D43 d.d. 12 december 2024 van de Rekenkamer over Meta-analyse Energietransitie
Tekst van het document
34
Lacunes
4.4 Reflectie op externe ontwikkelingen en landelijk beleid De energietransitie is continu aan verandering onderhevig: wetenschap en innovatie zorgen voor nieuwe inzichten en kansen, ambities worden gevormd en bijgesteld, nieuw beleid wordt uitgevoerd en geëvalueerd, en geopolitieke ontwikkelingen bewegen de mondiale energiemarkt. Rekenkamers reflecteren in hun onderzoeken (nog) beperkt op dergelijke ontwikkelingen, terwijl deze een wezenlijke impact hebben op decentrale overheden en de bevolking. Zo zorgen stijgende energieprijzen bijvoorbeeld door toenemende energiearmoede, terwijl landelijke instrumenten juist nieuwe kansen kunnen bieden om lokale opgaven beter aan te pakken. Het zou waardevol zijn voor decentrale overheden en rekenkamers om meer aandacht te hebben voor externe ontwikkelingen en ontwikkelingen in landelijk beleid zodat hier lokaal op ingespeeld kan worden. Het probleem is hoogstwaarschijnlijk niet de bekendheid met dergelijke ontwikkelingen, maar de vertaling hiervan naar (aangepast) beleid. Advies aan decentrale overheden
Ga periodiek na in hoeverre er veranderingen zijn in de beleidscontext van jouw organisatie. Doe dit bijvoorbeeld aan de hand van een DESTEP-analyse, waarbij demografische, economische, sociaal-culturele, technologische, ecologische en politiek-juridische omgevingsfactoren geïdentificeerd worden. Bespreek waar veranderingen hebben plaatsgevonden, welke kansen en uitdagingen dit oplevert voor duurzaamheidsbeleid en hoe je hier als organisatie op kan inspelen.
4.5 Energiearmoede Een externe ontwikkeling die onvoldoende aandacht krijgt in gemeentelijke rekenkameronderzoeken is energiearmoede. Sinds 2021 hebben hoge energieprijzen geleid tot een toename in de aandacht voor dit onderwerp. Een huishouden is energiearm wanneer het laag inkomen heeft in combinatie met een hoge energierekening en/of een woning van slechte energetische kwaliteit.6 Gemeenten hebben een belangrijke rol in het aanpakken van energiearmoede. Zo kunnen gemeenten nationaal beleid implementeren en uitvoeren, zoals de energietoeslag in 2022 en 2023, en kunnen ze ook zelf maatregelen treffen om huishoudens te ondersteunen, bijvoorbeeld met energiecoaches. Er is op dit moment nog weinig aandacht voor energiearmoede in rekenkamerrapporten, waardoor onduidelijk is in hoeverre dit onderwerp (expliciet) onderdeel is van gemeentelijk beleid. Het is raadzaam om als gemeente te monitoren op energiearmoede en om hier actief beleid voor te ontwikkelen. Advies aan rekenkamers
Evalueer de wendbaarheid van decentrale overheden. In hoeverre zijn overheden in staat om ontwikkelingen te signaleren en het beleid op basis hiervan aan te passen? Is dit proces doeltreffend en doelmatig? 6 TNO (2024). Energiearmoede in Nederland 2019-2023. Een overzicht van 2019
tot en met 2023 en een verdieping op onderconsumptie.
35
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies
5.2 Aanbevelingen
36
5.1 Conclusies Doordat de rekenkamers in hun onderzoeken eenzelfde inhoudelijke focus hebben, zijn de uitdagingen, conclusies en lessen goed te vergelijken. Vooral gemeenten ervaren vergelijkbare opgaven bij de uitvoering van hun duurzaamheidsbeleid. Het realiseren van doeltreffend en doelmatig beleid wordt vooral bemoeilijkt door een gebrek aan concrete en meetbare doelstellingen en structurele monitoring. Daarnaast is de raad niet altijd in staat haar kaderstellende en controlerende taak uit te voeren, bijvoorbeeld doordat de informatievoorziening ontoereikend is of doordat de raad zelf geen duidelijke positie inneemt ten aanzien van het onderwerp duurzaamheid. Verder besteden gemeentelijke rekenkamers veel aandacht aan de betrokkenheid van inwoners en andere stakeholders en wordt geconstateerd dat er ruimte is voor verbetering van de communicatie richting stakeholders, de participatie van inwoners, en de samenwerking met zowel burgerinitiatieven als met het bedrijfsleven.
Rekenkamerrapporten van provincies en waterschappen leveren beperkt overkoepelende lessen op, vooral omdat deze relatief vaker geënt zijn op specifieke onderwerpen. Als onderdeel van een gedecentraliseerde eenheidsstaat krijgen gemeenten veel verantwoordelijkheid in de energietransitie, maar ook veel ruimte om hun eigen plannen te ontwikkelen en uitvoeren. Gemeente zijn relatief goed in staat om zelf vraagstukken in de energietransitie op te pakken. Er zijn echter enkele vraagstukken waarbij gemeenten sterker afhankelijk zijn van provincies en het Rijk. Zo kampen veel gemeenten met capaciteitstekorten die het Rijk kan oplossen door meer budget beschikbaar te stellen. Daarnaast is de gemeente afhankelijk van samenwerking met andere bevoegd gezagen voor de realisatie van energie-infrastructuur die randvoorwaardelijk is voor de succesvolle uitvoering van hun duurzaamheidsbeleid. Tenslotte zouden gemeenten wellicht baat hebben bij een handreiking voor gestandaardiseerde monitoring, waarvoor zij afhankelijk zijn van de expertise en het organiserend vermogen van het Rijk.
Diverse onderwerpen krijgen minder aandacht in rekenkameronderzoeken en/of het duurzaamheidsbeleid van gemeenten. De sectoren industrie en landbouw zijn over het algemeen onderbelicht in duurzaamheidsbeleid van decentrale overheden, ook de formele bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Ook de samenhang met andere beleidsdomeinen (o.a. economie) komt beperkt aan bod in rekenkameronderzoeken, terwijl synergie tussen beleidsdomeinen de doeltreffendheid en doelmatigheid van gemeentelijk beleid bevordert. Tot slot kan beter ingespeeld worden op externe ontwikkelingen en landelijk beleid, zoals de toename van energiearmoede en de introductie van de nieuwe Omgevingswet.
37
5.2 Aanbevelingen In de analyse van do’s en don’ts behorend bij het Metadossier Energietransitie zijn diverse aanbevelingen gedaan voor het uitvoeren van rekenkameronderzoek naar de energietransitie. De onderzoekers onderschrijven deze aanbevelingen, welke zijn opgenomen in Bijlage 4. Daarnaast onderscheiden de onderzoekers drie aanvullende aanbevelingen voor rekenkamers, gevolgd door enkele aanbevelingen aan beleidsmedewerkers bij decentrale overheden en beleidsmedewerkers bij de Rijksoverheid.
rekenkamers 1. Voorkom dat rekenkameronderzoek reeds bestaande inzichten oplevert. Bestaande rekenkameronderzoeken over de totaliteit van het duurzaamheidsbeleid leveren veelal vergelijkbare inzichten op. Sommige knelpunten komen echter nadrukkelijker voor bij sommige gemeenten dan bij anderen. Om zo veel mogelijk te halen uit een rekenkameronderzoek kan het waardevol zijn om vooraf na te gaan welke knelpunten voorkomen in de betreffende gemeente en in hoeverre de aanbevelingen uit bestaande rekenkameronderzoeken en deze meta-analyse toegepast kunnen worden om deze knelpunten op te lossen. Voorkom dat nieuw rekenkamer-onderzoek bestaande inzichten oplevert en leg de focus op gemeente-specifieke onderwerpen en knelpunten. 2. Signaleer hiaten in en kansen voor duurzaamheidsbeleid. De energietransitie is continu aan verandering onderhevig. De implicaties van externe ontwikkelingen worden niet altijd tijdig gesignaleerd door gemeenten. Rekenkameronderzoek is momenteel vooral gericht op de huidige inrichting, uitvoering, doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid, maar zou ook een rol kunnen spelen in het identificeren van hiaten en signaleren kansen voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Rekenkamers kunnen onderzoeksvragen formuleren om externe ontwikkelingen en de hieruit volgende kansen en hiaten te onderzoeken. 3. Evalueer de wendbaarheid van decentrale overheden.
Behalve het agenderen van ontwikkelingen kunnen rekenkamers ook evalueren in hoeverre overheden zelf in staat zijn om ontwikkelingen te signaleren en het beleid op basis hiervan aan te passen. Zo zouden rekenkamers meer aandacht kunnen besteden aan onderwerpen zoals de Omgevingswet, energiearmoede en zelfs de samenhang van duurzaamheid met andere beleidsdomeinen.
38
5.2 Aanbevelingen Beleidsmedewerkers bij decentrale overheden 4. Zorg voor verankering van duurzaamheidsbeleid in de gemeentelijke organisatie. Deze meta-analyse bevat enkele suggesties om de processen rondom duurzaamheidsbeleid te professionaliseren, waaronder het introduceren van een structurele monitoringssystematiek, een protocol voor informatievoorziening aan de raad en een handleiding voor participatie. Deze tools zijn voorbeelden van manieren waarop je inspanningen ten aanzien van de energietransitie op de lange termijn kan inbedden in de gemeentelijke organisatie en de afhankelijkheid van individuen kan verminderen.
5. Voorkom verkokering van de gemeentelijke organisatie en organiseer samenhang met andere beleidsdomeinen. Duurzaamheid is een complex en veelomvattend onderwerp dat veel samenhang kent met andere beleidsdomeinen. Onderzoek in hoeverre huidige doelstellingen en beleidsplannen voor duurzaamheid aansluiten op de doelen en plannen in andere domeinen. Ga op zoek naar mogelijkheden om opgaven synergetisch op te pakken, door interactie tussen domeinen te verbeteren in de vorm van kennissessies of het ‘uitlenen’ van medewerkers .
6. Benut uitvoeringskracht van de samenleving. Bepaal hoe je als gemeente omgaat met participatie van inwoners, bewonersinitiatieven, energiecoöperaties en andere private stakeholders. Onderzoek welke kansen er zijn om de uitvoeringskracht van deze partijen beter te benutten en stel een participatieplan op om dit te realiseren.
7. Organiseer verbeterde monitoring op uitvoering en benut beschikbare monitors voor doelbereik. Rekenkamers doen verschillende suggesties voor monitoring van het duurzaamheidsbeleid, waaronder het stellen van SMART-doelen, het ontwikkelen van een structurele monitorings-systematiek en het introduceren van een protocol voor informatievoorziening aan de Raad. Zorg dat je als gemeente voldoende informatie hebt om doelstellingen en beleid waar nodig bij te sturen. Het is raadzaam om op projectniveau SMART-doelen te stellen en monitoren. Realiseer je echter dat beleid breder is dan individuele projecten, en meet ookde verschillende vormen van input voor beleid (zoals financiële middelen en netwerken waarin de gemeenten opereert) en overkoepelende uitkomsten. Maak voor het monitoren van doelbereik zo veel mogelijk gebruik van beschikbare bronnen, zoals de Klimaatmonitor.
39
5.2 Aanbevelingen Beleidsmedewerkers bij de Rijksoverheid 8. Inventariseer welke taken decentraal uitgevoerd worden en welke middelen hiervoor nodig zijn. Steeds meer taken worden bij gemeenten belegd, terwijl zij niet altijd de kennis, expertise en uitvoeringscapaciteit hebben om deze taken goed uit te voeren. De middelen die gemeenten tot hun beschikking krijgen zijn niet altijd toereikend om deze kennis, expertise en uitvoeringscapaciteit te realiseren. Ga na in hoeverre de middelen die gemeenten ontvangen in verhouding staan tot de taken die ze toegewezen krijgen vanuit het Rijk. 9. Onderzoek in hoeverre er behoefte is aan een handreiking voor monitoring. In deze meta-analyse wordt een voorstel gedaan voor een handreiking voor gestandaardiseerde monitoring om versnippering te voorkomen en lasten voor gemeenten te verlichten. Ga na in hoeverre er bij gemeenten daadwerkelijk behoefte is voor een dergelijke handreiking. Ga ook na in hoeverre je knelpunten kan wegnemen bij het gebruik van de Klimaatmonitor voor monitoring doelbereik op gemeentelijk niveau.
40
Bijlagen Bijlage 1. Lijst met rekenkameronderzoeken
Bijlage 2. ‘Tekst-bevraag-tool’ Bijlage 3. Analysekader Bijlage 4. Aanbevelingen Analyse “Do’s en Dont’s”
41 41
Bijlage 1a. Lijst met rekenkameronderzoeken Gemeentelijke rekenkameronderzoeken
•
Emmen, Onderzoek naar duurzaamheidsbeleid, 2024
•
Harlingen, rekenkameronderzoek naar het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Harlingen, 2020
•
Hilversum, Betrokkenheid inwoners energie en warmtetransitie, 2021
•
Hoeksche Waard, Gemeente Hoeksche Waard in 2040 energieneutraal? 2020
•
Krimpenerwaard, Quickscan De rol van de raad bij de Regionale Energiestrategie, 2023 Leeuwarden, Voortgang Energietransitie Leeuwarden, 2018
•
Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel, Raad weten met energie, 2020
•
Alphen aan den Rijn, Energieakkoord Holland Rijnland 2017-2025. Onderzoek naar de uitvoering in Alphen aan den Rijn, 2023
•
•
Amsterdam, Verduurzaming warmtevoorziening met warmtenetten. Geen geïsoleerd vraagstuk, 2019
•
Nijmegen, De knop om, Lessen voor de energietransitie, 2018
•
Apeldoorn, Verkenning energietransitie Apeldoorn, Schakelen naar de hoogte versnelling, 2018
•
Noordoostpolder, Energiek vooruit. Onderzoek naar de inzet van de gemeente Noordoostpolder in de energietransitie en de rol van de raad, 2020
•
BEL gemeenten (Blaricum, Eemnes en Laren), Inzicht in de energietransitie binnen de BEL-gemeenten, 2020
•
Papendrecht, Onderzoek duurzaamheidsbeleid, 2022
•
Bergeijk, Klimaatneutraal in 2025. Met hernieuwde energie, 2018
• •
• Middelburg, rekenkamerbrief Duurzaamheid Middelburg, 2022
• Ridderkerk, De energietransitie in Ridderkerk, 2021 •
Rotterdam, Warmte zonder leiding, 2019
Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Neunen, Son en Breugel, Veldhoven, Waarle , MRE & SGE Regionale Opgaven, 2018
•
’s-Hertogenbosch, Oss, Tilburg en Breda, De energietransitie in ’sHertogenbosch, Oss en Tilburg, 2023
Breda, Het Bredase klimaatbeleid Evaluatie 2008-2018- mooie ambities, nu naar meer resultaat! 2019
•
Steenwijkerland, rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland, 2022
• Den Haag, Meer doen met meedoen, bewonersparticipatie in de energietransitie, 2023 •
Den Helder, Quickscan Duurzaamheidsbeleid gemeente Den Helder, 2021
•
Eindhoven, Duurzaamheid The Next Step, 2017
• Stichtse Vecht, Worstelen met klimaatbeleid, 2022 •
Utrecht, Grip op energietransitie. Een onderzoek naar de
•
Utrecht, Onbegonnen werk: onderzoek naar de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed in Utrecht, 2022
beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente bij concrete projecten, 2021
42
Bijlage 1b. Lijst met rekenkameronderzoeken •
Veenendaal, Energie: Van ambitie naar transitie, 2020
•
Veere, De energietransitie in Veere: Onderzoek naar ambities, plannen en uitvoering, 2023
•
Veldhoven, Naar meer zicht op duurzaamheid, 2021
•
Venray, Energieambities Venray, 2022
•
Wageningen, Onderzoek naar de effectiviteit van het Wageningse klimaatbeleid, 2020
•
Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg en Zoetermeer,
•
Energie steken in participatie. Een onderzoek naar participatie ten behoeve van Regionale Energiestrategie 1.0, 2022 Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam Voorburg, Toezicht &
Handhaving Energiebesparingsplicht: Verkennend onderzoek rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam Voorburg, 2022
•
Zaanstad, Grip op warmtenetwerk Zaanstad, 2023
•
Zaanstad, Energiebesparings- en informatieplicht bij bedrijven in Zaanstad, 2023
•
Zeist, Zeist energieneutraal, onderzoek naar de gemeentelijke ambities, 2023
•
Schiedam, rekenkameronderzoek Nieuwe Energie voor Groenoord fase 1, 2022
Provinciale rekenkameronderzoeken •
Alle provinciale rekenkamers, Energie in Transitie, 2018
• Randstedelijke rekenkamer, Leiding onder druk. Onderzoek naar de provinciale besluitvorming en informatievoorziening inzake het Warmtebedrijf Rotterdam, 2020 •
rekenkamer Oost-Nederland, Energietransitie Gelderland, 2024
•
rekenkamer Oost-Nederland, Inspannen voor draagvlak. Rol provincie Gelderland en Overijssel bij draagvlak voor hernieuwbare opwek, 2020
• Noordelijke rekenkamer, Regionale democratie vergt energie. Een onderzoek naar de democratische legitimatie van de Regionale Energiestrategie, 2021 •
Noordelijke rekenkamer, Verdeling onder hoogspanning. Onderzoek naar verdeling kosten en baten bij duurzame-energieprojecten, 2020
•
Zuidelijke rekenkamer, Reflectie basisrapportage Limburgs Energie Fonds, 2023
•
Zuidelijke rekenkamer, Voortgang Energietransitie provincie Limburg, 2023
• Zuidelijke rekenkamer, Voortgang Energietransitie provincie Noord-Brabant, 2023
rekenkameronderzoeken van waterschappen •
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Energiebeleid bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, 2021
•
Hoogheemraadschap van Rijnland, Rijnland energieneutraal, 2021
•
Waterschap Rivierenland, Doeltreffendheid en doelmatigheid energieneutraal waterschap in 2030, 2022
•
Waterschap Rivierenland, Waterschap Rivierenland energieneutraal:
rekenkameronderzoek doeltreffendheid en doelmatigheid eigen opwekking duurzame energie, 2023
43
Bijlage 2. ‘Tekst-bevraag-tool’ Dialogic heeft een eigen tool ontwikkeld waarmee een omvangrijke selectie aan documenten bevraagd kan worden met behulp van AI. Deze tool combineert zogenaamde embeddings met de chat-functie van ChatGPT. Simpel gezegd worden met de tool (geautomatiseerd) de relevante passages uit documenten gehaald en stelt ChatGPT op basis daarvan een antwoord op. In dat antwoord wordt als bronverwijzing verwezen naar de relevante passages waar die zin in dat antwoord op gebaseerd is. Voor het gebruik van deze tool worden eerst fragmenten aan tekst uit alle documenten omgezet in embeddings . Dit zijn numerieke representaties van tekst waarmee een computer kan rekenen. Door vervolgens een vraag in te voeren, kan er via die embeddings uitgerekend worden welke fragmenten tekst uit de documenten inhoudelijk het meest overeenkomen met de gestelde vraag. Door de meest relevante fragmenten uit de documenten te delen met ChatGPT, kan ChatGPT op basis hiervan een antwoord opstellen.
44
Bijlage 3. Analysekader De onderstaande tabel toont het analysekader dat de onderzoekers hebben gebruikt om de meta-analyse uit te voeren. Op basis van het Metadossier Energietransitie en eigen expertise hebben de onderzoekers inhoudelijke opgavegebieden (kolommen) en onderzoeksthema’s (rijen) geïdentificeerd die gezamenlijk een vrij complete weergave bieden van de (mogelijke) inhoud van rekenkameronderzoeken. Voor iedere combinatie
Energieopwek
Gebouwde omgeving
van een opgavegebied en onderzoeksthema is een ‘zoekopdracht’ uitgevoerd in de ‘tekst-bevraag-tool’ om te achterhalen welke uitdagingen, conclusies en lessen diverse rekenkameronderzoeken hieraan verbinden. Door gestructureerd iedere combinatie te onderzoeken is in de onderstaande tabel een vrijwel uitputtend overzicht gecreëerd van overkoepelende lessen uit de rekenkameronderzoeken.
Mobiliteit
Industrie
Landbouw
Gemeentelijke organisatie
Context Ambities
Sturing Uitvoeringsplannen Uitvoering Samenwerking & participatie Monitoring & evaluatie Rol van de raad Doelbereik Doeltreffendheid Doelmatigheid
45
Bijlage 4a. Aanbevelingen Analyse Do’s en Dont’s Algemene tips/opmerkingen rekenkameronderzoek
•
Infografics of schema’s te gebruiken. Zo heeft rekenkamercie Krimpenerwaard de rollen van raadsleden bij het opstellen van de RES in een infographic duidelijk gemaakt. De rekenkamer(cie)s Alphen aan den Rijn, Stichtse Vecht, Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap van Rijnland en Venray hebben met behulp van tijdlijnen/stroomschema’s (de ontwikkeling van) beleid met betrekking tot de energietransitie in beeld gebracht. De rekenkamer Nijmegen heeft infografics gebruikt ter verduidelijking en ondersteuning van de bevindingen.
•
Conclusies en aanbevelingen te formuleren in één zin (bijv. vetgedrukt, schuingedrukt of in een kleur) met daaronder een (korte) toelichting. Voorbeelden: rekenkamer(cie)s Rotterdam, Zaanstad, Noordoostpolder, Oost-Nederland, Nijmegen en Stichtse Vecht.
•
Het rapport in een format op te maken dat digitaal goed leesbaar is door bijvoorbeeld met tabbladen te werken zoals de rekenkamercommissie Veenendaal heeft gedaan.
Zorg voor een goede leesbaarheid van het rapport. Dit kan door: •
Een duidelijke scheiding aan te brengen tussen de nota van bevindingen en het bestuurlijke rapport met de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer. Voorbeelden: o.a. Rekenkamer Oost-Nederland, Ridderkerk, Veldhoven, Harlingen, Hoekse Waard, Breda en Eindhoven.
•
Apart van of in het rapport de belangrijkste onderdelen van het rapport (bevindingen, conclusies en aanbevelingen) kort weer te geven op één A4 zoals de rekenkamercie’s van Veenendaal, ’sHertogenbosch, Oss en Tilburg (in hun gezamenlijke onderzoek), Zeist, Hoeksche Waard (m.b.v. een infographic) en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden hebben gedaan. Op het A4 van Zeist staat ook een infographic met een samenvatting van “het pad naar een energieneutraal Zeist”. Op het A4 van het hoogheemraadschap wordt verwezen naar succesverhalen. De rekenkamer Zaanstad publiceerde naast het rapport een publiekssamenvatting.
Neem altijd normen of een normenkader op in het rapport. Door normen te formuleren en op te nemen in het rapport, maak je het onderzoeksproces transparant voor de ambtelijke organisatie, het college, de gemeenteraad, provinciale staten of het algemeen bestuur van het waterschap; zij weten op basis van welke uitgangspunten de conclusies van het onderzoek getrokken zijn. Bij het opstellen van de normen kan je rekening houden met de volgende aspecten: •
Als de uitvoering van een onderzoek door een extern onderzoeksbureau wordt gedaan, zorg dan als rekenkamer(cie) dat er, voorafgaand aan de dataverzameling, ruimte en tijd wordt ingepland voor het opstellen van een normenkader.
•
Zorg dat er een relatie is tussen de normen en de centrale vragen en/of de onderzoeksvragen en/of de conclusies, voorbeelden: o.a. Rekenkamer(cie)s Ridderkerk, Harlingen, Utrecht en Veenendaal. 46
Bijlage 4b. Aanbevelingen Analyse Do’s en Dont’s •
•
Overweeg om de gebruikte normen te operationaliseren of neem voor elke norm een of meerdere criteria op als richtlijn voor het toetsen of eraan is voldaan. Zo geeft de rekenkamer Den Haag per norm aandachtspunten aan en heeft de rekenkamer Utrecht per norm criteria opgenomen. Let erop dat de normen geen onderzoeksvragen zijn zonder vraagteken.
•
Beschrijf duidelijk wat je met “het bereiken van doelen” bedoelt. Het bereiken van
•
doelen kan namelijk betrekking hebben op doeltreffendheid, effectiviteit, resultaten, outcome, prestaties of maatschappelijke effect.
Zorg dat de ambities van het onderzoek waargemaakt worden door alle (onderzoeks)vragen ook daadwerkelijk te beantwoorden. Tips hiervoor zijn: •
Voer een vooronderzoek uit. Dit helpt om erachter te komen of (onderzoeks)vragen onderzoekbaar zijn en kunnen leiden tot conclusies.
•
Check vooraf of je met de gekozen onderzoeksopzet daadwerkelijk antwoord krijgt op alle (onderzoeks)vragen en dat er niet een of meerdere vragen worden overgeslagen.
•
Check achteraf of alle (onderzoeks)vragen daadwerkelijk beantwoord zijn.
•
Formuleer onderzoeksvragen die antwoord kunnen geven op de centrale vraag.
•
Overweeg bij gebrek aan tijd, geld of onderzoekscapaciteit een quickscan te doen.
•
Ook een rekenkamerbrief over de opzet van het beleid kan voor een raad al heel waardevol zijn en kost vaak minder tijd om uit te voeren.
Zorg dat de conclusies in het bestuurlijk rapport niet een samenvatting van de bevindingen zijn, maar bestuurlijke conclusies. Vertaal daarvoor de feitelijke conclusies (van een onderzoeksbureau), naar bestuurlijke conclusies die je als rekenkamer(cie) wil doen. Een vooraf goed uitgewerkt normenkader kan behulpzaam zijn om achteraf duidelijke, bestuurlijke conclusies te kunnen trekken.
Verwijs naar het college en/of de gemeenteraad. In verschillende rapporten wordt gesproken over “de gemeente”. Het is duidelijker om (vooral bij de conclusies en aanbevelingen) te spreken over het college en/of de gemeenteraad omdat beide andere functies, rollen en verantwoordelijkheden hebben. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor provincies en waterschappen.
Neem een literatuurlijst op. In verschillende rapporten is geen literatuurlijst opgenomen. Om de bevindingen die gebaseerd zijn op documenten te 47 kunnen herleiden is het belangrijk deze wel toe te voegen.
Bijlage 4c. Aanbevelingen Analyse Do’s en Dont’s
Beleids- en Besluitvormingsprocessen: • • • •
Specifieke tips/opmerkingen onderzoek naar de energietransitie De onderwerpen die op het terrein van de energietransitie onderzocht kunnen worden zijn eindeloos. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben namelijk verschillende rollen en taken. Het is daarom van belang om onderzoek naar de energietransitie goed af te bakenen. Verschillende rekenkamer(cie)s hebben dat gedaan door specifieke onderwerpen te onderzoeken. Box 5 toont enkele voorbeelden van rekenkameronderzoek naar specifieke onderwerpen.
Amsterdam: Totstandkoming van het beleid ten aanzien van de verduurzaming van de warmtevoorziening. Randstedelijke rekenkamer: Besluitvorming en de informatievoorziening ten aanzien van het Warmtebedrijf Rotterdam. Nijmegen: De besluitvorming rondom het warmtenet in een nieuwe wijk. Krimpenerwaard: Rol van raad bij de totstandkoming van RES.
Sturing en Toezicht: • • •
Zaanstad: Sturende rol van college ten aanzien van Warmtenetwerk. Zaanstad: Toezicht op en de handhaving van de informatie- en energiebesparingsplicht bij bedrijven. Rotterdam: Wijze waarop college invulling geeft aan governance van Warmtebedrijf.
Specifieke energieprojecten:
• • •
Utrecht: Twee (clusters van) projecten Zon op dak en Stimuleren van particuliere woningeigenaren. Noordelijke rekenkamer: Kosten en baten van projecten duurzame energieopwekking middels zonne- en windparken. rekenkamer Oost-Nederland: Opwekking van hernieuwbare energie.
Financiering van de energietransitie:
Box 5. Rekenkameronderzoek naar specifieke onderwerpen
•
Zuidelijke rekenkamer: Limburgs Energie Fonds (LEF).
Bewonersparticipatie: • • • •
Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg en Zoetermeer: Inwonersparticipatie bij opstellen RES. Noordelijke rekenkamer: Participatie van stakeholders (belangengroepen, bedrijven) en inwoners in de besluitvorming over de RES. Den Haag: Bewonersparticipatie bij de warmtetransitie. Hilversum: Rol van partijen en inwoners bij de energie- en warmtetransitie.
48
Bijlage 4d. Aanbevelingen Analyse Do’s en Dont’s Box 6. Evaluatiemodel kwaliteitsmaatstaven inwonersparticipatie. De meeste rekenkamer(cie)s hebben vooral documentonderzoek uitgevoerd en interviews gehouden met betrokkenen van binnen en buiten de overheidsorganisaties. Een aantal rekenkamer(cie)s heeft ook andere methoden van onderzoek gebruikt: •
De rekenkamercie’s Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, LeidschendamVoorburg en Zoetermeer hebben een enquête laten uitvoeren onder inwoners. De resultaten zijn getoetst met behulp van een evaluatiemodel dat berust op vier kwaliteitsmaatstaven van inwonersparticipatie (zie Box 6).
•
In het onderzoek van 2021 heeft de Noordelijke rekenkamer ook een enquête uitgezet onder de bevolking om zicht te krijgen op de gewenste en feitelijke participatie in het RES-proces.
•
In datzelfde onderzoek van 2021 heeft de Noordelijke rekenkamer gebruik gemaakt van een zgn. Scorekaart Democratie, een instrument waarmee beoordeeld is hoe de totstandkoming van de RES Groningen zich verhoudt tot verschillende onderdelen van democratische legitimiteit.
•
In het onderzoek van 2020 heeft de Noordelijke rekenkamer casusonderzoek gedaan en daarnaast de aanpak van de drie Noordelijke provincies vergeleken met het Deense beleid op het gebied van de energietransitie.
Het evaluatiemodel met vier kwaliteitsmaatstaven van inwonersparticipatie: •
De eerste twee kwaliteitsmaatstaven ‘Realisatiekracht’ en ‘Democratie’ zijn op te vatten als het gewenste resultaat van participatie.
•
De laatste twee ‘Kwaliteit van samenwerking’ en ‘Professionele vormgeving’ zijn op te vatten als voorwaarden die moeten worden ingevuld om de gewenste resultaten te realiseren.
49
Bijlage 4e. Aanbevelingen Analyse Do’s en Dont’s •
De rekenkamercie Zeist is met behulp van een haalbaarheidsanalyse nagegaan of de gemeente bij de actielijnen Warme wijken en Duurzame bronnen haar doelstellingen voor 2030 en 2050 tijdig realiseert. Zie Box 7 voor een toelichting
•
rekenkamercie Zeist heeft ook een kwantitatieve analyse uitgevoerd op basis van data verkregen uit de documentstudie en andere openbare kengetallen. Er is een berekening gemaakt van de verwachte resultaten van de geplande acties en deze zijn afgezet tegen de in de door de gemeente opgestelde routekaart met doelen.
•
In het onderzoek van de gezamenlijke Provinciale rekenkamers is ook een kwantitatieve analyse uitgevoerd op basis van gegevens uit de Regionale Klimaatmonitor.
•
rekenkamercie Noordoostpolder heeft een benchmark uitgevoerd op organisatie (visie, beleid en monitoring), uitvoering (behaalde resultaten, mate van realisatie van beleidsdoelen) en regievoering (kaders stellen, faciliteren, samenwerken, initiëren, rol gemeenteraad).
•
rekenkamercie Stichtse Vecht heeft ook een benchmark uitgevoerd, maar dan op basis van secundaire data. Voor de vergelijking is zoveel
mogelijk aangesloten is bij de indicatoren uit de Regionale Klimaatmonitor van het CBS en waarstaatjegemeente.nl van de VNG.
•
rekenkamercie Ridderkerk heeft ook een benchmark uitgevoerd op een aantal (kern)indicatoren. De benchmark bestaat uit twee componenten:; 1) vergelijking op beleid waarbij vooral gekeken is naar ambitie en instrumentarium; 2) vergelijking aan de hand van data waarbij ook zoveel mogelijk aangesloten bij de indicatoren uit de Regionale Klimaatmonitor van het CBS en waarstaatjegemeente.nl van de VNG. Box 7. Haalbaarheidsanalyse rekenkamercie Zeist. De rekenkamercie Zeist schrijft: “Of de gemeente Zeist haar doelstellingen voor 2030 en 2050 tijdig realiseert, heeft zij niet volledig in eigen hand. Zij is daarvoor deels afhankelijk van partijen waar zij mee samenwerkt en deels van maatschappelijke ontwikkelingen waar zij geen of weinig invloed op heeft. Een nuttig concept om dit onderscheid helder te maken zijn de cirkels van controle, invloed en betrokkenheid. De gemeente heeft volledige controle over het eigen beleid en de acties die zij op basis daarvan neemt. Zij heeft invloed op de partijen waarmee zij samenwerkt, zoals de Stichting Energie Zeist, woningcorporaties en op het gedrag van haar eigen inwoners. Tot slot is zij betrokken bij factoren die zij niet kan beïnvloeden, zoals de ontwikkeling van de energieprijzen en de aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen op haar grondgebied zoals aardwarmte.
Binnen de context van dit onderzoek beschouwen wij de doelstellingen van de gemeente als haalbaar wanneer zij zelf voldoende acties onderneemt met een reële kans van slagen, zij voldoende invloed uitoefent op andere partijen om hen ook voldoende kansrijke acties te laten ondernemen en er geen (niet beïnvloedbare) factoren aanwezig zijn of voorzien worden die realisatie van de doelstellingen blokkeren. Haalbare doelstellingen bieden dus geen garantie op succes en omgekeerd kunnen doelstellingen die op dit moment onhaalbaar lijken door onverwachte meevallers alsnog gerealiseerd worden.”
50
Bijlage 4f. Aanbevelingen Analyse Do’s en Dont’s Tot slot nog een aantal mooie voorbeelden uit rekenkameronderzoeken naar de energietransitie die de NVRR hier ook benoemd wil hebben: •
De rekenkamercie’s van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben een zogenaamde Arbak gemaakt (zie Box 8)
Box 8. De Arbak van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel Arkbak is Fries voor gereedschapskist. De Arkbak is gemaakt om raadsleden te helpen bij hun rol in de energietransitie. Bij de werksessies die gehouden werden in het kader van het onderzoek naar de rol van de raad bij de energietransitie, bleek dat raadsleden veel behoefte hebben aan informatie. Het gaat daarbij om kennis, voorbeelden en handige links. Deze Arbak voorziet daarin. De Arkbak geeft de drie rollen weer van de gemeenteraad (kaders stellen, controleren en vertegenwoordigen) en tevens de vier fasen van beleidsvorming (startfase, planvormingsfase, vaststellingsfase en fase van uitvoering). Per fase en onder de verschillende rollen zijn aandachtspunten aangegeven. De virtuele laatjes van de Arkbak kunnen worden opengemaakt om de aandachtspunten, nadere informatie, voorbeelden en handige links te kunnen lezen.
•
De provincie Groningen heeft naar aanleiding van het rekenkameronderzoek van de Noordelijke rekenkamer een dashboard gemaakt waarin de aanbevelingen staan, de maatregelen die naar aanleiding daarvan genomen zijn en de voortgang van de maatregelen.
•
Harlingen heeft normen gebruikt voor het toetsen van het duurzaam handelen van de gemeente zelf. Het normenkader is gebaseerd op Governance Monitor Duurzame Gemeenten (zie Box 9). Box 9. Governance Monitor Duurzame Gemeenten De Governance Monitor Duurzame Gemeenten is ontwikkeld om de bestuurskracht voor duurzame ontwikkeling van de gemeente in beeld te brengen. Het biedt tevens een handelingsperspectief voor verbeterstappen, passend bij het eigen ontwikkelpad van de gemeente. De monitor onderscheidt de volgende thema’s:
• Gemeentelijke organisatie en bedrijfsvoering • Samenwerken en verbinden • Beleidskaders formuleren en integreren • Uitvoeren en handhaven • Faciliteren • Financiële arrangementen • Monitoren Met behulp van de monitor is een beeld geschetst van de duurzaamheid van de gemeente Harlingen als bedrijfsmatige organisatie en van het ambitie- en prestatieniveau van het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het erom wat de gemeente Harlingen – samen met anderen – organiseert om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling. De monitor blijkt daarnaast een nuttig instrument te zijn om verbanden te leggen tussen de VN-Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de inzet van de gemeente Harlingen op sociaal, economisch en milieuterrein, in samenwerking met lokale partners. De governance thema’s van de monitor vormen belangrijke randvoorwaarden voor de bijdrage aan de zeventien internationaal afgesproken doelen.
51
Bijlage 4g. Aanbevelingen Analyse Do’s en Dont’s •
rekenkamer Oost-Nederland heeft, voor de blik van buiten op het onderzoeksplan en de bevindingen, enkele experts bij het onderzoek betrokken van de Universiteiten Utrecht en Groningen en het Rathenau Instituut in Den Haag.
•
De Randstedelijke rekenkamer deed een onderzoek naar de bedrijfsvoering van en de rol van de provincie bij het Warmtebedrijf. Het is een voorbeeld van onderzoek waarbij tijdens de uitvoering en voor de rapportage gebruik is gemaakt van geheime informatie. Een aantal passages in het rapport zijn daarom zwart gemaakt.
•
De rekenkamercie Ridderkerk koos ervoor om bij de onderzoeksvragen de vraag te stellen: Welke mogelijke effectieve beleidsmaatregelen worden niet door Ridderkerk ingezet, met andere woorden wat zouden ze kunnen missen c.q. welke extra kansen zijn er?
•
De rekenkamercie Hoeksche Waard heeft ter inspiratie een lijst in het rapport opgenomen met 13 effectieve maatregelen die andere gemeenten hebben toegepast.
52