Gedragscode en protocol
Tekst van het document
25
Fase 5: Afronding De burgemeester stelt het rapport van het feitenonderzoek ter beschikking aan de onderzochte politiek ambtsdrager. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek besluit de burgemeester over het verdere vervolg. • Als uit het rapport blijkt dat geen sprake is van een integriteitsschending worden de personen die door het vooronderzoek en/of het feitenonderzoek al op de hoogte waren van de melding op passende wijze geïnformeerd over de uitkomst van het feitenonderzoek. De burgemeester weegt af of de gemeenteraad ook moet worden geïnformeerd en op welke wijze. • Als wel sprake is van een vastgestelde integriteitsschending legt de burgemeester in het rapport voor aan de gemeenteraad. De burgemeester beslist of daarbij geheimhouding wordt opgelegd. In deze bijeenkomst wordt besloten over de consequenties die aan de uitkomst van het onderzoek worden verbonden en wordt besloten over openbaarmaking ervan. De raad besluit om de geheimhouding al dan niet op te heffen. Tegen dit besluit staan rechtsmiddelen open voor belanghebbenden.
26
Nazorg Ongeacht de uitkomst van de behandeling van een melding is het bieden van nazorg van belang, voor eenieder die betrokken is. De burgemeester gaat na welke nazorg voor de melder, de betrokken politieke ambtsdrager en eventuele anderen nodig is. De burgemeester evalueert ook het doorlopen proces en maakt zo nodig afspraken voor de toekomst. Onderdeel van de nazorg is ook het leren van een integriteitsschending. Integriteitskwesties dragen bij aan de vorming van de eigen mores. De burgemeester stimuleert na afronding van een kwestie dat tijd en ruimte wordt genomen om van die kwestie te leren. Opzettelijk valse melding Als de burgemeester het vermoeden heeft dat er sprake is geweest van een opzettelijk valse melding, kan de burgemeester een onderzoek instellen naar de melder. Rapportage Jaarlijks brengt de burgemeester verslag uit aan de gemeenteraad over het aantal meldingen en uitgevoerde onderzoeken op het gebied van bestuurlijke integriteit.
27