CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Doddendaal 20-124

Besluitronde (raadsvergadering) 30 november 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Beschermingsvoorstel 2e groep Beschermingsprogramma Nijmeegs Erfgoed Beschermd (59/2022)1.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening

Plaatselijke aanduiding monument

Doddendaal 20-124, Achter de Carmel 1 Aanwijzingsbesluit

n.t.b ID-code

3294 Redengevende omschrijving van het monument INLEIDING

Het vooroorlogse Doddendaal was een straat met veel katholieke instellingen: de Fransiscuskerk, het Sint Annagesticht, het RK weeshuis en het RK ziekenhuis. Op de plek van het oude R.K.ziekenhuis stichtte karmelietenpater Titus Brandsma het karmelietenklooster dat in 1930 werd geopend met de ingang aan Doddendaal. De omgeving Doddendaal werd op 22 februari 1944 zwaar getroffen door bombardementen. Na de oorlog werden de restanten van het karmelietenklooster gesloopt. J.G. Deur en C. Pouderoyen ontwierpen een nieuw klooster en nieuwe kerk. Het stratenverloop veranderde. Achter Valburg en Kroonstraat, een stadsblok zuidelijker gelegen, werden de huidige straat Doddendaal. Doddendaal werd de oost-west as van het nieuwe assenkruis dat werd toegevoegd aan het al bestaande assenkruis. Twee nieuwe torens, bij het Carmelklooster en aan het centrumplein werden als landmarks bij de gerestaureerde St. Stevenskerk en de Broerstraatkerk toegevoegd. Klooster en aansluitend kerk werden met de lange zijden aan de kop van het nieuwe Doddendaal gesitueerd. De driebeukige hallenkerk lag met de entree en een uitgebreide trappartij aan de Kroonstraat. Aan het zuideinde van de kerk lag de sacristie, de schakel tussen kerk en toren. De toren is tegen het klooster aangebouwd. Pouderoyen (1912-1993) kreeg na de oorlog bekendheid met zijn stedenbouwkundige werk.

Samen met dom Hans Van der Laan en Nico van der Laan onderwees hij de architectuurtheorie van dom Van der Laan tijdens een architectuurcursus in Den Bosch. De architectuurstroming de Bossche School was geboren. De theorie werd toegepast op de her- en nieuwbouw van in WOII beschadigd geraakte katholieke Brabantse kerken en is samengevat te omschrijven als: de natuur kent ontelbare maten; architectuur is leesbaar en verbindt de mens met zijn proces van kennis. Leesbaarheid en ruimtelijkheid werden bereikt door hantering van een strikt matenstelsel gebaseerd op de verhouding 3:4. In Nijmegen bouwde Pouderoyen o.a. de winkelpanden Van de Werff en Van Haaren, de Apotheek Burchtstraat en de Raad van Arbeid aan het Keizer Karelplein. OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT De kerk uit 1949-1951 werd in 1981 gesloopt ten behoeve van een studentenhuisvesting. Ook de westelijke vleugel van het klooster werd gesloopt zodat van de carré-vorm met binnentuin een U-vorm overbleef. Het voormalige kloostergebouw werd van binnen aangepast. De kerktoren en bijruimten van de sacristie bleven gespaard. Tevens een paar bewaarde kerkrudimenten aan de noordzijde. Het nieuwe appartementencomplex werd tegen het einde van de noordvleugel gebouwd en daarmee verbonden. De drie resterende vleugels van het voormalige klooster zijn tweebeukig; de westelijke gesloopte vleugel was eenbeukig.

Daarvan vormden de binnenste beuken de kloosteromgang. De binnenbeuken van de oost- en westzijde zijn eenlaags, de overige bouwdelen tweelaags. Het complex is deels

blad 1 van 7

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 1

onderkelderd: onder de noordelijke vleugel en onder het noordelijke deel van de oostvleugel. Het is afgedekt met licht overkragende, schild- en zadeldaken met grijze dakpannen. De bouwstijl heeft Romaans aandoende kenmerken door het gesloten karakter van de met bruine bakstenen en platvolle voegen uitgevoerde, zware gevels, door de kleine en getoogde vensteropeningen met stalen ramen met roedenverdeling en met wit geverfde beton en natuursteen accenten en door de flauwe hellingshoeken van de daken. De buitengevelindelingen tonen een gelijk stramien. De keldervensters zijn klein, vierkantig met een robuuste en witgeschilderde latei, middenstijl en onderdorpel. In de eerste bouwlaag zitten rondom deels enkele en deels gekoppelde, getoogde vensters met strekken waaronder een zware, wit geschilderde dorpel. De tweede bouwlaag kent rechthoekige vensters, meest gekoppelde, met een opvallende wit geschilderde zuil en kanteel tussen de twee ramen. Aan de onder- en aan de bovenkant grenzen de vensters aan doorlopende witgeschilderde gevelbanden. De hiervan afwijkende vensters in de tweede bouwlaag van de noordvleugel zijn kleine gangvensters.

Aan de representatieve zuidvleugel met de entree zijn de volgende aanbouwen: tegen de toren, uit de rooilijn stekend, de bijruimten van de sacristie onder schuin pannendak, met twee getoogde ramen en kleine toiletramen en aan de zijkant een dichtgemetselde entree. Aan de oostzijde een als erker uitgebouwde zaal, uitgevoerd in wit geschilderde betonnen stijlen en balken, waartussen rechthoekige houten ramen met roedeverdeling en afgedekt met een schuin pannendak. Tussen toren en erker is de kloosterentree: een hoge, getoogde opening met een strek waaronder traptreden met smeedijzeren gebogen relingen, met verdiept gelegen houten paneeldeuren, waarboven het reliëf ‘Tronende Maria’ van J.H. Goldenbeld uit 1950-1951. Voorts in de noordoosthoek van de noordgevel een afwijkende gevelindeling namelijk een getoogde opening met een diep gelegen houten deur en schuin daarboven een luik met hijsbalk. De achtergevels grenzend aan de binnentuin hebben hetzelfde stramien als de voorgevels met het verschil dat de getoogde openingen in de eerste bouwlaag aan de achterzijde grote deur/vensteropeningen zijn. Deze zijn gekoppeld en liggen in verdiepte gevelvelden. Aan de oostzijde zijn ze toegepast met boogstrekken en penanten die door siermetselwerk lijken op pilasters met kapitelen. Een stoep van betonnen treden ligt langs de achtergevels en het maaiveld van de binnentuin.

Aan de oostzijde grenst een rijwieltrap naar de kelder aan de gevel. De toren, op een plattegrond van een ongelijkzijdige rechthoek opgetrokken in een handvormsteen, onderkelderd, vormt een eenheid in stijl met het voormalige klooster door gelijksoortige getoogde vensteropeningen en vensteraccenten en gelijk flauw hellend schilddak met een kruis op de nok. Grote getoogde openingen (galmgaten) in de top: gekoppelde waartussen een zware zuil aan de brede zijden, enkele aan de smallere zuid- en noordzijde, daarboven kleine ronde, witte openingen. Kleine rechte vensters met witte latei en dorpel halverwege aan de west- en oostzijde en aan de noordzijde op lagere hoogte een dubbele getoogde opening met witte middenstijl, kapiteel en dorpel. De torenentree aan de westzijde ligt verhoogd aan een gemetselde trap langs de gevel, met een bordes met een sierlijk gesmeed hek, verdiept in een getoogde doorgang waarin een houten deur waarboven een witte latei. Links van de trap een kelderraam met witte latei en dorpel . Veranderingen aan het exterieur: Hermetselen muur sacristie, aan de westzijde van de noordgevel zijn een nieuwe keldertrap en kelderkozijnen gebouwd.

blad 2 van 7

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 2

Interieur Interieurbezoek heeft niet kunnen plaatsvinden. De onderstaande beschrijving geeft derhalve de oorspronkelijke interne situatie weer gebaseerd op archiefstukken. Op de begane grond lagen de gemeenschappelijke vertrekken in de buitenste beuken, deels aan een tussengang: in de zuidvleugel aan Doddendaal de pastoorskamer, de kloosterentree, gastkamers en een zaal, in de noordvleugel de eetzaal, keuken en bijkeuken, in de oostvleugel recreatiezalen van de broeders en de paters, een kamer voor de pater provinciaal en een secretariaat. Lei vloeren. Op de verdieping lagen de broeder ‘cellen’ aan een gang; in de oostvleugel cellen aan beide zijden van de gang, de gesloopte westvleugel was een bibliotheek, in de hoeken aan de westzijde grotere vertrekken van de voormalige kleermakerij en ziekenkamer. De trappenhuizen bevinden zich in de noordoost- en in de zuidwesthoek; aan de oostzijde in de hoeken badkamer en toiletten. Uit de stukken kan in ieder geval opgemaakt worden dat in 1981 de volgende wijzigingen plaatsvonden. In de kelderruimte zijn bergingen gebouwd. Op kelderniveau zijn verschillende ventilatieroosters aangebracht. In het algemeen zijn de openingen in het schoon metselwerk vol gemetseld en aan de schone zijde terug liggend gestuct. Boven de ramen van de ‘cellen’ zijn ventilatieroosters aangebracht.

Zolderplafondisolatie en verlaagde plafonds zijn aangebracht, houten vloeren zijn vervangen door cementvloeren, enkele stalen ramen zijn door nieuwe stalen exemplaren vervangen. WAARDERING Het voormalige Carmelietenklooster , in de huidige gereduceerde vorm, is cultuurhistorisch van waarde als bijzondere uitdrukking van (verdwenen) religieus bewustzijn, als uitdrukking van de lange kloostertraditie en van een verzuilde vroeg-naoorlogse samenleving. Stedenbouwkundige waarde wegens de situering, welke nauw verbonden is met de ontwikkelingsgeschiedenis van de Nijmeegse binnenstad, vanwege de toren als landmark in het silhouet van de stad, vanwege de omvang die beeldbepalend is voor het wederopgebouwde Doddendaal. Wat betreft dit laatste aspect heeft het ensemblewaarde met het tegenoverliggende seniorenhuis, eveneens in een Bossche School-stijl en overeenkomstig in bouwvorm met openbare hoven. Architectuurhistorische waarde als herkenbaar en redelijk gaaf klooster in de traditionalistische bouwtrant van de vroege Bossche School naar ontwerp van J.G. Deur en C. Pouderoyen met een krachtige uitstraling. Vanwege de interne ordening en samenhang van individuele kamers en gemeenschappelijke buitenruimten. WAARDERING GEBONDEN KUNST Reliëf uit 1951, ‘Tronende Maria’, in grijze natuursteen in een twintigste-eeuwse neo-romaanse stijl van J.H.

Goldenbeld (1923), een beeldhouwer en schilder met lokale bekendheid. Voorstellende een barmhartig tafereel van Maria met kind, twee engelen en twee knielende monniken. Monniken knielend aan de zijkant, zoals in de late middeleeuwen de opdrachtgevers van een schilderij knielend op de zijpanelen werden afgebeeld. Het reliëf is klein en ligt in het gevelvlak, steekt daar iets uit. Maar door kleurcontrast met de bakstenen en de plasticiteit van het werk komt het krachtig naar voren. Van toegevoegde waarde vanwege de overeenkomst tussen de functie van het klooster en de boodschap van het kunstwerk. Vanwege de overeenkomst in romaanse stijl tussen architectuur en het kunstwerk. Vanwege de inpassing als klein maar krachtig en ornament.

blad 3 van 7

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 3

Bronnen: https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Carmelietenklooster Architectenweb [einde omschrijving]

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):

gegevens december 2021

Nijmegen C 8953

foto’s op vervolgblad

blad 4 van 7

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 4

blad 5 van 7

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 5

blad 6 van 7

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 6

blad 7 van 7

Adres.doc

\71ss

'

\

«.s

L

I

¥

•

o-

.--" O

....

o

..,

O

I

>

/

"-~~-

I

Monumentenregister Nijmegen Doddendaal 20-124, Achter de Carmel 1, ID-code 3294

[

2022-02-o8 10

0

Schaal 1:500

6

,$ N'

} 'ymegen

v

] 20m

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=13d2836d-808f-4659-a302-2518fcdf1541