CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

GGD-rapport Luchtkwaliteit en gezondheid in Gelderland 2019

Besluitronde (raadsvergadering) 29 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: D29 d.d. 8 maart 2022 inzake Aanbiedingsbrief GGD-rapport "Luchtkwaliteit en gezondheid in Gelderland"15.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.1

Bronbeleid

Beleid bij de bron is de meest effectieve manier om de luchtkwaliteit te verbeteren. In het Tekstvak ‘Voorbeelden van bronbeleid’ staat een aantal mogelijke bronmaatregelen genoemd. Denk hierbij aan het wegnemen van de bron (geen houtkachel, fiets in plaats van auto) en verminderen van de bron (minder stoken, snelheidsverlaging). De GGD vindt bronbeleid daarom de beste keuze voor de vermindering van blootstelling en gezondheidseffecten. De grootste bronnen van luchtverontreiniging in Gelderland zijn wegverkeer, veehouderij, houtrook, scheepvaart, mobiele werktuigen en industrie. GGD’en denken graag mee met provincie en gemeenten in de aanpak van bronnen. De Omgevingswet biedt gemeenten en provincie veel ruimte om ambities, beleid en maatregelen voor gezonde lucht te borgen. In de Omgevingsvisie kunnen ambities worden opgenomen, in het Omgevingsplan (provincie: Omgevingsverordening) kunnen omgevingswaarden voor luchtkwaliteit worden opgenomen, en beleid of maatregelen om uitstoot van bronnen te beperken worden vastgelegd. Het Schone Lucht Akkoord (zie paragraaf 5.5) biedt veel kennis over en ervaring met mogelijke bronmaatregelen, waaronder ook de (juridische) borging ervan. In het SLA wordt ook innovatie gefaciliteerd middels de cofinanciering van pilots.

Pagina

36

VOORBEELDEN VAN BRONBELEID Wegverkeer -Minder wegverkeer, o.a. door stimuleren lopen, fietsen en OV -Schoner wegverkeer, o.a. schone (binnen)stadsdistributie, milieuzones, stimuleren elektrificatie -Lagere maximumsnelheid Veehouderij -Minder vee -Stalmaatregelen, o.a. stalvloeren, strooiseltypen, filters, luchtwassers -Maatregelen in bedrijfsvoering, o.a. aanpassing voer, mestopslag en bemesting (moment, wijze en mate van aanwending dierlijke mest) Houtrook -Minder houtstook, o.a. door niet toestaan hout-/pellet-kachels als hoofdverwarming van woning, stimuleren van houtstookvrije wijken, stimuleren weghalen/dichtmaken van de schoorsteen -Minder stoken, o.a. door verplichten van het opvolgen van negatief stookadvies -Schoner stoken, o.a. door voorlichting en versnellen van omschakeling naar nieuwe, schonere kachels Scheepvaart -Schonere scheepvaart, o.a. door elektrificatie van schepen en roetfilters -Walstroom -Lagere snelheden Mobiele werktuigen (te weten bouwverkeer, bouwmachines, aggregaten, etc.) -Schonere werktuigen, o.a. door schoon aanbesteden en eisen in vergunningverlening (o.a. bij infrastructurele werken, bouw en evenementen) - Schonere eigen werktuigen, o.a. huisvuil ophalen, gemeentewerken

5.2

Gevoelige bestemmingenbeleid

In 2018 adviseerde de Gezondheidsraad naast een generieke verbetering van de luchtkwaliteit, om ook het aantal ‘hoogblootgestelden’ terug te brengen. Daarbij heeft de Gezondheidsraad in het bijzonder aandacht voor mensen die ‘hooggevoelig’ zijn (kinderen, ouderen en mensen met luchtwegproblemen). Concreet adviseren zij naast de aanpak van lokale bronnen, ook aandacht te hebben voor het zodanig inrichten van de leefomgeving dat de afstand wordt vergroot tussen voorzieningen als woningen, scholen, kinderdagverblijven en lokale bronnen van fijn stof en stikstofdioxiden (Gezondheidsraad, 2018). Naast bronbeleid adviseert de GGD om lokaal extra maatregelen te nemen ter bescherming van zogenoemde hoogrisicogroepen zoals kinderen, ouderen en mensen met luchtwegproblemen. Dit om verdere gezondheidsrisico’s onder deze groep te reduceren. De GGD adviseert dit te doen door gevoelige bestemmingenbeleid: Het niet bouwen van nieuwe gevoelige bestemmingen, waaronder woningen, scholen, kinderopvang en verzorgingshuizen, nabij drukke wegen en veehouderijbedrijven, en geen nieuwe drukke wegen en veehouderijbedrijven bij bestaande woningen. De GGD adviseert gevoelige bestemmingen: - niet direct aan drukke wegen te plaatsen en 300 meter afstand te houden tot snelwegen.

De afstanden en definities zijn gebaseerd op brede wetenschappelijke consensus over het optreden van gezondheidsrisico’s nabij druk wegverkeer (RIVM, 2018). Het gaat hierbij om gezondheidsrisico’s zoals beschreven in hoofdstuk 3. Meer weten? GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en gezondheid, 2018.

Pagina

37

- 2 km afstand te houden tot geitenhouderijen en 250 meter afstand te houden tot andere veehouderijbedrijven. De afstandscriteria voor veehouderijbedrijven zijn gebaseerd op het voorzorgbeginsel, afhankelijk van de precieze lokale situatie kan er door de GGD tot een afwijkend advies worden gekomen (RIVM, 2020). Meer weten? GGD Richtlijn Veehouderij en gezondheid, 2020. De GGD gaat graag met gemeenten in gesprek over het vormgeven van gevoelige bestemmingenbeleid. De Omgevingswet, en met name het Omgevingsplan, biedt ruimte om dergelijk beleid goed te borgen. Ook beschikken de Gelderse GGD’en over data over wonen nabij gevoelige bestemmingen in Gelderland, welke zij kunnen toepassen in de advisering. Binnen het Schone Lucht Akkoord (SLA) tenslotte, wordt ook samengewerkt aan dit thema (zie paragraaf 5.5 en Tekstvak ‘Schone lucht akkoord – werkgroepen gericht op meer generieke thema’s’).

5.3

Gezondheid meewegen in beleid

De GGD adviseert om gezondheid expliciet mee te nemen in afwegingen over onder meer mobiliteit, ruimte, woningen en klimaat. Samenwerking tussen verschillende domeinen en afdelingen binnen provincie en gemeenten is hierbij essentieel. De GGD kan gemeenten en provincie ondersteunen bij het inzichtelijk maken van de impact van beleid op gezondheid van inwoners.

Klimaat In het Nederlandse klimaatakkoord en de Europese Green Deal staan veel maatregelen die niet alleen de uitstoot van broeikasgassen terugbrengen, maar ook de uitstoot van fijn stof en stikstofdioxiden verlagen. Dat betreft onder meer maatregelen op het gebied van mobiliteit (elektrisch rijden), mobiele werktuigen (schoner/elektrisch), het terugbrengen van de uitstoot van landbouw en industrie en het opwekken van schone energie (sluiting van kolencentrales). Bij schone energie is een aandachtspunt dat biomassa in Europa tot nog toe als schone energie beschouwd wordt, terwijl biomassa fijn stof en stikstofoxiden uitstoot. De GGD adviseert om gezondheid mee te nemen in de afweging van maatregelen en het Schone Lucht Akkoord en het Klimaatakkoord te verbinden.

Stikstof Ook de stikstofaanpak om stikstofdepositie in natuurgebieden tegen te gaan kan hand in hand gaan met de aanpak van luchtverontreiniging om de gezondheid van mensen te beschermen. De snelheidsverlaging op snelwegen zorgt voor een verbetering van de luchtkwaliteit. Ook de beperking van de uitstoot uit de landbouw leidt tot verbetering van de luchtkwaliteit. Door beperking van de ammoniakuitstoot worden de fijn stof concentraties lager (zie ook paragraaf 1.3 en 4.3), wat leidt tot gezondheidswinst. De GGD pleit ervoor om bij de aanpak van stikstofbronnen naar zowel natuur als gezondheid te kijken, zodat niet alleen de stikstofdepositie in natuurgebieden omlaag gaat, maar de luchtkwaliteit ook op andere plekken verbetert.

Gezonde mobiliteit Het aantal mensen met (ernstig) overgewicht neemt toe in Nederland en veel Nederlanders bewegen te weinig. Overgewicht en gebrek aan bewegen leiden tot gezondheidsproblemen. In het Nationale Preventieakkoord en in lokale preventieakkoorden worden plannen gemaakt om bewegen te stimuleren. Hierbij is onder andere aandacht voor fietsen en lopen naar het werk in plaats van met de auto. Een aantal gemeenten werkt met het STOP principe, waarbij in het mobiliteitsbeleid de prioriteit eerst gaat naar Stappen, dan Trappen, dan Openbaar vervoer en tot slot de Personenauto. De overstap van auto

Pagina

38

naar fietsen of lopen betekent ook minder luchtverontreiniging. De Provinciale Raad voor Omgevingsbeleid Gelderland heeft in december 2021 een advies uitgebracht waarin zij adviseren om ruim baan te maken voor de fiets (PRO Gelderland, 2021). In de coronacrisis zijn meer mensen thuis gaan werken. Overheden kijken hoe ze thuis werken (en buiten de spits rijden) ook op de lange termijn kunnen stimuleren, onder meer om files te verminderen. Ook dit beleid heeft een positieve invloed op de luchtkwaliteit.

Houtstook Door de hoge gasprijzen van deze winter, zijn er mogelijk meer mensen hout gaan stoken. Ook zien we dat mensen overstappen op houtkachels in wijken waarvan bekend is dat ze binnen enkele jaren van het gas af gaan. Houtstook is een grote bron van luchtverontreiniging (zie ook paragraaf 4.2 en 4.3). Deze verontreiniging leidt tot gezondheidseffecten (zie Hoofdstuk 3), bovendien veroorzaken houtkachels veel geurhinder. In Gelderse gemeenten rapporteren 11 tot 24% van de inwoners geurhinder van houtkachels (zie ook Kaartviewer Gezonde Leefomgeving van GGD Gelderland-Midden: https://kaarten.vggm.nl/viewer/app/VGGM_leefomgeving > geur). Een toename van houtstook is voor de luchtkwaliteit ongewenst. De GGD adviseert gemeenten en provincie om maatregelen te nemen om houtstook verregaand te reduceren, zie ook www.ggdghor.nl/thema/houtrook. Aandachtspunt hierbij is ook het verwarmen van woningen of andere gebouwen met pelletkachels. Ook deze stoten fijn stof uit, weliswaar niet zo veel als een conventionele houtkachel. Maar de keuze voor een pelletkachel is een voorbeeld waar een “duurzame” keuze zeker niet een gezonde keuze is. Naast houtstook door particulieren, zijn ook (snoei/afval-)houtverbranding op boerenerven en vreugdevuren bronnen van houtrook.

De GGD adviseert gemeenten om gezondheidsaspecten expliciet mee te wegen bij het al dan niet toestaan van deze vormen van houtstook.

5.4

Gezonde leefomgeving: woningbouwopgave en verminderen gezondheidsachterstanden

De gezondheid van mensen met een hoog inkomen of hoge opleiding is in Nederland een stuk beter dan de gezondheid van mensen met een laag inkomen of lage opleiding. Mensen met een hoge sociaal economische status (SES) leven 15 jaar langer in goede gezondheid dan mensen met een lage sociaal economische status (Raad voor de Volksgezondheid, 2021). Veel gemeenten zijn bezig met het terugdringen van de gezondheidsachterstanden bij de groep mensen met een lage sociaal economische status. Mensen met een lage sociaal economische status leven vaker in een ongezondere leefomgeving. Ook het gezonder maken van de leefomgeving kan daarom bijdragen aan het tegen gaan van gezondheidsachterstanden (Raad voor de Volksgezondheid, 2021). Gemeenten kunnen in hun luchtkwaliteitsbeleid de keuze maken om de luchtkwaliteit te verbeteren op plekken waar veel mensen wonen met een laag inkomen of lage opleiding (lage SES). Vaak kan dit in samenhang met ander beleid (zie ook paragraaf 5.3), denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de fietsinfrastructuur om zowel (emissie van) auto- en brommer/scootergebruik terug te dringen als bewegen te bevorderen.

Woningbouw Er is een groot tekort aan (geschikte) woningen in Nederland. De komende jaren wordt daarom een groot aantal woningen bijgebouwd, ook in Gelderland. De GGD vraagt aandacht voor gezondheid, waaronder luchtkwaliteit, bij het bouwen van nieuwe woningen en de inrichting van nieuwe woonwijken. Zie onder meer de GGD Kernwaarden Gezonde Leefomgeving (www.ggdghor.nl/thema/kernwaardengezonde-leefomgeving/) voor aandachtspunten en voorbeelden van een gezonde woonomgeving (GGD GHOR Nederland, 2021).

Pagina

39

De GGD adviseert om rekening te houden met mogelijke gezondheidseffecten van luchtverontreiniging bij nieuwbouw van woningen. Dit betekent dat de GGD adviseert om geen nieuwe gevoelige bestemmingen, waaronder woningen, te bouwen nabij drukke (snel)wegen en nabij veehouderijbedrijven (zie ook paragraaf 5.2). Daarnaast adviseert de GGD om bij inrichting van een nieuwe woonwijk fietsen en wandelen te faciliteren (zie ook paragraaf 5.3).

5.5

Gezonde lucht is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid: Schone Lucht Akkoord

Het Schone Lucht Akkoord is een akkoord tussen Rijk, provincies en gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Het streven is om gezondheidswinst te behalen door in 2030 ten opzichte van 2016 de uitstoot van binnenlandse bronnen minimaal te halveren. De GGD’en dragen met expertise en ervaring bij aan verschillende themagroepen van het Schone Lucht Akkoord. De GGD beveelt alle gemeenten aan om mee te doen aan het Schone Lucht Akkoord. Samenwerking op dit thema is essentieel. De GGD is van mening dat het verbeteren van de luchtkwaliteit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is (zie ook: www.ggdghor.nl/thema/ luchtverontreiniging). In het Schone Lucht Akkoord wordt deze gezamenlijke verantwoordelijkheid opgepakt. In Gelderland hebben de gemeenten Aalten, Arnhem, Barneveld, Beuningen, Culemborg, Ede, Harderwijk, Nijkerk, Nijmegen, Rheden en Wageningen, en provincie Gelderland het Schone Lucht Akkoord ondertekend. Op www.schoneluchtakkoord.nl/ schonelucht-akkoord/deelnemers staat het actuele overzicht van deelnemers. Figuur 14.

Deelnemende provincies en gemeenten aan Schone Lucht Akkoord (stand van zaken 31 januari 2022). Bron: www.schoneluchtakkoord.nl.

In het Schone Lucht Akkoord wordt in een aantal themagroepen en werkgroepen gewerkt aan uitvoering van pilots, ontwikkeling van effectieve maatregelen en worden juridische mogelijkheden verkend. Themagroepen zijn onder meer actief op verlaging van uitstoot door mobiele werktuigen, industrie, binnenvaart, landbouw, mobiliteit en houtstook. In het tekstvak ‘Schone Lucht Akkoord - werkgroepen gericht op reductie van emissies door specifieke bronnen’ staan enkele voorbeelden van activiteiten in deze werkgroepen. Ook zijn er werkgroepen die zich buigen over participatie en gevoelige groepen en

Pagina

40

hoogst blootgestelden, zie hiervoor het tekstvak ‘Schone Lucht Akkoord – werkgroepen gericht op meer generieke thema’s’.

SCHONE LUCHT AKKOORD - WERKGROEPEN GERICHT OP REDUCTIE VAN EMISSIES DOOR SPECIFIEKE BRONNEN Mobiele werktuigen Onderzoek naar en experimenteren met aanbestedingsregels, handhaven en toezicht, informatievoorziening richting aannemers. Er wordt tevens gewerkt aan een subsidieregeling voor uitstootvrij bouwmateriaal. Er wordt hier een koppeling gemaakt met de doelen uit het Klimaatakkoord voor emissieloze bouwlogistiek. Industrie Juridische mogelijkheden voor vergunningverlening zijn in beeld gebracht. Er is informatie ter ondersteuning voor vaststellen emissiegrenswaarden in vergunningen. Het doel is om uitstoot en groei verder te ontkoppelen en een continue daling van emissies te bewerkstelligen. Houtstook van particuliere huishoudens Er is voorlichtingsmateriaal ontwikkeld over houtstook. Gemeenten experimenteren met subsidieregelingen voor het weghalen of dicht maken van de schoorsteen en kijken naar de mogelijkheid voor het inrichten van houtstookvrije wijken. Er is ook aandacht voor handhaving van overlastsituaties. Binnenvaart en havens Er is een kennisdocument opgesteld over walstroom, zero-emissie binnenhaven, aanbesteding en stimuleringsmogelijkheden. Het streven is om emissies uit de binnenvaart in 2035 met 35% te verminderen ten opzichte van 2015. Landbouw Juridische mogelijkheden voor scherper vergunnen zijn opgesteld.

Praktijkkennis over luchtwassers wordt uitgewisseld. Het streven is om emissies uit de landbouw (met name veeteelt) in 2030 met 37% te verminderen ten opzichte van 2015. Mobiliteit De werkgroep mobiliteit is nog in de opstartfase. Er zijn wel veel maatregelen opgenomen in het Schone Lucht Akkoord. Zo zet de rijksoverheid in op een verdere aanscherping van Europese emissie-eisen en verbetering van monitoring en toezicht, met name gericht op (oudere) dieselvoertuigen. Gemeenten werken onder meer aan schone stadsdistributie en OV- en fietsbeleid. Door het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen, committeert een gemeente of provincie zich aan samenwerking voor gezondere lucht. Elke deelnemende partij stelt een uitvoeringsagenda op en koppelt de voortgang daarvan terug. Door deel te nemen kunnen gemeenten en provincies profiteren van de kennis en ervaring die op wordt gedaan in de werkgroepen. Er is budget van het Rijk voor (co)financiering van (pilot)projecten en maatregelen.3

3

Voor een indruk van zaken waarvoor (co)financiering beschikbaar is: op https://www.schoneluchtakkoord.nl/schone-

lucht-akkoord/specifieke-uitkering-schone-lucht-akkoord/projecten-2021/ zijn de projecten die in 2021 een bijdrage hebben ontvangen opgenomen.

Pagina

41

SCHONE LUCHT AKKOORD - WERKGROEPEN GERICHT OP MEER GENERIEKE THEMA’S Participatie en Citizen Science In deze werkgroep wordt overlegd hoe overheden bedrijven en burgers kunnen informeren over luchtkwaliteit en maatregelen, omdat ook bedrijven en burgers kunnen bijdragen aan verbetering van de luchtkwaliteit. Ook het meten van luchtkwaliteit door / met burgers komt in deze werkgroep aan bod. Monitoring In deze werkgroep wordt bijgehouden wat de voortgang is bij de verschillende deelnemers aan het Schone Lucht Akkoord. Er wordt daarnaast gewerkt aan diverse tools waarmee de deelnemende overheden snel een inschatting kunnen doen van de gezondheidsimpact, belangrijke bronnen, en effectiviteit van maatregelen of beleidsmogelijkheden binnen de eigen bevoegdheden. Hierbij wordt met interesse gekeken, en deels zelfs voortgebouwd, op de Gelderse rapportages over luchtkwaliteit en gezondheid van de Gelderse GGD’en. Gevoelige groepen en hoogst blootgestelden Het Gezondheidsraadadvies omtrent het beperken van hoogblootgestelden en het beschermen van hoogrisicogroepen heeft geleid tot een werkgroep Gevoelige groepen en hoogst blootgestelden in het Schone Lucht Akkoord. Deze werkgroep kijkt onder meer naar juridische mogelijkheden voor gevoelige bestemmingen beleid.

Ook kijkt de werkgroep naar een goede methode voor het vaststellen van zogenaamde ‘hotspots’, plekken met hoge concentraties luchtverontreiniging, zodat overheden extra maatregelen kunnen nemen om de concentraties op deze hotspots te verlagen.

Pagina

42

6. Bibliografie Gezondheidsraad. (2018). Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag: Gezondheidsraad. Opgehaald van https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2018/01/23/gezondheidswins t-door-schonere-lucht Gezondheidsraad. (2021). Risico's van ultrafijnstof in de buitenlucht. Den Haag: Gezondheidsraad. GGD GHOR Nederland. (2021). Kernwaarden Gezonde Leefomgeving. PRO Gelderland. (2021). Ruim baan voor de fiets. Raad voor de Volksgezondheid. (2021). Een eerlijke kans op gezond leven. RIVM. (2013). Dossier Fijn Stof, Hoofdstuk Luchtkwaliteit. Opgehaald van RIVM. RIVM. (2018). GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2018-0016.pdf . RIVM. (2020). GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid. Bilthoven: RIVM. RIVM. (2020). Monitoringsrapportage NSL 2020. Bilthoven: RIVM. Opgehaald van https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0164.pdf RIVM. (2021). Impactvolle determinanten: Luchtkwaliteit. Bilthoven: RIVM. Opgehaald van https://www.rivm.nl/sites/default/files/202107/LR_012065_131709_Factsheet_luchtkwaliteit_V5.pdf RIVM. (2021). Monitoringsrapportage NSL 2021. Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Bilthoven: RIVM. van de Weerdt, R., & Zuurbier , M. (2017). Naar een gezonde lucht in Gelderland update 2017. Arnhem: GGD Gelderland-Midden. van de Weerdt, R., Gehring, U., & van der Zee, S. (2021).

GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid. Arnhem: Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving. van de Weerdt, R., Zuurbier, M., Willems, J., & Dijkema, M. (2019). Luchtkwaliteit in Gelderland. Arnhem: GGD Gelderland-Midden. Velders G.J.M., e. a. (2020). Effects of European emission reduction on air quality in the Netherlands and the associated health effects. Atmospheric Environment. WHO. (2021). WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. Geneva: World Health Organisation. Opgehaald van https://apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/345329/9789240034228eng.pdf?sequence=1&isAllowed=y Zuurbier, M., & van de Weerdt, R. (2015). Naar een gezonde lucht in Gelderland. Arnhem: GGD Gelderland-Midden.

Pagina

43

Bijlage 1: Onderzoeksmethode Bepalen blootstelling van de Gelderse bevolking Luchtverontreiniging kan worden berekend en gemeten. Beide methoden kennen voor- en nadelen en onzekerheden, zoals beschreven in de GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid. In dit rapport is gebruik gemaakt van berekeningen van de luchtkwaliteit met de AERIUS Rekentool (sinds eind 2019 de opvolger van de NSL-Rekentool). Met deze methode wordt de bijdrage van wegverkeer zeer nauwkeurig meegenomen. De bijdrage van industrie en veehouderij is iets minder nauwkeurig, want deze bijdrage wordt berekend aan de hand van vergunde emissies. De uitstoot van andere bronnen als scheepvaart en houtrook is met nog meer onzekerheden omgeven. Lokale omstandigheden kunnen er bovendien voor zorgen dat de blootstelling lokaal lager of hoger is dan berekend. Door de gegevens te middelen over buurten, wijken en gemeenten, wordt toch een betrouwbaar beeld gegeven van de jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof en stikstofdioxide. In opdracht van de provincie Gelderland heeft het bureau LichtVerkeer berekeningen gemaakt van de jaargemiddelde blootstelling van de Gelderse bevolking voor de jaren 2013, 2015, 2017 en 2019. Voor de jaren 2013, 2015 en 2017 zijn de concentraties per pand in Gelderland van de componenten NO2, PM2,5 en PM10 berekend met de NSL-Rekentool.

De concentraties per pand voor het jaar 2019 zijn berekend met de AERIUS Lucht Rekentool van het NSL. Om de blootstelling van de bevolking te berekenen is de concentratie van de component per pand gekoppeld aan het aantal personen dat op het adres woont. Vervolgens zijn voor verschillende ruimtelijke schaalniveaus (provincie, regio, gemeente, wijk, buurt; op basis van CBS code) de bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentratie berekend. De informatie over de panden (ID-pand, bouwjaar, gebruiksfunctie en aantal wooneenheden per pand) is afkomstig van de BAG. Door de GGD is de jaargemiddelde blootstelling van de bevolking aan NO2, PM2,5 en PM10 geanalyseerd en gevisualiseerd in kaarten en tabellen. De kaarten zijn vervaardigd met het software pakket QGIS (V3.16.4). Voor de gemeente- en buurtindeling is uitgegaan van de indeling op 1 januari 2020. De categorie-indeling van de waarden (en daarmee van de labels in de legenda) is enerzijds gekozen op basis van de verdeling van de data en anderzijds op basis van “mooie grenzen”.

Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging De gezondheidseffecten die het gevolg zijn van luchtverontreiniging zijn berekend met de recente update van de GGD Rekentool Luchtverontreiniging & Gezondheid. De rapportage over de berekeningsmethodiek, alsmede een Excel werkblad, zijn te vinden op de website van de Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving (www.awgezondeleefomgeving.nl). De gezondheidseffecten, die in de vorige GGD-rapportages over de luchtkwaliteit in Gelderland zijn berekend, zijn niet vergelijkbaar met de berekening van gezondheidseffecten in de huidige rapportage. Dat komt omdat de rekenmethode in de nieuwe versie van de rekentool is geupdatet. Enkele gezondheidseffecten zijn niet meer opgenomen in de nieuwe rekentool bij gebrek aan betrouwbare gegevens. Enkele gezondheidseffecten zijn toegevoegd door nieuwe studies. Voor vergelijking met voorgaande jaren zijn de berekeningen met de nieuwe versie van de rekentool voor de voorgaande jaren uitgevoerd. Met de GGD Rekentool L&G kan voor de blootstellingsindicatoren PM10, PM2,5 en NO 2 een aantal gezondheidseffecten worden berekend. In de rekentool zijn alleen gezondheidseffecten opgenomen waarvan een relatie met luchtverontreiniging causaal of waarschijnlijk causaal is.

De bijdrage van luchtverontreiniging door PM10, PM2,5 en NO2 aan het gezondheidseffect wordt berekend uit de blootstelling-respons relatie en de incidentie van het gezondheidseffect in de Nederlandse populatie (op

Pagina

44

1 januari 2020) voor de betreffende leeftijdscategorie. De uitkomst is beschreven als het aantal cases dat toegeschreven kan worden aan de blootstelling aan luchtverontreiniging (attributieve cases) en als percentage van de blootstelling aan de totale ziektelast. De gezondheidseffecten met de bijbehorende blootstellingsindicatoren die in de GGD Rekentool L&G zijn opgenomen zijn: Gezondheidseffect

Leeftijdscategorie (jaren)

Blootstellingsindicator

Vroegtijdige sterfte

30+

PM10, PM2,5, NO2

Laag geboortegewicht

0-1

PM2,5

Incidentie astma kinderen

0-18

NO2

Afname longfunctie

0-18

NO2, PM2,5

Incidentie hartvaatziekten (totaal)

40+

NO2, PM2,5

Ziekenhuisopnames astma

Alle leeftijden

NO2, PM2,5

Ziekenhuisopnames COPD

Alle leeftijden

PM2,5

Ziekenhuisopnames ischemische

Alle leeftijden

NO2

50+

PM2,5

hartziekten Longkanker

Luchtverontreiniging veroorzaakt ook andere gezondheidseffecten (neurologische aandoeningen, stofwisselingsziekten en effecten op het ongeboren kind) maar die zijn (nog) niet goed te kwantificeren. Daarnaast zijn er meer schadelijke componenten in het luchtverontreinigingsmengsel aanwezig die ook invloed hebben op de gezondheid. Bij de update van de GGD Rekentool heeft tevens een update plaatsgevonden van de zogenaamde “meerookmethode”. De meerookmethode (van der Zee et al., 2016) heeft als doel om luchtverontreiniging uit te drukken in het aantal passief gerookte sigaretten per dag om daarmee in de risicocommunicatie de mate van verontreiniging van de buitenlucht uit te drukken in een vergelijkbare bekende risicofactor, namelijk inhalatie van omgevingstabakrook (passief roken). De indicatoren waarop de meerookmethode is gebaseerd zijn PM2,5 en NO2.

Emissies van bronnen in Gelderland De gegevens over emissies van verschillende bronnen zijn afkomstig van de emissieregistratie. De gegevens zijn van het jaar 2019. Op de website www.emissieregistratie.nl staat in detail welke gegevens gebruikt worden voor het inschatten van de bijdrage per bron. De emissiedata zijn geleverd door bureau LichtVerkeer en ontleend aan de Nederlandse emissieregistratie, publicatie september 2021 (www.emissieregistratie.nl). Het betreft de emissie van de componenten NO2, PM10, PM2,5 (stofcode resp. 305,995 en 998) per gemeente en emissieoorzaak voor de jaren 2015, 2017 en 2019 (2013 is niet beschikbaar in de ER). In de bestanden van de emissieregistratie worden ruim 550 emissieoorzaken onderscheiden. Deze emissieoorzaken zijn door de GGD geaggregeerd tot 8 samenhangende groepen. De groepering van de emissieoorzaak is hieronder opgenomen. De emissies zijn gegeven in kilogrammen per jaar (kg/jaar) voor de zes regio’s in Gelderland (Noord-Veluwe, Cleantechregio, FoodValley, Achterhoek, ArnhemNijmegen en Rivierenland).

Voor de visualisering van de emissies in kg/jaar voor NO2, PM2,5 en PM10 in het jaar 2019 in de zes regio’s is gebruik gemaakt van QGIS (V3.16.4).

Pagina

45

De trend van de bronbijdrage van een aantal emissiecategorieën voor Nederland is ontleend aan de emissieregistratie (januari 2022).

Pagina

46

Bijlage 2: Meer blootstellingsdata per gemeente PM2.5

2013-2019

woningen

PM10

Inwoners

NO2

gem

min

max

gem

min

max

gem

min

max

NO2

PM10

PM2.5

Aalten

27061

11456

15,9

13,8

22,1

17,2

16,5

19,2

10,4

10,0

10,9

-0,3

-4,1

-3,4

Apeldoorn

157097

68238

16,5

10,8

29,0

17,1

15,4

19,4

10,0

8,9

11,1

-2,8

-3,4

-3,3

Arnhem

149661

70780

20,4

13,6

42,6

18,4

16,4

23,1

11,1

9,6

12,9

-3,2

-3,7

-3,5

Barneveld

53707

19881

15,8

11,3

28,8

19,5

16,0

26,1

11,2

9,3

12,6

-3,6

-2,9

-2,8

Berg en Dal

34428

14936

15,7

13,1

21,0

17,4

16,6

18,4

10,5

9,9

11,0

-2,4

-4,1

-3,7

Berkelland

44692

19183

14,4

12,6

19,4

16,8

15,9

18,6

10,0

9,4

10,4

-0,5

-3,6

-3,1

Beuningen

25258

10411

19,1

16,0

30,1

18,3

17,6

19,5

11,0

10,6

11,8

-3,4

-3,7

-3,5

Bronckhorst

37171

15652

14,1

12,1

19,5

16,6

15,8

17,6

9,9

9,3

10,4

-1,3

-3,8

-3,4

Brummen

21215

9068

14,2

12,3

22,6

16,8

16,0

18,4

10,0

9,4

10,3

-2,1

-3,6

-3,3

Buren

25920

10044

14,4

12,9

23,6

17,9

17,5

19,4

10,7

10,5

11,3

-3,6

-3,5

-3,4

Culemborg

27651

11523

15,8

13,5

31,4

18,4

17,5

20,7

11,1

10,5

12,2

-3,8

-3,2

-3,3

Doesburg

11532

5168

15,5

13,4

17,6

17,1

16,4

17,4

10,3

9,8

10,5

-2,1

-3,8

-3,4

Doetinchem

56361

24429

16,8

13,4

25,4

17,3

16,2

20,2

10,4

9,6

10,8

-1,5

-3,9

-3,5

Druten

18195

7356

16,1

14,0

19,1

18,2

17,5

20,5

11,0

10,4

11,2

-3,4

-3,5

-3,3

Duiven

25527

10507

16,9

14,7

22,2

17,8

16,9

20,8

10,6

10,2

12,0

-2,7

-3,8

-3,5

Ede

109677

47478

17,2

11,7

31,0

19,2

15,9

26,1

11,2

9,3

12,6

-3,6

-3,2

-3,1

Elburg

22481

8771

12,8

10,6

18,3

16,0

15,2

18,1

9,1

8,6

9,5

-1,3

-3,1

-3,0

Epe

32325

13692

13,1

10,1

25,4

16,3

15,2

18,5

9,4

8,6

10,0

-2,1

-3,4

-3,1

Ermelo

26084

10302

13,8

10,8

20,9

17,4

15,6

18,7

10,1

8,9

10,7

-2,1

-2,6

-2,8

Harderwijk

45610

18505

15,6

11,4

25,2

17,4

15,8

19,7

10,0

9,0

10,8

-2,1

-2,6

-2,9

Hattem

11754

5132

13,9

12,0

21,4

16,0

15,3

16,6

9,1

8,7

9,4

-2,0

-2,9

-2,9

Heerde

18366

7590

13,1

11,3

21,0

16,1

15,3

17,7

9,3

8,6

9,6

-1,5

-3,1

-2,9

Heumen

16444

6686

17,8

14,2

27,4

17,9

16,9

19,8

10,8

10,1

11,5

-3,1

-4,0

-3,7

Lingewaard

45787

18783

16,9

14,4

26,2

17,7

16,7

20,8

10,7

10,1

12,0

-3,4

-4,1

-3,7

Lochem

33236

14277

14,2

12,1

22,2

16,6

15,8

19,5

9,8

9,2

10,3

-1,9

-3,5

-3,2

Maasdriel

24072

9530

16,8

15,0

26,0

18,5

17,8

20,3

11,2

10,8

12,0

-4,3

-3,7

-3,5

Montferland

34809

14676

16,6

13,9

25,7

17,3

16,3

20,1

10,4

9,7

11,1

-1,2

-4,0

-3,6

Neder-Betuwe

22534

8004

16,8

14,5

23,9

18,4

17,7

23,1

10,9

10,6

11,5

-3,8

-3,6

-3,5

Nijkerk

40289

15704

15,5

12,6

24,5

18,3

17,0

24,0

10,6

9,9

11,6

-3,9

-3,0

-3,1

Nijmegen

166182

76680

20,2

15,4

32,5

18,5

17,1

21,1

11,2

10,2

12,3

-4,4

-4,0

-3,7

Nunspeet

26596

10446

12,2

10,2

19,2

16,1

15,2

16,6

9,3

8,6

9,5

-1,8

-2,9

-2,9

Oldebroek

22758

8757

13,2

11,0

21,2

15,9

15,2

17,9

9,1

8,5

9,4

-2,0

-3,1

-3,0

Oost Gelre

29856

12439

15,1

13,4

20,6

17,1

16,4

19,8

10,2

9,8

10,5

-0,3

-3,8

-3,2

Oude IJsselstreek

39724

17182

15,9

13,6

28,7

17,2

16,5

21,1

10,4

10,0

12,9

-0,7

-3,9

-3,5

Overbetuwe

46503

18428

17,5

14,5

28,9

17,9

17,4

23,1

10,8

10,4

11,4

-3,3

-3,8

-3,6

Putten

23951

9367

13,6

11,1

22,2

17,9

16,5

20,3

10,3

9,4

10,9

-2,6

-2,9

-2,8

Renkum

31488

14679

16,7

13,9

27,3

17,7

16,7

19,1

10,6

9,8

11,3

-3,5

-3,5

-3,3

Rheden

43584

20374

17,8

12,5

28,7

17,5

16,0

19,7

10,5

9,4

11,6

-2,5

-3,6

-3,4

Rozendaal

1501

628

18,3

13,1

23,5

17,6

16,1

18,5

10,5

9,4

11,0

-2,0

-3,4

-3,3

Gemeente

Pagina

47

PM2.5

2013-2019

woningen

PM10

inwoners

NO2

gem

min

max

gem

min

max

gem

min

max

NO2

PM10

PM2.5

Scherpenzeel

9387

3639

14,5

13,3

17,5

19,0

18,9

24,1

11,1

10,9

12,1

-3,3

-2,9

-2,8

Tiel

41750

17469

17,6

14,4

29,1

18,6

17,7

20,7

11,2

10,7

12,1

-4,6

-3,4

-3,3

Voorst

23694

9521

14,5

12,0

25,9

16,5

15,9

18,4

9,7

9,3

10,3

-2,7

-3,7

-3,3

Wageningen

37354

18587

16,9

14,4

23,9

18,4

17,2

19,8

10,9

10,2

11,5

-3,1

-3,4

-3,3

West Betuwe

49234

19440

16,8

13,6

30,2

18,3

17,5

20,7

11,0

10,5

12,0

-4,3

-3,6

-3,5

West Maas en Waal

18392

7633

15,8

13,8

21,4

18,2

17,7

20,5

11,0

10,7

11,5

-4,0

-3,6

-3,4

Westervoort

15197

6452

17,2

15,2

23,6

17,9

17,3

18,6

10,7

10,3

10,9

-3,8

-3,9

-3,6

Wijchen

40961

17193

17,3

14,2

24,9

18,2

17,4

19,1

11,0

10,5

11,4

-3,7

-3,9

-3,6

Winterswijk

28919

12699

15,5

12,9

26,5

16,9

16,2

19,1

10,2

9,7

10,9

-0,3

-4,0

-3,4

Zaltbommel

26935

10440

17,3

14,5

28,0

18,4

17,4

23,0

11,1

10,5

12,7

-4,6

-3,6

-3,5

Zevenaar

43342

19183

16,9

13,8

30,0

17,4

16,6

19,3

10,5

10,0

11,1

-2,2

-4,0

-3,6

Zutphen

47184

21376

16,2

12,4

26,4

17,0

16,0

19,1

10,1

9,4

11,0

-2,0

-3,7

-3,3

Gemeente

Pagina

48

Bijlage 3: Afbeeldingenregister Kaarten Kaart 1. Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per Gelderse gemeente in 2019

14

Kaart 2. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM10) per Gelderse gemeente in 2019

14

Kaart 3. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM2,5) per Gelderse gemeente in 2019

15

Kaart 4. Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per Gelderse buurt in 2019

18

Kaart 5. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM10) per Gelderse buurt in 2019

18

Kaart 6. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM2,5) per Gelderse buurt in 2019

19

Kaart 7. Verschil jaargemiddelde blootstelling aan NO2 per Gelderse gemeente in 2019 ten opzichte van 2013. Hoe donkerder de kleur, des te kleiner het verschil. 20 Kaart 8. Verschil jaargemiddelde blootstelling aan PM10 per Gelderse gemeente in 2019 ten opzichte van 2013. Hoe donkerder de kleur, des te kleiner het verschil. 20 Kaart 9. Het aandeel van het totaal aantal nieuwe gevallen* van astma bij kinderen tussen 0 en 18 jaar dat veroorzaakt wordt door luchtverontreiniging (NO2) per Gelderse gemeente in 2019 27 Kaart 10. Vroegtijdige sterfte (verloren levensdagen per inwoner) bij de inwoners van 30 jaar en ouder ten gevolge van de gecombineerde blootstelling aan NO2 en PM10, per Gelderse gemeente in 2019 28 Kaart 11. Uitstoot van NO2 in Mkg/jaar per regio in Gelderland in 2019.

30

Kaart 12. Uitstoot van PM10 in Mkg/jaar per regio in Gelderland in 2019

31

Kaart 13. Uitstoot van PM2,5 in Mkg/jaar per regio in Gelderland in 2019.

32

Pagina

49

Figuren Figuur 1. WHO advieswaarden en de in Nederland geldende wettelijke grenswaarden (Bron infographic: website WHO) 9 Figuur 2. Grootteverdeling van verschillende vormen van deeltjesvormige luchtverontreiniging in verhouding tot een menselijke haar en zandkorrels (Bron: (Gezondheidsraad, 2021))

10

Figuur 3. Vorming van secundair fijn stof uit gasvormige uitstoot van verkeer en landbouw (veeteelt) (Bron: (RIVM, 2018) 11 Figuur 4. Jaargemiddelde blootstelling NO2 per Gelderse gemeente in 2019 (min/max/gemiddeld).

16

Figuur 5. Verdeling van de blootstelling voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) over de woningen in Gelderland in 2019. 17 Figuur 6. Jaargemiddelde blootstelling in Gelderland voor PM2,5, PM10 en NO 2 in µg/m3, in 2013, 2015, 2017 en 2019. Uitgezet tegen de wettelijke grenswaarden van de EU en de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO. 19 Figuur 7. Bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 per gemeente in 2019 (Bron: (RIVM, 2020). 21 Figuur 8. Ontwikkeling concentraties ammoniak, fijn stof (PM10) en NOx (NOx: concentraties in de bebouwde kom) 1990-2017. (Bron: Compendium voor de leefomgeving/RIVM)

22

Figuur 9. Ontwikkeling van het aantal passief meegerookte sigaretten per dag door inwoners van Gelderland als equivalent voor de blootstelling aan luchtverontreiniging

29

Figuur 10. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) door verschillende bronnen in Nederland in de afgelopen 30 jaar (bewerking van: emissieregistratie.nl). De bron ‘consumenten’ is de totale bijdrage van consumenten minus de houtstook van consumenten. 33 Figuur 11. De uitstoot van PM10 door verschillende bronnen in Nederland in de afgelopen 30 jaar (bewerking van: emissieregistratie.nl). De bron ‘consumenten’ is de totale bijdrage van consumenten minus de houtstook van consumenten. 33 Figuur 12. De uitstoot van PM2,5 door verschillende bronnen in Nederland in de afgelopen 30 jaar (bewerking van: emissieregistratie.nl). De bron ‘consumenten’ is de totale bijdrage van consumenten minus de houtstook van consumenten. 34 Figuur 13. De uitstoot van ammoniak (NH3) door verschillende bronnen in Nederland in de afgelopen 30 jaar (bewerking van: emissieregistratie.nl). De bijdrage van de landbouw is met name afkomstig van veeteelt. 34 Figuur 14. Deelnemende provincies en gemeenten aan Schone Lucht Akkoord (stand van zaken 31 januari 2022). Bron: www.schoneluchtakkoord.nl. 40

Pagina

50

Tabellen Tabel 1. Aantal en aandeel in het voorkomen van aandoeningen, ten gevolge van luchtverontreiniging, onder inwoners van de provincie Gelderland in 2019 (totale populatie: 2.071.827) 24 Tabel 2. Afname van de longfunctie bij kinderen (0-18 jaar) in procenten ten gevolge van luchtverontreiniging in Gelderland in 2019

25

Tabel 3. Vroegtijdige sterfte in dagen (en maanden) op het totale leven per inwoner van de provincie Gelderland in 2019 25 Tabel 4. Aantal passief meegerookte sigaretten per dag door de Gelderse bevolking als equivalent van de luchtverontreiniging in Gelderland in 2019 26 Tabel 5. Ontwikkeling in de ziektelast (als aandeel (procentuele bijdrage) aan de totale ziektelast) in Gelderland door luchtverontreiniging in 2013, 2015, 2017 en 2019 (alle jaren zijn herberekend met Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid 2021). 29

Pagina

51

GGD Gelderland-Midden is onderdeel van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden

GGD Gelderland-Midden Postbus 5364 6802 EJ ARNHEM

T 0800 8446 000 E ggd@vggm.nl I www.ggdgm.nl

Pagina

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=777c62ce-9e93-432d-bc26-8ec4798e2fa4