CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Besluitronde (raadsvergadering) 29 november 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling facebestemmingsplan Archeologie 2023 en facetbeheersverordening Archeologie 2023 (109/2023)15.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

31

polygonen wel zichtbaar. Daarin is inderdaad opgemerkt dat de bufferzone niet geheel is afgebeeld. Dit wordt hersteld.

Conclusie: De beleidskaart, afbeelding 2 in artikel 2.5.2, is naar aanleiding van deze vooroverlegreactie aangepast en opnieuw ingevoegd.

Provincie Gelderland Overlegreactie: Het plangebied ligt in de historische verdedigingslinie de Romeinse Limes. Dit is een cultuurhistorisch fenomeen van wereldbelang. In deze gebieden mogen de kernkwaliteiten van de Romeinde Limes niet worden anagetast. Het gaat dan bijvoorbeeld over forten (castella), militaire infrastructuur en scheepswrakken. UNESCO heeft de Limes aangewezen als werelderfgoed. Bij het facetbestemmingsplan en -beheersverordening mist een onderbouwing van de plankaart door middel van een archeologische verwachtingskaart in de toelichting. Hierdoor is niet goed te herleiden waarom welke zones een bepaalde waarde hebben. De feitelijke onderbouwing van de plankaart ontbreekt daarmee. Het advies is een onderbouwing van de toegekende waarden op te nemen ind e toelichting van het bestemmingsplan. Reactie gemeente: Het voorliggende facet bestemmingsplan c.q. facet verordening betreft een actualisatie van bestaand beleid en bestaande beleidsdocumenten. In de vigerende documenten is geen verwachtingskaart aanwezig waardoor deze momenteel ook niet opgesteld is. De verbeeldingen, zoals die zijn opgenomen in het voorliggende facet bestemmingsplan c.q. facet verordening, zijn gebaseerd op de beleidskaart die binnen het vigerende facetbestemmingsplan aanwezig is, aangevuld met de in tussentijd verkregen onderzoeksresultaten en vondstmeldingen.

Waar mogelijk zijn gegevens uit archeologische onderzoeken ook geëxtrapoleerd naar ruimere gebieden. Daar waar onvoldoende onderbouwing voor herwaardering voorhanden is, is de bestaande waardering gehandhaafd. Op die wijze is gegarandeerd dat vigerend beleid gehandhaafd blijft, maar tevens dat de meest actuele informatie in het voorliggende facetbestemmingsplan c.q. facetbeheersverordening verwerkt is. In de toelichting is aangegeven op welke punten het vigerende beleid is aangevuld en geactualiseerd. Conclusie: Het facetbestemmingsplan en/of -beheersverordening is niet gewijzigd naar aanleiding van deze zienswijze.

Waterschap Rivierenland Overlegreactie: 1.

2.

32

Wij verzoeken gemeente om het baggeren van bestaande watergangen, waarbij geen werkzaamheden buiten de bestaande leggerprofielen van de watergangen worden uitgevoerd, te beschouwen als werkzaamheden vallend onder het Normaal onderhoud en beheer zoals omschreven in artikel 1.18 van de begrippen. Daarnaast wijzen wij er op dat in een aantal artikelen is opgenomen dat het verlagen van het waterpeil niet is toegestaan. Onduidelijk is of hiermee het oppervlaktewaterpeil of het

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

3.

grondwaterpeil wordt benoemd. Daarnaast is ook onduidelijk wat beschouwd wordt als het waterpeil in deze artikelen. In gemeente Nijmegen is slechts in een aantal deelgebieden sprake van vastgestelde zomer- en winterpeilen voor het oppervlaktewater. In de Waalsprong en in het gedeelte van Nijmegen ten oosten van het Maas-Waalkanaal, is sprake van zogenaamde streefpeilen, aangezien er geen inlaatmogelijkheden zijn om vastgestelde peilen te handhaven. De oppervlaktewater- en grondwaterpeilen kennen hierdoor een natuurlijke fluctuatie van soms meerdere meters. Het aftoppen van hoge grondwaterstanden bijvoorbeeld als gevolg van kwel bij hoge rivierwaterstanden of als gevolg van extreme neerslag, hoeft niet op gespannen voet te staan met het behouden van de archeologische waarden, mits de waterpeilen binnen de bandbreedten van de natuurlijke fluctuatie blijven. Wij adviseren om de generieke formulering dat verlaging van waterpeilen niet is toegestaan te heroverwegen om periodieke (grond)wateroverlast te voorkomen. Tot slot is het onduidelijk welke criteria zijn gehanteerd voor het al dan niet opnemen van een aanduiding ten behoeve van archeologische waarde ter plaatse van de reeds gerealiseerde watergangen.

Zo is bijvoorbeeld de Lentse Plas in de landschapszone van de Waalsprong, maar ook de watersingel bij de Turennesingel buiten de gebiedsaanduiding gelegen, maar is de verbindende watergang tussen de plas en deze singel nabij het inlaatgemaal K6 wel voorzien van de aanduiding WR-A3. Hetzelfde geldt voor de watersingel Lus van Laauwik en het watersysteem in Groot Oosterhout. Delen van deze watergangen zijn niet voorzien van een aanduiding , andere wel. Graag ontvangen wij hier een toelichting bij en verzoeken wij u waar mogelijk de aanduidingen te verwijderen aangezien hier reeds vergraving heeft plaatsgevonden en archeologisch onderzoek reeds heeft plaatsgevonden bij de realisatie van de betreffende gebiedsontwikkelingen.

Reactie gemeente: 1.

2.

3.

Wij kunnen ons vinden in de voorgestelde aanpassing van de definitie 'normaal onderhoud en beheer' zoals opgenomen in artikel 1 van de begrippen van de regels van het bestemmingsplan. Ingrepen in de grondwaterstand zijn toegestaan indien deze plaatsvinden om incidentele overlast te voorkomen, mits de grondwaterpeilen binnen de bandbreedten van de natuurlijke fluctuatie blijven. Voorliggende verbeeldingen betreffen een actualisatie van het vigerende facet bestemmingsplan en de daarin opgenomen verbeelding en beleidskaart. Die documenten zijn overgenomen, maar waar archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat herwaardering noodzakelijk is (voor het onderzochte gebied) is dit doorgevoerd in de geactualiseerde beleidskaart archeologie (en dus ook de verbeeldingen). Waar mogelijk zijn gegevens uit archeologische onderzoeken ook geëxtrapoleerd naar ruimere gebieden. Watermassa's (waterlopen, rivieren, plassen) zijn, waar zij onderdeel van onderzoek waren, verwerkt op de kaart en verbeelding. Daar waar onvoldoende onderbouwing voor herwaardering voorhanden is, is de bestaande waardering gehandhaafd.

Conclusie: Naar aanleiding van de vooroverlegreactie zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd: 1.

2.

De regels van het facetbestemminsgplan en -beheersverordening zijn aangepast. Het begrip 'normaal onderhoud en beheer' in artikel 1 van de regels is aangepast zodat baggeren erbinnen valt. De regels van het facetbestemminsgplan en -beheersverordening zijn aangepast. In de betreffende artikelen is bij het onderdeel werken en werkzaamheden 'het verlagen van het waterpeil' vervangen door: 'het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

33

3.

34

van de natuurlijke fluctuatie;'. Op de verbeelding van het facetbestemmingsplan is de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' ter plaatse van de verbindende watergang tussen de Lentse plas en de Turennesingel nabij het inlaatgemaal K6 verwijderd.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Regels

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

35

36

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

de beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023 met identificatienummer NL.IMRO.0268.FBVArcheologie2023-VG01 van de gemeente Nijmegen.

1.2

beheersverordening:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5

archeologisch deskundige

de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.

1.6

archeologisch monument

terrein dat is aangewezen als beschermd monument door het college van burgemeester en wethouders op basis van artikel 1 lid 1 van de Erfgoedverordening 2021, alsmede op basis van artikel 11 Monumentenwet 1988.

1.7

archeologisch onderzoek

diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

1.8

archeologisch rapport

een verslag vervat in rapportvorm van een archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden.

1.9

archeologische verwachtingswaarde

de kans op archeologische vondsten of informatie.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

37

1.10

archeologische waarden

Onder archeologische waarden wordt verstaan: archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.

1.11

archeologisch onderzoek

onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een opgravingsvergunning conform de Monumentenwet 1988.

1.12 a.

b.

bestaand

bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van gronden en bouwwerken dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig is, dan wel gebruikt kan worden krachtens een omgevingsvergunning.

1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.15

bodemingreep

alle werken en werkzaamheden die genoemd zijn in 3.4.1;

1.16

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.17

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

de standaardnorm die door de beroepsgroep van archeologen wordt gehanteerd voor de uitvoering van archeologisch onderzoek.

1.18

normaal onderhoud en beheer

normaal onderhoud en beheer betreft het onderhoud en beheer, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden die tot de betreffende bestemming behoren, waaronder tevens begrepen: werkzaamheden die worden uitgevoerd ten behoeve van onderhoud aan, alsmede vervanging van, ondergrondse infrastructuur waarbij gewerkt wordt in reeds bestaande tracés en waarbij derhalve niet in nog ongeroerde grond wordt gegraven; het baggeren van bestaande watergangen, waarbij geen werkzaamheden buiten de

38

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

bestaande leggerprofielen van de watergangen worden uitgevoerd.

1.19

ondergronds

onder maaiveld;

1.20

Programma van Eisen

Het document dat is opgesteld op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie waarin wordt aangegeven op welke wijze archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Een Programma van Eisen behoeft altijd goedkeuring door het college van burgemeester en wethouders.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

39

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

oppervlakte van een bouwwerk

de totale oppervlakte, langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructie, van alle ruimten ondergronds, op de begane grond en de bijbehorende aan- en uitbouwen opgeteld.

40

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Van toepassingverklaring: Deze beheersverordening 'Facetbeheersverordening Archeologie 2023' is een aanvulling op de beheersverordeningen die vóór de inwerkingtreding van deze facetbeheersverordening zijn vastgesteld binnen het op de verbeelding opgenomen gebied/ gebieden. Het bepaalde in die beheersverordening blijft van toepassing, met uitzondering van de regels omtrent archeologie. Voor de regels omtrent archeologie geldt voorliggend 'Facetbeheersverordening Archeologie 2023'. Het Facetbestemmingsplan Archeologie met identificatienummer NL.IMRO.0268.FBPArcheologie-VG01, vastgesteld op 25 juni 2014, vervalt met inwerkingtreding van voorliggend Facetbeheersverordening Archeologie 2023 voor zover het de gronden betreft in onderhavig plangebied.

Artikel 3 3.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Bouwregels dubbelbestemming

a. b.

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 2 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn.

3.2.2

Bouwregels onderliggende bestemming

Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd.

3.2.3

Uitzondering

Het bouwverbod als opgenomen in 3.2.2 geldt niet onderstaande voorwaarden: a.

b. c.

indien wordt voldaan aan één van

het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw. geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld;

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

41

d.

het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel maximaal 50 m2 bedraagt. Grondroerende werkzaamheden onder het bestaande bouwwerk tellen voor die oppervlakte mee als toename in de bebouwde oppervlakte.

3.2.4

Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek

De uitzonderingen genoemd in 3.2.3 a t/m d gelden niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) als opgenomen in Bijlage 1 AMZ-cyclus is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.

3.3.2

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

3.3.3

Adviesprocedure voor afwijkingen

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.

b. c. d.

42

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de in lid 3.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

b. c. d. e. f. g. h. i.

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

3.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.

c.

de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de gezamenlijke oppervlakte van de werken en werkzaamheden als bedoeld onder 3.4.1 opgeteld bij het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel, niet groter is dan 50 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.

3.4.3

Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek

Het bepaalde in 3.4.2 geldt niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

43

3.4.4

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

3.4.5 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

3.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening de beheersverordening te wijzigen door: a.

b.

44

de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 als bedoeld in lid 3.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Bouwregels dubbelbestemming

a. b.

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 3 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn.

4.2.2

Bouwregels onderliggende bestemming

Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd,

4.2.3

Uitzondering

Het bouwverbod als opgenomen in 4.2.2 geldt niet onderstaande voorwaarden: a.

b. c. d.

indien wordt voldaan aan één van

het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel maximaal 100 m2 bedraagt. Grondroerende werkzaamheden onder het bestaande bouwwerk tellen voor die oppervlakte mee als toename in de bebouwde oppervlakte.

4.2.4

Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek

De uitzonderingen genoemd in 4.2.3 a t/m d gelden niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) als opgenomen in Bijlage 1 AMZ-cyclus is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

45

4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.

4.3.2

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

4.3.3

Adviesprocedure voor afwijkingen

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.

b. c. d.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de in lid 4.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

b. c. d. e.

46

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

f. g. h. i.

het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

4.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.

c.

de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van de werken en werkzaamheden als bedoeld onder 4.4.1 opgeteld bij het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel, niet groter is dan 100 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.

4.4.3

Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek

Het bepaalde in 4.4.2 geldt niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

4.4.4

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

4.4.5 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

4.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening de beheersverordening te wijzigen door: a.

de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 als bedoeld in lid 4.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

47

b.

48

zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Bouwregels dubbelbestemming

a. b.

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 4 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn.

5.2.2

Bouwregels onderliggende bestemming

Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd

5.2.3

Uitzondering

Het bouwverbod als opgenomen in 5.2.2 geldt niet onderstaande voorwaarden: a.

b. c. d.

indien wordt voldaan aan één van

het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel maximaal 500 m2 bedraagt. Grondroerende werkzaamheden onder het bestaande bouwwerk tellen voor die oppervlakte mee als toename in de bebouwde oppervlakte.

5.2.4

Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek

De uitzonderingen genoemd in 5.2.3 a t/m d gelden niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) als opgenomen in Bijlage 1 AMZ-cyclus is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

49

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.

5.3.2

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

5.3.3

Adviesprocedure voor afwijkingen

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.

b. c. d.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de in lid 5.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

b. c. d. e.

50

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

f. g. h. i.

het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

5.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 5.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.

c.

de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van de werken en werkzaamheden als bedoeld onder 5.4.1 opgeteld bij het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, openlucht zwembaden, ondergrondse jacuzzi's en gebouwde vijvers van het bouwperceel, niet groter is dan 500 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.

5.4.3

Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek

Het bepaalde in 5.4.2 geldt niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

5.4.4

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

5.4.5 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

5.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening de beheersverordening te wijzigen door: a.

de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 als bedoeld in lid 5.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

51

b.

52

zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 5

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Bouwregels dubbelbestemming

a. b.

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 5 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn.

6.2.2

Bouwregels onderliggende bestemming

Op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, in afwijking van het bepaalde in de bijbehorende bouwregels, niet worden gebouwd.

6.2.3

Uitzondering

Het bouwverbod als opgenomen in 6.2.2 geldt niet onderstaande voorwaarden: a.

b. c. d.

indien wordt voldaan aan één van

het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; de gezamenlijke oppervlakte van bodemingrepen (zowel bouwen, als werken en werkzaamheden als bedoeld in 6.4.1) niet groter is dan 2.500 m2, waarbij de reeds gerealiseerde bebouwde oppervlakte hierbij meetelt. Bij het bepalen van de gezamenlijke oppervlakte wordt gekeken naar het totale gebied dat voor de ontwikkeling(en) in aanmerking komt voor het deel waarbij bodemingrepen (zowel bouwen als werken en werkzaamheden) plaatsvinden.

6.2.4

Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek

De uitzonderingen genoemd in 6.2.3 a t/m d gelden niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) als opgenomen in Bijlage 1 AMZ-cyclus is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

53

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.

6.3.2

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

6.3.3

Adviesprocedure voor afwijkingen

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.

b. c. d.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de in lid 6.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

b. c. d. e.

54

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

f. g. h. i.

het verlagen van het grondwaterpeil, buiten de bandbreedte van de natuurlijke fluctuatie; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

6.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.

c.

de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de gezamenlijke oppervlakte van bodemingrepen (werken en werkzaamheden, als ook bouwen als bedoeld in 6.2.1) niet groter is dan 2.500 m2. Bij het bepalen van de gezamenlijke oppervlakte wordt gekeken naar het totale gebied dat voor de ontwikkeling(en) in aanmerking komt voor het deel waarbij bodemingrepen (zowel bouwen als werken en werkzaamheden) plaatsvinden; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.

6.4.3

Uitzondering op uitzondering: start archeologisch vooronderzoek

Het bepaalde in 6.4.2 geldt niet indien er een archeologische monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) is opgestart middels archeologisch vooronderzoek, bestaande uit bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek, conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

6.4.4

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

6.4.5 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

6.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening de beheersverordening te wijzigen door: a.

de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 als bedoeld in lid 6.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

55

b.

56

aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

57

Artikel 8 8.1 a.

b.

58

Algemene aanduidingsregels

voorrangsregeling bestemmingen Bij toepassing van de bestemmingen uit Hoofdstuk 2 geldt, indien op deze gronden een (enkelvoudige) bestemming samenvalt met een dubbelbestemming, primair het bepaalde met betrekking tot de dubbelbestemming. Indien twee of meer dubbelbestemmingen samenvallen, geldt op de laatste plaats de planregels van artikel Waarde - Archeologie (numeriek).

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Hoofdstuk 4 Artikel 9

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

9.1

Overgangsrecht bouwwerken

9.1.1

Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

9.1.2

Afwijken bij omgevingsvergunning

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 9.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 9.1.1 met maximaal 10%.

9.1.3

Uitzonderingen

Artikel 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2

Overgangsrecht gebruik

9.2.1

Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

9.2.2 a.

b.

Strijdig gebruik

Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in artikel 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 9.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

59

9.2.3

Uitzonderingen

Artikel 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

60

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Artikel 10

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van de beheersverordening 'Facetbeheersverordening Archeologie 2023'.

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

61

62

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Bijlagen bij regels

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

63

Bijlage 1 AMZ-cyclus

64

vastgesteld beheersverordening Facetbeheersverordening Archeologie 2023

Afbeelding: De KNA processen in relatie tot de Archeologische Monumentenzorg (AMZ).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=4f8c9620-4b7f-4550-842d-64e629b0203f