Gespreksverslag 9 oktober 2024
Tekst van het document
Gesprek tussen afvaardiging gemeenteraad, leden van de refendeumcommissie en de referendumdeskundige van de VNG Aanwezig Maarten Cornelissen, Thomas Vissers, Jelle de Poorter, Yurre Wieken, Biljana Markovic, Eline Lauret, Sander vd Goes, Delano van Luik, Léonie Janssen (vz) Aan de hand van de gespreksnotitie worden de volgende onderwerpen behandeld: Termijn van uiterlijk 7 dagen De VNG deskundige licht toe dat de 7 dagen termijn vrij standaard is en in veel gemeenten wordt gehanteerd. Zij adviseert niet om daar aanpassingen in te doen. Er zijn vaak al signalen, want initiatiefnemers bellen de griffie ivm formulieren etc. De aanwezigen constateren dat een gesprek tussen raad en commissie over het advies van de referendumcommissie wenselijk is, raadsleden hebben daar behoefte aan. Plan daar bijvoorbeeld een extra avond voor. Eventueel kun je het het raadsbesluit een maand doorschuiven, zodat je tijd hebt om het advies van de commissie door te spreken. Of een extra vergadering plannen als het conceptraadsbesluit niet zo lang kan blijven liggen. Vragen over de termijn Waarom is 7 dagen voldoende? Dat heeft te maken met het feit dat initiatiefnemers soms ook de behandeling in een gespreksronde willen afwachten voordat ze een referendum aanvragen. Je wilt ook willekeur voorkomen bij de termijnen, dus geen onderscheid tussen moeilijke en gemakkelijke referendumvragen.
Wat zijn de risico’s bij langer dan 7 dagen? De raad is het hoogste orgaan. In die zin is die besluitvorming leidend. Als er contracten liggen, moet het college zeggen tegen deze partijen: er ligt een referendumverordening dus hou daar rekening mee. De vraagstelling bij het referendum Wie heeft de laatste zeggenschap over de vraagstelling? Dat is de raad, dus begeleid de verwachtingen bij initiatiefnemers goed. De vraagstelling moet objectief zijn en niet sturend. Meestal is het de titel van het raadsvoorstel met de vraag: ‘bent u voor of tegen.’ Raadsleden hebben een andere positie want zij zullen over het algemeen een referendum willen over een onderwerp dat niet op de agenda staat.
Het is ook je verantwoordelijkheid als raad dat je nadenkt of je besluiten wel geschikt zijn voor referenda. Zie het voorbeeld van de gemeente Houten (afwijzing referendumverzoek over locatie voor vluchtelingenopvang). Advies over de vraagstelling door de referendumcommissie De commissie merkt op dat men dat advies niet bij het inleidend verzoek heeft uitgebracht, want dat was onze taak toen nog niet, volgens de verordening moet dat pas bij het definitief verzoek. Er kwamen wel veel vragen over. Niet ontvankelijkheid In Nijmegen heeft de bezwaarschriftencommissie van de gemeenteraad geoordeeld dat het bezwaar niet ontvankelijk was. De VNG deskundige geeft aan dat er weinig vergelijkbare uitspraken van bezwaarschriftencommissies zoals in Nijmegen bij haar bekend zijn. In Haarlem is een voorlopige voorziening aangevraagd. Communicatie door of namens het college De gemeente wordt gezien als een objectieve bron van informatie. Het kan lastig zijn als het college dan nog met informatie komt. Het is in ieder geval goed om het er met elkaar over te hebben. Het moet gaan om feiten. De vraag wanneer er sprake is van een referendum is ook relevant. Is dat ook al als de stemming nog loopt voorafgaand aan het inleidend verzoek? Het is belangrijk omdat goed vast te leggen.
Ervaringen elders in het land met de huidige verordening Veel referendumcommissies houden voorafgaand aan het advies een hoorzitting. Dat dient meer doelen, bijvoorbeeld de relatie met initiatiefnemers herstellen als die verstoord is. Ook kan het college worden uitgenodigd en de raad als toehoorder. Je kunt dan ook het proces uitleggen. Een tweede advies is om het proces al vast te leggen in een draaiboek zodat alles al in de tijd wordt gezet. Dit ivm de strakke termijnen.