Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
Tekst van het document
Wetgevingzone - waarde archeologisch rijksmonument Terreinen met de aanduiding 'wetgevingzone - waarde archeologisch rijksmonument' bevatten zulke belangrijke nationale archeologische resten dat ze zijn beschermd op grond van de Monumentenwet 1988. Behoud van deze resten staat voorop. Voor ontwikkelingen op deze terreinen dient bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een monumentenvergunning ex artikel 11 van de Monumentenwet te worden aangevraagd.
Voorrangsregeling bestemmingen In deze regeling is aangegeven dat indien een (enkelvoudige) bestemming samenvalt met een dubbelbestemming, primair het bepaalde met betrekking tot de dubbelbestemming geldt. Indien twee of meer dubbelbestemmingen samenvallen, gelden eerst de dubbelbestemmingen van het betreffende bestemmingsplan (conform de voorrangsregeling uit dat bestemmingsplan) en op de laatste plaats de planregels van artikelen Waarde - Archeologie uit het facetbestemmingsplan Archeologie waarbij Waarde - Archeologie 1 prevaleert boven Waarde Archeologie 2, Waarde - Archeologie 2 boven Waarde - Archeologie 3, enz.
3.2.4
Overgangs- en slotregels
Hierin wordt ingegaan op het overgangsrecht en de slotregels (naam bestemmingsplan).
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
31
32
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Binnen de landelijke archeologische regelgeving geldt het principe “de verstoorder (lees: initiatiefnemer c.q. vergunningaanvrager) betaalt”. Dit betekent dat de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling de archeologische kosten moet dragen wanneer het niet mogelijk is om archeologievriendelijk te bouwen of het bodemarchief volledig intact te laten. De rol van de initiatiefnemer kan worden vervuld door de burger, de gemeente als ontwikkelaar of door marktpartijen.
4.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor dit bestemmingsplan is op 21 juni 2023 een vooraankondiging gepubliceerd. De zienswijzenprocedure wordt tevens als inspraak gezien. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter visie gelegd. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Tegen het ontwerp bestemmingsplan zijn twee zienswzijen ingekomen. De zienswijzen zijn in de zienswijzennota samengevat en voorzien van een beoordeling door het college van burgemeester en wethouders, zie Bijlage 1 Zienswijzennota. Voor zover een onderdeel van een zienswijze niet specifiek aan bod zou komen, wil dat niet zeggen dat de zienswijze niet in de beoordeling betrokken is. De reactie op het betreffende onderdeel ligt dan besloten in de weerlegging van de overige onderdelen van de zienswijze. De ontvankelijke zienswijzen zijn dus volledig in de beoordeling betrokken. Ook is aangegeven of de zienswijze al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan heeft geleid. Het ontwerp facetbestemmingsplan en ontwerp facetbeheersverordening Archeologie 2023 zijn tegelijk toegezonden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Provincie Gelderland, het Waterschap Rivierenland en de Nederlandse Limes Samenwerking. Er zijn 3 overlegreacties ontvangen.
Rijskdienst voor het Cultureel Erfgoed Overlegreactie: Ten eerste is op de verbeelding de bufferzone rondom het Kops Plateau niet terug te zien. Zie ter vergelijking kaart 16 van het nomiatiedossier. De bufferzone zou volgens jullie bestemmingsplan Waarde-Archeologie 2 moeten hebben. Het tweede wat opvalt is dat Hunerberg op de verbeelding niet overeenkomt met het kaartje van het nominatiedossier (kaart 15). De omgeving van de Hunerberg heeft nu Waarde-Archeologie 3 en zou, als het bufferzone is, waarde Archeologie 2 moeten hebben. Reactie gemeente: Ten eerste: de bufferzone rond het Kops Plateau heeft in het bestemmingsplan de bestemming gekregen van Waarde - Archeologie 2. De bufferzone is echter op de verbeelding als aparte polygoon niet zichtbaar omdat voor de buffer hetzelfde beschermingsregime geldt als voor de aangrenzende terreinen van zeer hoge archeologische waarde die ook deze bestemming Waarde - Archeologie 2 hebben. Op de beleidskaart (die in de toelichting is opgenomen in artikel 2.5.2 De geactualiseerde archeologische beleidskaart (ABK), afbeelding 2 ) zijn de verschillende polygonen wel zichtbaar. Daarin is inderdaad opgemerkt dat de bufferzone niet geheel is afgebeeld. Dit is hersteld.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
33
Ten tweede: de bufferzone rond de Hunerberg heeft in het bestemmingsplan de bestemming gekregen van Waarde - Archeologie 2. De bufferzone is echter op de verbeelding als aparte polygoon niet zichtbaar omdat voor de buffer hetzelfde beschermingsregime geldt als voor de aangrenzende terreinen van zeer hoge archeologische waarde die ook deze bestemming Waarde - Archeologie 2 hebben. Op de beleidskaart (die in de toelichting is opgenomen in artikel 2.5.2 De geactualiseerde archeologische beleidskaart (ABK), afbeelding 2 ) zijn de verschillende polygonen wel zichtbaar. Daarin is inderdaad opgemerkt dat de bufferzone niet geheel is afgebeeld. Dit is hersteld.
Conclusie: De beleidskaart, afbeelding 2 in artikel 2.5.2, is naar aanleiding van deze vooroverlegreactie aangepast en opnieuw ingevoegd.
Provincie Gelderland Overlegreactie: Het plangebied ligt in de historische verdedigingslinie de Romeinse Limes. Dit is een cultuurhistorisch fenomeen van wereldbelang. In deze gebieden mogen de kernkwaliteiten van de Romeinde Limes niet worden anagetast. Het gaat dan bijvoorbeeld over forten (castella), militaire infrastructuur en scheepswrakken. UNESCO heeft de Limes aangewezen als werelderfgoed. Bij het facetbestemmingsplan en -beheersverordening mist een onderbouwing van de plankaart door middel van een archeologische verwachtingskaart in de toelichting. Hierdoor is niet goed te herleiden waarom welke zones een bepaalde waarde hebben. De feitelijke onderbouwing van de plankaart ontbreekt daarmee. Het advies is een onderbouwing van de toegekende waarden op te nemen ind e toelichting van het bestemmingsplan. Reactie gemeente: Het voorliggende facet bestemmingsplan c.q. facet verordening betreft een actualisatie van bestaand beleid en bestaande beleidsdocumenten. In de vigerende documenten is geen verwachtingskaart aanwezig waardoor deze momenteel ook niet opgesteld is. De verbeeldingen, zoals die zijn opgenomen in het voorliggende facet bestemmingsplan c.q. facet verordening, zijn gebaseerd op de beleidskaart die binnen het vigerende facetbestemmingsplan aanwezig is, aangevuld met de in tussentijd verkregen onderzoeksresultaten en vondstmeldingen.
Waar mogelijk zijn gegevens uit archeologische onderzoeken ook geëxtrapoleerd naar ruimere gebieden. Daar waar onvoldoende onderbouwing voor herwaardering voorhanden is, is de bestaande waardering gehandhaafd. Op die wijze is gegarandeerd dat vigerend beleid gehandhaafd blijft, maar tevens dat de meest actuele informatie in het voorliggende facetbestemmingsplan c.q. facetbeheersverordening verwerkt is. In de toelichting is aangegeven op welke punten het vigerende beleid is aangevuld en geactualiseerd. Conclusie: Het facetbestemmingsplan en/of -beheersverordening is niet gewijzigd naar aanleiding van deze zienswijze.
Waterschap Rivierenland Overlegreactie:
34
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
1.
2.
3.
Wij verzoeken gemeente om het baggeren van bestaande watergangen, waarbij geen werkzaamheden buiten de bestaande leggerprofielen van de watergangen worden uitgevoerd, te beschouwen als werkzaamheden vallend onder het Normaal onderhoud en beheer zoals omschreven in artikel 1.18 van de begrippen. Daarnaast wijzen wij er op dat in een aantal artikelen is opgenomen dat het verlagen van het waterpeil niet is toegestaan. Onduidelijk is of hiermee het oppervlaktewaterpeil of het grondwaterpeil wordt benoemd. Daarnaast is ook onduidelijk wat beschouwd wordt als het waterpeil in deze artikelen. In gemeente Nijmegen is slechts in een aantal deelgebieden sprake van vastgestelde zomer- en winterpeilen voor het oppervlaktewater. In de Waalsprong en in het gedeelte van Nijmegen ten oosten van het Maas-Waalkanaal, is sprake van zogenaamde streefpeilen, aangezien er geen inlaatmogelijkheden zijn om vastgestelde peilen te handhaven. De oppervlaktewater- en grondwaterpeilen kennen hierdoor een natuurlijke fluctuatie van soms meerdere meters. Het aftoppen van hoge grondwaterstanden bijvoorbeeld als gevolg van kwel bij hoge rivierwaterstanden of als gevolg van extreme neerslag, hoeft niet op gespannen voet te staan met het behouden van de archeologische waarden, mits de waterpeilen binnen de bandbreedten van de natuurlijke fluctuatie blijven.
Wij adviseren om de generieke formulering dat verlaging van waterpeilen niet is toegestaan te heroverwegen om periodieke (grond)wateroverlast te voorkomen. Tot slot is het onduidelijk welke criteria zijn gehanteerd voor het al dan niet opnemen van een aanduiding ten behoeve van archeologische waarde ter plaatse van de reeds gerealiseerde watergangen. Zo is bijvoorbeeld de Lentse Plas in de landschapszone van de Waalsprong, maar ook de watersingel bij de Turennesingel buiten de gebiedsaanduiding gelegen, maar is de verbindende watergang tussen de plas en deze singel nabij het inlaatgemaal K6 wel voorzien van de aanduiding WR-A3. Hetzelfde geldt voor de watersingel Lus van Laauwik en het watersysteem in Groot Oosterhout. Delen van deze watergangen zijn niet voorzien van een aanduiding , andere wel. Graag ontvangen wij hier een toelichting bij en verzoeken wij u waar mogelijk de aanduidingen te verwijderen aangezien hier reeds vergraving heeft plaatsgevonden en archeologisch onderzoek reeds heeft plaatsgevonden bij de realisatie van de betreffende gebiedsontwikkelingen.
Reactie gemeente: 1.
2.
3.
Wij kunnen ons vinden in de voorgestelde aanpassing van de definitie 'normaal onderhoud en beheer' zoals opgenomen in artikel 1 van de begrippen van de regels van het bestemmingsplan. Ingrepen in de grondwaterstand zijn toegestaan indien deze plaatsvinden om incidentele overlast te voorkomen, mits de grondwaterpeilen binnen de bandbreedten van de natuurlijke fluctuatie blijven. Voorliggende verbeeldingen betreffen een actualisatie van het vigerende facet bestemmingsplan en de daarin opgenomen verbeelding en beleidskaart. Die documenten zijn overgenomen, maar waar archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat herwaardering noodzakelijk is (voor het onderzochte gebied) is dit doorgevoerd in de geactualiseerde beleidskaart archeologie (en dus ook de verbeeldingen). Waar mogelijk zijn gegevens uit archeologische onderzoeken ook geëxtrapoleerd naar ruimere gebieden. Watermassa's (waterlopen, rivieren, plassen) zijn, waar zij onderdeel van onderzoek waren, verwerkt op de kaart en verbeelding. Daar waar onvoldoende onderbouwing voor herwaardering voorhanden is, is de bestaande waardering gehandhaafd.
Conclusie: Naar aanleiding van de vooroverlegreactie zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd:
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
35
1.
2.
3.
36
De regels van het facetbestemminsgplan en -beheersverordening zijn aangepast. Het begrip 'normaal onderhoud en beheer' in artikel 1 van de regels is aangepast zodat baggeren erbinnen valt. De regels van het facetbestemminsgplan en -beheersverordening zijn aangepast. In de betreffende artikelen is bij het onderdeel werken en werkzaamheden 'het verlagen van het waterpeil' vervangen door: 'het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie;'. Op de verbeelding van het facetbestemmingsplan is de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' ter plaatse van de verbindende watergang tussen de Lentse plas en de Turennesingel nabij het inlaatgemaal K6 verwijderd.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
Bijlagen bij toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
37
Bijlage 1 Zienswijzennota
38
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
Zienswijzennota Facetbestemmingsplan Archeologie 2023 en Facetbeheersverordening Archeologie 2023
Gemeente Nijmegen
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
1
Bureau Ruimtelijke Planvorming (SR30) 10 oktober 2023
Hoofdstuk 1 Inleiding Het ontwerp Facetbestemmingsplan Archeologie 2023 en de ontwerp Facetbeheersverordening Archeologie 2023 hebben van vrijdag 25 augustus 2023 tot en met donderdag 5 oktober 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. Er zijn in totaal twee zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen zijn in deze zienswijzennota samengevat en voorzien van een beoordeling door het college van burgemeester en wethouders. Voor zover een onderdeel van een zienswijze niet specifiek aan bod zou komen, wil dat niet zeggen dat de zienswijze niet in de beoordeling betrokken is. De reactie op het betreffende onderdeel ligt dan besloten in de weerlegging van de overige onderdelen van de zienswijze. De ontvankelijke zienswijzen zijn dus volledig in de beoordeling betrokken. Ook is aangegeven of de zienswijze al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan heeft geleid.
2
Samenvatting en beoordeling zienswijzen 1. Zienswijze 1, Van de Klok 1. Zienswijze 1 Samenvatting zienswijzen Ontwikkeling Sint Hubertusstraat Reclamant is de ontwikkelaar van het project dat beoogd is met bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 9 (St. Hubertusstraat 10. Reclamant benoemt dat er in het ontwikkelplan voor de St. Hubertusstraat een voorwaardelijke verplichting is opgenomen voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. De onderliggende verwachtingswaarde die in het ontwikkelplan en in het facetplan is opgenomen, verschilt ook. Reclamant verzoekt om de regelingen in overeenstemming met elkaar te brengen.
Reactie Het bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 9 (St. Hubertusstraat 10), heeft in de periode donderdag 29 juni t/m woensdag 9 augustus 2023 als ontwerp ter visie gelegen. In dit bestemmingsplan is inderdaad een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Dit vanwege dat het gebied onderdeel uitmaakt van een grotere ontwikkeling, en daarom als zodanig ook nog in het onderzoeksgebied voor archeologie betrokken dient te worden. Deze voorwaardelijke verplichting wordt in het facetbestemmingsplan overgenomen. Daarnaast verschilt de onderliggende archeologische dubbelbestemming. In het ontwikkelplan voor de St. Hubertusstraat geldt de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – waarde archeologie 1’ met een van onderzoek vrijgestelde oppervlakte van 2.500 m2. In het facetplan is geconcludeerd dat de verwachtingswaarde voor een groot deel van de wijk Hazenkamp is bijgesteld naar een hogere verwachting en is opgenomen in de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4, waardoor de vrijgestelde oppervlakte 500 m2 bedraagt. Deze onderliggende waardering in het facetbestemmingsplan wordt derhalve niet aangepast. De voorwaardelijke verplichting leidt er toe dat de initiatiefnemer altijd een archeologisch onderzoek dient te verrichten, ongeacht de vrijgestelde oppervlakte op basis van de onderliggende archeologische verwachtingswaarde.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
3
Conclusie Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Aanpassingen Toelichting Geen aanpassing. Verbeelding Ja: Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – voorwaardelijke verplichting archeologie’
Planregels Ja: In artikel 6 Waarde – Archeologie 4 is de regeling voor de voorwaardelijke verplichting archeologie opgenomen
4
2. Zienswijze 2, HKS metal 2. Zienswijze 2 Samenvatting zienswijzen 1. Publicatie Op ruimtelijkeplannen.nl staat een andere versie dan op www.bestuurlijkeinformatie.nl.
2.
Archeologische regeling HKS metal is gevestigd aan de Nijverheidsweg 72, en enkele percelen aan de Handelsweg. Voor het terrein geldt bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens, vastgesteld op 17 december 2014. Het vigerende Facetbestemmingsplan Archeologie is vastgesteld op 25 juni 2014. In het bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens is geen archeologische bestemming opgenomen. In het Facetbestemmingsplan Archeologie uit 2014 zijn de gronden bestemd met Waarde 1, en een vrijgestelde oppervlakte van 2.500 m2. Reclamant stelt dat in het gebied omvangrijke grondroeringen hebben plaatsgevonden met o.a. de aanleg van het kanaal en de binnenste en buitenste havenarm.
Reactie 1. In de officiële publicatietekst die op overheid.nl is geplaatst, is de juiste vindplaats te vinden, te weten op ruimtelijkeplannen.nl. Reclamant heeft deze versie ook gevonden, en daarmee is reclamant niet in zijn belangen geschaad. De versie die op www.bestuurlijkeinformatie.nl te vinden is, betreft de versie die naar het college is gestuurd. Daarna heeft er nog een technische aanpassing plaatsgevonden, om de bestanden op ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd te krijgen. 2.
Per abuis is de archeologische bescherming in het bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens niet volledig opgenomen. Beoogd was om de archeologische regeling uit het toen recent vastgestelde Facetbestemmingsplan Archeologie uit 2014 op te nemen. In dat facetbestemmingsplan was voor het perceel van reclamant de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – waarde archeologie 1’ opgenomen, met een van onderzoek vrijgestelde oppervlakte van 2.500 m2. In het facetbestemmingsplan uit 2014 werd een lage, middelhoge en onbekende verwachtingswaarde onder één waardering gebracht, namelijk waarde – archeologie 1. Er waren nog te weinig onderzoeken verricht, waardoor er te weinig informatie bekend was. De stap die in het facetbestemmingsplan 2014 zat tussen 100 m2 vrijgesteld en 2.500 m2 vrijgesteld blijkt in de praktijk te groot te zijn. Daarom is aangesloten op de landelijk gebruikelijke systematiek dat aan delen van het stedelijk gebied een middelhoge
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
5
archeologische verwachting toekent, met een ondergrens van 500 m2 en een dieptegrens van 30 cm.
Reclamant verzoekt de archeologische dubbelbestemming te verwijderen, dan wel in overeenstemming te brengen met het facetbestemmingsplan uit 2014 met een oppervlaktevrijstelling van 2500 m2, danwel te onderbouwen waarom Waarde – 4 benodigd is.
Bovendien blijkt uit archeologische onderzoeken die in deze omgeving sinds 2011 zijn uitgevoerd, dat in industriegebied Kanaalhavens middeleeuwse (bewonings)resten mogen worden verwacht alsmede vele vondsten en sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Derhalve is met voorliggend Facetbestemmingsplan Archeologie 2023 de verwachtingswaarde bijgesteld, waarbij de van archeologisch onderzoek vrijgestelde oppervlakte 500 m2 bedraagt, en dus niet meer 2.500 m2. De enige reden om een archeologische regeling niet meer op te nemen, is als uit archeologisch onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden meer te verwachten zijn. Van een dergelijk onderzoek is niet gebleken. Dit archeologisch onderzoek, hetzij een bureauonderzoek, hetzij een veldonderzoek, wordt beoordeeld door de archeologisch deskundige. Dit is ook als zodanig opgenomen in 6.3.3. en 6.4.3.
3.
Overgangsrecht Reclamant stelt dat door het bouwverbod in 6.2.2. de bouwwerken die beperkt worden door 6.2.1. onder het overgangsrecht zijn geplaatst.
3.
Het voorliggende facetbestemmingsplan bevat enkel regelingen over het aspect archeologie. De systematiek van een ‘facetbestemmingsplan’ is dat de onderliggende bestemmingen blijven gelden. In die onderliggende bestemmingen zijn de bijbehorende bouwregels opgenomen. De onderliggende bestemming regelt derhalve wat er wel en niet mag worden gebouwd, en wat er mogelijk onder het overgangsrecht valt. Voorliggend facetbestemmingsplan Archeologie beoogd te regelen, dat vóórdat ten behoeve van de onderliggende bestemming wordt gebouwd, er een archeologische check plaatsvindt. Dit kan betekenen dat er een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, of dat één van de in 6.2.3. genoemde uitzonderingen hierop van toepassing
6
is. 4.
Bouwregels De opgenomen bouwregels in 6.2.1. dragen niet bij aan de bescherming van archeologie en is daarmee in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
4.
Ook zijn de bouwregels in strijd met de vergunningvrije regels uit Bijlage II van het BOR.
De bepaling in 6.2.1. regelt dat er uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de archeologische dubbelbestemming mogen worden gebouwd. Dit zijn bouwwerken, die bijvoorbeeld nodig zijn bij het uitvoeren van het archeologisch onderzoek. Vervolgens is geregeld dat er ook ten behoeve van de onderliggende bestemmingen gebouwd mag worden. Dit kan via de uitzondering op het bouwverbod (6.2.3.) of via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid (6.3). Bijlage II van het BOR regelt ook de afstemming met archeologie. Het facetbestemmingsplan is derhalve niet in strijd met het BOR.
5.
Uitzondering op uitzondering De regeling die is opgenomen in ‘Uitzondering op uitzondering’ als opgenomen in 6.2.4 is zeer onduidelijk en zou vanwege de leesbaarheid verwijderd moeten worden. Reclamant benoemt dat dan het bouwverbod blijft gelden, wat niet de bedoeling kan zijn.
5.
De bedoeling van de regeling ‘uitzondering op uitzondering’ is het volgende. Indien al een archeologisch onderzoek was gestart, gold er niet een juridische bescherming op het afmaken van de onderzoekscyclus. Het uitvoeren van onderzoek betekent dat al begonnen is met uitvoering te geven aan de afwijkingsbevoegdheid om het bouwen mogelijk te maken (zie 6.3.1. jo. 6.3.2.), door middel archeologisch onderzoek aan te tonen welke waarden er wel of niet in de bodem aanwezig zijn. Dezelfde systematiek is toegepast bij de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden.
Conclusie Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
7
46
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
Regels
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
47
48
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023 met identificatienummer NL.IMRO.0268.FBPArcheologie2023-VG01 van de gemeente Nijmegen.
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
archeologisch deskundige
de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.
1.6
archeologisch monument
terrein dat is aangewezen als beschermd monument door het college van burgemeester en wethouders op basis van artikel 1 lid 1 van de Erfgoedverordening 2021, alsmede op basis van artikel 11 Monumentenwet 1988.
1.7
archeologisch onderzoek
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
1.8
archeologisch rapport
een verslag vervat in rapportvorm van een archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden.
1.9
archeologische verwachtingswaarde
de kans op archeologische vondsten of informatie.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
49
1.10
archeologische waarden
Onder archeologische waarden wordt verstaan: archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.
1.11
archeologisch onderzoek
onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een opgravingsvergunning conform de Monumentenwet 1988.
1.12 a.
b.
bestaand
bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van gronden en bouwwerken dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebruikt kan worden krachtens een omgevingsvergunning.
1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.14
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.15
bodemingreep
alle werken en werkzaamheden die genoemd zijn in 3.4.1;
1.16
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.17
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
de standaardnorm die door de beroepsgroep van archeologen wordt gehanteerd voor de uitvoering van archeologisch onderzoek.
1.18
normaal onderhoud en beheer
normaal onderhoud en beheer betreft het onderhoud en beheer, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden die tot de betreffende bestemming behoren, waaronder tevens begrepen: a.
b.
werkzaamheden die worden uitgevoerd ten behoeve van onderhoud aan, alsmede vervanging van, ondergrondse infrastructuur waarbij gewerkt wordt in reeds bestaande tracés en waarbij derhalve niet in nog ongeroerde grond wordt gegraven; het baggeren van bestaande watergangen, waarbij geen werkzaamheden buiten de
50
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
bestaande leggerprofielen van de watergangen worden uitgevoerd.
1.19
ondergronds
onder maaiveld;
1.20
Programma van Eisen
Het document dat is opgesteld op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie waarin wordt aangegeven op welke wijze archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Een Programma van Eisen behoeft altijd goedkeuring door het college van burgemeester en wethouders.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
51
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
oppervlakte van een bouwwerk
de totale oppervlakte, langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructie, van alle ruimten ondergronds, op de begane grond en de bijbehorende aan- en uitbouwen opgeteld.
52
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Van toepassingverklaring: Dit bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Archeologie 2023' is een aanvulling op de bestemmingsplannen die vóór de inwerkingtreding van dit facetbestemmingsplan zijn vastgesteld binnen het op de verbeelding opgenomen gebied/ gebieden. Het bepaalde in die bestemmingsplannen blijft van toepassing, met uitzondering van de regels omtrent archeologie. Voor de regels omtrent archeologie geldt voorliggend 'Facetbestemmingsplan Archeologie 2023'. Het Facetbestemmingsplan Archeologie met identificatienummer NL.IMRO.0268.FBPArcheologie-VG01, vastgesteld op 25 juni 2014, vervalt met inwerkingtreding van voorliggend Facetbestemmingsplan Archeologie 2023 voor zover het de gronden betreft in onderhavig plangebied.
Artikel 3 3.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat (delen van) een bouwwerk dat geen bodemingreep met zich meebrengt, zijn toegestaan.
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 voor bouwwerken ten behoeve van deze dubbelbestemming en van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
3.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
53
3.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals: alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 3.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor-en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-,of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
3.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.
54
op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
3. 4. 3.4.3
van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; het archeologisch onderzoek betreffen. Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
3.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
3.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
b.
de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 als bedoeld in lid 3.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming, dan wel een passende diepte met de dubbelbestemming Waarde Archeologie maatwerk 2 op te nemen, indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
55
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Bouwregels dubbelbestemming
a. b.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 2 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn.
4.2.2
Bouwregels onderliggende bestemming
Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd.
4.2.3
Uitzondering
Het bouwverbod als opgenomen in 4.2.2 geldt niet indien wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden: a.
b.
c. d.
het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw. Deze bepaling geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone middeleeuwse kern', zie 11.1; geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel maximaal 50 m2 bedraagt. Grondroerende werkzaamheden onder het bestaande bouwwerk tellen voor die oppervlakte mee als toename in de bebouwde oppervlakte.
4.2.4
Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek
De uitzonderingen genoemd in 4.2.3 a t/m d gelden niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) als opgenomen in Bijlage 1 AMZ-cyclus is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
56
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
4.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
4.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 4.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
b. c. d. e.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
57
f. g. h. i.
het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
4.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.
c.
de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de gezamenlijke oppervlakte van de werken en werkzaamheden als bedoeld onder 4.4.1 opgeteld bij het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel, niet groter is dan 50 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.
4.4.3
Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek
Het bepaalde in 4.4.2 geldt niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
4.4.4
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
4.4.5 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
58
de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 als bedoeld in lid 4.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
b.
zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming dan wel een passende diepte met de dubbelbestemming Waarde Archeologie maatwerk 2 op te nemen, indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
59
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Bouwregels dubbelbestemming
a. b.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 3 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn.
5.2.2
Bouwregels onderliggende bestemming
Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd.
5.2.3
Uitzondering
Het bouwverbod als opgenomen in 5.2.2 geldt niet indien wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden: a.
b.
c. d.
het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw. Deze bepaling geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone middeleeuwse kern', zie 11.1; geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel maximaal 100 m2 bedraagt. Grondroerende werkzaamheden onder het bestaande bouwwerk tellen voor die oppervlakte mee als toename in de bebouwde oppervlakte.
5.2.4
Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek
De uitzonderingen genoemd in 5.2.3 a t/m d gelden niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) als opgenomen in Bijlage 1 AMZ-cyclus is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
60
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
5.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
5.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 5.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
b. c. d. e.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
61
f. g. h. i.
het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
5.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 5.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.
c.
de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van de werken en werkzaamheden als bedoeld onder 5.4.1 opgeteld bij het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel, niet groter is dan 100 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.
5.4.3
Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek
Het bepaalde in 5.4.2 geldt niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
5.4.4
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
5.4.5 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
62
de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 als bedoeld in lid 5.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
b.
zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming dan wel een passende diepte met de dubbelbestemming Waarde Archeologie maatwerk 2 op te nemen, indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
63
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Bouwregels dubbelbestemming
a. b.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 4 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn.
6.2.2
Bouwregels onderliggende bestemming
Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd.
6.2.3
Uitzondering
Het bouwverbod als opgenomen in 6.2.2 geldt niet indien wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden: a.
b.
c. d.
het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw. Deze bepaling geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone middeleeuwse kern', zie 11.1; geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel maximaal 500 m2 bedraagt. Grondroerende werkzaamheden onder het bestaande bouwwerk tellen voor die oppervlakte mee als toename in de bebouwde oppervlakte.
6.2.4
Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek
De uitzonderingen genoemd in 6.2.3 a t/m d gelden niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) als opgenomen in Bijlage 1 AMZ-cyclus is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
64
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
6.2.5
Voorwaardelijke verplichting archeologie Sint Hubertusstraat 4
In afwijking van het bepaalde in 6.2.3 geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - voorwaardelijke verplichting archeologie' dat het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde uitsluitend toegestaan als op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. De in lid 6.3.3 genoemde Adviesprocedure voor afwijkingen is van overeenkomstige toepassing.
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
6.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
6.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 6.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen,
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
65
b. c. d. e. f. g. h. i.
diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
6.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.
c.
de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van de werken en werkzaamheden als bedoeld onder 6.4.1 opgeteld bij het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel, niet groter is dan 500 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.
6.4.3
Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek
Het bepaalde in 6.4.2 geldt niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
6.4.4
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
66
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
6.4.5 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
6.4.6
Voorwaardelijke verplichting archeologie Sint Hubertusstraat 4
In afwijking van het bepaalde in 6.4.2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - voorwaardelijke verplichting archeologie' dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, uitsluitend is toegestaan als op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. De in lid 6.4.5 genoemde Adviesprocedure is van overeenkomstige toepassing.
6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
b.
de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 als bedoeld in lid 6.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming dan wel een passende diepte met de dubbelbestemming Waarde Archeologie maatwerk 2 op te nemen, indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Archeologie 2023
67
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Bouwregels dubbelbestemming
a. b.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 5 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn.
7.2.2
Bouwregels onderliggende bestemming
Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd.
7.2.3
Uitzondering
Het bouwverbod als opgenomen in 7.2.2 geldt niet indien wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden: a.
b.
c. d.
het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw. Deze bepaling geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone middeleeuwse kern', zie 11.1; geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; de gezamenlijke oppervlakte van bodemingrepen (zowel bouwen, als werken en werkzaamheden als bedoeld in 7.4.1) niet groter is dan 2.500 m2, waarbij de reeds gerealiseerde bebouwde oppervlakte hierbij meetelt. Bij het bepalen van de gezamenlijke oppervlakte wordt gekeken naar het totale gebied dat voor de ontwikkeling(en) in aanmerking komt voor het deel waarbij bodemingrepen (zowel bouwen als werken en werkzaamheden) plaatsvinden.