CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedoogbesluit

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juli 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D3 d.d. 12 mei 2026 over Realisatie tijdelijke opvangvoorziening voor Dak- en thuislozen4.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres Gemeente Nijmegen Stadsrealisatie Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

Gemeente Nijmegen t.a.v. de heer H.A.E. Boelaars Korte Nieuwstraat 6 6511 PP NIJMEGEN

Bezoekadres Mariënburg 30 6511 PS Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl Contactpersoon Team Opvang T 14 024 opvang@nijmegen.nl

Datum

12 mei 2026

Onderwerp

Gedoogbesluit Tijdelijke Daklozenopvang (TDO) nabij de Heideparkseweg te Nijmegen.

Ons kenmerk Z2026-00001765 Uw kenmerk -Bijlagen --

Geachte heer Boelaars,

Aanleiding Gelet op de hoge urgentie met betrekking tot de realisatie van extra (tijdelijke) opvangcapaciteit voor daklozen in Nijmegen, en mede gelet op de raadsamendement d.d. 12 november 2025 ‘Iedereen van straat, niemand dakloos’, is de gemeente opzoek gegaan naar een geschikte locatie voor het realiseren van een Tijdelijke Daklozen Opvang (TDO), voor de duur van maximaal twee jaar.

Afschrift aan --

Deze TDO zal - onder meer - bestaan uit 35 woonunits, waarin per unit één persoon wordt opgevangen. Het aantal op te vangen personen zou in de winterperiode kunnen worden uitgebreid naar twee personen per woonunit (dus maximaal 70 personen). Verder zullen er op de locatie bijbehorende voorzieningen worden gerealiseerd (zoals parkeerplaatsen, in- en uitrit, fietsrekken, lichtmasten, recreatieruimte, cameramasten, visitatieruimte, personeelsruimte, opslag- en spreekkamers, keukens en hekwerken). Als locatie voor de TDO is gekozen voor het terrein gelegen aan de Heideparkseweg, aan de oostzijde van het Goffertpark, ten oosten van het Konijnenpad, in Nijmegen (Kadastraal bekend: gemeente Hatert, Sectie M. nr. 6428 G.). Uiterlijk op woensdag 13 mei 2026 zal via het DSO een formele omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het realiseren van de Tijdelijke Daklozen Opvang. Concreet ziet deze aanvraag omgevingsvergunning dan op het volgende activiteiten: a. Bouwactiviteit omgevingsplan (ruimtelijke bouwactiviteit); b. technische bouwactiviteit;

Brieven en huisstijldocumenten / = Brief

Gemeente Nijmegen

Pagina 1 van 11

c. d. e. f.

activiteit met betrekking tot het wijzigen van een gemeentelijk monument; activiteit met betrekking tot het maken van een uitweg c.q. het hebben of veranderen daarvan dan wel het veranderen van het gebruik; activiteit met betrekking tot een bodemgevoelige locatie of een bodemgevoelige functie in een bestaand bodemgevoelig gebied; activiteit voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

Tevens zal voor de TDO vóór de feitelijke ingebruikname van de TDO een melding brandveilig gebruik worden gedaan. Tenslotte gelden de volgende informatieplichten: Stikstofemissie bij het uitvoeren van bouw- en/of sloopwerkzaamheden; Veiligheid bij het uitvoeren van bouw- en/of sloopwerkzaamheden; Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit.. De werkzaamheden ter plaatse zullen volgens planning feitelijk al starten op 15 mei 2026, dus vanaf dat moment is er formeel sprake van overtreding van meerdere wettelijke voorschriften (m.n. vanwege het ontbreken van de vereiste omgevingsvergunning) en daarmee van een illegale situatie. Tussenconclusie Als er sprake is van een illegale situatie dient daar – in opdracht van de wetgever en op basis van constante jurisprudentie - in principe ook handhavend tegen op te worden getreden. Dat is alleen anders als er sprake is van een concreet zicht op legalisatie of van bijzondere omstandigheden, die maken dat (tijdelijk) van handhavend optreden dient te worden afgezien (dat wil zeggen dat de illegale situatie tijdelijk wordt gedoogd). De vraag ligt nu dan voor of er in dit geval concreet zicht is op legalisatie en/of er sprake is van bijzondere omstandigheden.

Dat concrete zicht op legalisatie is er in zoverre dat er uiterlijk op 13 mei aanstaande – als gezegd - een omgevingsvergunning zal worden aangevraagd. Deze zal vervolgens met spoed door ons in behandeling worden genomen. Het is op dit moment echter nog niet duidelijk of de vergunning ook daadwerkelijk conform de ingediende aanvraag kan worden verleend. Daarnaast is het ook nog niet duidelijk wanneer dat dan precies het geval zal zijn. Wij vinden echter dat de vraag, of er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat er in dit geval (tijdelijk) van handhavend optreden dient te worden afgezien, in dit geval wel degelijk bevestigend kan worden beantwoord. Waarom wij dat vinden wordt hieronder nader gemotiveerd.

Gemeente Nijmegen

Pagina 2 van 11

Juridisch kader Artikel 22.26 van het Omgevingsplan gemeente Nijmegen bepaalt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te laten en te gebruiken; Artikel 5.1, lid 1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bepaalt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten, tenzij het gaat om een bij AmvB aangewezen geval (artikel 2.15f Bbl); Artikel 5.1, lid 2, aanhef en onder a (juncto artikel 4.3, lid 1, aanhef en onder a) van de omgevingswet bepaalt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. Artikel 5.6 van de Omgevingswet bepaalt dat het verboden is om een bouwwerk, of deel daarvan, dat is gebouwd zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in stand te laten; Op grond van artikel 18.1 van de Omgevingswet omvat de bestuursrechtelijke handhavingstaak: a. het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met inbegrip van het verzamelen en registreren van gegevens die hiervoor van belang zijn, b. het behandelen van klachten over de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, en c.

het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie vanwege enig handelen of nalaten in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet; Op grond van artikel 18.2 van de Omgevingswet berust de bestuursrechtelijke handhavingstaak bij het college van burgemeester en wethouders; Artikel 14 van de Erfgoedverordening: het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument, a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening: het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Op grond van artikel 125 Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot toepassing van bestuursdwang. De bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang wordt

Gemeente Nijmegen

Pagina 3 van 11

uitgeoefend door burgemeester en wethouders, indien de toepassing van bestuursdwang dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert; Burgemeester en wethouders van Nijmegen hebben de bevoegdheid tot het nemen van een gedoogbesluit in dit geval expliciet aan mij gemandateerd. Gedoogbeleid In de nota “VTH-Beleid Regio Nijmegen 2023-2026” d.d. 24 december 2022 is, in Hoofdstuk 4, de geldende gedoogstrategie vastgelegd. Wij volgen het landelijk geformuleerde gedoogbeleid (verwoord in de landelijke richtlijn “Gedogen in Nederland”). Onder gedogen wordt daarin verstaan: het (nog) niet handhavend optreden na constateren van een overtreding door toezichthouders. Dat betekent dat sprake is van gedogen als bij ons bekend is dat sprake is van een overtreding, waarbij wij bewust de keuze maken (nog) niet handhavend op te treden. Wij maken van onze bevoegdheid tot gedogen slechts terughoudend, zorgvuldig en op verantwoorde wijze gebruik. Gedogen is voor ons daarom alleen aanvaardbaar als aan de volgende vier voorwaarden wordt voldaan: 1. Slechts in uitzonderingsgevallen: De afweging die bij het stellen van regels is gemaakt, doen wij niet over. Naleving van de regels is dus het uitgangspunt.

In sommige situaties kan gedogen echter rechtvaardig zijn, namelijk wanneer (a) handhaving duidelijk onrechtvaardig is, (b) het achterliggende belang van de regels beter gediend wordt met gedogen dan met naleven of (c) wanneer een ander zwaarwegend belang gedogen rechtvaardigt. 2. Mits beperkt in omvang en/of tijd: Omdat gedogen alleen in uitzonderingsgevallen aan de orde mag zijn, betekent het ook dat het niet langer of in grotere mate mag plaatsvinden dan door de situatie gerechtvaardigd wordt. Doet de uitzonderingssituatie zich niet meer voor, dan moet alsnog tot handhaving worden overgegaan. Als gedogen omvangrijk wordt of structureel dreigt te worden, moet heroverweging van de regel zelf plaatsvinden. Als dat (nog) niet mogelijk is, moet overwogen worden of legalisering aan de orde kan zijn. Waar (tijdelijk) legalisering van de overtreding mogelijk is, verdient dit altijd de voorkeur boven gedogen. 3. Vindt expliciet en na zorgvuldige kenbare belangenafweging plaats : Gedogen is pas aan de orde wanneer dit door ons, expliciet, schriftelijk en na zorgvuldige kenbare belangenafweging is verklaard. De verklaring tot gedogen moet voor betrokkene duidelijk maken waar deze aan toe is en stelt eventuele derden-belanghebbenden in staat daartegen op te komen.

Hierom zal de verklaring tot gedogen volstrekt duidelijk moeten zijn over de gedragingen die gedoogd worden, de termijn gedurende welke dat het geval zal zijn, en welke voorwaarden daarbij gelden. Dit alles om de afwijking van de wet zo beperkt mogelijk te houden. 4. Is aan controle onderworpen:

Gemeente Nijmegen

Pagina 4 van 11

Afhankelijk van de situatie zal regelmatig toezicht moeten plaatsvinden. Op deze wijze kan worden gecontroleerd of de overwegingen die tot gedogen hebben geleid nog actueel zijn. Ook kan zo worden gecontroleerd of de beperking in tijd, omvang of overige voorwaarden worden nageleefd. Zo niet, dan moet alsnog tot handhaving worden overgegaan. Als een situatie voor gedogen in aanmerking komt, worden dus tenminste de volgende procedurele vereisten in acht genomen:  Gedogen gebeurt expliciet, door middel van een beschikking;  Indien van toepassing, ligt aan het gedogen een ontvankelijke vergunningaanvraag ten grondslag;  De voorbereiding van de gedoogbeschikking geschiedt conform afdeling 4.1.2. Algemene wet bestuursrecht;  De gedoogsituatie is onderwerp van gesprek in het reguliere overleg tussen gemeente/provincie, omgevingsdienst en - indien vereist - het openbaar ministerie;  In de gedoogbeschikking wordt een concrete eindtermijn genoemd van het gedogen, waarbij als uitgangspunt geldt dat de te gedogen situatie zo kort mogelijk moet zijn;  In de gedoogbeschikking wordt aangegeven dat de gedoogde activiteit geheel voor eigen risico van de overtreder plaatsvindt.

De beschikking vermeldt dat het de sanctionerende bevoegdheden van het Openbaar Ministerie en andere organen dan het gedogende bestuursorgaan onverlet laat;  De beschikking voldoet inhoudelijk aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;  De gedoogbeschikking bevat – zo mogelijk – voorschriften waaraan overtreder dient te voldoen;  In de gedoogbeschikking wordt vermeld dat de overtreding van gedoogvoorschriften kan leiden tot intrekking van de gedoogbeschikking en vervolgens handhavend optreden;  Indien sprake is van gedogen vooruitlopend op vergunningverlening, wordt in de gedoogbeschikking vermeld dat aan de gedoogbeschikking geen rechten kunnen worden ontleend ten aanzien van de aangevraagde vergunning. Afwegingen We hebben hier dus te maken met een situatie waarin er wel op korte termijn een omgevingsvergunning zal worden aangevraagd, voor een aantal activiteiten, maar het verlenen daarvan niet kan worden afgewacht. Op 12 november 2025 heeft de raad van de gemeente Nijmegen het amendement: ‘Iedereen van straat, niemand dakloos’ aangenomen. Op basis van dit amendement wordt een budget van zes miljoen uitgetrokken voor het terugdringen van dakloosheid, het direct vergroten van de opvangcapaciteit met tijdelijke voorzieningen en het verminderen van overlast in de openbare ruimte.

Een van de maatregelen uit het amendement is om op korte termijn voldoende tijdelijke opvangplekken te creëren, zodat dakloze mensen een onderkomen en basisveiligheid kunnen krijgen. In de gemeente Nijmegen zijn extra opvangplekken nodig voor dak- en thuisloze mensen. De uitbreiding van opvangplekken is onderdeel van de aanpak van de gemeente Nijmegen. De gemeente wil dak- en thuisloze mensen sneller op de juiste plek helpen: met passende zorg, begeleiding of een eigen woonplek. Er is op dit moment dus een dringende behoefte

Gemeente Nijmegen

Pagina 5 van 11

aan het realiseren van extra tijdelijke opvangcapaciteit ten behoeve van daklozen in Nijmegen. In de binnenstad zorgt de doelgroep voor veel overlast en (een gevoel van) onveiligheid. Het doel is de leefbaarheid in de stad te vergroten door uitbreiding van de opvangcapaciteit, betere doorstroom binnen bestaande locaties en een aanpak van de overlast in het centrum. Voornoemde aanvraag omgevingsvergunning betreft dus het realiseren van een tijdelijke opvang voor dak- en thuisloze mensen. Het gaat om een opvanglocatie voor 35 tot 70 mensen. Deze locatie is voor maximaal 2 jaar beschikbaar voor deze mensen en in de tussentijd wordt gewerkt aan een permanente plek voor deze doelgroep. IrisZorg zal de betreffende locatie op een professionele wijze gaan managen. Indien het volledig doorlopen van de formeel vereiste vergunningenprocedure moet worden afgewacht, alvorens zou worden gestart met het realiseren van de opvanglocatie zou dat, gelet op de betrokken belangen, té lang gaan duren. Volgens planning zullen de werkzaamheden op de locatie op 15 mei aanstaande ook al daadwerkelijk van start gaan. Oplevering wordt verwacht tegen het einde van de maand juni en de eerste daklozen zullen zich naar verwachting al op 6 juli aanstaande op de locatie melden.

Hoewel er dus – tijdelijk - sprake zal zijn van een illegale situatie, zijn wij vooralsnog – gelet op de betrokken belangen - niet voornemens om hier handhavend tegen op te treden. Daarom gaan we nu, conform de vastgestelde gemeentelijke gedoogstrategie, over tot het expliciet en tijdelijk gedogen hiervan. Daartoe dient deze beschikking. Wij stellen, op basis van de stukken die reeds in ons bezit zijn, welke (in het kader van de komende vergunningaanvraag) formeel via het DSO zullen worden ingediend, en de ter zake ingewonnen adviezen, op dit moment reeds het volgende vast: a. Met betrekking tot de omgevingsplanactiviteit voor het bouwen: Er is ter zake van het realiseren van een opvang voor daklozen op deze locatie een omgevingsplantoets uitgevoerd. Hieruit blijkt dat deze activiteit in strijd is met het (tijdelijke) Omgevingsplan (de gronden ter plaatse hebben de volgende functies: Agrarisch, Bos, Groen-Park en WaardeArcheologie). Deze ontwikkeling kan echter mogelijk worden gemaakt door af te wijken van dat Omgevingsplan, middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). Bij deze omgevingsvergunning hoort een motivering. Daarin wordt gemotiveerd dat de ontwikkeling leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen.

Met betrekking tot het aspect explosieven: De locatie betreft geen verdacht gebied en nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Gemeente Nijmegen

Pagina 6 van 11

Met betrekking tot het aspect externe veiligheid: Het plangebied valt niet in een PR contour of aandachtsgebied. Verder onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Met betrekking tot het aspect groen: De flora en fauna ter plaatse is onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt dat met het nemen van een aantal maatregelen de flora en fauna voldoende kunnen worden beschermd. Met betrekking tot het aspect archeologie: Er is geen vergunning of melding nodig voor de omgevingsplanactiviteit: Activiteit in een gebied met archeologische (verwachtings-)waarden. De vergunning is niet nodig omdat de werkzaamheden vallen onder de uitzonderingen uit artikel 5.6 Omgevingsplan: omdat de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 30 cm voor wat betreft de riolering, stelconplaten en eventuele andere werken. En omdat de oppervlakte van de put en palen van hekwerken, die wél dieper wordt dan 30 cm, niet groter is dan 50 m2. En de melding is niet nodig omdat de locatie niet valt onder een daarvoor aangewezen gebied. Met betrekking tot de Aerius-projectberekening Natura 2000-gebieden Op 6 mei jl. is een projectberekening gemaakt (kenmerk RbWkCi2hDfU8), waaruit blijkt dat er, vanwege het realiseren en gebruiken van de tijdelijke opvang, een maximale emissie NH3 van 4,2 kg/j en een emissie NOx van 246,0 kg/j zal plaatsvinden.

Het is, mede op basis van de ecologische voortoets, op voorhand uitgesloten dat de berekende uitstoot, voor wat betreft het aspect stikstof, significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Rijntakken heeft. b. Met betrekking tot de technische activiteit bouwen: In het kader van het plaatsen van de diverse units is een groot aantal stukken aangeleverd, zoals kwaliteitsverklaringen en attesten met betrekking tot de te plaatsen New Houseunits, alsmede constructietekeningen en –berekeningen, technische gegevens met betrekking tot de te realiseren BMI/OAI enz. enz. Deze stukken zijn door ons onder meer getoetst aan de voorschriften in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), alsmede - voor wat betreft de toepasselijke NEN-EN 1990, 1991, 1993, 1997 en 1999, de Richtlijnen ROBc (tijdelijke constructies voor noodopvang) aan de constructieve veiligheid door onze constructeur. Gelet op het feit dat het hier standaard-units betreft, die zijn gecertificeerd, bestaande uit één bouwlaag en direct zijn geplaatst op de grond, verwacht de constructeur geen risico’s van constructieve aard. De VRGZ heeft advies uitgebracht ten aanzien van de brandveiligheid, op basis van de beschikbare stukken met betrekking tot het realiseren van de tijdelijke opvanglocatie. Daarbij is uitgegaan van de ‘logiesfunctie’ (niet gelegen in een logiesgebouw). Het betreft

Gemeente Nijmegen

Pagina 7 van 11

tijdelijke bouwwerken. Er is met name getoetst aan de hoofddoelstellingen: veilig vluchten en het voorkomen van brandoverslag. De VRGZ stelt het volgende vast: Er is sprake van kleine brandcompartimenten, met meerdere (maximaal 6) kleine logiesverblijven in 1 brandcompartiment; Bezetting van de logiesverblijven 1 tot 2 personen; BMI/OAI met volledige bewaking en doormelding naar een PAC; BHV organisatie is 24/7 op het terrein aanwezig; Het betreft een overzichtelijke situatie, waarbij personen rechtstreeks naar buiten kunnen vluchten; Op basis van deze overwegingen is de (voorlopige) conclusie van de VRGZ dat er positief zal worden geadviseerd ten aanzien van de in te dienen vergunning. De (bouw) werkzaamheden ter plaatse zullen op de voet worden gevolgd. Na realisatie van de TDO volgens de ingediende plannen, zal ter plaatse ook een uitgebreide schouw worden uitgevoerd door toezichthouders van de VRGZ en de afdeling SR60 van de gemeente. Indien tekortkomingen en/of gebreken worden geconstateerd ten aanzien van de bouwvoorschriften en/of brandveiligheid, dan zullen de noodzakelijke aanvullende maatregelen/voorzieningen terstond worden afgedwongen. c. Met betrekking tot het aspect cultuurhistorie en erfgoed: Voor wijziging van het monument zal een vergunning aangevraagd moeten worden. Deze zal beoordeeld worden door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nijmegen.

Hiervoor zullen in elk geval duidelijke overzichts- en plattegrondtekeningen met afmetingen en foto’s van het terrein aangeleverd moeten worden. Verder is het goed om in de aanvraag aan te geven dat de ruimte na afloop van de termijn weer ‘in oude staat hersteld’ zal worden. Dus bijvoorbeeld eventuele verharding wordt weggehaald en gras wordt weer ingezaaid. Als er bomen gekapt zijn voor een ingang, dan ook weer terug planten bomen. d. Met betrekking tot de activiteit het maken van een uitweg. De uitwegvergunning op basis van 2:12 APV kan worden verleend als wordt voldaan aan eisen rondom bruikbaarheid, veilig en doelmatig gebruik van de weg, bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en bescherming van groenvoorziening. e. Met betrekking tot het aspect bodem: Uit het historisch bodemonderzoek van ingenieursbureau Land d.d. 30 maart jl. blijkt dat de gehele onderzoekslocatie, m.u.v. de paardenbak en het erf, onverdacht is op de aanwezigheid van sterke bodemverontreiniging. f.

Met betrekking tot het aspect een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden: Er is op 2 april jl. ter plaatse een zgn. schouw uitgevoerd voor het gebied met de bestemming ‘Bos’, in aanwezigheid van de bouwtechnisch adviseur, waarvan vervolgens

Gemeente Nijmegen

Pagina 8 van 11

een rapport is gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van het aanleggen van een doorgang van 4,50m (grasbetonstenen), vanaf het Konijnenpad, naar het betreffende terrein. Er zal wat noodzakelijke snoei plaatsvinden, enkele zaaiingen en een dode zomereik zullen worden verwijderd. Verder zal er boombescherming worden aanbracht bij de opbouw van de locatie. Na beëindiging van het gebruik zal de situatie worden hersteld. Met betrekking tot de melding brandveilig gebruik (brandveiligheid): Deze moet nog worden ingediend voor de feitelijke ingebruikname van de locatie, maar het betreft hier een formeel-administratieve handeling die, met behulp van de vergunningstukken en het ingewonnen advies van de VRGZ, naar verwachting niet zal leiden tot problemen. Met betrekking tot de flora en fauna activiteit De provincie Gelderland heeft aangegeven dat kan worden ingestemd met de voorgestelde locatie voor de tijdelijke opvang. De provincie stelt wel de voorwaarde dat de opbouw- en uitvoeringswerkzaamheden plaatsvinden volgens een ecologisch werkprotocol, dat wordt opgesteld en/of begeleid door een deskundige. Dit protocol bevat richtlijnen en maatregelen die erop gericht zijn om negatieve effecten op beschermde flora en fauna te voorkomen of tot een minimum te beperken.

Door het zorgvuldig naleven van dit protocol, onder toezicht van een deskundige, kan worden gewaarborgd dat de werkzaamheden in overeenstemming zijn met de geldende wet- en regelgeving en dat mogelijke overtredingen — zoals verstoring van leefgebieden of schade aan beschermde soorten — worden voorkomen. Conclusie Gelet op het voorgaande concluderen wij dat er wordt voldaan aan de door ons vastgestelde gedoogstrategie. Immers: er wordt op 13 mei aanstaande in formele zin een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning (inclusief alle benodigde stukken en gegevens) ingediend en de melding brandveilig gebruik volgt voor de feitelijke ingebruikname, ten behoeve van het realiseren en gebruiken van de tijdelijke opvang voor daklozen op het terrein aan de Heideparkseweg te Nijmegen. Er is dus in principe concreet zicht op legalisatie. In materiële zin blijkt uit de door ons ontvangen stukken en ingewonnen adviezen dat er naar verwachting geen belemmeringen zullen zijn voor het verlenen van de aan te vragen omgevingsvergunning. Verder blijkt uit de beschikbare stukken dat ter plaatse afdoende voorzieningen en maatregelen zullen worden getroffen, zodat er geen sprake zal van risico’s - in constructieve zin of in de zin van (brand)veiligheid - voor de gebruikers van de opvang.

Er is voorts sprake van een tijdelijke (illegale) situatie, tot uiterlijk 1 augustus 2026, of zoveel eerder als de aangevraagde (tijdelijke) omgevingsvergunning wordt verleend. Het is de verwachting dat de in procedure zijnde vergunningaanvraag ruim vóór die datum positief kan worden afgerond, zodat er op dat moment al een einde komt aan de formeel illegale situatie.

Gemeente Nijmegen

Pagina 9 van 11

Tenslotte zijn wij van mening dat er in dit geval een zwaarder wegend maatschappelijk belang is (te weten: het realiseren van een dringende noodzakelijke extra opvangcapaciteit voor 35 tot 70 daklozen) dan het belang van handhaving van de norm (te weten: het afwachten van het verlenen van de noodzakelijke omgevingsvergunning, alvorens het project daadwerkelijk te mogen uitvoeren). Gedoogbeschikking Gelet op het voorgaande, en daarbij alle betrokken belangen afwegende, hebben wij besloten om het realiseren en het gebruiken van een tijdelijke gemeentelijke opvanglocatie ten behoeve van daklozen, met een maximumcapaciteit van 35 tot 70 personen, ter plaatse van het terrein, gelegen aan de Heideparkseweg, nabij het Goffertpark, te Nijmegen (Kadastraal bekend: gemeente Hatert, Sectie M. nr. 6428 G.), tijdelijk te gedogen, zonder de daarvoor noodzakelijke omgevingsvergunning. Voorwaarden Aan deze gedoogbeschikking verbinden wij de volgende voorwaarden: 1. Deze gedoogbeschikking verliest automatisch zijn rechtskracht op 1 augustus 2026, of zoveel eerder als de op 13 mei 2026 aan te vragen omgevingsvergunning zal zijn verleend en in rechte onaantastbaar is geworden. Na deze datum behouden we ons het recht voor om handhavend op te treden; 2.

U kunt aan deze gedoogbeschikking nadrukkelijk geen rechten ontlenen ten aanzien van de door u op 13 mei 2026 aan te vragen omgevingsvergunning; 3. Deze gedoogbeschikking geldt alleen voor de specifieke hierboven omschreven overtredingen en nadrukkelijk niet voor andere mogelijke overtredingen van (wettelijke) voorschriften; 4. Het door ons gedogen van de hierboven beschreven illegale situatie geschiedt geheel en al voor uw eigen rekening en risico als eigenaar/beheerder en overtreder; 5. Adviezen/aanbevelingen van toezichthouders van de VRGZ, ter zake van de brandveiligheid, en van de afdeling SR60 van de gemeente, ter zake van (onder meer) de Constructieve en brandveiligheid, dienen stipt en zonder meer door u te worden opgevolgd; 6. Wij zullen dit gedoogbesluit intrekken op het moment dat wordt vastgesteld dat één of meer van de hierin gestelde voorwaarden door u worden overtreden. Vervolgens zullen wij handhavend optreden. Opmerkingen 1. Dit gedoogbesluit zal worden gepubliceerd. Het is mogelijk dat derdenbelanghebbenden in rechte ageren tegen de beoogde tijdelijke gedoogsituatie en om handhaving verzoeken. Het valt dus niet uit te sluiten dat wij door de bestuursrechter kunnen worden gedwongen om alsnog handhavend op te treden; 2.

Het feit dat wij de voornoemde overtreding gedogen betekent nog niet dat andere bevoegde handhavingsinstanties eveneens zullen afzien van handhavend optreden; 3. Wij zullen de door ons voorwaardelijk gedoogde illegale situatie regelmatig (laten) controleren en zo nodig (aanvullende) maatregelen/voorzieningen laten treffen;

Gemeente Nijmegen

Pagina 10 van 11

Geen bezwaarmogelijkheid De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 24 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1356) overwogen dat gedoogbeslissingen geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze niet op een rechtsgevolg zijn gericht. Het instellen van bezwaar tegen deze beslissing op zichzelf is om die reden niet mogelijk. Vragen Heeft u vragen? Neem dan contact met ons op via de contactgegevens die bovenaan deze brief staan. Wilt u het kenmerk noemen? Dan kunnen wij u sneller helpen. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen,

I. C. W. Berghuis, Teammanager omgevingstoezicht en advies.

Gemeente Nijmegen

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=eacf410a-4579-4689-9038-8eac41dba148