CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juli 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D11 d.d. 12 mei 2026 over Evaluatie Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West3.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Uitvoeringsagenda Industrie en omwonenden TPN-West 2024/2025 Aanvullende maatregelen om omwonenden van TPN-West beter te beschermen tegen industriële emissies

Versie 0.9 Concept tbv besluitvorming d.d. 02-04-2026

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ...........................................................................................................................................1

2.

Resultaten .......................................................................................................................................2 2.1.

Beter zicht op vergunde en werkelijke industriële emissies ..................................................2

2.1.1. Inzicht in emissies van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) TPN-West .....................................2 2.1.3. Opstellen van een strategisch meetprogramma ...................................................................3 2.1.4. Omgaan met vragen en klachten verbeteren ........................................................................3 2.2.

Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces .................................................................4

2.2.1.

Samenwerking met GGD verbeteren ............................................................................4

2.2.2.

Sturen op het bereiken en in stand houden van een gezonde leefomgeving ...............4

2.2.3.

Beleidsmatig en juridisch VTH-kaders verbeteren ........................................................5

2.3.

Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren .................................................6

2.3.1.

Verbeteren communicatie en samenwerking omwonenden bij VTH ...........................6

2.3.2.

Convenant gezonde leef- en werkomgeving TPN-West ................................................6

3.

Leerpunten ......................................................................................................................................7

4.

Conclusies en aanbevelingen voor het vervolg ...............................................................................8

Bijlage 1 Overzicht mogelijke vervolgacties 2026 en verder ...................................................................9

1. Inleiding Met de vaststelling van de Uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West in november 2024 hebben de gemeenten Nijmegen en Beuningen en de provincie Gelderland gezamenlijk aanvullende maatregelen in gang gezet om omwonenden beter te beschermen tegen industriële emissies. Aanleiding hiervoor vormden onder andere de conclusies en aanbevelingen uit het rapport Industrie en omwonenden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, waarin wordt benadrukt dat overheden het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) effectiever moeten benutten en transparanter moeten communiceren richting omwonenden. De uitvoeringsagenda richtte zich op bedrijventerrein TPN-West als pilotgebied en bevat een samenhangend pakket aan maatregelen langs drie actielijnen: • • •

Actielijn 1: Beter zicht op industriële emissies TPN-West Actielijn 2: Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces Actielijn 3: Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren.

De uitvoering van deze maatregelen is in de periode 2024–2025 projectmatig opgepakt door de betrokken overheden en omgevingsdienst Regio Nijmegen. In de uitvoeringsagenda is afgesproken dat de voortgang en resultaten van de maatregelen eind 2025 worden geëvalueerd. Dit evaluatierapport geeft invulling aan die afspraak. Het rapport biedt inzicht in de mate waarin de voorgenomen maatregelen zijn uitgevoerd, welke resultaten zijn bereikt en in hoeverre deze bijdragen aan het beter beschermen van omwonenden tegen industriële emissies. Daarnaast wordt gereflecteerd op de samenwerking tussen betrokken partijen en de wijze waarop omwonenden en bedrijven zijn betrokken bij de uitvoering. Op basis van deze evaluatie worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan voor het vervolg. Daarbij wordt ook bezien in hoeverre maatregelen kunnen worden voortgezet, aangepast of opgeschaald naar andere gebieden. Het evaluatierapport vormt daarmee een belangrijke bouwsteen voor het verder versterken van een gezonde en veilige leefomgeving.

1

2. Resultaten Binnen de drie actielijnen zijn negen maatregelen uitgevoerd. In dit hoofdstuk wordt per maatregel beschreven welke resultaten zijn behaald.

2.1. Beter zicht op vergunde en werkelijke industriële emissies 2.1.1. Inzicht in emissies van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) TPN-West De inventarisatie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in 2024 en 2025 is een belangrijke stap in het verkrijgen van meer inzicht. In 2024 lag de focus op bedrijventerrein TPN-West. In 2025 is de aanpak uitgebreid naar de hele gemeente Nijmegen en Beuningen. In totaal is een grote hoeveelheid gegevens verzameld: meer dan 28.000 stoffen. Dit geeft beter en gedetailleerd inzicht in milieurisico’s binnen de gemeenten. Een belangrijk resultaat is het verschil tussen wat ondernemers denken en wat er in de praktijk speelt. Slechts een kwart van de bedrijven gaf aan met ZZS te werken of met producten die ZZS bevatten. Uit onderzoek blijkt echter dat bij 70% van de gecontroleerde locaties ZZS stoffen aanwezig zijn. De uitkomsten hiervan zijn teruggekoppeld naar de betreffende bedrijven. Dit laat zien dat de inventarisatie meer is dan een administratieve stap. Het helpt ook om het bewustzijn te vergroten. Veel ondernemers zijn zich door de resultaten meer bewust geworden van risico’s van producten en stoffen waarmee ze werken en zijn gestart met maatregelen om het gebruik en de uitstoot van ZZS te voorkomen of te verminderen. De meeste aandacht gaat uit naar de garage- en productiesector. In deze sectoren komen de meeste van deze stoffen voor.

Deze resultaten bieden duidelijke aanknopingspunten voor vervolg. Door beter inzicht in emissiebronnen kan het toezicht gerichter en effectiever worden ingezet. Bedrijven die niet goed hebben meegewerkt, zijn inmiddels geselecteerd voor controles op locatie. Hiermee wordt het toezicht en de handhaving doelgericht toegepast. Bij bedrijven waar veel ZZS wordt geëmitteerd kan de komende jaren een aanpak op maat worden uitgevoerd om deze emissie zoveel mogelijk te vermijden dan wel verminderen.

2.1.2. Opzetten van een database TPN-West voor emissies van bedrijven Voor bedrijventerrein TPN-West is een centrale database ontwikkeld waarin gegevens over emissies naar de lucht (inclusief geur) van bedrijven systematisch zijn samengebracht. Het gaat daarbij om aangevraagde, vergunde en – waar beschikbaar – gemeten (geur)emissies van de bedrijven die zijn opgenomen in het strategisch meetprogramma. Met deze database is een belangrijke stap gezet in het bundelen en structureren van informatie, waardoor beter inzicht ontstaat in zowel de feitelijke als de toegestane uitstoot van schadelijke stoffen. De database vormt een essentieel instrument voor het versterken van de informatiepositie van bevoegd gezagen en omgevingsdienst. Door gegevens integraal beschikbaar te maken, wordt het mogelijk om ontwikkelingen in emissies te volgen, gerichter te analyseren en beter onderbouwde keuzes te maken in toezicht en handhaving. In lijn met de ambitie om transparanter te zijn richting omwonenden en andere betrokkenen, is verkend op welke wijze de resultaten van uitgevoerde metingen actief openbaar kunnen worden gemaakt. Onderzocht wordt of deze informatie kan worden ontsloten via de IGO-viewer, aangevuld met een toegankelijke toelichting op de website van ODGM. Hiermee wordt niet alleen invulling 2

gegeven aan actieve informatieverstrekking, maar ook bijgedragen aan het vergroten van het vertrouwen en de betrokkenheid van de omgeving. Met de combinatie van de database en actieve publicatie van meetgegevens wordt een stevige basis gelegd voor een meer open, datagedreven en effectieve aanpak van industriële emissies op TPNWest.

2.1.3. Opstellen van een strategisch meetprogramma Voor bedrijventerrein TPN-West is een strategisch meetprogramma vastgesteld voor bedrijven met omvangrijke emissies van schadelijke stoffen (inclusief geur) naar de lucht. In dit programma is per bedrijf en per stof de meetfrequentie bepaald. Het betreft zowel bedrijven onder bevoegd gezag van de gemeenten Nijmegen en Beuningen als van de provincie Gelderland. Daarmee is sprake van een integraal en gebiedsgericht kader voor monitoring. Het meetprogramma is besproken met omwonenden tijdens wijkoverleg en gepubliceerd op de website van de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) Daarmee draagt het bij aan transparantie richting omwonenden en andere betrokkenen. In 2025 is gestart met de uitvoering en zijn meerdere metingen verricht. Een deel van de metingen is, vanwege technische wijzigingen bij bedrijven of om andere redenen, doorgeschoven naar 2026. De meetresultaten worden opgenomen in de database TPN-West. In samenhang met deze database biedt het meetprogramma een stevig fundament voor beter inzicht in feitelijke emissies en wat dit betekent voor de leefomgeving en maakt het een gerichte inzet van toezicht en handhaving mogelijk. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet in het verder versterken van de bescherming van de leefomgeving en de gezondheid van omwonenden.

2.1.4. Omgaan met vragen en klachten verbeteren Er is een structurele en meer systematische aanpak ingericht voor het onderzoeken, analyseren en opvolgen van milieuklachten rond bedrijventerrein TPN-West. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie om signalen uit de omgeving beter te benutten en deze actief te betrekken bij het toezicht en de handhaving. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is de periodieke bespreking van milieuklachten in de driemaandelijkse overleggen met de gemeente Nijmegen. In deze overleggen worden signalen, trends en specifieke casussen gezamenlijk beoordeeld. Ook wijkvertegenwoordigers worden actief geïnformeerd en betrokken in het driemaandelijks overleg met de omgevingsdienst, waardoor er meer inzicht ontstaat in de beleving en zorgen van omwonenden. Als daar aanleiding toe is, worden specifieke casussen geagendeerd voor nadere analyse en gerichte opvolging. Daarnaast vindt structurele terugkoppeling plaats richting het bestuur. Via het infobulletin informeert de accounthouder de wethouder over de aard en ontwikkeling van klachten en de wijze waarop deze worden opgepakt. Lopende en bestuurlijk relevante zaken worden bovendien besproken in het reguliere afstemmingsoverleg met de gemeente.

Met deze werkwijze wordt niet alleen de kwaliteit van de klachtenafhandeling verbeterd, maar ontstaat ook een steviger informatiepositie voor bestuur, omwonenden en uitvoering. Klachten worden daarmee nadrukkelijk benut als signaal voor mogelijke risico’s in de leefomgeving en als input voor een meer proactieve en gerichte inzet van toezicht en handhaving.

3

2.2. Gezondheid een concrete plek in het VTH-proces 2.2.1. Samenwerking met GGD verbeteren In 2025 is gericht ingezet op het versterken van de samenwerking met de GGD Gelderland-Zuid, met als doel de rol van gezondheid, ten gevolge van schadelijke emissies en geurhinder afkomstig van de industrie, nadrukkelijker te verankeren binnen het VTH-proces. In dit kader hebben meerdere casusbesprekingen en gezamenlijke bijeenkomsten plaatsgevonden, waarin is verkend hoe de expertise van de GGD beter en structureler kan worden benut. Op basis hiervan zijn concept-samenwerkingsafspraken opgesteld. Deze afspraken zijn erop gericht om de GGD frequenter en op een meer betekenisvolle wijze te betrekken bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarbij is het uitgangspunt dat partijen elkaar eerder en laagdrempeliger weten te vinden voor advies, zowel in formele als informele trajecten. Dit moet ertoe leiden dat gezondheidsaspecten in een vroeg stadium worden meegewogen en beter worden geborgd in de uitvoering. De medewerkers van ODGM zijn over deze werkwijze geïnformeerd, zodat de samenwerking ook in de praktijk breder wordt toegepast. Met deze stap wordt een belangrijke basis gelegd voor een meer integrale benadering, waarin milieu en gezondheid nadrukkelijk in samenhang worden beschouwd en meegewogen in besluitvorming en uitvoering. In 2026 wordt hier verder vervolg aan gegeven.

2.2.2. Sturen op het bereiken en in stand houden van een gezonde leefomgeving In 2025 is actief ingezet op het vergroten van bewustwording bij bedrijven over Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en de mogelijkheden om deze terug te dringen. In samenwerking met de bedrijvenvereniging is een ondernemersbijeenkomst georganiseerd waarin bedrijven zijn geïnformeerd over de risico’s van ZZS en de beschikbare handelingsperspectieven binnen hun bedrijfsprocessen. Daarnaast zijn bedrijven waarbij in het kader van de inventarisatie daadwerkelijk ZZS zijn aangetroffen, individueel benaderd en gericht voorgelicht. Hiermee is een belangrijke stap gezet in het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en het bevorderen van emissiereductie aan de bron. Parallel hieraan is in 2025 een project gestart gericht op het versterken van de inbreng van milieuthema’s in de omgevingsplannen van de betrokken gemeenten. Dit biedt de mogelijkheid om milieu en gezondheid nadrukkelijker en eerder in de ruimtelijke planvorming te verankeren. De GGD wordt hierbij betrokken, zodat ook gezondheidsaspecten structureel worden meegenomen in de afwegingen. Daarnaast is de ODRN in 2025 gestart met het programma ‘effectgericht werken: van output naar outcome’, in lijn met de aanbevelingen uit het rapport van Lysias.

Dit programma is gericht op een verdere professionalisering van de uitvoering, waarbij niet langer alleen wordt gestuurd op activiteiten en aantallen, maar nadrukkelijk op het bereiken van maatschappelijke effecten, zoals het verbeteren van de leefomgeving en het verminderen van gezondheidsrisico’s. In 2025 zijn hiervoor de eerste stappen gezet, waarmee de basis is gelegd voor een meer resultaatgerichte en impactvolle werkwijze.

4

2.2.3. Beleidsmatig en juridisch VTH-kaders verbeteren De provincie Gelderland heeft in 2025 het principe van scherper vergunnen voor IPPC-bedrijven beleidsmatig verankerd in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie provincie Gelderland. Hiermee wordt vooruitgelopen op de herziene Richtlijn Industriële Emissies (RIE), die naar verwachting in de zomer van 2026 zal zijn omgezet in nationale regelgeving. Voor IPPC-bedrijven die onder bevoegd gezag van de gemeenten vallen, is om die reden geen afzonderlijk aanvullend beleid ontwikkeld, aangezien dit uitgangspunt op korte termijn landelijk verplicht wordt. Voor niet-IPPC-bedrijven is in 2025 een aanvullend traject gestart. In dit kader wordt onderzocht op welke wijze, met inzet van zowel wettelijke als niet-wettelijke instrumenten, verdere emissiereductie kan worden gerealiseerd. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de mogelijkheden binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving, maar ook naar stimulerende en samenwerkingsgerichte maatregelen. De gemeenten Beuningen en Nijmegen nemen actief deel aan dit traject.

5

2.3. Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren 2.3.1. Verbeteren communicatie en samenwerking omwonenden bij VTH De communicatie en samenwerking met omwonenden rondom VTH-activiteiten is (verder) versterkt, o.a. door het project Gezonder Vergunnen en via wijkoverleggen. Zo wordt in de wijkoverleggen structureel overleg gevoerd over relevante ontwikkelingen bij bedrijven met omwonenden en is binnen het project gezonder vergunnen gewerkt aan een nieuwe omgevingsdialoog. Dit heeft geresulteerd in de ontwikkeling van de bouwstenen voor de Omgevingsdialoog 2025: een samenhangend pakket van acht richtinggevende elementen dat bijdraagt aan grotere transparantie over ons handelen, verdere stappen richting participatie en een versterkt wederzijds begrip tussen overheid, bedrijven en omgeving. Hiermee zijn alle bouwstenen aanwezig voor een nieuwe omgevingsdialoog. In 2026 worden deze bouwstenen verder geconcretiseerd en geïmplementeerd in de uitvoeringspraktijk.

2.3.2. Convenant gezonde leef- en werkomgeving TPN-West Over dit onderwerp zijn gesprekken gevoerd tussen de gemeente Nijmegen en de Bedrijvenvereniging TPN-West. Hoewel deze gesprekken in een constructieve sfeer hebben plaatsgevonden, hebben zij niet geleid tot een overeenkomst. Wel wordt het belang van een gezonde leef- en werkomgeving op en rondom TPN-West onderschreven door de Bedrijvenvereniging en vinden hierover geregeld gesprekken plaats met hen en de gemeenten en omgevingsdienst. Het project Gezonder Vergunnen heeft wel bijgedragen aan de ontwikkeling van een vernieuwde omgevingsdialoog. In dat kader zijn gesprekken en bedrijfsbezoeken georganiseerd met twee deelnemende bedrijven, de Bedrijvenvereniging en omwonenden. Deze zijn overwegend positief ervaren en hebben bijgedragen aan meer wederzijds begrip tussen partijen.

6

3. Leerpunten De uitvoering heeft geleid tot een aantal enkele inzichten die bepalend zijn voor de verdere versterking van VTH in relatie tot een gezonde leefomgeving. Het is duidelijk dat nieuwe instrumenten, zoals de emissiedatabase, alleen goed werken als deze goed worden vastgelegd in de organisatie en werkwijze van de omgevingsdienst. Dit betekent dat duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk is voor het bijhouden van de gegevens en dat de data actief worden beheerd. Als dit niet goed wordt geregeld, raakt informatie verouderd en levert het instrument minder op. Ook is het belangrijk dat communicatie vanaf het begin wordt meegenomen. Communicatiemedewerkers moeten op tijd worden betrokken, ook in samenhang met de Omgevingsdialoog, zodat duidelijk kan worden uitgelegd wat er wordt gepubliceerd en wat de cijfers betekenen. Opdrachtgevers vragen daarnaast om duidelijke en vaste terugkoppeling over de uitvoering van het strategisch meetprogramma. Daarom moet de voortgang worden gevolgd en moet hier regelmatig over worden gerapporteerd. Daarnaast is gebleken dat het een grote verandering vraagt om gezondheid echt een concrete plek te geven binnen VTH. Het is daarvoor nodig dat de GGD structureel en op tijd wordt betrokken.

Dit vraagt om duidelijke afspraken, maar ook dat medewerkers weten wanneer en hoe zij de GGD moeten inschakelen en dat kennis en ervaringen worden gedeeld binnen de organisatie. Zolang dit nog niet goed is geregeld in de werkwijze, is een actieve en sturende rol van de projectleider nodig om te zorgen voor samenhang en voortgang. Werken aan een gezonde leefomgeving vraagt ook om betere samenwerking tussen verschillende programma’s en projecten. Het programma Effectgericht werken dat binnen ODGM loopt kan daarbij helpen, maar dan moet dit wel duidelijk worden opgenomen in de opdrachten van provincie en gemeenten aan de ODGM en worden uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Op provinciaal niveau is dit al geregeld, voor gemeenten moet dit nog verder worden uitgewerkt in de nieuwe regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie die vanaf 2028 gaat gelden. Tegelijkertijd is sprake van een belangrijke inhoudelijke beperking. Er zijn op dit moment nog onvoldoende instrumenten beschikbaar om de relatie tussen cumulatieve emissies en gezondheidseffecten eenduidig en integraal te duiden. Hoewel voor individuele stoffen veelal inzicht bestaat in dosis-effectrelaties, ontbreekt het nog aan goede methoden om de gecombineerde effecten van meerdere stoffen en hinderfactoren, zoals geur en geluid, te beoordelen.

De ontwikkeling van dergelijke methoden, bijvoorbeeld binnen het RIVM-project ToxDown maar ook landelijk en internationaal zijn daarom van groot belang. Maar de toepasbaarheid in de praktijk zal niet eenvoudig zijn en vraagt nog verdere ontwikkeling. Tot slot blijkt dat verbetering van de samenwerking met bedrijven en omwonenden in gang is gezet en dat daar de afgelopen flinke stappen in zijn gezet. Verdere professionalisering en intensivering daarvan vragen om gerichte inzet, capaciteit en duidelijke sturing. Voor 2026 is daarom opdracht aan de ODGM gegeven om de omgevingsdialoog verder te implementeren. Daarbij gaat het om het structureel betrekken van de omgeving bij VTH-activiteiten, het vergroten van het bereik onder omwonenden en het stimuleren van bedrijven om hierin verantwoordelijkheid te nemen, bij voorkeur zonder inzet van juridische instrumenten.

7

4. Conclusies en aanbevelingen voor het vervolg •

Conclusie: De uitvoeringsagenda TPN-West heeft in korte tijd geleid tot substantiële voortgang. De informatiepositie is sterk verbeterd (ZZS-inzicht, emissiedatabase, meetprogramma) en er is een basis gelegd voor een meer datagedreven en transparante VTH-uitvoering. Aanbeveling: Zet deze lijn voort door de ontwikkelde instrumenten structureel te borgen in de opdracht aan ODGM

•

Conclusie: De resultaten zijn vooralsnog voornamelijk randvoorwaardelijk en procesmatig; de doorwerking naar concrete emissiereductie en merkbare verbetering van de leefomgeving is nog beperkt. Aanbeveling: Verleg de focus in de volgende fase nadrukkelijk naar het realiseren van daadwerkelijke emissiebeperking, door scherpere inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving, aangevuld met stimulerende maatregelen richting bedrijven.

•

Conclusie: Gezondheid heeft een duidelijkere plek gekregen binnen VTH, maar is nog niet structureel verankerd in de dagelijkse praktijk en besluitvorming. Aanbeveling: Borg de structurele betrokkenheid van de GGD en maak gezondheid expliciet leidend in opdrachtverlening, uitvoeringsplannen en werkprocessen.

•

Conclusie: De samenwerking en communicatie met omwonenden en bedrijven is verbeterd en heeft geleid tot meer wederzijds begrip, maar participatie en gedragsverandering staan nog in de beginfase. Aanbeveling: Investeer in verdere professionalisering van de omgevingsdialoog, inclusief extra capaciteit en duidelijke werkafspraken, en versterk de inzet op het daadwerkelijk bereiken en activeren van zowel omwonenden als bedrijven.

•

Conclusie: De ontwikkelde aanpak in TPN-West functioneert als een waardevolle pilot en biedt concrete aanknopingspunten voor bredere toepassing. Aanbeveling: Werk toe naar gefaseerde opschaling naar andere gebieden, waarbij lessen uit TPN-West worden benut en randvoorwaarden (capaciteit, sturing, borging) vooraf goed worden ingericht.

•

Conclusie: Er is nog beperkt inzicht in de relatie tussen cumulatieve emissies en gezondheidseffecten, wat de onderbouwing van keuzes bemoeilijkt. Aanbeveling: Blijf actief aansluiten bij landelijke ontwikkelingen (zoals het RIVM ToxDownproject en de Handreiking Industrie Geur 2025) en benut TPN-West als leeromgeving om nieuwe inzichten zo snel mogelijk toe te passen in beleid en uitvoering.

8

Bijlage 1 Overzicht mogelijke vervolgacties 2026 en verder Ten behoeve van het vervolg op de uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden is een overzicht gemaakt met mogelijke vervolgacties. 1. Versterken inzicht en aanpak ZZS • • • •

Uitbreiden van het aantal bedrijven waarvoor ZZS-inventarisaties worden uitgevoerd Verzamelen van aanvullende gegevens over hoeveelheden ZZS en bijbehorende emissies Verkennen en inzetten van instrumenten zoals VRP’s en maatwerkbesluiten om emissiereductie af te dwingen Structureel meenemen van ZZS in regulier toezicht

2. Transparantie en actieve openbaarmaking • • • •

Actief en structureel openbaar maken van (geur)emissiegegevens via website en systemen Ontwikkelen van een zorgvuldig communicatieproces voor begrijpelijke toelichting bij openbaarmaking van emissiegegevens Verkennen van opschaling naar andere gebieden binnen Nijmegen en Beuningen Voorbereiden op mogelijke opschaling naar alle provinciale bedrijven

3. Uitvoering en borging meetprogramma • • •

Afronden van uitgestelde (geur)metingen begin 2026 Structureel monitoren van voortgang van het meetprogramma Periodiek publiceren van meetresultaten en koppeling met emissiedatabase

4. Verankeren gezondheid in VTH • • • •

Vaststellen van concrete samenwerkingsafspraken tussen GGD, bevoegd gezag en omgevingsdiensten Borgen van deze afspraken in werkprocessen en waar nodig in beleid Aansluiten bij landelijke ontwikkelingen (actieagenda Industrie en Omwonenden) Structureel betrekken van GGD bij omgevingsplannen

5. Monitoring en kennisontwikkeling gezondheidseffecten • • •

Onderzoek naar methoden om effecten (emissies, (geur)hinder, gezondheid) beter te monitoren Samenwerking met GGD en RIVM (o.a. ToxDown) voor inzicht in cumulatieve gezondheidseffecten Verkennen van effecten van transportbewegingen van en naar het terrein

6. Aanscherpen vergunningverlening en emissiereductie • •

Verdere implementatie en borging van ‘scherper vergunnen’ Onderzoeken en toepassen van mogelijkheden voor (geur)emissiereductie bij (met name gemeentelijke) bedrijven

9

7. Doorontwikkeling omgevingsdialoog en communicatie • •

• •

Ontwikkelen van een richtlijn voor inzet van communicatiemiddelen per type zaak Inzetten op: o vooroverleg met de omgeving o begrijpelijke samenvattingen van besluiten o verkenning van fysiek en structureel overleg tussen bedrijven, omwonenden, overheden en andere belanghebbenden op en rondom het industrieterrein TPNWest o ontwikkeling van een nieuw communicatieplatform Stimuleren van bedrijven om zelf actief de omgeving te betrekken Investeren in interne kennisdeling

8. Verbeteren terugkoppeling en participatie • •

Versterken van terugkoppeling van klachten en meldingen naar omwonenden via wijkoverleggen en andere communicatiekanalen van ODGM Inzetten van het nieuwe communicatiemiddelen voor bredere en toegankelijkere informatievoorziening

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a1b60cc8-146e-4594-a189-9f88b5aff6d1