Evaluatie gladheidsbestrijding winter 2024-2025
Tekst van het document
Hoewel de middagtemperaturen ruim boven het vriespunt lagen voelde het met een doorstaande wind koud aan. In de nachten en ochtend vroor het wel op veel plaatsen matig. Op de 18e koelde het in Twente af tot –8,8°C als landelijk laagste temperatuur van de gehele winter. Onder invloed van een omvangrijk en diep lagedrukgebied nabij IJsland draaide de stroming op 20 februari naar zuid- tot zuidwest en werd er zeer zachte, van oorsprong tropische lucht aangevoerd. De temperaturen liepen dezelfde dag nog op tot in de dubbele cijfers. De derde decade ging uitzonderlijk zacht van start. In Hupsel met maar liefst 17,6°C de zachtste 21 februari sinds het begin van de metingen. Op de meeste plaatsen werd het ruim 15 graden en dus was er sprake van de eerste lentedag van het jaar. De overige dagen van februari kende een aanhoudend zacht vervolg. Af en toe trok een zwakke storing van een lagedrukgebied over met een bui, maar het bleef meest droog door hogedrukinvloed boven het continent. Kleinschalige verzwakte lagedrukbebiedjes kregen in de laatste dagen van de maand meer greep maar het was hoogstens licht wisselvallig met soms nog ruimte voor de zon. De maxima liepen van ruim dubbele cijfers geleidelijk terug naar 7-8 graden. De nachten waren aanvankelijk (zeer) zacht, tegen het einde van de maand vroor het plaatselijk licht.
Maart 2025 - Vrij zacht, zeer zonnig en droog Met een gemiddelde temperatuur van 6,6°C in Hupsel tegen 5,9°C normaal verliep de maand gemiddeld genomen vrij zacht. Twente had ook een gemiddelde temperatuur van 6,6°C, Heino en Deelen verliep met 6,7°C een tiende graad zachter. Noemenswaardige kanttekening hierbij is dat de gemiddelde maximumtemperatuur door overvloedige zonneschijn met 13,3°C (in Hupsel) ruim boven het langjarig gemiddelde lag. Terwijl de nachten dankzij kraakheldere luchten een stuk kouder dan gebruikelijk waren, met een gemiddelde minimumtemperatuur van (naar boven afgerond) 0,0°C. In Hupsel en Twente kwam het op 19 dagen tot vorst, Deelen had er 17 en Heino 16. Tot een ijsdag kwam het deze maand niet. De maand verliep op de meeste plekken recorddroog met in Hupsel 2,9 mm neerslag. Alleen in Heino viel aanzienlijk meer (20 mm), wat op rekening komt door één natte dag. De maand verliep zeer zonnig; er was deze maand in Hupsel een bijzonder groot aantal van 227 zonuren. De eerste decade werd nagenoeg helemaal bepaald door hogedrukgebieden. De eerste dagen van de maand lag er een hogedrukgebied vanaf de Azoren via het zuiden van Groot-Brittannië over Nederland. Aanvankelijk was het bij wind uit noordelijke richtingen nog aan de koude kant met op de 1ste maxima rond 6 graden met vrij veel bewolking.
In de dagen daarna stond er weinig wind en liep het kwik overdag bij veel zon steeds wat verder op, maar de heldere nachten waren nog wel behoorlijk fris met enkele graden vorst. In Twente koelde het op 3 maart af naar –5,4°C, matige vorst. Het hogedrukgebied schoof in het vervolg door richting de Balkan en vanaf 5 maart draaide de stroming naar het zuiden en werd het ronduit voorjaarsachtig weer. In de nachten kwam het soms nog tot lichte vorst, maar overdag steeg de temperatuur onder zonnige omstandigheden naar 16 tot 19 graden. Op 8 maart kwam bij een iets aantrekkende, oostelijke wind nog zachtere lucht opzetten, in Deelen werd het zelfs 20,0°C, de eerste landelijke warme dag. Ondertussen bouwde in de buurt van IJsland een nieuw hogedrukgebied op en werd de wind noordelijk, de maxima liepen wat terug. Neerslag van betekenis is deze gehele periode nergens gevallen. Vanaf 11 maart doken de maximumtemperaturen uiteindelijk flink naar beneden tot een graad of 8 en trokken er enkele, lichte buien over. ’s Nachts koelde het weer af tot onder het vriespunt. Met het verplaatsen van het hogedrukgebied naar het oosten van Europa en het naar het zuiden draaien van de wind werd het vanaf 18 maart weer warmer. Het warmst werd het op 21 maart. Het kwam tot de eerste warme dag 18
(maximumtemperatuur 20,0°C of hoger) van het jaar met 22,1 °C in Deelen als hoogste temperatuur. Het restant van de maand verliep iets wisselvalliger, met iets meer bewolking en af en toe een spat neerslag. Alleen in Heino viel op 23 maart een significante hoeveelheid neerslag (14,9 mm) door een langzaam verplaatsende bui. De temperatuur liep overdag geleidelijk terug naar een graad of 13, net boven het langjarig gemiddelde. ’s Nachts werd het door de toename van de bewolking op veel dagen minder koud dan eerder in de maand. April 2025 – Zeer zacht, zeer zonnig en iets aan de natte kant Met een gemiddelde temperatuur van 10,9°C in Hupsel tegen 9,4°C normaal verliep de maand qua temperatuur zeer zacht. Heino verliep een fractie koeler met 10,7°C, Twente en Deelen juist iets warmer met 11,1°C en 11,2°C. Hupsel had 2 vorstdagen, net zoals Heino. Deelen had er slechts 1, terwijl Twente er 3 had. Tot een ijsdag kwam het deze maand niet. De maand verliep iets aan de natte kant op de meeste plekken met gemiddeld in Hupsel 43 mm neerslag tegen 40 mm normaal. In Heino en Twente was het ook iets te nat met 45 mm, maar in Deelen was het juist relatief droog met 33 mm. Er was deze maand een grote hoeveelheid aan zonuren. In Hupsel scheen de zon 246 uur tegen 189 uur normaal; Deelen was met 249 zonuren nog iets zonniger.
Een hardnekkig hogedrukgebied zorgde in de eerste decade voor langdurig zonovergoten en kurkdroog voorjaarsweer. In een heldere eerste nacht werd al op de 1e in Eelde met -3,1 °C de landelijk laagste temperatuur deze maand bereikt. De eerste dagen lag de kern boven Zuid-Scandinavië en liepen de maxima in een oostelijke stroming op tot boven de 20 °C. Het warmst werd het op de 3e en 4e met 22,4 °C in Deelen. De kern verplaatste zich geleidelijk naar het zeegebied tussen IJsland en Schotland waarmee de aanvoer noordoostelijk werd en daarmee werd het een stuk kouder, echter bleef het droog en zonovergoten. Het koudst werd het deze periode in de nacht naar de 7e met in Hupsel met -2,8 °C. Weer later verplaatste het hogedrukgebied nog wat verder westwaarts en later zuidwaarts, waarmee in een noordelijke en later noordwestelijke stroming de aanvoer van vochtigere lucht op gang kwam en zich vanaf de 8e met name in de nacht en ochtend weer af en toe laaghangende bewolking, nevel of mist aandiende. Overdag brandde de sterke voorjaarszon deze snel weg en bleef het zeer zonnig, waarmee de eerste aprildecade recordzonnig verliep. Bovendien viel er deze periode geen druppel regen, waarmee het tevens recorddroog was. In de tweede decade trok het hogedrukgebied het Europese continent op en kwam in een zuidoostelijke stroming de aanvoer van warme lucht weer op gang.
Op de 12e werd het maar liefst 23,8 °C in Deelen. Vanaf de 13e kregen we na lange tijd weer eens te maken met een lagedrukgebied dat met de kern ten westen van ons langstrok. Het bijbehorende frontale systeem bracht eindelijk weer wat regen in heel het land, met name in de nacht. Overdag was de meeste regen alweer verpieterd. Op de 15e zorgde een naderende depressie vanuit Bretagne voor een nieuwe warmte-oprisping die dezelfde dag nog gevolgd werd door enkele buien. Hier kwam lokaal onweer bij voor. In Twente werd met 24,2 °C de regionaal hoogste temperatuur deze decade gemeten. Op de 16e en 17e zorgde een langgerekt golvend front over Duitsland voor bewolkt, druilerig weer. Beide dagen liet de zon volledig verstek gaan in deze regio. Tegen het paasweekeinde loste dit systeem op en was het aanvankelijk enkele dagen zonnig en droog, maar op 1e paasdag zorgde een nieuw lagedrukgebied boven Frankrijk ervoor dat de dag afgesloten werd met regen in de avond. De derde decade begon tamelijk wisselvallig. Op de 21ste, tweede paasdag, trok een gebied met buien noordwaarts. Met de vorige avond en nacht meegerekend liet dit buiengebied verspreid 10 tot 20 mm regen achter; zo ving Heino in totaal zelfs 21,5 mm op. Op de 23ste zaten we in onstabiele lucht waarin lokaal stevige buien ontstonden. De verschillen waren groot; in Heino viel niets, terwijl in Twente 13,2 mm viel.
De maxima lagen deze dagen tussen 15 en 17 graden. Op de 24ste zorgde een slepende storing voor een bewolkte en regenachtige dag, met 5-15 mm op veel plekken. Met maxima van 12-13 graden was het fris. Vanaf de 25ste bouwde een hogedrukgebied zich op boven Scandinavië en volgde weer een droog en zonnig tijdvak. In eerste instantie was het nog fris met temperaturen rond 12 graden, maar de dagen daarna liep de de temperatuur stilaan op naar ruim boven de 20 graden. Op de slotdag werd het zelfs voor het eerst zomers warm lokaal, met in Deelen 25,4°C. De minima lagen de gehele decade ruim boven het vriespunt.
19
20
Bijlage 2 Prioriteiten en strooiroutes (zoals vermeld in het uitvoeringsprogramma 2024-2025) Binnen de te strooien gebied worden de volgende prioriteiten gehanteerd, waarbij de volgende uitgangspunten gelden: 1. Bij sneeuw en / of ijzel of onverwacht opvriezend wegdek wordt te allen tijde gewerkt volgens de vastgestelde prioritering. 2. Bij preventieve strooiacties worden de wegen en fietspaden binnen verschillende prioriteiten met het oog op efficiency waar mogelijk in één werkgang uitgevoerd. 1e Prioriteit ▪ Hoofdwegen ▪ Wijkontsluitingswegen ▪ Snelfietspaden ▪ Bruggen, viaducten en koude plekken* ▪ Busbanen ▪ Routes voor de hulpdiensten (van en naar ziekenhuizen) ▪ Marktplaatsen ▪ Strooiroutes Centrum ▪ Looproute vanaf het NS-station naar het Centrum -Burg. Hustinxstraat / Nassausingel beide zijden -Van Schaeck van Mathonsingel (incl. Esplanade) -Keizer Karelplein – noordelijke ring Nassausingel tot Oranjesingel -Bisschop Hamerstraat – beide zijden tot aan wandelgebied Molenstraat) *Binnen de eerste prioriteit is een aparte route opgenomen voor de bruggen, viaducten en koude plekken. Vanwege de vrije ligging (geen contact met de grond) en het materiaal (staal/beton) koelt het wegdek op een brug of viaduct aanzienlijk sneller af dan de overige wegen.
Daarnaast treedt hier sneller condensatie op, waardoor het wegdek nat wordt en kan bevriezen, terwijl het overige wegdek droog is. Bevriezing op bruggen en viaducten treedt derhalve eerder op. In de uitvoering is hierop geanticipeerd door het toepassen van een bruggenroute, die apart gestrooid kan worden als alleen daar gladheid verwacht wordt. De bruggen en viaducten-route kan indien nodig worden uitgebreid met een koude plekken (wegen)route. Deze koude plekken zijn eerder op basis van infra-roodmetingen vastgelegd. Bij preventieve strooiacties dienen de wegen en fietspaden binnen deze prioriteit voor aanvang van de ochtendspits (07.00 uur) en de avondspits (17.00 uur) afgerond te zijn. Bij curatieve strooiacties gelden de volgende tijdlimieten: a. Bij onverwacht opvriezend wegdek (wanneer er dus niet preventief gestrooid is) worden de hoofdwegen, bruggen en viaducten, busbanen, routes voor hulpdiensten en snelfietspaden binnen 3,5 uur gestrooid. Direct daarop volgen dan de Wijkontsluitingswegen. Het totale areaal dient binnen 5,5 uur gestrooid te zijn; b. Bij aanhoudende sneeuwval en/of ijzel dienen de wegen en fietspaden binnen 5,5 uur na het stoppen van de sneeuwval of ijzel sneeuwvrij / gestrooid te zijn; 2e Prioriteit Wijkverbindingsfietspaden (alle belangrijke fietsverbindingen tussen de wijken).
Op deze routes wordt gestart met gladheidbestrijding nadat de 1e prioriteit routes begaanbaar (en/of sneeuwvrij) zijn. 3e Prioriteit • Routes van en naar verzorgingstehuizen • Schoolroutes voor Voortgezet Onderwijs (indien mogelijk wordt dit gecombineerd met de wijkverbindingsfietspaden vanuit de 2e prioriteit) • Nazorg (o.a. het opruimen van sneeuwresten bij fietsoversteekplaatsen en kruispunten) 21
Op deze routes en plekken wordt gestart met gladheidbestrijding nadat de 2e prioriteit routes begaanbaar (en/of sneeuwvrij) zijn. Aanvullend: ▪ Stationsgebied: a) -Tijdens kantooruren handmatige strooiacties door Bureau Bewonerscontact bij fietsenstalling en busperrons b) Bureau Bewonerscontact legt bij de eerste gladheidsverwachtingen(op aangeven van Dar) antislipmatten op het (glazen) voorterrein van het Centraal Station c) Dar strooit de (bus)rijbanen. ▪
Overige locaties: a) Tijdens kantooruren handmatige strooiacties door Bureau Bewonerscontact op bus-perrons(verhoogde gedeeltes bij haltes) en looproutes van en naar verzorgingstehuizen b) Dar verricht bij gladheid handmatige strooiacties op de trottoirs binnen de roadbarriers stadscentrum c) Bureau Bewonerscontact legt bij de eerste gladheidsverwachtingen(op aangeven van Dar) antislipmatten in de omgeving Marikenstraat.
Op grond van bovengenoemde uitgangspunten en criteria worden de strooiroutes samengesteld, waarbij gestreefd wordt naar de maximaal haalbare effectiviteit en efficiency. De routes als zodanig worden gepubliceerd op de site van de gemeente als ook op de site van Dar NV.
Geen gladheidbestrijding door gemeente Door de gemeente wordt geen gladheid bestreden op de overige locaties waaronder trottoirs, niet openbaar terrein en woonstraten. Op deze plekken wordt in het kader van burgerparticipatie, gladheidbestrijding door bewoners, ondernemers, winkeliers en instellingen gestimuleerd.
22
Bijlage 3 CROW-richtlijn “zout, kan het iets minder”, publicatie 601 Type Gladheid
Bevriezing van natte weggedeelten
Condensatie en/of aanvriezende mist
Sneeuw
IJzel
Soort strooiactie
Dichte wegdekken
Poreuze wegdekken
CROW
Dar
CROW
Dar
Preventief, nat
7 g/m2
7 g/m2
14 g/m2
7 g/m2
Curatief, nat
7 g/m2
15 g/m2
14 g/m2
15 g/m2
Preventief, nat
7 g/m2
7 g/m2
7 g/m2
7 g/m2
Curatief, nat
7 g/m2
15 g/m2
7 g/m2
15 g/m2
Preventief, nat
7 -10 g/m2
7 g/m2
15-20 g/m2
7 g/m2
Curatief, nat
10-15 g/m2
15 g/m2
15-20 g/m2
15 g/m2
Preventief, nat
15-20 g/m2
7 g/m2
20 g/m2
7 g/m2
Curatief, nat
15-20 g/m2
15 g/m2
20-40 g/m2
15 g/m2
23