CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Radar Advies - Herijking van het dak- en thuislozenbeleid

Besluitronde (raadsvergadering) 27 januari 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D5 d.d. 24 november 2020 inzake Eindrapport onderzoek overlast dak- en thuislozen14.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarmee kan de barmhartige stad, die Nijmegen graag is, net als 15 jaar geleden toen de huidige opvang werd gestart, weer een impuls geven die leidt tot een humaan en realistisch beleid. 3.2

Andere gemeenten

Met zoveel landelijke aandacht en sturing op dit onderwerp, is het interessant te kijken hoe andere gemeenten op dit moment hiermee omgaan. Uit de gesprekken bleek dat ook in andere gemeenten slagen gemaakt worden om een omslag te realiseren in de wijze waarop met dak- en thuisloosheid en opvangmogelijkheden wordt omgegaan. We zien dat gemeenten op verschillende onderwerpen inzetten om deze omslag te laten slagen: het herijken van beleid, rol van de gemeente, samenwerking tussen partners, benadering van de samenleving en omgang met ‘hardnekkigen’. 3.2.1. Herijken beleid In alle gemeenten waarmee is gesproken wordt ingezet op het uitgangspunt iedereen heeft een plek nodig om te wonen. Wonen vormt daarin het vertrekpunt van herstel, de basisvoorwaarde om verder te komen met deze doelgroep. De gemeenten waarmee is gesproken hebben deze shift reeds gemaakt (Amsterdam) of hebben dit als beleidsuitgangspunt bepaald en werken hier op dit moment naartoe (Arnhem). In veel gemeenten wordt gezien dat nog vaak klassiek over deze doelgroep wordt gedacht, zo geeft de gemeente Bergen op Zoom aan dat nog vaak wordt gedacht we willen oplossingen voor mensen, we willen ze fixen. Terwijl meerdere gemeenten aangeven dat het bij wonen ook vooral gaat om het uitgangspunt iedereen onder een passend dak (’s-Hertogenbosch).

Dit betekent een shift in denken, niet vanuit systemen en overtuigingen maar vanuit de behoeften van de mensen waarover gesproken wordt. Branchevereniging Valente geeft hierover aan: Blijkbaar past het wonen dat wij hebben niet bij de mensen die we tegenkomen op straat, dús moeten we het wonen aanpassen. Waarbij wordt aangegeven dat los van een beleidsuitgangspunt wonen voor iedereen een stellige overtuiging van gemeenten moet zijn, alleen dan kan hier goed opvolging aan worden gegeven. In diverse gemeenten werd ook aangegeven dat wat voorheen als gastvrij werd gezien zorgen voor de medemens, in beleidsuitvoering niet per definitie een humane oplossing betekent. Valente gaf hierover aan:

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

21

Wat is je doel en wat is goed voor deze doelgroep? We moeten toegaan naar duurzame oplossingen. Als je weg wilt van overlast, dan moeten mensen betekenis kunnen geven aan hun leven en dat kan alleen vanuit een vaste woonplek. Daarna kun je het gesprek voeren over wat hun leven betekenis kan geven. Het gaat daarbij dus niet alleen om praten over maar juist ook mét de doelgroep. Om in contact te komen met deze doelgroep organiseert Gemeente Amsterdam bijvoorbeeld stadsgesprekken waarbij zij vragen kunnen stellen aan wethouders over dingen die zij tegenkomen en dingen waar zij last van ervaren. Niet alleen levert dit meer kennis op over de behoeften van de groep op maar ook meer inzicht in wie de mensen zijn. Zo kan deze groep als mensen benaderd worden in plaats van als gevaarlijke gekken zoals nu vaak in de samenleving over hen gedacht wordt. Het advies van Amsterdam is: Ga met iemand in gesprek over wat belangrijk is en wat hun droom is. Daarbij geven zij aan dat dit gesprek enkel gevoerd kan worden als er ook een reëel aanbod is waarover gesproken kan worden. Aanbod dat in beleid vastgelegd moet worden om hier daadwerkelijk opvolging aan te kunnen geven.

Als humaniteit, menselijke waardigheid, richtinggevend wordt kan ook afgevraagd worden of anno 2020 mensen moeten bedelen, als we de zorg en wonen een nieuwe impuls geven? Wat is de ondergrens van een menswaardig bestaan? Is het humaan dat mensen bedelen? Bedelen hoort niet bij een menswaardige aanpak zoals RadarAdvies die voor zich ziet. Andere gemeenten adviseren een bedelverbod omdat afwezigheid ervan een aantrekkende werking kan hebben. 3.2.2. Rol van de gemeente De verschillende gemeenten en Valente zien binnen de rol van de gemeente een aantal essentiële voorwaarden voor het slagen van een omslag naar ‘wonen eerst’. In essentie zien zij de gemeente als spil, als aanvoerder van de omslag: 

Een helder doel. De gemeente moet, gebruik makend van de kennis van partijen in het veld, het probleem helder stellen. Hierbij kan gedacht worden aan het bepalen van de 5 W’s: Waarom, Waartoe, Wie, Wat, Wanneer en Hoe. Steun op alle lagen. Als randvoorwaarde voor het slagen van een wonen eerst benadering wordt aangegeven dat ook in de gemeente op alle lagen steun nodig is. Daarom is bijvoorbeeld in Amsterdam gestart met een bestuurlijke opdracht. Regie bij de gemeente. In de verschillende gemeenten werd aangegeven dat de regie in deze bij de gemeente zou moeten liggen. De gemeente wordt als verantwoordelijke gezien in het uitzetten van de lijn, het bepalen het te bereiken ‘eindpunt’ is en partijen vertellen wat hun rol in het bereiken van dit doel is. Betrekken van partijen. De gemeente dient verantwoordelijkheid te nemen om partijen bij elkaar te brengen. Zo draagt de gemeente zorg voor het creëren van gezamenlijke urgentie om het doel aan te pakken. Expliciet werd genoemd dat zorgverzekeraars en woningbouw betrokken dienen te zijn. Zij worden gezien als essentiële partijen voor het doen slagen van een benadering waarin wonen het uitgangspunt vormt. Partijen aanspreken op verantwoordelijkheid. Als duidelijk is welke rol verschillende partners in het geheel hebben is het belangrijk hen aan te spreken op deze verantwoordelijkheid.

In veel gemeenten (waaronder Arnhem) was zorg bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de overlast van de doelgroep in de samenleving. Zij werden verantwoordelijk gehouden voor het aanpakken van deze overlast door bijvoorbeeld het inzetten van toezicht rondom locaties.

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

22

3.2.3. Samenwerking tussen partners Ook met betrekking tot de samenwerking tussen partners werd een aantal dingen aangemerkt die belangrijk zijn in het aanpakken van de problematiek van en overlast door de groep overlastgevenden op straat. Bijna alle gemeenten noemde een goede verbinding op beleids- en uitvoeringsniveau tussen zorg en veiligheid als een belangrijk punt. Haarlem zet hier sterk op in door structureel overleg te organiseren op uitvoerings- en strategie niveau. Zij overleggen iedere twee weken op operationeel niveau met zorg en veiligheid waar politie, toezicht en beveiliging van de opvang signalen met elkaar delen. Daarnaast organiseren zij eens in de zes weken beleidsoverleg binnen de OGGZ-keten met opvang, zorg, politie en de beleidsadviseur zorg en veiligheid. In dit overleg worden signalen op beleidsniveau besproken om zo structureel ruimte te creëren om verbeterpunten te bespreken. Ook in de uitvoering ervaren de gemeenten dat een verbinding tussen zorg en veiligheid belangrijk is. Zo heeft ‘s-Hertogenbosch een pilot gedraaid waarbij politie, MO en bemoeizorg samen op pad gingen om personen op straat aan te spreken. Waar nodig en bekend werd ook contact gezocht met de professionele begeleiding van de personen die zij tegenkwamen. In Arnhem en Breda worden een speciaal straatteam of straatcoaches ingezet om deze doelgroep te benaderen.

Breda geeft aan een straatteam te hebben dat als taak heeft te ‘vinden en verbinden’ en waar mogelijk door te geleiden naar zorg. In Arnhem worden straatcoaches afkomstig uit de doelgroep ingezet met een tweeledig doel. Allereerst biedt dit hen een werkervaringsplek en ‘houd dit hen uit de problemen’. Daarnaast komen deze personen zelf uit de doelgroep waardoor zij makkelijker een verstandhouding kunnen opbouwen met de mensen die zij tegenkomen. Zo worden deze straatcoaches ook ingezet om met zorg, agenten en toezichthouders een bejegeningsprotocol af te spreken. In Bergen op Zoom en ’s-Hertogenbosch wordt gezien dat creativiteit in de aanpak een belangrijke vereiste is om een aanpak te doen laten slagen. In Bergen op Zoom worden bijvoorbeeld makelaars in de regio ingezet waarbij professionals terecht konden als creatief nagedacht was wat een persoon buiten de producten om nodig had. In ’s-Hertogenbosch gaf men aan: Wij hadden een sociaal team met wachtlijsten. We hadden toen iemand nodig die snelheid kon creëren. Dus daarin zijn drie veiligheidsregisseurs ingezet. Zij pakten de veiligheid en zorg casussen op en bepaalden wat nodig was, voerden daar ook regie op. Zij hadden tot doel de overlastgevende zorg en veiligheidscasussen onder hun vleugel te nemen. De regisseurs worden gedeeltelijk vanuit veiligheid en gedeeltelijk vanuit Wmo betaald.

Zij kunnen ook snel beschikkingen uitschrijven, zoeken naar locaties BW waar mensen terecht kunnen. Ze hebben ook handgeld (potje voor maatwerk), om zo snel mogelijk dingen te realiseren (bijvoorbeeld iemand op een camping zetten), dan hoeven ze niet terug naar gemeente maar hebben ze mandaat om door te zetten. Uit dit citaat blijkt ook een ander punt dat bij een creatieve aanpak belangrijk wordt geacht, namelijk mandaat en middelen. Mandaat om beslissingen te kunnen nemen en middelen (zoals geld en woningen) om ook daadwerkelijk opvolging te kunnen geven aan beslissingen. 3.2.4. Samenwerking met samenleving Bij samenwerking met de samenleving gaat het om de wijze waarop met de buurt wordt omgegaan in de aanpak van overlast. Bij veel gemeenten zie je dat de aanpak vooral neerkomt op Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

23

het horen van de signalen die bewoners afgeven, zorgen dat bewoners een plek hebben waar zij signalen kwijt kunnen en het proactief opvolgen van de signalen door professionals en gemeente. In Amsterdam wordt aangegeven hoe de baas van het Leger des Heils aanwezig is bij bewonersbijeenkomsten die door de opvang worden georganiseerd. Hij wil op deze manier een luisterend oor zijn voor bewoners en ziet dat zijn aanwezigheid helpt om bewoners die aanvankelijk ‘tegenstanders’ waren als medestander mee te krijgen. Om dit te bereiken zien zij dat het nodig is de bewoners op hun beurt te helpen. Zo is het de taak van voorzieningen om ook in de omgeving van de voorziening toezicht te houden en bij te dragen aan de leefbaarheid (bijvoorbeeld door het opruimen van vuilnis). Ook is het in Amsterdam over het algemeen zo geregeld dat buurtbewoners direct met een nummer van de voorziening kunnen bellen. Daar wordt de melding opgeschreven in een logboek waarin ook de opvolging van dit signaal wordt genoteerd. In ’s-Hertogenbosch wordt vanuit de gemeente gestuurd op een goed contact tussen organisaties en bewoners. Zo geven ze aan dat het van belang is een beheergroep te hebben waar bewoners samen met veiligheid, zorg en gemeente hun signalen kunnen bespreken.

Deze groepen worden op de locatie van de opvang georganiseerd om zo bewoners hier meer bekend mee te maken vanuit het motto ‘onbekend maakt onbemind’. In ’s-Hertogenbosch is de ervaring dat het belangrijk is om als organisatie en gemeente zichtbaar te zijn bij deze groepen omdat dit bewoners het gevoel geeft dat ze serieus genomen worden, dat het wederzijds begrip bevordert en daarmee dat vertrouwen wordt gecreëerd. Het gaat in ’s-Hertogenbosch om bereikbaar zijn en in contact blijven in combinatie met proactief opvolging geven aan signalen. Zo werd in de zomer 2019 meer overlast ervaren en is in lijn daarmee de frequentie van de beheergroep opgekrikt. Naast fysieke bijeenkomsten heeft de groep ook een groepsapp om zo een duidelijk aanspreekpunt te creëren. In Haarlem wordt een soortgelijke aanpak gekozen waarbij bewoners de opvanglocatie kunnen bellen bij overlast. Vervolgens stuurt de locatie beveiliging naar de plek waar overlast wordt ervaren. Haarlem ervaart dat deze aanpak er ook voor zorgt dat de doelgroep beter in beeld komt. Vaak zien we dan dat de gemelde overlastgevers dan niet per se van de locatie zijn of dat we ze nog niet kennen. Naast een telefoonnummer wordt ook een structureel bewonersoverleg op de opvanglocatie georganiseerd waarbij ook gemeente, politie, handhaving, toegang, managers en soms de wethouder aanwezig zijn.

Haarlem hanteert hierin het motto: proactief en minder reageren. Om zo te zorgen dat buurtbewoners weten dat er ook daadwerkelijk iets gebeurt met de meldingen die zij doen. Om een positief beeld te bevorderen wordt door de opvanglocatie ook corvee in de buurt ingezet. 3.2.5. Toekomst Maatschappelijke Opvang Met de gemeenten en Valente is ook gesproken over de toekomst van de Maatschappelijke Opvang (MO). Uit deze gesprekken bleken drie aspecten belangrijk voor de toekomst van de MO: een tijdelijke opvang, kleinere kamers van maximaal twee personen en uiteindelijk toewerken naar het verdwijnen van de opvang. Deze punten hebben allen tot doel rust te creëren en uiteindelijk om overlast op straat te verminderen. Zo geeft Arnhem aan dat de opvang nu soms, net als in Nijmegen, verstopt raakt door mensen die lang in de opvang verblijven. Het uitgangspunt voor de opvang willen zij weer terugbrengen naar tijdelijke opvang voor 4-6 weken maximaal. Ook in ’s-Hertogenbosch wordt hierop ingezet, zij willen een opvang voor maximaal drie maanden. In ‘s-Hertogenbosch kijken ze daarom naar alternatieve langdurige voorzieningen om de druk bij de opvang weg te halen.

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

24

Daarnaast wordt ingezet op een opvang met kleine kamers voor maximaal twee personen. Valente geeft hierover aan dat dit een randvoorwaarde is om rust te creëren zodat personen door kunnen groeien en uit kunnen stromen. Zij geven als voorbeeld dat mensen op dit moment soms met PTSS uit de opvang komen doordat zij op grote slaapzalen verblijven. Ook in Arnhem zetten ze hierop in: In de opvang creëren we een- of tweepersoonskamers. Mensen moeten rust en ruimte hebben om nieuwe kansen te grijpen. Het hoeft niet luxe, als het maar veilig is. Wij hebben het dan over 8m2 met een eigen (gevangenis)toilet-unit. Uiteindelijk schetst Valente het toekomstperspectief waarbij een opvang over 5 á 10 jaar niet meer nodig is. Zij zien voor zich dat in de toekomst nog een enkeling tijdelijke opvang nodig heeft waarvoor bijvoorbeeld een contract met hotels afgesloten kan worden voor short stay mogelijkheden bij acute onderdakproblematiek. 3.2.6. De hardnekkige doelgroep In Nijmegen vormen hardnekkige doelgroepen een onderdeel van het overlastprobleem, personen waar weinig mee mogelijk lijkt of is. In andere gemeenten werd dit probleem herkend, vooral personen die geen recht op zorg hebben en personen waarbij zowel verslavings- als ggz problematiek speelt werden ook door andere gemeenten als ‘hardnekkig’ ervaren.

Om hardnekkige doelgroepen aan te pakken wordt in deze gemeenten eerst gekeken naar de aanpak zelf. Daarbij gaat het vooral ook over of er een volledig genoeg beeld is van de cliënten en daarmee de gepaste benadering en bejegening. In Haarlem wordt bijvoorbeeld aangegeven: Weten we goed genoeg van de mensen om daar de aanpak goed op aan te passen, dat is de vraag? Klopt dus onze benadering/bejegening van hen wel? In de IJmondgemeenten hebben we de achtergrondkennis bij 5 grootste overlastgevers opnieuw bekeken, daaruit bleek dat er toch te weinig kennis was over wat mensen hadden meegemaakt en dus hoe ze benaderd moesten worden. Het gaat volgens Haarlem niet enkel om het checken van de ingezette interventies maar vooral ook om de check of er voldoende kennis is over de achtergrond van de mensen. Ook in Bergen op Zoom wordt herkend dat er mogelijkheden voor een verbeterde aanpak liggen. Partners die samen een volledig beeld creëren en hebben van de personen waarover zij spreken. In Bergen op Zoom zagen ze bijvoorbeeld dat dit bij LVB problematiek veel uit kon maken, problematiek die vaak verborgen blijft en die juist veel invloed heeft op de wijze waarop iemand benaderd en bejegend kan worden.

In Amsterdam wordt daarom bij het zoeken van een maatoplossing voor personen gestart met een screening om te checken of alle informatie van de cliënten op orde is, van dit onderzoek is ook screening op ggz-problematiek een onderdeel17. Binnen Bergen op Zoom werd hierover ook aangegeven dat vaak bekend is over deze doelgroep dat ze opnieuw problematiek tegenkomen waardoor ze vaak uit zorg ‘vallen’. In de benadering wordt daarom een ‘waakvlamfunctie’ gemist. We missen een waakvlamfunctie als het wel goed gaat in zorg, dus nu is het minimaal 2,19 uur begeleiding per week maar eigenlijk zou je per maand willen kijken. Zo hoef je iemand niet meteen los te laten. Daarmee wens je ook een lange indicatie, het risico laag is omdat je maandelijkse een half uur contact hebt. Zo kun je mensen toch blijven 17

De gemeente Amsterdam gaf aan dat dit screeningsinstrument mogelijk ter beschikking kan komen van de gemeente Nijmegen Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

25

volgen, zij hebben het gevoel dat ze er niet alleen voor staan en je kan voorkomen dat ze weer op straat belanden. Naast de aanpak werden, zoals bovenstaand aangegeven, personen die geen recht op zorg hebben en personen waarbij verslaving en ggz-problematiek beiden spelen, als hardnekkige doelgroep onderkend. Wat betreft niet-rechthebbenden op zorg (zoals Europeanen, statuslozen en personen die in andere gemeenten kansrijk zijn) bestaat een zeer diverse benadering. Valente gaf hierover aan dat dit komt doordat een gemeente zelf kiest welke aanpak ze voor deze doelgroep hanteren. Algemeen wordt gezien dat het omgaan met deze doelgroep erg lastig is: Opvang kost geld en niets doen levert overlast op. Je moet als gemeenten dus eigenlijk gaan lobbyen dat hier een landelijke regeling voor komt. In de tussentijd organiseert Breda vanuit de gemeente een bed-, bad- en broodregeling voor ongedocumenteerden. Daarnaast proberen ze waar mogelijk mensen toe te leiden naar stichting Barka. En als het echt niet anders kan, dan is de enige oplossing die gezien wordt inzetten via politie en het IND inschakelen, hoewel ook deze oplossingen weinig (duurzame) uitkomsten kennen. In ’s-Hertogenbosch wordt gekozen voor een aanpak door veiligheid en zorg gezamenlijk. In eerste instantie wordt ingezet op het verleiden van personen voor zorg via stichting Barka.

Daarnaast wordt door politie ingezet op stapelen van overtredingen en samen met IND kijken naar uitzetten. Als iemand niet terug wil en niet problematisch is wordt gekeken hoe vanuit het straatpastoraat, bemoeizorg en MO iemand in Nederland kan blijven. Dan faciliteert de stad ook dat deze personen tijdelijk in de opvang mogen verblijven. In Haarlem wordt aangegeven hoe een dagopvang wordt verzorgd voor deze doelgroep. Een inloopcentrum waarbij personen een kleine vergoeding en een warme maaltijd krijgen, zo ontstaat een ingang bij een lastig te bereiken doelgroep. Haarlem geeft daarbij aan dat ze een aantal keer hebben meegemaakt dat er mensen waren die geen recht hadden maar die wel zeer problematisch waren. Dus toen hebben we toch gezegd dat de GGD hierop in kon gaan zetten om zorg te organiseren. Betreffende de doelgroep waarbij zowel psychiatrie als ggz-problematiek speelt wordt aangegeven dat het lastig is een duurzame oplossing te vinden in de keten voor personen die langdurig verslaafd zijn. In Amsterdam is dit uiteindelijk geëscaleerd op het moment dat er een verslaafde ggz’ers waren die niet door de ggz werd behandeld, omdat ze verslaafd waren. Op dat moment heeft de burgemeester met de vuist op tafel geslagen (‘ook dit zijn burgers’) en is het veld uitgedaagd.

Omdat er een ruim aanbod aan instellingen was heeft een partij gezegd het toch te willen doen.’ In ’s-Hertogenbosch wordt gezien dat het bij deze groep gaat om echt maatwerk, een passende eigen plek waar ze geen overlast veroorzaken voor de omringende omgeving. Zij zien dat deze groep ook niet past binnen de Housing First principes. Daarom zijn ze nu bezig een ‘voorziening langdurig verblijf’ te creëren, gebaseerd op het Heem in Woerden18. Dat wordt bij ons een boerderij in de polder die van de gemeente was. Het is bewust niet in een wijk, niet te veel prikkels en ze kunnen hier wel blijven gebruiken. Dat is voor mensen die hardnekkig zijn en járen in opvang verblijven. Op dat terrein komen 22 woonunits te staan, de boerderij zelf is de gezamenlijke ruimte. Mensen die daar 18

https://www.legerdesheils.nl/midden-nederland/de-heem-heijcopperkade

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

26

worden geplaatst zijn voor een deel Wlz, forensisch en Wmo. Zij kunnen daar blijven zitten tot de dood. Er komt beveiliging op, een gedragstherapeut, maar in principe blijven ze vrij om doen wat ze willen.

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

27

4.

Hoe verder?

4.1

Beleid

De gedachten om het Nijmeegse beleid te herijken lopen mooi samen op met de inspanningen waaraan Nijmegen zich heeft gecommitteerd, voor eind 2021. Wij denken dat het bij een stad als Nijmegen past om bij de herijking van het beleid aan te sluiten bij de ambities en uitgangspunten van het Rijk en de adviezen van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving19. Het Rijk suggereert drie sporen 

Het begint met inzet op preventie van dakloos worden van Nijmegenaren in een kwetsbare situatie (programmatisch werkend), dit gaat over preventie en vroegsignalering van huisuitzetting; inzetten van buddy’s en andere interventies gericht op preventie; voorkomen dak- en thuisloosheid na uitstroom uit een instelling, bv Jeugdzorg 18-/18+, GGZ en na detentie Vernieuwing en verbetering van de maatschappelijke opvang, door verbetering van de uitstroom (denk aan op de cliënt afgestemd maatwerk) en inzetten op kwaliteit en kleinschaligheid van de maatschappelijke opvang (onder andere door waar mogelijk slaapzalen om te bouwen tot één of tweepersoonskamers, en (op termijn) zoveel mogelijk af te bouwen. Wonen eerst, Begin met een woonplek als waardige en rustgevende aanvangssituatie voor begeleid herstel. Maatschappelijke opvang alleen als niet anders kan en idealiter niet langer dan drie maanden Alle dak- en thuisloze mensen kunnen in lijn met het RVS-advies doorstromen naar een zo zelfstandig mogelijke passende woonplek met maatwerk begeleiding. Hierover maken gemeenten afspraken met corporaties en huurdersverenigingen.

Op het eerste spoor zou Nijmegen vooral moeten doorgaan met de huidige aanpak. Wel zou nog kunnen worden gekeken of een programmatische aanpak, uitgaand van life events, denk aan de vier sporen baar dakloosheid van de RVS (oa uitstroom uit een instelling/detentie) nog kansen voor verdere verbetering biedt. Een dergelijke Nijmeegse aanpakzou in lijn zijn met de ontwikkelingen elders in Nederland. Het mooie is dat in de interviews in Nijmegen er ook steun lijkt te bestaan voor een dergelijk aanpak. Net als 15 jaar geleden, toen de komst van het MFC en de maatschappelijke opvang een zichtbare verbetering opleverden, is het tijd voor een impuls, een koerswijzing die past bij de Nijmeegse ambities. Programmatisch werken op Nijmegenaren in een kwetsbare situatie Rotterdam en Arnhem werken programmatisch voor burgers in een kwetsbare situatie (is net iets anders dan kwetsbare burgers). Dit om afstemming te garanderen tussen de vele inspanningen van de gemeente en haar partners. Hier zit ook een buurt en Wmo-component aan. Mensen die naar hun buren omkijken en tijdig ingrijpen of melden als er buurtgenoten in een kwetsbare situatie komen. Een aanpak die met de gevolgen van Covid, inkomensachteruitgang en werkloosheid, des te actueler is.

19

Pagina 15 van Een (t)huis, een toekomst

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

28

4.2 Beleidsuitvoering Voor de hardnekkigen, waarvoor de beschikbare interventies uitgeput lijken, zijn de volgende mogelijke opties naar voren gebracht:  Een doorpakker  Verdere intensivering van de samenwerking tussen de zorg-politie en het Veiligheidshuis. En ook  Een veldwerker-plus  Zeer intensief en dicht-op-de-persoon casemanagement De invulling van het bovenstaande kan op verschillende wijzen, maar we kunnen ons voorstellen dat een doorpakker met een duidelijk mandaat meer aan de slag gaat met uitvoerders, managers en bestuurders, dus vooral aan de overlegtafels en bilateraal. Met nieuw elan, energie en een resultaatgerichte opstelling Een veldwerker bewijst zijn meerwaarde vooral buiten, op straat in het contact met cliënten. De veldwerker zou wellicht ook verantwoordelijk kunnen zijn voor het intensieve case management.De twee kunnen complementair zijn. 4.3

Doorbraakpilot Top 15&15

De Top 15&15 is een prioritering die vertaald kan worden in een hernieuwde samenwerking die aan geprioriteerde Nijmegenaren die overlast geven (15) of zorg behoeven (15). Dit zijn gedeelde belangen van zorg en veiligheid. Bij een Top 15&15 doorbraakpilot kan gedacht worden aan een intensivering van:  Bestuurlijke aansturing en coördinatie, al dan niet via een doorpakker die met enthousiasme en meer mogelijkheden ;  De samenwerking tussen veiligheid en zorg, aan overlegtafels én op straat. De doorpakker moet uitdrukkelijk een procesrol spelen om te zorgen dat partijen vanaf het begin samen goed in de wedstrijd zitten. Iedereen moet zich gezien voelen en erkend worden om zijn mogelijkheden en onmogelijkheden;  Een pro-actiever en intensiever casemanagement: korte communicatielijnen en resultaatgericht werken die resulteren in effectievere samenloop tussen zorg en veiligheid  Een outreachende persoonlijke bejegening door een veldwerker-plus, die kort op de cliënten zit en in samenwerking met een stadsmarinier en casemanager resultaten probeert te boeken.; Een resultaatgerichte aanpak, waarbij de noodzakelijke mogelijkheden aanwezig zijn om succes te kunnen boeken.an het hanteren van een Top 15&15 aanpak zit een aantal nadelen  Het zou de suggestie kunnen wekken van ‘oplosbaarheid’. Alsof prioritering hetgeen is dat ontbreekt.

In dit geval is er bij de top sprake van hardnekkige, complexe en langdurige problematiek én zijn de beschikbare Nijmeegse interventiemogelijkheden, naar verluidt, allemaal al ingezet. Vandaar dat wij humaan en realistisch als waarden voor aanpak voorstellen. Het worden geen modelburgers, maar deze burgers worden zo geplaatst dat realistisch het maximale eruit wordt gehaald, de menselijke waarden optimaal worden bewerkstelligd en de overlast vermindert.De mensen zitten al in allerlei andere doelgroepaanpakken: denk aan prostitutieproject, Housing first, en zeker niet als laatste, het Zorg- en Veiligheidshuis. Een nieuwe tafel en aanpak kan ook dubbel of zelfs verstorend zijn. Er lijkt mogelijk een tegenstrijdigheid tussen de constatering dat zo ongeveer alles wel ingezet is op deze gekende hardnekkige groep, en het voorstel om met een doorbraakpilot Top 15&15 te komen. Wat kan een Top 15&15 aanpak bereiken als alles al is geprobeerd? Of wellicht behulpzamer: onder welke voorwaarden kan een doorbraakpilot toch meer resultaat hebben? Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

29

Wij zijn er van overtuigd dat een doorbraak niet alleen noodzakelijk is maar ook mogelijk. Ook de partijen die wij hebben gesproken nderkennen dat er waarschijnlijk meer mogelijk is als er met frisse energie en elan aan de gang wordt gegaan. Voortbouwend op verder verbeterde samenwerking tijdens dit onderzeks- en adviestraject. Het kan als er met hernieuwde energie gericht gewerkt wordt aan een geprioriteerde groep individuen, met geupdate dossiers inclusief alsnog eenGGZ-screening als die er nog niet is; en alles wordt geperst uit de huidig beschikbare interventies. Dat vraagt voor elk van deze individuen maatwerk waarvoor werkvloercreativiteit nodig is en bestuurlijke druk, een nieuw mandaat en, voor deze overzichtelijke groep, medewerking van woningcorporaties en GGZ (zorgverzekeraars). Ook En als dit allemaal niet of niet voldoende oplevert, weet je zeker dat alles is geprobeerd en kan dit teruggegeven worden aan de politiek. De politiek kan zich dan inzetten voor wettelijke aanpassingen, eigen beleid aanpassen of andere zaken die ontbreken beijveren. Kortom, wij denken dat er vier redenen is die pleiten voor een doorbraakpilot Top 15&15  Het is de meest veelbelovende aanpak om op korte termijn de overlast terug te dringen.

 Met hernieuwde mandaat en energie, frisse blik, kan zichtbaar worden wat het maximale is dat uit het huidige beleid en de uitvoering daarvan kan worden gehaald én wat er ontbreekt.  De uitvoering van een doorbraakpilot kan op overzichtelijk kleine schaal innoverend en verkennend werken worden met de uitgangspunten van toekomstig beleid, bijvoorbeeld met starten met woonplekken en andere inzet GGZ bij dubbeldiagnostiek (psychiatrie en verslaving).  Het kan bijdragen aan het waarmaken van het door Nijmeegse aangegane commitment aan de gezamenlijke inspanning van ‘Een (t)huis, een toekomst. Het kan de kickstart zijn voor die aanpak, en de weg bereiden voor bestuurlijke afspraken rondom zorg, wonen en veiligheid.  Voor deze doorbraak in maatwerk op individuniveau is het een voorwaarde dat het benodigde instrumentarium (woonplekken, ambulante zorg, GGZ inzet) voor handen is. Vormgeving van de pilot Plek: het Zorg- en Veiligheidshuis? Wat daar voor pleit zijn de succeservaringen met de Top X aanpak van personen met verward gedrag. In een coalitie van gemeente, politie en zorg is daar goed werk verricht. Minder is dat een aantal mensen daar al lang en te lang besproken wordt. Het zal dus afhangen van de uitgebreidere mandaten, bestuurlijke backing en vooral medewerking van de corporaties en de zorgverzekeraars.

Aangezien een het overgrote deel van de Top 15&15 waarschijnlijk een dubbeldiagnose heeft, moet de GGZ goed in de pilot zitten. Na het vinden van een woonplek als startpositie is de zorgcomponent doorslaggevend, samen met dwang en drang en justitiële mogelijkheden in voorkomende gevallen. In den lande werd gewaarschuwd voor het beeld dat ‘veiligheid’ de lead krijgt bij een aanpak voor kwetsbare mensen met een sterke zorgbehoefte. In de Nijmeegse situatie zou het Zorg- en Veiligheidshuis, met een actieve rol van de GGD, een kansrijke propositie zijn. Het moet, het kan Wij bespeuren een gevoel van urgentie en de daarmee gepaard gaande commitment en bereidheid van partijen om voor dit vraagstuk een doorbraak te creëren; een verbetering waar een aantal kwetsbare burgers én de stad recht op heeft. Net als 15 jaar geleden, toen de situatie van een aantal kommervolle personen aanleiding gaf voor een noodzakelijke investering in de Nijmeegse maatschappelijke opvang, die tot een zichtbare verbetering leidde.

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

30

Bijlagen Bijlage 1: tabel politiegegevens Overlasttype (registratie politie) Locatie

2017

2018

2019

Jan en feb 2020

Van zwervers

Nijmegen

321

335

484

130

Nijmegen Centrum

156

170

302

88

Benedenstad

21

19

40

Stadscentrum

135

151

262

Nijmegen-Oost

51

43

90

Bottendaal

14

20

27

Galgenveld

13

5

4

Altrade

16

10

37

Hunnerberg

1

1

6

Hengstdal

2

6

7

Kwakkenberg

1

0

1

Groenewoud

3

1

4

Ooyse Schependom

1

0

4

Nijmegen

797

971

988

155

Nijmegen Centrum

405

543

489

78

Benedenstad

48

35

42

Stadscentrum

357

508

447

Nijmegen-Oost

128

135

128

Bottendaal

31

25

28

Galgenveld

20

29

17

Altrade

41

34

51

Hunnerberg

12

17

13

Hengstdal

14

11

9

Kwakkenberg

0

5

2

Groenewoud

8

9

4

Ooyse Schependom

2

5

4

Nijmegen

1005

1202

1224

252

Nijmegen Centrum

262

377

328

89

Benedenstad

39

43

33

Stadscentrum

223

334

295

Nijmegen-Oost

185

187

219

Bottendaal

41

27

43

Drugs- en drank

Verwarde personen

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

9

21

46

31

Galgenveld

31

33

31

Altrade

21

32

37

Hunnerberg

15

14

16

Hengstdal

40

42

53

Kwakkenberg

8

12

13

Groenewoud

25

25

21

Ooyse Schependom

4

2

5

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

32

Bijlage 2: Tabel Burgerpeiling per buurt voor de jaren 2013, 2015, 2017 en 2019 Nijmegen

2013

2015

2017

2019

rapportcijfer bewoners voor buurt

7,5

7,4

7,5

7,6

% vindt dat buurt afgelopen jaar vooruit is gegaan

15%

16%

17%

15%

% vindt dat buurt in afgelopen jaar achteruit is gegaan

17%

16%

17%

20%

score voor sociale samenhang

5,9

5,8

5,8

5,8

% voelt zich vaak onveilig

3%

2%

2%

2%

% voelt zich soms onveilig

15%

15%

13%

13%

% vindt dat in de buurt veel vernield wordt

9%

8%

9%

8%

75%

71%

72%

73%

6%

7%

9%

9%

% vindt de buurt schoon % met indruk vaak in de buurt voorkomt

dat

% met indruk dat vaak in de buurt voorkomt

overlast

van

zwervers

3%

4%

4%

4%

% met indruk vaak in de buurt voorkomt

dat

jongerenoverlast

12%

12%

14%

10%

8%

7%

8%

8%

Nijmegen-Centrum

2013

2015

2017

2019

rapportcijfer bewoners voor buurt

7,5

7,6

7,5

7,7

% vindt dat buurt afgelopen jaar vooruit is gegaan

14%

12%

12%

23%

% vindt dat buurt in afgelopen jaar achteruit is gegaan

18%

14%

20%

16%

score voor sociale samenhang

4,8

5,1

4,7

5,0

% voelt zich vaak onveilig

3%

5%

2%

5%

% voelt zich soms onveilig

24%

17%

19%

12%

% vindt dat in de buurt veel vernield wordt

19%

14%

16%

16%

77%

74%

72%

73%

23%

27%

24%

20%

% met indruk dat overlast vaak in de buurt voorkomt

drugsoverlast

van

omwonenden

% vindt de buurt schoon % met indruk vaak in de buurt voorkomt

dat

% met indruk dat vaak in de buurt voorkomt

overlast

van

zwervers

25%

25%

29%

27%

% met indruk vaak in de buurt voorkomt

dat

jongerenoverlast

31%

30%

39%

24%

10%

10%

11%

11%

Nijmegen-Oost

2013

2015

2017

2019

rapportcijfer bewoners voor buurt

8,2

7,9

8,1

8,1

% vindt dat buurt afgelopen jaar vooruit is gegaan

10%

12%

16%

11%

% vindt dat buurt in afgelopen jaar achteruit is gegaan

11%

9%

10%

16%

score voor sociale samenhang

6,4

6,3

6,4

6,3

% met indruk dat overlast vaak in de buurt voorkomt

drugsoverlast

van

omwonenden

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

33

% voelt zich vaak onveilig

1%

0%

1%

1%

% voelt zich soms onveilig

11%

12%

6%

8%

% vindt dat in de buurt veel vernield wordt

6%

3%

2%

4%

% vindt de buurt schoon

84%

78%

83%

79%

2%

4%

4%

6%

% met indruk vaak in de buurt voorkomt

dat

% met indruk dat vaak in de buurt voorkomt

overlast

van

zwervers

2%

3%

3%

4%

% met indruk vaak in de buurt voorkomt

dat

jongerenoverlast

9%

9%

11%

8%

6%

6%

8%

9%

% met indruk dat overlast vaak in de buurt voorkomt

drugsoverlast

van

omwonenden

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

34

Bijlage 3: Deelgebieden en typen overlast: 

Oranjesingel: o Overlast dak- en thuislozen, verslaafden en personen met verward gedrag o Dealen van (hard) drugs o Gebruik van drugs- en alcohol in de openbare ruimte en op privé terreinen o Wildplassen en wildpoepen o Hangen en slapen op straat en in portieken en op privé terreinen o Bedelen o Vernielingen/vermogensdelicten o Verloedering van het straatbeeld (zwerfvuil, fietsen) o Gevoelens van onveiligheid Julianapark o Dealen en gebruik van drugs op de Wedren en parkeerplaats Julianapark o Dealen op en rondom het Karel de Grote College o Prostitutie in de steegjes rondom deze locatie (onder andere Waldeck Pymontstraat) o Overlast dak- en thuislozen o Bedelen o Verloedering van het straatbeeld (zwerfvuil, fietsen) Coffeeshop de Wedren o Verkeersproblematiek rondom Coffeeshop de Wedren  Betaald parkeren  Hard rijden, snel optrekken en remmen  Asociaal (parkeer)gedrag  Intensieve verkeersbewegingen o Dealen en gebruiken in en rondom het Julianapark o Verloedering van het straatbeeld (zwerfvuil, fietsen)

Augustus 2020 - Samenwerken aan vermindering overlast op straat in Nijmegen

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=77be6294-bf3f-4114-a808-90775e40e868