Gevolgen van uitstel RVS Gelijke kansen in het Onderwijs
Tekst van het document
Gevolgen van uitstel voor de financiën In 2023 hebben we € 550.000,- begroot. Dit is voor de inzet van jongerenwerk op het voortgezet onderwijs (€270.000), een subsidie voor Stichting leergeld voor de vrijwillige ouderbijdrage (€100.000), subsidies voor School’s cool (€15.000), JINC (€35.000) en extra middelen voor de preventieplatforms Hatert/Grootstal/Dukenburg (€30.000) en kosten voor capaciteit/coördinatie (€100.000). Als de raad besluit om de besluitvorming uit te stellen tot januari 2023 betekent dit dat de middelen vrij vallen en niet meer ingezet kunnen worden voor de doelstellingen in het plan gelijkwaardige kansen. De middelen worden niet besteed in 2023 en kunnen niet meegenomen worden naar 2024. Enerzijds omdat het geen specifieke (geoormerkte) middelen zijn, anderzijds omdat er geen concrete bestedingsdoelen aan verbonden zijn die nog niet in 2024 begroot zijn en het volgens de regels van de accountant dan niet is toegestaan om middelen over te hevelen naar een volgend jaar. Voor een bedrag van € 450.000,- zijn nog geen concrete bestedingen begroot in 2023. Dit is ook in het plan aangegeven. Deze middelen kunnen we niet meenemen naar 2024 en vallen daarmee ook vrij. Gevolgen van uitstel voor de uitvoering Zoals hierboven aangegeven hebben we een bedrag van €550.000,- begroot voor 2023.
Hieronder lichten we toe wat de gevolgen zijn voor de uitvoering op het moment dat deze middelen wegvallen. 1. We hebben in 2023 al uitvoering gegeven om uren beschikbaar te stellen voor de inzet van jongerenwerk in het voortgezet onderwijs (motie Meer werk voor jongerenwerk van 2 november 2022 en de toezegging in diezelfde vergadering). Deze middelen hebben we, vooruitlopend op het plan gelijkwaardige kansen in het onderwijs, begroot in de NPOmiddelen. De NPO-middelen zijn wel geoormerkte middelen. Dit betekent dat we nietbestede middelen mee kunnen nemen naar het volgende kalenderjaar. De NPO-middelen moeten we uiterlijk eind juli 2025 besteden. Als de raad instemt met het plan, betekent dit dat het budget van €270.000 dat nu voor jongerenwerk in de NPO-middelen is opgenomen, ingezet kan worden voor andere maatregelen, eveneens passend bij de doelstellingen van het Nationaal Programma Onderwijs. Zo onderzoeken we op dit moment welke interventies passend zijn om het mentale welzijn van jongeren te verbeteren. Deze middelen kunnen hier een impuls aangeven. Ook kunnen we de pilot ziekteverzuim, de aanpak in de samenwerking tussen school, de jeugdarts en de leerplichtambtenaren in 2024 de extra impuls geven die nog nodig is om de verbeterde samenwerking te borgen. 2.
We hebben vooruitlopend op het plan een bedrag voor de vrijwillige ouderbijdrage een bedrag van €100.000,- opgenomen in de onderwijsbegroting. Op het moment dat de raad instemt met het plan, ontstaat er financiële ruimte in de middelen voor onderwijsachterstandenbeleid om nog subsidie aanvragen toe te kennen in 2023. Ruimte die er op dit moment niet meer is in de begroting. 3. We willen een aantal nieuwe en aanvullende subsidies toekennen. We hebben gesprekken gevoerd met JINC en met School’s Cool. Dit zijn beide initiatieven die zich richten op de gekozen doelgroep en zich richten op talentonwikkeling en ouderbetrokkenheid. Zij staan klaar om nog in 2023 (extra) inzet te leveren. Daarnaast willen we in 2023 nog extra investeren in de preventieplatforms 0-12 jaar in Hatert, Grootstal en Dukenburg. Dit zijn de wijken waar we voor kiezen als het gaat om ongelijk investeren. Ook hebben we in 2023 capaciteit vrijgemaakt voor de voorbereiding van het plan en willen we capaciteit inzetten voor de projectleiding/coördinatie. Deze activiteiten voeren we in 2023 niet uit op het moment dat besluitvorming wordt uitgesteld.