CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Flora en fauna-onderzoek 2023

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bopa Aanpassing ontsluiting Aubadestraat hotel/wooncomplex (76/2024)7.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek naar beschermde soorten in de omgeving van station Goffert te Nijmegen Basisinformatie voor de ontwikkeling van Winkelsteeg

D.E.H. Wansink M. Dorenbosch H. Huitema L. Verhoek F. Derriks

Onderzoek naar beschermde soorten in de omgeving van station Goffert te Nijmegen Basisinformatie voor de ontwikkeling van Winkelsteeg D.E.H. Wansink, M. Dorenbosch, H. Huitema, L. Verhoek, F. Derriks Status uitgave: definitief Rapportnummer:

22-229

Projectnummer:

22-0321

Datum uitgave:

10 januari 2023

Projectleider:

drs D.E.H. Wansink

Tweede lezer:

ir. E.J.F. de Boer

Naam en adres opdrachtgever:

Gemeente Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen

Referentie opdrachtgever:

Verplichtingenummer 309869

Akkoord voor uitgave: Datum:

ir. E.J.F. de Boer 14 november 2022

Graag citeren als: Wansink, D.E.H., M. Dorenbosch, H. Huitema, L. Verhoek & F. Derriks, 2023. Onderzoek naar beschermde soorten in de omgeving van station Goffert te Nijmegen. Basisinformatie voor de ontwikkeling van Winkelsteeg. Rapportnr. 22-229. Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: stadsontwikkeling, Nijmegen, Wet natuurbescherming, soortenbescherming, inventarisatie Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus.

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

2

Voorwoord De gemeente Nijmegen wil de komende twintig 20 jaar 10.000 woningen bouwen binnen de stadsgrenzen en zorgen voor nog eens zo’n aantal extra banen. Winkelsteeg is één van de gebieden waar de gemeente dit wil realiseren. De ontwikkeling van Winkelsteeg moet ook zorgen voor een betere verbinding van de stadwijken Dukenburg en Lindenholt met de rest van Nijmegen. De ontwikkeling van Winkelsteeg kan effecten hebben op beschermde soorten planten en dieren. In opdracht van de gemeente heeft Bureau Waardenburg in 2021 een quickscan uitgevoerd naar het mogelijke voorkomen van beschermde soorten in Winkelsteeg. Dit resulteerde, onder andere, in een advies voor vervolgonderzoek. De gemeente Nijmegen heeft vervolgens Bureau Waardenburg opdracht verstrekt het geadviseerde vervolgonderzoek voor deelgebied ‘Stationsomgeving Goffert-NTC’ uit te voeren. Dit rapport doet verslag van dat onderzoek. Aan de totstandkoming van dit rapport werkten mee: Dennis Wansink Martijn Dorenbosch Hans Huitema Levi Verhoek Frank Derriks Janneke Daamen Dimitri Emond

projectleiding, rapportage veldwerk vleermuizen, rapportage veldwerk vleermuizen, rapportage veldwerk marterachtigen, rapportage veldwerk ongewervelden, rapportage veldwerk marterachtigen veldwerk marterachtigen

Genoemde personen zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Bureau Waardenburg. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg is ISO gecertificeerd. Vanuit de gemeente Nijmegen werd de opdracht begeleid door de heer Frank Willemen. Wij danken hem voor de prettige samenwerking.

Veldonderzoek is altijd een momentopname. Bureau Waardenburg waarborgt dat het onderzoek is uitgevoerd door deskundige onderzoekers volgens de gangbare standaardmethoden. Het bureau is niet aansprakelijk voor waarnemingen van soorten door derden en waarnemingen die na afronding van de studie bekend worden gemaakt.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

3

Inhoud 1

2

3

4

Voorwoord

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Verantwoording

6

Toetsingskader beschermde soorten

7

2.1

Wet natuurbescherming

7

2.2

Beschermingsregimes soorten

7

Het plan

8

3.1

Beschrijving plangebied

8

3.2

Uit te voeren werkzaamheden

10

Betekenis van het plangebied voor beschermde soorten planten en dieren

11

4.1

Bronnenonderzoek

11

4.2

Veldonderzoek

11

4.2.1

Vlinders

12

4.2.2

Vogels met jaarrond beschermde nestplaats

12

4.2.3

Eekhoorn

12

4.2.4

Marters

13

4.2.5

Vleermuizen

13

4.2.6

Overige soorten

15

Betekenis van het plangebied

15

4.3.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

15

4.3.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

17

4.3.3

Beschermingsregime andere soorten

21

4.3

5

6

Effecten van de ingreep en te treffen maatregelen

26

5.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

26

5.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

26

5.3

Beschermingsregime andere soorten

27

Beoordeling Wet natuurbescherming

28

6.1

Conclusie resultaten onderzoek

28

6.2

Overtreding verbodsbepalingen

29

6.3

Aanvullende maatregelen

30

6.4

Ontheffingsaanvraag

30

Literatuur

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

32

4

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel De gemeente Nijmegen wil de komende twintig 20 jaar 10.000 woningen bouwen binnen de stadsgrenzen en zorgen voor een vergelijkbaar aantal extra banen. Winkelsteeg is één van de gebieden waar de gemeente dit wil realiseren. De ontwikkeling van Winkelsteeg moet ook zorgen voor een betere verbinding van de stadwijken Dukenburg en Lindenholt met de rest van Nijmegen. De ontwikkeling van Winkelsteeg kan effecten, zowel positief als negatief, hebben op plant- en diersoorten die bescherming genieten onder de Wet natuurbescherming. Daarom zal bij de ontwikkeling van Winkelsteeg rekening moeten worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en het duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan. Sommige handelingen en ontwikkelingen kunnen de natuur, en daarmee de biodiversiteit, schaden en zijn daarom krachtens de wet verboden. In de wet wordt onderscheid gemaakt tussen soorten en gebieden. Wordt een verbodsbepaling ten aanzien van beschermde soorten overtreden, dan is daarvoor een ontheffing nodig. Betreft het een verbodsbepaling die betrekking heeft op gebieden, dan is een vergunning nodig. In specifieke gevallen geldt ten aanzien van de soortenbescherming een vrijstellingsregeling. Het onderzoek waar dit rapport verslag van doet gaat over beschermde soorten.

In 2021 heeft Bureau Waardenburg in opdracht van de gemeente Nijmegen een quickscan uitgevoerd naar het mogelijke voorkomen van beschermde soorten in Winkelsteeg. Dit resulteerde, onder andere, in een advies voor vervolgonderzoek. De gemeente Nijmegen heeft vervolgens Bureau Waardenburg opdracht verstrekt het geadviseerde vervolgonderzoek voor deelgebied ‘Stationsomgeving Goffert-NTC’ uit te voeren. Het betrof onderzoek naar ongewervelde dieren, vleermuizen, eekhoorn, marters en vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Dit rapport doet verslag van dat onderzoek. In combinatie met de resultaten van de quickscan kan met de resultaten van dit onderzoek worden bepaald of de voorgenomen herinrichting van het gebied rond station Goffert tot overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming leidt. Dit rapport beschrijft het ontwikkelingsplan (H3) en de methodiek van de in 2022 uitgevoerde inventarisatie (H4). De effecten van de ingreep op beschermde en/of bijzondere soorten planten en dieren zijn in beeld gebracht en getoetst aan de verbodsbepalingen uit de natuurwetgeving.

Daarbij is ingegaan op de volgende vragen: • Welke beschermde soorten planten en dieren komen mogelijk of zeker voor in het plangebied (H4)? • Welke effecten op beschermde soorten heeft de ontwikkeling van het plangebied (H5)? • Kunnen deze effecten een wezenlijke negatieve invloed op soorten hebben (H5)? • Welke verbodsbepalingen worden overtreden/is een ontheffing nodig (H5)?

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

5

•

1.2

Welke maatregelen voor mitigatie en compensatie van schade aan beschermde soorten zijn noodzakelijk (H6)?

Verantwoording De toetsing is een effectbepaling en -beoordeling op basis van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in het plangebied, de functie van het plangebied en de directe omgeving voor deze soorten en de voorgenomen ingreep. De toetsing is opgesteld op basis van de in 2021 uitgevoerde quickscan, het in 2022 uitgevoerde aanvullende veldwerk (zie hoofdstuk 4), de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen.

De in dit rapport gepresenteerde gegevens over beschermde soorten zijn houdbaar tot drie jaar na afronding van het veldonderzoek. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na 2025 kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn.

Bronnenonderzoek Aanvullend op het veldbezoek heeft beperkt bronnenonderzoek plaatsgevonden. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is de NDFF geraadpleegd 1 . Daarnaast is, voor zover nodig, gebruik gemaakt van achtergronddocumentatie (zie literatuurlijst).

1

Nationale Database Flora en Fauna geraadpleegd dd. 30 september 2022.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

6

2 Toetsingskader beschermde soorten 2.1

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. De Wnb heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan. De wet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, van soorten planten en dieren en van houtopstanden. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in ‘Hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden’ van de Wnb. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten planten en dieren zijn in de Wnb opgenomen in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ en beschreven per beschermingsregime (zie onder). De regels voor houtopstanden zijn beschreven in Hoofdstuk 4 van de wet. In het voorliggende rapport toetsen we aan bepalingen voor beschermde soorten (Wnb: Hoofdstuk 3).

2.2

Beschermingsregimes soorten Bij de ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert - NTC moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van beschermde soorten planten en dieren in het plangebied. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, zal moeten worden nagegaan of een vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen. De Wnb onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: • Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1), • Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Wnb § 3.2)1 en • Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3). Voor een aantal soorten vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ heeft de Provincie Gelderland een vrijstelling verleend voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (Wnb Art 3.10 lid 2a). In dit rapport wordt onderscheid gemaakt in ‘vogels’, soorten Habitatrichtlijn (Wnb § 3.2) en ‘andere soorten’ (Wnb § 3.3). Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, is nagegaan of een vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen voordat de ingreep wordt uitgevoerd (zie Hoofdstuk 2).

1 Dit betreft soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn met uitzondering van vogels. Vogels vallen onder Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Brochure: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van EZ, versie 1.3 december 2016.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

7

3 Het plan 3.1

Beschrijving plangebied Het plangebied, Stationsomgeving Goffert-NTC, is onderdeel van het ontwikkelingsgebied Winkelsteeg (figuur 3.1). Stationsomgeving Goffert-NTC is een belangrijke entree van Winkelsteeg, waarbij ruimte gemaakt wordt voor nieuwe ontwikkelingen rondom het station. De directe omgeving van station Goffert wordt ontwikkeld tot een gemengd stedelijk gebied dat de mogelijkheid geeft aan de Novio Tech Campus (NTC) om te groeien en ruimte biedt voor betaalbare woningen met duidelijke aandacht voor het openbaar vervoer en langzaam verkeer. Stationsomgeving Goffert-NTC zal Winkelsteeg beter verbinden met Neerbosch-Oost en Kolping.

Figuur 3.1

Deelgebieden ontwikkelingsgebied Winkelsteeg.

De Ontwikkelvisie Winkelsteeg 2035 (Gemeente Nijmegen 2021) bevat twee varianten voor de herinrichting van Stationsomgeving Goffert-NTC, die verschillen in de inrichting van het gebied ten noorden van station Goffert (figuren 3.2 en 3.3). In variant 1 wordt de zuidelijke rijbaan van de Graafseweg gedeeltelijk verwijderd (het deel ten westen van de Neerbosscheweg), in variant 2 wordt de noordelijke rijbaan gedeeltelijk verwijderd. De belangrijkste wijziging in beide varianten is het verplaatsen van de westelijke rijbaan van de Neerbosscheweg naar het oosten, zodat deze naast de oostelijke rijbaan komt te liggen. Samen met het verwijderen van het parkeerterrein tussen de twee rijbanen ontstaat hierdoor ruimte voor nieuwbouw. Het tracé van de westelijke rijbaan van de Neerbosscheweg wordt een promenade en infra voor langzaam bestemmingsverkeer.

Naast voorzieningen voor wonen, werken en verkeer wil de gemeente in Winkelsteeg robuuste groene dooradering realiseren met onder andere een verbinding tussen het Goffertpark en Park Winkelsteeg en een groene zone langs het kanaal. Daarbij wil de gemeente het bestaande groen zo veel als mogelijk behouden, maar worden ook voorzieningen getroffen om de biodiversiteit te bevorderen. Zo wordt bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen toegepast. Op, in en aan de gebouwen moeten mogelijkheden zijn voor groenvoorzieningen (bijvoorbeeld in de vorm van groene daken of gevels) en schuilen nestelgelegenheden voor gebouwbewonende diersoorten. Tevens wordt gekeken naar ruimte voor natuur in de groenstructuur, zoals planten gebruiken die als voedselbron en schuil- en verblijfplaats voor dieren dienen.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

8

Figuur 3.2

Plantekening ontwikkeling Stationsomgeving Goffert-NTC, variant 1 (bron: Ontwikkelvisie Winkelsteeg 2035, Gemeente Nijmegen 2021).

Figuur 3.3

Plantekening ontwikkeling Stationsomgeving Goffert-NTC, variant 2 (bron: Ontwikkelvisie Winkelsteeg 2035, Gemeente Nijmegen 2021).

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

9

3.2

Uit te voeren werkzaamheden Welke werkzaamheden waar en wanneer worden uitgevoerd is nog onbekend. Voorlopig is alleen een ontwikkelingsvisie beschikbaar. Die geeft wel inzicht in het ‘waar’, maar niet in het ‘hoe’ en ‘wanneer’. Deze ingreep kan in ieder geval worden omschreven als een ingreep in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Gebruik van een door de minister goedgekeurde gedragscode voor de betreffende ingreep is niet aan de orde. Voor het uitvoeren van de ingreep geldt een vrijstelling voor regels ten aanzien van soorten uit het ‘Beschermingsregime andere soorten’ van de Wnb (zie Hoofdstuk 2).

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

10

4 Betekenis van het plangebied voor beschermde soorten planten en dieren 4.1

Bronnenonderzoek Eind 2021 is een quickscan naar het (mogelijke) voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het gehele ontwikkelingsgebied Winkelsteeg uitgevoerd (Daamen 2021). Voor het deelgebied Stationsomgeving Goffert-NTC kwam het tot de conclusie dat dit deelgebied voor de volgende soort(groep)en een functie kan vervullen. Soortgroep

Soorten

Mogelijke functie*

Ongewervelden - Vlinders

Grote vos

Leefgebied

Iepenpage Grondgebonden zoogdieren

Eekhoorn

Nestplaats en essentieel foerageergebied

Grondgebonden zoogdieren

Steenmarter

Vaste verblijfplaats en/of

Bunzing

essentieel foerageergebied

Hermelijn

en/of verbindingsgebied

Wezel Grondgebonden zoogdieren

Algemene soorten waarvoor

Leefgebied

een vrijstelling geldt Amfibieën

Algemene soorten waarvoor

Leefgebied

een vrijstelling geldt Vleermuizen

Meerdere soorten

Verblijfplaatsen

Vogels

Soorten met jaarrond

Nestplaats

beschermde nestplaats Vogels

Algemene broedvogels

Broedgebied

* Leefgebied = gebied dat aan alle levensvoorwaarden van een soort voldoet. Hier kan de soort overleven, groeien en zich voortplanten.

4.2

Veldonderzoek Op basis van bovengenoemde quickscan is aanvullend veldonderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten in deelgebied Stationsomgeving Goffert-NTC opgezet. Het onderzoek richtte zich op de soort(groep)en waarvan volgens de quickscan onvoldoende informatie beschikbaar was om een effectbeoordeling uit te voeren.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

11

4.2.1

Vlinders Aan de twee dagvlinders, grote vos en iepenpage, is de nachtvlinder teunisbloempijlstaart, een Habitatrichtlijnsoort, toegevoegd. Deze soort is in de quickscan niet opgenomen, omdat geen waarnemingen uit de directe omgeving van Stationsomgeving Goffert-NTC bekend waren. De soort was zeldzaam in Nederland, maar breidt haar verspreidingsgebied steeds verder uit en is inmiddels ook in Nijmegen waargenomen (www.vlindernet.nl). Daarom is deze soort in het veldonderzoek meegenomen. Het veldonderzoek naar de vlinders vond plaats van april tot en met juli 2022. Er zijn drie bezoeken aan het plangebied gebracht. Het eerste onderzoek richtte zich op het in kaart brengen van de waardplanten van grote vos, iepenpage en teunisbloempijlstaart, de drie vlindersoorten die in het plangebied werden verwacht op basis van waarnemingen uit de omgeving. De waardplanten, waar de eieren op worden afgezet en de rupsen op leven, zijn iep, zoete kers en wilg (grote vos), iep (iepenpage), teunisbloem en wilgenroosje (teunisbloempijlstaart). Ook is gezocht naar individuen van de grote vos die mogelijk in de buurt hebben overwinterd. De bezoeken in juni en juli richtte zich op het waarnemen van imago’s van de drie vlindersoorten, waarbij de zoekinspanning zich beperkte tot de locaties met de waardplanten en planten met nectar dragende bloemen (foeragerende vlinders).

4.2.2

Datum

Tijd

Temperatuur

Wind

Neerslag

21 april

11:00 – 15:30

17 oC

3 Bf, NO

Geen

17 juni

11:30 – 15:00

22 oC

2 Bf, Z

Geen

12 juli

13:15 – 16:45

27 oC

2 Bf, ZW

Geen

Vogels met jaarrond beschermde nestplaats Bij de herinrichting van het plangebied vinden geen activiteiten aan gebouwen plaats. Het aanvullende veldwerk richtte zich daarom op soorten die in bomen broeden. Volgens de quickscan zouden dat boomvalk, ransuil en buizerd kunnen zijn. Op basis van recente waarnemingen in de NDFF van begin 2022 is ook het voorkomen van nesten van sperwer mogelijk. In april, voordat de bomen vol in blad zaten, is in het plangebied naar nesten van deze vier vogelsoorten gezocht.

4.2.3

Datum

Tijd

Temperatuur

Wind

Neerslag

21 april

11:00 – 15:30

17 oC

3 Bf, NO

Geen

Eekhoorn Nesten van eekhoorns bevinden zich in bomen. De inventarisatie van eekhoornnesten is daarom tegelijk met de inventarisatie naar vogelnesten (zie hierboven) uitgevoerd. Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

12

Daarnaast is tijdens alle bezoeken aan het plangebied gelet op sporen, verkeerslachtoffers en zichtwaarnemingen van eekhoorns. De cameravallen en sporenbedden die voor de marterachtigen waren uitgezet leverden ook informatie over eekhoorns op.

4.2.4

Marters Om de aanwezigheid van marterachtigen aan te tonen zijn marterkisten (n=2), cameravallen (n=2) en sporenbuizen (n=12) ingezet, zoals beschreven in de handreiking Kleine marters van de Provincie Brabant (Bouwens 2017). Deze zijn in het zuidelijke deel van het plangebied uitgezet, waar zich het meest geschikte habitat bevindt. Van het noordelijke deel van het plangebied zijn recente waarnemingen (middels cameravallen) in de NDFF beschikbaar. Daarnaast is tijdens alle bezoeken aan het plangebied gelet op zichtwaarnemingen en sporen (uitwerpselen, prooiresten en prenten) van marters. Het materieel is op 14 juli 2022 uitgezet. Op 26 augustus 2022 is het verwijderd. Wekelijks is gecontroleerd of het materieel nog aanwezig was en nog naar behoren werkte. Indien nodig zijn batterijen en geheugenkaarten van camera’s verwisseld en is de inkt en het papier van de sporenbuizen ververst. Figuur 4.1 toont de locaties van het materieel.

Figuur 4.1

4.2.5

Locaties van het materieel dat voor het onderzoek naar marterachtigen is gebruikt.

Vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (versie 2021). Vanwege de omvang van het te onderzoeken gebied waren per ronde vier bezoeken noodzakelijk; per bezoek werd een kwart van het plangebied onderzocht. Omdat in het Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

13

plangebied geen ingrepen aan gebouwen plaatsvinden, lag de nadruk tijdens het veldwerk op (lijnvormige) complexe vegetatie (bosranden, lanen, bomenrijen, houtwallen en struwelen). Het veldwerk is uitgevoerd met batdetectors van het type USA QMC mini 3 en Petterson D240x. Om aan de eisen betreffende de weersomstandigheden te voldoen, was het niet altijd mogelijk om bij elke ronde alle vier de gebiedsdelen op opeenvolgende dagen te onderzoeken. Datum

Tijd

Temp.

Wind

Neerslag

Ronde

1 juni

21:45 – 23:45

12 oC

0-1 Bft

Geen

1

2 juni

21:45 – 23:45

16 oC

1 Bft

Geen

1

21 juni

03:20 – 05:30

12 oC

0-1 Bft

Geen

2

23 juni

03:00 – 05:00

17 oC

1-2 Bft

Geen

2

12 juli

21:50 – 23:50

24 oC

1 Bft

Geen

3

14 juli

21:50 – 23:50

18 oC

1-2 Bft

Geen

3

18 augustus

22:00 – 00:00

20 oC

0-1 Bft

Geen

4

20 augustus

21:55 – 00:15

17 oC

0-1 Bft

Geen

4

12 september

21:00 – 23:00

20 oC

1 Bft

Geen

5

13 september

20:55 – 22:45

19 oC

2-3 Bft

Geen

5

17 mei

21:00 – 23:30

18 oC

2 Bft

Geen

1

27 mei

21:00 – 01:30

13 oC

3 Bft

Geen

1

10 juni

03:00 – 05:30

10 oC

2 Bft

Geen

Extra

13 juni

21:30 – 00:30

14 oC

2 Bft

Geen

2

16 juni

21:30 – 00:00

17 oC

2 Bft

Geen

2

23 juni

01:30 – 05:00

17 oC

1-2 Bft

Geen

3

13 juli

03:00 – 05:45

12 oC

3 Bft

Geen

3

23 augustus

21:15 – 00:00

23 oC

2 Bft

Geen

4

31 augustus

21:30 – 00:00

18 oC

3 Bft

Geen

4

26 september

21:00 – 23:45

14 oC

3 Bft

Motregen

5

28 september

21:00 – 23:00

12 oC

2 Bft

Geen

5

Goffert Noord

Goffert Zuid

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

14

4.2.6

Overige soorten Van andere beschermde soorten die in het plangebied worden verwacht zijn voldoende gegevens voor een effectbeoordeling beschikbaar of er geldt voor deze soorten een vrijstelling van de ontheffingsplicht bij ruimtelijke ingrepen. Toevallige waarnemingen van deze soorten zijn wel genoteerd.

4.3

Betekenis van het plangebied

4.3.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn1 Het onderzoek richtte zich op soorten met nesten in bomen en struiken. In gebouwen net buiten het plangebied bevinden zich volgens de NDFF nesten van huismussen, maar omdat geen ingrepen aan gebouwen plaatsvinden is dit niet nader onderzocht. Op deze locatie, de hoek Muntweg-Muntmeesterlaan (figuur 4.2), bevinden zich wel groenstructuren die voor de huismussen een functie als rust- of foerageerplek zouden kunnen vervullen, zoals struiken en heesters. Die bevinden zich echter in privé tuinen die buiten het plangebied van de ingrepen vallen. In het plangebied zijn nesten van kraaiachtigen gevonden die door roofvogels of uilen gebruikt zouden kunnen worden (figuur 4.3). In de loop van 2022 zijn hier echter geen roofvogels of uilen waargenomen (zie ook de NDFF). De nesten van de kraaiachtigen bevonden zich bovendien op locaties die voor roofvogels of uilen ongeschikt zijn: veel menselijke activiteit nabij. Het voorkomen van nesten van soorten met jaarrond beschermde nestplaats in het plangebied wordt uitgesloten.

Naast de bovengenoemde kraaiachtigen (ekster, gaai en zwarte kraai), zijn tijdens het eerste veldbezoek in en rond het plangebied waarnemingen gedaan van andere soorten als appelvink, boomkruiper, boomklever, houtduif, grote bonte specht, heggemus, winterkoning, kauw, koolmees, pimpelmees, roodborst, tjiftjaf, Turkse tortel, merel, zanglijster en zwartkop. Het is aannemelijk dat deze soorten ook broeden in het plangebied.

1 Op grond van door het ministerie van EZ verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

15

Figuur 4.2

Foerageergebied broedende huismussen hoek Muntweg-Muntmeesterlaan.

Figuur 4.3

Nesten van kraaiachtigen die door roofvogels of uilen gebruikt zouden kunnen worden.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

16

4.3.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Vlinders De nachtvlinder teunisbloempijlstaart is een in aantal en areaal toenemende soort van vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. De rupsen leven op allerlei soorten basterdwederikken, wilgenroosjes, teunisbloemen en in mindere mate ook op kattenstaart. De teunisbloempijlstaart is op verschillende locaties in woonwijken rond het plangebied waargenomen (NDFF 2022, en gevalideerde waarnemingen van www.waarneming.nl). Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen (imago’s en rupsen) waargenomen van de teunisbloempijlstaart. Wel zijn in het plangebied tijdens het veldonderzoek teunisbloemen en op één locatie harig wilgenroosje vastgesteld (figuur 4.4). Nagenoeg alle waardplanten zijn onderzocht. Op basis van de waarnemingen in de omgeving is het plangebied mogelijk marginaal leefgebied van zwervende en foeragerende imago’s.

Figuur 4.4

Locaties van waardplanten van teunisbloempijlstaart.

Vleermuizen Waarnemingen van vleermuizen De volgende vleermuissoorten zijn in het plangebied aangetroffen (figuren 4.5 en 4.6): - Gewone dwergvleermuis; - Ruige dwergvleermuis; - Laatvlieger. Net buiten het plangebied, in het Goffertpark, is in het najaar een overvliegende rosse vleermuis gehoord.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

17

Figuur 4.5

Waarnemingen van vleermuizen in voorjaar/zomer 2022.

Figuur 4.6

Waarnemingen van vleermuizen in nazomer/najaar 2022.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

18

De gewone dwergvleermuis is de meest algemene soort. In het plangebied zijn baltsende, zwermende, foeragerende en passerende dieren gehoord. Op basis van het zwermgedrag van tenminste drie dieren in juni bevindt zich in een pand aan de Muntweg 536 waarschijnlijk een zomer- of kolonieverblijfplaats. De in- en uitvliegopening lag vermoedelijk in een afgesloten particuliere tuin en kon niet nader worden bepaald. Aanwijzingen voor paarverblijfplaatsen zijn gevonden langs de Heideparkseweg, de Muntmeesterlaan, bij de twee flatblokken ten noorden van station Goffert (noord en zuid van de Graafseweg, ingeklemd tussen de oostelijke en westelijke rijbanen van de Neerbosscheweg) en in panden op de grens van het plangebied en de wijk NeerboschOost. Ruige dwergvleermuis is tweemaal in het najaar gehoord, waarvan één dier een baltsend mannetje betrof. Zijn paarplaats bevindt zich in de buurt van Heideparkseweg 201. Laatvlieger is vijf keer in het voorjaar en tweemaal in het najaar gehoord. Het betroffen passerende en foeragerende dieren. In het plangebied staat een enkele boom die geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen (figuur 4.7), maar in het hele plangebied zijn geen vleermuisverblijfplaatsen in bomen aangetroffen.

Figuur 4.7

Locaties van bomen met holtes of loszittende schors.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

19

Essentiële gebiedsdelen voor vleermuizen (figuur 4.8) Ten zuiden van het station Goffert wordt het plangebied begrensd door het bos van het Goffertpark. Hier werden stelselmatig veel vleermuizen waargenomen (rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis en laatvlieger). Ter hoogte van het amfitheater in het Goffertpark werden zwermende gewone dwergvleermuizen vastgesteld, vermoedelijk bevindt zich hier een (zomer)kolonie. Het bos in de Goffert aangrenzend aan het plangebied vormt daarmee een belangrijk foerageergebied en verblijfplaats voor vleermuizen; in ieder geval voor gewone dwergvleermuis, mogelijk ook voor laatvlieger en rosse vleermuis. Veel vleermuizen die het zuidelijk deel van het plangebied Stationsomgeving Goffert-NTC gebruiken als leefgebied, zijn vermoedelijk afkomstig uit het aangrenzende Goffertpark (zie ook ‘oversteekplaats’ hieronder).

Figuur 4.8

Gebiedsdelen in het plangebied die van essentieel belang zijn voor vleermuizen.

Op het punt waar de Weg door Jonkerbos en de Burgemeester Daleslaan samenkomen werden bij elk bezoek overstekende vleermuizen (gewone dwergvleermuis en laatvlieger) waargenomen. De oversteekplaats ligt in het verlengde van de vliegroutes langs de Heideparkseweg en de laan ten oosten hiervan. De oversteekplaats vormt de kortste verbinding tussen de twee bosrijke deelgebieden in het zuiden van plangebied Stationsomgeving Goffert-NTC (inclusief het nabijgelegen bos rondom het Goffertpark) en is waarschijnlijk belangrijk voor vleermuizen met verblijfplaatsen in het Goffertpark als voor vleermuizen met verblijfplaatsen in de gebouwen van ‘De Hulsen’ aan de Tarweweg (Daamen 2021). Op de oversteekplaats is de middenberm van de Weg door Jonkerbos

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

20

breed en herbergt enkele struiken en bomen. Vleermuizen kunnen via deze landschapselementen eenvoudig de (brede) weg oversteken. De oversteekplaats vormt vanwege de strategische ligging een essentieel onderdeel van het leefgebied van de vleermuizen. De waterpartijen direct ten noorden van station Goffert (de twee vijvers ingeklemd tussen de noordelijke en zuidelijke rijbaan van de Graafseweg en een sloot langs de Serenadestraat) werden intensief gebruikt door foeragerende gewone dwergvleermuizen. Waarschijnlijk dezelfde vleermuizen die in de aangrenzende gebouwen in de Serenadestraat paarverblijfplaatsen hebben. De waterpartijen en de opgaande vegetatie er omheen zijn essentiële onderdelen van het leefgebied van deze dwergvleermuizen. Dat geldt ook voor de vegetatie langs de Neerbosscheweg ten noorden van station Goffert. Hier bevinden zich ook meerdere paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. Opvallend is dat direct ten zuiden van het station Goffert, waar de Novio Tech Campus (NTC) en het parkeerterrein zich bevinden, nauwelijks vleermuizen zijn aangetroffen. Klaarblijkelijk vormt dit deelgebied een zeer matig foerageergebied voor vleermuizen. Het deelgebied bestaat grotendeels uit grote, verlichte stenen gebouwen, groen is hier relatief schaars.

4.3.3

Beschermingsregime andere soorten Vlinders De dagvlinder grote vos is in Nederland een zeldzame soort en is met name aanwezig in het oostelijk deel van het land. De grote vos is ook bekend uit de nabije omgeving van het plangebied (NDFF 2022 en gevalideerde waarnemingen van www.waarneming.nl) Foeragerende dieren kunnen op allerlei nectarplanten worden aangetroffen. In Nederland zijn iepen de belangrijkste waardplanten. Ook zoete kers en wilg zijn waardplanten van de grote vos. Genoemde waardplanten zijn tijdens het veldonderzoek waargenomen in het plangebied (figuur 4.9). Tijdens het veldonderzoek zijn echter geen waarnemingen verricht van de grote vos. De iepenpage is een zeldzame soort maar duikt de laatste jaren op verschillende plekken in Nederland op. (www.verspreidingsatlas.nl) Ook in Nijmegen en omstreken is de soort te verwachten in de nabijheid van iepen. Op verschillende plekken in het plangebied zijn iepen aangetroffen, vooral ten noorden van het spoor en op de parkeerplaats ten zuiden van het spoor (figuur 4.9). Tijdens het veldonderzoek zijn op twee locaties iepenpages gevonden (zie figuur 4.10). Ten noorden van de spoorlijn werden twee iepenpages waargenomen in de kroon van een Noorse esdoorn. In de nabijheid stonden iepen. De waarneming in het uiterste zuiden van het plangebied betrof een enkele iepenpage in de nabijheid van enkele jonge iepen.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

21

Figuur 4.9

Locaties van waardplanten van iepenpage en grote vos.

Figuur 4.10

Waarnemingen van iepenpage tijdens het veldonderzoek in 2022.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

22

Eekhoorn In het meest zuidelijke deel van het plangebied leven één of meer eekhoorns (figuur 4.11). Ook waarnemingen in de NDFF komen alleen uit (de omgeving van) dit deel van het plangebied. Eekhoorns hebben hier ook rust- en voortplantingsplaatsen (nesten in bomen). Waarschijnlijk gebruiken de eekhoorns dezelfde plek om de Weg door Jonkerbos en de Burg. Daleslaan over te steken als de vleermuizen; daar waar de boomkruinen elkaar raken. Op de Burg. Daleslaan werd in 2022 een doodgereden eekhoorn aangetroffen (zichtwaarneming in figuur 4.11). Dit illustreert de relatief hoge kans op verkeersslachtoffers onder eekhoorns in de bosrijke zuidelijke delen van het plangebied Stationsomgeving Goffert-NTC.

Figuur 4.11

Waarnemingen van (sporen van) eekhoorn in 2022.

Marterachtigen De inventarisatie naar marterachtigen met cameravallen, marterkisten en sporenbuizen heeft waarnemingen van steenmarter en wezel opgeleverd (tabel 4.1, figuur 4.12). Ook is tweemaal een steenmarter gezien tijdens het inventariseren van vleermuizen (figuur 4.12). De NDFF bevat daarnaast recente waarnemingen van steenmarter (bij station Goffert en langs de Muldersweg ten noorden van het spoor) en bunzing (Muntmeesterlaan, ten noorden van het spoor). Op basis van de waarnemingen is het aannemelijk dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied van meerdere steenmarters. Waarschijnlijk hebben zij ook vaste verblijfplaatsen in gebouwen in het plangebied, bijvoorbeeld in het Jonkerbos, waar ze met cameravallen zijn geregistreerd.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

23

Tabel 4.1

Resultaten marterinventarisatie met cameravallen, marterkisten en sporenbuizen in 2022.

Locatie

Gebied

Methodiek

Waargenomen soorten

B4

West

Camera

Vos, steenmarter, eekhoorn, egel, koolmees

Br3

Oost

Camera

Eekhoorn, egel, bosmuis, merel, roodborst, winterkoning

M3

West

Marterkist

Egel, bosmuis, woelmuis, bosspitsmuis, koolmees

M10

Oost

Marterkist

Eekhoorn, bosmuis, woelmuis

Sk1

West

Sporenbuis

Muis, pad

Sk2

West

Sporenbuis

Kikker, pad

Sk3

West

Sporenbuis

Wezel, pad

Sk4

Oost

Sporenbuis

Muis, zangvogel

Sk5

Oost

Sporenbuis

Muis

Sk6

Oost

Sporenbuis

Eekhoorn, muis

Sm1

West

Sporenbuis

Geen (buis binnen een week in gebruik genomen door zwerver)

Sm2

West

Sporenbuis

Muis, pad, kikker

Sm3

Oost

Sporenbuis

Eekhoorn, muis

Sm4

Oost

Sporenbuis

Eekhoorn, muis

Sm5 Sg1

Oost West

Sporenbuis Sporenbuis

Geen Geen

Figuur 4.11

Waarnemingen van marters in 2022.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

24

Bunzing is alleen buiten het plangebied waargenomen. Mogelijk komt incidenteel een dier in het plangebied op zoek naar voedsel, maar het plangebied is voor bunzing niet van essentieel belang is. Het Jonkerbos in het zuiden van het plangebied is onderdeel van het leefgebied van wezel. Wezels hebben grote territoria (>1ha), waarbinnen ze meerdere verblijfplaatsen hebben. Alleen in de voortplantingstijd verblijven de vrouwtjes langer in één verblijfplaats, maar deze kan wisselen tussen jaren. Voor de levenscyclus van de wezel is het van belang dat hun leefgebied gedurende het jaar altijd voldoende schuilplaatsen biedt. Het Jonkerbos voldoet hier aan. Overige soorten De cameravallen, marterkisten en sporenbuizen hebben ook waarnemingen van bosmuis, bosspitsmuis, egel, kikker (bruine en/of groene) en gewone pad opgeleverd, naast enkele muizen en vogels die niet konden worden gedetermineerd (tabel 4.1). Voor deze beschermde soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de ontheffingsplicht bij ruimtelijke ontwikkelingsactiviteiten.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

25

5 Effecten van de ingreep en te treffen maatregelen Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de werkzaamheden op beschermde soorten. Uitgangspunt voor de effectbepaling is dat rust- en verblijfplaatsen van essentieel belang zijn voor de levenscyclus van een soort en een onmisbaar onderdeel zijn van haar leefgebied1. Om effecten te voorkomen zal de functionaliteit van rust- en verblijfplaatsen gewaarborgd moeten zijn. Dit betekent dat ook foerageergebieden en verbindingsroutes tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden die essentieel zijn voor het goed functioneren van een verblijfplaats essentieel zijn. Waar relevant is aangegeven welke maatregelen in dit kader van toepassing zijn.

5.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Het plangebied heeft betekenis voor vogelsoorten zonder jaarrond beschermde nestplaats die hun nesten maken in bomen en struiken (zie § 4.3.1). Als gevolg van het verwijderen van opgaande beplanting kunnen nesten en broedsels van deze soorten worden verstoord of zelfs verloren gaan. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan het verstoren of vernielen van nesten worden voorkomen. Het broedseizoen verschilt echter per soort. Soorten als houtduif en Turkse tortel broeden bijna het hele jaar door. Daarom is het altijd noodzakelijk voorafgaande aan de werkzaamheden de beplanting op in gebruik zijnde nesten te controleren en indien nodig het werk uit te stellen totdat de jongen zijn uitgevlogen.

5.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Het plangebied heeft betekenis voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (zie § 4.3.2). Van de dwergvleermuizen bevinden zich verblijfplaatsen in het plangebied. Die verblijfplaatsen worden door de werkzaamheden zeer waarschijnlijk niet aangetast of vernield, maar de directe omgeving van de verblijfplaatsen wel. Tevens kan tijdens de uitvoering van het werk verstoring van dieren in de verblijfplaats of langs de vliegroutes naar de verblijfplaats optreden. Het betreft verstoring door geluid en trilling als met zware machines wordt gewerkt, en door licht als in het donker wordt gewerkt. Deze verstoring en eventuele aantasting van geleidende structuren in de omgeving van de verblijfplaatsen kunnen ertoe leiden dat de vleermuizen de verblijfplaatsen mijden; mogelijk tijdelijk, maar misschien ook permanent (bij aantasting van geleidende structuren of permanente verlichting). Aantasting en verstoring van verblijfplaatsen en geleidende structuren moet worden voorkomen. Permanente verstoring door licht wordt voorkomen door zo min mogelijk lichtbronnen (straatlantaarns) te plaatsen, deze met armaturen uit te rusten die ervoor zorgen dat licht niet naar de omgeving uitstraalt en door lampen met vleermuisvriendelijk licht (amberkleurig) te gebruiken.

1 Guidance document on the strict protection of animal species of Community interest under the Habitats Directive 92/43/EEC. Final version, February 2007

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

26

Naast verblijfplaatsen is in het plangebied sprake van essentiële vliegroutes en foerageergebieden, te weten de plek waar vleermuizen de Weg door het Jonkerbos en de Burg. Daleslaan oversteken, het gebied rond de waterpartijen langs de Graafseweg en de Serenadestraat en de groenstructuren langs het noordelijke deel van de Neerbosscheweg. Bij voorkeur worden de functies van deze gebiedsdelen voor vleermuizen behouden. Met andere woorden, waterpartijen en begroeiing zoveel mogelijk behouden en voorkomen dat deze plekken worden verlicht. Volgens de huidige plannen (figuren 3.2 en 3.3) wordt echter een van de vijvers in het Nelson Mandela plein/Graafseweg ten noorden van station Goffert gedempt en de ander aangepast. Het betreffen respectievelijk de westelijke en oostelijke vijver. Het dempen van de westelijke vijver is een aantasting van essentieel foerageergebied van gewone dwergvleermuis. Dat is alleen toegestaan als voor het dempen een ontheffing wordt verleend. In paragraaf 6.4 wordt ingegaan op de maatregelen die moeten worden genomen om een ontheffing te krijgen.

5.3

Beschermingsregime andere soorten Het plangebied heeft betekenis voor iepenpage, eekhoorn, steenmarter, bunzing en wezel (zie 4.3.3). Al deze soorten hebben vaste verblijfplaatsen in het plangebied. Bij de uitvoering van de werkzaamheden worden deze zo veel mogelijk gespaard. Dat betekent voor: • Iepenpage: behoud van de iepen langs de Graafseweg en de Weg door Jonkerbos. Behoud van de iepen is ook gunstig voor de dagvlinder grote vos die niet in, maar wel in de omgeving van het plangebied is waargenomen; • Eekhoorn: voorkomen aantasting bomen in Jonkerbos en omgeving en behoud van de oversteekplaats over de Weg door Jonkerbos en de Burg. Daleslaan; • Marters: behoud van zoveel mogelijk groenstructuren, met name in het gebied tussen de Neerbossche weg en de Cavaljeweg, nabij de Muntmeesterlaan en in het Jonkerbos en omgeving.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

27

6 Beoordeling Wet natuurbescherming 6.1

Conclusie resultaten onderzoek Functie van het plangebied Delen van het plangebied vervullen essentiële functies voor: • Broedvogels: nestplaatsen van algemene soorten zonder jaarrond beschermde nestplaats; • Gewone dwergvleermuis: verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden; • Ruige dwergvleermuis: verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden; • Laatvlieger: vliegroutes en foerageergebieden; • Iepenpage: leefgebied1; • Eekhoorn: verblijfplaatsen, verbindingsroutes en foerageergebied; • Steenmarter: verbindingsroutes en foerageergebied, mogelijk ook vaste verblijfplaatsen; • Wezel: leefgebied1. Volledigheid onderzoeksgegevens Het onderzoek heeft voor dit moment voldoende gegevens opgeleverd. Omdat nog onbekend is welke werkzaamheden waar in het plangebied gaan plaatsvinden, kan het zijn dat tegen de tijd dat dit wel bekend is lokaal aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Reikwijdte van de ingreep De exacte reikwijdte van de ingrepen is nog onbekend. Op basis van de voorlopige inrichtingsplannen (figuren 3.2 en 3.3) is de kans op negatieve effecten in het gebied ten noorden van station Goffert het grootst. De herinrichting van dit gebied kan negatieve effecten hebben op vleermuizen en iepenpage.

Daarnaast kunnen, afhankelijk van de wijze van uitvoering, elders in het plangebied negatieve effecten optreden op verblijfplaatsen en essentiële verbindingsroutes en/of foerageergebieden van vleermuizen, zowel door tijdelijke verstoring in de aanlegfase, als door permanente verstoring (voornamelijk in de vorm van licht) in de gebruiksfase. Afhankelijk van de tijd van het jaar waarin ingrepen plaatsvinden zijn op alle plekken waar zich opgaande vegetatie bevindt negatieve effecten op algemene broedvogels mogelijk. Dit valt echter met eenvoudige mitigerende maatregelen te voorkomen. De gebiedsdelen die voor eekhoorn, steenmarter en wezel van belang zijn blijven volgens de huidige inrichtingsplannen onaangetast.

1 Leefgebied = gebied dat aan alle levensvoorwaarden van een soort voldoet. Hier kan de soort overleven, groeien en zich voortplanten.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

28

6.2

Overtreding verbodsbepalingen Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Vernielen of beschadigen nest-, rust en slaapplaatsen (Wnb art. 3.1.2) De ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert – NTC kan leiden tot vernieling of beschadiging van nesten van algemene broedvogels. Gebeurt dit als de nesten in gebruik zijn, dan is sprake van een overtreding van verbodsbepalingen in artikel 3.2.2 van de Wnb. Voor deze overtreding wordt geen ontheffing verleend. De overtreding zal dus moeten worden voorkomen. Dit is mogelijk door buiten het broedseizoen te werken, de ingreeplocatie voorafgaand aan het broedseizoen onaantrekkelijk te maken en/of de ingreeplocatie voorafgaand aan het werk op broedende vogels te controleren en alleen bij afwezigheid van broedende vogels het werk uit te voeren. Opzettelijk verstoring (Wnb art. 3.1.4) Worden de werkzaamheden voor de ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert – NTC in het broedseizoen uitgevoerd, dan is er een grote kans op verstoring van in gebruik zijnde nesten van algemene broedvogels. De mate van verstoring is echter niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de vogels. Het opzettelijk verstoren van vogels is daarom niet van toepassing (Wnb art. 3.1.5). Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Vernielen of beschadigen verblijfplaatsen (Wnb art.

3.5.4) De ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert – NTC kan leiden tot vernieling of beschadiging van verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. De provincie Gelderland beschouwd elke fysieke aantasting van een verblijfplaats van beschermde soorten als een overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor uitvoering van de werkzaamheden is naar oordeel van het bevoegd gezag een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Onder aantasting van een verblijfplaats valt ook de aantasting van essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Zonder voedsel en zonder mogelijkheid om voedselbronnen te bereiken zijn verblijfplaatsen namelijk niet functioneel. De aantasting van het foerageergebied ten noorden van station Goffert (betreft het dempen van een vijver en het aanpassen van een andere vijver) is daardoor ook een aantasting van de verblijfplaatsen in de omgeving van de vijvers. Voor het dempen, respectievelijk aanpassen van de vijvers is daarom een ontheffing noodzakelijk. Opzettelijk verstoring (Wnb art. 3.5.2) De ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert – NTC kan leiden tot opzettelijke verstoring van verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Dit geldt zowel voor de aanleg- als de gebruiksfase. De verstoring kan leiden tot het mijden of verlaten van verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebieden.

Indien dit niet is te voorkomen is een ontheffing noodzakelijk, eventueel in combinatie met mitigerende of compenserende maatregelen.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

29

Beschermingsregime andere soorten Vernielen of beschadigen groeiplaatsen, verblijfplaatsen (Wnb art. 3.10.1) De ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert – NTC kan leiden tot vernieling of beschadiging van vaste verblijfplaatsen (leefgebied) van de iepenpage. Bij voorkeur wordt dit voorkomen. Is dat niet mogelijk dan is een ontheffing noodzakelijk, eventueel in combinatie met mitigerende of compenserende maatregelen. De ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert – NTC kan ook leiden tot vernieling of beschadiging van vaste verblijfplaatsen (leefgebied) van algemene zoogdier- en amfibieënsoorten. Dit betreft nationaal beschermde soorten, waarvoor de provincie Gelderland een algemene vrijstelling heeft gegeven bij, onder andere, ruimtelijke ontwikkelingen. Wel dient rekening te worden gehouden met de Zorgplicht (Art. 1.11 van de Wnb).

6.3

Aanvullende maatregelen De ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert – NTC biedt ook veel kansen om de biodiversiteit en de belevingswaarde van het gebied te vergroten. Niet alleen kunnen nieuwe groenstructuren worden toegevoegd, met name ten zuiden van station Goffert (omgeving NTC), maar kunnen ook bestaande groenstructuren met inheemse planten worden verrijkt, die diverse soorten insecten aantrekken, waar vervolgens vleermuizen en vogels op afkomen. In de eerder uitgevoerde quickscan (Daamen, 2022) en in het Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen (Van Helsdingen et al., 2021) worden enkele mogelijkheden genoemd. De mogelijkheden hebben niet alleen betrekking op de groenvoorzieningen in het plangebied, maar ook op de nieuwbouw. De nieuwbouw biedt namelijk een uitgelezen kans om natuurinclusief te bouwen.

6.4

Ontheffingsaanvraag Als duidelijk is welke ingrepen en werkzaamheden voor de ontwikkeling van Stationsomgeving Goffert – NTC worden uitgevoerd, kan worden bepaald of en zo ja waarvoor een ontheffing inzake de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Dan is het ook mogelijk om nauwkeurig aan te geven welke preventieve, mitigerende e/of compenserende maatregelen genomen moeten worden om, indien nodig, ontheffing te krijgen voor het uitvoeren van de ingrepen en werkzaamheden. Aantasting essentieel foerageergebied gewone dwergvleeermuis Volgens de huidige plannen (figuren 3.2 en 3.3) wordt een van de vijvers in het Nelson Mandela plein/Graafseweg ten noorden van station Goffert gedempt en de ander aangepast. Het betreffen respectievelijk de westelijke en oostelijke vijver. Deze ingrepen leiden tot aantasting van een deel van het essentieel foerageergebied van de gewone dwergvleermuizen die in de omgeving van de vijvers verblijfplaatsen hebben. Daar staat tegenover dat in beide ontwikkelingsvarianten (figuren 3.2 en 3.3) één rijbaan van de Graafseweg verdwijnt en extra groenstructuren worden aangeplant. Van de twee varianten heeft variant 2 (figuur 3.3) het minst negatieve effect op het essentiële foerageergebied, omdat hierin de rijbaan ten noorden van de vijvers verdwijnt. Hierdoor wordt de resterende Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

30

(oostelijke) vijver makkelijker bereikbaar voor de vleermuizen met verblijfplaatsen ten noorden van de vijvers. Desalniettemin verdwijnt er een wateroppervlak en daarmee een voedselbron. De volgende maatregelen kunnen tezamen het verlies van de vijver beperken: • Aanleggen van wadi’s tussen de nieuwbouw die ten westen van de huidige vijvers is voorzien; • De oostelijke vijver voorzien van natuurvriendelijke oevers, waaronder struiken, bomen en riet; • Verlichting van de fiets/wandelpaden rond de vijver (en de wadi’s) beperken en waar verlichting noodzakelijk is hiervoor vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurig) te gebruiken en de lampen uit te rusten met armaturen die ervoor zorgen dat het licht alleen het fiets/wandelpad verlicht en niet de omgeving.

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

31

Literatuur Bouwens, S., 2017. Handreiking Kleine marters in relatie tot soortbescherming. Rapport 2017.32. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Daamen, J., 2021. Onderzoek beschermde fauna De Hulsen te Nijmegen. Inventarisatie gierzwaluw en vleermuizen, effectbepaling en maatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming. Bureau Waardenburg, rapportnr. 21-270. Bureau Waardenburg, Culemborg. Daamen, J., 2022. Quickscan Wet natuurbescherming ontwikkeling Winkelsteeg, Nijmegen. Notitie met kenmerk 21-0513/22.00005/JanDaa. Bureau Waardenburg, Culemborg. Gemeente Nijmegen, 2021. Winkelsteeg 2035. Ontwikkelvisie Winkelsteeg. Site urban development en PosadMaxwan. Helsdingen, A.A. van, G. Hoefsloot, T. van den Oetelaar & J.D. Buizer. 2021. Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen. Maatregelen voor behoud en verbetering van de biodiversiteit 2021-2030. Bureau Waardenburg Rapportnr. 20-326. Bureau Waardenburg, Culemborg. www.ndff.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.vlinderstichting.nl

Onderzoek naar beschermde soorten omgeving station Goffert, Nijmegen

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=457ee9e2-5481-44cc-8914-f35c1636679b