetraam (links) en buiten-voorzetraam (rechtrs).
Boven: ventilatiesleuf aan de onderzijde van het glas-in-
Een museale opstelling
lood bij een buiten-voorzetraam.
van een glas-in-lood-
Onder: condensvorming bij een buiten-voorzetraam.
raam.
51
Luchtbehandelingsinstallaties die zijn gekoppeld aan een Gebouw Beheers Systeem
52
10 stappen op weg naar duurzame kerken in Nijmegen
Stap
8 Klimaatbeheersing
Voor omvangrijke kerken met een hoge gebruiksintensiteit en hogere comforteisen kunnen klimaatinstallaties diverse voordelen bieden. Naast het verlagen van de energievraag voor verwarming is het binnenklimaat beter constant te houden waardoor betere condities worden gecreëerd voor houten onderdelen zoals orgels. Het aanbrengen van een klimaatinstallatie vraagt echter om een aanzienlijke investering waardoor dit alleen rendabel is voor intensief gebruikte, grotere kerken.
53
Een klimaatinstallatie regelt het binnenklimaat waaronder
tilatie) centraal worden aangestuurd. Een GBS is een instru-
de temperatuur, de luchtkwaliteit en de ventilatie. Meestal
ment (software) dat een zo optimaal mogelijk binnenklimaat
wordt hiervoor een gebalanceerd ventilatie systeem toegepast
nastreeft en zorgt voor een optimale afstemming van de ener-
waarbij de aan- en afvoer van de lucht mechanisch is geregeld.
gievraag en het energieverbruik. Een voordeel is dat een GBS
Om energieverlies te voorkomen wordt hier een Warmte Terug
niet alleen de installaties regelt en op elkaar afstemt, maar ook
Win systeem (WTW) aan gekoppeld, waarbij de uitgaande
alarmeert bij storingen, en het de mogelijkheid biedt om het
lucht de inkomende lucht verwarmt in een warmtewisselaar.
systeem op afstand te sturen. Daarnaast geeft het GBS voort-
Aan het ventilatiesysteem kunnen luchtkwaliteit en relatieve
durend informatie over o.a. de luchttemperatuur en relatieve
luchtvochtigheidmeters worden gekoppeld die het systeem
luchtvochtigheid in ruimtes. Deze gegevens kunnen nuttig zijn
aansturen. Een nadeel van dergelijke installaties is dat het om
voor het verder optimaliseren van het klimaat.
luchtkanalen vraagt en verschillende aan- en afvoerroosters in
Eventueel kan aan het GBS systeem een bevochtigingsinstal-
de buitenschil, wat in veel gevallen lastig is uit te voeren.
latie worden gekoppeld. Het is aan te bevelen om een bevochtigingsinstallatie pas toe te passen als blijkt dat de relatieve
Ook kan een zogenaamd Gebouw Beheers Systeem (GBS)
luchtvochtigheid na de optimalisatie van het verwarmingssys-
worden toegepast waarbij de installaties (verwarming en ven-
teem nog steeds niet afdoende kan worden beheerst.
Invloedsfactoren bij klimaatbeheersing Programma
De gebruiksintensiteit, bezoekersaantallen en comfortwensen zijn factoren die meewegen bij de vraag of klimaatbeheersing rendeert. Wanneer een kerk vaker wordt verwarmd (tijdens het stookseizoen gemiddeld meer dan 30 uur per week) en de temperatuurinstelling vanuit de comfortwens wat hoger is (≥18 °C), wordt de toepassing van klimaatbeheersing financieel pas interessant.
Omvang kerk
Daarnaast vormt de grootte van een kerk een belangrijke factor voor het wel of niet renderen van een klimaatinstallatie. Voor kleinere kerken zijn dergelijke systemen doorgaans niet rendabel. Bij kerken met een volume vanaf 7000 m³ kan een dergelijk systeem voordelen bieden.
Monumentale waarden
Klimaatinstallaties zijn in de regel omvangrijk en vragen om diverse leidingen, kanalen en beluchtingsroosters die ten kosten kunnen gaan van monumentale waarden en de visuele gaafheid.
Constructief
Vaak kunnen de installaties op de zolder worden geplaatst. Grotere installaties hebben een aanzienlijk gewicht en kunnen dikwijls niet zonder een constructieve verstijving of aanvullend dragende vloer worden geplaatst.
Type verwarmingssys-
Luchtverwarming is meestal goed te koppelen aan een klimaatinstallatie. Bij andere verwar-
teem
mingssystemen wordt een losse luchtbehandelingsinstallatie naast het verwarmingssysteem geplaatst. Bij een GBS kunnen de twee worden gekoppeld en regelen ze (computer)gestuurd het binnenklimaat.
Aanwezige kierdichting
Voor een klimaatinstallatie moet de kerkzaal een zekere mate van kierdichting hebben. Als de kierdichting onvoldoende is, is het effect van een klimaatinstallatie beperkt en is het systeem moeilijk in te regelen. Ook dienen bestaande natuurlijke ventilatieopeningen te worden gedicht aangezien de aan- en afvoer van lucht centraal (of decentraal) is geregeld. Hetzelfde geldt voor de openheid van gewelven. Wanneer de gewelven een te open karakter (zoals bij ongeïsoleerde houten gewelven) hebben, is de kerk mogelijk niet geschikt voor een klimaatinstallatie.
54
Aanpak
Aandachtspunten
Om een klimaatinstallatie op een verantwoorde manier in te passen, is een analyse van de bouwtechnische en bouwfysi-
Binnenklimaat
sche condities noodzakelijk, evenals inzicht in de aanwezige
Een klimaatinstallatie heeft grote invloed op het binnenklimaat
monumentale waarden. Vervolgens moet onderzocht worden
en de conditie van de kerk en het interieur. Een goede afstem-
of de kierdichting van de kerk toereikend is voor de installatie,
ming en regelmatige controle van het binnenklimaat is essenti-
en of deze zo nodig op een verantwoorde manier verbeterd
eel om te grote schommelingen in de temperatuur en relatieve
kan worden. Om de luchtdichtheid te testen is in sommige
luchtvochtigheid tegen te gaan (zie ook Stap 1).
gevallen een zogenaamde blowerdoortest noodzakelijk. Voor
Vaak is er meer behoefte aan bevochtigen (de RV is te laag) dan
het inpassen van een klimaatinstallatie zal een gespecialiseerd
ontvochtigen (de RV is te hoog). Van het laatste is vaak alleen
installatieadviseur moeten worden ingeschakeld.
sprake bij kerken die weinig worden gebruikt en niet of nauwelijks worden verwarmd. De hoge luchtvochtigheid is dan vaak al op te lossen met een verbetering van de ventilatie. Het zo maar aanbrengen van installaties die be- of ontvochtigen, zonder degelijk beheerssysteem kan ernstige gevolgen hebben voor bijvoorbeeld orgels. Een overmatige bevochtiging, bijvoorbeeld door het plaatsen van een losse bevochtiger, kan tot schimmel, corrosie en houtaantasting leiden.
Geluid Klimaatinstallaties produceren geluid. Vaak moeten voorzieningen als een geluiddempende vloer onder de installatie worden toegepast om geluidsoverlast voor de kerkzaal te voorkomen.
Gemiddelde investering en gemiddelde besparing Met het toepassen van een klimaatinstallatie kan gemiddeld 20 tot 40% op het energieverbruik worden bespaard. Veel is afhankelijk van o.a. de bestaande verwarmingsinstallatie en omvang van de ingreep. De kosten kunnen daarom erg uiteenlopen van ca. € 20.000 tot 400.000,-. De terugverdientijd is 13 tot 50 jaar.
55
56
Overzicht terugverdientijden stappen
Stap
Gemiddelde besparing
Gemiddelde investering
Terugverdientijd
1. Optimalisatie instelling
10-15 %
tot € 1.500,-
tot 2 jaar
10-15%
€ 2.00,- tot € 5.000,-
3 tot 4 jaar
3. Kierdichting en inrichting
10-20%
€ 4.000,- tot € 10.000
5 tot 8 jaar
4. Plaatselijk verwarmen
20-50%
€ 6000,- tot € 16.000
3 tot 8 jaar
5. Gestuurde ventilatie
10-20%
€ 8000,- tot € 20.000,-
8 tot 15 jaar
6. Moderniseren
20-60%
€ 15.000,- tot €150.000
12 tot 50 jaar
7. Isolatiemaatregelen
10-20%
€ 40.000,- tot > € 2.000.000
20 tot >100 jaar
8. Klimaatbeheersing
20-40%
€20.000,- tot €400.000,-
13 tot 50 jaar
verwarming 2. Optimalisatie bestaande verwarmingssysteem
verwarmingssysteem
57
58
10 stappen op weg naar duurzame kerken in Nijmegen
Stap
9 Aardgasvrij
Wanneer een CV-ketel is afgeschreven en aan vervanging toe is, ontstaat de vraag (daar waar met gas wordt verwarmd) hoe te anticiperen is op een aardgasvrije toekomst. Het vervangen van de ketels biedt een goede aanleiding om te onderzoeken welke potentiële scenario’s geschikt zijn voor de kerk. Aangezien een nieuwe installatie vaak een aanzienlijke investering betekent, is het van belang dat er een weloverwogen keus wordt gemaakt die ook aansluit bij de beoogde energietransitie voor de wijk waarin de kerk staat. De gemeente is derhalve het eerste loket om te informeren welk alternatief er voor aardgas komt.
59
Nijmegen wil in 2045 energieneutraal en aardgasvrij zijn. In veel wijken zal echter niet voor 20XX worden aangevangen met het doorvoeren van de energietransitie. In veel gevallen is het voor kerken waar de ketel aan vervanging toe is, dan ook aan te bevelen om in afwachting van de potentiële toekomstige warmtebron een ‘tussenstap’ te nemen en te kiezen voor moderne HR CV-ketels, of al voor een hybride systeem te kiezen met een combinatie van moderne CV-ketels en een luchtwarmtepomp.
Warmtenet In de warmtevisie van Nijmegen wordt bij een stedelijke omgeving met hoge bouwingsdichtheid (en veel gestapelde bouw) mogelijk ingezet op een warmtenet. Hierbij wordt afhankelijk van de wijk gedacht aan een midden-temperatuur warmtenet omdat dit in de meeste gevallen te combineren is met monumentale gebouwen. De historische panden hoeven dan in vergelijking met een laag-temperatuur warmtenet maar beperkt in hun isolatieniveau worden verbeterd. Bij hoog-temperatuur warmtenetten zijn in principe geen aanpassingen noodzakelijk om de gebouwen te kunnen verwarmen. De aanleg van een hoog temperatuurnet is echter veel kostbaarder en vraagt om veel meer energie om de hoge temperatuur op te wekken. Voor buitenwijken zijn meer variaties mogelijk. Daar wordt vaak ook gekeken naar kleinschaligere lokale warmtenetten die veelal een laag temperatuur systeem betreffen.
Hoog, midden en laag temperatuur verwarming Van een hoog temperatuur warmtenet wordt gesproken als het verwarmingswater 70 °C of hoger is. Traditionele verwarmingselementen als radiatoren kunnen worden gehandhaafd en er zijn geen aanvullende isolerende maatregelen noodzakelijk om de kerk en bijgebouwen te verwarmen. Van een midden temperatuur wordt gesproken wanneer het verwarmingswater tussen de 55 en 70 °C is. Bij midden temperatuur kan het zijn dat een aanvullende verwarmende voorziening moet worden aangebracht en/ of er eventueel isolerende maatregelen moeten worden getroffen. Van een laag temperatuur wordt gesproken als het verwarmingswater tussen de 35 en 55 °C is. Bestaande warmtewisselaars, radiatoren en convectoren zijn meestal niet verenigbaar met laag temperatuurverwarming. Vloerverwarming sluit hier wel goed bij aan. Daarnaast vraagt laag temperatuurverwarming in de regel om een goed geïsoleerd pand. Bij een lager isolatieniveau (wat bij kerken meestal het geval is), is het vaak lastig om een ruimte in koudere periodes naar de gewenste temperatuur te verwarmen. Een optie is het water op te waarderen naar een midden temperatuur (bijverwarming) en/of voor een minimale ruimtetemperatuur te kiezen en met name van elektrische stralingswarmte gebruik te maken. Tot slot bestaat ook een zeer laag warmtenet met een temperatuur van het verwarmingswater tot 35 °C.
In de regel is dit ontoereikend voor verwarming en zal opwaarderen van de temperatuur noodzakelijk zijn.
60
Warmtepomp
vraag als een koelvraag moet bestaan4; een kerk heeft in de
Een warmtepomp haalt met een warmtewisselaar warmte uit onuitputtelijke bronnen zoals water, lucht of bodem. Warmtepompsystemen gebruiken daardoor geen fossiele brandstof en veroorzaken weinig milieubelasting. Wel maakt een warmtepomp gebruik van elektriciteit; het stroomverbruik is afhankelijk van het vermogen van de warmtepomp. Veelal ligt het stroomverbruik op ca. 20-25% van het afgegeven warmtevermogen in kW. Een warmtepompsysteem is in veel gevallen niet geschikt voor het verwarmen van een kerk. De systemen geven onvoldoende capaciteit en/of sluiten niet aan bij de specifieke warmtevraag van een kerk. Warmtepompen vragen om een zogenaamde Laag Temperatuur Verwarming (LTV) zoals vloerverwarming. Bestaande warmtewisselaars van de luchtverwarming, radiatoren en convectoren, gevoed door reguliere hoog temperatuur Cv-ketels, zullen met LTV waarschijnlijk onvoldoende vermogen kunnen leveren voor het verwarmen van de kerk naar de gewenste gebruikstemperatuur. Bij de toepassing van luchtwarmtepompen zullen voor een gemiddelde kerk meerdere units in cascade moeten worden opgesteld. Daarbij kan het zijn dat de luchtwarmtepomp in koude perioden onvoldoende vermogen kan leveren.
zomer doorgaans geen koelvraag. Eventueel kan gekeken of er gezamenlijk met een partij in de nabije omgeving een installatie kan worden aangelegd die wel een duidelijke koelvraag in de zomer heeft en die in balans is met de warmtevraag van de kerk in de winter. Eventueel kan onderzocht worden of seizoensgebonden warmteopslag tot de mogelijkheden behoort. Warmte-energie, bijvoorbeeld van zonnecollectoren, wordt dan in de bodem opgeslagen en in koudere perioden aangewend voor de verwarming van de kerk. Om te zien of het systeem rendabel is, zal een energiebalans moeten worden opgemaakt. De vraag is of het systeem voldoende warmte genereert voor de verwarming van de kerk gedurende het stookseizoen. Het systeem is in verhouding kostbaar; het vraagt immers om een bodembron met warmtepomp en zonnecollectoren. Ook zijn zonnecollectoren op het dak lang niet altijd mogelijkheid; collectoren die in het zicht liggen, worden bij monumenten in de regel als detonerend ervaren en zijn daarom onwenselijk (zie ook Stap 10, Elektriciteitsverbruik; Zonne-energie). Een mogelijk alternatief is een systeem waarbij warmte wordt opgevangen vanaf de pannen of leien. Bij deze systemen vangen metalen geleiders warmte op die bij de dakbedekking ontstaat door bezonning. Via een
Een alternatief is een hybride warmtepomp waarbij een reguliere CV-ketel bijverwarmt of het over neemt wanneer de luchtwarmtepomp onvoldoende vermogen levert. Met een hybride warmtepomp kan 30 tot 40% op het gasverbruik worden bespaard. Een nadeel voor omwonenden kan zijn dat
met vloeistof gevuld leidingsysteem wordt de warmte-energie getransporteerd naar een warmtewisselaar. Vanuit kostentechnisch oogpunt is het alleen zinvol om een dergelijk systeem toe te passen als onderdeel van een technisch noodzakelijke dakrenovatie.
de buiten-units van de warmtepomp geluid produceren. Het geluidsniveau is weliswaar niet hoog maar wordt door sommigen toch als hinderlijk ervaren3. Een WKO installatie (warmte-koudeopslag) ofwel een warmtepomp die gebruik maakt van bodemwarmte, is in de regel niet geschikt omdat bij een dergelijk systeem zowel een warmteDe meeste buitenunits van lucht/water warmtepompen produceren gemiddeld 35 tot 40 decibel. Dit is vergelijkbaar met het zoemend geluid van een reguliere koelkast. 4 Om de bodembron van een WKO goed te laten functioneren, moet in de zomer warmte worden opgeslagen in de bodem (door het onttrekken van koude), welke in de winter weer kan worden aangewend voor verwarming (door het opslaan van koude). 3
61
Schematische weergave van een WKO installatie.
Elektrisch Een andere mogelijkheid is de kerk volledig elektrisch (met stralingswarmte) te verwarmen. Voor kerken met een grotere omvang en/of een meer gevarieerd programma is elektrisch
in dat geval beter om voor een hybride oplossing te kiezen en te kijken of een andere warmtebron beschikbaar is voor het verwarmen tot een basistemperatuur.
verwarmen minder ideaal. Het volledig elektrisch verwarmen
Biomassa
van een kerk vraagt immers om een relatief groot vermogen.
Een biomassa-installatie, een CV ketel die houtafval of pellets
Voor de meeste kerken volstaat een uitbreiding van de be-
van houtafval als brandstof gebruikt, is ook een aardgasvrij
staande stoppenkast niet en is een eigen transformator nood-
alternatief. De systemen zijn relatief duurzaam (20 tot 30 jaar)
zakelijk. Een transformatorruimte vraagt om een plaatsing
en heten CO2 neutraal te zijn. Bij verbranding van het hout
op maaiveldniveau en een toegang vanaf de buitenzijde; een
komt dezelfde hoeveelheid CO2 vrij als wanneer het hout op
geschikte locatie zal voor het merendeel van de monumentale
natuurlijke wijze afbreekt waardoor er per saldo niet extra
kerken lastig te verwezenlijken zijn.
CO2 vrij komt. Dit geldt alleen als er gebruik wordt gemaakt van daadwerkelijk afvalhout uit de nabije omgeving. Wanneer
Wanneer kleinere ruimten moeten worden verwarmd of
houtpellets van elders komen (waarvoor speciaal bomen zijn
wanneer alleen een beperkt gedeelte van de kerkzaal met een
gekapt) is het niet CO2 neutraal en is de milieubelasting vol-
beperkte tijdsduur wordt gebruikt, kan elektrisch verwarmen
gens sommige experts nog groter dan wanneer gebruik wordt
wel voordelen bieden (zie Stap 4 Lokaal verwarmen). In de
gemaakt van gas. Verder produceert een biomassa-installatie
regel wordt dan gebruik gemaakt van infraroodstralers en
fijnstof waardoor het systeem een negatief effect heeft op de
elektrische vloerverwarming. Het is aan te bevelen om de
luchtkwaliteit, al is dit in verhouding minder dan een open
stralingspanelen of infra rood elementen niet te ver van de be-
haard of reguliere houtkachel. Vanuit milieutechnische oog-
zoekers te plaatsen, bijvoorbeeld op 2,5 à 3,5 m. Naarmate de
punt is een biomassa-installatie derhalve een minder geschikt
afstand tot een straler groter wordt, neemt het effect exponen-
alternatief voor aardgas.
tieel af en is een steeds groter vermogen nodig. Lager hangende stralers kunnen echter weer een verstoring van het interieur van de kerk betekenen.
Geothermie Geothermie is met name geschikt voor grootschalige projecten en derhalve niet voor een kerk alleen. Bij geothermie (aard-
Bij de toepassing van elektrisch verwarmen is het wel aan
warmte) wordt warmte uit de ondergrond opgepompt voor
te bevelen om de kerk tot een basistemperatuur te blijven
de verwarming van complexen. De temperatuur loopt op met
verwarmen, bijvoorbeeld 10 à 12 °C en deze niet volledig af te
de diepte: hoe dieper hoe warmer. Het van nature aanwezige
laten koelen wanneer er geen activiteit plaatsvindt. Als de kerk
warme water wordt uit de ondergrond opgepompt waarbij
te sterk afkoelt kunnen bezoekers zich door de koudestraling
de warmte eruit wordt gehaald. Een pomp zorgt er vervol-
van het gebouw en de lage ruimtetemperatuur ondanks de
gens voor dat het afgekoelde water terugstroomt in dezelfde
stralingselementen of elektrische vloerverwarming toch onbe-
aardlaag zodat het weer kan opwarmen. Geothermie is niet
hagelijk voelen.
overal toepasbaar. Onderzocht moet worden of en op welke
Voor de basistemperatuur kan eventueel de bestaande ver-
diepte zich een bodemlaag bevindt die voldoende warmte kan
warmingsinstallatie (radiatoren, vloer- of luchtverwarming)
genereren en die economisch rendabel is.
worden aangewend als deze bijvoorbeeld wordt gekoppeld aan een luchtwarmtepomp5. Wanneer een luchtwarmtepomp niet goed mogelijk blijkt als warmtebron (zie hierboven), is het niet aan te bevelen om volledig elektrisch te verwarmen aangezien dit om een relatief groot vermogen vraagt. Het is
5
Is ook een vorm van all electric
62
63
Zonnepanelen op het dak van de Opstandingskerk in Arnhem
64
10 stappen op weg naar duurzame kerken in Nijmegen
Stap
10 Elektriciteitsverbruik
Ook op het gebied van elektriciteit kan veel worden bespaard, vaak door middel van redelijk eenvoudige maatregelen. Zo kan met ledverlichting, bewegingsmelders en centrale aan- en uitschakelaars veel op het elektriciteitsverbruik worden bespaard. Een meer omvangrijke maatregel die maar in een beperkt aantal gevallen tot de mogelijkheid behoort, is het toepassen van zonne-energie.
65
Ledverlichting
Centrale aan/uitschakelaars
Het algemeen toepassen van ledverlichting zal een duidelijke
Een centrale aan/afwezigheid-schakelaar bij de entree is een
besparing tot gevolg hebben. Ledverlichting verbruikt ca. 8
middel dat ervoor zorgt dat zaken in en om de kerk en bij-
maal minder energie dan gloeilampen en heeft daarmee een
gebouwen in- of uitschakelen. Deze oplossing is met name
terugverdientijd van minder dan een jaar. Een spaarlamp ver-
interessant voor kerken met veel bijvertrekken en verlichting
bruikt ca. 4 maal minder energie dan een gloeilamp. Ledver-
met afzonderlijke schakels. Het voorkomt dat zaken per onge-
lichting gaat relatief lang mee met een levensduur van 15 tot
luk onnodig aan of stand-by staan. Aan de centrale schakelaar
25 jaar. Een goede ledlamp kan tot 50.000 branduren meegaan
kunnen de hoofdverlichting en andere elektrische apparaten
en daarmee is de levensduur ca. 50 maal zo lang dan die van
zoals de geluidsinstallatie, die geen functie hebben tijdens
een reguliere gloeilamp. De gemiddelde spaarlamp heeft een
sluitingstijden, worden gekoppeld. Wanneer bijvoorbeeld de
levensduur van ongeveer 8 jaar. Overigens is het gebruik van
verwarmingsinstallatie onderdeel uitmaakt van dezelfde groep
spaarlampen bij kerken die in het bezit zijn van bijzondere
moet dit worden aangepast.
kunstschatten als schilderijen, muurschilderingen of wandkle-
De gemiddelde terugverdientijd van een centrale aan- en uit-
den, af te raden. Door een relatief hoog gehalte aan ultra violet
schakelaar is sterk afhankelijk van de kerk en het gebruikspro-
licht verkleuren de objecten sneller.
tocol en varieert hierdoor van 2 tot 8 jaar.
Ledverlichting vraagt door de hogere prijs van de lampen om een hogere investering maar, door de langere levensduur en
Controle bestaande elektrische installatie
het lage elektriciteitsverbruik is het verreweg de meest duurza-
Oudere elektrische installaties kunnen soms energielekken
me verlichting.
hebben of plaatselijk veel warmte genereren wat tot energieverlies leidt. Lekstroom kan bijvoorbeeld ontstaan door een
TL-buizen kunnen niet zondermeer vervangen worden door
fout in de aarding. Het is daarom aan te bevelen installaties te
zogenaamde LED-tubes. Veel armaturen moeten worden
laten doormeten om te zien of er onevenredig hoog energie-
vervangen of worden aangepast (voorschakelapparatuur ver-
verlies optreedt. Ook zijn contactdozen, verdelers of transfor-
wijderen, overbruggen of vervangen). Er zijn echter LED-tubes
matoren die relatief veel warmte produceren, eenvoudig op te
in de handel waarvoor geen aanpassingen nodig is al laat de
sporen met een infrarood camera. Naast het voorkomen van
kwaliteit van veel zogenaamde retrofit buizen overwegend te
energieverlies, is het controleren ook aan te bevelen uit het
wensen over en produceren ze minder licht. Reguliere TL-bui-
oogpunt van brandveiligheid. De meeste branden ontstaan
zen zijn uit de handel, dus wanneer een lamp aan vervanging
door kortsluiting of het doorbranden van de eclectische instal-
toe is zal moeten worden overgestapt op LED. Met een LED-tu-
latie.
be wordt afhankelijk van het type 40 tot 80% minder elektrici-
Een keuring van de eclectische installatie kost gemiddeld €
teit verbruikt dan met een reguliere TL-buis.
300,- tot € 1500,-
Bewegingsmelders
Zonne-energie
Vooral voor kerken met een gevarieerd programma kunnen
Kerken zijn doorgaans uitgerust met prominente daken die in
bewegingsmelders een besparing opleveren op het elektrici-
het zicht liggen. Zonnepanelen die in het zicht liggen, worden bij
teitsgebruik. Zo voorkomen automatische aan/uit schakelaars
monumenten in de regel als detonerend ervaren en zijn daarom
voor de verlichting bij toiletten of bij zijkapellen veel onnodige
onwenselijk. Dakvlakken die niet direct zichtbaar zijn, zoals
branduren. De gemiddelde terugverdientijd van een bewe-
daken van zijbeuken, en niet grenzend aan de openbare ruimte,
gingsmelder is 3 tot 5 jaar.
renderen vaak onvoldoende door schaduw van de omliggende daken en opstanden. Een uitzondering vormen soms hallenkerken waar niet zichtdaken voldoende zon vangen voor een rendabele plaatsing van panelen. Hoewel sommige kerken zijn uitgerust met platte daken of
66
anderzijds daken waar zonder verstoring van het beeld rendabel panelen kunnen worden geplaatst, zijn kerken in het algemeen minder geschikt voor het toepassen van zonne-energie. Het gemeentelijke beleid voor zonnepanelen is er op dit moment op gericht dat zonnepanelen aan de voorzijde van gebouwen niet mogelijk zijn en aan de achterzijde niet storend aanwezig. Zonnepanelen op bijzondere dakbedekking, zoals leien, riet of oestgeesterpannen, zijn niet toegestaan. Een standaard zonnepaneel levert gemiddeld 290 `a 300 kWh per jaar op (ca. 180 à 188 kWh/m² per jaar) en heeft een terugverdientijd van ongeveer 8 jaar. Het is sterk aan te bevelen een vermogen te plaatsen dat onder het eigen gebruik ligt; hogere vermogen is onrendabel en brengt bovendien de ANBI status in gevaar. Er bestaan ook dakpannen en leien waarin zonnecellen zijn verwerkt die daardoor minder in het oog springen. Bij pannen leidt het overigens wel tot een wezenlijke wijziging van het beeld omdat deze pannen (vooralsnog) alleen vlak worden uitgevoerd en dus afsteken tegen de bij monumenten veel toegepaste gegolfde Hollandse pannen. Een nadeel is dat de kosten ca. driemaal zo hoog zijn en het rendement per vierkante meter ca. 20% lager ligt. Een tweede nadeel is dat zonnecellen na 25 jaar zijn afgeschreven terwijl een pannendak eenvoudig 100 jaar en een leien dak 80 jaar of langer mee gaat.
Vanuit het oogpunt van kosten en duurzaamheid is het plaatsen van panelen op het dak, met handhaving van de bestaande dakbedekking, een aantrekkelijker alternatief.
67
Zonnepanelen op de Petrus Canisiuskerk 2013
68