Eindnotitie Boa's met beelden
Tekst van het document
BOA’S MET BEELDEN Evaluatie Nijmeegse proef bodycams
1
In diverse gemeenten worden boa’s uitgerust met bodycams. De achterliggende doelen om boa’s uit te rusten met bodycams verschillen per gemeente. In de meeste gevallen wordt een afname van geweld tegen boa’s en een verhoging van hun veiligheidsgevoel genoemd. Ook in de gemeente Nijmegen hebben van 1 februari 2020 tot en met 7 augustus 2022 verschillende proefperiodes met het dragen van bodycams door boa’s plaatsgevonden. In totaal konden er twaalf bodycams in de dagelijkse praktijk gebruikt worden. De proef met de bodycams in Nijmegen kende twee doelen:
Boa’s in Nijmegen gebruiken de Zepcam T2 bodycam ontwikkeld voor professionele gebruikers
1. Veiligheidsdoelstelling: het verbeteren van het veiligheidsgevoel bij boa’s door het dragen/gebruiken van de bodycam; 2. Opleidingsdoelstelling: het inzicht geven in eigen handelen bij de boa’s door het maken/achteraf bekijken van beelden. Bureau Beke heeft de proef met de bodycams geëvalueerd. Voor deze evaluatie zijn meerdere activiteiten uitgevoerd, zoals het analyseren van een speciale bodycamregistratie, opgevraagde beelden en intervisieverslagen. Daarnaast is er een aantal stellingen aan de boa’s voorgelegd. Alle bevindingen zijn in meerdere groepssessies teruggelegd aan de boa’s en hun leidinggevenden, om deze in het juiste perspectief te plaatsen. In deze notitie worden de bevindingen vanuit al deze bronnen beschreven en met elkaar in verband gebracht om de volgende onderzoeksvragen die voor de evaluatie zijn geformuleerd te beantwoorden: 1. Wat is het effect van de inzet van bodycams op het veiligheidsgevoel van de boa’s? 2. Is er sprake van preventieve werking van de gedragen/gebruikte bodycams op het gedrag van burgers?
Veiligheidsdoelstelling: verbeteren veiligheidsgevoel boa’s Opleidingsdoelstelling: professionaliseren optreden boa’s
3. In hoeverre biedt de inzet van bodycams inzicht in eigen handelen bij de boa’s? 4. Welke buiten de twee doelstellingen liggende toepassingsmogelijkheden biedt de inzet van bodycams voor boa’s?
De coronapandemie heeft enige invloed op het onderzoek gehad. Bij de opdrachtgever en Bureau Beke ontstond de gedachte dat de lockdown een volledig uitvoerbare proef in de weg stond. Zo konden de Vierdaagsefeesten in 2020 niet doorgaan en kon het gebruik van de bodycams in die periode niet gevolgd worden. Daarom is besloten tot drie aanvullende proefmaanden, waarin Oud en Nieuw 2021/2022, Koningsdag 2022 en de Vierdaagsefeesten 2022 vielen.
2
BEVINDINGEN OP HOOFDLIJNEN Van 1 februari 2020 tot 7 augustus 2022 hebben Nijmeegse boa’s in verschillende periodes proefgedraaid met bodycams. Dit om te evalueren of de bodycams voor boa’s een probaat middel vormen voor een veilig gevoel tijdens het werk op straat en voor het verschaffen van inzicht in het eigen handelen. Voor de evaluatie zijn verschillende activiteiten verricht. De bevindingen per activiteit staan hierna vermeld.
ger en zijn van mening dat de bodycam positief bijdraagt aan het optreden op straat en/of de uitrusting. Wel zijn boa’s van mening dat ze, ondanks het dragen van de bodycam, niet anders handelen. Dit is een bevinding die ook uit de vragenlijst naar voren komt en indicatief lijkt voor de hoge mate van professioneel optreden.
Resultaten geanalyseerde bodycambeelden
Resultaten vragenlijst onder boa’s
Er zijn 77 door boa’s gemaakte beeldopnamen door de onderzoekers geanalyseerd. Daaruit blijkt dat het activeren van de bodycam in twaalf gevallen een de-escalerend effect had. In de rest van de situaties blijft een burger in dezelfde mate rustig (27 gevallen) of juist geagiteerd (38 gevallen). Er zijn relatief veel beelden met dak- en thuislozen en burgers onder invloed, op wie het gebruik van de bodycam minder effect heeft.
Om inzicht te krijgen in de ervaringen met een bodycam hebben boa’s na 1.499 diensten een online vragenlijst ingevuld. Tijdens 15 procent van de diensten (229 gevallen) is door de boa’s overwogen om de bodycam aan te zetten. Na afweging van de situatie en de context door boa’s wordt de bodycam in net iets meer dan helft (119 gevallen) daadwerkelijk aangezet. Dat betreft dus 8 procent van alle diensten. De bodycam wordt gebruikt wanneer er sprake is van (dreiging) van verbaal of fysiek geweld, het benaderen van groepen of opstandige personen en in het kader van het vastleggen van beelden voor bewijsvoering. Het gaat dus zowel om het preventief aanzetten van de bodycam als om het inschakelen tijdens een incident. In groepsgesprekken die de onderzoekers met de boa’s hebben gehouden, geven zij aan dat burgers de bodycam regelmatig opmerken en er daardoor sprake lijkt van een preventieve werking.
Resultaten intervisiegesprekken tussen boa’s onderling Mede met behulp van bodycambeelden hebben boa’s in kleine groepen meerdere intervisiegesprekken gehouden. Gaandeweg ontwikkelden deze gesprekken zich tot een goed instrument om inzicht te krijgen in het eigen handelen. Dit geldt zowel voor sterke punten als verbeterpunten.
Reflectie op de doelen
Resultaten lijst met vijf stellingen, voorgelegd aan boa’s
Het eerste doel (verbeteren van het veiligheidsgevoel) wordt behaald. Met het tweede doel (beelden voor opleiding) zijn goede en veelbelovende vorderingen gemaakt. Het is wel nodig om een aantal randvoorwaarden voor deze gesprekken nog nader in te vullen, anders blijven de gesprekken te vrijblijvend.
Tijdens drie groepsgesprekken tussen onderzoekers en boa’s is een serie van vijf stellingen aan de boa’s voorgelegd. Uit de reacties op de stellingen komt duidelijk naar voren dat boa’s de bodycam als een meerwaarde zien. Boa’s voelen zich veili-
3
BOA’S EN INZET VAN DE BODYCAM Figuur 1 – Wel versus niet activeren bodycam
Resultaten vragenlijst
3 %2 %
Aantal ingevulde vragenlijsten
14 %
Boa’s die tijdens de dienst een bodycam droegen, is gevraagd om een korte vragenlijst in te vullen. In totaal zijn er van 1 februari 2020 tot 7 augustus 2022 1.499 vragenlijsten ingevuld. Dat is gemiddeld ruim drie vragenlijsten per dag.
52 % 30 %
Aantallen wel/niet activeren bodycam
Ja
In de 1.499 registraties is in 229 gevallen (15 procent) overwogen om de bodycam aan te zetten. We gaan nu eerst dieper in op deze 229 gevallen. Na de overweging wordt in ruim de helft van de gevallen de bodycam daadwerkelijk aangezet. Zie figuur 1.
Nee, ik kon een incident met de burger oplossen zonder de bodycam aan te zetten Nee, ik wilde wel, maar het incident met de burger was er niet naar om de bodycam aan te zetten Nee, dat zou het incident met de burger laten escaleren Nee, maar ik heb bij de burger wel aangegeven dat ik beelden zou kunnen maken
119 incidenten waarbij de bodycam is aangezet
Figuur 2 – Redenen voor activeren bodycam 2% 2% 2%
In 119 van de 1.499 registraties (8 procent) werden boa’s geconfronteerd met een incident waarbij de bodycam is aangezet. Het gaat dan om de soorten incidenten weergegeven in figuur 2.
9% 12 % 55 %
Wanneer we de 229 overwegingen om de bodycam aan te zetten aan de 119 incidenten relateren, dan geven boa’s regelmatig meer redenen aan dan het incident alleen. De beeldanalyse en de groepsgesprekken bevestigen deze constatering.
15 % 25 %
Verbaal geweld
Fysiek geweld persoonsgericht
Intimidatie
Discriminatie
Preventief aanzetten
Fysiek geweld zaakgericht
Bewijslast
Overige
Ervaringen van boa’s in de groepsgesprekken Bevindingen uit de analyse van bodycambeelden
Meerdere boa’s geven aan dat de coronapandemie ertoe leidde dat burgers meer geagiteerd waren. Een deel van de handhavende taken rondom de coronaregels was bij de boa’s belegd, hetgeen soms resulteerde in een negatieve houding bij burgers. Vanwege de eigen veiligheid is de bodycam daarom regelmatig aangezet.
De beelden wijzen uit dat de bodycam niet alleen is aangezet wanneer de eigen veiligheid direct in het geding is, bijvoorbeeld bij (het voorkomen van) een incident. Zo zijn er beelden gemaakt van overtredingen rondom de coronaregels en beelden van overlastgevende burgers. 4 4
BOA’S EN INZET VAN DE BODYCAM Locaties van de opgenomen bodycambeelden
Ervaringen van boa’s in de groepsgesprekken
Van 112 van de 119 incidenten is bekend waar de bodycam geactiveerd is. Uit onderstaande figuren blijkt dat de bodycambeelden hoofdzakelijk in het centrum zijn gemaakt. Dit heeft als mogelijke reden dat hier frequenter gesurveilleerd wordt.
Veel boa’s werken in bepaalde wijken in de stad, met elk een eigen dynamiek. Enkele boa’s geven aan dat hun diensten zich voornamelijk concentreren in wijken buiten het centrum. Zij zien in deze wijken minder noodzaak om de bodycam te dragen voor de eigen veiligheid. In het algemeen geven de boa’s aan dat de bodycam in het centrum van Nijmegen wel goed bruikbaar is voor de veiligheid van boa’s.
Figuur 3 – Gebruik bodycam bij incidenten per wijk in percentages (grafiek) en aantallen (kaart)
2%
1% 1%
4% 5% 5% 5% 5% 72 % Ressen
Nijmegen-Noord 5x
Oosterhout
Lent
do m
et
che
tri
Stadscentrum il sku Wo lf
‘t Akker
veld
Nije Veld
Ka
mp
Hese
Nijmegen-Centrum 82x er
Altrade Ga
lge
nv eld
berg
ld Zwanenve
Go
Tolhuis
Aldenhof
Meijhorst jk di ad St
Dukenburg 2x
nna St. A
t ffer
Heijendaal
ei
se H
ert Hat
Lankforst
ewoud Groen
nbos
Kerke
rg
ken Kwak
mp
ka
n ze Ha
be
Hengstdal
Neerbosch Oost
De
‘t Broek
Hu
nn
al enda
Bijst erhu izen
es
He
Bott
Nee r Wes boscht
Lindenholt 6x
tad
Oo yse S
us ind en Ha
tka Wes
Benedens
Biezen
ve n-
k
ldij naa
Nijmegen-Oud-West 6x
pen
er
re
in
Nijmegen-Nieuw-West 4x
Nijmegen-Oost 5x
Brakkenstein Grootstal
Malvert
Nijmegen-Midden 1x
Hatert
of nh
ze
ee W
g
Nijmegen-Zuid 1x
an
elz
g Vo
5
PREVENTIEVE WERKING BODYCAM de veelvoorkomende geweldssoorten verbaal geweld en intimidatie zien de boa’s een positief effect (figuur 4 ): in 35 procent van deze situaties neemt het geweld af wanneer de bodycam wordt aangezet. Juist bij fysiek geweld tegen personen of zaken had het aanzetten van de bodycam geen dempend effect; kennelijk is de situatie dan al te zeer geëscaleerd om nog effect van de bodycam te krijgen.
Effect van het activeren bodycam volgens boa’s De boa’s is gevraagd naar het effect van het aanzetten van de bodycam tijdens incidentsituaties. In de meerderheid van de door de boa’s gemelde incidenten (60 procent) had het activeren van de bodycam geen effect. In enkele gevallen (5 procent) nam het geweld zelfs toe. Vooral bij
Figuur 4 – Effect activatie bodycam
0%
20%
40%
60%
80%
100%
Verbaal geweld (n=50) Discriminatie (n=1) Intimidatie (n=27) Fysiek geweld (zaaksgericht) (n=1) Fysiek geweld (persoonsgericht) (n=11) Bewijslast (n=12) Preventief aanzetten (n=17) Overige (n=2) Nam af
Geen effect
Nam toe
Ervaringen van boa’s in de groepsgesprekken
Bevindingen uit de analyse van bodycambeelden
Tijdens de groepsgesprekken benadrukken de boa’s meerdere malen dat een preventieve werking van de bodycam tijdens een incident slechts een deel van de reikwijdte van de bodycam op burgers aangeeft. Tijdens hun diensten merken de boa’s namelijk regelmatig dat burgers de bodycam opmerken en daar (in de regel positief ) commentaar op geven. Veel boa’s zijn er stellig van overtuigd dat hierbij sprake is van een preventieve werking, dus nog voordat een eventueel incident zich voor gaat doen.
Tijdens de proef zijn 77 geregistreerde beeldopnamen geanalyseerd. De 77 opgevraagde beeldopnamen zijn door 21 verschillende boa’s gemaakt, waarbij de boa’s ieder één tot veertien opnames hebben gemaakt. In twaalf van de 77 gevallen blijkt het aanzetten van de bodycam een de-escalerend effect te hebben. In 65 gevallen trad er bij de burger(s) geen verandering in gemoedstoestand op; ze bleven ofwel geagiteerd (38 gevallen) ofwel betrekkelijk rustig (27 gevallen). In de laatste gevallen is de bodycam regelmatig aangezet omdat de boa de beelden wil gebruiken voor het verzamelen van bewijslast of omdat hij/zij zich in een onbekende ruimte moest begeven.
6
DE BURGERBLIK OP DE BODYCAM De reactie van burgers op de bodycam
Figuur 5 – Reactie burgers op bodycam
Hoewel dit niet de hoofdmoot van het onderzoek vormt, is deels ook de reactie van burgers op de bodycam in de proef meegenomen. De vragenlijst onder de boa’s wijst uit dat 13 procent van de burgers actief op de bodycam reageerde. Hierbij gaat het In de meeste gevallen om een positieve reactie (86 procent). Slechts tijdens één dienst (1 procent) geeft een boa aan een negatieve reactie te ontvangen naar aanleiding van de bodycam. De overige reacties (13 procent) waren neutraal. Daarnaast kan het ook zo zijn dat burgers de bodycam opmerkten, maar dit niet lieten blijken. Figuur 5.
87 %
13 %
86 %
Geen reactie Reactie Positieve reactie
13 % 1%
Neutrale reactie Negatieve reactie
Bevindingen uit de analyse van bodycambeelden
Ervaringen van boa’s in de groepsgesprekken
Er zijn relatief veel beelden met dak- en thuislozen en burgers onder invloed. Het effect van de bodycam op deze groep is gering. Deze groep heeft vaak niet in de gaten dat ze gefilmd worden, ondanks een aanzegging van cameragebruik door de boa. De “reguliere” burger lijkt het meest vatbaar voor de aanzegging van het gebruik van de bodycam.
Tijdens de groepsgesprekken geven de boa’s aan dat naast het verbale commentaar dat burgers op de bodycam geven ook sprake is van “non-verbale opmerkzaamheid”. In het laatste geval zien boa’s dat burgers bijvoorbeeld naar het rode lampje op het apparaat kijken.
Om te kijken wat de reactie van burgers tijdens drie evenementenmaanden (Oud & Nieuw, Koningsdag en Vierdaagsefeesten) is, zijn in de proef extra onderzoeksmaanden uitgevoerd. Het blijkt dat burgers die tijdens deze evenementen in contact komen met boa’s niet wezenlijk anders reageren dan “reguliere” burgers.
7
BOA’S EN HUN EIGEN VEILIGHEID Tijdens bezoeken aan bureau Toezicht & Handhaving zijn door Bureau Beke vijf stellingen aan de boa’s voorgelegd. Dit gebeurde op drie momenten tijdens het eerste deel van de proefperiode: voorafgaand aan de proef (de nulmeting in januari 2020), twee maanden na de start van de proef (de eenmeting in maart 2020) en driekwart jaar na de start van de proef (de tweemeting in oktober 2020). Eén van de stellingen was ‘Door de bodycam voel ik me tijdens het werk veiliger’. Uit figuur 6 blijkt dat deze stelling door een (grote) meerderheid van de boa’s wordt bevestigd.
Eerder is bij de redenen voor het aanzetten van de bodycam tijdens een incident al aangegeven dat een substantieel deel (15 procent) dit doet vanwege preventieve overwegingen. Dit bevestigt het beeld dat boa’s de bodycam als veiligheidsinstrument gebruiken. Het gaat dan bijvoorbeeld om ‘een voorgevoel dat dit gesprek anders had kunnen aflopen’, ‘ik ging tijdens een noodverordening alleen op vier man af’ of ‘Ik was alleen ter plaatse na een achtervolging, de man had een niet-aangelijnde hond en gaf me een naar onderbuikgevoel’.
Figuur 6 – Stelling over veiligheid boa’s Door de bodycam voel ik me tijdens het werk veiliger
0
20
% eens
40
60 80 100 nulmeting
eenmeting
tweemeting
Ervaringen van boa’s in de groepsgesprekken In alle groepsgesprekken beamen de boa’s het veiligheidsaspect achter de bodycam. Daarnaast spreken enkele boa’s over een “domino-effect” van de bodycam. Dit houdt volgens hen in dat een burger zal merken dat een boa zich veilig voelt, hetgeen het veiligheidsgevoel van de burger ook zal bevorderen. Wel wordt door een enkeling aangegeven dat zelfbewust optreden van boa’s niet té afhankelijk moet worden van het gebruik van de bodycam. Dit zou tot onzekerheid kunnen leiden als de bodycam niet voorhanden is.
8
BOA’S EN PROFESSIONEEL OPTREDEN Vier stellingen die in de eerste groepsgesprekken zijn voorgelegd hebben betrekking op het dagelijks optreden. De mate waarin de boa’s de stellingen onderschrijven staan in figuur 7 weergegeven. Het algemene beeld is dat de boa’s over de drie metingen ongeveer dezelfde mening houden. De reacties van de boa’s op de stellingen geven een positief beeld met betrekking tot de meerwaarde van de bodycam voor de dagelijkse praktijk. Een (grote) meerderheid is van mening dat de bodycam bijdraagt aan het optreden op straat en/of de uitrusting. Toch zorgt de bodycam niet voor ander of riskanter optreden op straat, omdat slechts weinig boa’s het eens zijn met stellingen over anders of risicovoller optreden. Deze laatste bevinding komt ook terug in de vragenlijstantwoorden onder boa’s.
Bevindingen uit de analyse van intervisieverslagen Van januari t/m juli 2022 zijn elf intervisies en een zogenaamde Training Regeling Toetsing Geweldsbeheersing BOA uitgevoerd. De verslagen van deze bijeenkomsten zijn onderzocht. Een interessante bevinding is dat er een duidelijke ontwikkeling in de bijeenkomsten op te merken is. Aanvankelijk wordt hoofdzakelijk verslag gedaan van de houding van de burger (bijvoorbeeld ‘mensen worden zich bewust van hun eigen gedrag’) en technische aangelegenheden (bijvoorbeeld ‘de bodycam gaat geen hele dienst mee’). Maar na ongeveer drie maanden valt op dat er meer introspectie bij de boa’s komt. Voorbeelden hiervan zijn ‘collega bleef rustig waar de burger hoog in de emotie zat’ en ‘communicatie richting betrokkene was niet duidelijk, waardoor onbegrip ontstaat’. De verslagen bieden sowieso goede inzichten in sterke punten en verbeterpunten rondom het optreden van de boa’s.
Figuur 7 – Stelling over professioneel optreden
De bodycam helpt me bij het optreden op straat
De bodycam voegt wat toe aan mijn uitrusting
Ik verwacht dat ik met de bodycam anders ga optreden
Met de bodycam zal ik vaker riskante situaties aangaan
Ervaringen van boa’s in de groepsgesprekken 0
20
% eens
40
Aan de boa’s is gevraagd wat precies de meerwaarde van de bodycams is. Zij benoemen vier kernelementen: een verhoogd veiligheidsgevoel, van daaruit een zekerder optreden, een preventief effect en een middel om te reflecteren op eigen optreden. Nu de proef met de bodycams is afgelopen, zeggen nagenoeg alle boa’s de bodycam te missen. Een enkeling mist hem niet, maar dit heeft volgens eigen zeggen ook te maken met het meer rustige gebied waar deze boa’s hoofdzakelijk werken.
60 80 100 nulmeting
eenmeting
tweemeting
Bevindingen uit de analyse van bodycambeelden In de 77 beeldopnamen zit voldoende materiaal voor de intervisie. Het betreft zowel beelden die inzicht geven in succesvol optreden als beelden waarin kansen liggen voor het optimaliseren hiervan.
9
INTERVISIE EN BODYCAMBEELDEN Uit de intervisieverslagen blijkt dat bodycambeelden zijn gebruikt voor de intervisiebijeenkomsten. Zelf gaven we eerder in deze notitie aan dat tussen de opnames bruikbare beelden zitten voor de
intervisie. In het laatste, afsluitende groepsgesprek hebben we de boa’s voorgelegd wat de toekomst van de intervisie zou kunnen zijn en welke rol de bodycambeelden hierin kunnen spelen.
Ervaringen van boa’s in de groepsgesprekken Aan de boa’s is gevraagd of het gebruik van bodycambeelden meerwaarde heeft voor de intervisie en, zo ja, op welke wijze dit vormgegeven moet worden. De boa’s zelf geven aan dat ze beeldmateriaal hebben kunnen gebruiken voor de intervisies. Toch zijn ze kritisch op de wijze waarop de beelden tijdens de intervisie gebruikt worden. Bij voorkeur zien zij het volgende vierfasenmodel: • Een boa die beelden heeft gemaakt bepaalt zelf of hij/zij de beelden aandraagt voor intervisie; • De beelden worden vervolgens met een kleine groep collega’s bekeken; • Tijdens het bekijken van de beelden geeft de boa zelf aan wat er naar zijn mening (minder) goed ging; • Vervolgens gaat de groep boa’s het gesprek aan over de te gebruiken goede aanpak en over suggesties voor zaken die optimaler kunnen.
REFLECTIE OP DE DOELEN EN ONDERZOEKSVRAGEN Doelen en onderzoeksvragen
Ook wat betreft onderzoeksvraag 2 (‘Is er sprake van preventieve werking van de gedragen/ gebruikte bodycam op het gedrag van burgers?’) zijn de resultaten positief. Er blijkt namelijk sprake van een de-escalerende werking van de inzet van bodycams. Deze werking werd door boa’s in een derde van de ingevulde vragenlijsten inderdaad opgemerkt, maar kwam wel minder voor in de geanalyseerde beelden. Het blijkt dat de werking van bodycams vooral geldt voor de lichtere vormen van geweld, vooral verbaal geweld. Wanneer we kijken naar burgers, dan blijken vooral “reguliere” burgers rustiger te worden door de bodycam. Daarentegen heeft het middel amper effect op dak- en thuislozen. Overigens wijzen de boa’s veelvuldig op de notie die burgers hebben van de
Tijdens de proef in Nijmegen hebben de volgende doelen centraal gestaan: 1. Veiligheidsdoelstelling: het verbeteren van het veiligheidsgevoel bij boa’s door het dragen/gebruiken van de bodycam; 2. Opleidingsdoelstelling: het inzicht geven in eigen handelen bij de boa’s door het maken/ achteraf bekijken van beelden. Vanuit diverse bronnen komt naar voren dat de eerste doelstelling behaald is; boa’s voelen zich veiliger door het dragen/gebruiken van de bodycam. Daarmee is de eerste onderzoeksvraag (‘Wat is het effect van de inzet van bodycams op het veiligheidsgevoel van boa’s?’) beantwoord. 10
bodycam, ook als zich geen incident voordoet. Dit blijkt uit opmerkingen van burgers of blikken op de bodycam. Boa’s zijn van mening dat hier ook een preventieve werking van uitgaat. Onderzoeksvraag 3 luidt: ‘In hoeverre biedt de inzet van bodycams inzicht in eigen handelen bij boa’s?‘ In het tweede deel van de proefperiode is gebleken dat de beelden die met de bodycams zijn gemaakt verschillende keren zijn gebruikt voor intervisiedoeleinden. Hoewel de boa’s aanvankelijk vooral reflecteerden op het gedrag van burgers en technische onvolkomenheden, hebben ze al snel de koers verlegd naar het beschouwen van hun eigen optreden. Via de bodycambeelden, in combinatie met de intervisie, is het dus mogelijk om boa’s inzicht in eigen handelen te bieden (doelstelling 2). Wel lijkt het noodzakelijk om een aantal randvoorwaarden voor deze intervisie te formuleren. Zo moeten a) leerdoelen geborgd zijn, b) intervisies op vaste, periodieke momenten uitgevoerd worden en c) beelden op een voor boa’s “veilige” manier getoond worden. Een suggestie kan zijn om hier in eerste instantie externe begeleiding aan te koppelen, om deze punten verder uit te werken. Anders vrezen wij dat de invulling van de tweede doelstelling te vrijblijvend blijft.
De laatste onderzoeksvraag is ‘Welke buiten de twee doelstellingen liggende toepassingsmogelijkheden biedt de inzet van bodycams voor boa’s?’ Uit de evaluatie komt naar voren dat er sprake is van een aantal extra toepassingsmogelijkhe-
den van de bodycams. Eerder is al aangegeven dat de bodycam deels een preventieve werking heeft, ook als geen sprake is van een incident. Daarnaast blijkt de bodycam, vooral in het begin van de proef (en tijdens de coronapandemie) in enkele gevallen gebruikt te zijn voor het vastleggen van situaties ten behoeve van bestuurlijke handhaving. Verder is de bodycam ook gebruikt om eigen optreden te legitimeren (bijvoorbeeld vanwege verward burgers die boa’s beschuldigen van grensoverschrijdend gedrag). Uit onderzoek van Flight (2017) blijkt dat juist de focus op de vooraf vastgestelde doelen rondom bodycams lastig is vol te houden: ‘Het kan nooit kwaad om ook te mikken op bijvangst (tenzij die concurreert met het hoofddoel), maar de meeste inspanning zou op het primaire doel moeten worden gericht’. 1 Juist dat proces heeft zich ook in de proef met de bodycams in Nijmegen voorgedaan.
1. Flight, S. (2017). De mogelijke meerwaarde van bodycams voor politiewerk. Een internationaal literatuuronderzoek. Politie & Wetenschap, Apeldoorn; Sander Flight Onderzoek & Advies, Amsterdam.
Colofon Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Auteurs: Jos Kuppens en Henk Ferwerda Analyses: Juno van Esseveldt Vormgeving en foto’s: Marcel Grotens
© Bureau Beke, 2022
bureaubeke.nl