Evaluatieplan behorende bij het uitvoeringsplan kansengelijkheid in het onderwijs_Geredigeerd
Tekst van het document
Evaluatieplan Behorende bij het uitvoeringsplan ‘gelijkwaardige kansen in het onderwijs’
MO30 Jeugd & Onderwijs Versie 10-06-2024
1
Inhoud Inleiding........................................................................................................................................................................ 3 Begripsverheldering ..................................................................................................................................................... 4 CIMO-logica .................................................................................................................................................................. 6 De CIMO-logica toegepast op kansengelijkheid .......................................................................................................... 8 Bijlage 2: de De interventies uitgewerkt volgens de CIMO-logica ............................................................................ 11 Interventie: JINC, School’s Cool en Nimma academie gericht op het versterken van de schoolloopbaan. ....... 11 Interventie: Versterken bewustwording discriminatie door ITT ........................................................................... 13 Interventie: Stichting Leergeld voor vrijwillige ouderbijdrage ............................................................................. 15 Interventie: Jongerenwerk binnen het primair en voortgezet onderwijs ............................................................
16 Interventie: kinderenwerk in Nijmegen Noord...................................................................................................... 18 Interventie: maatschappelijke Diensttijd en Stichting MOVE gericht op het ontwikkelen van de eigen kwaliteiten en maatschappelijke betrokkenheid ................................................................................................. 20
2
Inleiding “Van kansenongelijkheid in het onderwijs is sprake als kinderen met gelijke aanleg verschillende mogelijkheden hebben op een succesvolle schoolcarrière vanwege de achtergrondkenmerken van het gezin van herkomst of hun geslacht.” (Eddie Denessen, hoogleraar education en social inequality). Het bestrijden van onderwijsachterstanden en het bevorderen van gelijkwaardige kansen is een belangrijke prioriteit van ons college en onze partners in de stad. Onze ambitie is dat alle Nijmeegse kinderen en jongeren zich maximaal kunnen ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond. De gemeente Nijmegen, het onderwijs, welzijnswerk en vele andere organisaties zetten zich al langdurig en intensief in om kinderen en jongeren zo goed mogelijk mee te laten doen. In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Ons Nijmegen, stad van iedereen’ is kansengelijkheid als speerpunt opgenomen. Voor het totaalpakket aan maatregelen gericht op kansengelijkheid is tot en met 2025 in totaal € 1 miljoen per jaar ter beschikking gesteld. Vanaf 2026 wordt dit € 750.000. Op basis van de uitgangspunten uit het coalitieakkoord is het ‘uitvoeringsplan gelijkwaardige kansen’ tot stand gekomen. Dit is dus slechts één van de vele instrumenten die we als gemeente inzetten om hier een bijdrage aan te leveren. Op verzoek van de raad is dit evaluatieplan behorende bij het uitvoeringsplan tot stand gekomen.
Dit richt zich uitsluitend op de interventies behorende bij het uitvoeringsplan ‘gelijkwaardige kansen in het onderwijs’. Op 13 maart jongstleden heeft een bijeenkomst plaatsgevonden tussen enkele hoogleraren en onderzoekers van de Radboud Universiteit en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en een afvaardiging van de raad. Er zijn veel variabelen en theorieën die iets zeggen over en bijdragen aan kansengelijkheid. Op deze bijeenkomst is gekozen om voor dit evaluatieplan te werken met de CIMO-logica. Dit is een wetenschappelijke methode die een bepaalde outcome van interventies aannemelijk maakt. Door de aanwezige wetenschappers werd nogmaals benadrukt dat het ontzettend ingewikkeld is om de investeringen in kansengelijkheid in harde cijfers en opbrengsten te vangen. De gehele context waarin een jongere zich beweegt draagt bij aan de ontwikkelingen die het individu doormaakt. Door middel van het uitvoeringsplan ‘gelijkwaardige kansen in het onderwijs’ willen we bijdragen aan het versterken van de kansengelijkheid van de Nijmeegse jeugd. In dit plan is al een korte toelichting gegeven op de wijze van monitoren en evalueren. Naar aanleiding van de moties ‘Puntjes voor de evaluatie’ en ‘Onmeetbaar eerlijke kansen’ hebben we op verzoek van de raad dit evaluatieplan opgesteld.
In dit evaluatieplan geven we een nadere uitwerking van de termen output, outcome en impact en in hoeverre deze toepasbaar zijn op interventieniveau. Daarna lichten de de CIMO-logica toe en werken dit verder uit op interventieniveau.
3
Begripsverheldering Monitoren, evalueren, output, outcome, effectmeting, kwalitatief en kwantitatief. Dit zijn allemaal termen die ‘iets’ zeggen over het volgen en beoordelen van de interventies uit het uitvoeringsplan. In dit hoofdstuk lichten we toe wat we wel en niet kunnen zeggen over het resultaat van de gekozen interventies. In het sociaal domein is het moeilijk om causale verbanden aan te tonen; ‘als we dit doen, gebeurt er dat’. Gedurende de looptijd van de interventie leert een kind nieuwe dingen op school, heeft contact met leeftijdsgenoten, ontwikkelt vaardigheden op het voetbalveld. Daarnaast investeert de gemeente voortdurend in het creëren van een omgeving waarin kinderen veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien en meedoen. Dit uitvoeringsplan kan hierin enkele dingen versterken of toevoegen maar is onderdeel van deze brede opgave. De ontwikkeling van een kind is dus niet één op één te verklaren door de interventies uit het uitvoeringsplan gelijkwaardige kansen in het onderwijs. Kortom; een kind wordt voortdurend beïnvloed door de sociale en maatschappelijke context waarin hij zich bevindt. We kunnen dus niet meten of en hoeveel het totaalpakket aan interventies heeft bijgedragen aan kansengelijkheid in het onderwijs. We kunnen echter wel per interventie beschrijven wat de output, verwachte outcome en (landelijke) impact is.
Daarnaast kunnen we per interventie beschrijven wat de werkende mechanismen zijn en wat de verwachte outcome zal zijn door middel van de CIMO-logica. Dit wordt verder toegelicht in het volgende hoofdstuk. Output De output beslaat de concrete activiteiten die zijn uitgevoerd. Dit kan doorgaans in cijfers (kwantitatief) meetbaar worden gemaakt. Hierbij gaat het om het aantal kinderen dat heeft deelgenomen aan de sollicitatietraining van JINC, het aantal koppelingen dat is gemaakt binnen het project School’s Cool, het aantal ouders dat aanwezig was bij de ouderavond met betrekking tot de overgang PO naar VO etc. In bijlage 1 is een overzicht van de indicatoren opgenomen per interventie, zoals opgesteld in het uitvoeringsplan kansengelijkheid. Outcome Naast output is ook de outcome van belang; outcome verwijst naar het resultaat of de uitkomst van een bepaalde interventie. Hierbij gaat het om de bredere uitkomsten van de interventie; bijvoorbeeld veranderingen die plaatsvinden bij de deelnemers of in de gemeenschap. Impact Een impactmeting wordt ingezet om het maatschappelijke rendement van een interventie vast te leggen.
Dit gebeurt doorgaans door een externe organisatie waarbij een breed onderzoek wordt gedaan (waarin zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve data worden meegenomen) waar vervolgens middels een analyse wordt beschreven wat de consequenties zijn van de onderzochte interventie(s). Een impactmeting is echter kostbaar, intensief en moeilijk te realiseren op de schaalgrootte van de lokale situatie. Bij het opstellen van het uitvoeringsplan met de hierbij gestelde doelen en geselecteerde interventies hebben we zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van erkende, goed onderbouwde interventies. Hierbij hebben we per doel gezocht naar een interventie die aantoonbaar impact maakt op het gestelde doel. Zo heeft JINC in 2022 een impactmeting laten uitvoeren en heeft Stichting Move dit in 2021 landelijk uitgevoerd. Met betrekking tot het jongerenwerk op het voortgezet onderwijs hebben wij als gemeente vorig jaar het Lectoraat Youth Spot (Hogeschool van Amsterdam) opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de meerwaarde en effectiviteit naar de inzet van het jongerenwerk in het V(S)O in Nijmegen.
4
Samenvattend; we kunnen niet meten in hoeverre het totaal aan interventies bijdraagt aan het verkleinen van de kansenongelijkheid. Wel kunnen op het interventieniveau het volgende doen: Output vastleggen Landelijke impactmetingen of onafhankelijk onderzoek beschrijven Aan de hand van de CIMO-logica de aannemelijkheid aantonen dat een interventie bijdraagt aan de gewenste outcome.
5
CIMO-logica Op 13 maart 2024 hebben Eddie Denessen (hoogleraar Radboud Universiteit) en Marijke van Vijfeijken (senior onderzoeker Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) in een gesprek met (een gedeelte van) de raad nadere toelichting gegeven over kansengelijkheid in het onderwijs, op welke manieren dit versterkt kan worden en hoe we de samenhang tussen een interventie en de gewenste outcome (resultaten) kunnen beschrijven. Dit wordt verder uitgewerkt in de CIMO-logica. De CIMO-logica is een benadering die de verschillende stappen beschrijft die worden genomen bij het ontwikkelen en implementeren van beleid. Een interventie wordt gekozen om een bepaald doel te bereiken. In hoeverre de gekozen interventie bijdraagt aan de gewenste uitkomsten heeft te maken met enerzijds de context waarbinnen deze interventie wordt uitgevoerd en anderzijds met de werkzame mechanisme(n) van de betreffende interventie. CIMO is een ontwerptool waarmee dit proces inzichtelijk wordt gemaakt. Het beschrijft de samenhang tussen oorzaak en gevolg binnen een bepaalde context. Ofwel; in een beschreven Context, ontstaat door de inzet van deze specifieke Interventie, dit Mechanisme wat leidt tot de volgende Outcome / resultaat. CIMO-logica’s geven dus informatie over wat je kunt doen, in welke specifieke context of situaties, met welk verwacht effect.
Kortom, de CIMO-logica slaat een brug tussen de interventie en de beoogde uitkomst(en). Het beschrijven van de werkzame mechanismen helpen de oorzaak-gevolg keten bloot te leggen; als A de oorzaak is van B, hoe kunnen we dat dan aannemelijk maken? En hoe wordt A dan veroorzaakt? Afbeelding 1 geeft schematisch weer hoe de onderlinge samenhang is tussen de interventie, werkzame mechanismen, de invloed van de context en de verwachte outcome.
Afb 1. CIMO-logica visueel weergegeven
Wanneer we verder inzoomen op het werken met de CIMO-logica leidt dit tot de volgende onderzoeksvragen (Marijke van Vijfeijken, 13 maart 2024):
6
Context
Wat is de uitgangssituatie? Welke factoren spelen een rol? Wat weet ik al over het probleem?
Interventie
Welke interventie kunnen we inzetten om de beoogde effecten (bijdragen aan het gestelde doel) te kunnen bereiken? Wat zegt de literatuur hier over?
Mechanismen
Welke mechanismen zorgen er (vermoedelijk) voor dat de interventie tot de beoogde effecten zal leiden?
Outcomes
Welke effecten willen we met de interventie bereiken? Waar zien we aan dat de interventie effect heeft gehad?
Door het toepassen van de CIMO-logica op de geselecteerde interventies wordt de startsituatie in kaart gebracht, en de aannemelijkheid dat de gekozen interventie bijdraagt aan het doel van kansengelijkheid vergroot/ onderbouwd. In het volgende hoofdstuk zullen we hier verder op inzoomen.
7
De CIMO-logica toegepast op kansengelijkheid We starten met een cimo-redenatie toegepast op kansengelijkheid in de Nijmeegse context. De gekozen interventies uit het uitvoeringsplan dragen allen bij aan deze redeneerketen. Context
Kansengelijkheid kan worden versterkt middels twee verschillende invalshoeken: door het vergroten van leerkansen (versterken van schoolloopbanen en prestaties) en door het bieden van brede ontwikkelkansen. In Nijmegen zien we grote verschillen tussen wijken en stadsdelen. Armoede: Wijken zoals Dukenburg, Lindenholt, Zuid en delen van Nijmegen West en Midden hebben een hoger percentage huishoudens dat moet rondkomen van een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Dit leidt vaak tot financiële stress, beperkte toegang tot materialen en middelen voor educatie, en minder mogelijkheden voor buitenschoolse activiteiten. Ook beïnvloedt dit de economische stabiliteit van huishoudens en biedt dit kinderen en jongeren minder rolmodellen voor werk en carrière. VVE-indicatie: Een groot aantal peuters in de eerder genoemde wijken heeft een VVEindicatie (Voor- en Vroegschoolse Educatie), wat wijst op een verhoogd risico op een onderwijsachterstand. Schoolweging: Scholen in deze wijken hebben vaak een hogere schoolweging, wat aangeeft dat er meer leerlingen zijn met een risicovolle sociaaleconomische achtergrond die extra ondersteuning nodig hebben. Prestatiedruk en Stress: In wijken zoals Nijmegen Noord melden jongeren dat prestatiedruk en stress een grote invloed hebben op hun welbevinden.
Dit kan leiden tot mentale gezondheidsproblemen zoals angst en depressie, wat hun algehele ontwikkeling belemmert. Sport en Cultuur: Toegang tot sport- en culturele activiteiten is ongelijk verdeeld. Kinderen en jongeren uit armere wijken hebben vaak minder mogelijkheden om deel te nemen aan deze activiteiten, die belangrijk zijn voor hun fysieke, mentale en sociale ontwikkeling. Uit gesprekken met kinderen en jongeren in Nijmegen blijkt dat zij zich zorgen maken over:
Onderadvisering binnen het onderwijs: Het gevoel dat zij niet de kansen krijgen die zij verdienen op basis van hun capaciteiten. Discriminatie en uitsluiting: De ervaring van ongelijkheid en oneerlijke behandeling op school en in andere settings. Armoede: De impact van financiële problemen op hun dagelijks leven en toekomstperspectieven. Prestatiedruk en stress: Vooral in bepaalde wijken, waar de verwachting hoog is en de druk om te presteren groot.
Deze context onderstreept de noodzaak voor gerichte interventies om kansengelijkheid te bevorderen door leerkansen te vergroten en brede ontwikkelingsmogelijkheden te bieden aan kinderen en jongeren in Nijmegen, met speciale aandacht voor de wijken en stadsdelen die het meest kwetsbaar zijn. Gekozen Interventies
8
Er zijn algemene principes en werkzame interventies die effectief zijn gebleken bij het bevorderen van kansengelijkheid. Het tegengaan van kansenongelijkheid is een opdracht van iedereen, met een grote rol voor het onderwijs. Echter, de invulling van het onderwijsprogramma is geen gemeentelijke taak. Het verbinden van de drie leefwerelden – school, thuis, omgeving – is heel belangrijk in de aanpak van gelijke kansen. Hier ligt dan ook de ‘circle of influence’ vanuit gemeentelijk beleid. Dit is onder meer beschreven door de de Gelijke Kansen Alliantie (GKA), een initiatief van het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap. Dit programma heeft verschillende doelstellingen, waaronder het bundelen van diverse werkzame interventies op gelijke kansen. De belangrijkste kenmerken van deze interventies, binnen de ‘circle of influence’ van de gemeente, zijn: Het bieden van gerichte ondersteuning: effectieve interventies bieden gerichte ondersteuning aan kinderen en jongeren die het meest kwetsbaar zijn. Dit kan onder meer door: o Extra begeleiding en mentoring o Specifieke programma’s gericht op cognitieve en executieve vaardigheden Betrokkenheid van ouders en de gemeenschap: o Het organiseren van ouderbijeenkomsten o Ondersteuning bieden in de thuissituatie o Actieve samenwerking en verbinding tussen de verschillende leefwerelden van school, thuis en de vrije tijd van leerlingen Contextuele benadering o Dichtbij en laagdrempelig toegang tot sport en culturele activiteiten o Versterken van de gemeenschap in een wijk Individuele begeleiding o Emotionele en/of sociale begeleiding in één-op-één situatie Positieve rolmodellen en inzet van peers o Het beiden van positieve rolmodellen zorgt voor inspiratie en motivatie, bijvoorbeeld door mentorprogramma’s, gastlessen en stages. Toegang tot financiële ondersteuning o Het wegnemen van financiële barrières voor deelname aan school- en buitenschoolse activiteiten.
Bij de selectie van interventies voor het uitvoeringsplan ‘gelijkwaardige kansen in het onderwijs’ in Nijmegen volgen wij onder andere de kennis en inspiratie vanuit de GKA. Mechanismen
De focus ligt op het bieden van gerichte ondersteuning, het versterken van de betrokkenheid van ouders en de gemeenschap, en het aanpakken van contextuele uitdagingen. Door deze werkzame mechanismen toe te passen, wordt de kansengelijkheid vergroot en krijgen alle kinderen en jongeren in Nijmegen de kans om hun volledige potentieel te bereiken. Om kansengelijkheid effectief te bevorderen, is het essentieel om te begrijpen welke mechanismen de interventies succesvol maken. Hieronder zijn de belangrijkste werkzame mechanismen beschreven die corresponderen met de belangrijkste kenmerken van de interventies binnen de 'circle of influence' van de gemeente: -
-
-
-
9
Aansluiten op de individuele behoeften van leerlingen Versterken van ondersteunende netwerken en het verbinden van leefwerelden: hierdoot ontstaat een geïntegreerd netwerk van ondersteuning dat passend zorg en begeleiding kan bieden aan jeugdigen. Laagdrempelige toegang tot sport- en cultuur bevordert de deelname van kinderen uit kwetsbare gezinnen. Dit draagt bij aan hun fysieke, emotionele en sociale ontwikkeling. De inzet van rolmodellen verhoogt de motivatie en ambities van jongeren om te presteren en hun doelen bij te stellen en behalen. Het verbreedt hun perspectief. Ook krijgen zij door gastlessen en snuffelstages kans op praktische ervaring op te doen en hun netwerk te vergroten. Het wegnemen van financiële belemmeringen maakt het mogelijk om deel te nemen aan school- en buitenschoolse activiteiten wat bijdraagt aan een brede ontwikkeling. Meer kinderen kunnen hierdoor profiteren van educatieve en
recreatieve ontwikkelmogelijkheden, wat hun algehele ontwikkeling ten goede komt. Outcomes
10
Door te investeren in diverse interventies, toegespitst op de beschreven context en werkzame mechanismen, realiseren we de volgende outcomes: -
Alle kinderen kunnen deelnemen aan school- en buitenschoolse activiteiten waardoor zij worden ondersteunt in hun educatieve en recreatieve ontwikkeling, ontmoetingen buien hun eigen bubbel aangaan.
-
Jeugdigen hebben meer inzicht in de verschillende carrièremogelijkheden en hun professionele en netwerkvaardigheden
-
De ouderbetrokkenheid het netwerk rondom een jongere is vergroot waardoor de betrokkenheid bij school is toegenomen en leerlingen sneller de juiste hulp en ondersteuning ontvangen.
-
Toegenomen zelfvertrouwen en positief zelfbeeld
-
Het welzijn van leerlingen is verbeterd, de stress en prestatiedruk nemen af.
-
Kinderen hebben een brede blik gekregen op de kansen die zij hebben en hoe zij deze zelf kunnen beïnvloeden.
Bijlage 2: de De interventies uitgewerkt volgens de CIMO-logica Interventie: JINC, School’s Cool en Nimma academie gericht op het versterken van de schoolloopbaan. Context
Doelgroep: Jongeren tussen de 10 en 15 jaar, die opgroeien in een wijk / stadsdeel met een lage sociaal economische status. Zij volgen primair onderwijs, praktijkonderwijs of VMBO onderwijs. Kinderen uit een achterstandssituatie worden doorgaans geconfronteerd met meerdere uitdagingen binnen hun (school)loopbaan. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de volgende factoren hierop van invloed zijn: -
-
-
Economische factoren: kinderen uit een achterstandssituatie kunnen te maken hebben met armoede thuis. Dit kan leiden tot slechtere leefomstandigheden zoals huisvesting en voeding. Deze stress kan hun leerprestaties beïnvloeden. Zo weten we uit de cijfers dat 40% van de kinderen in Hatert woont in een huishouden waar gebruik gemaakt wordt van inkomensregelingen (tegenover 25% gemiddeld in Nijmegen). Sociaal-emotionele factoren: kinderen die opgroeien in een achterstandssituatie lopen meer risico om blootgesteld te worden aan stressvolle leefomstandigheden, zoals echtscheidingen en huiselijk geweld. Dit kan invloed hebben op hun vermogen om te leren. In hatert groeit 38% van de jongeren op in een 1-ouder gezin (tegenover 25% gemiddeld in Nijmegen). Kinderen met een lagere sociaal-economische achtergrond ervaren vaak minderondersteuning thuis. Dit is doorgaans niet een gevolg van onwil maar van onmacht en/of onzekerheid. Ouders weten niet hoe het schoolsysteem werkt, welke rol zij kunnen vervullen of hebben vanwege hun leefomstandigheden geen ruimte of tijd deze rol te vervullen.
Daar staat tegenover dat kinderen die opgroeien in een gezin met een hogere sociaaleconomische status meer en betere toegang hebben tot onderwijsfaciliteiten, kennis en vaardigheden en sociale netwerken en connecties die nodig zijn voor een succesvolle schoolloopbaan. Veel kinderen en jongeren die opgroeien in de stadsdelen / wijken in Zuid, Dukenburg, Lindenholt en Midden hebben te maken met één of meerdere van bovenstaande belemmerende factoren waardoor zij minder kans hebben om hun potentie binnen het onderwijs volledig te ontplooien. Dit leidt tot de volgende doelstellingen: Versterken ouderbetrokkenheid bij de schoolloopbaan Jeugdigen kennis laten maken met diverse beroepen en werkomgevingen (perspectief verbreden) Professionele vaardigheden en netwerken van jeugdigen versterken Gekozen Interventies
JINC: -
Bliksemstage: kortdurende kennismaking met diverse beroepsgroepen Carrierecoach: koppeling tussen professional en jongere ter begeleiding, inspiratie en ondersteuning Sollicitatietraining: vaardigheden en competenties ontwikkelen gekoppeld aan het werkveld
School’s Cool: Extra mentorprogramma’s: één-op-één ondersteuning van een vrijwillig mentor aan een leerling gericht op de vaardigheden die nodig zijn binnen het onderwijs 11
-
Inzet op ouderbetrokkenheid bij de overgang van primair naar voortgezet onderwijs
Nimma Academie (Bindkracht10): Project voor kinderen en hun ouders gericht op de overgang PO naar VO Mechanismen
Uit onder meer de impactmeting van JINC (bron), onderzoek door het lectoraat van Hogeschool Windesheim naar de rol van de mentor bij School’s Cool (bron) blijkt wat de werkzame elementen zijn van de gestelde interventies. -
-
-
-
Outcomes
Het bieden van praktijkervaring en exposure: realistisch beeld van carrièremogelijkheden en beter geïnformeerd beslissingen nemen. Draagt bij aan het vergroten van de leefwereld van jongeren. Rolmodellen en inspiratie: het zien van succesvolle mensen kan bijdragen aan de motivatie en ambitie van leerlingen. Netwerkvorming: leerlingen krijgen de kans hun netwerk uit te breiden door contact te leggen met professionals. Sociale vaardigheden: leerlingen ontwikkelen diverse vaardigheden, zoals communicatie en probleemoplossend werken. Zelfreflectie en persoonlijke groei: het verkennen van hun eigen interesses en mogelijkheden. Tevens het doorbreken van de cognitieve dissonantie; een laag zelfbeeld leidt tot lage verwachtingen. Door persoonlijke aandacht en ontwikkeling wordt gewerkt aan het zelfbeeld van jongeren en anders denken over opleidingen en beroepen. Vertrouwensband: het opbouwen van een vertrouwensband tussen mentor en leerling kan een positieve werking hebben op het welzijn van de leerling. Bovendien kunnen mentoren fungeren als rolmodel waarbij ze positieve attitudes, waarden en gedragingen laten zien die4 belangrijk zijn voor succes in het onderwijs en daarbuiten. Ouderbetrokkenheid kan worden versterkt door te werken volgens het ISORAmodel: inspireren, samenwerken, op weg helpen, respecteren en afbakenen.
Indicatoren (meetbare resultaten) aangevuld met narratieve duiding: JINC: Aantal ontmoetingen die leerlingen hebben per project. Streefcijfers zijn 2023: 448 ontmoetingen; 2024: 685; 2025: 1.140 en 2026: 1.645 School’s Cool: Aantal ouderbijeenkomsten Aantal deelnemende ouders Aantal jongeren dat coaching ontvangt Nimma Academie: Aantal bijeenkomsten Aantal deelnemende ouders Aantal deelnemende jeugdigen Outcome: Inzicht in de verschillende carrièremogelijkheden Toegenomen zelfvertrouwen en positief zelfbeeld Ontwikkeling van professionele en netwerkvaardigheden Vergroten van de ouderbetrokkenheid Verbeterde academische prestaties door inzet van rolmodellen en aanleren van vaardigheden en competenties
12
Interventie: Versterken bewustwording discriminatie door ITT Context
Doelgroep: Jongeren tussen de 10 en 15 jaar, die racisme en/of discriminatie ervaren. Zij volgen primair onderwijs, voortgezet onderwijs of speciaal onderwijs. De belangrijkste gronden voor discriminatie zijn etnische herkomst, huidskleur en geloof. Uit onderzoek van (onder meer) het sociaal cultureel planbureau blijkt dat Nederlandse scholieren op alle onderwijsniveaus en in alle onderwijsfasen discriminatie ervaren (Racisme in het onderwijs: cijfers en mogelijke aanpakken voor gemeenten | Movisie). Meer dan 50% van de leerlingen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse achtergrond geven aan dat zij discriminatie ervaren. Leerlingen met een migratieachtergrond krijgen relatief vaker een lager schooladvies. Daarnaast speelt het lerarentekort met name op scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond. Ook is in het onderwijsmateriaal sprake van stereotypering; personages met een migratieachtergrond zijn ondervertegenwoordigd. Tenslotte blijkt dat studenten met een migratieachtergrond minder kans maken op een stageplek. In 2020 heft GroenLinks de motie ‘niet discrimineren kun je leren’ ingediend, welke met 23 stemmen voor is aangenomen. Deze motie roept op om aandacht voor rascisme en discriminatie te verankeren in het onderwijs. Door de coroa-invloeden hebben we pas in 2023 uitvoering kunnen geven aan deze motie.
Deze interventie draagt bij aan verdere uitwerking van deze motie. Dit alles leidt tot de doelstelling om binnen het onderwijs meer bewustwording te creëren op discriminatie.
Gekozen Interventies
Ieder Talent Telt is een broedplaats voor onderwijsinnovatie. Met communitybuilders vanuit diverse onderwijsinstellingen in Nijmegen werken zij samen aan maatschappelijke vraagstukken. We geven Ieder Talent Telt (ITT) als vervolg op de uitvoering van de motie de opdracht om op lokaal en landelijk niveau goede voorbeelden op te halen, uitwisseling tot stand te brengen en scholen te voorzien van toegankelijke en laagdrempelige informatie. De inzet richt zich op onderwijsprofessionals, zodat zij beter in staat zijn op te handelen en reflecteren op deze thema’s, zowel docenten onderling als met de leerlingen.
Mechanismen
Discriminatie komt voort uit verschillende psychologische processen, waaronder stereotypering en vooroordelen. Uit diverse onderzoeken (Racisme in het onderwijs: cijfers en mogelijke aanpakken voor gemeenten | Movisie) blijkt dat de gemeente een ondersteunende rol kan aannemen om discriminatie en racisme op scholen tegen te gaan. Werkzame mechanismen hierbij zijn, zo blijkt uit de literatuur: Bewustwording en training Het integreren van dergelijke thema’s in het lesprogramma Inzetten van regelgeving tegen discriminatie in het onderwijs
Outcomes
De verschillende onderwijsinstellingen hebben een verhoogd bewustzijn en begrip van dit thema doordat zij ervaringen hebben opgedaan met good practices, nieuwe kennis tot zich hebben genomen en een duurzame uitwisseling tot stand is gebracht. Door de beschreven mechanismen toe te passen willen we bijdragen aan een veilige , inclusieve en ondersteunende leeromgeving voor kinderen en jongeren door een verminderen van het ervaren van racisme en discriminatie doordat de -vaak onbewuste-
13
psychologische processen die ten grondslag liggen aan discriminatie zullen afnemen door het creëren van bewustwording.
14
Interventie: Stichting Leergeld voor vrijwillige ouderbijdrage Context
Doelgroep: Jongeren tussen de 4 en 18 jaar die onderwijs volgen in Nijmegen en opgroeien in een gezin met een inkomen tot maximaal 130% van het sociaal minimum. Kinderen uit Nijmegen Zuid, Dukenburg, Lindenholt en Midden groeien vaker dan het Nijmeegs gemiddeld op in een gezin met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum, en/of in een gezin waarin gebruik wordt gemaakt van inkomensondersteuning. De vrijwillige ouderbijdrage is een niet-verplichte financiële bijdrage die ouders jaarlijks kunnen doen aan de school van hun kind(eren). Met dit geld worden door school verbredende activiteiten aangeboden, zoals schoolreisjes of sportdagen. In 2021 is in de wet vastgelegd dat kinderen van wie de ouders niet de vrijwillige ouderbijdrage betalen niet mogen worden buitengesloten van activiteiten die door school worden aangeboden. Met name op scholen in de genoemde gebieden zijn ouders niet in staat deze bijdrage te betalen, waardoor deze scholen minder verbredende activiteiten kunnen aanbieden. Dit zorgt ervoor dat de kansenongelijkheid toeneemt. Op 2 november 2022 nam de raad de motie “bijdrage aan de ouderbijdrage” (deels) aan. De raad wil, in het kader van kansengelijkheid, stichting Leergeld subsidiëren voor het vergoeden van de ouderbijdrage voor ouders met lage inkomens.
Gekozen Interventies
Stichting Leergeld vergoedt de vrijwillige ouderbijdrage voor ouders met een laag inkomen.
Mechanismen
Stichting Leergeld biedt financiële ondersteuning aan gezinnen met een laag inkomen om kosten te dekken die gerelateerd zijn aan onderwijs en buitenschoolse activiteiten. Hierdoor kunnen de activiteiten doorgaan. Hierdoor dragen zij bij aan het voorkomen van sociale uitsluiting en het bevorderen van kansengelijkheid.
Outcomes
Leerlingen kunnen deelnemen aan school- en buitenschoolse activiteiten die bijdragen aan hun educatieve en recreatieve ontwikkeling. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de inzet van de hulp van Stichting Leergeld groot is. Zonder ondersteuning komt de minimale levensstandaard en de kans op een positief ontwikkelingstraject onder druk te staan. Kinderen kunnen op korte termijn participeren, ouders ervaren minder stress en leerlingen hebben meer contact met leeftijdsgenoten
15
Interventie: Jongerenwerk binnen het primair en voortgezet onderwijs Context
Doelgroep: Alle leerlingen uit het voortgezet onderwijs, variërend in leeftijd, achtergrond en woonsituatie, met hierbij specifieke aandacht voor kwetsbare kinderen en jongeren in de leeftijd van 10 tot 15 jaar. Jongerenwerk en scholen voor voortgezet onderwijs (VO) werken steeds meer samen om een preventieve aanpak te bieden voor het voorkomen van schooluitval en het versterken van de schoolcarrière en ontwikkeling van leerlingen. . Afgelopen twee jaar is het jongerenwerk op alle vo-scholen in Nijmegen actief geweest voor een vast aantal uren per week. Uit het lectoraat YouthSpot blijkt de meerwaarde van het jongerenwerk in het vo. Daarnaast willen we onderzoeken hoe ongelijk geïnvesteerd kan worden om jongerenwerkers op scholen met veel kansarme kinderen (nog) beter toe te rusten op het belangrijke werk dat zij doen om hun kansen te vergroten. De raad heeft unaniem de motie ‘ongelijk investeren met jongerenwerk’ aangenomen, die oproept om de inzet van het jongerenwerk ongelijk te investeren; dus focussen op die scholen voor voortgezet onderwijs waar de inzet het meest effectief is. Daarnaast wordt opgeroepen om jongerenwerk in de zetten op de elf basisscholen met een hoge schoolweging. Doel: het verbeteren van het welzijn, de persoonlijke ontwikkeling en de schoolprestaties.
Specifiek richt het jongerenwerk zich op het bieden van aanvullende ondersteuning aan jongeren die extra behoeften hebben. Daarnaast zorgen jongerenwerkers voor het verbinden van de verschillende leefwerelden van kinderen en jongeren; school, thuis, vrije tijd en online. Jongerenwerkers kunnen op een laagdrempelige manier de ouderparticipatie bij het onderwijs vergroten.
Gekozen Interventie
In 2023 is door Youth Spot een onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit en meerwaarde van de inzet van het jongerenwerk binnen Nijmeegse V(S)O scholen. Op basis van dit onderzoek en bovenstaande motie zetten we extra jongerenwerkers in binnen het VO op die scholen waar deze het meest effectief is. Daarnaast koppelen we, in afstemming met het primair onderwijs, jongerenwerkers aan de elf Nijmeegse basisscholen met een hoge schoolweging. Zij gaan: Vaststellen welke behoeften scholen en leerlingen hebben Ontwikkeling van een aanbod passend bij deze behoeften, zoal individuele begeleiding, groepsactiviteiten gericht op talentontwikkeling of voorlichting Implementatie van het gekozen aanbod
Mechanismen
Welke werkzame mechanismen bevat de inzet van het jongerenwerk op het PO en V(S)O: De inzet van een jongerenwerker in het voortgezet onderwijs is van grote meerwaarde, ook in het vergroten van kansen voor deze jongeren. Jongerenwerkers zijn actief in alle leefdomeinen van jongeren: de wijk, online, met ouders en andere netwerken in de stad Uit diverse onderzoeken, waaronder het onderzoek dat Youth Spot vorig jaar in Nijmegen heeft uitgevoerd, blijkt dat de volgende mechanismen ten grondslag liggen aan de werkzame factoren van het jongerenwerk: -
-
16
Empowerment: de jongerenwerker ondersteunt de jongeren zodat ze meer controle krijgen over hun eigen leven en de keuzes die ze hierin maken. Jongerenwerk kan laagdrempelig diverse thema’s bespreekbaar maken, zoals middelengebruik. Het werken vanuit een betekenisrelatie: het opbouwen van een sterke en betekenisvolle relatie tussen jongerenwerk en jongere is essentieel. Dit is een
-
-
andere rol dan het onderwijs zelf kan vervullen. Het zorgt voor een veilige ruimte waarin jongeren hun gedachten, gevoelens en zorgen delen. Flexibiliteit en maatwerk leveren; doen wat nodig is, aansluiten bij de behoeften en interesses van jongeren. Jongerenwerk kan een burgfunctie vervullen tussen de straatcultuur waarin sommige jongeren opgroeien en de schoolcultuur waaraan jongeren zich dienen te conformeren. Mentale en emotionele ondersteuning bieden. Versterken van sociale en schoolse vaardigheden. Jongerenwerk draagt bij aan een positief opvoedklimaat en faciliteert jongeren in hun ontwikkelingsproces.
Door jongerenwerkers al in het primair onderwijs in te zetten, kunnen problemen en uitdagingen bij kinderen vroegtijdig worden herkend en aangepakt. Dit kan helpen bij het voorkomen van problemen op latere leeftijd. Ook kan risicogedrag worden voorkomen of verminderd doordat jongerenwerkers handelen vanuit een vertrouwensrelatie waardoor zij benaderbaar zijn voor leerlingen. Daarnaast kan jongerenwerk te betrokkenheid van ouders binnen school en het netwerk van de leerling versterken waardoor met alle partijen samen wordt gewerkt aan een ondersteunend netwerk rondom de kinderen. Hierdoor ontstaat een gedeelde verantwoordelijkheid, brede ondersteuning en unieke perspectieven wat leidt tot meer effectieve oplossingen. Outcomes
Indicatoren (meetbare resultaten): -
Inzet jongerenwerk per school Aantal activiteiten van jongerenwerker per school Aantal deelnemers aan groepsactiviteiten Aantal individuele contacten met jongeren Ervaringen van jongeren/school met de jongerenwerker
De gewenste outcome beschrijft het specifieke doel dat de jongerenwerker beoogd te bereiken. De positie van de jongerenwerk binnen de verschillende leefwerelden is versterkt waardoor sneller kan worden gesignaleerd en gehandeld. -
Welzijn van de leerlingen is verbeterd Tijdig oppakken van signalen en deze oppakken met en binnen het netwerk Verbeterde afstemming tussen de verschillende leefwerelden van de jongeren Verhoogde schoolbetrokkenheid
Uit landelijk onderzoek blijkt dat de inzet van jongerenwerk bijdraagt aan: -
17
Het vergroten van sociale cohesie Het versterken van de eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden
Interventie: kinderenwerk in Nijmegen Noord Context
Doelgroep: kinderen uit de leeftijd van 10-15 jaar, woonachtig in Nijmegen Noord. Nijmegen Noord is niet een gebied dat opvalt in de stads- en wijkmonitors van de gemeente Nijmegen. Er staan geen scholen met een hoge schoolweging, er is weinig criminaliteit of gevoelens van onveiligheid. Wanneer we echter inzoomen springen er een paar dingen in het oog: Uit cijfers en monitoren blijkt dat kinderen en jongeren in Nijmegen Noord prestatiedruk (47%), stress (49%) en faalangst (26%) ervaren. Daarnaast is het gebruik van gespecialiseerde jeugdhulp onder jongeren in Noord, significant hoger dan in de rest van de stad. Vanuit de werkers van Bindkracht 10 in het stadsdeel Noord komen veel signalen binnen van jongeren tussen 10 en 15 jaar die opvallend of zorgwekkend gedrag vertonen. Enerzijds zijn dit kinderen waarbij het risico bestaat dat zij overlast gevend gedrag gaan vertonen. Anderzijds zijn het jongeren die te kampen hebben met prestatiedruk waardoor de aanvragen voor jeugdhulp groot zijn in dit stadsdeel. Deze analyse op stadsdeelniveau geeft aan dat in Noord een extra investering nodig is om te zorgen dat de jeugd de juiste hulp kan krijgen om te kunnen meedoen en groeien.
Door vroegtijdig te signaleren, ouders en school te betrekken en gebruik te maken van laagdrempelige voorzieningen en interventies zetten we in op het versterken van de veerkracht en het mentaal welbevinden van de jeugd. De inzet van een extra jeugdwerker met specifieke aandacht voor de leeftijdsgroep 10-15 jaar draagt hieraan bij.
Gekozen Interventie
Bindkracht10 zet een extra kinderwerker in in Noord. De inzet richt zich op kinderen en jongeren van circa 10 tot 15 jaar, die kwetsbaar zijn en laagdrempelige hulp of ondersteuning nodig hebben om zich volwaardig te kunnen ontwikkelen. De jongerenwerker zorgt hierbij voor verbinding tussen de verschillende leefwerelden van de jeugdige (thuis, vrije tijd, school en online) en werkt onder meer aan talentontwikkeling en zelfontplooiing.
Mechanismen
Kinderwerkers zijn in staat een betekenisrelatie aan te gaan met kinderen. Hierdoor wordt een veilige omgeving gecreëerd waarin zij zich comfortabel voelen om over hun problemen te praten. Kinderwerkers luisteren actief en tonen empathie. Door oprechte interesse te tonen en hiervoor de tijd te nemen voelen jongeren zich gehoord en erkend. Dit gevoel van erkenning kan bijdragen aan het verminderen van stress en onbegrepen voelen. Kinderwerkers kunnen laagdrempelig informatie verstrekken of bespreekbaar maken over thema’s als faalangst, depressie en stress. Door jongeren te helpen begrijpen wat er met hen gebeurd en welke eventuele hulpbronnen beschikbaar zijn, zijn zij beter in staat om grip te krijgen op het eigen mentale welbevinden. Kinderwerkers kunnen helpen bij het aanleren van cognitieve en sociale vaardigheden . zowel op individueel niveau als in groepsverband. Kinderwerkers leggen verbindingen tussen de verschillende leefwerelden van de jeugdigen, zoals school, thuis, vrije tijd en de online leefwereld, waardoor problemen eerder worden gesignaleerd, gedeeld en opgepakt. Jongeren worden zo ondersteund en aangemoedigd in alle aspecten van hun leven.
Outcomes
18
Indicatoren (meetbare resultaten) aangevuld met narratieve duiding:
-
Aantal contacten met ouders Aantal Activiteiten Aantal contactmomenten met kinderen/jongeren Aantal Verwijzingen
Outcome: Doordat het kinderwerk een veilige en ondersteunende omgeving biedt ontwikkelen kinderen minder stress en angst en meer zelfvertrouwen en conflictoplossing. Daarnaast wordt de ouder-kind relatie versterkt en de ouderbetrokkenheid vergroot.
19
Interventie: maatschappelijke Diensttijd en Stichting MOVE gericht op het ontwikkelen van de eigen kwaliteiten en maatschappelijke betrokkenheid Context
De inzet van Stichting MOVE en het Nijmeegse MDT Netwerk richt zich op jongeren in kwetsbare wijken tussen de circa 10 en 18 jaar. Kinderen groeien vaak op in een eigen bubbel van gelijkgestemden. Dit betekent dat kinderen uit wijken met een lagere sociaal-economische status ook voornamelijk contact hebben met gelijkgestemde kinderen. Hierdoor hebben zij weinig rolmodellen om zich aan op te trekken, hebben zij minder toegang tot middelen om maatschappelijk betrokken te raken en minder kansen om zich in de breedte te ontplooien. Zo blijkt dat kinderen die opgroeien in wijken met een lage sociaal-economische status een groter risico lopen op sociale isolatie. Ze hebben beperkte kansen om in contact te komen met mensen buiten hun eigen sociale kring.
Gekozen Interventie
Om kinderen uit kansarme wijken nieuwe ontmoetingen te doen aangaan buiten hun eigen kring en maatschappelijke betrokkenheid te activeren zetten we het project Move je Buurt in. Daarnaast creëren we een Nijmeegse MDT Netwerk, waarmee we MDT zichtbaar, vindbaar en toegankelijk maken voor alle jongeren met speciale aandacht voor jongeren uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status.
Mechanismen
De inzet van Stichting MOVE en Maatschappelijke Diensttijd Projecten richten zich op drie pijlers; jezelf ontwikkelen, nieuwe mensen ontmoeten en je inzetten voor een ander. Voor kinderen die dit niet van huis uit meekrijgen biedt dit project ontwikkelkansen. -
-
-
Outcomes
Jezelf ontwikkelen: kinderen ontwikkelen binnen deze interventies praktische vaardigheden, zoals samenwerken in teams, omgaan met uitdagingen en innovatieve oplossingen verzinnen. Zij worden aangemoedigd om obstakels te overwinnen en doen succeservaringen op. Hierdoor ontwikkelen zij zich op diverse gebieden. Iets doen voor de maatschappij: Stichting MOVE en maatschappelijke diensttijd zorgen ervoor dat kinderen actief betrokken worden bij hun lokale gemeenschap. Hierdoor kunnen jongeren een gevoel van verantwoordelijkheid ontwikkelen ten opzichte van andere gemeenschappen in hun omgeving. Dit draagt bij aan sociale cohesie. Nieuwe mensen ontmoeten: door ontmoetingen tussen verschillende groepen mensen te faciliteren die elkaar niet vanzelfsprekend ontmoeten wordt het netwerk van kinderen vergroot en zien zij nieuwe mogelijkheden en kansen. Stichting MOVE werkt met vrijwillige inzet van studenten. Onderdeel van het traject is dat de studenten de leerlingen meenemen naar de hogeschool of Universiteit. Dit zijn doorgaans omgevingen waar de leerlingen niet vanzelfsprekend mee in aanraking komen.
Indicatoren: -
Aantal trajecten Aantal leerlingen dat heeft deelgenomen Kwalitatieve beschrijving van de resultaten en ervaringen per traject
Stichting MOVE heeft de resultaten van hun impactonderzoek met ons gedeeld. Hieruit blijkt de inzet van MOVE bijdraagt aan: Eigenaarschap: kinderen ontwikkelen en voelen eigenaarschap 20
-
Kinderen hebben meer zelfvertrouwen en zijn trots op het bereikte resultaat Kinderen leren op andere manieren samenwerken Er is een brede bewustwording ontwikkelt op hun eigen leefomgeving en buurtbewoners Kinderen maken kennis met het studentenleven en ontwikkelen zo een breder perspectief op hun eigen kansen
Uit landelijk MDT onderzoek blijkt dat de inzet van MDT bijdraagt aan verschillende beleidsthema’s. Zo draagt het bij aan loopbaanoriëntatie, het vergroten van de eigen leefwereld, sociale cohesie en het brede welzijn van jongeren.
21