Gevraagd advies JMG over Inkoopkader Wmo Hulpmiddelen
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Betreft:
gevraagd advies over het Inkoopkader Wmo Hulpmiddelen 2025
Nijmegen, 16 juni 2025
Geacht college, U heeft ons gevraagd advies uit te brengen over het inkoopkader Wmo Hulpmiddelen 2025. In dit advies gaan wij in op een aantal belangrijke aandachtspunten die betrekking hebben op dit inkoopkader. Programma van Eisen Wij waarderen het dat ons advies wordt gevraagd over het inkoopkader, dat op dit moment nog veel ruimte laat voor nadere uitwerking. Graag denken wij op een later moment ook mee over het Programma van Eisen voor deze aanbesteding. Dan zijn de plannen concreter en sluit het betrekken van ervaringsdeskundigen nog beter aan. Een formeel adviesverzoek hierover stellen wij zeer op prijs. Visie Hoe wilt u de administratieve lasten voor aanbieders en cliënten beperken terwijl het aantal cliënten toeneemt? Aantal aanbieders Wij kunnen instemmen met het gunnen van de aanbesteding aan 2 partijen (van de 4 grote die in Nederland actief zijn). Door het werken met een sterfhuisconstructie kunnen er overigens straks potentieel 3 partijen actief kunnen zijn. We gaan mee in de argumentatie van het college: concurrentie van leveranciers stimuleert de kwaliteit en de uitvoeringsrisico’s zijn verdeeld over 2 partijen. Hoe wilt u straks de kwaliteit borgen van de dienstverlening van Welzorg gedurende de loop van de sterfhuisconstructie?
1
Gemeenten moeten kwaliteit beoordelen Inwoners kunnen na de gunning kiezen uit twee leveranciers op basis van onder meer klanttevredenheidsscores. Wij vinden dat dergelijke informatie, op basis waarvan burgers een keuze maken, verstrekt moet worden door de gemeenten die aan de aanbesteding deelnemen en niet door de leveranciers. Het past bij de gemeente als opdrachtgever, om hier objectief over te informeren. Wij adviseren het college dit in het inkoopkader vast te leggen. Tevens adviseren wij om inschrijvers bij de inschrijving aan te laten geven op het onderdeel kwaliteit 3.7 hoe men invulling wil geven aan ‘innovatie en duurzaamheid’. Beperkte keuzevrijheid We missen de mogelijkheid voor de cliënt om over te stappen. Zoals het staat beschreven lijkt het alsof je eenmalig de keuze krijgt. Alleen de gemeente kan daarna voor een wisseling zorgen. Hiermee is de keuzevrijheid ernstig beperkt. Wij adviseren uw college om de mogelijkheid om tussentijds over te stappen van de ene naar de andere leverancier te verruimen. Daarnaast zijn wij er geen voorstander van dat al je hulpmiddelen onder dezelfde leverancier moeten vallen - zeker niet wanneer het complexe hulpmiddelen betreft. Bij complexe hulpmiddelen gaat het om de kennis. Leverancier A weet misschien veel van hoofdbedieningen voor elektrische rolstoelen, maar leverancier B van speciale tilliften.
Moet je A of B kiezen, dan ben je altijd slechter uit bij een van de twee hulpmiddelen. Bovendien kun je dan bij een nieuw hulpmiddel 'shoppen', zonder ineens met alles over te hoeven, wat de concurrentie, prijs en klantgerichtheid bevordert. Geen perverse prikkels Het werken met voorkeursmerken kan verkeerd uitpakken voor de klant. De leverancier heeft dan een contract met bepaalde merken bij wie hij kwantumkorting krijgt. Hij zal dan ook geneigd zijn dat merk te leveren. Het heet niet voor niets kwantumkorting. Zo kan het voorkomen dat iemand die naar volle tevredenheid al 20 jaar merk A heeft, plots merk B krijgt ‘opgedrongen’, omdat de leverancier hier meer aan verdient. Vooral bij complexe hulpmiddelen kan dit problemen opleveren, omdat beproefde aanpassingen van merk A nog moeten worden uitgeprobeerd bij merk B. Daar kan veel tijd overheen gaan. Wij baseren dit op casuïstiek. Wij vinden dit een perverse prikkel en adviseren het college dit te ondervangen of uit te sluiten. Toetsen aan de praktijk Wij adviseren het college de papieren werkelijkheid, zoals aangeleverd door de partijen die aan de aanbesteding meedoen, op essentiële onderdelen te toetsen aan de praktijk. In het bijzonder het klantvolgsysteem. Wanneer dit systeem goed is ingericht, zijn data makkelijk te vinden en is er een dossier. Dit voorkomt veel klachten over efficiëntie en communicatie.
Rapportage eenvoudige en complexe hulpmiddelen In de rapportages over klanttevredenheid moet een onderscheid worden gemaakt tussen de kwaliteit van dienstverlening ten aanzien van eenvoudige en complexe hulpmiddelen. Dat geeft een zuiverder beeld. Zelfredzaamheid / eigen regie • Op pagina 5 van het inkoopkader lezen we dat gemeenten met de nieuwe leveranciers in gesprek willen over het bevorderen van zelfredzaamheid. Verwachten ze daarbij iets van de leveranciers of van de burgers? 2
• •
En welke verwachtingen heeft de gemeente dan ten aanzien van de leverancier voor wat betreft het bevorderen van zelfredzaamheid? Op pagina 6 wordt gezinspeeld op innovatie ten aanzien van eigen regie van de inwoner. Waar moet dan aan gedacht worden? Welke rol ziet de gemeente voor de onafhankelijke cliëntondersteuner weggelegd waar het gaat om de ‘Gemeentelijke resultaatverplichting’? En hoe brengt de gemeente de cliëntondersteuner in contact met betreffende cliënt?
Nog enkele vragen • Op p. 6 (2.4) wordt gesproken over het minimaliseren van leveringen buiten de (product)categorieën. Betekent dit minder ruimte voor maatwerk? • Wat is de rol die gemeenten pakken wanneer de dienstverlening niet goed verloopt? • De relatie van gemeenten en leveranciers wordt gezien als een partnerschap en niet als opdrachtgever-opdrachtnemer. Is dat niet in strijd met de controle en bijsturing vanuit de gemeente? Klankbordgroep In de huidige situatie is er een klankbordgroep Welzorg. Hierin zitten belangenbehartigers en ervaringsdeskundigen uit de regio, die halfjaarlijks overleggen met de locatiemanager van Welzorg en de contractmanager namens de gemeenten. We adviseren het college vast te leggen een dergelijke klankbordgroep ook na de aanbesteding in stand te houden. Wij wensen u veel succes bij het verder vormgeven van het inkoopkader Wmo Hulpmiddelen en zijn zoals altijd tot een toelichting bereid. Met vriendelijke groeten, Sandra de Vries voorzitter adviescommissie JMG Adviescommissie JMG Ambtelijk secretaris J. Portier MO10 postbus 9105 6500 HG Nijmegen j1.portier@nijmegen.nl
3