CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Dr. Jan Berendsstraat 69

Besluitronde (raadsvergadering) 22 december 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D10 d.d. 19 oktober 2021 inzake Start Beschermingsprocedure 1e groep Beschermingsprogramma1.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening

Plaatselijke aanduiding monument

Dr. Jan Berendsstraat 69 Aanwijzingsbesluit

n.t.b ID-code

2933 Redengevende omschrijving van het monument

INLEIDING

Het seinhuis is in 1960 gebouwd in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen naar ontwerp van Koen van der Gaast. Het gebouw kwam tot stand binnen de maatschappelijke context van de naoorlogse efficiencyslag van de spoorwegen en de daaruit voortkomende invoering van het systeem van Centrale Verkeersleiding (CVL). De CVL werd ingevoerd om het treinverloop in betere banen te leiden vanaf één locatie; eerder werden seinen en wissels ter plaatste bediend. Met de komst van de CVL was dit niet meer nodig en gebeurde dit vanaf een post. Het baanvak van Nijmegen-Blerick werd als eerste in Nederland met het nieuwe systeem uitgerust. Nabij het station Nijmegen werd een seinhuis gebouwd, van waaruit 33 wissels en 67 seinen op het 57 kilometer lange baanvak werden bediend. Het ontwerp van het seinhuis was van K. van der Gaast, die vanaf 1950 als architect in dienst was bij de Nederlandse Spoorwegen. Dit ontwerp was gebaseerd op het ontwerp voor het (conventionele) seinhuis in Arnhem, dat door zijn voorganger, H.G.J. Schelling, was gemaakt. In zijn ontwerpen waren soberheid, gebruiksvriendelijkheid en doelmatigheid de sleutelbegrippen. Omwille van een zo kort mogelijke bouwperiode, zo laag mogelijke kosten en een zo groot mogelijke flexibiliteit werd voor het ontwerp van het seinhuis aan de Dr. Jan Berenddstraat 69 uitgegaan van systeembouw en een min of meer gestandaardiseerd ontwerp.

In de jaren zeventig werd vanwege een betere procesbeheersing en de lagere kosten besloten het spoorwegnet voortaan te besturen vanuit enkele grote centrale posten. Bemande seinhuizen, zoals die in Nijmegen, werden overbodig. De seinhuizen zijn inmiddels allemaal gesloopt als gevolg van aanpassingen aan het betreffende baanvlak. Hoewel er al in 1976 plannen waren om de verkeersleiding van het baanvak Nijmegen-Blerick naar Arnhem over te hevelen, duurde het nog tot april 2000 voordat het seinhuis in Nijmegen werd verlaten. OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT

Het seinhuis bevindt zich aan de rand van het rangeerterrein van station Nijmegen, ten zuiden van de wijk Bottendaal. Het gebouw ligt direct tegen het talud van de spoorkuil en parallel aan het spoor en de busbaan. Naast het seinhuis bevindt zich een kleine vrijstaande installatieruimte. Het rechthoekige gebouw met plat dak is onderkelderd en telt één

blad 1 van 5

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 1

bovengrondse bouwlaag, die wordt afgesloten door een ranke daklijst met groot oversteek. Op deze onderbouw staat een excentrisch geplaatste achthoekige (‘paddestoelvormige’) opbouw met tentdak.De totale hoogte bedraagt 8,97 meter. De teruggeplaatste entrees in portieken bevinden zich aan de oostzijde.Het gebouw heeft een constructie van baksteen en gewapend beton. De wanden van de onderbouw zijn uitgevoerd in baksteen. Het dak is gedekt met bitumen. De naoorlogs modernistische bouwstijl van het gebouw komt tot uiting in de strakke hoofdvorm, de soberheid en de materiaalkeuze. De compositie van de gevels is symmetrisch en kent een duidelijke onderverdeling in een ‘kop’ (seinkamer), een ‘hals’ (trappenhuis) en een ‘romp’ (onderbouw). Door de excentrische positie van de bovenbouw oogt het seinhuis als een sphinx. Het gevelbeeld van de onderbouw is gesloten. De in halfsteensverband met platvolle voegen gemetselde geveldelen zijn opgetrokken in gele baksteen. De geveldelen van de ‘hals’ en ‘kop’ van de opbouw zijn uitgevoerd in witgeschilderd gewapend beton. ’Hals’en ‘kop’ vormen door hun grote transparantie een sterk contrast met de gesloten onderbouw. In de onderbouw zijn slechts in de oost- en noordgevel openingen uitgespaard, respectievelijk voor de twee entrees en de berging (oostgevel) en een drietal hooggeplaatste vensters (noordgevel).

De bovenbouw is aan de vijf zijden met zicht op het emplacement voorzien van grote vensters, voor een goed rondzicht op het naastgelegen rangeerterrein. Het dak heeft een groot overstek, waardoor een zonneluifel ontstaat voor het personeel in de seinkamer. De deuren en deurkozijnen in de oostgevel zijn van staal. Boven de deuren en in de daarboven gelegen oostgevel van de ‘hals’ zijn vlakken van vierkante glastegels aangebracht. In de westgevel van de ‘hals’ zijn verticale lichtopeningen aangebracht. Alle glasoppervlakken zijn inmiddels afgesloten met stalen platen of een stalen rasterwerk. Om hinderlijke weerspiegeling van het zonlicht te voorkomen zijn de grote vensters in de bovenbouw achterover hellend, onder een hoek van circa 10 graden geplaatst. De meest in het oog springende verbijzonderingen in het gevelbeeld is de achthoekige paddestoelvormige bovenbouw met tentdak en afgeschuinde onderkant. plattegrond en interieur De plattegrond van het seinhuis is eenvoudig en doelmatig van opzet. Achter de noordelijke entree bevindt zich een portaal dat toegang geeft tot de berging, de toiletruimte, de ruimte voor de centrale verwarming en het trappenhuis. De relaisruimte en de daarachter gelegen accuruimte zijn toegankelijk via de zuidelijke entree en waren onbemand, waardoor ze niet direct in verbinding staan met de werk- en verblijfvertrekken.

Behalve van binnenuit is de berging ook bereikbaar vanuit het portiek van deze entree. De centrale plaatsing van de trap in de bovenbouw zorgt ervoor dat in de seinkamer rondom ruimte vrij is. Aan de drie van het emplacement afgekeerde zijden zijn de bedieningstableaus geplaatst.

blad 2 van 5

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 2

De seinkamer is verder voorzien van een houten trafobord en tafelbladen en schappen van spaanplaat met folie en een randprofiel. Alle binnenwanden zijn voorzien van pleisterwerk. De wanden in de relaisruimte en accuruimte zijn bovendien bespoten met betonemaille. WAARDERING

Het seinhuis is in 1960 gebouwd in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen en naar ontwerp van K. van der Gaast. Het gebouw kwam tot stand binnen de maatschappelijke context van de naoorlogse efficiencyslag van de spoorwegen en de daaruit voortkomende invoering van het systeem van Centrale Verkeersleiding. cultuurhistorie In cultuurhistorisch opzicht is het gebouw een typologisch en bouwtechnisch goed voorbeeld van een seinhuis ten behoeve van CVL, een systeem met een gebouwtype dat in de jaren ’60 zijn intrede deed als gevolg van de rationalisering op het spoor. Het gebouw is van waarde als eerste voorbeeld van een seinhuis dat specifiek voor CVL werd gebouwd. Het gebouw is tevens exemplarisch voor de centralisering in de aansturing van het spoor in de jaren zestig. architectuurhistorie In architectuurhistorisch opzicht is het seinhuis een goed voorbeeld van een utiliteitsgebouw in modernistische bouwstijl en als zodanig representatief voor het oeuvre van K. van der Gaast. Ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de effectvolle contrastwerking tussen de introverte bakstenen onderbouw en de expressieve transparante betonnen bovenbouw. Vrijwel identieke seinhuizen hebben gestaan te Arnhem, Dordrecht, Gouda en Woerden.

Allen zijn inmiddels gesloopt als gevolg van aanpassingen aan het betreffende baanvak, waarbij ook de installaties werden vervangen en de oude seinhuizen overbodig werden. De CVL-post in Nijmegen is thans het laatste seinhuis van het ‘paddestoel’-type in Nederland en daardoor in architectuurhistorisch opzicht uniek/zeldzaam. stedenbouw In stedenbouwkundig opzicht maakt het seinhuis deel uit van het emplacement, behorende bij het centraal station van Nijmegen. De functionele samenhang is groot. De relatie met het emplacement blijkt duidelijk uit de vrije ligging en de transparante vormgeving van de dakopbouw, van waaruit nog altijd een vrij zicht mogelijk is over het emplacement.

Bronnen:

F. Mulder en L. van Meijel, Waardestelling Seinhuis Nijmegen (Nijmegen 2007).

blad 3 van 5

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 3

[einde omschrijving]

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---Kadastrale tenaamstelling Eigenaar: Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):

gegevens juni 2021

Hatert M 5769

foto’s op vervolgblad

blad 4 van 5

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 4

blad 5 van 5

Adres.doc

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=dd684584-6842-420f-8794-1cd0d918bfaa