D35 d.d. 25 januari 2022 van de Agendacommissie MGR inzake Zelfreflectie Agendacommissie MGR
Tekst van het document
Postadres Gemeente Nijmegen BM50 Postbus 9105
Gemeenteraden regio Rijk van Nijmegen
6500 HG N jmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl
Datum Onderwerp
Contactpersoon George van der Woude g.van.der.woude@nijmegen.nl T 024 – 329 92 48
25 januari 2022 Zelfreflectie Agendacommissie MGR
Ons kenmerk Zelfreflectie AC MGR 2022 Bijlage(n) Bijgevoegd: Ja
Geachte leden van de gemeenteraden regio Rijk van Nijmegen, De Modulaire Gemeenschappelijke regeling Regio van Nijmegen (hierna: MGR) is een gemeenschappelijke regeling van de zeven gemeenten van het Rijk van Nijmegen. De MGR is opgericht in juli 2014. Binnen de MGR kan voor uitvoerende taken worden samengewerkt in diverse modules. Dat zijn er momenteel twee. De meeste aandacht gaat uit naar het WerkBedrijf, dat zorgdraagt voor arbeidsbemiddeling in de regio. Dat is historisch verklaarbaar. Daarnaast is er het IRVN die zorg draagt voor in de informatiserings- en automatiseringsdiensten voor de gemeenten. De MGR kent een Algemeen bestuur (hierna AB) en een Dagelijks bestuur (hierna DB). Er is ook een Agendacommissie MGR (hierna AC MGR), bestaande uit raadsleden uit de deelnemende gemeenten, die ervoor moet zorgen dat de raden hun kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van de MGR goed kunnen vervullen. Zij zijn de gesprekspartner van het DB. Op 28 september 2021 en 10 januari 2022 heeft de AC MGR in een tweetal sessies met een externe gespreksleider gereflecteerd op haar eigen positie en taakstelling. Dit was een vervolg op eerdere zelfreflecties van 6 juli 2015 en 24 juni 2019. Het DB was voorafgaande aan de twee sessies al verzocht om een reflectie op het functioneren van de AC MGR. Dit vond plaats bij brief van 25 maart 2021.
Die brief maakte onderdeel uit van de zelfreflectie en treft u als bijlage aan. Op basis van deze twee zelfreflectie is een gespreksnotitie opgesteld welke wij u bij deze aanbieden.
Gemeente Nijmegen
Pagina 1 van 3
In deze notitie komen achtereenvolgens aan de orde: 1. Waar komt de AC MGR vandaan? Inclusief historische positiebepaling en taakstelling. 2. Feitelijke werkwijze AC MGR. Eigen beelden van de AC MGR over het functioneren. 3. Welke worstelingen en dilemma’s kent de AC volgens de AC-leden? 4. De worstelingen en dilemma’s bezien vanuit de aanstaande wijziging van de Wet Gemeenschappelijke regelingen en de Groene Metropoolregio. 5. Wat is de speelruimte van de AC MGR binnen het geldende takenpakket? Een nadere beschouwing over het takenpakket. Overschrijdt de toekomstige ambitie de huidige speelruimte van het takenpakket? 6. Beelden en standpunt DB over de AC MGR. 7. Opmaat naar de toekomst: analyse en standpunt van de AC MGR inzake positionering en rol Doel notitie De notitie kan door de gemeenteraden gebruikt worden: Als een basisdocument waarmee men kan terugkijken naar de ontstaansgeschiedenis van de MGR en de Agendacommissie MGR in het bijzonder en de verbeteringen die zijn aangebracht ten bate van de kaderstellende en controlerende rollen van de Raden. Het geeft de worstelingen van de AC MGR weer, welke plaatsvinden op het snijvlak van een controleur van het proces versus de inhoudelijke context. Dit geschiedt tegen de achtergrond van casuïstiek, de ambities van de AC MGR in de huidige samenstelling en tegen de achtergrond van het standpunt van het DB van de MGR.
Het biedt potentiele, toekomstige kandidaten voor een lidmaatschap van de AC MGR een breed beeld wat verwacht wordt als lid, hun positie en het geeft tips hoe om te gaan met hun achterliggende Raden. Het geeft een breder referentiekader door een beschouwing van een vergelijking met de Groene Metropoolregio en de Wijzigingswet Gemeenschappelijke regelingen. Samenvatting Alhoewel de Agendacommissie MGR een adviesfunctie kent ten opzichte van het DB zien zij er ook op toe dat de gemeenteraden hun kaderstellende en controlerende rollen kunnen vervullen op de meest doelmatige wijze. Succes kent vele vaders en in die zin zijn de doorgaans goed geregelde informatiestromen vanuit de MGR zeker niet alleen te herleiden aan de rol en positie die de agendacommissie MGR inneemt, maar in de eerste plaats aan de wil en betrokkenheid vanuit het DB en het AB en de pro-actieve houding van uw colleges van B&W. Juist binnen die dubbele verantwoordelijkheid van de agendacommissie MGR vonden de worstelingen plaats. Daar waar in de beginjaren veel energie is gaan zitten in de vormgeving van een kwalitatieve goede informatievoorziening, komt de AC MGR nu op een punt waarbij de vraag gesteld is of de successen van de agendacommissie MGR afbreuk doen aan haar eigen bestaansrecht. De vraag die het DB van de MGR vertaalt in een antwoord dat het vrij vertaald wel een tandje minder kan.
De AC MGR herkent het omslagpunt dat de MGR voorbij de groeijaren is, maar meent dat het bestaansrecht en de taakstelling van de Agendacommissie onverkort geldt. Niet alleen in minder goede tijden, maar zeker ook in tijden dat het voorspoedig lijkt te verlopen. Binnen haar taakstelling meent de Agendacommissie dat de werkwijze, eigen rol en bovenal de dialoog met het DB verbetering behoeft. Bij de invulling van de werkwijze en de rolinvulling van de delegatieleden zijn er twee spanningsvelden waarneembaar. In de eerste plaats is er het spanningsveld van wat verwacht mag worden van een delegatielid en op welke wijze men de verbinding behoudt met het gevoelen uit hun eigen Raden. Alleen indien die verbinding wordt gekoesterd en gegund wordt vanuit de zelfstandige gemeenteraden kan een delegatielid zich van zijn of haar taken kwijten. Voorts treedt er een spanningsveld op bij de dialoog tussen de AC MGR en het DB als het gaat over interpretatie van wat onder die kaderstellende en controlerende rollen van de
Gemeente Nijmegen
Pagina 2 van 3
3
Feitelijke werkwijze AC MGR Hoe werkt de agendavorming en besprekingen? De AC MGR vergadert op basis van een zogeheten door de Raden vastgesteld informatieprotocol. Daarin staan de documenten die op een X-tijdstip naar de Raden komen. Jaarstukken & tussentijdse rapportages enz. Daar is de vergadercyclus op gebaseerd qua tijdstip en inhoud, zodanig dat er nog een en ander kan worden meegegeven aan het DB MGR en de achterliggende Raden. Het eerste deel van de vergadering vindt plaats sec met de leden van de AC MGR. Daarin filtert men de gespreksthema’s voor het gesprek met het bestuur en directie, die daarna aanschuiven. De agenda’s en verslagen zijn openbaar, dus ook eerste deel. Na de vergaderingen geldt dat de leden zelf bepalen of men wel of niet, wanneer en in welke vorm terugkoppelt aan hun raden. Daarnaast organiseert de AC MGR, vaak met medewerking van de griffierskring, regionale raadsbijeenkomsten, zeg twee keer per jaar. Frequentie vergaderingen Vergaderingen in 2019: 7x, in 2020: 8x, in 2021: 6x, en ongeveer 2x per jaar regionale raadsbijeenkomsten. Kosten AC MGR De kosten bedroegen in 2019, 2020 en 2021 respectievelijk € 16.000 (2019) en € 15.000 (2020 en 2021), zijnde de kosten verbonden aan het voeren van het secretariaat. Eigen beelden van de AC MGR over het functioneren Eigen beeld AC MGR De AC MGR benoemt de volgende bijdragen in de afgelopen jaren.
• De totstandkoming van het Informatieprotocol en jaarplanning. • De tijdigheid en kwaliteit van de tussentijdse rapportages en jaarstukken. • De organisatie van de regionale bijeenkomsten. • De transparantie en structuur van de website. • De gevoerde dialoog met het DB en directie. Wel bestaansrecht, maar discussie over wat de AC MGR moet doen of laten. De AC MGR heeft het beeld dat na de beginjaren er nu een omslagpunt is bereikt waarin alle oorspronkelijke ambities qua tijdigheid en kwaliteit van de stukken gewaarborgd lijken en een vraag resteert wat de meerwaarde is of kan zijn van deze AC MGR. Er bestonden twee uitersten van opvattingen in deze discussie. Enerzijds meende men dat wat bereikt is slechts behouden kan blijven bij een voortdurende scherpte en dialoog vanuit de AC MGR. Dat wat bereikt is heeft dan het oog op de tijdigheid en kwaliteit van de stukken, het volgen van het Informatieprotocol en de jaarplanning. Het feit dat de AC MGR economisch de wind mee heeft zegt niets over de vraag of dat zo maar kan veranderen. Dit vergt een voortdurende dialoog. De andere opvatting was gelijk aan die van het DB, die net zoals de AC MGR de toegevoegde waarde zag van de AC MGR, maar dat we thans de inzet en rol van de AC MGR wel kunnen afschalen.
De opvatting van de AC MGR bewoog zich tussen beide uitersten, met het algemene beeld dat de AC MGR haar bestaansrecht verworven en verdiend heeft en in beginsel moet blijven voortbestaan. Dit stond los van de beschouwingen over wat de AC MGR behoort te doen of te laten, de frequentie en wat daarvoor benodigd is. Bij deze beelden behoorde ook de discussie over de frequentie van de vergaderingen, alsmede de span of control van de delegatieleden. Er zijn bestaan meer gemeenschappelijke regelingen. Een beschouwing of discussie over de hoeveelheid vergaderingen en welke mate van diepte men kiest, op basis van inhoud of proces, zal ook moeten worden bezien vanuit het vraagstuk van hoeveelheid gemeenschappelijke regelingen waaraan raadsleden participeren of hun aandacht voor wordt gevraagd. Betrokkenheid Raden Er bestaan verschillen in de mate van betrokkenheid van de afzonderlijke Raden. Enerzijds is het beeld dat in sommige gemeenten ‘men teveel vertrouwt op de kennis en mening van het desbetreffende delegatielid’ en de interesse slechts dan er zal zijn als er financiële claims opdoemen. De zienswijzen op de jaarstukken worden dan in de meest vergaande gevallen als hamerstuk afgedaan. Ook krijgt de terugkoppeling vanuit de
5
om daarover een mogelijke dialoog op te starten. Anders had het DB MGR gewoonweg kunnen besluiten en het AB kunnen informeren. Het is om die reden dat de AC MGR een brief van dit voornemen heeft verzonden naar de achterliggende Raden, zodat zij desgewenst met hun vertegenwoordigende bestuurder het gesprek hierover zouden aangaan voordat die een standpunt zou innemen in het AB. Het DB van de MGR vindt dit een voorbeeld waarbij de AC MGR een te vergaande inhoudelijke rol op zich nam. Juist op basis van het hiervoor beschrevene kan ook gesteld worden dat de keus voor besluitvorming via het AB MGR de inhoudelijke politisering heeft mogelijk gemaakt, waarbij een rol van bemoeienis over het proces door de AC MGR in een ander, gerechtvaardigder daglicht kan worden geplaatst. c) De inhoud van de coronacrisis: Ook hiervan vindt het DB MGR dat de dialoog van de AC MGR te inhoudelijk was. Dit onderwerp is niet letterlijk aan de orde geweest in de AC MGR tijdens de zelfreflectie. Echter het raakt wel aan bepaalde bespiegelingen. Aangegeven is dat bij Raden een latente behoefte bestaat aan de vroegtijdige duiding van mogelijke grotere risico’s voor de gestelde grotere beleidskaders aan welke de MGR uitvoering dient te geven. Risico’s voor die uitvoering kunnen zodanig zijn dat die de gestelde kaders en de wijze van controle kunnen beïnvloeden.
Naarmate concreter wordt dat die risico’s zich kunnen of zullen voltrekken kan gesteld worden dat de AC MGR een kritische dialoog mag voeren met het DB of en hoe de Raden daarover geïnformeerd worden. Dat is iets anders dan dat de AC MGR kwalificerende uitspraken doet over de kwaliteit van die informatievoorziening. Het verband tussen COVID en de meest kwetsbare SW’ers is daarbij evident. Enigerlei dialoog hierover of en hoe de Raden meegenomen worden in de ontwikkelingen, anders dan hetgeen is afgesproken in het Informatieprotocol lijkt dan ook legitiem. Aldus is er overigens ook gesproken met het DB van de MGR. In dat licht is aangegeven wanneer en hoe Raden hierover geïnformeerd zouden worden. Onbekend is of en in hoeverre de informatie ook er zou zijn gekomen zonder de door de AC MGR ingezette dialoog daarover. Tegenover dit standpunt zou het DB kunnen inbrengen dat als er belangrijke wijzigingen plaatsvinden zij hoe dan ook, los van de rol van de AC MGR, gehouden zijn het AB en de achterliggende Raden te informeren. Dat om die reden het bevragen door de AC MGR niet aan de orde zou zijn. d) Evaluaties: Het gaat daarbij om: −
De detacheringsfaciliteit Blueview: Het DB heeft aangekondigd dat men eind 2021 met een tevredenheidsonderzoek onder de SW-medewerkers op de Boekweitweg en Tarweweg, waarbij de ervaringen en het werkplezier van SW-medewerkers in de (beschutte) groepsdetachering een onderwerp is.
−
Het evaluatieonderzoek naar de I&A-functie in de regio. Tot op heden bestaat er onduidelijkheid over het proces en hoe de Raden geïnformeerd worden hierover. De noodzaak daartoe is des te groter, omdat de IRVN minder in de belangstelling staat van de Raden, en dit het gevolg kan zijn van het gebrek aan fundamentele discussies over de IRVN. Als zich dan een evaluatie aandient dan lijkt het raadzaam de AC MGR pro-actief te laten meedenken over het onderzoek en proces voor informeren van de raden.
−
Evaluatieonderzoek WerkBedrijf oktober 2021. De evaluatie van het WerkBedrijf is op 18 mei 2021 besproken met het DB en directie. Daarbij is vanuit de AC MGR aan N. Derks, als lid van het DB meegegeven dat positief wordt aangekeken tegen een reflectie na vijf jaar samenwerking gemeenten en WerkBedrijf. Wat heeft het WerkBedrijf betekend, welke groei is doorgemaakt, hoe hebben werkgevers het ervaren? Cliëntenraden werden ook van belang geacht. Hoe is de samenwerking met hun, hoe ervaren zij het. Als die erin terugkomen, maak dan inschatting, doe een voorstel van onderzoek, ook binnen financiële mogelijkheden, met een goede balans, naar de Raden. Dan moeten zij hun rol pakken. Dhr. N. Derks heeft als lid van het DB het verzoek van de AC MGR aldus samengevat: U stelt dus voor een onderzoeksopdracht te formuleren en die aan de Raden voor te leggen? De voorzitter heeft hier bevestigend op geantwoord. Het lijkt ons goed input of opmerkingen bij de raden op te halen. De voorzitter gaf tevens het volgende aan. Je kunt ervoor kiezen en dat wordt ook geadviseerd de onderzoeksopdracht via een infobijeenkomst te presenteren aan de Raden, wellicht fysiek of digitaal, of hybride. Het gesprek en opmerkingen tijdens zo’n bijeenkomst worden dan verwerkt in de onderzoeksopzet.
De gemaakte afspraak werd als volgt in het verslag opgenomen: bestuur & directie bespreken procesvoorstel in AB van de MGR en/of maken een opzet voor een informatiebijeenkomst over de onderzoeksopdracht voor de Raden uit de regio. In de vergadering van de AC MGR van 20 september wordt deze afspraak bij monde van de voorzitter van het DB MGR teruggedraaid, omdat de onderzoeksopdracht al gegund is en de onderzoekers al bezig zijn. Op zichzelf staat het, het DB de ruimte om op haar schreden terug te keren na hun overleg
10
Tegen deze achtergrond heeft de AC MGR zich gebogen over de volgende vragen. − Doen we de dingen goed? − Doen we de goede dingen? − Wat kunnen we doen (binnen de opdracht)? − Wat willen we doen (binnen de opdracht)? − Willen we buiten de grenzen van onze opdracht? Om deze vragen te kunnen beantwoorden zijn een vijftal scenario’s beschouwd (zie bijlage 4): A. Afschalen (= zoekrichting van het DB MGR) B. Doorgaan op dezelfde weg C. Andere rolneming en nieuwe werkwijzen (binnen de bestaande opdracht) D. Naar een nieuwe, ruimere opdracht voor de AC MGR E. Naar een heel andere aanpak zonder AC MGR Standpunt AC MGR positie en rolinvulling AC MGR Voor de AC MGR geldt dat de opties A, B en E niet de voorkeur hebben. De AC MGR is van mening dat zij nog steeds een bestaansrecht heeft met dezelfde frequentie van vergaderen. Het feit dat zaken goed lopen en het gegeven dat de MGR een voorbeeld is voor andere gemeenschappelijke regelingen, is géén reden om op de lauweren te rusten. Er zijn voorbeelden van andere gemeenschappelijke regelingen die niet beschikken over een AC MGR, waar het jarenlang rustig was, maar door actuele ontwikkelingen het bestaan van een AC MGR wel als een voordeel zou gelden. Het behoud van het relatief hoog niveau van de informatievoorziening is mede debet aan de goede voortdurende dialoog van de AC MGR met het DB MGR.
Dit geldt in tijden dat er het nodige speelt, maar evenzeer in tijden dat het soepel verloopt. Juist, omdat als er iets gaat spelen, het opschalen naar een grotere betrokkenheid van de Raden eenvoudiger is dan wanneer dit dat geschiedt vanuit een stevig fundament van een voortdurende dialoog dan vanuit een afgeschaalde vorm. De voorkeur van de AC MGR gaat uit naar de varianten C en D. Hierbij geldt de volgende context. Variant C gaat uit van de huidige taakstelling zoals omschreven in het RvO van de AC MGR. Het gaat uit van een ambitie om het gesprek met het DB en directie te verbeteren. Daarbij is de inzet gericht op het voeren van een gesprek en een informatie-uitwisseling en een mogelijke bijsturing voor de AC MGR die gericht is op het versterken van de kaderstellende en controlerende rollen van de Raden. Alhoewel daarbij het uitgangspunt leidend blijft dat politieke discussies en vraagstellingen voorbehouden zijn aan de Raden en hun verantwoordelijke bestuurders, wordt eveneens geconstateerd dat in absolute zin niet altijd weggebleven kan worden van de inhoud. Juist bij de invulling van de kaderstellende- en controlerende rollen van de Raden kan niet altijd de inhoud worden vermeden. De casuïstiek die de revue is gepasseerd biedt de ruimte daar genuanceerd naar te kijken. Genuanceerder dan het huidige standpunt van het DB van de MGR.
Daarbij dient het uitgangspunt wel te zijn dat het een uitvoeringsorganisatie betreft waarbij het inherent is dat Raden zich op afstand bewegen. Een scherpe dialoog met het DB MGR kan het beste plaatsvinden aan de hand van die casuïstiek. Daarbij kan met een schuin oog gekeken worden naar de Wijzigingswet Gemeenschappelijke regelingen die de ruimte biedt voor het stellen van directe inhoudelijke vragen van individuele raadsleden aan het DB MGR. Informatie dient gegeven te worden, zonder enig filter van kaderstelling of controle van Raden, het Informatieprotocol of de Jaarplanning, of regionale relevantie. Filters die de AC MGR nu wel zou moeten waarborgen. Tot slot is de totstandkoming van evaluaties en het proces van informeren van de Raden bij evaluaties en de rol van de AC MGR daarbij besprekenswaardig. De Wijzigingswet Gemeenschappelijke regelingen maakt de opdracht-verstrekking voor evaluaties door de Raden expliciet mogelijk. Bij die bevoegdheid zal geen sprake zijn van discussies over het proces en de onderzoeksopdracht. Die ligt dan ook bij de Raden. Echter bij de thans voorliggende evaluaties van het WerkBedrijf en de IRVN zijn de Raden van de regio op geen enkele wijze gekend in de onderzoeksopdracht of het te volgen proces. In dit licht kan ook de vraag gesteld worden aan het DB of de AC MGR wel altijd de juiste vragen stelt.
Bijvoorbeeld waarom wel ziekteverzuim, maar geen vragen naar de resultaten? Een scherpe dialoog daarover zou het DB MGR en de directie ook kunnen helpen voor het maken van kwalitatieve hoogwaardige informatie- of besluitvormingsdocumenten. De doelmatigheid wordt daarmee vergroot. Dat dit nauw luistert beseft men zich. Men bepleit wel een open houding van het DB daarin. In die zin wordt gesproken ‘over het gunnen’ van voldoende speelruimte om die dialoog aan te gaan. Een speelruimte die als zodanig in de afgelopen periode niet altijd als zodanig werd ervaren, noch in inhoud, noch in toon. De toon en kleur leiden er ook toe dat er vanuit een deel van de AC MGR ook een duidelijke tendens waarneembaar is voor de optie D of een optie C+. De
11
kern van een optie C+ en/of D is dat men nog niet het breed gedragen gevoelen heeft dat het DB zonder meer bereid is tot het voeren van de hiervoor weergegeven geambieerde dialoog. Om die reden kan dit leiden tot een verschuiving van de voorkeur om zaken te verbeteren binnen het bestaande RvO van de AC MGR, naar een wijziging van het RvO zelf. Zodanig dat de bevoegdheid tot het gevraagd en ongevraagd inhoudelijk adviseren expliciet verankerd wordt in het RvO. Daarbij is niet gezegd dat de discussies over wat wel of niet te ver voert als gespreksthema’s daarmee ultimo geslecht wordt, maar het voeren van een gesprek daarover sneller formeel gelegitimeerd is. De volledige optie D ziet op het voorbeeld van de GMR. Daarin adviseert de AC MGR aan het AB van de GMR. Dat voert naar mening van de AC MGR op dit moment te ver. Men heeft een voorkeur voor een voortzetting van de dialoog met het DB en directie, volgens een deel van de AC MGR zo nodig vastgelegd in het RvO. Daarbij neemt men in overweging dat de GMR wezenlijk afwijkt van de MGR omdat de strategische thema’s van de GMR veel inhoudelijker, strategischer en bovenal in ontwikkeling zijn dan de op de uitvoering gerichte beleidsarmere takenpakket van de MGR.
Ook dit laatste vraagt om een nuancering, omdat bijvoorbeeld uit de recent vrijgegeven evaluatie van het WerkBedrijf een strategische keus naar voren komt voor een sec bemiddelingsbedrijf gericht op uitstroom of (vooral) als een mensontwikkelbedrijf. Een strategische keus die volgens de AC MGR zeker niet gezien mag worden als beleidsarm en een keus waarin de Raden zeker gekend moeten worden. Indien met een schuin oog gekeken wordt naar de evaluatie van het WerkBedrijf dan neemt de AC MGR waar dat in die evaluatie een potentieel spanningsveld verwoord is. Enerzijds bestaat vanuit het WerkBedrijf de uitgesproken wens dat, - met het oog op de continuïteit van de dienstverlening en de regionale samenwerking -, het belangrijk is als gemeenten zich blijvend verbinden aan de regionale samenwerking binnen WerkBedrijf. Daarbij horen een meerjarige opdracht en meerjarige financiële middelen. Een zekere politieke ‘rust’ is nodig voor een uitvoeringsorganisatie om efficiënt te kunnen blijven opereren. Dat zou betekenen dat de Raden meer afstand zouden moeten nemen in plaats van de continuïteit van de bedrijfsvoering te belemmeren door jaarlijks bij te sturen in de daarvoor bestemde budgetten en het formuleren van lokale wensen. Anderzijds staat daartegenover dat de verantwoording door WerkBedrijf voor verbetering vatbaar is.
Er bestaat vanuit gemeenten een latente behoefte aan een meer kwalitatief diepgravender verantwoording waarmee duiding wordt gegeven op vragen als: Hoe duurzaam is de uitstroom? Welke verhalen hoor je van kandidaten? Welke tussenstapjes zetten kandidaten op weg naar werk? De verantwoordingcijfers die het WerkBedrijf heeft geleverd aan de onderzoekers over prestaties – kennen hun beperkingen. De AC MGR meent dat het creëren van extra afstand van de Raden en/of gemeenten, al dan niet met het oog op ‘een zekere politieke rust’, op zichzelf niet vreemd is als verzoek van een uitvoeringsorganisatie. Het kan echter slechts dan aan de orde zijn als sprake is van kwalitatieve goede verantwoordingsinformatie. De kaderstellende- en controlerende rollen van de Raden vereisen dit. Vanuit de Raden kan gesteld worden dat zo lang die voorwaarde niet is vervuld er altijd sprake zal zijn van politieke zorgen en bemoeienis en een vergaande betrokkenheid. Het is juist binnen die worsteling en opgave dat de AC MGR zichzelf een positie toedicht die tegemoet komt aan de zorgen van de Raden. Een verbindende rol waarbij men geacht wordt in de rolneming een scheiding te kunnen aanbrengen in een persoonlijke, lokale of regionale opvatting.
De keus voor een dialoog met het DB en/of directie van de MGR in plaats van het AB zit daarin dat men het beeld heeft dat de AC MGR dan aan de voorkant van het proces zit. Daar waar gespreksthema’s nog niet volledig zijn dichtgetimmerd. Daar waar de rol van de Raden nog voldoende belichting kan krijgen. Voor een kwalitatief goede dialoog zijn twee partijen vereist. De AC MGR is zich hiervan bewust en heeft hun eigen rolinvulling om die reden dan ook kritisch beschouwd. Een goede verstandhouding van de AC MGR met het DB van de MGR vraagt om een zelfbewuste taakvolwassen houding. Een rolinvulling waarbij een AC MGR niet alleen komt ‘halen’ bij het DB, maar ook pro-actief komt ‘brengen’. Hiervoor is een bepaalde politiekbestuurlijke sensitiviteit vereist waarbij signalen uit het eigen netwerk en eigen Raad naar het juiste abstractieniveau kunnen worden vertaald die zich lenen voor bespreking met het DB. Het vraagt om het kunnen spreken met een bepaald gezag en autoriteit. Men moet in staat worden gesteld om het ‘mandaat’ van de eigen raad waar te maken. Hierbij zijn kleurverschillen zichtbaar van de diverse gemeenten qua kennis en betrokkenheid van de Raden. In sommige gevallen is slechts dan sprake van interesse van de Raden in een gemeenschappelijke regeling, als er incidenten plaats vinden. Dit is niet anders bij de MGR.
Die verminderde interesse kan bij de MGR ofwel teniet worden gedaan of juist vergroot door het bestaan van de AC MGR. Bij sommige gemeenten wordt de interesse en betrokkenheid van de Raad in stand gehouden of zelfs vergroot
12
door de terugkoppelingen of agenderingsbereidheid van de delegatieleden. In andere gemeente moeten delegatieleden die interesse en betrokkenheid meer ‘ophalen’. Het feit dat er een AC MGR is, kan er toe leiden dat een Raad het gevoel heeft dat men ontzorgd is, omdat er toch een raadslid is die ‘voor ons de boel in de gaten houdt’. Als dat gepaard gaat met een verminderde betrokkenheid en kennis dan kan er een negatieve spiraal optreden dat zo’n delegatielid in een vacuüm terecht komt waarbij er onduidelijkheid optreedt in zijn of haar mandaat van de Raad. Dat belemmert het met gezag en autoriteit positie innemen binnen de AC MGR. Er is hiervoor geen eenduidige oplossing. Wat kan helpen is dat Raden zich bewust moeten zijn dat sec de afvaardiging van een raadslid naar de AC MGR onvoldoende is om die rol waar te maken. Een agendalid van de AC MGR moet in staat worden gesteld op de geëigende tijdstippen het juiste gesprek te voeren met zijn of haar eigen Raad over zaken die spelen in de AC MGR. Het niet bieden van dat comfort leidt tot een groeiend gevoel van onbehagen en afbreuk doen aan de positie, gezag en autoriteit van het desbetreffende delegatielid. De AC MGR is ook van mening dat affiniteit met de doelgroepen van het WerkBedrijf kan helpen in het verkrijgen van gezag en autoriteit.
Al met al ambiëren de delegatieleden van de AC MGR een betekenisvolle invulling van hun rol en de taak van de AC MGR. De opstelling van het DB, directie en hun eigen Raden is daarin wezenlijk, maar ook hun eigen invulling daarvan. De eigenschappen van een delegatielid De AC MGR komt tot de volgende belangrijke kenmerken voor een lidmaatschap van de AC MGR. − Maakt onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. − Beschikt over analytische vaardigheden − Is ervaren en heeft voldoende bestuurlijk-politieke omgevingsbewustzijn. − Heeft affiniteit met het werkveld of taakstelling van de MGR. Een te vergaande betrokkenheid of kennis kan evenwel belemmerend werken voor innemen van de positie. − Kan kernachtig terzake van de verschillende thema’s formuleren. − Weet verbinding te maken en te behouden met denkbeelden en opvattingen van de eigen Raad, maar slaat ook bruggen tussen de andere leden van de AC MGR. en naar het DB De randvoorwaarden voor een effectief lidmaatschap van de AC MGR − Kwalitatieve hoogwaardige ondersteuning van zelfbewuste griffies en secretariaat. − Bij voorkeur een secretariaatsvoering die zich uitstrekt voorbij de verkiezingen in verband met de continuering van kennis.
− Commitment aan de tijdsinvestering en een zekere inhoudelijke verdieping Epiloog De AC en DB en directie van de MGR hebben op 18 januari 2022 een gesprek met elkaar gevoerd over de brief van het DB van 25 maart 2021 en onderhavige gespreksnotitie. Vanuit het Dagelijks Bestuur MGR was bestuurslid Nick Derks aanwezig. Nick heeft het standpunt van het Dagelijks Bestuur mondeling nader toegelicht, zoals deze is verwoord in de brief van het DB aan de Agendacommissie d.d. 25 maart 2021. Aanvullend is nog aangegeven dat de Agendacommissie eventuele technische vragen (namens de Raden) bij officiële stukken van de MGR kan meegeven, zodat deze in vervolgstukken (of door de organisatie op andere wijze) beantwoord en verduidelijkt kunnen worden. Nijmegen, 25 januari 2022